Voor eerdere diensten klik hier:

Zondag 9 na Trinitatis 17-10-2014 in de Lutherse kerk te  Zeist

Organist:  Ton Buchener

Voorganger: ds. mr.A.A.A.E.A. Voerman


Wij zijn hier aanwezig in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Amen

Onze Hulp is in de Naam van de Heer
die hemel en aarde gemaakt heeft.

Niemand kan voor God verschijnen zonder Zijn hulp in te roepen. Wij moeten openlijk erkennen, dat wij mensen tekort schieten in het volbrengen van de taak, die Hij ons oplegt. Daarom wil ik u nu voorgaan in een kort gebed, en ik verzoek u daarna gezang 710d te zingen.

Confiteor.
Heer, vergeef ons al wat wij misdeden
en laat ons weer in vrede leven.

Wij mogen vertrouwen dat ons gebed verhoord wordt, want de apostel Johannes verzekert ons: 
Zo lief had God deze wereld, dat Hij Zijn enige Zoon gegeven heeft, 
opdat ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt, en eeuwig leven hebben mag!

Onze Introïtus-psalm is psalm 54: 1 en 2

God is mijn hulp, Hij is getrouw.
Het is de Heer die mij blijft schragen,
die ze verdelgt wie mij belagen,
breekt wie mij brengen in het nauw.
Ja, Hij zag mijn benauwdheid aan,
ik vrees niet meer voor mijn vijanden.
O God, ontvang mijn offeranden!
O HEER, geprezen zij Uw naam!

Zojuist hebben we met de psalmist gezongen, dat het oude volk van God door vijanden belaagd werd. En wij horen nu in onze tijd weer vaak over vervolging van Christenen door mensen die zich moslim noemen, maar die naar onze mening zich overgeven aan niets ontziende vernietigingsdrift.

Laat ons daarom de Heer aanroepen om ontferming met de nood van deze wereld,
En laat ons Zijn naam prijzen,
Want aan Zijn barmhartigheid is geen einde
.



Zondagsgebed:
Heer, goede God, wij bidden U om een geest in ons die altijd het goede wil doen, en dat met Uw hulp ook kan en zal doen. Dan krijgen wij zo de kracht om naar Uw Wil te leven, door Jezus Christus, onze Heer. Amen.

Lezing Oude Testament: Jeremia 32:37-42.
De profeet Jeremia spreekt tot het Joodse volk, dat in Babylonië in ballingschap leeft.
Het Babylonië van toen is het Irak van nu.
De profeet bevindt zich in Jeruzalem, en verkondigt een boodschap van Godswege.
37 Ik zal de inwoners samenbrengen uit alle landen waarheen Ik ze in Mijn grote woede en toorn verdreven heb, ze terugbrengen naar deze stad en ze er in vrede laten wonen.
38 Zij zullen Mijn volk zijn en Ik zal hun God zijn.
39 Ik zal hen één van hart en één van zin maken, zodat ze altijd ontzag voor Mij zullen hebben en het hun en hun nageslacht goed zal gaan.
40 Ik zal een eeuwig verbond met hen sluiten, Ik keer Mij nooit meer van hen af en zal hen altijd zegenen. Ik zal hen met ontzag voor Mij vervullen, zodat zij zich nooit meer van Mij zullen afkeren.
41 Ik zal er weer vreugde in vinden hen te zegenen en zal hen voorgoed in dit land planten. Met hart en ziel zal Ik dat doen.
42 Dit zegt de HEER: Zoals Ik over dit volk al dit grote onheil heb gebracht, zo zal Ik het al het goede brengen dat ik hun beloof.

Graduale: psalm 98: 1 en 4.


Laat alle zeeën, alle landen
Hem prijzen met een blij geluid.
Rivieren klappen in de handen,
de bergen jubelen het uit.
Hij komt, Hij komt de aarde richten,
Hij komt, o volken weest verblijd,
Hij komt Zijn koninkrijk hier stichten,
Zijn heil en Zijn gerechtigheid.

EpistellezingEpistel: Hebreeën 6: 11 -  12
Ik lees u twee verzen voor uit een preek, die zich richt op Joodse toehoorders. Wie de auteur is, weten we niet. Het is in elk geval een Joodse geleerde. Dat bewijst de inhoud. Was het soms Barnabas, die we kennen als reisgezel van Paulus? Of was het misschien Apollos, zoals Luther veronderstelde? Beide mogelijke auteurs kennen we als zendelingen uit het boek Handelingen. In die kring van zendelingen noemt dat boek ook het Joodse geleerde echtpaar Aquila en zijn vrouw Priscilla.

