Voor eerdere diensten klik hier:

Zondag 16 na Trinitatis 5 october 2014 in de Lutherse kerk te Zeist 

Organist: Edwin Fredriks    


Ds. Voerman is vandaag 60 jaar predikant, en familie en vrienden waren er ook bij. Een vreugdevolle dienst!

Afkondigingen

Binnenkomst ouderlingen en predikant, terwijl door Parel en gemeente gezongen werd: 

Het is goed en heilzaam om samen onze God te loven en Hem te vragen in ons midden te zijn. Laten wij ons daarom voorbereiden op het luisteren naar Zijn woord en ingaan op Zijn uitnodiging om gelovig deel te nemen aan het Heilig Avondmaal.

Wij zijn hier aanwezig in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Amen

Onze Hulp is in de Naam van de Heer
die hemel en aarde gemaakt heeft.

Nu zeg ik even iets voor de kinderen…

Soms doen wij mensen verkeerde dingen, soms pakken dingen die wij doen heel anders uit dan je bedoelt: je maakt een grapje, en iemand begrijpt dat verkeerd en voelt zich erg gekwetst, of je belooft iets en vergeet het, daar kun je mensen pijn mee doen. En als wij dat doen, doen wij ook God, die van alle mensen houdt, verdriet.

Je kunt niet altijd goed maken wat je iemand hebt misdaan, wat je verkeerd hebt gedaan. Sorry zeggen is vaak niet genoeg, en soms zijn die mensen er niet eens meer…
Maar tegen God kunnen we het wèl zeggen.

Iedere keer weer. Dat gaan we nu samen met de volwassenen doen:  

Laat ons nu zingend onze tekortkomingen ten aanzien van God en onze medemensen bekennen. Lied 859

Doorgang hebben wij ontzegd aan wie wilden leven, 
mensen keer op keer ontrecht, steen voor brood gegeven.

God, blijf Gij toch ons bij: dat Gij ons verleden
nieuw herschrijft met vrede!
 

Zwijgend in de eigen schuld duchten wij het duister.
Gij onthult ons Uw geduld als Uw liefde luistert.
Wil de klacht dat de nacht dood loopt in ons vragen,
verre van ons dragen. 

Onze ontrouw hebt Gij ver achter U geworpen.
Gij verheft Uw aangezicht als de nieuwe morgen.
Uw gericht schept ons licht, waar wij onze wegen
kiezen met Uw zegen. 

Heer, vergeef ons al wat wij misdeden.
En laat ons weer in vrede leven.

Amen.

Zo lief had God deze wereld, dat Hij Zijn enige Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt, en eeuwig leven hebben mag!

Onze Introïtus-psalm is psalm 100: 1 en 2

Er is veel verdriet en zorg en angst in deze wereld. Dag in dag uit zien wij vreselijke beelden op ons TV-scherm. 
Wij lijden eronder dat we die noden niet kunnen verhelpen, maar wij mogen tot God bidden  voor alle mensen…

Laat ons de Heer aanroepen om ontferming met de nood van deze wereld,
en laat ons Zijn Naam prijzen,
want aan Zijn barmhartigheid is geen einde!




Zondagsgebed:
HEER onze God, zonder U kunnen wij niet bestaan. 
Wil met Uw Geest ons, wil Uw kerk, in Uw genade leiden en beschermen, door Jezus Christus onze Heer.
Amen. 

Lezing Oude Testament : 1 Koningen 17: 17 - 24
Er is hongersnood in het land. De profeet Elia krijgt daar de schuld van, en hij vlucht naar het buitenland, waar een arme weduwe hem in haar huis opneemt. Door een wonder komen zij samen de hongersnood door.
Cathy (oudste kleindochter) leest:

17 Enige tijd later werd het kind van Elia’s gastvrouw ziek, en wel zo ernstig dat ten slotte alle leven uit hem week.
18 Toen zei de vrouw tegen Elia: ‘Wat heb ik u misdaan, godsman? Bent u soms naar me toe gekomen om mijn zonden aan het licht te brengen en mijn zoon te doden?’
19 ‘Geef mij uw zoon,’ zei hij, en hij nam de jongen van haar schoot en droeg hem naar boven, naar de kamer die hij in gebruik had, en legde hem op zijn eigen bed.
20 Toen riep hij de HEER aan en vroeg: ‘HEER, mijn God, waarom treft u juist deze weduwe, die mij gastvrijheid verleent, door haar zoon te doden?’
21 Hij strekte zich driemaal over het kind uit, daarbij de HEER aanroepend met de woorden: ‘HEER, mijn God, laat toch de levensadem in de borst van dit kind terugkeren.’
22 De HEER verhoorde Elia’s smeekbede: de levensadem keerde terug in de borst van het kind, en het leefde weer.
23 Elia nam het kind op, droeg het naar beneden en gaf het aan zijn moeder terug. ‘Kijk, uw zoon leeft,’ zei hij.
24 Toen zei de vrouw tegen Elia: ‘Nu weet ik dat u door God gezonden bent en dat u werkelijk namens de HEER spreekt.’



