Bijgewerkt : 30-03-2014

Zondag Judica - 28 maart 2004 te Heusden

Organist: Joop de Zwart. Aanwezig: 17 mensen.

Wij belijden voor de Almachtige God,
dat wij gezondigd hebben,
gezondigd, in gedachten, woorden en daden.
Het is onze schuld, onze eigen grote schuld.

Daarom vragen wij God, de Almachtige,
de Barmhartige, zich over ons te ontfermen,
ons al onze zonden te vergeven
en ons te bevrijden van alles wat verkeerd is. Amen

De Almachtige  God schenke ons zijn genade
Amen

Zo lief had God deze wereld, dat  Hij Zijn enige Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt, en eeuwig leven hebben mag!

 Ons introïtus lied deze zondag Judica, spreek toch recht, Heer, is gezang 280 helemaal.


Hoor de bittere gebeden           om de vrede die niet daagt.
Zie hoe diep er wordt geleden,           hoe het kwaad de ziel belaagt.
Zie uw mensheid hier beneden,  wat zij lijdt en duldt en draagt.

Houd wat Gij hebt ondernomen,           klief het duister met uw zwaard.
Kroon de menselijke dromen  met uw koninkrijk op aard.
Laat de vrede eindlijk komen,  die uw hart voor ons bewaart.

Laten we de Heer aanroepen om ontferming met de nood van deze wereld, maar laten wij, ondanks de vastentijd, dan toch ook Zijn naam prijzen, juist in het vertrouwen dat er aan Zijn barmhartigheid geen einde komt



Zondagsgebed
Grote God in de Hemel, wij naderen aarzelend maar toch vol vertrouwen de Troon van Uw liefde.
Wil ons in dit uur met die liefde vervullen, opdat wij in alles op U gericht zijn èn blijven. Door Jezus Christus, onze Heer. Amen.


Lezing Oude Testament  Jesaja 58: 6 - 14.

Na de ballingschap woont Gods volk weer in het heilige land. Maar daarmee zijn nog lang niet alle problemen opgelost. Israël heeft zich beklaagd, dat God ze niet beloont voor hun vasten.
God laat antwoorden, dat het vasten van Israël niets voorstelt.
Hij geeft wat voorbeelden, en gaat dan verder:
6. Dat is pas een vasten dat ik op prijs stel: het losmaken van goddeloos strakke boeien, het losknopen van het juk, het in vrijheid stellen van verdrukten, ja, als ze ieder juk stukbreken....

7. en zeker het uitdelen van je eigen voedsel aan hen die honger lijden, (letterlijk: je brood stuk scheuren voor hen die honger lijden), en je neemt hen, die het kind van de rekening zijn: zwervers van hot naar her, mee naar huis, als je iemand ziet die naakt is en je kleedt hem ook aan, al moet het van je eigen lijf! – Je kunt je er niet aan onttrekken!

8. Dan zal je licht uítstralen als het ochtendgloren, en waar je recht op hebt zal snel gebeuren, en als je gerechtigheid voor je uit zal gaan, dan deel je in een geweldige eer....

9. Dàn roep je (Hem) aan, en de Aanwezige antwoordt, je roept om hulp en Hij zegt: Hier ben ik!, gesteld dat je het juk uit je omgeving wegdoet – net als het nawijzen (van mensen) en minderwaardig geklets....
10. Geef je aan wie verhongert je eigen huishoudgeld, dan krijg je genoeg terug om van te leven, en je wordt verzadigd.
Je licht gaat stralen in het donker, ja, je diepste duister wordt klaarlichte dag.
11.God zal je voortdurend leiden, en op droge plaatsen zal Hij in je behoeften voorzien, houdt Hij je gewrichten soepel, en zul je leven in een tuin, zo rijk aan water, alsof er een fontein is, met water, dat nooit ontbreekt.
12. Mensen uit jullie midden zullen ruines weer opbouwen voor altijd, je zult fundamenten leggen die het houden, van geslacht op geslacht, en je bijnaam zal zijn: Bouwer van muren waar gaten waren, Hersteller van wegen, zodat ze weer begaanbaar zijn.
13. Indien je je voeten omwille van de rustdag stil houdt, en niet doet wat je (zelf) wílt, op Mijn Heilige dag, dan zul je de rustdag een genoegen noemen, en Gods heilige dag noem je: de Geëerde, en je zult die eren door je manier van leven, liever dan je eigen genoegen na te jagen en zaken te doen.
14. Dan verheug je je in Mij, de Aanwezige, en Ik zal je een plaats geven op de hoogten op aarde en Ik zal je voeden als erfdeel van Jacob, je voorvader, want het is de Mond des Heren, die gesproken heeft.

