* O, quanta qualia sunt illa sabbata
quae semper celebrat superna curia!
quae fessis requies, quae merces fortibus,
cum erit omnia Deus in omnibus...

 

Dienst ten geleide bij de uitvaart van
Anthony Alexander Adolf Eugène Alfonso Voerman
Verbi Divini Minister


          
* 5 maart 1921         te Utrecht
          24 december 2017 te Utrecht




Pieterskerk Utrecht
30 december 2017 11 uur


Ds. Catrien van Opstal, pastor loci: Michel Badry,
Orgel: Dick Duijst, zang: Edy ten Berge

 

Van 10 tot 10.50 kan men afscheid nemen in de Noorderkapel


10.55 u De klok gaat – men gaat zitten.

11 u. Muziek: Edy ten Berge zingt: Dank sei Dir, Herr!

Intussen brengen de kinderen de kist naar het laagkoor, waar deze staat gericht op het Oosten (vanwaar Jezus zal komen).    
4 kaarsen worden aangestoken aan de Paaskaars.



Voor alle liederen in deze dienst geldt dat het iedereen vrij staat om ze te zingen in de taal die men zelf prettig vindt.  Staande wordt nu gezongen:      

Auprès les sources de la vie               Dichtbij de bronnen van het leven
Jésus fait paître ses troupeaux ;         wijdt Hij Zijn kudden, onze Heer.
du berger la voix est suivie                De schapen en de bokken volgen
par les brebis et les agneaux :          
des Herders stem, steeds meer en meer.
allons à lui, nous qu’il convie             Komt naar Hem toe, die ons wil geven
auprès des sources de la vie.           
rust aan de bronnen van het leven.

Celui-là vit, ô Dieu ! qui t’aime,         Daar woont de mens, God, die U wil minnen,
car ne pas t’aimer c’est la mort ;      want U niet minnen, dàt is de dood…
il vit et son heure suprême              Wie mint die leeft, en ‘t allermooiste
est sa paisible entrée au port.          is vredig in gaan door de poort. 
Puisqu’en aimant tu vis toi-même,    Want wie bemint die ziet zichzelve,
celui-là vit, ô Dieu ! qui t’aime,         Daar woont de mens, God, die U wil minnen!

La foi doit se changer en vue ;          ‘t Geloof moet uitzicht bieden op inzicht,
une autre aurore suit le soir :           
een ander morgenlicht volgt op de nacht :
ainsi la grâce est attendue,                zo wordt verwacht dan de genade,
ainsi la gloire est notre espoir.           zo is de heerlijkheid onze hoop.
Regardons plus haut que la nue         Kom, kijk toch hoger dan de hemel,
et que la foi se change en vue !        en laat geloof in zicht verkeren.

Men gaat zitten.

Voorganger:
Inleidend woord. 

Gea, vrouw van Ton, Parel, Betty, Tonio en Laetitia, kinderen van Ton, René, Ferry, Diana en Barend, schoondochter en schoonzoons van Ton, Mik, Cathy, Tisha, Carlos, Alessandra, Amber, Charlotte en Pieter, kleinkinderen van jullie opa Ton, 
en u allemaal, gemeente van Christus, vrienden, buren, mensen uit allerlei kerken, u allen bij wier leven Ton hoorde.

Wij zien hem voor ons. Rechtop, zo zie ík hem voor me. 
Dat is voor mij het meest karakteristieke aan hem; zijn hoofd altijd geheven-zijn fijngesneden gezicht. 
Wat was er om hem heen, aan hem, in hem? Waardigheid, zijn intellect dat van hem afstraalde, zijn hoffelijkheid, beschaving, fijnzinnigheid, zijn kennis en eruditie, scherpzinnige humor, altijd zijn hoofd erbij.         
Als ik jullie ontmoette, onderweg of in de kerk, was er direct een inhoudelijk, interessant gesprek. 
Aan de oppervlakte bleef het nooit. Ook in de rolstoel verloor hij niets van zijn waardigheid.
En u vult aan wat u in hem hebt gezien.
Wij gedenken hem met elkaar maar voor alles voor het aangezicht van God. 
Want daar leefde hij, heel bewust: voor Gods aangezicht.
Daarom:

Onze hulp is in de naam van de Heer,
die hemel en aarde gemaakt heeft
die trouw houdt tot in eeuwigheid
en niet laat varen het werk van zijn  handen.
Allen: Amen

Enkele mensen zullen (kort) iets zeggen.

1 ds. van Opstal: curriculum vitae 

In vogelvlucht zijn levensloop…
Waar komen die vele voornamen van Ton vandaan, Anthony Alexander Adolf Eugène Alfonso, die alle vijf worden samengevat in zijn ene korte roepnaam: Ton? 
Ton was enig kind van oudere ouders. Zijn moeder vernoemde hem naar grootvaders en naar voor haar belangrijke mensen, die ze tijdens haar reizen over de wereld had ontmoet. Zo kreeg hij al werelden mee.
Ton had een goede jeugd, vertelde Gea, met veel vrijheid. 
Vanaf zijn 13e woonde hij op het Geertebolwerk. 
Het huis waar hij ook gestorven is en opgebaard lag, bijna naast de piano die hij als jong kind al kreeg. 
Pianospel: zijn grote liefde. Een carrière als concertpianist had tot de mogelijkheden gehoord. Ton koos de rechtenstudie. 
De muziek bleef zijn hele leven een prominente rol spelen!
Onderdeel van de rechtenstudie was de rechtsfilosofie. 
Daar werden de wezenlijke vragen gesteld! 
Dat voerde hem verder naar de theologie. 
Want daar worden de wezenlijke vragen nog indringender gesteld, voor Gods Aangezicht. 
Afgestudeerd in de rechten, wilde hij met theologie door.
Aan het einde van de oorlog, toen studeren niet tot de mogelijkheden behoorde, volgde hij eerst privé –lessen Russisch. 
Daar leerde hij Beppie Gutteling kennen. Beppie heeft Duits gestudeerd. Ze waren 10 jaar een paar, terwijl Ton na de rechten theologie studeerde en bij de Spoorwegen een halve kantoorbaan had om zijn studie te financieren. 
Daar had hij veel met vertaalwerk te maken en begon aan zijn andere carrière: het aanleren van talen. 
Hij kende er uiteindelijk 25 sprekend en 48 (waaronder die 25) kon hij begrijpen.
Door contact met de bekende Dr. Visser ’t Hooft van de oecumenische beweging deed hij een stage in Noord-Ierland. 
Daarna begon hij in Spanje en gaf les bij de opleiding voor protestantse predikanten in Madrid. 
Het was hetzelfde jaar, 1954, waarin hij en Beppie trouwden.
Totaal onverwacht overleed Beppie 16-1-1956. Naast deze onbeschrijfelijke klap, een trauma in zijn leven mag je wel zeggen, moest hij ook zijn werk in Spanje opgeven, omdat de grond hem, in die Francotijd, in die Protestantse theologie, te heet onder de voeten werd. 
Terug in Nederland werd hij eerst een korte periode ziekenhuispredikant en vervolgens predikant in de krijgsmacht in Breda. 

Overal waar Ton werkte had hij meteen makkelijk contacten en ontstonden vriendschappen.