Aansluitend bij dit verhaal zingen wij nu een Maria-lied.
Maria, de moeder van Jezus, verloor ook haar Zoon, toen die gekruisigd werd. En ook zij ontving Hem levend terug uit de dood. Lied 740: 4 en 5 melodie Gez v Liturgie 445



Geslagen zijn Maria, de vrienden dof en dicht.
Maar daar is, alleluja, de redder in nieuw licht.
Hij wenst hun allen vrede, zendt hen met vrede uit.
God heeft voor ons gestreden,  Maria zingt en juicht.

Epistel Filipenzen 2: 5-11
Een goed advies, gevolgd door de tekst van een heel oud lied, waaruit blijkt dat door de eerste Christenen al aan Jezus de benaming 'Heer' is gegeven.  
Tonio (zoon) leest:
 
5 Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had.
6 'Hij die de gestalte van God had, hield Zijn gelijkheid aan God niet vast,
7 maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens.
En als mens verschenen,
8 heeft Hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis.
9 Daarom heeft God Hem hoog verheven en Hem de Naam geschonken die elke naam te boven gaat,
10 opdat in de Naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde,
11 en elke tong zal belijden: Jezus Christus is Heer, tot eer van God, de Vader.'

Het psalmwoord dat wij nu horen is in mijn persoonlijk leven heel belangrijk gebleken…

Psalmwoord : Al vallen er duizend aan je linkerzijde, en tienduizend aan je rechterhand,
jou zal niets overkomen.
Psalm 91:7 Halleluja!



Psalm 146: 1,3,5

Heil wien Jakobs God wil bijstaan, heil die God ter hulpe riep.
Want zijn heil zal niet voorbijgaan, God is trouw aan wat Hij schiep.
Wat in hemel, zee of aard woont, is in zijn hand bewaard.

Wees en weduw' en ontheemde doet Hij wonen op zijn erf.
Hij behoedt de weg der vreemden, maar leidt bozen in 't verderf.
Eeuwig Koning is de HEER! Sion, zing uw God ter eer!,

Het Heilig Evangelie
staat geschreven bij:  Lucas 7:11-16 NBV
Jezus heeft zojuist de knecht van een Romeins officier genezen, terwijl die knecht niet eens in de buurt was, maar thuis in bed, en iedereen was daar zeer verbaasd over… We lezen verder:

11 Niet lang daarna ging Jezus naar een stad die Naïn heet, en Zijn leerlingen en een grote menigte gingen met hem mee.
12 Toen Hij de poort van de stad naderde, werd er net een dode naar buiten gedragen, de enige zoon van een weduwe. Een groot aantal mensen vergezelde haar.
13 Toen de Heer haar zag, werd Hij door medelijden bewogen en zei tegen haar: "Weeklaag niet meer."
14 Hij kwam dichterbij, raakte de lijkbaar aan – de dragers bleven stilstaan – en zei: "Jongeman, ik zeg je: sta op!"
15 De dode richtte zich op en begon te spreken, en Jezus gaf hem terug aan zijn moeder.

16 Allen werden vervuld van ontzag en loofden God met de woorden: ‘Een groot profeet is onder ons opgestaan,’ en: ‘God heeft zich om Zijn volk bekommerd!’
17 Het nieuws over Hem verspreidde zich in heel Judea en in de wijde omtrek.

 
Zalig die het Woord van God horen en er gehoor aan geven!




Preek

Genade zij u en vrede van God onze Vader en van Jezus Christus, Onze Heer.

Vandaag, lieve vrienden, is het precies de dag, dat ik 60 jaar geleden als predikant bevestigd ben in de sacristie van de Domkerk in Utrecht. De Ned. Herv. Kerk wilde toen de Spaanse Evangelische Kerk, die erg te lijden had gehad tijdens de burgeroorlog te hulp komen, en omdat ik Spaans sprak werd ik uitgezonden als docent aan hun seminarie. Zo vertrokken mijn jonge bruid en ik, in de verrukkelijke zorgeloosheid van de jeugd en in vertrouwen op de Heer, in het geheim naar het Spanje van generalissimo Franco. Het regime aldaar merkte onze komst natuurlijk toch op, maar het heeft ons persoonlijk niet lastig gevallen. 60 jaar predikant dus, Verbi Divini minister, dienaar van het Goddelijk Woord, en ik vier dat vandaag op bescheiden wijze in de Lutherse gemeente van Zeist.
Ik ben de kerkenraad daar zeer erkentelijk voor, want ik heb in mijn leven ook 10 jaar als Hervormd predikant mogen meewerken in Luthers Amsterdam, en ik beschouw de Lutherse wereld als mijn tweede geestelijk huis.