We hebben heel wat van God te verwachten, als we leven zoals Hij het graag ziet. Laten we zingen: Psalm 62: 1, 6 en 7


Zet nooit uw hart op geld of goed,  zie toe dat gij geen onrecht doet,
want alle macht is snel vervlogen.  't Zij hoog of laag, 't zij arm of rijk,
gij zijt een ademtocht gelijk,  lucht, in een weegschaal afgewogen.

God stelde eens voor al zijn woord,  tot tweemaal toe heb ik 't gehoord, -
nu weet ik, dat Hij alle macht heeft.  Maar ook dat Gij genadig zijt,
o Here, die uw volk bevrijdt  en elk vergeldt wat hij betracht heeft.

Epistel .Filippenzen 3: 7 - 14.
Paulus schrijft daar de gemeente dat ze zich moeten verheugen in de Heer,  maar wel uitkijken voor hen die kwaad willen, voor de officiële Joden, die voor hem niet meer de besnijdenis vormen, maar de versnijdenis, omdat ze zo verknipt reageren op de blijde boodschap. Hun afkomst, waar ze zo trots op zijn, daar is Paulus niet van onder de indruk. De zijne is minstens zo goed: hij is ook een echte Israëliet, netjes besneden op de achtste dag, afstammeling van Israël, uit de stam van Benjamin, en volgens de orde van de Farizeeërs een echte Hebreeër.
7. Maar wat het ook was, wat mij tot voordeel placht te wezen, die dingen beschouw ik nu door toedoen van Christus als nadeel.
8. Maar ja, inderdaad, ik beschouw ze allemaal als een nadeel ten opzichte van de diepe kennis van Christus Jezus, mijn Heer, door wie ik al die nadelige dingen ben kwijtgeraakt, en ik beschouw ze als viezigheid, als ik daardoor toegang mag krijgen tot Christus!
9. En mocht men maar van mij vinden dat ik in Hem ben! zonder mijn eigen rechtvaardiging uit de wet maar met die door het geloof van / in Christus, met de rechtvaardiging die uit God is, op grond van het geloof...
10. Op grond van het kennen van Hem, en van de kracht van Zijn Opstanding, en de gemeenschap met wat Hij geleden heeft, en in het delen van Zijn dood
11. als ik maar op de een of andere manier de opstanding uit de dood mag bereiken.
12. Niet dat ik het nu al te pakken heb, of dat ik mijn doel al bereikt heb, maar ik doe mijn uiterste best greep te krijgen op (het doel) dat Jezus Christus mij heeft leren inzien.
13. Broeders en zusters, ik ga er niet vanuit dat ikzelf het inzicht heb, maar een ding: de dingen van vroeger vergetend, en snakkend naar wat nog komt,
14. doe ik mijn uiterste best voor het doel: de hoofdprijs, namelijk de hemelse roeping door God in Christus Jezus.

Laten wij dan zingen en bidden om hulp in die strijd tegen wat ons afhoudt van God en van de vrede in ons hart. Gezang 286 helemaal.


Zie, Koning Jezus, hoe zij staan           gewapend tot de tanden
en offeren de volken aan           het vuur waarvan zij branden, -
red uw wereld uit hun handen!

En doe ons van een ander vuur           in gloed staan hier op aarde,
gelouterd, - dat wij in dit uur     de strijd voor 't rijk aanvaarden,
dat niet rust op 't scherp van zwaarden.

