Zondag Cantate 14-5-2006 te Gorcum in de Lutherse Schuilkerk 
'In Abrahams schoot'. Organist Nico Blom. (Fantastisch als altijd).

WIJ ZIJN HIER AANWEZIG IN DE NAAM VAN DE VADER EN DE ZOON EN DE HEILIGE GEEST.
Amen

ONZE HULP IS IN DE NAAM VAN DE HEER
die hemel en aarde gemaakt heeft.

Laten we die Heer dan ook te hulp roepen, als ons hart ons zegt dat er deze week wel iets mankeerde aan ons respect voor deze Heer, en voor Zijn wereld….

Heer, die ons roepen hoort,
hoog in de hemel, en dicht aan ons hart,
verberg U niet om onze zonden.
Verberg U niet om onze lauwheid,
maar hoor ons, als wij vragen om vergeving
en nieuwe kracht. Als wij vragen
om geruststelling en een nieuw begin.
Heer, die de harten kent,
vergeef ons al wat wij misdeden,
en laat ons weer in vrede leven.
Amen.


Zo lief had God deze wereld, dat Hij Zijn enige Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt, en eeuwig leven mag hebben.

Deze zondag Cantate is ons introïtuslied: psalm 98 helemaal.

Ja Hij is ons getrouw gebleven,  Hij heeft in goedertierenheid,
naar de belofte eens gegeven,  het huis van Israël bevrijd.
Zijn volk is veilig in zijn handen.  Hij heeft zijn heerlijkheid ontvouwd.
Zo werd tot in de verste landen  het heil van onze God aanschouwd.

Laat heel de aard' een loflied wezen,  de psalmen gaan van mond tot mond.
De naam des HEREN wordt geprezen,  lofzangen gaan de wereld rond.
Hosanna voor de grote Koning,  verhef, bazuin, uw stem van goud,
de HEER heeft onder ons zijn woning,  de HEER die bij ons intocht houdt.

Laat alle zeeën, alle landen  Hem prijzen met een blij geluid.
Rivieren klappen in de handen,  de bergen jubelen het uit.
Hij komt, Hij komt de aarde richten,  Hij komt, o volken weest verblijd,
Hij komt zijn koninkrijk hier stichten,  zijn heil en zijn gerechtigheid.

Laten we de Heer aanroepen om ontferming met de nood van deze wereld,
maar laten wij dan ook Zijn naam prijzen,
omdat er aan Zijn barmhartigheid geen einde komt!




Zondagsgebed.
Lieve God, wij danken U dat wij mogen zingen, en in ons lied mogen genezen van alle zorg en verdriet.
Wees telkens Zelf weer het loflied op onze lippen, de melodie die zingt in ons hart.
Door Jezus Christus, onze Heer. Amen.

Lezing OT: Deuteronomium 4: 32 – 40 NBV.
Mozes vat vóór het volk het Beloofde Land intrekt samen wat er tot dan toe gebeurd is, en hoe liefdevol God steeds is geweest… Hij zegt:
32  Ga de hele geschiedenis maar eens na,
vanaf de dag dat
God de mens op aarde schiep, en doorkruis de hele wereld van het uiterste oosten tot het uiterste westen: is zoiets geweldigs ooit voorgekomen, heeft men ooit iets dergelijks vernomen?
33  Is er ooit een
volk geweest dat net als u vanuit een vuur de stem van een god heeft gehoord en dat heeft overleefd?
34  Is er ooit een god geweest die het heeft aangedurfd zich een volk toe te eigenen waarover een ander volk macht uitoefende, en die dat deed met
grootse daden, met tekenen en wonderen en felle strijd, met sterke hand en opgeheven arm, en op angstaanjagende wijze–zoals u met eigen ogen de HEER, uw God, in Egypte hebt zien doen?
35  U bent er
getuige van geweest opdat u zou beseffen dat de HEER de enige God is; er is geen ander naast Hem.
36  Vanuit de
hemel heeft Hij Zijn stem laten horen om u op te voeden, en op aarde heeft Hij u dat grote vuur laten zien en vanuit het vuur Zijn geboden bekendgemaakt.
37  De
HEER heeft uw voorouders liefgehad en hun nageslacht uitgekozen, en Hij Zelf heeft u met Zijn grote macht uit Egypte bevrijd
38  en ter wille van u
volken verdreven die groter en machtiger waren dan u, om u hun land binnen te leiden en het u in eigendom te geven, zoals dat nu gebeurt.
39  Wees u er daarom van
bewust en laat goed tot u doordringen dat de HEER de enige God is, boven in de hemel en hier beneden op de aarde; een ander is er niet.
40  Houd u altijd aan Zijn wetten en geboden, zoals ik ze u vandaag geef. Dan zal het u en uw kinderen goed gaan, en zult u lang mogen leven in het land dat de
HEER, uw God, u geven zal.