In 1962 maakte hij de overstap naar het studentenpastoraat aan de VU. 
Hij was geliefd, en velen kwamen bij hem belijdeniscatechisatie volgen. 
Het was daar dat Gea en hij elkaar leerden kennen, zij toen als student biologie. Ook zij volgde belijdeniscatechisatie bij hem. 
In 1965 trouwden zij, waarna al spoedig de kinderen geboren werden.
Ton was weer gaan werken voor defensie, nu in het Militair Hospitaal in Utrecht. En daar bleef hij tot zijn emeritaat, en dat is met 55 jaar in het leger. Pastoraat en prediking, dat was voor hem de essentie van zijn ambt. En voor dit ambt heb je bijbelstudie nodig. Door dit werk kwam hij ook regelmatig in het buitenland, om daar militairen te bezoeken en alle anderen die hij nu hij toch in de buurt was, tegelijk ook maar opzocht. Hij genoot van zijn werk, maar thuis was hij niet veel, ook omdat hij ’s avonds vaak weer op zijn post moest zijn in de mess. Na zijn pensioen gaf hij les aan een IVO-MAVO in Leidschendam. (En hij werkte in de Lutherse Rogatekapel in Amsterdam-Oost. GVvH)
Hij was ook lid geworden van het bestuur van de Bond Zonder Naam. 
En al ver voor zijn huwelijk met Gea was hij actief in het bestuur van de stichting Het Evangelie in Spanje.
Werken, spreken over Bijbel en geloof, het had zijn hart.
Door de oecumenische contacten, overigens al in 1958 in zijn Bredase tijd, had hij kennisgemaakt met Lourdes. 
Hij wilde het wel eens met eigen ogen zien. Het is zijn, in jullie leven een belangrijke plek gebleven voor hem. 
De saamhorigheid, het geloof, de liederen en de kameraadschap daar.

Over oecumene gesproken. 
Tons moeder ging ter kerke hier in de Eglise Wallonne, zijn vader was van orthodox Hervormde huize, maar had er verder niet actief iets mee… Ton ging wel met zijn grootvader naar de Jacobikerk.
Door zijn werk in de krijgsmacht had Ton collega’s van verschillende achtergrond. 
Ook raakte hij in Breda betrokken bij de Lutherse kerk, waar hij menigmaal voorging in de dienst, zoals later ook in Heusden en Utrecht en vele andere gemeenten. (En ik sta hier ook als Luthers predikant!) 
Na zijn emeritaat heeft Ton zich nog in gezet voor voornoemde Stichtingen. 
Hij raakte ook zeer actief betrokken bij de Waalse gemeente alhier, waar hij tot op zeer hoge leeftijd deel uitmaakte van het Consistoire.
Theologie en Bijbeluitleg bleef zijn hele leven een prominente rol spelen. Tot op zijn sterfbed, zou ik bijna zeggen. 
Samen met Gea leefde hij van die woorden. 
Jullie namen dagelijks de Efemeriden van Piet van Midden tot jullie, die elke dag een stuk Hebreeuws vertaalt en van interessant commentaar voorziet. 
Tot voor een jaar ging Ton nog voor in diensten. Omdat hij dat staande niet vol kon houden, gebeurde dat zittend. 
Ook zo sprak hij met het gezag van zijn ambt. 
Ja, niet voor niets staat op zijn rouwkaart Verbi Divini Minister. Dat was hij in hart en nieren. 
Hij wist zich geroepen. Het heeft zijn leven vervuld.


2 Parel

Mijn vader zei vaak, in het Frans, dus ik zeg het ook in het Frans: On n’est heureux, qu’au sein de sa famille
Het betekent, vrij vertaald, je bent het meest gelukkig bij je gezin. 
Ik lees u een brief voor die ik mijn vader schreef bij zijn 90ste verjaardag.

Lieve papa, Gefeliciteerd met uw verjaardag!

Ik wil van deze gelegenheid gebruik maken om u te vertellen hoe blij ik ben met u als vader…
Ik vind u heel bijzonder! Het feit dat u over zoveel kennis beschikt, zoveel talen spreekt, een grote belangstelling voor de ontwikkelingen in de wereld heeft, en ondanks dat alles nog steeds niet uitgestudeerd bent, inspireert mij om mijzelf te blijven ontwikkelen.

Een van mijn favoriete jeugdherinneringen is dat ik in bed lig, al half in slaap, wegdromend op de muziek die u beneden op de piano speelt, en de liederen die u zingt, zoals de Erlköning bijvoorbeeld. Dat was een heel dramatisch stuk, waarbij een koning door een woud racet, en mijn vader speelde dat heel dramatisch!

Een andere is dat ik in bed lag te luisteren naar de bulderende lachsalvo’s van mama en u, terwijl u naar “Soap” lag te kijken, heerlijk om met een lach in slaap te vallen!
Uw gave om in elke situatie met alle mensen een prettig gesprek te kunnen voeren, uw trouw aan vrienden en kennissen, uw belangstelling voor uw familieleden en de liefde voor uw kinderen en kleinkinderen vind ik altijd hartverwarmend!
Ik vind het altijd heel fijn om u te spreken: de lange telefoongesprekken van de afgelopen jaren heb ik altijd heel gezellig gevonden! Ook om u te horen preken vind ik fijn: u blijft interessant en boeiend.
Ik ben u dankbaar voor de normen en waarden die u mij heeft bijgebracht, voor de muziek die ik dankzij u ken, en voor het feit dat ik uw dochter ben!

Fijne verjaardag, ik hou heel veel van u!


3 Betty

Lieve papa, 

Als geen ander bezat u de gave om de mensen om u heen het gevoel te geven dat ze bijzonder waren.
Ons, uw dochters, plaagde u altijd liefkozend met de opmerking: 'Ik heb drie dochters, één is de mooiste, één is de wijste en één is de liefste, maar ik zeg lekker niet wie. U paste uw gevoel voor humor altijd aan aan de ontvanger en de omstandigheden.
Wat zal ik die ondeugende twinkeling in uw ogen en uwe schalkse lachje missen, papa.
Ik heb veel van U geleerd, en ik hoop dat ook nog over te dragen op iedereen die in mijn omgeving is.


4 Marjolein (zus van Gea) …

Lieve Gea, toen jij mij dinsdag vroeg of ik vandaag nog iets over Ton wilde zeggen, leek het alsof er een dam doorbrak met allemaal herinneringen en gedachten aan Ton.
Ton, die intelligente, beschaafde, ontzettend vriendelijke, prettige man. Maar ook de gebeurtenissen: jullie verloving, jullie huwelijk,
(het huis op het ‘s Gravesandeplein, Ton daar in de keuken de systematiek van de glazen-, servies-, zilver- en pannentheedoeken uitleggend,) onze vakantie op Vlieland, waar Ton de volle twee weken plat op bed moest blijven liggen, Ton als kersverse trotse vader met Parel in zijn armen, mijn jaarlijkse etentjes met Ton, (die gaan wij nu samen doen, Gea), zijn verhalen over zijn werk, vooral als predikant in het Militair Hospitaal, over de Mess, maar ook over zijn ervaringen als leraar op een mavo-vmbo-school. Godsdienst en maatschappijleer geven op een Mavo-school. Dan heb je echt heel veel in je mars!         
Er zijn zoveel herinneringen uit die afgelopen 53 jaar dat alles wat ik zeg te weinig is en Ton niet voldoende recht kan doen.
Een van die eerste herinneringen, en dat is binnen de eigen familie een heel bekende, dat  is het eerste etentje bij ons thuis in Alkmaar, waarbij Ton een grote schaal worteltjes voor zich zag staan, een van de groentes die hij verafschuwde. Hoffelijk als altijd zei Ton welwillend:  dat is heel goed eten. Dit werd volledig verkeerd opgevat. Mijn moeder heeft jaar na jaar na jaar bij elk familie-etentje worteltjes op tafel gezet, omdat, zei ze dan altijd tevreden: daar houdt Ton immers zo van.         
Heel goed eten heeft bij ons inmiddels dus een heel andere betekenis gekregen.         
Ton wist razendsnel zijn plaats in de familie en de verdere familie in te nemen. Hij gaf zich ten volle over aan onze sinterklaastraditie, iets dat in jullie gezin later uitgebreid voortgezet werd. Hij was aanwezig bij elke belangrijke gebeurtenis in de naaste familie, maar ook in de verdere familie, zelfs toen zijn gezondheid dat eigenlijk niet meer toeliet, maar Gea hem altijd kon brengen.
Hij hield van de familie en wij, de familie, hielden van hem.
Ton was intelligent, belezen en bereisd en bovendien gezegend met een enorm geheugen. Als je bijvoorbeeld vertelde dat je in Rennes geweest was, zei hij meteen enthousiast: o, maar dan heb je vast het marmer aan de voorzijde van het altaar in de kathedraal wel gezien. Dat is geschonken door paus Pius IX en komt uit het Forum Romanum. Daarna pakte hij, uit de 80 fotoboeken die in de voorkamer stonden, feilloos dat ene fotoboek, waarin een ansichtkaart of foto van dat altaar stond.       