Geef ons uw vrede in het hart    en liefde, Heer, voor allen
die door de groten zijn verward;           laat, waar hun leuzen schallen,
ons niet aan hun waan vervallen.

Uw rijk, Heer, komt en het is nu:             in ‘t onaantastbaar heden
van uw genade zien wij U           gegord met recht en rede
voor ons uit, - een Vorst van Vrede.


Het Heilig Evangelie staat geschreven bij: .Lucas 20: 9 - 19.
Het is direct na de intocht in Jeruzalem. De Heer is dagelijks in de tempel aan het onderwijzen, en de leden van de synode vragen Hem wie hem het recht gegeven heeft dat te doen. Uiteindelijk heeft Hij net zo min een papiertje als ik! Jezus vraagt ze dan: Was de doop van Johannes puur menselijk of van Godswege? Ze zwijgen laf, bang voor het volk, dat in Johannes een profeet zag. Dan hoef ik jullie ook niet te antwoorden, zegt de Heer fier. Hierna volgt onze lezing….
9. Hij begon het volk deze gelijkenis te vertellen: “Er was eens een man, en die plantte een wijngaard
maar hij gaf die uit handen aan wijnbouwers, en ging een hele tijd op reis.
10. En op een bepaald moment stuurde hij een knecht naar de wijnbouwers toe, dat ze die een deel van de opbrengst van de wijngaard zouden geven, maar de wijnbouwers ranselden hem af en stuurden hem met lege handen weg.
11. Echter hij bleef doorgaan en stuurde een andere knecht, en ook die ranselden ze af en behandelden ze onbeschoft en stuurden ze met lege handen weg.
12. En hij bleef doorgaan en stuurde een derde: maar ook deze brachten ze wonden toe, en ze gooiden hem er uit.
13. Maar de heer van de wijngaard zei: Wat moet ik doen?
Ik zal mijn geliefde zoon sturen, misschien dat ze hém wel respecteren!
14. Maar toen de wijnbouwers hem zagen, riepen ze door elkaar en tegen elkaar: ‘Dat is de erfgenaam! Laten we hem doden, zodat de wijngaard misschien aan ons toevalt!’
15. En ze gooiden hem de wijngaard uit en doodden hen.
Wat zal de heer van de wijngaard nu met hen doen?
16. Hij zal komen en die wijnbouwers kapot maken, en de wijngaard zal hij aan anderen geven.”
Zij die luisterden zeiden: ‘Ammenooitniet!!’
17. Maar Hij keek hen ernstig aan en zei:
”Wat betekent hetgeen geschreven staat:
Een steen, die de bouwlieden hebben afgekeurd, die is een hoeksteen geworden?
18. Iedereen die over die steen valt wordt vermorzeld, en iedereen op wie de steen valt, die verwaait als kaf.“
19. En op dat moment probeerden de schriftuitleggers en de hogepriesters de hand op Hm te leggen, maar ze waren bang voor het volk: ze wisten immers heel goed dat Hij die gelijkenis had gesproken met het oog op hèn!
Zalig die het woord van God horen en er gehoor aan geven!

Credo:

Wij geloven in God, sterker dan de dood,
die het leven wil van mensen, zoals jij en ik,
die ons heeft gedroomd, voor we er waren,
die veel van ons verwacht, en ons geschapen heeft
met kracht en moed en liefde.

Wij geloven in Jezus, Zijn Zoon, die mens werd,
ons gelijk, om weer zin te geven
aan wat zinloos werd: ons leven.
Gekruisigd is Hij, om onze schulden te voldoen.
Opgestaan na drie dagen, leeft Hij voor eeuwig
bij God, waar Hij op ons wacht.

Wij geloven in de Geest van Liefde en waarheid,
Gods wezen, dat Hij met ons deelt.
Zij juicht en huilt in ons, spreekt ons weer moed in,
brengt ons terug.
In één doop, in één kerk - die wereldwijd
ontheven aan structuren en machten,
ons verenigt in één Lichaam, één geheel.
Tot in eeuwigheid
.
Amen.

Preek
GENADE ZIJ U EN VREDE VAN GOD ONZE VADER EN VAN JEZUS CHRISTUS, ONZE HEER,
DOOR DE HEILIGE GEEST.

