Voor eerdere diensten klik hier:

Zondag  Palmpasen 24-3-2013 in de Lutherse kerk te  Zeist

Organist: Eddy Vliem

Wij zijn hier aanwezig in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Amen

Onze Hulp is in de Naam van de Heer
die hemel en aarde gemaakt heeft.

Confiteor.
Heer, als het goed is gaan  wij allen gebukt onder het feit, dat er om ons heen zoveel geschiedt dat wij niet kunnen keren.
In ons rijke land moeten wij voedselbanken oprich-ten voor mensen die geen maaltijd kunnen bekostigen Sommige illegalen kunnen nergens heen, maar worden door onze wet met straf bedreigd, en vluchtelingen worden opgesloten. Vele zorgbehoevende ouderen weten niet waar ze aan toe zijn.
Heer, wij willen niet nalatig zijn en zeker niet met opzet verkeerde dingen doen. Maar voor we de eredienst gaan beginnen en U prijzen voor Uw goedheid, willen wij zoals iedere zondag tot U bidden:


Heer, vergeef ons al wat wij misdeden.
En laat ons weer in vrede leven.

Amen.

Onze Introïtus-psalm is psalm 118: 9 en 10


De HEER is God, Zijn gunst verheugde
ons oog en hart met vrolijk licht.
Nu worde 't offer onzer vreugde
op Zijn altaren aangericht.
Gij zijt mijn God, U zal ik prijzen,
o God, U roemen wijd en zijd.
Laat aller lof ten hemel rijzen:
Gods liefde duurt in eeuwigheid.

Laat ons de Heer aanroepen om ontferming met de nood van deze wereld, 
en laat ons Zijn naam prijzen, want aan Zijn barmhartigheid is geen einde.



Zondagsgebed:
Barmhartige God, barmhartig in alle eeuwen, Gij hebt Uw Zoon het lijden niet bespaard, 
maar Gij hebt Hem aan ons allen uitgeleverd, opdat Hij de zonden van de wereld zou wegdragen…
Geef ons, zo bidden wij U, dat wij dit met heel ons hart mogen geloven, en dat wij ons leven daar naar richten, door Jezus Christus, onze Heer. 
Amen

Lezing Oude Testament: Jesaja 52:13 - 53:12 NBV
God spreekt hier bij monde van de profeet.
13. Ja, mijn dienaar zal slagen, 
hij zal groots zijn, hoog verheven in aanzien. 

14. Zoals hij velen deed huiveren- 
zo gruwelijk, zo onmenselijk was zijn aanblik, 
zijn uiterlijk had niets meer van een mens-,

15. zo zal hij veel volken opschrikken, 
en koningen zullen sprakeloos staan. 
En zij aan wie niets was verteld, zullen zien, 
zij die niets hadden gehoord, zullen begrijpen. 

53:1 Wie kan geloven wat wij hebben gehoord? 
Aan wie is de macht van de HEER geopenbaard? 

2. Als een loot schoot hij op onder Gods ogen, 
als een wortel die uitloopt in dorre grond. 
Onopvallend was zijn uiterlijk, 
hij miste iedere schoonheid, 
zijn aanblik kon ons niet bekoren. 

3. Hij werd veracht, door mensen gemeden, 
hij was een man die het lijden kende 
en met ziekte vertrouwd was, 
een man die zijn gelaat voor ons verborg, 
veracht, door ons verguisd en geminacht. 

4. Maar hij was het die onze ziekten droeg, 
die ons lijden op zich nam. 
Wij echter zagen hem als een verstoteling, 
door God geslagen en vernederd. 

5. Om onze zonden werd hij doorboord, 
om onze wandaden gebroken. 
Voor ons welzijn werd hij getuchtigd, 
zijn striemen brachten ons genezing. 

6. Wij dwaalden rond als schapen, 
ieder zocht zijn eigen weg; 
maar de wandaden van ons allen 
liet de HEER op hem neerkomen. 

7. Hij werd mishandeld, maar verzette zich niet 
en deed zijn mond niet open. 
Als een schaap dat naar de slacht wordt geleid, 
als een ooi die stil is bij haar scheerders 
deed hij zijn mond niet open. 