Ton was ontzettend goed  op de hoogte van alle ontwikkelingen in het verre Oosten, het nabije Oosten en het Midden-Oosten. In mijn jonge jaren was ik daar niet zo heel erg van onder de indruk, in elk geval niet zoals nu, en wilde als 18-20-jarige graag de discussie met hem aangaan.
Discussiëren met Ton was iets heel speciaals. En dat is heel leuk: dat kunt u achteraan niet zien, maar iedereen hier vooraan knikt. Als hij het niet echt helemaal met je eens was, zei hij dat niet direct, maar stuurde hij het gesprek zo soepel een andere kant op, dat je pas na een paar minuten verbijsterd dacht: maar hier hàdden we het toch niet over?
Hij kon dat feilloos! Enkele minuten later kon hij dan nog wel eens zijn eigen visie geven op het eerdere gespreksonderwerp.
In mijn geheugen gebeiteld staat een van die gevallen.
Dat waren zijn bespiegelingen, begin jaren 70, over de ontwikkelingen in het China van Mao. Zijn denkbeelden weken volledig af van alles wat daarover in die tijd in het nieuws kwam.  Decennia later bleek echter dat hij in vrijwel alles exact gelijk had. Datzelfde gold ook voor de ontwikkelingen in de Arabische landen.

Zoals ik al zei: Ton hield van de familie, maar van jullie Parel, Betty, Tonio en Laetitia hield hij op een heel bijzondere manier. Waar vrijwel alle ouders wel eens een momentje met hun kinderen hebben, leek dat bij Ton niet het geval te zijn. Hij was gelukkig met jullie, precies zoals jullie waren en uitte heel vaak zijn blijdschap over het feit dat jullie zijn kinderen waren en ook zijn dankbaarheid voor jullie liefde en aandacht. Dat gold ook voor de kleinkinderen en partners. Zijn gevleugelde uitdrukking was: het zijn lieve kinderen, allemaal en ze zijn heel goed voor mij. Dat zei hij zo vaak!
Parel zei het net al en de dominee ook: Ton was een absoluut talenwonder. Het aantal talen dat hij kende, Gea heeft het genoemd, was bijna ongelimiteerd. Spaans, Frans, Duits, Engels, Russisch, enkele Arabische talen, wat Chinees. Op 80-jarige leeftijd heeft hij Roemeens geleerd, zodat hij in Roemenië, waar Ton en Gea naar toe gingen met een hulptransport (vanuit deze kerk! GVvH) een preek kon houden in de landstaal. 3 jaar geleden begon hij nog met het leren van Pools.
Ton liet zich nooit voorstaan op zijn kwaliteiten en schepte nooit ergens over op, een uitzondering daargelaten. En dat was jij, Gea. Herhaaldelijk had hij het tegen mij, en tegen mij kon, omdat ik je zus ben en het dus in de familie bleef, over jouw intelligentie en scherpe geest, hoe jij nieuwe inzichten had en gaf en ook zijn denken scherpte.  Over zijn liefde voor jou had hij het tijdens onze etentjes en later kwam daar zijn waardering bij voor jouw niet aflatende zorg. Meer dan terecht. Jij hebt steeds naast en achter hem gestaan, en de laatste jaren soms ook pal voor hem als je dacht dat dat nodig was, en hebt hem constant met jouw zorg en aandacht en steun omringd.
Denken aan Ton is dus eigenlijk denken aan Ton en Gea. .
Tot slot, Ton was aimabel, hij was hoffelijk, hij was intelligent en wijs, soms ook wat eigenwijs, belezen, aandachtig, betrokken, humoristisch en beschikte over een immense Ausdauer, maar meer dan dat alles was voor mij persoonlijk het feit dat Ton je altijd het gevoel gaf gezien te worden, op een liefdevolle manier gezien te worden en geaccepteerd te worden; en dat is een van de mooiste geschenken die een mens een ander kan geven.


5 ds. Wout van Laar (voorzitter stichting Het Evangelie in Spanje.)   

Onlosmakelijk verbonden met de persoon van ds. Voerman is zijn grote passie voor Spanje. In 1954, – ik ging net naar de lagere school – , werd de jonge ds. Voerman uitgezonden als directeur van het Seminarie van de IEE in Madrid. Twee jaar leidde hij predikanten op. Het was in de donkere tijd onder Franco. Een korte en intensieve werkperiode, waaraan abrupt een einde kwam. Niet alleen werd zijn eerste vrouw Beppie Gutteling van zijn zijde weggerukt. Ook zette het dictatoriale regiem ds. Voerman onder bedreiging het land uit.
Zijn intense betrokkenheid bij Spanje en het Protestantisme aldaar is nooit verflauwd. Na terugkeer werd Ds. Voerman lid en al gauw voorzitter van het bestuur van de Vereniging Het Evangelie in Spanje. Decennialang heeft hij intens meegeleefd met de Protestantse kerken in Spanje. Vanuit een oecumenisch perspectief volgde hij onvermoeibaar de ontwikkelingen in kerk en samenleving. Altijd zag hij nieuwe uitdagingen.
Nooit ontbrak hij op de synodevergaderingen. Talloos waren de bezoekreizen aan lokale kerken. Het ging hem niet alleen om materiële, maar vooral ook om geestelijke ondersteuning, waarbij ds. Voerman een scherp oog had voor mensen in de knel. Het onderhouden van persoonlijke contacten stond centraal. Tot het laatst, toen reizen hem onmogelijk werd, bleven zijn gedachten en gebeden en bij de broeders en zusters in Spanje.
Als ik in deze dankdienst voor het leven van Ton Voerman hem mag typeren, grijp ik terug naar woorden die ik sprak bij zijn 60-jarig ambtsjubileum: voor mij was Ton een man met een sterke spirit. Of liever in het Frans, de taal waarin hij zo graag voorging: vol 'esprit'. Zijn geest en ziel waren op tenminste zevenvoudige wijze aangeraakt door Gods goede Geest. De Geest van zijn Heer: Jezus Christus. Ton Voerman onderscheidde zich door:
Een geest van wijsheid, waarbij eruditie, praktische levenswijsheid en vreze des Heren overtuigend samengingen.
Een geest van schranderheid: die gaf hem helderheid van denken en een scherp verstand tot op zeer hoge leeftijd.
Een geest van vurigheid. Lauwheid en middelmatigheid waren hem vreemd.
Een geest van nederigheid, of beter: humilitas. In dat Latijnse woord herken je het woord 'humus'- aarde, grond. Ton stond met beide voeten op de grond. In een nuchtere inschatting van zijn gaven en grenzen.
Een geest van simplicitas. Ton was een man van oprechte één-voud. Een mens uit één stuk, zoals van oudtestamentische vromen als Noach, Abraham, David en Job wordt gezegd: 'tamiem'- , dat is bij alle lek en gebrek uiteindelijk op één enkel doel gericht: op de heiliging van de Naam.
Een geest van humor. Die gedurige twinkeling in de ogen, die bevrijdende lach waarmee hij wist te relativeren, waardoor hij anderen en zichzelf bemoedigde juist ook in tijden als hij het zelf niet te breed had...
Een geest van perseverantia, volharding. Hij hield het maar vol, bleef maar doorgaan! Ondanks zijn fragiele gezondheid, de perioden van benauwdheid. Had dat geheim van die 'Ausdauer' niet te maken met zijn afgestemd zijn op het ritme van de liturgie, op de teksten die de lofzang gaande houden?