Vandaag is het bovendien Israëlzondag. Aan de God van het Joodse volk danken wij onze godsdienst.
De staat Israël ligt op het ogenblik in de directe nabijheid van het kalifaat IS, dat het hele Midden-Oosten bedreigt. De internationale politiek betrekt ook ons land bij de strijd tegen het kalifaat.
Dat vraagt om ons gebed.
 
Het oude Testament formuleert duidelijk het levensdoel van het volk Israël.
We vinden de zin van Israëls  bestaan in het boek Genesis. In het eerste bijbelboek dus staat al in hoofdstuk 12 aangegeven, dat God aan aartsvader Abram beloofde, dat hij gezegend zou worden met talrijke nakomelingen.
Het volk dat uit Abram zou voortkomen had tot taak alle andere volken tot zegen te zijn.
Er is mij geen enkel volk bekend, dat van zijn God zo duidelijk een opdracht ontvangen heeft om zich voor anderen in te zetten!
Ook aan Zijn eigen volk beloofde God Zijn zegen. Bij de berg Sinaï sloot Hij een verbond met hen. Daar gaf Hij toen ook de 10 geboden als richtlijn voor hun samenleven.
En zij van hun kant zwoeren plechtig Hem alleen te zullen vereren en dienen.

Maar het volk bleek op den duur niet aan die voorwaarde te kunnen voldoen. Daarom zond God er zo nu en dan eens een profeet op af om het bij de les te houden. Bezield en geïnspireerd door de Heilige Geest vermaanden die profeten de opeenvolgende koningen, en wezen ze hen op de consequenties als ze hun verplichtingen niet nakwamen.
Dan ging het een tijdje goed. Maar onder koning Achab ging het goed fout. Onder invloed van zijn vrouw Izebel verplichtte hij zijn volk haar goden te vereren. Zij kwam uit de rijke en machtige handelshaven Tyrus en vereerde de Baäls, (d.i. 'Heren') goden, die de vruchtbaarheid van de natuur en van de mensen garandeerden. Daar kwam de profeet Elia tegen op, maar hij moest onderduiken, toen hij voorspelde dat er in komende jaren geen druppel water meer zou vallen, totdat God hem opdracht zou geven het te laten regenen.
Het gevolg was een hongersnood, en die vruchtbaarheidsgoden bleken niet in staat die te bestrijden.
De hongersnood deerde de profeet niet. Hij werd op wonderbare wijze gevoed, en ook de weduwe en haar zoon, die hem onderdak gaven profiteerden daarvan. Echter: het enige kind van de weduwe stierf.

Op zichzelf is de dood van een kind in moeilijke tijden niet uitzonderlijk, maar met een profeet in huis, die wonderen verricht, en zorgt dat er voedsel genoeg is, mag je toch anders verwachten!
Van de honger stierf het kind in elk geval niet. Al die tijd heeft het bij hen aan meel en olie niet ontbroken.

Nu houdt Elia God bij de les!
Elia spreekt God er verwijtend op aan en doet van alles om God te bewegen het kind weer te laten ademen.
En het uitvoerige gebed van de profeet wordt verhoord.
Deze geschiedenis staat nu opgetekend in de Heilige Schrift.
En zij kan ons wat duidelijk maken!
N.l. dat de God van Israël een barmhartige God is, die zich door gebed vaak laat vermurwen. En ook zegt dit verhaal ons, dat er meer is tussen hemel en aarde dan wij met ons mensenverstand kunnen begrijpen. In de reactie van de weduwe, die haar kind terugontvangt, zegt zij: nu weet ik, dat u door God gezonden bent, en dat u werkelijk namens de Heer spreekt.
Dat woord weten kan toch nog iets scherper vertaald worden.
Zij is er nu diep van doordrongen.
Ze wist natuurlijk dadelijk al, dat deze Joodse profeet niet zomaar iemand was. Maar pas toen hij het kind, dat hij overleden naar zijn dakkamer had gedragen, weer levend bij haar terugbracht, kwam het inzicht bij haar binnen, dat er nog een heel andere Macht in het spel was, die dat wonder verricht had, en het goed met haar voorhad. Om dat wonder moet Elia dan wel bidden.
 