8. Door een onrechtvaardig vonnis werd hij weggenomen. 
Wie van zijn tijdgenoten heeft er oog voor gehad? 
Hij werd verbannen uit het land der levenden, 
om de zonden van mijn volk werd hij geslagen. 

9 Hij kreeg een graf bij misdadigers, 
zijn laatste rustplaats was bij de rijken; 
toch had hij nooit enig onrecht begaan, 
nooit bedrieglijke taal gesproken. 

10 Maar de HEER wilde hem breken, Hij maakte hem ziek. 
Hij offerde zijn leven voor hun schuld, 
om zijn nageslacht te zien en lang te leven. 
En door zijn toedoen slaagde wat de HEER wilde. 

11 Na het lijden dat hij moest doorstaan, 
zag hij het licht en werd met kennis verzadigd. 
Mijn rechtvaardige dienaar verschaft velen recht, 
hij neemt hun wandaden op zich. 

12 Daarom ken Ik hem een plaats toe onder velen 
en zal hij met machtigen delen in de buit, 
omdat hij zijn leven prijsgaf aan de dood 
en zich tot de zondaars liet rekenen. 

Hij droeg echter de schuld van velen 
en nam het voor zondaars op.

Onze gradualepsalm is: psalm 73: 9 en 10


Wien heb ik in den hemel, Heer, behalve U, mijn troost en eer?
Wat kan op aarde mij bekoren? Alleen bij U wil ik behoren.
Al zou mijn vlees en hart vergaan, toch zal ik, God, voor U bestaan,
wien ik mijn leven toevertrouw, Gij zijt de rots waarop ik bouw.

Epistel: Filippenzen 2: 5 - 11 NBV
5 Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had.
6 Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast,
7 maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens.
8 En als mens verschenen, heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood-de dood aan het kruis.
9 Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat,
10 opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde,
11 en elke tong zal belijden: 'Jezus Christus is Heer, 'tot eer van God, de Vader.
HALLELUJA!


Ons Zondagslied is gezang 60: 1 t/m 3. Het wordt eenmaal door de organist voorgespeeld. 

Roep nu voor Hem uit: Hosanna
die komt in de Naam des Heren!
En spreid voor Hem uit uw kleren,
want de Koning komt! Hosanna!
Zachtmoedig komt Hij gereden
op 't jong van een ezelin.
Hij brengt ons allen vrede,
Hij rijdt Jeruzalem in!

O Koning, wij zien U wenen:
uw stad wilde U niet horen.
Zal de vijand haar verstoren
en verstrooien al haar stenen?
Gij komt op een veulen rijden,
het jong van een ezelin,
maar 't is de weg van het lijden:
Gij rijdt Jeruzalem in.


De lezing van het Heilig Evangelie komt uit: Lucas 19: 17 - 40 NBV. 

Daar lezen we over Jezus' intocht in Jeruzalem, die zich afspeelt vlak voor Zijn kruisiging. 
De toeschouwers bij deze optocht verwachtten er heel wat van, omdat de koningen van Israël wel eens vaker op een soortgelijke wijze in hun hoofdstad binnentrokken, en zo hun troonsbestijging markeerden. 