Lieve Gea, over perseverantie gesproken: hoe zou Ton overeind gebleven zijn, zeker in de laatste zorgintensieve jaren, zonder de gedurige en liefdevolle ondersteuning van jou als levensgezellin, de vrouw die nimmer van zijn zijde week? Zelfs als jij zelf op het punt stond om te breken, hield je het vol, gracias a Dios! Ongekend zal het gemis, de stilte zijn om nu zonder zijn aanwezigheid de weg te moeten vervolgen.
Namens het bestuur van de Stichting Het Evangelie in Spanje, en -ik ben ervan overtuigd - namens heel veel broeders en zusters uit de IEE (vandaag hier vertegenwoordigd door ds. Alfredo Abad – voorzitter van de synode), namens hen allen bid ik jou samen met de kinderen en de kleinkinderen van harte toe dat de Ruach, de Geest die Parakleet, Helper wordt genoemd, jullie in alle gemis en verdriet zal omgeven met háár troostvolle aanwezigheid.
Wij gedenken Ton Voerman in grote dankbaarheid. Zijn gedachtenis zal zowel in Spanje als in ons land velen tot zegen zijn. Ton, rust in vrede, tot op de dag van de opstanding.



6 Hans Wiggers (Lourdesganger)

Ik leerde Ton voor het eerst kennen in de trein, 41 jaar geleden in 1976. 
Als dienstplichtig militair was ik op weg naar Lourdes met de militaire bedevaart. In die trein ontmoette ik dus.....een dominee. 
Dat was al bijzonder, het geeft aan hoe Ton was: ook geïnteresseerd in geloofsbeleving buiten zijn eigen religie.
Ton was mee als geestelijk verzorger van Defensie, als dominee van het militair hospitaal in Utrecht. 
We hebben veel gesproken en veel van Lourdes gezien. Ton maakte indruk op mij.
Wat er gebeurt en gebeurde in Lourdes was voor ons aanleiding om als het even kon elk jaar met de militaire bedevaart naar Lourdes te gaan.

Tijdens die reis of de volgende hebben we de dominee uitgekleed.... ook dat kan in Lourdes. 
Dat wil zeggen wij hebben hem zijn uniform uitgetrokken omdat hij met FLO ging bij defensie.
(Functioneel Leeftijds- Ontslag)
Gelukkig had hij de gewone kleren onder zijn uniform aan!

Ton was iemand die door zijn manier van doen, heel vriendelijk maar tevens gedecideerd, mensen dingen kon laten doen die een ander niet voor elkaar kreeg.
Toen tijdens een van de bedevaarten een van de pelgrims in het hospitaal belandde hadden we een probleem. Lourdes ligt in Frankrijk en in Frankrijk spreken ze alleen Frans, en geen andere talen, ook de artsen niet, dus dat is lastig communiceren. 
Dus zetten wij het geheime wapen van de luchtmacht in: Ton.
Hij kwam naar het ziekenhuis, ik zie hem nog zo staan in zijn blauwe uniform met die lange blauwe jas erover heen, hij sprak vloeiend Frans, charmeerde iedereen en werd zelfs aangesproken met: Mon Général. 
Er gebeurden dingen die we 5 m
inuten geleden nog voor onmogelijk hielden.

In latere jaren werd de trein naar Lourdes vervangen door een dag- en een nachtbus.
Afhankelijk van de bus duurde de reis naar Lourdes een of twee dagen.
Ton en Gea hadden een vaste plek in de bus: links voorin achter de chauffeur. 
Van daaruit kon Gea heel veel foto’s maken en Ton kon uitleggen en vertellen wat we onderweg allemaal zagen en wat voor een kerk dat was etc. etc.
Hij kon ook zijn kranten in het Frans of een andere taal lezen.

Gezien de lange reis ging ik met nog een paar medereizigers puzzels en cryptogrammen oplossen. Dat ging natuurlijk gepaard met enige conversatie. Het werd stiller naarmate we weer eens een omschrijving niet konden oplossen. Dan ging ineens de krant van Ton naar beneden en hoorden we, trefzeker, het juiste antwoord.

Zo was hij, scherpzinnig, belezen en hij had ook een groot Weten.

Bij een van de bezoeken die Ton en Gea ons brachten, het was denk ik op mijn verjaardag, bleek eens te meer dat Ton dingen kon veranderen en deuren kon openen die voor anderen gesloten bleven.
Ton vertelde dat hij een keer In Oosterbeek moest voorgaan bij een begrafenis.
Dus pakt hij in Utrecht de trein naar Arnhem. In de buurt van Ede-Wageningen vroeg de conducteur waar hij heen moest en Ton antwoordde: naar Oosterbeek. Het bleek dat Ton in de Intercity zat en deze stopt niet in Oosterbeek. 
Dit betekent dus uitstappen in Arnhem, de bus nemen naar Oosterbeek, dan nog een stuk lopen en met als resultaat hij waarschijnlijk veel te laat zou komen.
Maar Ton is niet voor een gat gevangen. Dus hij ging een gesprek aan met de conducteur en het Ton-effect ging werken.
De conducteur vroeg Ton om voorin in de trein te gaan zitten en zei dat hij de trein even zou laten stoppen in Oosterbeek, Ton snel eruit en de trein ging weer verder. De conducteur kon zo’n dominee van hoge leeftijd niets weigeren. Ook dit kreeg Ton voor elkaar. Ook die deuren gingen voor hem open.

Dit zijn zomaar wat herinneringen aan Ton en Gea.
Een zeer bijzonder iemand in je leven ontmoeten gebeurt bijna nooit.
Het was een groot voorrecht dat ik hem mocht kennen. Het waren altijd fijne contacten, geestelijke steun.
Hij was belezen, had een grote kennis en een discussie kan je niet van hem winnen.

Het is fijn te weten dat Ton nu is waarnaar hij altijd verlangde.
Rust zacht Ton! Vaarwel!


7 Ds. Alfredo Abad Heras voorzitter van het Dagelijks Bestuur van de Iglesia Evangélica Española

Querida Gea, chère Gea, chère famille.
Chers sœurs et frères en Jésus-Christ. 
Pour nous en Espagne l’expérience partagée avec Antonio c’est élargie dans le temps.
On a vécu avec lui la dictature, la persécution, dont il a été en communion fraternel très étroit avec nous. 
Il a vu comme notre église a pu sortir de la dictature ; mais lui, avec votre support familial, et avec le support de l’Evangelie in Spanje, il a été un de nos colonnes. 
Surtout parce qu’il a laissé une trace. 
Lorsqu’on a eu la nouvelle en Espagne, je vous ramène les salutations de chaque petit coin. 
Des pasteurs comme Samuel Arnoso, Julio Roberto, Joel Cortés, l’ancien président, tout le monde a réagi, tout le monde le connaissait. Même plusieurs années après qu’il ne put plus venir à Espagne, à cause de la maladie. 