Tot hiertoe de lezing uit de boeken van het Eerdere Verbond.
Het leven gaat verder, en in Jezus heeft God Zijn verbond met Israël uitgebreid tot een verbond met iedereen die in Hem geloven wil.

Laten we dan zingen: gezang 327 helemaal.


Geef dat ons hart mag zijn gericht
op U die ons verstand verlicht,
opdat uw naam ons steeds nabij,
uw lof op onze lippen zij,

totdat met alle englen saam
wij zingen: `heilig is Gods naam!',
en zien U in het zalig licht
van aangezicht tot aangezicht.

Epistellezing uit 1 Johannes 3: 18 – 24 NBV
Johannes schrijft over ons, Christenen. Dat we gehouden zijn lief te hebben, zoals Christus ons heeft liefgehad: tot in de dood. En dat we de keus hebben: of we zijn kinderen van God, en dan houden we ons aan Gods geboden, of we zijn kinderen van de duivel, en dan leven we in zonde. Geen creatieve tussenoplossingen.
Hij gaat verder en schrijft:
18  Kinderen, we moeten niet liefhebben met de mond, met woorden, maar waarachtig, met daden.
19  Dan weten we dat we voortkomen uit de waarheid en kunnen we met een gerust hart voor God staan.
20 En zelfs als ons hart ons aanklaagt: God is groter dan ons hart, Hij weet alles.
21  Geliefde broeders en zusters, als ons hart ons niet aanklaagt, kunnen we ons vol vertrouwen tot God wenden
22  en ontvangen we van Hem wat we maar vragen, omdat we ons aan Zijn geboden houden en doen wat Hij wil.
23  En dit is Zijn gebod: dat we geloven in de Naam van Zijn Zoon Jezus Christus en elkaar liefhebben, zoals Hij ons heeft opgedragen.
24  Wie zich aan Zijn geboden houdt blijft in God, en God blijft in haar en hem.
Dat Hij in ons blijft, weten we door de Geest die Hij ons heeft gegeven.
Tot hiertoe onze lezing.

De psalmist zingt zijn belijdenis:
De rechterhand van de Heer verheft mij, de rechterhand van de Heer doet machtige daden. (Ps 118: 6) HALLELUJA!

Wij zingen gezang 205 helemaal.


Hij heeft de duivel alle macht  ontnomen, hem ten val gebracht.
Halleluja, halleluja.  Hij heeft gelijk een grote held      
de boze reddeloos geveld.  Halleluja, halleluja.

Nu doet geen vijand ons meer kwaad;  al dreigt hij ook, het heeft geen baat. 
Halleluja, halleluja.  Hij ligt in 't stof, hij heerst niet meer,
wij zijn Gods eigen kindren weer.  Halleluja, halleluja.

O Gij die onze Heiland zijt,  die zondaars uit de dood bevrijdt,
halleluja, halleluja,  om uw genade en liefde leid
ons binnen in uw heerlijkheid.  Halleluja, halleluja.

Voor wie vertrouwen op uw woord  ontsluit Gij zelf de donkre poort.
Halleluja, halleluja.  Zo laat ons dan uit alle macht
lofzingen Hem, wiens heil ons wacht:  halleluja, halleluja.

Aan God de Vader in zijn troon,  aan Christus, zijn geliefde Zoon,
halleluja, halleluja,  en aan de Geest zij toegewijd
lof, dank en eer in eeuwigheid.  Halleluja, halleluja.