In de V.S. oppert men, dat de auteur mogelijk een vrouw was. Wie weet! Dan hebben we hier een vurige wens van Priscilla en haar man. Maar van wie de woorden ook afkomstig mogen zijn, het gaat niet om de auteurs, maar om de inhoud!

11 Het is onze vurige wens dat ieder van u tot het einde toe dezelfde ijver aan de dag blijft leggen, totdat alles waarop wij hopen verwezenlijkt zal zijn,
12 en dat u niet achterblijft, maar in het spoor treedt van hen die dankzij hun standvastig geloof ontvangen hebben wat hun beloofd was.

Psalmwoord: Halleluja. Zing voor de Heer een nieuw lied. Wonderen heeft Hij verricht (ps98)
. Halleluja. Zing voor de Heer een nieuw lied. Wonderen heeft Hij verricht (ps98a).. Halleluja!  


Wij zingen lied 823: 1 t/m 5. 

Uw wijsheid en Uw welbehagen
bepalen 's mensen levensdagen
en wijzen hem zijn woonplaats aan.
Hij is ten prooi aan duizend vrezen,
toch mag hij vrij en veilig wezen
en heersen over het bestaan.

Hij overmant de wilde dieren,
vaart uit op zeeën en rivieren,
doorzoekt der aarde donkre schoot.
Ja, hij snelt voort op hoge winden
om de allerlaatste grens te vinden.
Zo vindt hij onverhoeds de dood.

Door een geheimenis omsloten,
door alle dingen uitgestoten,
gaat hij op alle dingen in.
Alleen Uw woord geeft aan zijn falen,
zijn rustloos zoeken en verdwalen
een onuitsprekelijke zin.

O God, wij bouwen als ontheemden,
wij wonen en wij blijven vreemden,
bestemd voor hoger burgerrecht.
Wil ons, o Koning der getijden,
een woning in de stad bereiden
waar Gij het fundament van legt.

Het heilig Evangelie staat geschreven bij: Lucas 16: 1 - 9.
1. Hij richtte zich ook tot Zijn leerlingen:
‘Er was eens een rijke man die een rentmeester had en te horen kreeg dat de rentmeester zijn eigendommen verkwistte.
2. De rijke man riep de rentmeester bij zich en zei tegen hem: “Wat hoor ik over jou?
Leg verantwoording af van je beheer, want je kunt niet langer rentmeester blijven.”
3. Toen zei de rentmeester bij zichzelf: Wat moet ik doen nu mijn heer mij het beheer afneemt? Werken op het land kan ik niet, en voor bedelen schaam ik me.
4. Maar ik weet al wat ik moet doen om ervoor te zorgen dat de mensen, wanneer ik van mijn beheerderstaak ben ontheven, mij bij hen thuis ontvangen.
5. Een voor een riep hij de schuldenaars van zijn heer bij zich. De eerste vroeg hij:
“Hoeveel ben je mijn heer schuldig?”
6. “Honderd vaten olijfolie,” antwoordde de schuldenaar. De rentmeester zei tegen hem: “Hier is je schuldbewijs, ga zitten en maak er gauw vijftig van.”
7. Daarna vroeg hij aan de volgende schuldenaar: “En jij, hoeveel ben je schuldig?” “Honderd balen graan,” luidde het antwoord. De rentmeester zei: “Hier is je schuldbewijs, maak er tachtig van.”
8. En de Heer prees de oneerlijke rentmeester omdat hij slim had gehandeld. De kinderen van deze wereld gaan immers slimmer met elkaar om dan de kinderen van het licht.
9. Ook Ik zeg jullie: maak vrienden met behulp van de valse mammon, opdat jullie in de eeuwige tenten worden opgenomen wanneer de mammon er niet meer is.
Zalig die het Woord van God horen en er gehoor aan geven!

Credo

Laten wij samen ons geloof belijden.

Wij geloven in God, de Almachtige,
                 Schepper van hemel en aarde.

Vader van mensen,
        Moeder van kinderen, Die ons welzijn zoekt.

Hij wil ook onze Broeder en leraar zijn,
en is in Jezus mens geworden
        om ons leven te delen en te redden,
om voor ons te sterven op het kruis en op te staan,
om een eind te maken aan alle zinloosheid
        van het bestaan.