Mais il y a beaucoup de chaleur, parce qu’il a laissé cette trace et c’était une trace fraternelle. Pour nous, vous avez parlé de son intelligence, de son humeur, et l’homme qu’il était, pour nous il a été une partie de notre famille protestante en Espagne. 
Parce qu’il ne connaissait pas seulement nos institutions, et les structures, il il ne connaissait pas seulement les personnes de responsabilité aux synodes, mais il connaissait chaque pasteur dans son foyer. Chaque communauté dans son culte. 

Il a les visité avec Gea, il les a visité pour le travail pour l’évangile en Espagne, il a visité les communautés et les a portés dans le cœur. Pour nous, c’est une large fraternité qu’on a partagée avec lui, et lui, il va nous manquer. 

Ainsi on faut remercier à la famille, parce que pour nous que vous l’avez partagé avec nous, c’est un cadeau, un cadeau immense, que Dieu a fait pour vous, mais qu’il a fait aussi pour nous.
On espère pouvoir à suivre la trace d’hommes, des femmes, comme Antonio, comme Gea, comme ceux qui sont dévoués à la mission, au travail, la fraternité, la solidarité, parce que cela n’est pas seulement une aide. 

Mais ce sont les liens qui nous aident à nous tenir dans les difficultés et dans les adversités. 

Antonio il a été un lien fort. 
Merci à Dieu, merci à vous.    

     
Gebed (Gea)

Goede God, nu wij hier in Uw Aanwezigheid zijn met wat ons nog even herinnert aan Ton, van wie we zoveel hielden en houden, vragen wij U om ons te helpen hem los te laten, in het vertrouwen dat hij bij U in goede en liefdevolle handen is. 
Ons hart wil hem vasthouden, onze emoties spartelen tegen, maar wij weten dat hij er zelf naar verlangde om bij U te zijn. 
Wij danken U, mét hem, voor zijn leven. 
Wij danken U ook voor al die mensen die op allerlei manieren er toe hebben bijgedragen dat hij zo lang een rijk en zinvol leven mocht leiden.
Zoals U hem vasthoudt en opvangt in Uw liefde, wil zo ook ons vasthouden en liefhebben. 
Voor alle dingen die in zijn leven en in ons leven verkeerd waren vragen wij U:

Heer, vergeef ons al wat wij mis-deden.

Allen: en laat ons weer in vrede leven. Amen.

V: Zo lief had God deze wereld, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt,
en eeuwig leven hebben mag!

Laten we de Heer aanroepen om ontferming met de nood van deze wereld, - die is groot -
maar laten wij dan ook Zijn Naam prijzen,
omdat er aan Zijn barmhartigheid geen einde komt!

Allen:

Gebed om de Heilige Geest. Ds. van Opstal.

Eeuwige, God van mensen, onze God,
wij bidden tot U, nu wij in dit uur van afscheid zijn.
Het is ons vreemd te moede,
herinneringen spelen door ons hoofd en hart,
verdriet om hem en dankbaarheid om wat er was, lopen door elkaar…
Dan weer zien wij hem voor ons in zijn benauwdheid, zijn uitputting, dan weer in zijn kracht.
In deze kerk, die hem zo lief was, leggen we alles aan U voor,
dragen wij hem aan U op in deze dienst.
En wij bidden: wees met ons met uw Heilige Geest,
die goede Trooster,
uw Geest die Vuur is en onze kilte verwarmt,
die vrije vogel, die waait waarheen hij wil en uw woord open blaast.
Dat we in woorden, gebeden en liederen en daar doorheen,
dichtbij U zijn en dichtbij Ton.
En dichtbij onszelf.        
Zo bidden wij door Jezus Christus onze Heer en broeder, 
die met U en de Heilige Geest leeft en regeert nu en tot in eeuwigheid.
Amen.

Inleiding op de lezing:  

Tonio leest ons voor uit het Evangelie. 
Wij zitten midden in de kersttijd, maar het Evangelie, dat Gea en Ton kozen, brengt ons op Golgotha. 
Jezus aan het kruis.  

Lezing: Lucas 23: 38-43  NBV.

38  Boven hem was een opschrift aangebracht:     
‘Dit is de koning van de Joden’.        

39  Een van de gekruisigde misdadigers zei spottend tegen Hem: ‘Jij bent toch de Messias? Red jezelf dan en ons erbij!’
40  Maar de ander wees hem terecht met de woorden:
Heb jij dan zelfs geen ontzag voor God nu je dezelfde straf ondergaat?
41  Wij hebben onze straf verdiend en worden beloond naar onze daden. Maar die man heeft niets verkeerds  gedaan.’
42  En hij zei: ‘Jezus, denk aan mij wanneer U in Uw koninkrijk komt.’
43  Jezus antwoordde: ‘Ik verzeker je: nog vandaag zul je met mij in het paradijs zijn.’       

Psalm 90: 1, 3, 8    / psaume 90: 1, 2, 5

 

Here God, Gij wendt het mensenleven                Mais tu nous fais retourner dans la terre,
om het weer aan het stof terug te geven.           et tu nous dis : rentrez dans la poussière !
Gij zegt: Keer weder,  mensenkind, keer weder. Mille ans pour toi sont un jour qui s’efface.
Want duizend jaren, Gij ziet op ze neder            Comme au réveil un songe qui l’on chasse,
als op een
nachtwaak, zij zijn in Uw oog             l’homme n’est rien que la fleur d’un matin
gelijk de dag van gist’ren die vervloog.               dont la beauté n’a pas de lendemain.

Laat, Heer, Uw volk Uw daden zien en leven       Qu’à nos regards ta victoire apparaisse,
en laat Uw glans hun kinderen omgeven.            redonne aux tiens des jours pour l’espérance,
Zie op ons neer met vriendelijke ogen.                autant de joie qu’ils ont eu de tristesse ;
O God, bescherm ons in ons onvermogen.           nous chanterons des chants de délivrance.
Bevestig wat de hand heeft opgevat,                   Que ta beauté éclaire nos chemins ;
het werk van onze hand, bevestig dat.                viens affermir le travail de nos mains.

Gea over het werk van de handen. (Ps. 90 eind)    
Genade zij U en vrede van God onze Vader, en van Jezus Christus, onze Heer en Heiland, door de
Heilige Geest.

We hebben net psalm 90 gezongen, die had Ton, papa, opa zelf uitgezocht.
In grote-mensentaal staat daar: Laat ons Uw genade zien, Heer, onze God. Bevestig het werk van onze handen, het werk van onze handen, bevestig dat. Wat betekent dat?
Jullie, Cathy en Carlos, Tisha en Sanneke, Amber en Mik, Charlotte en Pieter, jullie zullen ook wel eens gedacht hebben, als je een overhoring had of een repetitie: O God, laat ik het nou toch alsjeblieft nog weten en goed kunnen zeggen. Of opschrijven.  Zoiets is het. Je vraagt God om je te helpen.
Om te maken dat je werk niet voor niets is geweest.
Nu hoop ik wel dat: 'O, God' met een hoofdletter is, en dat het niet iets is dat je zomaar roept.