Het Heilig Evangelie staat geschreven bij: Johannes 15: 1 – 8 nbv
Johannes heeft in zijn catechismus, die wij lezen als het Evangelie van Johannes, en terecht, het staat vol goede boodschap, Jezus nog een lange rede laten houden op de avond van Zijn gevangenneming. En hierin gebruikt de Heer de “Ik ben” woorden, zoals dat genoemd wordt. Ik ben de goede Herder, hebben vorige week gehad. Nu is het: Ik ben de ware wijnstok. Wij kijken daar niet van op, maar In het Hebreeuws en Grieks hoef je dat Ik ben niet zo uitgebreid te zeggen: Ik bakker is de gangbare vorm voor: ik ben een bakker. Het ego eimi, Ik ben, dat Jezus hier gebruikt, verwijst direct naar zijn gelijkstelling met God in de hemel. De stem in het vuur heeft gezegd: Ik ben. Ik ben Iemand die ís. Voor Jezus’ leerlingen is het duidelijk dat de Heer een directe lijn legt tussen Hemzelf en God. En toch is er verschil. Het gaat steeds weer om de Vader in de Hemel…
Jezus wijst steeds weer omhoog…
1   ‘Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de wijnbouwer.
2  Iedere rank aan Mij die geen vrucht draagt snijdt Hij weg, en iedere rank die wel vrucht draagt snoeit Hij bij, opdat die meer vruchten draagt.
3  Jullie zijn al rein door alles wat Ik tegen jullie gezegd heb.
(Hier moet ik even iets uitleggen: in het Grieks is het woord dat hier door de bijbelvertalers is weergegeven met ‘rein’ van dezelfde stam als het woord dat met snoeien is vertaald. Het is in het Grieks een woordspel, hairei, wegnemen, wensnijden, kathairei afnemen, afsnoeien, maar daardoor ook reinigen, en kathairos, rein, gesnoeid door het Woord.: Ik lees deze 2 zinnen nog een keer:
2  Iedere rank aan Mij die geen vrucht draagt snijdt Hij weg, en iedere rank die wel vrucht draagt snoeit Hij bij, opdat die meer vruchten draagt.
3  Jullie zijn al rein door alles wat Ik tegen jullie gezegd heb.

4  Blijf in Mij, dan blijf Ik in jullie.
Een rank die niet aan de wijnstok blijft, kan uit zichzelf geen vrucht dragen.
Zo kunnen jullie geen vrucht dragen als jullie niet in Mij blijven.
5  Ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken. Als iemand in Mij blijft en Ik in haar of hem, zal hij of zij veel vrucht dragen. Maar zonder Mij kun je niets doen.
6  Wie niet in Mij blijft wordt weggegooid als een wijnrank en verdort; die wordt met andere ranken verzameld, in het vuur gegooid en verbrand.
7  Als jullie in Mij blijven en Mijn woorden in jullie, kun je vragen wat je wilt en het zal gebeuren.
8  De grootheid van mijn Vader zal zichtbaar worden wanneer jullie veel vrucht dragen en mijn leerlingen zijn.
Zalig die het Woord van God horen en er gehoor aan geven!

In antwoord op Gods woord willen wij samen ons geloof belijden:

Wij geloven in God, die hemel en aarde gemaakt heeft,
Die planten en dieren gewild heeft, en de mens heeft bedacht,
Die van dit alles heerlijkheid en glorie heeft verwacht.

Wij geloven in God, een Vader, een Moeder,
Een rots om op te bouwen, een hoeder...

Wij geloven in Jezus, Gods Zoon, een mens als wij,
Gekomen om te helpen, te redden, om ons vrij
te maken van al wat bindt aan kwaad en aan bezit.     
Die in Zijn sterven onze dood gestorven is,
Die in Zijn opstaan onze Heer geworden is,
Tot leven in der eeuwigheid.
Die ons voor gegaan is naar een werkelijkheid
waar wij worden verwacht
als wij ons leven hier
in Jezus’ Geest hebben volbracht.

Wij geloven in die Geest van liefde
die Gods wezen is,
die ons ten dienste staat, opdat ook wij
God dienen mogen, eindelijk vrij.
Zo kunnen wij geloven in één doop, één God,
in één geloof, genade, op het kruis gekocht,
voor alle mensen. God heeft daar behagen in.
Amen

Preek
GENADE ZIJ U EN VREDE VAN GOD ONZE VADER EN VAN JEZUS CHRISTUS, ONZE HEER, DOOR DE HEILIGE GEEST.