De afgelopen week hebben we allemaal terugblik op terugblik kunnen horen en zien op het leven van koningin Juliana.
Haar betekenis als mens, haar betekenis als vorstin, als christen, als moeder, daar is ernstig en veelvuldig over nagedacht en gesproken.

Deze tijd van het jaar, zeker in combinatie met de lezingen van deze morgen, nodigt ons al even ernstig uit om na te denken over ons eigen leven, over het belang er van voor andere mensen, voor God, voor onszelf.
Paars, de kleur van inkeer en soberheid, van vasten, u ziet het hier voor u.
Maar inderdaad, zoals de Heer ons via Jesaja al laat weten: niemand is gebaat bij ons vasten, als dat geen positieve resultaten heeft voor anderen. Als ik denk: in de vastentijd kan ik proberen wat af te vallen, hoog nodig, dan zegt de Heer: Bekijk het maar, meid. Daar hoef je bij Mij niet mee aan te komen. Inderdaad, als ik tóch iets wil doen aan deze tijd, kan ik beter wat meer tijd besteden aan mensen die ik vaak tekort doe, omdat ze zo aan me trekken, of waar ik om andere redenen niet aan toe kom. En dan niet zo’n beetje, in wat overgeschoten tijd, maar wat de Heer van ons vraagt is fors! Je huishoudgeld delen, het brood dat je in handen hebt, en waarvan je net happen wilt, je kleren weggeven aan wie niet hebben, en dan niet: als je twee pakken hebt, geef er een weg, maar misschien wel net dat éne nette pak, waar je zo zuinig op bent. Of je lievelingstrui, als iemand die nú nodig heeft. Best héftig, dus.

En ook Jezus, de zondag na de intocht, de eerste werkdag, net als alle dagen van de afgelopen week dat Hij in Jeruzalem was, waarschuwt de mensen. Hij heeft zojuist een standje gehad, of liever: bijna, wegens het ongeoorloofd onderwijzen, maar dat ging net niet door, vanwege de lafheid van de kerkelijke overheid, die maar niet kan kiezen tussen God en de Romeinen.
Want daar komt het op neer: ze proberen, in het belang van het volk, van twee walletjes te eten. Het zal ze opbreken.

Jezus vertelt een gelijkenis. Een verhaal dat bol staat van de verwijzingen naar de eigen geschiedenis van het Godsvolk.
Die heer die een wijngaard plantte, dat is een verwijzing naar het lied van de wijngaard uit Jesaja 5, dat iedereen kent.
Iedereen, die naar Jezus luistert, op dat moment.
Zijn leerlingen, zijn fanclub, de nieuwsgierigen, die toch voor het Paasfeest al in de stad zijn, en niets beters te doen hebben.
Die prachtige wijngaard, waar het lied over zingt, die van al het nodige was voorzien, gaf geen goede druiven, maar stin-kende bessen. En de Heer besluit dat de wijngaard omver gehaald moet worden.
Hij verwachtte goed bestuur, maar het was bloedbestuur, rechtsbetrachting, maar het werd rechtsverkrachting.
Zinnen die U ongetwijfeld kent.
Jezus laat in Zijn gelijkenis horen hoe God telkens weer profeten heeft gestuurd, om de vruchten van Zijn wijngaard los te krijgen, namelijk: Godsvrucht, maar ze hebben wat moeten lijden voor hun Heer, die profeten! En het heeft niet veel geholpen.
Nu stuurt de Heer Zijn enige, Zijn geliefde Zoon, in de hoop dat ze daar enig respect voor zullen hebben.
Hier neemt Jezus Zijn toehoorders nog verder mee terug, naar het allereerste begin van hun geschiedenis als volk.
Naar het offer van Abraham. Daarvan staat: hij nam zijn zoon mee, jechiedo. Dat Hebreeuwse woord heeft een dubbele betekenis: de enige, de unieke, maar ook: de geliefde.
Als Jezus nu spreekt over de Heer van de wijngaard, en iedereen weet dat dit slaat op Godzelf, dan laat Hij Hem de rol van Abraham op Zich nemen; Abraham, die op Gods verzoek bereid was zijn enige wettelijke zoon, de zoon van zijn oude dag, te offeren voor de belofte: een groot volk. Die bereid was de weg te gaan die God met hem wilde gaan.
Zo staat God er op dit moment voor:
Hij heeft er het krankzinnige risico voor over, dat Zijn hele toekomst, Zijn enige, geliefde Zoon, er aan gaat, of niet… om de mens maar voor Zich te winnen.
Waarom doet Hij dat? Waarom néémt Hij het grote risico, dat ze ook Jezus kwaad zullen doen?
Waarom geeft Hij de mens die kans eigenlijk? Wat kan Hem dat volk schelen, wat kan Hem de mensheid schelen?
Tegen die prijs? Hij kan toch altijd nieuwe maken?