Want ja, dat is iets wat bij ons altijd wel gespeeld heeft: de vraag: wat hebben wij verkeerd gedaan, dat we Gods liefde niet hebben kunnen overbrengen op àl onze kinderen en kleinkinderen, zodat ook zij een weten dat God echt heel veel van ze houdt, en dat ze een relatie met God zouden hebben. (Achteraf ter verduidelijking: wij zochten de oorzaak alleen bij onszelf, en verweten dat echt verder niemand!)
En we hebben ons getroost met de gedachte dat een relatie van twee kanten moet komen. Er wordt een hand uitgestoken, en die moet je eerst maar zien, om die aan te kunnen pakken.
Dus hebben we dagelijks voor hen allemaal gebeden. Ton, opa, bad ook voor een hele serie zieken en dierbare mensen, voor sommigen drie keer per dag.
Want dat had hij beloofd, en we zijn er wel zeker van dat hij daar in de hemel mee doorgaat.

Hij was niet alleen een vader, die het vader-zijn al doende moest leren. Er was ook altijd het werk als Gods knecht in dienst van het Woord, het werk als dominee. In het Latijn: Verbi divini minister. (Van het goddelijk Woord de dienaar.) 
Hij was iemand die met hart en ziel het Evangelie wilde doorgeven en uitleggen, zo goed als hij kon.
Dat God van mensen, van alle mensen, echt houdt, en weet wie ze zijn, en accepteert wie jullie zijn.

Maar hij wist ook: We hebben tegenover God niet iets om ons op te beroemen, om op te scheppen, we zijn eigenlijk onnutte dienstknechten, zelfs als we ons werk heel goed doen. Want het echte werk doet de Heilige Geest!
Als je dat weet kun je het ook loslaten.

En grinniken, als je merkt dat mensen iets op een heel andere manier binnen krijgen, dan je bedoeling was.

Dat is de ene kant. Het fijne werk.

Maar hij zei de laatste jaren ook: Er is veel vergeving nodig. Want ik heb overal veel steken laten liggen, in het pastoraat, in de prediking en in het persoonlijk leven. Dat knelt omdat we dagelijks bidden: vergeef ons onze schulden gelijk wij anderen vergeven.
Het is misschien niet zo Calvinistisch, maar wel reëel je daarvan bewust te zijn, zonder er aan onder door te gaan.
(Ds. van Opstal denkt daar iets anders over.)
Een van de dingen die aan Ton vraten was de verzoening, waar hij zich zo voor ingezet heeft, en die hij niet heeft mogen zien gebeuren. Verzoening is echt de kern van het Evangelie geworden voor hem. Verzoening is meer dan een ruzie afzoenen, maar het betekent dat je zegt: we denken ergens misschien anders over, maar daar kunnen we toch samen mee verder leven. Omdat ik jou belangrijker vind dan gelijk krijgen. 
Dus, kinderen, als jullie weer eens aan het katten zijn, denk dan maar aan opa, en zeg: STOP. Opapa!
Dat zal hij fijn vinden.

Ik zei al dat Ton zich goed realiseerde dat hij sommige dingen niet goed had gedaan. Dat deed hem pijn, maar hij kon het ook bij Jezus brengen. Luther heeft in de voortdurende omgang met diens gedachtewereld wel een grote invloed gehad.
En dan kun je zeggen: Ja, ik ben een zondaar, ik heb dingen heel erg verkeerd gedaan, maar ik ben ook door God rechtvaardig verklaard.
Hij heeft gezegd: het is goed, jongen. En dat geldt voor ons allemaal. Wij maken fouten, en Jezus zet er een streep door. 
Of hij zet er een streepje voor, en van je nul maakt Hij een tien. Zo werkt dat.
En zo is ook veel vreugde in het werk dat onze handen mogen doen. Als een geschenk van God. 

Zo heeft hij voor het werk in Spanje heel hard gewerkt, met alle plezier, en soms met teleurstelling, maar steeds kon hij bidden:
Laat ons Uw genade zien, Heer, onze God.
Bevestig het werk van onze handen, het werk van onze handen, bevestig dat. 

Amen!
 
Overdenking:  'Heden zult gij met Mij in het paradijs zijn' door ds. Catrien van Opstal…


Tien jaar geleden bespraken jullie met elkaar de uitvaartdienst, Gea. 
Jullie kozen als tekst Jezus’ uitspraak aan het kruis tot zijn mede-gekruisigde: heden zul je met mij in het paradijs zijn
Jullie konden niet bevroeden, dat Ton zou sterven op een zondag hartje kersttijd. 
Een zondag in het kwadraat, waar het zowel Vierde Adventszondag als Kerstnacht zou zijn. 
En met thuis nog de kerstbomen in de huiskamer, zijn we opeens op Golgotha.
Maar eerlijk gezegd, Golgotha en kribbe liggen niet ver van elkaar. In meerdere kerstliederen liggen ze ook in elkaars verlengde. Zijn wieg was een kribbe, zijn troon was een kruis. Er gebeurt hetzelfde zowel daar in de kribbe als daar aan het kruis. 
Het is de Heer met wie Ton in zijn laatste weken zo bezig was, zoals hij bezongen en aangebeden wordt in de Christushymne uit de Fiilipenzenbrief: Hij, de hemeling, komend uit het goddelijk domein, die zich vernederd heeft tot de dood, ja tot de dood van het kruis. En die God uitermate heeft verhoogd en de naam heeft gegeven boven alle naam
Vernedering, ontlediging, Ton ervoer het aan den lijven, toen hij zichzelf bijna kwijtraakte in de strijd tegen wanen, en toen al eerder aan het einde van zijn loopbaan hem ook een ultieme vernedering werd toegebracht.

De Heer, de Zoon van de liefde, de broeder van mensen hangt aan het kruis. 
En zeker in Lukas’ Evangelie is hij daar niet slachtoffer, maar helpt hij mensen. 
De vrouwen van Jeruzalem die om hem huilen, steekt hij een hart onder de riem. 
En nu deze wonderlijke samenspraak daar aan die drie kruisen tussen die drie gehangenen.
De een gaat mee in de spot die alom over Jezus is. Ze zeggen dat je redden kan, ja dat is zijn naam, red dan ons en jezelf erbij. Het kille sarcasme, dat geen enkele echte hoop en levensvonk meer heeft. 
En dan de ander, net als de ander een moordenaar. Het ging niet om niets.
Maar dit is een mens die weet heeft van recht en onrecht, van goed en kwaad. 
Dat fundamentele verschil waar de hele Tora vol van is. 
Hij weet dat Jezus daar onschuldig hangt. Er is niets verkeerds in hem. 
Wij verdienen dit, deze straf. Bij Jezus heeft het geen enkele grond.
Hij weet van goed en kwaad, van schuld en onschuld, van boete en straf.
Daarna wendt hij zich tot Jezus en zegt: gedenk mij in uw Koninkrijk.

Het is de verloren zoon die thuiskomt, en zich aanbeveelt in de hoede van zijn vader. Hier is een geloof, zoals nog niet de naaste discipel van Jezus het getoond heeft. Deze man ziet dat Jezus toekomst heeft. Ziet hem als de rechtvaardige, wiens leven niet eindigt aan dit kruis, maar dat een vervolg zal hebben in Gods Koninkrijk. Hij weet waar Jezus heen gaat. Hij weet waar het heengaat. Gedenk mij.