Lieve mensen,
Had U ook even zo’n gevoel van: het kan wel wat minder, bij het horen van epistel en Evangelie? Vooral dat: ‘zonder Mij ben je niets’ ligt ons mensen van deze tijd niet meer zo.
En in feite is het niet veel anders dan wat Mozes het volk voorhoudt: Ze mogen in hun handen knijpen dat zo’n grote God de moeite genomen heeft om naar ze om te kijken, en om ze uit de puinhopen van hun slavenbestaan in Egypte te redden. Niet dat ze altijd zo dankbaar waren in de gevaren van de woestijn: een deel van hen was graag terug gegaan naar de relatieve zekerheden van het dagelijks brood in Egypte, ook al was het werk zwaar, kregen ze slaag en werden ze met uitsterven bedreigd. Niet iedereen is een held.
De vleespotten van Egypte trokken, en dan vergeet je wel eens hoe de situatie in feite wàs…
Het kost moeite om boven je omgeving en boven je eigen leven uit te stijgen, en het geheel te overzien in samenhang met de levens van anderen. Mensen die dat kunnen, mensen als Mozes, zijn geboren leiders. Vaak hebben ze dat niet eens door van zichzelf.
Maar aan het eind van zijn leven heeft Mozes het allemaal al een keer gezien, en heeft hij een boel inzicht en overzicht gekregen.
Hij kan het opnoemen: kijk, daar en daar, zus en zo, telkens heeft de Heilige, jullie God, mijn God, ons geholpen. En als jullie niet zo dwars hadden gelegen, zou hij er aan toe kunnen voegen, waren we er al lang geweest. Maar jullie hadden geen vertrouwen. Jullie geloofden het niet.
Of ze geloofden het wel, maar handelden er lang niet altijd naar…L
En toch zijn hen unieke dingen overkomen!
Nergens anders vind je dat…

Als ze zich nu maar houden aan de geboden en wetten die via Mozes van Godswege gegeven zijn, dan komt alles goed. Dan leven ze lang en gelukkig in het land dat God ze geven zal…

Maar ja, juist met die wetten en voorschriften is het vanaf het begin telkens mis gegaan.
Nou ja, misschien niet zozeer met die wetten en regels, maar meer met wat er achter zat.

Want kijk je naar de tien leefregels, dan begint het met: Luister, Israël: de HEER, onze God, de HEER is de enige! De enige echte. Heb daarom de HEER lief met hart en ziel en met inzet van al uw krachten.
Nou, dat is niet mis.
Er wordt nogal wat van het volk verwacht.
Er wordt ook nogal wat van ons verwacht.
Niet minder, eerder meer.

Onze Heer Jezus formuleert het als:
Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw inzicht en met al uw vermogen. Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf.

En ook in het Evangelie en in de Galatenbrief is die liefde die van ons verwacht wordt, een dwingend thema. Als we Gods geboden houden, dan geloven we in Jezus, en houden we van elkaar, lezen we in de brief.
En Jezus Zelf hoorden we
zeggen: jullie blijven in Mijn liefde als jullie Mijn geboden houden. En dat gebod is: van God houden en van elkaar houden.

Dan
sputtert er iets in ons, want in onze tienerjaren hebben we met schade en schande ontdekt dat je een ander absoluut niet kunt dwingen om van je te houden. Het feit dat wij dodelijk verliefd op iemand waren, kon niet maken dat die gevoelens ook beantwoord werden.
En hoe harder je het
probeerde, hoe zekerder het mis ging…
Het
centrale thema van driekwart van de liefdesliedjes is: ik houd van jou, en hoe haal je het in je hoofd om niet van mij te houden!

Toch
verwacht God niet minder van ons dan dat wij net zo van Hem houden als Hij van ons.
Is Hij een
geboren optimist, of ligt het misschien net even iets anders dan het op het eerste gehoor lijkt? Laten we nog maar eens nader naar de lezingen kijken.