28 Na een gelijkenis te hebben verteld trok Jezus verder, op weg naar Jeruzalem.
29 Toen hij Betfage en Betanië bij de Olijfberg naderde, stuurde hij twee van de leerlingen vooruit
30 en zei tegen hen: 'Ga naar het dorp daarginds. Daar zullen jullie een vastgebonden veulen vinden, dat nog nooit door iemand bereden is. Maak het los en breng het hier.
31 Als iemand jullie vraagt: "Waarom maken jullie het los?" moeten jullie antwoorden: "De Heer heeft het nodig."'
32 De beide leerlingen gingen op weg en vonden het veulen, precies zoals Jezus had gezegd.
33 Toen ze het dier losmaakten, vroegen de eigenaars hun: 'Waarom maken jullie het los?'
34 Ze antwoordden: 'De Heer heeft het nodig.'
35 Daarna brachten ze het veulen naar Jezus. 
Ze wierpen hun mantels over het dier en lieten Jezus erop zitten.
36 Onderweg spreidden de leerlingen hun mantels voor hem op de grond uit.
37 Toen hij op het punt stond de Olijfberg af te dalen, begon de hele groep leerlingen vol vreugde en met luide stem God te prijzen om alle wonderdaden die ze hadden gezien.
38 Ze riepen: 'Gezegend hij die komt als koning, in de naam van de Heer! Vrede in de hemel en eer aan de Allerhoogste!'
39 Enkele Farizeeën in de menigte zeiden tegen Jezus: 'Meester, berisp uw leerlingen.'
40 Maar Hij antwoordde: 'Ik zeg u: als zij zouden zwijgen, dan zouden de stenen het uitschreeuwen.'
Zalig die het Woord van God horen en er gehoor aan geven!


Credo
: In antwoord op Gods Woord willen wij samen ons geloof belijden:
In antwoord op Gods Woord willen wij samen ons geloof belijden:

Wij geloven in God - Schepper van hemel en aarde.
Heer over alle machten

Die om ons van alle macht heeft afgezien
en in Jezus de prijs heeft betaald voor onze overtredingen.

Die in eenvoud tot ons kwam,
en werd verraden en vermoord - gekruisigd...

maar Hij overwon de dood!

Na drie dagen opgestaan ten leven
verscheen Hij aan vriend en vijand;

weer in Zijn hemels rijk terug zond Hij Zijn Geest
die ieder mens bezielen wil tot leven in de Heer.

Tot een geméénschap van heiligen,
door een doop, door vergeving van zonden,

tot leven in der eeuwigheid. Amen

Preek

GENADE ZIJ U EN VREDE VAN GOD ONZE VADER EN VAN JEZUS CHRISTUS, ONZE HEER.

>Tekst: Vrede in de hemel en eer aan de Allerhoogste. Lucas 19: 38c

Lieve vrienden,

Vandaag is het Palmpasen, en dat betekent dus dat de kerk in feeststemming is. Wel een beetje ingehouden natuurlijk. Want het is ook de eerste dag van de lijdensweek en in tegenstelling tot hen die met Jezus Zelf palmpasen vierden, weten wij al dat Hij op goede Vrijdag gekruisigd zal worden. Destijds echter deed Jezus als een koning Zijn intocht in Zijn hoofdstad Jeruzalem. In nog ongestoorde vreugde. Daar waren toen hoge verwachtingen mee verbonden. Eindelijk was de Messias gekomen. De ware koning van Israël die bevrijding zou brengen, vertoonde zich in het openbaar aan zijn volk! En vervulde daarmee een belofte van de profeten. Eindelijk!
Hij was gezeten op een jonge ezel en niet op een paard, en dat gaf de goede verstaander te kennen, dat hij de vrede voor de stad en voor de wereld met zich meebracht. Wat een vreugde!
Ieder mens hunkert naar vrede en naar bevrijding. Dat zien wij nog tot op de huidige dag op de televisie, wanneer de paus zijn zegen geeft 'urbi et orbi'. Dat is Latijn en wil zeggen, dat de vrede van Christus bestemd is voor de stad en voor de wereld. En de grote menigte die zich telkens weer verzamelt op het Pietersplein in Rome mag die vrede uitdragen naar haar verdere bestemming. De mensen worden van Godswege gezegend om anderen tot zegen te zijn en zo de zegen door te geven. 
Wie zegen ontvangt moet zegen verspreiden!