Wij geloven dat de Heilige Geest die over de kerk is uitgestort ons inspireert en bijstaat met Haar kracht.

Daarom durven wij geloven in Liefde en Trouw,
in warmte en vergeving, in doop en opstanding,
in heden en toekomst.
Voor onszelf, en voor elkaar.
Amen.

Preek

Lucas 16: 8 De Heer prees de oneerlijke rentmeester omdat hij slim had gehandeld.

Lieve gemeente,

Wij hebben allemaal wel gehoord van de onrechtvaardige rentmeester, maar in de nieuwste vertaling wordt hij als de oneerlijke rentmeester opgevoerd. ’t Is even wennen, maar ja: het woord onrechtvaardig klinkt in onze tijd wat hoogdravend; en het woord oneerlijk past precies bij zijn gedrag. We zullen wel wennen aan de nieuwe benaming. Vast wel, maar de man zelf blijft natuurlijk wat hij was: een handige oplichter. En vreemd genoeg wordt hij nog geprezen ook. Zo’n woord van waardering komt nogal onverwacht. Daaraan zullen we vast niet zo snel kunnen wennen.

Dit verhaal is alleen door Lucas overgeleverd.
We vinden het bij geen van de andere evangelisten terug. Het paste blijkbaar niet goed in hun opzet.
Maar Lucas heeft er een ongedwongen plaats voor gevonden in zijn uitvoerige verslag van Jezus’ laatste reis naar Jeruzalem.
Het sluit ontegenzeggelijk mooi aan bij de in het vorige hoofdstuk opgenomen en overbekende gelijkenis van de verloren zoon. Nadat die vrolijke losbol zijn erfdeel, dat hem pas toekwam bij zijn vaders overlijden, al bij diens leven had opgeëist en vervolgens verkwist had, keerde hij noodgedwongen maar naar Vader terug, platzak en met een lege maag, maar met een mond vol berouw.
Eigenlijk speet het hem vooral dat de onverbiddelijke wet van op=op een einde maakte aan het bruisende leven, waarvan hij zo genoot. En hij bedacht, dat hij toch misschien nog wel dagloner in zijn ouderlijk huis kon worden, als hij een mooie lange schuldbelijdenis opstelde. En zo keerde hij terug.
Maar het komt altijd anders dan je denkt.
Vader had niet zo’n behoefte aan een ruiterlijk betreuren van een losbandig verleden! 
Integendeel. Vader was niet boos. Hij was blij.
Eindelijk keerde zijn jongste zoon terug. Vader stond op de uitkijk en hij had hem al van verre aan zien komen, luisterde nog even naar het eerste begin van de kunstige toespraak, brak toen het geleuter van zoonlief af en organiseerde dadelijk een daverend feest. En wij zeggen net als hij misschien ook wel: Het blijft toch je kind…

Maar de oudste zoon was ontevreden en bleef dat.
En, eerlijk is eerlijk, ook dat vinden wij best begrijpelijk.
De gelijkenis van de oneerlijke rentmeester sluit er mooi bij aan.
Dat was net zo’n levensgenieter als de jongste zoon. Maar terwijl die zijn eigen bezit erdoor bracht, vergreep de rentmeester zich aan andermans kapitaal waarvan het beheer hem toevertrouwd was. Dat verkwistte hij.
Toen die zaak aan het licht kwam, hield hij er ook nog niet direct mee op. Hij sjoemelde nog wat ten nadele van zijn werkgever en ten voordele van diens schuldenaren en van zichzelf natuurlijk.
Ik leg u zo beknopt mogelijk even uit hoe dat ging. De gelijkenis vindt zijn oorsprong in het dagelijks leven in het door de Romeinen bezette Israël.
De rijke man is zo’n Romein, die een immens groot landgoed bezit.
De Joden weten dat hij daar geen recht op heeft. Het is Joodse grond, waarmee hij winst maakt over de rug van de Joodse landarbeiders, en ook de rentmeester is een Jood. Een Jood in nood.
En nu krijgt hij een lumineus idee, dat in de smaak zal vallen bij zijn landgenoten. Hij gaat de door God gegeven wet toepassen. Die verbiedt namelijk het nemen van rente en als hij die wet stiekem slim toepast loopt alles nog goed af. Resultaat geldt!
Stel: een man in nood heeft voor direct 500 € nodig, en een vriend heeft dat bedrag juist nu ter beschikking, handje contantje. Terugbetaling na een jaar als de nood voorbij is. Geen woord over de door de wet verboden rente. En nu het trucje: het schuldbewijs vermeldt 1000 € in plaats van 500 €. (U hebt misschien wel eens gehoord over Islamitisch bankieren, de laatste jaren, dat werkt net zo.) Dat soort gedrag zien we tegenwoordig ook in onze bankwereld. Bonussen zijn verboden, maar salarisverhoging met zo’n bedrag natuurlijk niet!
In de gelijkenis gaat de rentmeester ook op die manier te werk.
Hij past de wet van Mozes toe, zodat alle schulden tot het kale niveau worden gereduceerd. Geen extra’s, geen bijkomende kosten… Alle betrokkenen worden er beter van, behalve de rijke Romein.
De wet van Mozes beschermt de armen zeker, maar toch… dit blijft een truc, die hoe gerechtvaardigd die ook mag zijn, toch vooral geheim moet blijven. 