Ik kan me zo levendig voorstellen, dat u zich afvraagt hoe je dergelijke verhalen nog letterlijk zou kunnen geloven in onze huidige tijd.
Wel, ik kan u zeggen, dat ikzelf, die de hongerwinter van 1944 tot mei 1945 heb meegemaakt, daar niet zo sceptisch tegenover sta.

Daarvan wil ik u het een en ander vertellen.

Ik was nog niet klaar met studeren toen de tweede wereldoorlog over ons heen kwam.
Tegen het einde van de oorlog begonnen de Duitsers met het rekruteren van arbeidskrachten. Ik lag nogal ziek thuis toen 's morgens ineens onze straat afgesloten bleek door Duitse soldaten, die huis na huis doorzochten naar mijn leeftijdgenoten. Ik had geen schuilplaats en kon ook niet ongezien wegvluchten. Afwachten dus maar.
Toen ze bij onze buurman kwamen sloeg de klok juist half één. Met militaire precisie werd de actie stopgezet om te schaften en om prompt één uur weer hervat. Nu waren er op dat moment nog maar drie huizen te gaan tot het eind van de straat, en de soldaat die bij ons aanbelde vroeg:
Sind wir hier schon gewesen? Mijn vader beaamde dat, en werd dadelijk geloofd.
Hij sprak heel goed Duits met een Rijnlands accent en zag er volstrekt betrouwbaar uit.
De soldaat was vermoedelijk allang blij, dat de vervelende klus erop zat en de compagnie vertrok.
 
Dat was niet de enige keer dat ik de dans ontsprong. In totaal was ik viermaal bijna door een bom geraakt of opgepakt en tewerk gesteld in Duitsland of bij Zevenaar voor graafwerk.
Nog één verhaal vertel ik u.
Bij een tweede razzia belandde ik achter een boerenhuis aan de rand van Utrecht en werd door de boer, die toevallig op het goede moment zijn konijnen kwam voeren, in een leeg konijnenhok gestopt, dat wel diep genoeg was, maar vrij wat korter dan mijn lengte. Mijn hok lag tussen twee volle hokken in op ongeveer de hoogte van het middel van iemand met normaal postuur.
De boer voelde zich safe, omdat hij te oud dacht te zijn. Hij stopte mij in met wattendekens; met gaten, zodat ik lucht had. Het vroor buiten stevig.
Aldus comfortabel gelogeerd werd ik inderdaad bezocht door een soldaat, die met de kolf van zijn geweer tegen de hokken sloeg en riep:
Sitzt hier nog einer? Ik overwoog nog éven te roepen: Nein, sitzen tut hier keiner. Ich liege nur.
Gelukkig hield ik mijn mond dicht want het was niet het moment voor humor. Alleen de opgeschrikte konijnen, díé maakten veel lawaai, en de soldaat en zijn kameraad vertrokken, zonder mij ontdekt te hebben...
Ik wachtte echter tevergeefs op de boer die mij zou bevrijden.
Hij was meegenomen.
Het was moeilijk om zelf uit dat hok te komen, verstijfd als ik na een paar uur stilliggen was. Maar het lukte mij, en geholpen door de duisternis bereikte ik ongedeerd ons huis.
En de boer is tenslotte weer ontsnapt.
 
Hoe kijk ik op dat alles nu terug?
Ik mag zeggen dat ik in de oorlogstijd wonderbaar bewaard ben.
Mijn ouders en ik zijn er heelhuids doorheen gekomen, niet zonder honger, maar toch.
 
En er was ook een stil moment geweest, waarin ik beseft had, dat ik predikant moest worden.
Als mijn leven in de oorlog telkens gespaard was gebleven, was het zinvol om te weten waartoe dat gediend heeft.

Zo begreep ik achteraf dat ik al op de lagere school Frans geleerd had omdat er internationaal werk op mij wachtte. Zo heb ik Spaans geleerd, omdat mijn werkterrein in dat land zou komen te liggen.
Alle kennis, die ik om hele andere redenen vrijwillig verworven heb, is bestemd geweest om mij een nuttig instrument te laten wezen in wat ik sindsdien allemaal als predikant heb mogen doen. Op het gymnasium leerde ik voor mijn plezier Hebreeuws.
En ontkende daarna met overtuiging dat ik dominee wilde worden.
Geen haar op mijn hoofd die daaraan dacht. En toch werd ik het!