De Joden meenden  natuurlijk heel goed te zien wat die optocht naar de tempel wezenlijk betekende. Ze wisten uit hun Heilige Schrift welke rol de op het eerste gezicht zo gewone jonge man vervulde. Het was die van de Knecht des Heren, die op weg was naar de tempel, het huis van zijn Vader. Hij moest wel de zegevierende koning zijn, die zij al zo heel lang verwachtten.
De Romeinse bezetter daarentegen zag waarschijnlijk niets bijzonders. Een eenvoudige man die door een groepje enthousiaste mensen omstuwd werd. Er was erg veel opgewonden geroep en gezang, dat wel, maar er waren geen gewapende colonnes, kortom: Het was, zouden wij zeggen, veel geschreeuw en weinig wol!
Rondom Pasen, het grote volksfeest waarop de Joden hun nationale bevrijding en hun ontsnapping uit Egypte vieren, is het trouwens altijd onrustig in de hoofdstad, want mensen trekken er van heinde en ver heen, maar zoals gezegd: eigenlijk gebeurde er op dat ogenblik niets dat de bezetters reden tot ingrijpen had kunnen geven.

De hooggespannen verwachtingen van Jezus' aanhangers kwamen helaas niet uit.
Dat zal het Joodse volk wel zeer tegengevallen zijn. Gerard Reve, onze zelfverklaarde volksschrijver, verzucht in een van zijn boeken: Heer, dat koninkrijk van U, komt daar nog wat van?
(Een verzuchting die door verschillende schrijvers en dichters is overgenomen…)
Zo'n zin blijft je bij, al is de bedenker ervan al weer geruime tijd niet meer in leven. We vieren ondanks alles wel feest op Palmzondag, en kinderen trekken hier en daar rond met Palmpaasjes in de hand… Dat ziet er altijd heel leuk uit. Er hangt vandaag al iets van Pasen in de lucht, maar op Vrijdag zien we toch voor ons geestesoog het kruis van Golgotha, met Jezus daaraan vastgespijkerd.
De vreugde heeft dan de uitbundigheid verloren die zij vandaag op Palmpasen nog volop heeft. Reves vraag dringt zich naar voren: Heer, Uw Koninkrijk, komt daar nog iets van? Maar wij mogen dan wel twijfel voelen, het bijbelse antwoord is: Jazeker. God houdt Zijn belofte.

Echter bij het kruis van Golgotha stond een bedroefde moeder, Maria, en een bedroefde apostel, helaas maar één: Johannes. Alleen zij stonden er in al hun machteloosheid bij, verslagen en moedeloos. De overigen zaten ergens angstig verscholen. Zelfs Petrus, die eens gezegd had zo nodig met Jezus te willen sterven, ontbrak.

Zo'n ogenblik van verslagenheid en angst beleefde ook ik een dag of tien geleden. Bijna iedere dag ben ik tegenwoordig wat vroeger wakker dan mijn vrouw. Tegen de tijd dat ook zij vindt dat we moeten opstaan zet ik koffie voor ons beiden en als dat klaar is breng ik die bekers samen met de krant naar onze slaapkamer. Mijn vrouw vraagt dan wel eens of ik het Slechte Nieuws ook bij me heb, en dat grapje over het dagblad beantwoord ik dan gewoonlijk goedsmoeds. Maar op die bewuste dag kortgeleden sloeg ik een nummer van de krant open, dat zoveel akelige berichten van overal in de wijde wereld bleek te bevatten, dat ik moest ophouden met lezen. Ik kan mij gelukkig niet meer herinneren wat ik allemaal te verwerken kreeg, maar inderdaad: we kunnen maar beter eerst in ons dagboekje kennis nemen van het Goede Nieuws en de dag beginnen met een opwekkend woord van Godswege. 