Ja, dat is het laatste wat we kunnen doen. Gedenken, iemand in herinnering houden. 
En hier is dat gedenk mij, de vraag dat ook zijn naam, die wij niet te weten komen, genoemd zal zijn in dat Koninkrijk. Dat Jezus hem als het ware in de geest meeneemt.
Maar Jezus antwoordt totaal onverwacht, als bundel zonnestralen recht uit dat Koninkrijk: Heden zal je met mij in het paradijs zijn.
Het gaat niet om een geestelijk gebeuren, maar om een letterlijk erbij zijn. 
Hier spreekt Immanuel, God met ons. En nu nog persoonlijker: met mij. Jij met mij. 
Wij zullen samen in dat paradijs, dat koninkrijk van God zijn. Het is niet een ooit, maar het is een heden, op dit moment
.

Er gebeurt wat er steeds gebeurt als Jezus mensen ontmoet. 
Ze gaan open, hun ware zelf komt naar boven, daar durven en kunnen ze weer aan. 
Er hoeft niet eerst vergeven te worden. Vergeving en genade is geen woord, maar een gebeuren bij Jezus. 
Zacheus klimt uit de boom en verandert zijn leven, de Kanaanese vrouw die Jezus ontmoet bij de put, beleeft in en door het gesprek dat ze hebben bevrijding uit haar isolement. En ga zo maar door. 
Mensen leven op als Jezus hen toespreekt, hen aanraakt. De eenvoudige waarheid van Gods liefde wordt werkelijkheid in hen.

Heden zul je met mij in het paradijs zijn. 
Die metamorfose van moordenaar aan een kruis zijn, verdoemde, verdorvene en in één oogwenk van inzicht en liefde hangt er een mens die gerechtvaardigd is. 
Die zijn leven herkrijgt. Die zichzelf herkrijgt in herboren zin.
Heden zal je met mij in het paradijs zijn. 
Dat is een woord voor Ton geweest. Ton wist wat hij waard was, maar ook in de zin dat hij wist dat hij een mens is, met al ons feilen, falen en onze onvolmaaktheid. 
Wie zich daarin toevertrouwt aan God, aan deze Heer van de wereld aan het kruis, die mag gerust zijn. 
Die mag zich gelukkig prijzen.
Het paradijs ligt voor hem open. Zij aan zij met zijn broeder Jezus Christus. 
AMEN

 

Psalm 23  Psaume 23

Mijn ziel herstelt Hij weer, Hij doet  Il vient guérir, il vient bénir
mij op Zijn wegen gaan,                mon âme et l’affermir
de paden der gerechtigheid,           pour me guider sur son chemin,
ter ere van Zijn naam.                   mon Dieu saisit ma main.

Ja, ga ik door een dal des doods,    Marchant au long du sombre val
ik vrees geen kwaad, want Gij        craindrai-je encor le mal?
zijt altijd bij mij en Uw stok            Toujours il reste près de moi
Uw staf vertroosten mij.               
mon sûr appui, mon Roi.

Terwijl de vijand toe moet zien,      Pour moi la table il a dressé,
bereidt Gij mij de dis.                    
face à qui me fait front!
Gij zalft mijn hoofd, mijn beker vult  Ma coupe est pleine à déborder
Gij vol met lafenis.                       
car il oindra mont front.

In goedheid en in liefde werd         Bonheur et grâce, ô Dieu d’amour,
ik levenslang geleid,                      me garderont toujours;
en wonen zal ik in Gods huis          j’habiterai, suprême honneur,
tot in der eeuwigheid.                    dans ta maison, Seigneur!


Voorbeden.
Laten wij voorbede doen:      
Goede God, U die bent van eeuwigheid en tijd.

Wij danken voor het leven van Ton Voerman. Hij heeft genoten van het leven dat U hem gaf. Uw wereld is voor hem open gegaan. Al die mensen die hij ontmoette, alles waar hij zich in heeft kunnen verdiepen. 
Hoe zijn leven diepgang kreeg door vrouw door zijn gezin, door zijn predikantschap, door muziek, door taal. Hij heeft van betekenis kunnen zijn, mensen kunnen vormen, mensen kunnen bijstaan, uw Woord verkondigd.

Wij bidden voor het gezin van Ton Voerman. Zijn eigen vrouw, zijn eigen kinderen, en hun gezinnen, nu hun pater familias niet meer onder hen is in dit aardse leven. In het omgaan met herinneringen, in het vinden van een weg voor Gea, in de heroriëntatie op verleden en toekomst. In het er zijn voor en met elkaar.     
Voor hen samen bidden wij: Heer ontferm U

Wij danken voor Ton, voor wie hij was. Wij danken voor wat hij ons gegeven heeft op velerlei wijze, voor waar hij ons gescherpt heeft, voor waar hij op zijn manier zijn liefde gaf op zijn manier. Wij danken voor wie wij voor hem konden zijn in die unieke relatie die ieder van ons met hem had. Voor wat we konden ne mochten geven. En dat was nog niet af was, dat wat nog pijnlijk blijft liggen, dat wat ons blijft bezighouden, om hem, om onszelf, mag het in uw grote genade opgenomen worden en verlichting vinden in uw vrede. Zo bidden wij samen: Heer ontferm U

Wij bidden voor wat Ton na aan het hart lag, het Evangelie in Spanje. Wij bidden dat het Evangelie in de wereld, op aarde verstaan mag worden in de kern van Uw liefde die er uit spreekt. Dat het wonder van Uw Zoon tussen mensen in, in kribbe en aan kruis, harten opent voor U.
Wij bidden voor de oecumene, de omgang van de kerken met elkaar, dat het hartelijk zal zijn en gefundeerd in kennis en respect. Wij bidden voor de gemeente hier in de Waalse kerk, de Eglise Wallonne, en voor de kerken en gemeentes die haar omringen.      
Zo bidden: wij samen Heer ontferm U

Wij bidden voor de mensen waar Ton zijn aandacht aan gaf in zijn ambt, de militairen.  
Wij bidden voor wie dienen in de krijgsmacht, mensen die gevaar trotseren, trainen om de gruwelen aan te kunnen, die gevaar voor eigen leven lopen, die posttraumatische stress oplopen of gehandicapt kunnen raken. Voor de kameraadschap en hun idealisme. en voor de geestelijke zorg aan hen, bidden wij samen: Heer ontferm U

Voor zieken bidden wij, want ziekte heeft hij van jongsaf meegemaakt, zijn moeder met haar zwakke gezondheid, zijn eerste vrouw die polio had gehad, later kreeg hij zelf de benauwdheid en het afnemen van krachten. Hij werkte in het ziekenhuis. 
Wij bidden voor zieken, om zekerheid in hun onzekerheid, om hoop, om doorzettingsvermogen, om naasten en voor hun naasten.      
Zo bidden wij samen: Heer ontferm U

Wij bidden voor vluchtelingen, voor die grote wereld van U: mensen die de gevolgen dragen van oorlog en geweld, van onrechtvaardigheid en slavernij. Dat er een herberg is, een schuur, een kribbe, maar vooral mensen, die wereldwijd en grenzeloos mensen gastvrij ontvangen, kansen mogelijk maken zodat zij een nieuw leven op kunnen bouwen. Zo bidden wij samen: Heer ontferm U.
Amen.

Notre Père / Onze Vader  
Ds. Badry: Met Ton, avec Ton, avec tous ceux qui nous ont précédés vers ce paradis que le Christ tient, et qu' il nous ouvre la porte, je vous invite à dire la prière du Notre Père. Chaque un est invité à la dire dans sa langue... 

