Zondag 22 april 2007. Een gemeenschappelijke dienst van de Lutherse gemeenten Woerden, Utrecht, Amersfoort en Zeist, die als gastvrouw optrad. De organist was Dirk Andel, en Alwin Lieuw-On dirigeerde een twintigtal blazers van Hosanna uit Amersfoort. De predikanten ds. Catrien van Opstal uit Utrecht, en ds. Kees van der Horst uit Amersfoort namen een goed deel van de liturgie voor hun rekening. De kerk was tot de laatste plaats gevuld: ruim 80 kerkgangers naast (onder) de muzikanten!!!

Wij zijn hier aanwezig in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Amen.

Onze Hulp is in de Naam van de Heer
die hemel en aarde gemaakt heeft.

Confiteor:
Grote God, wij aanbidden Uw Naam,
wij zegenen Uw aanwezigheid hier,
en wij vragen Uw zegen,
over allen die, waar ook ter wereld,
bijeenkomen om Uw goedheid te loven.

Goede God, wij vertrouwen op Uw Woord,
daarom zijn wij hierheen gekomen.
Wij bidden U voor allen die daar toe niet in staat zijn:

Lieve God, Uw genade is groter dan ons tekortschieten.
Daarop vertrouwen wij, als wij vragen om vergeving,
als wij U vragen om al wat ons aan zorgen en vragen,
aan verdriet en onrust aankleeft, van ons weg te nemen,
opdat wij U in alle vrijheid als Uw kinderen kunnen aanbidden.

Amen.

Introïtus.


psalm 33: 1, 2 en 8


Zingt al wie leeft van Gods genade,  want waarheid is al wat Hij zegt.
Op trouw gegrondvest zijn Zijn daden,  op liefde rust Zijn heilig recht.
Die zich openbaarde  overal op aarde,  alles spreekt van Hem.
Heemlen hoog verheven, vol van blinkend leven,  schiep Hij door zijn stem.
 
Wij wachten stil op Gods ontferming,  ons hart heeft zich in Hem verheugd.
Hij komt te hulp en geeft bescherming,  Zijn heilge naam is onze vreugd.
Laat te allen tijde  Uwe liefd' ons leiden,   Uw barmhartigheid.
God, op wien wij wachten,  geef ons moed en krachten  nu en voor altijd.

Laten we de Heer aanroepen
om ontferming met de nood van deze wereld,
maar laten wij dan ook Zijn naam prijzen,
omdat er aan Zijn barmhartigheid geen einde komt!




Zondagsgebed.

Heer onze God, wij danken U voor Uw genade en goedheid die hemel en aarde vervult, en wij bidden U:
geef dat wij daarin mogen delen door het leven en sterven en de opstanding van Jezus Christus,
Uw lieve Zoon en onze Heer. Amen

 

Lezing OT Jeremia 32: 36 - 41 NB 

De troepen van Nebukadnessar belegerden Jeruzalem en de profeet Jeremia zat gevangen in het kwartier van de wacht, dat tot het paleis van de koning van Juda behoorde. 3 Koning Sedekia had hem daar gevangengezet omdat hij had geprofeteerd: ‘Dit zegt de HEER: Ik geef deze stad in handen van de koning van Babylonië; hij zal haar innemen…’  En dat zal ook zeker gebeuren omdat Israël zo lang tegen God en gebod is ingegaan, dat de Heer het beu is. Maar het blijft daar niet bij, want er komt ooit een tijd dat de Israëlieten ná de ballingschap weer bezit zullen hebben in het heilige land. Daarover gaat het in de volgende profetie:

36 Nu,
daarom heeft de ENE, Israëls God, gezegd,–
over deze stad, waarvan gij zegt:
die is de koning van Babel in handen gegeven
door het zwaard, de honger en de pest:
37  zie, Ik verzamel hen uit al de landen,
waarheen Ik hen in mijn woede, mijn gramschap en mijn grote toorn verstoten heb;
Ik laat hen terugkeren naar dit oord
en laat hen neerzitten in veiligheid;
38  worden zullen zij mij tot gemeente,–
en Ik,
Ik zal hun weer wezen tot God;
39  geven zal Ik hun één hart en één wandel,
zodat zij voor mij al de dagen ontzag hebben,–
hunzelf ten goede
en hun zonen–en–dochters na hen;
40  smeden zal Ik met hen een eeuwig verbond
dat Ik nooit zal omkeren, achter hen vandaan:
Ik zal hen goeddoen,–
en ontzag voor mij geven in hun hart
zodat ze nooit meer wijken van mij;
41  Ik zal vrolijk zijn om hen en hen goeddoen,–
in trouw zal Ik hen planten
in dit land,

met heel Mijn hart en heel Mijn ziel!

 

Gezang tt 210 zg2-94 samen op de aarde.

2. wat Hij heeft geschapen met Zijn hand, Zijn woord.

Wij zal niet verlaten wat Hem toebehoort.

 

3. ’t Westen en het Oosten, voor- en nageslacht,

om Zijn Naam te troosten zijn zij aangebracht;

 

4. om Zijn Naam te prijzen gaf Hij zon en maan,

wijzen en onwijzen gunt Hij het bestaan.

 

5. Israël, Egypte, stem en tegenstem,

hoogtepunt en diepte alles zegent Hem;

 

6. want Hij zal verzoenen wat vijandig is,

nieuwe namen noemen, voor een oud gemis;

 

7. kerk en wereld samen, vasteland en zee,

worden ja en amen, ja uit ja en nee…

 

Epistellezing:  Openbaring 5: 6 – 14 nbv

Johannes zag in zijn visioen Hem die op de troon zat met in Zijn rechterhand een boekrol die aan beide kanten beschreven was en met zeven zegels was verzegeld. Maar er was niemand in de hemel of op aarde of onder de aarde die de boekrol kon openen en inzien. Maar de Leeuw uit de stam Juda, de Telg van David, heeft de overwinning behaald, en daarom mag Hij de boekrol met de zeven zegels openen, hoort Johannes. We lezen:
6. Midden voor de troon, tussen de vier wezens en de oudsten, zag ik een lam staan. Het zag eruit alsof het geslacht was en het had zeven horens en zeven ogen; dat zijn de zeven geesten van God die over de hele wereld zijn uitgestuurd.
7  Het lam ging naar Degene die op de troon zat en ontving de boekrol uit Zijn rechterhand.
8  Op hetzelfde moment wierpen de vier wezens en de vierentwintig oudsten zich voor het lam neer. Ieder van hen had een lier en een gouden schaal vol wierook; dat zijn de gebeden van de heiligen.
9  En ze zetten een nieuw lied in: ‘U verdient het om de boekrol te ontvangen en zijn zegels te verbreken. Want U bent geslacht en met Uw bloed hebt u voor God mensen gekocht uit alle landen en volken, van elke stam en taal.
10  U hebt voor onze God uit hen een koninkrijk gevormd en hen tot priesters gemaakt. Zij zullen als koningen heersen op aarde.’
11  Daarna hoorde ik het geluid van een groot aantal engelen rondom de troon, de wezens en de oudsten; het waren er oneindig veel, tienduizend maal tienduizenden, duizend maal duizenden.
12  Met luide stem riepen ze: ‘Het lam dat geslacht is, komt alle macht, rijkdom en wijsheid toe, en alle kracht, eer, lof en dank.’
13  Elk schepsel in de hemel, op aarde, onder de aarde en in de zee, alles en iedereen hoorde ik zeggen: ‘Aan Hem die op de troon zit en aan het lam komen de dank, de eer, de lof en de macht toe, tot in eeuwigheid.’
14  De vier wezens antwoordden: ‘Amen’, en de oudsten wierpen zich in aanbidding neer.

 

Psalmwoord: Loof de Heer, roep luid Zijn Naam, maak Zijn daden bekend onder de volken. (Psalm 105:1)

HALLELUJA!