In deze gelijkenis gebeurt iets wat wij totaal niet verwachten, en we begrijpen het al evenmin. De Heer prijst de oneerlijke rentmeester.
Aangezien Jezus het verhaal vertelt, is het op het eerste gezicht niet erg waarschijnlijk dat Hij Zelf degene is die de rentmeester prijst. Het is anderzijds ook moeilijk in te denken, dat de bestolen rijke man vervuld is van bewondering voor de oplichter. Het is een lastige kwestie. Is met de ‘heer’ de rijke man bedoeld, of is met de heer toch Jezus Zelf bedoeld? Of wordt hier Gods eigen oordeel verkondigd?
Ik kies uiteindelijk voor het laatste, omdat het hier een gelijkenis betreft en elke gelijkenis ten doel heeft om ons bewust te maken van de heel andere maatstaven, die gelden in het koninkrijk van God. Gods gedachten zijn niet de onze. Wij trekken vaak verkeerde conclusies als hij spreekt. Wie een beetje thuis is in de uitleg van de gelijkenissen denkt ook al gauw dat onder de rijke man God Zelf verstaan moet worden.
Hij is de Schepper van alles in de wereld.
De rentmeester is de mens aan wie het beheer over de schepping is toevertrouwd.
Wij zijn vermoedelijk dan de levensgenieters, die de ons toevertrouwde rijkdom van de wereld verkwisten. Als dat de goede uitleg was, dan zou je verwachten, dat de Here God wel heel erg vertoornd zal zijn over onze omgang met de schepping. Dat Hij daarentegen het gedrag van de oneerlijke rentmeester prijst, en ons ook nog vraagt aan hem een voorbeeld te nemen, toont aan, dat Gods maatstaven wel heel erg verschillen van de onze. God is zo ongelooflijk barmhartig!