2. Daarmee verdwijnt de boze wereld niet. Maar wel ontvangen we kracht van God door ons geloof. Hoe erg ook de kruisiging van een onschuldig mens is geweest, het is juist dàt gebeuren, dat ons spreekt over het breken van de macht die ons aardse leven voortdurend dwars zit, zowel buiten ons als in ons.
Het is duidelijk, dat ook de apostelen niet direct begrepen hebben wat de betekenis van Jezus' kruisdood was. En de Opstanding ging al helemaal hun begrip te boven. Dat laatste geheim zullen wij natuurlijk evenmin ooit doorgronden. Maar over dat eerste punt valt wel iets te zeggen, omdat de profeet Jesaja er over spreekt. Jesaja vermeldt immers met nadruk dat de Messias onze zonden op Zich heeft genomen. Wij lezen er in ons onverstand vaak plechtig overheen, maar wij zingen ervan als wij ons bij Jesaja's profetie aansluiten tijdens de viering van het Avondmaal. We zingen immers: Christus, o lam van God, die de zonden der wereld wegdraagt
Ons gezongen gebed wijst erop, dat wij hopen langs die weg de vrede te ontvangen, waarnaar wij verlangen.
Hoe gaat dat dan in zijn werk? Hoe neemt iemand andermans zonden van hem over?   
Tot mijn grote spijt kan ik u dit, ook na een lang leven van nadenken, nog steeds niet met zekerheid zeggen. Misschien helpt het een beetje als ik u herinner aan het vervagen van de grenzen tussen het mijn en het dijn als twee mensen elkaar zo liefhebben, dat ze in elkaar opgaan. Het geheim van de wederzijdse verbondenheid in liefde brengt ons tenminste gevoelsmatig wat dichterbij de woorden van Jesaja. Wie trouwt staat er niet meer alléén voor. Maar toch gaat deze profetie ons verstand te boven. Gelukkig hebben we niet alléén verstand maar ook gevoelens. Die  zijn eveneens erg belangrijk in ons leven. Ze geven ons nu en dan lust om te zingen. Dat tilt ons boven onszelf uit en brengt ons in de hemelse sfeer van het gezang der engelen in de eeuwige aanbidding, waarvan het Heilig, heilig, heilig getuigt, net als de engelenzang bij Jezus' geboorte.

Het gezang van de menigte bij Jezus' intocht reikt zelfs hoger dan de engelenzang. Het vrede op aarde van de engelen wordt in de mond van de zangers die optrekken naar de tempel tot een 'vrede in de hemel'. Zij prijzen de grote daden van God op aarde, die in Jezus' verkondiging van het Evangelie openbaar werden, en al zingend wordt hun duidelijk, dat de vrede, die de man van  Palmpasen voor hen zal verwezenlijken van God komt. Voor hen én voor ons gaat de hemel open, en wij beseffen dat het best al zingend, samen met de zangers in de optocht.
Luther, die zo graag aan tafel zong met zijn gezin, heeft dit meebeleefd en ons liedboek bevat liederen van Barnard en anderen die daarvan zo schitterend getuigen.
Wij voegen ons in die traditie der eeuwen met het zingen van psalmen en lofliederen, en met luisteren naar de kunstige zang die ons vanmorgen geschonken wordt door Lourens Wijma. Ja, zo wordt het feest! Zingende ervaren wij Gods nabijheid.
En wat we bezingen is geworteld in het woord van God, dat al door Jesaja gebracht werd. Zorgvuldig bewaard, eeuwenlang, maar zo verheven, dat we ook eeuwen nodig hebben om er iets van te begrijpen. Langs de weg van het zingen komen wij iets op het spoor dat ons in Gods geheim inwijdt. De Schrift werd destijds gezongen, en wordt dat nog steeds in de synagogen en bij de Oosters Orthodoxen. Dat weet u vermoedelijk wel.

Al zingend worden onze teleurstellingen opgenomen in het loven van God. Het nieuws uit de wereld is zelden opwekkend. Om niet te zeggen: het is elke dag even slecht. In ieder geval tempert het onze hoopvolle verwachtingen regelmatig.
Dat feit riep tenslotte een cruciale vraag bij mij op:

3. Is alles eigenlijk wel in orde met die verwachtingen van ons, van de discipelen en de Palmpasen vierende menigte?
Heeft die enthousiast juichende menigte wel of niet gelijk in haar idee, dat het verschijnen van haar Messias het einde is van de buitenlandse over-heersing en het begin van alleen maar nationale onafhankelijkheid? Was dat het wat God bij monde van de profeet Jesaja beloofd had? Ook aan onszelf moeten wij die vraag stellen. Steunen onze verwachtingen van de toekomst wel op Gods belofte? Of zijn onze ideeën over de wereld na Pasen maar illusies en fantasieën van eigen maaksel?