Nee, God heeft Zijn lot aan de mensen verbonden.
Hij zoekt ons gezelschap, omdat Hij er prijs op stelt.
Omdat Hij van ons houdt, met een liefde die zichzelf niet zoekt, en ons niet los wil laten.
Hij droomt er nog altijd van dat we om Hemzelf van Hem zullen houden. Uit eigen vrije wil. Niet omdat het beter of nuttiger voor ons is, maar omdat we in Hem, in Haar, die liefde herkennen, die voor ons van levensbelang is, die onze grondslag en ons levensdoel is. Omdat we in God de partner voor altijd herkennen.

Dat zit er achter. Daarvoor is Jezus bereid Zijn leven te wagen.
In overeenstemming met de droom van Zijn Hemelse Vader.
Maar Hij voorziet Zijn dood, en waarschuwt de mensen, die de wijngaard van Zijn Vader vormen. Godzelf zal de bestuurders van stad en land vernietigen, en het volk, het land, in handen geven van anderen, die Hem wel genegen zijn.

Dit geeft een grote schrikreactie onder het volk.
Ammenooit niet!
Dat mag niet gebeuren.
Laten we hopen dat het een heilzame schrik is, en dat er bij zijn, die zich bekeren. Die anders gaan leven, om Gods wil.

Jezus kijkt de mensen ernstig aan, en zegt: Je weet toch wat het betekent: de steen, die door de bouwlieden werd afgekeurd, is hoeksteen geworden?
De mensen kennen te tekst.uit psalm 118. Inderdaad, God helpt wie door mensen worden geminacht
Maar hier gebruikt Jezus deze tekst als een soort parallel aan de gelijkenis. Denk niet dat wat jullie niet goed genoeg vinden voor God: buitenlanders, die de tempel niet in mogen, mismaakten, voor wie het zelfde geldt, ook voor God niet goed genoeg zijn. Waarschijnlijk zijn zij juist degenen aan wie God Zijn welbehagen zal schenken, en misschien wel dit land!
Bedenk dat een ander wel eens Gods volk zou kunnen worden. Een volk, dat weet wat gerechtigheid is, en dat God van harte dient door goed te zijn voor anderen.
Dat steenblok wordt anders een struikelblok, en ook daarmee is alles weer omgekeerd en anders dan je zou verwachten. Is het u opgevallen? Wie op die steen valt, wie er over struikelt, die wordt er door vermorzeld, en wie onder die steen terecht komt, die verstuift als kaf in de wind.
De hele wereld omgekeerd.
Natuurlijk zullen er taalgeleerden zijn, die spreken van een chiasme, een kruiselingse betekenisverbinding, maar hier is veel meer aan de hand: Jezus probeert uit alle macht de mensen wakker te schudden en op het juiste been te zetten.
Het directe effect is dat de machthebbers, laten we zeggen: de synodeleden, de geestelijke leiders, in paniek raken en hun uiterste best gaan doen de hand op Hem te leggen.
Zij gaan voorbij aan Zijn uitnodiging om eens goed bij zichzelf na te gaan hoe hun verhouding met God, en met hun naasten, in feite is. Ze voelen zich bedreigd in hun dagelijks bestaan, en daarom moet Jezus er aan.