Dat is de eerste les, die Jezus aan Zijn discipelen voor de toekomst wil meegeven op hun levensweg. Ook wij moeten die les ter harte nemen.
In Zijn onderricht spreekt Jezus telkens weer in gelijkenissen, die ons aan het denken zetten.
Wij moeten vooral niet uitgaan van de gedachte, dat we direct al weten waar het over gaat. Vraagt u zich maar eens af of uzelf dadelijk de vlag zou uithangen als zo’n losbol als de jongste zoon met een onwaarschijnlijk mooi verhaal weer bij u komt aankloppen. Of verplaatst u zich eens in de gevoelens van de oudste zoon. Stel dat u de broer bent?
Zou u direct mee feestvieren? Of zelfs maar een gemeend: Hartelijk welkom thuis over de lippen krijgen? Of denkt u: Nu begint de ellende weer opnieuw… Of zegt u met een zuinig mondje: eerst maar eens kijken hoe dat gaat… och ja, maar dadelijk feestvieren… Nee! Daar is toch wel veel gebeurd in het verleden. Té veel eigenlijk. Als klap op de vuurpijl moet u nu ook nog enthousiast zijn over een regelrechte bedrieger, die zichzelf trouw blijft in wat voor ons moreel besef toch echt verkeerd is.
De man volhardt in zijn onbetrouwbaarheid, en wij zouden aan zijn gedrag een voorbeeld moeten nemen, want de Heer (ik heb het nu over God de Heer met een hoofdletter) prijst hem om die slimheid.
Hij prees de oneerlijke rentmeester omdat hij slim had gehandeld...
Het staat er zo. En in het volgende vers gaat er nog een schepje bovenop.
Tot onze verrassing horen we hoe Jezus Zijn volgelingen aanraadt van de valse Mammon gebruik te maken om het eeuwig leven te verwerven.
En het kost mij veel moeite om daar iets van te begrijpen.
Luther heeft er ook over gepreekt. En wat hij zegt, zeggen alle theologen. Het gaat niet om de man, die geprezen zou worden, het gaat zeker niet om zijn oneerlijkheid, Het gaat om zijn vindingrijkheid en zijn prijzenswaardige fixatie op het gestelde doel.
Dat mag u dan ook op uzelf toepassen. Als u het doel van uw leven recht en goed begrepen hebt dan zou u diezelfde vasthoudendheid en creatieve vindingrijkheid moeten tonen die u ziet bij anderen, die met hartstocht de eigen egocentrische belangen najagen, die hen gelukkig maken.
Ik vraag u: Streeft U met diezelfde toewijding naar de navolging van Jezus? Dat is toch wat u naar uw eigen zeggen als doel voor ogen heeft?
Dat houdt ook Luther u voor. En hij kan stellig op die vraag voor zichzelf 'ja' zeggen, met volle overtuiging. Zijn leven is een getuigenis van de oprechtheid waarmee hij Jezus aanhing. En zo wil ik zijn uitleg wel aanvaarden. Geheel bevredigen doet dit goede woord van Luther mij toch nog niet. Mijn gedachten komen nog niet tot stilstand.

Wat stoort mij nu eigenlijk in dat uitdagende woord: ‘en de Heer prees de oneerlijke rentmeester’? Die vraag heeft me lang bezig gehouden.
Maar ik geef u nu mijn antwoord. Ik kan het slecht verdragen, dat God het zo ongelooflijk lang uithoudt met de kinderen van de duisternis. Dat de Vader zijn zoon omarmt kan ik meevoelen, maar dat de Schepper barmhartig is voor al Zijn schepselen, ook als ze volstrekt onbetrouwbaar zijn en na hun ontdekking met slimme trucs wegkomen, daar sta ik van te kijken.
Dat vind ik moeilijk om te aanvaarden. Het is een  oud vraagstuk, dat al eeuwenlang zijn neerslag vindt in de verwonderde opmerking: Hoe kan God het toelaten!?!
U kunt dat zinnetje overal bij gebruiken, bij de gewinzucht in de zorg, bij het bedrog in de sport, bij de uitbuiting van arbeiders in de textielfabrieken in Azië, bij de mensenhandel, bij al het onrecht dat wereldwijd aan kinderen wordt aangedaan, bij de achterstelling van vrouwen… De opsomming is uiteraard onvolledig, we kunnen nog lang doorgaan. De boze wereld is zo groot, en ze blijft maar bestaan onder Gods barmhartigheid en eindeloos geduld.

Dat is de tweede les. Het kan lang duren.
Het schokkende nieuws is, dat de volgelingen van Jezus moeten aanvaarden dat díe toestand tot aan het eindoordeel blijft bestaan.
En dat wij Gods barmhartigheid en eindeloos geduld met al die oneerlijke rentmeesters moeten prijzen, omdat Hij dat wil.
Dat zal ik dan maar doen. En ik raad ook u aan daarin mee te gaan.
Toen ik zover gekomen was, na nogal wat moeite, werd ik mij er opeens van bewust dat ik al jaren zonder enig probleem vanzelf voldaan had aan die opdracht in elke Lutherse dienst waarin ik heb mogen voorgaan. Zei ik ook vandaag niet weer: Laat ons de Heer aanroepen om ontferming met de nood der wereld, en Gods Naam prijzen, want Zijn barmhartigheid is eindeloos?
Jaren heb ik zo gesproken omdat die woorden in de liturgie voorkomen.
Nu pas begrijp ik, dat ze Gods troost bevatten voor mijn onrust en mijn onvrede.

Als Jezus er Zijn leven voor over had om ons mensen vrij van zonden te maken, en ons een nieuw leven te laten beginnen, is dat ons geschonken in Zijn barmhartigheid.
God heeft een eindeloos geduld met ons allen. En als wij zulk een generaal pardon voor onszelf aanvaarden, zullen wij toch ook geduld moeten opbrengen voor anderen.