Laat ons eens aandachtig luisteren naar Jesaja 53. Daarin staat toch, dat de weg van de Knecht des Heren getekend wordt door lijden, en dat hij om onze zonden werd doorboord. Jezus maakt in de evangeliën Zijn discipelen  meermalen op die voorspelling attent. Maar het komt niet bij hen binnen. Misschien omdat de profeet in Jesaja 52:13 dadelijk aan het begin zegt dat Gods dienaar zal slagen, groots zal zijn en hoog verheven in aanzien. En daarna komen de woorden wie kan dit geloven? De discipelen kennelijk niet. In elk geval niet dadelijk. Zelfs niet terwijl Jezus hen er telkens met nadruk aan herinnert.
En wij zouden misschien ook liever een bevrijder hebben, die niet juist door zijn lijden overwint. Maar het is nu eenmaal zo dat de troostrijke aanvang van de profetie van Jesaja 52, dat de Knecht van de Heer zal zegevieren, niet op zichzelf blijft staan. Zoals op de blijde intocht van Jezus de kruisiging volgt, zo wordt de overwinningsbelofte in Jesaja gevolgd door de uitvoerige beschrijving van het lijden waaraan hij onderworpen zal worden. Onze zonden, waarvan de bij uitstek Rechtvaardige dienaar van God door zijn dood het onschuldig slachtoffer zal worden, zullen ons door God niet aangerekend worden, omdat Jezus het offer van Zijn leven voor alle mensen gebracht heeft. De beloofde bevrijding die de Messias schenkt is dus niet alleen nationaal. De hele wereld profiteert ervan: Joden en Romeinen en alle andere volken evenzeer.

En we worden dus bevrijd van alles wat als 'een in der eeuwigheid niet af te lossen hypotheek' de geschiedenis van de mensheid bezwaart. Dat is ons als toekomstmogelijkheid gegeven: collectief en individueel. De wereld en al haar boosheid omringt ons maar het offer, dat voor ons gebracht is geeft ons de bevrijding om ons leven zo in te richten dat wij een zegen kunnen zijn voor anderen, als wij ons tot God keren en zo Zijn zegen mogen ontvangen en doorgeven.
Zo sluiten wij onze eredienst aan God vandaag af om in de loop  van de week de naasten te zijn van hen, die onze diensten nodig hebben. En zo is er dan vrede in de hemel door onze navolging van Jezus' geboden.
Zo brengen wij eer aan God, nu de boze en zijn kwaad door de Messias overwonnen zijn.

Vrede in de hemel en eer aan de Allerhoogste! Amen.


Wij luisteren nu naar muziek: Zang door Lourens Wijma: Vergiß mein nicht, mein allerliebster Gott.
En wij mogen vertrouwen dat deze bede verhoord zal worden.


Vergiss mein nicht, vergiss mein nicht, wenn itzt der herbe Tod mir nimmt mein zeitlich Leben, du kannst ein besseres geben, mein allerliebst Gott; hör, wenn dein Kind noch spricht: Vergiss mein nicht, vergiss mein nicht!


Vergeet mij niet, mijn allerliefste God. Ach, luister naar mijn smeken, ach wees mij genadig als ik bang ben en in  nood. U mijn toeverlaat, vergeet mij niet!

Vergeet mij niet, als ooit de bittere dood mij mijn tijdelijk leven ontneemt. U kunt een beter geven, mijn allerliefste God. Luister als Uw kind spreekt: vergeet mij niet!


De wereld is wijd en Gods goedheid is groot;
vanuit ons aandeel mogen wij helpen en delen,
nu in de collecte, straks in ons leven van alledag weer op allerlei andere manieren.

Wij zingen na de collecte gezang 121: 1 t/m 4
Collecte onder het voorspel.


Hij wilde zich verlagen en daalde van zijn troon;
een ezel mag Hem dragen, Hem sieren staf noch kroon.
Hij wil zijn koningsmacht en majesteit verhullen,
om needrig te vervullen wat God van Hem verwacht.