Want het is een feit, en dat geldt ook voor ons, dat het omgaan met God behoorlijk ongemakkelijk kan wezen. Niet alleen wordt er een aanslag gedaan op onze portemonnaie en onze tijd, onze aandacht, ten behoeve van mensen, die wij helemaal niet zien als onze naasten, maar God wil van dat alles ook nog eens véél.
Hij wil als eerste onze liefde en aandacht, en dan door Hem of Haar héén onze aandacht voor de anderen.
Christen zijn is iets, dat je hele bestaan kleurt. Iets dat je er niet maar op zondagmorgen even bij doet, omdat je toch niets anders te doen hebt, en de musea pas ’s middags open zijn, ik noem maar wat, maar het is iets dat je uitdaagt om er je uiterste best voor te doen.

Over musea gesproken: is er al iemand van U naar de Hermitage aan de Amstel geweest in Amsterdam?
Wij wel (ook).
Daar zijn prachtige gouden voorwerpen te bewonderen, waaronder een erekrans met blaadjes van het fijnste goud.
Zo dun, dat ze ook in de veilige bescherming van een stevige glazen kast nog constant in beweging waren en trilden, alsof er overal mensen stonden te juichen en in hun handen te klappen.
Zulke kransen vormden soms de prijs van de Spelen, de sportwedstrijden van het oude Griekenland.
Maar de hoofdprijs, de hoofdprijs van de Olympische spelen vroeger, was een krans van laurierbladeren. Hij of zij wordt gelauwerd, zeggen we wel eens. Daar komt die uitdrukking vandaan.
Een krans van bladeren, die weer vergaan.
Omdat de hoogste eer niet in materie is uit te drukken.
En zo ziet Paulus ook het leven als Christen: een constante inspanning om die hoofdprijs te verwerven: en waar bestaat die hoofdprijs uit?
Het kennen van Jezus Christus als onze redder, en het weten dat we geroepen zijn om straks en nu met Hem samen te leven.
Denk niet dat ik er al ben, zegt Paulus.
Nou, als iemand toch zijn leven in dienst van God heeft gesteld, dan is hij het toch wel.
Maar het is in zijn beleven niet zo, dat je kunt zeggen: ik aanvaard Jezus als mijn Heiland, en nu kan ik op mijn achterste gaan zitten, tot de tijd daar is, nee, dan begint het pas.
Dan word je er op uitgestuurd, om dit met anderen te delen.
Immers: als we het brood van de aarde, dat ons geschonken is, al moeten delen met wie dat niet hebben, hoeveel meer het brood uit de hemel, de kennis van die liefde, die ons vasthoudt, en het leven voor ons zo mooi en zo mogelijk maakt…

Dat zijn dingen om over na te denken. Om ons eigen leven naast te leggen, om ons af te vragen: wat betekent ons leven zoals het nu is voor God? Voor de mensen om me heen?
Wat betekent het voor jezelf? Kunnen we daar gelukkig mee zijn? Wat zouden anderen over ons zeggen, als nu ons uur geslagen was?
Een ding weten we zeker: bij God kunnen we telkens weer opnieuw beginnen. Het is nooit te laat. Hij wacht op ons.
Nu. Elk moment. Met liefde. Op U, op jou, op mij.
Ook wij zijn koningskinderen! Ook wij komen er op aan.
Laten we vruchtbare mensen zijn, met Gods hulp.
Godvruchtig leven, zoals Jezus ons heeft voorgeleefd.
Amen.

Muziek

ALLES WAT WIJ HEBBEN , HEBBEN WIJ VAN GOD GEKREGEN,
OM  DOOR  TE GEVEN, OM MET VELEN TE DELEN
EN ER ZO VAN TE GENIETEN.
OOK NU EN HIER KUNNEN WE GESTALTE GEVEN AAN DAT DELEN:   IN DE COLLECTE

Na het gebed over de gaven zingen wij gezang 445 helemaal.
Maar nu eerst de Collecte


Gebed over de gaven
Lieve God, U geeft U zelf aan ons.
Wij bieden U ons eigen leven aan.
Neem het, zoals U ons geld aanneemt.
Dat het dienstig mag zijn voor U.
In de Geest van Jezus - die ons voorging.
Amen.