Ook de aansporing om de valse Mammon in onze dienst te nemen en hem te gebruiken voor zolang als die er nog zal zijn, heeft in de kerk gehoor gevonden. De diaconie doet haar uiterste best door in te haken op allerlei nood, die in de boze wereld mensen teistert. Haar steun aan humanitaire doeleinden is een mooi gebruik van de onbetrouwbare Mammon voor activiteiten die beogen de samenleving wat menselijker te maken.
En dat we geen beslissende invloed kunnen uitoefenen op het opruimen van allerlei misstanden is natuurlijk spijtig maar we kunnen in elk geval dan toch wel samen bidden, en daaruit ontspruiten dan ook wel weer nieuwe initiatieven.

Zo wordt er dus veel vertrouwen op Gods wijsheid en zorg van ons gevraagd in alles wat er om ons heen gebeurt, en waar wij alleen maar kunnen bidden voor de nood der wereld.
God bemoedigt ons. Hij zal Zijn eeuwig verbond met ons mensen getrouw blijven.

Wij mogen ons gesterkt voelen in het vertrouwen dat Jezus zelf ons heeft voorgeleefd. Als we het evangelie van Lucas als geheel doorlezen valt het op, dat hij veel meer dan de andere evangelisten erop attent maakt hoe belangrijk het gebed voor Jezus geweest is. Laat ons dus bidden en ijverig al het goede doen, dat binnen ons bereik ligt.  

Ik besluit met de bede uit de brief aan de Hebreeën: Het is onze vurige wens dat ieder van u tot het einde toe dezelfde ijver aan de dag blijft leggen, totdat alles waarop wij hopen verwezenlijkt zal zijn.  
Amen.

Muziek  

Lied 664

Wanneer zult Gij weer verschijnen?
Komt het vragen nog te vroeg?
Kent de herder nog de zijnen
sinds hij eens de wolven sloeg?
Leid ons in de ware vrijheid,
uw nabijheid,
wolk en vuur zijn niet genoeg.

Overal wordt U gebeden
om het Rijk dat komen gaat.
Laat het zichtbaar zijn beneden,
geef een nieuwe dageraad.
Woord van God, maak deze aarde
tot een gaarde
waar de boom des levens staat.

Alles wat wij hebben, hebben wij van God gekregen,
om  door  te geven, om met velen te delen
     en er zo van te genieten.

ook nu en hier kunnen we gestalte geven aan dat delen: in de collecte

collecte

Gebed over de gaven

Heer, wat wij bij elkaar gebracht hebben,
is meer dan geld,
wil er ook onze goede wil in zien,
   en onze dank voor Uw liefde.
Zegen het,
zodat het vrucht draagt in overvloed
-hier en elders-
               om Jezus’ wil. Amen

Laten we danken en bidden:

Lieve Heer, wij zijn U dankbaar, dat Uw barmhartigheid nooit ophoudt. Wij zijn U dankbaar dat wij telkens weer bij U in gebed mogen aankloppen als iets ons bezwaart en wij ons weer eens machteloos voelen. Wees met de nabestaanden van hen die in de Oekraïne bij het vliegtuigongeluk omkwamen. Wees met onze vervolgde broeders en zusters in Afrika, Azië en het Midden-Oosten. Wees met de vluchtelingen, die vlak bij de haven van Lampedusa in de Middellandse zee omkwamen in het zicht van onze rijkdom. En vooral vragen wij U om Uw hulp voor de kinderen die te lijden hebben onder alle onrecht dat hen overkomt. Heer, onze God, wij bidden U: verhoor ons!

Wij vragen het U in Jezus’ Naam. Amen.

Stil gebed

Onze Vader, die in de hemelen zijt,
Uw Naam worde geheiligd.
Uw Rijk kome,
Uw Wil geschiede, gelijk in de hemel, alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden,
gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren;
en leid ons niet in verzoeking
maar verlos ons van het kwade!


Ons slotlied is: lied 415 

Stort, op onze bede,
in ons hart uw vrede,
en vervul ons met de kracht
van uw Geest bij dag en nacht.

Amen, amen, amen!
Dat wij niet beschamen
Jezus Christus onze Heer,
amen, God, uw naam ter eer!

Zegen:

De genade van onze Heer Jezus Christus
en de liefde van God de Vader en de gemeenschap van de Heilige Geest is en blijft met u allen. Amen

 

En toen was er koffie. :-)