Onze Vader, die in de hemel zijt,        Notre Père qui es aux cieux !
Uw Naam worde geheiligd
                Que ton nom soit sanctifié;
Uw Rijk kome,
                                que ton règne vienne;
Uw Wil geschiede,                          
que ta volonté soit faite
zoals in de hemel zo ook op aarde.   
sur la terre comme au ciel.
Geef ons heden ons dagelijks brood  
Donne-nous aujourd'hui notre pain quotidien;
en vergeef ons onze schulden,
          pardonne-nous nos offenses,
zoals wij vergeven onze schuldenaren
comme nous aussi nous pardonnons à ceux qui nous ont offensés ; 

en leid ons niet in verzoeking,
           ne nous induis pas en tentation,
maar verlos ons van de boze,           
mais délivre-nous du malin.
Want van U is het Koninkrijk,          
Car c'est à toi qu'appartiennent,  
en de kracht en de Heerlijkheid       
dans tous les siècles,
in eeuwigheid.                                
le règne, la puissance et la gloire.  
Amen                                             Amen!
 

Een geliefd lied: Zolang wij adem halen
van Sytze v.d. Vries.

 

Al is mijn stem gebroken, mijn adem zonder kracht,
het lied op and’re lippen  draagt mij dan door de nacht.
Door ademnood bevangen  of in verdriet verstild:
het lied van Uw verlangen   heeft mij aan ’t licht getild!

Het donker kan verbleken  door psalmen in de nacht.
De muren kunnen vallen: zing dan uit alle macht!
God, laat het nooit ontbreken  aan hemelhoog gezang,
waarvan de wijs ons tekent  dit lieve leven lang.

Ons lied wordt steeds gedragen  door vleugels van de hoop.
Het stijgt de angst te boven  om leven dat verloopt.
Het zingt van vergezichten,  het ademt van Uw Geest.
In ons gezang mag lichten  het komend bruiloftsfeest.


Voorg
. Omdat wij nu afscheid gaan nemen van het lichaam van onze geliefde,
die we nog eens voor U noemen, zoals U hem in de doop hebt aanvaard:
Anthony Alexander Adolf Eugène Alfonso Voerman
heiligen we het tot Uw dienst in eeuwigheid,
in vertrouwen op de opstanding tot eeuwig leven,
dat hij heden nog met U in het paradijs mag zijn.

Water uit het doopvont wordt gebruikt.

Kinderen en kleinkinderen leggen een rode roos in de kist.

Dimissio:  Nieuw Liedboek 414


We staan op voor de Zegenbede:
Ds. Badry: 

Ton était un frère de Passion. Passion dans tous les sens du terme. Passion amoureuse, mais passion aussi de Christ, celle qui nous ouvre le chemin justement vers le Paradis. Nous gardons le souvenir de ce frère, de cet infatigable marcheur,  descendant la Crypte, et remontant avec énergie, force et humilité. 

Frères et sœurs, ne vous inquiétez de rien, en toute chose faites connaître vos besoins à Dieu par des prières et des supplications, dans une attitude reconnaissante.
Et la paix de Dieu, qui dépasse tout ce que
nous pouvons comprendre, entendre, gardera nos corps et nos esprits et nos pensées dans le Christ Jésus.
Allen : Amen



(Filippenzen 4: 6 – 7)
Wees over niets bezorgd, maar vraag God wat u nodig hebt en dank hem in al uw gebeden.
Dan zal de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, uw hart en gedachten in Christus Jezus bewaren.


Dan brengen we Ton naar de Noorderkapel, intussen zingt Edy: In Paradisum.

De familie stelt zich op het Laagkoor op, waar gecondoleerd kan worden, er is koffie en meer in de zijbeuk van de kerk, waar u met elkaar kunt napraten, kennismaken en verhalen over Ton kunt uitwisselen.  

 

Na verloop van tijd verzamelt de familie zich en gaat in stilte naar het kerkhof.  De aanwezigen zijn nog welkom in de kerk.



Op het kerkhof:

Nu het aardse leven van Anthony Alexander Adolf Eugène Alfonso Voerman is voltooid,
vertrouwen wij hem toe aan Gods eeuwige barmhartigheid en liefde.
In Gods heden is hij in het paradijs.
Zijn leven leggen wij in de aarde
aarde tot aarde
stof tot stof
Ziende op Jezus Christus die gezegd heeft
“Ik ben de opstanding en het leven
wie in mij gelooft zal leven,
ook al is hij gestorven”.

We zingen het eerste couplet van À toi la gloire.  

Onze Vader die in de hemelen zijt
Uw naam worde geheiligd.
Uw Rijk kome
Uw wil geschiede
zoals in de hemel zo ook op aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden
gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren.
En leid ons niet in verzoeking
maar verlos ons van de boze.
Want van U is het Koninkrijk en de kracht
en de heerlijkheid
in eeuwigheid.

 

Zegen

De Heer zij voor jullie, om u de juiste weg te wijzen
De Heer zij achter u om jullie in de armen te sluiten
en om jullie te beschermen tegen gevaar.
De Heer zij onder u om u op te vangen wanneer u dreigt te vallen.
De Heer zij in jullie, om jullie te troosten als jullie verdriet hebben.
Hij omgeve jullie als een beschermende muur, wanneer anderen over jullie heen vallen
De Heer is boven jullie om jullie te zegenen.
In de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest
Amen

 


O, quanta qualia sunt illa sabbata                O welk een zaligheid zal er in eeuwigheid
quae semper celebrat superna curia!            zijn op het sabbathsfeest, waar Hij ons binnenleidt,
quae fessis requies, quae merces fortibus,    rust voor de lijdenden, loon voor de strijdenden,
cum erit omnia Deus in omnibus.                    als God de Here zal alles in allen zijn.

Vere Ierusalem est illa civitas,                        ’t Ware Jeruzalem is onze vaderstad,
cuius pax iugis est, summa iucunditas,            waar onze vrede heerst, die ons heeft liefgehad,
ubi non praevenit rem desiderium,                   waar geen verlangen meer zonder vervulling is,
nec desiderio minus est praemium.                  waar de vervulling is eeuwige lafenis 

Quis rex, quae curia, quale palatium,                 Hoe zal de koning daar, hoe zal Zijn woning zijn!  
quae pax, quae requies, quod illud gaudium,      O welke vreugde zal daar de beloning zijn!
huius participes exponant gloriae,                      Waar zich de zalige zingend op God bezint,
si quantum sentiunt possint exprimere.              waar wat het hart beweegt altijd weer woorden vindt.

Nostrum est interim mentem erigere,                O welk een heimwee zet hier reeds ons hart in brand,
et totis patriam votis appetere,                         reikhalzend smachtend naar ’t hemelse vaderland,
et ad Ierusalem a Babylonia                            ’t hart dat in ballingschap
dorst naar de levensbron,
post longa regredi tandem exsilia.                    snakt naar Jeruzalem zuchtend in Babylon.

Illic molestiis finitis omnibus                            Daar waar ten einde is moeite en bitterheid
securi cantica Sion cantabimus,                     zingen wij liederen Sions in eeuwigheid
et juges gratias de donis gratiae                    ‘t volk dat gezegend is, alles van U ontving
beata referet plebs tibi, Domine.                    brengt U de dank, o Heer, zingt van Uw zegening.

Illic ex sabbato succedet sabbatum,            Daar waar zich eindeloos sabbath aan sabbath rijt
perpes laetitia sabbatizantium,                   
vieren wij sabbathsfeest, lovend Uw majesteit,
nec ineffabiles cessabunt jubili                   
en onophoudelijk plant zich de jubel voort
quos decantabimus et nos et angeli.          
als onze mensenstem meeklinkt in ’t englenkoor.        
Abélard                                                    Schulte Nordholt hertaling