Jezus Christus is gestorven,           is verrezen, ook voor mij,
heeft de zegepraal verworven    en het leven, ook voor mij.
Aan Gods rechterhand gezeten,  zal Hij nimmer mij vergeten,
maar, uit deernis met mijn lot,   treedt Hij voor mij in bij God.

Ruwe stormen mogen woeden,  alles om mij heen zij nacht,
God, mijn God zal mij behoeden,  God houdt voor mijn heil de wacht.
Moet ik lang zijn hulp verbeiden,  zijne liefde blijft mij leiden:
door een nacht, hoe zwart, hoe dicht,  voert Hij mij in 't eeuwig licht.

Laten we danken en bidden:
Lieve God, wij danken U voor zoveel liefde, dat U ons telkens weer wilt roepen en waarschuwen. Dat U zoveel om ons geeft, dat U ons niet los wilt laten.
Wil ons dan door Uw Geest en al Haar gaven helpen, om mensen te zijn naar het beeld dat U van ons hebt.
Wek in ons het verlangen naar U. Dat slibt vaak wat dicht, en in alle drukte vergeten we om tijd voor U in te ruimen. U weet dat beter dan wijzelf.
Lieve God, vul ons leven in, wees ons leven, in alle opzichten!
Wij hebben u zo nodig, als tegenwicht voor alle drukke doenigheden om ons heen.
Ook daar waar ons leven is getekend door gemis en verdriet.
Ga ons voor, in Jezus, onze Heer. Begeleid ons in alles, met Uw Geest, die ons Uw liefde spelt.
Open ons de oren en de ogen voor U en voor de anderen, opdat wij mensen mogen worden, in wier gezelschap het goed toeven is.
Voor mensen, waar ook ter wereld, die U nog niet kennen, willen we bidden.
En voor allen waarmee we ons in geloof verbonden weten of zelfs voelen. Dat ons hart open mag staan.
Voor zieken en stervenden, voor eenzamen en gewonden, voor al Uw dienaars, die het moeilijk hebben willen we bidden.
In het bijzonder denken we aan onze zuster nel van der Steen. We danken U, dat het wat beter met haar gaat, en we bidden U om verdere gezondheid, als dat mogelijk is. Houd in elk geval haar vast, en laat haar voelen dat U steeds bij haar bent!
Op de weg naar Pasen, op de weg naar Golgotha, zoeken we Jezus te volgen. Moeizaam, aarzelend, ieder op haar of zijn eigen manier. Wil ons daarin aanzien en bijstaan.

Wij bidden U voor de koninklijke familie, dat wij het verdriet om koningin Juliana mogen verwerken en delen met elkaar en met heel de natie, opdat haar nagedachtenis in alle opzichten tot zegen mag zijn, zoals haar leven dat voor heel veel mensen is geweest.
Wij durven te vertrouwen, dat U haar hebt opgenomen in die stralende liefde, die het einddoel van haar en ons leven moge zijn, en wij danken U voor dit leven, dat zovaak naar U verwees, die ons Uw Zoon gaf, opdat wij met Hem en velen mogen bidden:
Onze Vader, die in de hemel zijt,
Uw Naam worde geheiligd
Uw Rijk kome
Uw wil geschiede, op aarde zoals in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood
En vergeef ons onze schulden,
Zoals wij aan anderen hun schuld vergeven
En leid ons niet in verzoeking
Maar verlos ons van het kwade


We zingen nu staande gezang 444:3 en na de zegen, zingen we, in plaats van het ‘Amen’ gezang 411:6, dus als u dat ook even wilt opzoeken....
Maar eerst 444:3


Zegen:
De God van alle genade,
de Vader van alle barmhartigheid,
de Liefdevolle, trouwe, de altijd-Aanwezige,
Vader, Zoon en Heilige Geest,
zegent en behoedt u,
geeft u kracht en moed,
inzicht en geloof.
Nu, en alle dagen van uw leven.
Amen.

 naar boven