Ik heb ervaren, zowel hier in mijn eigen land als in Spanje, dat er meer is tussen hemel en aarde, dan mijn verstand kan bevatten. Ik ben wonderlijk bewaard en nu aan het eind van mijn leven ben ik diep doordrongen van de zekerheid dat het ons aller taak is om elkaar tot zegen te zijn.

Mijn eigen primaire taak bestaat in het spreken over Jezus en het opwekken tot vertrouwen in Zijn bescherming en leiding.

Toen Jezus op tournee was in Galilea volgden Hem natuurlijk Zijn discipelen, maar ook een grote menigte nieuwsgierigen liep achter Hem aan.
Ze hadden gehoord dat Hij zieken genas. Dat deed Hij vaak, voor heel veel mensen, maar niet overal, en met name niet in Nazareth, waar Hij was opgegroeid. Daar sommeerden Zijn stadgenoten Hem om Zijn kunsten te vertonen. Zij meenden daar recht op te hebben, maar Hij wees hun erop, dat de weduwe van Sarfat als niet-Jodin bevoorrecht was geweest op Elia's gebed. Daar werden ze toen  erg kwaad om, want zij gingen uit van de gedachte: Eigen volk eerst!

Maar toen hij enige tijd later voor de poort van het Galilese stadje Naïn aangekomen was gebeurde er wèl een wonder. De situatie riep erom.
Hij kon de stad niet in, want een grote menigte versperde de toegang.
Er kwam een begrafenis aan, die de stadspoort uit moest.
Geen Jood zou het gedurfd hebben tegen de stoet in te gaan.
Het was een lijkstoet, en normaal zou iedereen daarvoor plaats maken.
De verbazing moet groot geweest zijn, dat Jezus niet eerbiedig uitweek, maar op de baar afstapte, en die zelfs beetpakte, zodat de dragers wel moesten stilstaan. En helemaal perplex zullen de omstanders geweest zijn, toen de overleden jongen rechtop ging zitten en begon te spreken. Ze waren erbij toen het gebeurde! En ze hadden hun oordeel klaar, want ze kenden hun geschiedenis uit de Heilige Schrift!
Ze herinnerden zich meteen, dat ook Elia een gestorven kind levend aan zijn moeder had mogen teruggeven.
En ook toen, net als in Naïn, ging het om een weduwe, wier zoon haar verzorgen moest in haar ouderdom.
Met de kennis van dat ogenblik riepen ze uit, dat er een groot profeet tot hen gekomen was, een profeet van het formaat van Elia.
Dat was al een paar eeuwen lang niet meer gebeurd. Voor die dagen ongekend nieuw.
Hallelujah! God zij geloofd! Hallelujah!
 
Het ligt op het eerste gezicht volstrekt voor de hand Jezus voor een profeet te houden, een door God gezonden man, die wonderen doet, als de situatie dat van hem vraagt, al moet een profeet wel God daarom bidden. Hij kan geen wonderen doen uit eigen kracht.
Maar als u zich de evangelielezing even wilt herinneren, zult u bemerken dat het bij Jezus zo niet beschreven staat.
Tot de weduwe zegt Hij niet vriendelijk, zoals de Nieuwste Bijbelvertaling ons wil doen geloven: "Ween niet meer." In het Grieks ontbreekt het woord 'meer'.
Jezus zegt alleen: "Ween niet!"
Dat is geen vriendelijke troost, maar een opdracht, haast een kort bevel.
Het vastgrijpen van de lijkbaar is al evenzeer een uiting van autoriteit.
Wie een lijkbaar aanraakte, verontreinigde zich en moest om zijn godsdienstige plichten te kunnen vervullen, eerst naar de priesters om het verbroken contact met God te laten herstellen.
God en dood gaan niet samen naar Joodse opvatting.
Maar Jezus houdt de lijkdragers staande en raakt de baar aan, alsof Hij zich dat veroorloven kan. Waarom doet Hij dat? De vertaling zegt, dat Hij medelijden had. Ook dat wordt niet gesteund door de grondtekst. Ik zou vertalen: Hij werd diep getroffen, of beter nog, al klinkt het wat vulgair: Hij werd er innerlijk niet goed van! Het merkwaardige is nu dat zulke termen in het Oude Testament over God Zelf gebruikt worden: Hij geeft bevelen, Hij schept de wereld door Zijn Woord, door te spreken… God sprak: er zij licht, en er was licht.
En: Hij is met ontferming bewogen.
Net als de profeten vragen ook wij in onze liturgie er nog om, dat God met ontferming bewogen moge worden.
In het Evangelie wordt echter over Jezus gezegd dat Hij, net als God, Zijn Hemelse Vader, met ontferming bewogen werd. Hij toont in Zijn optreden dat Hij groter is dan een profeet.
Ook Hij spreekt maar één woord.
Hij behoeft in deze situatie niet tot driemaal toe te bidden. Hij zegt: "Sta op!" en de jongen gaat rechtop zitten, en heeft weer praats voor twee.
 