Jezus zegt: Ik ben de ware wijnstok.
En dat heeft dus iets bijzonders, als Hij dat op die manier zegt. Dat heeft een
dimensie die iets met God te maken heeft. Die iets van God laat zien.
Zoals de Goede Herder laat
zien op welke manier God zorgt voor Zijn kwetsbare mensen, hoe Hij voor ze knokt, naar ze zoekt

Het is goed om te
weten dat in Jezus’ dagen de wijn een van de beelden is voor de Thora.
En de thora is een bron van Godskennis.
Wie de
Woorden van God, zoals ze in de eerste vijf bijbelboeken, in de Thora staan, bestudeert, die drinkt ze in als wijn. Daar kun je high van worden. Je hebt van die momenten waarop je denkt: ah! zo zit het in elkaar! Zo is God!
Daar kun je diep gelukkig van worden.
Wijn werd ook op wonden gegoten om ze te zuiveren. En dat is een beeld echoot in de gelijkenis die de Heer ons voorhoudt in het evangelie. Die zuiverheid.
Weten wat je wel en niet moet en kunt denken, geeft je een zuiver oordeel.
Ik kom daar aanstonds op terug.

Een van de kernthema’s in het Evangelie is vandaag: vrucht dragen. Maar wat houdt het in dat we vrucht dragen?
Wel, dat we leerlingen van Jezus zijn, en dus leren te leven zoals Hij. Dat geeft God de grootste voldoening, en dat is ook de inhoud en het doel van de geboden, van de leefregels.
Leven als Jezus, dat betekent: dat we mensen een menswaardig bestaan gunnen, dat we het leven voor anderen mogelijk maken, en dat we daarin niet ons eigen belang zoeken, maar juist het heil, het welzijn van de ander. Dat is ook het verschil met het bestaan in de roze wereld van de verliefdheid, waar je toch in wezen de ander voor jezelf wilt, waar je desnoods heel ver wilt gaan om de waardering en liefde van de ander te ‘verdienen’ tussen aanhalingstekens, maar waarin je niet zover wilt en kunt gaan, dat je de ander vrij laat om desnoods een heel andere kant op te gaan als die dat wil.
Want dan is Leiden in last…
De liefde die van God uit gaat en waar God naar op zoek is, is de volwassen liefde die gericht is op het heil en welzijn van de ander, en waarvoor je bereid bent jezelf weg te cijferen, zoals ouders dat voor hun kinderen kunnen doen.
Zo, en nog veel meer, is de liefde van God voor ons. We mogen Hem terecht onze Vader noemen. Onze Vader die ons een menswaardig bestaan op deze aarde wil leren. Menswaardig: zo dat het voor alle mensen de moeite waard is. Want Gods liefde uit zich in een groot respect voor ons. Voor onze eigen beslissingen en voor ons eigen wezen.
Juist omdat we zijn die we zijn, met onze sterke en onze zwakke punten, is er die respectvolle liefde voor ons in onze eigenheid.
De liefde van God is misschien nog het meest zichtbaar in Zijn terughoudendheid.
Ik zal u uitleggen wat ik daarmee bedoel.
Vroeger hing er bij ons op het prikbord een plaatje van God die vanachter een dikke wolk naar beneden wees en riep: Houd van elkaar of ik sla er op! Nou, dat was grappig, omdat je weet dat het zo niet in elkaar zit.
God wil onze liefde niet afdwingen. Hij wil geen perfecte hemelingen die Hem met volmaakte liefde tegemoet treden, die zijn er al genoeg. Maar het experiment ‘mensen op aarde’ als ik het zo mag noemen, gaat er van uit, dat als we het juiste inzicht hebben, als we het hart op de juiste plaats hebben en weten en begrijpen hóé God is, dat we ons daardoor zelf aangesproken voelen, en zeggen: dat willen we ook.
Daarom is Jezus ook op aarde gekomen: om het te laten zien, om het voor te doen, tot het bittere einde – en verder dan dat.
Dat beeld van de wijnstok heeft alles te maken met kennis van God.
Pas als je iemand goed kent, veel met iemand hebt gepraat, met iemand bent opgetrokken, begrijp je wat iemand beweegt, kun je diens of haar redeneringen volgen, snap je hoe iemand in een bepaalde situatie reageert, en kun je die reactie dus ook op de juiste waarde schatten.