Gij machtigen der aarde, 't is uit met Gods geduld,
zo gij Hem niet aanvaarden, Hem niet aanbidden zult.
Wie in hun trots en waan zich tegen Hem verheffen,
die zal zijn gramschap treffen, die doet Hij ondergaan.

Gij armen en verdrukten, wáár gij op aarde zijt,
gebeukten en gebukten in deze boze tijd,
houdt moed, Hij nadert al! Gij moogt uw Held ontvangen,
de Vorst van uw verlangen, met liedren zonder tal!


Gebed over de gaven
De Heer heeft Zich aan ons gegeven,
zo willen wij ons aan Hem geven:
met hart en ziel en leven.
Met de bede dat Hij ons en onze gaven aanvaardt tot eer van Zijn naam,
en dat Zijn liefde er in weerspiegeld moge worden.  Amen

Voorbeden

Laten wij danken en bidden:
Goede God, wij danken U voor Uw liefde.
Liefde voor ieder van ons, zoals wij hier zitten. 
Voor ons is Uw Zoon gekomen en gestorven. 
Help ons dan om Hem te ontvangen in ons leven, opdat Hij werkelijk daar troont en heerst. 
Opdat wij leven in Uw Geest van liefde en vertrouwen, en zo tot een zegen zijn. 

Goede God, wij danken U voor het leven van onze zuster Hanneke Andel, die veel voor onze gemeente heeft betekend. 
U hebt haar gekend, alle dagen van haar leven.
Wil haar familie troosten en steunen, nu zij zonder haar verder moeten. U weet van verdriet en gemis.
Maar door Jezus' dood is onze dood nooit meer tevergeefs. Houd haar en ons allen geborgen in Uw liefde totdat wij elkander wederzien op die grote dag waarop U alles in allen zult zijn.

Goede God, zo vaak roepen wij Halleluja voor de grote koning, maar hebben wij onrust, boosheid en verdriet in ons hart, om wat anderen ons hebben aangedaan, of om wat ze niet deden, terwijl wij er wel op hoopten. Help ons te zien hoe U diezelfde teleurstelling kent ten aanzien van ons, en ons toch vergeeft en genadig bent. Leer ons zo ook te leven.

Goede God, wij danken U voor onze leefwereld, waarin wij vrij zijn om U te loven en te zingen, en wij bidden voor de Christenen die hun liederen moeten fluisteren uit angst voor de buitenwereld. Wil hen allen sterken met geloof en met Uw nabijheid, allen die worden vervolgd om hun geloof of om hun natuur, hun wezen. En leer ons zo te leven dat wij samen met Jezus U kunnen aanbidden en loven als wij zeggen: 

Onze Vader, die in de hemelen zijt,
Uw Naam worde geheiligd.
Uw Rijk kome
Uw Wil geschiede, gelijk in de hemel, alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden,
gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren;
en leid ons niet in verzoeking
maar verlos ons van het kwade!


Zang door Lourens Wijma: Abide with me. 


Blijf mij nabij, wanneer het duister daalt.
De nacht valt in, waarin geen licht meer straalt.
Andere helpers, Heer, ontvallen mij.
Der hulpelozen hulp, wees mij nabij.

U heb ik nodig, Uw genade is
mijn enig licht in nacht en duisternis.
Wie anders zal mijn leidsman zijn dan Gij?
In nacht en ontij, Heer, blijf mij nabij.

Ik vrees geen kwaad, want bij mij is de Heer.
Tranen en leed zijn nu niet bitter meer.
Waar is uw prikkel, dood, wat dreigt ge mij?
Ik triomfeer, mij is de Heer nabij.


Zegen:

Godzelf gaat met ons het leven door, 
is ons tehuis voor altijd,
is onze krachtbron, onze inspiratie.
Onze Heiland gaat voor ons de weg ten leven, dwars door Zijn eigen dood heen.
Gods Geest gaat met ons mee,
van nu aan tot in alle eeuwigheid.
Onze Heiland gaat voor ons de weg ten leven, dwars door Zijn eigen dood heen.
Wees dan gezegend in de Naam 
van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.

Daarna dronken we koffie!

(Er waren véél mensen vandaag: 25 naast predikant en organist!)