Iedereen daar voor de poort van Naïn begrijpt dat Jezus bizonder nauwe banden met God moet hebben. Ze zeggen het zelf: God heeft Zich om Zijn volk bekommerd!  Nog wat preciezer vertaald staat er: God heeft ons bezocht.
Hier wordt Jezus' komst ervaren als een bezoek van God Zelf, die maar "Sta op!" hoeft te zeggen, om zijn bevel direct uitgevoerd te zien.
Jezus zegt: "sta op"en het gebeurt onmiddellijk.
Haast terloops gebruikt Lucas, de schrijver van het Evangelie, het woord 'Heer'. Kurio
V, in het Grieks.
Hij zegt dat de Heer met diep medelijden vervuld werd toen Hij de lijkstoet zag.
Ik nam als vanzelfsprekend aan dat Lucas het woord Heer ter afwisseling gebruikte Maar toen ik me in de tekst verdiepte, zag ik heel duidelijk, dat juist dit woord 'Heer' nog eens benadrukt hoe dicht Jezus bij God staat. God is namelijk de enige die er recht op heeft zo te worden aangesproken. Hij is werkelijk Heer in Zijn schepping. Maar toch mag Lucas ook Jezus Heer noemen.
En ook wij mogen Hem aanspreken met: Kyrië, en met: onze lieve Heer.

Die waardigheid is Hem toegekend omdat Hij Zijn hele leven tot in Zijn dood aan het kruis toe, Zijn volk en alle mensen tot zegen is geweest.

Lieve mensen! Het is best mogelijk dat veel van wat ik verteld heb over God en Jezus langs u heengegaan is.
Maar de roep tot navolging is toch wél begrijpelijk voor iedereen.
Net zoals Jezus met het lot van je medemens begaan zijn en daar dan ook iets voor over hebben, ligt zomaar binnen onze mogelijkheden.
Wie de barmhartigheid van onze ontzag-wekkende en toch ook zo liefdevolle Heer Jezus navolgt, ontvangt Zijn zegen.
Een van die zegeningen is het eeuwig leven.
Onze dood maakt niet een einde aan onze band met de Heer. God is een god van levenden en niet van doden. En dat is een grote troost voor hem of haar, die het verlies van zijn beminden moeilijk dragen kan.

In het heilig Avondmaal geeft de Heer Jezus ons deel aan dat eeuwig leven.
Hij is in ons midden als wij ons gezamenlijk voeden met Zijn voor ons verbroken lichaam en vergoten bloed.
Het gaat mijn en ons aller verstand te boven. Maar ik mag het aan u verkondigen en u uitnodigen gelovig deel te nemen aan deze heilige, van God gegeven, maaltijd, die ons verenigt tot een gemeenschap en die eenieder van u tot vrede moge bewegen met allen die hier zijn samengekomen.

Zo wil de Heer Jezus in ons midden zijn.
Hij houdt van alle mensen, stuk voor stuk, niemand hier uitgezonderd, ook de kinderen niet, en Hij zegent ons opdat ook wij voor anderen tot zegen zijn. Amen.

Muziek

 Zo rijk als wij gezegend zijn met liefde, kennis van God, en goede gaven, zo rijk mogen wij tot een zegen zijn voor anderen.
Nu in de collecte, de komende tijd voor de mensen om ons heen.


Collecte    
1e is voor de Algemene Middelen (de kerk).
2e is voor de Stichting het Evangelie in Spanje.
(Deze stichting spant zich al ruim 140 jaar in ter bevordering van het Protestantisme in Spanje via contacten, collectes, projecten, en voorbede. Ook maken we jaarlijks een vast bedrag over als bijdrage in de predikantssalarissen. Er is nog veel mis in Spanje, en onze hulp is hard nodig. De uwe ook!) 


Wij zingen nu Lied 653: 1,2,5 en 7 


Gij zijt het brood van God gegeven,
de spijze van de eeuwigheid;
Gij zijt genoeg om van te leven
voor iedereen en voor altijd.
Gij voedt ons nog, o hemels brood,
met leven midden in de dood.
 
Gij zijt de wijnstok van het leven,
in duizend ranken uitgebreid,
het leven, ons in U gegeven,
draagt goede vruchten op zijn tijd.
Laat ons uw ranken zijn voorgoed,
doorstroom ons met Uw hartebloed.
 