We kennen allemaal wel de situatie tussen twee mensen, waarbij hij zegt: je moet de dop goed op de tandpasta doen! En zij denkt dan: zeur niet over zulke onbelangrijke dingen, en ze luistert er niet naar, wanneer hij het weer zegt, en er desnoods ruzie over maakt. Het zijn altijd kleine dingen. Maar hij denkt: als ze van me houdt, dan zou ze dat voor me doen! Dan zou ze weten dat dit voor mij nu eenmaal belangrijk is. Het is voor haar niet belangrijk, en ze snapt niet waarom hij er zo over door zeurt. Ze luistert er helemaal aan voorbij.
Nu had ik hij en zij hier kunnen verwisselen, want om eerlijk te zijn: we kunnen er allebei wat van!
Iemand wezenlijk leren kennen vraagt veel studie, veel aandacht, en veel respectvolle liefde.
En wie kan ons beter leren wie God is, dan Hijzelf?
Hij toont het op allerlei manieren.
In het machtig vertoon van natuurgeweld, en in het tere bloemblad dat ons hart verheugt… in de heldere kleuren van het morgenlicht, en in de diepe sterrennacht. Hij heeft veel respect voor ons, en betracht grote terughoudendheid, en toch kunnen we soms omzien en met verbazing zeggen: Hij was er tóch, Hij heeft ons daar en daar geholpen, heeft ons zo en toen gezegend. Mozes heeft het daar over.
En Jezus zegt: God zelf moet je gedachtegang zuiveren door hier iets weg te nemen, daar iets te kortwieken… en Hij heeft dat al die tijd gedaan bij de leerlingen, zonder dat ze dat wellicht met zoveel woorden hebben begrepen.
Maar het kán dus, als we veel in de bijbel lezen, als we luisteren naar de Woorden van God in het Oude en het Nieuwe Testament.
En dan komen we soms onverwachte juweeltjes tegen, zoals die zin uit de Galatenbrief: Zelfs als ons hart, als ons verstand, ons veroordeelt, dan is God groter dan ons hart. Hij weet alles.
Hij weet alles.
Daar krijgen sommige mensen de kriebels van. Dat voelt zó onvrij… dat alziend oog, waar kindertjes vroeger wel mee opgevoed werden, als een soort boeman…
Helemaal verkeerd.
Voor een ander is het een rustig gevoel: God ziet alles, dus we hoeven ons niet mooier voor te doen dan we zijn. Niet sterker, niet beter. Wat een rust. En als we dat hebben ontdekt, dan hoeven we ook naar andere mensen die schijn niet meer op te houden.
Dat maakt het leven een stuk aangenamer.
Fijn, maar dat is toch nog niet waar het om gaat in deze zin.
God weet alles, en daar kan Hij mee leven, ook als ons hart ons aanklaagt…
Dan kan Hij ons nóg vergeven…
Dan kan Hij ons nóg lief hebben…
God weet alles. Hij weet wat er nog meer in ons zit, dat we zelf nog niet hebben ontdekt.
Hij weet wat we voor mogelijkheden hebben, ook al kennen wij ze nog niet.
Hij kent de bron van liefde in ons, die Hij er Zelf in heeft gelegd, ver voor onze geboorte.
Die Hij bevestigd heeft bij onze doop.
Die bron van liefde waarin Hij Zijn eigen Heilige Geest telkens weer uitstort.
Dat ziet Hij in ons.
Dat mogen wij met verwondering en respect ook in de ander vermoeden, zelfs als we het niet zien. Omdat de ander dat dopje wéér niet goed op de tandpasta heeft gedraaid, en ‘dus’ vast niet van ons houdt…
Die liefde is er. Maar die heeft misschien een vorm die wij niet verwachten en niet vermoeden. Een vorm die wij niet herkennen omdat we de ander niet voldoende kennen.
Laten we gaan zoeken naar en openstaan voor het wezen van de mensen om ons heen, om dat licht en die liefde, die God er in gelegd heeft, en die Hij zo graag in ons weerspiegeld wil zien, te ontdekken, en op die manier in ieder mens iets te herkennen dat aan God doet denken, en dat het hart verheugt. Dan volgen we Jezus, dan dragen we vrucht en dan verheugen we Gods hart.
Vandaag en alle dagen van ons leven.
Amen

Muziek

Gods liefde is groot en strekt zich uit tot alle mensen, wij kunnen daarin delen:

dag aan dag met vriendelijkheid en aandacht, geld en geduld,
nu kunnen we er gestalte aan geven, als een goed begin,  in de collecte!

Na het gebed over de gaven zingen wij: gezang 409: 1, 2 en 5
Maar nu eerst de
Collecte

Gebed over de gaven
Heer God, wat wij hebben verdiend, wat wij hebben gekregen, is uit Uw genade.
Daarom kunt U er over beschikken, zoals U kunt beschikken over onze tijd, liefde en aandacht.
Wijs ons in deze dingen de weg. Om Jezus’ wil… Amen.

Gezang 409: 1, 2 en 5

God heeft u uitverkoren  en uw geloof gebouwd,
Hij heeft een eed gezworen  aan elk die Hem vertrouwt:
dat Hij hen zal omgeven  met sterkte als een wal,
dat Hij wie met Hem leven  de zege schenken zal.

Daarom lof zij de Here,  in wie ons heil bestaat,
Hem die ons toe wou keren  zijn liefelijk gelaat.
Hij moge ons behoeden,  elkander toegewijd,
en schenke ons al ’t goede nu en in eeuwigheid.

Voorbeden:
Laten we danken en bidden:
Lieve God, wij danken U voor al die moeders, die U hebt gegeven om niet telkens Zélf in te hoeven grijpen.
Wij danken U, voor haar die hier zijn, voor haar die er niet meer zijn, voor haar die dienend en werkend dubbele diensten draaien…
Wij bidden U voor al die vrouwen en moeders die zich verstikt voelen in alle dingen die van hen verwacht worden, voor hun gevoel. Help hen om wat minder perfect te zijn.
Ze mogen voor U immers ook gewoon mensen zijn.
Wij bidden U voor de moeders die de liefde die zij voelen niet kunnen uiten op de manier die van hen verwacht, of zelfs geeist wordt.
Geef hen de moed zichzelf te leren kennen zoals ze zijn, en zich dan te laten kennen zoals ze zijn, met al hun sterke en zwakke kanten waar U zo veel van houdt.
Wij danken U dat er dagen zijn, waarop wij even stil mogen staan bij de ander, die wij meestal doodgewoon vinden.
Of dat nu is met bloemen, bezoek, een cadeau of een lieve gedachte, waarderende woorden, als het oprecht is, dan is dat een groot geschenk.
Wil ons allen helpen en leren om U te leren kennen, om ons vrij te voelen in de liefde zoals U ons die schenkt, en er van te genieten. Leer ons die bron van Liefde in onszelf te ontdekken, en die ook in elkaar en in vreemden te zoeken, en aan te nemen dat die er is, ook als die verstopt lijkt door de rommel die wij mensen ongewild en ongeweten op onze eigen en op elkaars bronnen gooien – en die zo verstoppen.
Graaf ons allen weer op, stuk voor stuk, maak ons schoon van onheilige gedachten  waarmee we U en elkaar en onszelf tekort doen, en laat ons zo vrucht dragen voor U en voor de wereld om ons heen.
Dat vragen we in navolging van onze Heer Jezus die ons leerde bidden:
Onze Vader, die in de hemel zijt,
Uw Naam worde geheiligd
Uw Rijk kome
Uw Wil geschiede, op aarde zoals in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden,
zoals wij aan anderen hun schuld vergeven;
en leid ons niet in verzoeking
maar verlos ons van het kwade!

Nu zingen we gezang 488B: 1 – 4 (lekker vlot)
Na de zegen, zingen we, in plaats van het ‘Amen’ gezang 488B:5

Zolang de mensen woorden spreken,
zolang wij voor elkaar bestaan,
zolang zult Gij ons niet ontbreken,
wij danken U in Jezus' naam.

Gij voedt de vogels in de bomen,
Gij kleedt de bloemen op het veld,
o Heer, Gij zijt mijn onderkomen
en al mijn dagen zijn geteld.

Gij zijt ons licht, ons eeuwig leven,
Gij redt de wereld van de dood.
Gij hebt uw Zoon aan ons gegeven,
zijn lichaam is het levend brood.

Zegen:
De gemeenschap met God,
met alle heiligen en elkaar
vervulle Uw harten en gedachten,
Uw doen en laten,
Uw bidden en danken.
Van nu aan tot in alle eeuwigheid.
Ga dan heen als gezegende mensen,
in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest
!
Amen

Gez. 488 : 5
Daarom moet alles U aanbidden,
Uw liefde heeft het voortgebracht,
Vader, Gijzelf zijt in ons midden,
o Heer, wij zijn van Uw geslacht.


En daarna is er gezelligheid, en koffie...