O Christus, ons van God gegeven,
Gij tot in alle eeuwigheid
de weg, de waarheid en het leven,
Gij zijt de zin van alle tijd.
Vervul van dit geheimenis
uw kerk die in de wereld is.


Gebed over de gaven

Lieve God, u geeft Uzelf aan ons.
wij bieden U ons eigen leven aan.
neem het, zoals U ons geld aanneemt.
dat het dienstig mag zijn voor U.
In de geest van Jezus - die ons voorging.
Amen.

Voorbeden:
Goede God, wij danken U voor gezondheid en genade, voor Uw trouw en nabijheid, vandaag en alle dagen van ons leven, ook als wij dat niet zo direct zien. Wij bidden U voor allen die lijden; voor hen die tekort komen door onze schuld, of door oorlog en geweld, door hongersnoden en verkeerd beleid; voor hen die in gevaar zijn door mensen of door natuurgeweld.
Ontferm U over hen allen.
Gemeente: Heer, ontferm U.

Goede God, wij danken U voor de vrijheid in ons land, voor de vrijheid om over U te spreken, over Uw liefde voor alle mensen, en wij bidden U voor hen die deze vrijheid niet kennen, voor hen die worden vervolgd om hun godsdienst, om hun geloof, hun overtuigingen.
In het bijzonder bidden wij vandaag voor onze zusters en broeders in Spanje, U weet hoe kwetsbaar hun toestand daar nog steeds is, en hoe moeilijk hun voortbestaan. Dat wij ook hen niet vergeten in de drukte van ons doen en laten…
Ontferm U over hen allen.
Gemeente: Heer, ontferm U.

Goede God, Wij danken U voor Israël, waar U Uw Zoon geboren liet worden. Wij denken vandaag aan dit volk, wonend in het  land dat hun gegeven is of verstrooid over deze wereld: wil aan dit volk vergoeden wat mensen het hebben aangedaan, eeuw in, eeuw uit: bemoedig en beziel degenen die werken aan een samenleven in gerechtigheid en vrede in en om Uw stad Jeruzalem…
Ook willen we denken aan alle volkeren die vandaag leven op de schroeiplekken van de aarde en aan allen die daar het slachtoffer van zijn, in leven en sterven, de kinderen, de vrouwen, de mannen, zegen alle inspan-ningen om de ellende te keren en vrede te stichten, houd de weerstand levend tegen de macht van tirannen en het geweld van wapens.
Ontferm U over hen allen.
Gemeente: Heer, ontferm U.

Goede God, wij danken U dat U telkens weer profeten en predikanten gaf, priesters en ouders, om ons te vertellen van Uw liefde voor de mensen van Uw schepping.
Wij danken U voor dit uur, voor alle liefde en warmte die wij hier met elkaar mogen delen. Wij bidden U voor de gemeente, en voor de komende generaties, dat U hun hart raakt, en dat zij U kennen als een bron van kracht en liefde.
Voor onze zieken, naar lichaam en geest bidden wij U, voor de familie Schimmel, voor een familielid van Marijke, dat zij Uw blijvende steun mogen ervaren.
Ontferm U over hen allen.
Gemeente: Heer, ontferm U.

Heer ontferm U over ons als wj nu ieder voor zich in stilte onze eigen vragen en noden aan U toevertrouwen…

Ontferm U over hen allen.
Gemeente: Heer, ontferm U.
Amen.

Staande belijden wij nu samen ons geloof.

Credo
:

Wij geloven in God,

In de Vader die ons heeft geschapen,

In de Zoon die ons heeft verlost, en uit de dood is opgestaan…

In de Geest die ons geleidt naar Zijn Toekomst
Waar wij in eeuwigheid samen zullen zijn met Hem.

Een volk, een kerk, een gezin.
Amen.


Dienst van de Tafel:

Ja, het is altijd waardig en recht, goed en genezend, o HEER,
om U te loven en te danken voor alle goede dingen die U hebt gedaan…
Want in Jezus Christus
hebt U gedaan wat U beloofd had.
Daarom zingen wij samen met Uw volk Israël
en al Uw profeten, met al Uw engelen en dienaren, nabij en ver weg:




 

 

 

 

 

 

 

 

Wij loven U, Heer, want U hebt voor ons gezorgd,
en U richt onze voeten op de weg van de vrede.
Gij zult altijd met ons zijn
tot het einde der dagen.


Heer onze God, U nodigt ons aan tafel met Jezus Christus, Uw Zoon,
die in de nacht toen Hij werd overgeleverd,
het brood nam, dankte, het brak
en aan Zijn discipelen gaf, zeggende:

Neemt en eet, dit is Mijn lichaam
dat voor jullie gegeven wordt;
doe dit telkens opnieuw om Mij te gedenken.
Zo nam Hij na de maaltijd ook de beker en zei:

Deze beker is het nieuwe verbond, een verbond dat bekrachtigd wordt door Mijn bloed, dat voor jullie wordt vergoten.

Hij leerde ons bidden:

Onze Vader, die in de hemelen zijt,
Uw Naam worde geheiligd.
Uw Rijk kome
Uw Wil geschiede, gelijk in de hemel, alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden,
gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren;
en leid ons niet in verzoeking
maar verlos ons van het kwade!


Goede God, vervul ons met Uw heilige Geest,
zodat wij U dienen zoals U dat graag ziet,
en altijd leven als mensen die U liefhebt.
Door Jezus Christus, onze Heer.
Amen
.

Vredegroet.
Jezus was een man van vrede.
Als Hij mensen begroette zei hij: Shalom, dat betekent: vrede.
De vrede van God. Vrede in je hart.
Laten we elkaar dan ook die vrede wensen.

Daarna gaan we over tot de viering van het Avondmaal waaraan ieder die zich daartoe aangetrokken voelt mag deelnemen. Wij volgen de aanwijzingen van de ouderling
. 

Uitdeling
van brood en wijn

Laten wij God danken met het zingen van lied 413: Grote God, wij loven U!

Alles wat U prijzen kan, U, de Eeuwge, Ongeziene,
looft Uw liefd' en zingt ervan. Alle englen, die U dienen,
roepen U nooit lovensmoe: `Heilig, heilig, heilig' toe!

Heer, ontferm U over ons, open Uwe Vaderarmen,
stort Uw zegen over ons, neem ons op in Uw erbarmen.
Eeuwig blijft Uw trouw bestaan - laat ons niet verloren gaan.



 

Zegen:
De vrede van God, die alle verstand te boven gaat, wil Uw harten en gedachten bewaren in Christus Jezus onze Heer.
Amen

 


Nawoord:
In de 60 jaar die voorbij gegaan zijn, heb ik veel steun ontvangen. Van mijn eerste en van mijn tweede vrouw, die beiden mijn domineesbestaan verheugd en gesteund hebben. Mijn kinderen en mijn kleinkinderen houden veel van ons. En mijn schoonkinderen doen voor hen niet onder. 
Een jaar of twintig heb ik het voorrecht gehad om met jonge mensen om te gaan, eerst met Spaanse jongelui, daarna met dienstplichtigen in ons land, en vervolgens met studenten in Amsterdam. Vele vrienden hebben me omringd, waarvan een aanzienlijk aantal de aarde al verlaten hebben. Ik had een hele alleraardigste schoonfamilie uit mijn beide huwelijken, veel oude, maar ook enkele jonge vrienden. 
En dan al die gemeenten, waar ik het Woord mocht verkondigen! Het heeft me aan zegeningen niet ontbroken, en als ik ziek ben kan ik de boodschapjes van hen, die voor mij bidden, haast niet bijhouden. 
En tenslotte: ik ben ouder geworden dan wie ook in mijn familie, ouder dan mijn vader en zelfs nog ouder dan mijn moeder.
Hun nagedachtenis is mij tot zegen. En ik weet mij geborgen in de liefde van veel geloofsgenoten en van Jezus, die mijn Heer en Heiland is. 
Ik ben er zeer, zeer dankbaar voor. 
Amen.

Aan deze dienst werkten mee: Edwin Fredriks, orgel, 
Parel Voerman zang en catering (met René) 
Cathy Kratz 1e lezing (oudste kleindochter)
Tonio Voerman 2e lezing (zoon)
Ton Voerman Verbi Divini Minister (dienaar van het Goddelijk Woord)
Kostersechtpaar en gemeente Lutherse kerk te Zeist 


Daarna werd er koffie gedronken, er waren toespraken van mevrouw W. Visser namens de Lutheranen, ds. Wout van Laar namens de Stichting Het Evangelie in Spanje, en de broeders en zusters in Spanje, en door de voorzitter van de Kerkenraad, de heer Herman Hamers.
Hier ds. Wout van Laar, die zeven deugden wist te vinden bij de jubilaris. 

Toen kon men aanvallen op het buffet, dat door Parel en René was ingericht, met veel lieve hulp van zusters en mevrouw Lekkerkerker. Het was heerlijk en erg gezellig.