Gezang 196: 2 - 5

 

Gij overste Rechter,  Gij krachtigste vechter,
Uw naam is zo zoet:  o Jesu Gods Zone,
Gij velt van den trone  den drijver verwoed!

Maar ons zult Gij planten  als levende planten,
o Heer, in Uw hof.  Uw scepter zal blijven,
Uw rijk zal beklijven  met eeuwige lof.

Gods Zone wilt loven,  Gods Zoon van hier boven
heeft wonder gedaan;  aanhoort deze tijding
en laat de bevrijding  u niet meer ontgaan!

Het Heilig Evangelie staat geschreven bij: Lucas 24: 35 – 48 NBV
De Emmausgangers zijn in Jeruzalem aangekomen.
35 De twee leerlingen vertelden wat er onderweg gebeurd was en hoe Hij zich aan hen kenbaar had gemaakt door het breken van het brood.
36 Terwijl ze nog aan het vertellen waren, kwam Jezus Zelf in hun midden staan en zei: ‘Vrede zij met jullie.’
37 Verbijsterd en door
angst overmand, meenden ze een geestverschijning te zien.
38 Maar
Hij zei tegen hen: ‘Waarom zijn jullie zo ontzet en waarom zijn jullie ten prooi aan twijfel?
39 Kijk naar Mijn
handen en voeten, Ik ben het zelf! Raak me aan en kijk goed, want een geest heeft geen vlees en beenderen zoals jullie zien dat Ik heb.’
40 Daarna toonde
Hij hun Zijn handen en Zijn voeten.
41 Omdat ze het van
vreugde nog niet konden geloven en stomverbaasd waren, vroeg Hij hun: ‘Hebben jullie hier iets te eten?’
42 Ze gaven Hem een stuk geroosterde
vis.
43 Hij nam het aan en at het voor hun
ogen op.
44 Hij zei tegen hen: ‘Toen Ik nog
bij jullie was, heb ik tegen jullie gezegd dat alles wat in de Wet van Mozes, bij de Profeten en in de Psalmen over Mij geschreven staat in vervulling moest gaan.’
45 Daarop maakte Hij hun
verstand ontvankelijk voor het begrijpen van de Schriften.
46 Hij zei tegen hen: ‘Er staat geschreven dat de
Messias zal lijden en sterven, maar dat Hij op de derde dag zal opstaan uit de dood,
47  (47–48) en dat in Zijn naam
alle volken opgeroepen zullen worden om tot inkeer (bekering) te komen, opdat hun zonden worden vergeven. Jullie zullen hiervan getuigenis afleggen, te beginnen in Jeruzalem.
Zalig die het woord van God horen, en er gehoor aan geven!


Ons loflied is gezang 205: 4,5,6 (nog steeds staande.)



Voor wie vertrouwen op uw woord  ontsluit Gij zelf de donkre poort.
 Halleluja, halleluja. Zo laat ons dan uit alle macht
lofzingen Hem, wiens heil ons wacht: halleluja, halleluja.


Aan God de Vader in zijn troon,  aan Christus, zijn geliefde Zoon,
halleluja, halleluja,  en aan de Geest zij toegewijd
lof, dank en eer in eeuwigheid. Halleluja, halleluja.

Preek
GENADE ZIJ U EN VREDE VAN GOD ONZE VADER EN VAN JEZUS CHRISTUS, ONZE HEER,
DOOR DE HEILIGE GEEST.


Lieve gemeenten van Gods koninkrijk van priesters en koningen, broeders en zusters door het offer van het Lam…

Als ik u en jullie hier zo allemaal zie, komt bij me de gedachte boven dat psalm 133 eigenlijk ook een zeer passende keuze zou zijn geweest voor vandaag: Zie toch hoe goed, hoe lieflijk is 't dat dochters en zonen van 't zelfde huis als zusters en broeders samenwonen.
Want in wezen wonen wij in het zelfde huis, waar we ons ook bevinden en waar we ook kerken: onze wezenlijke woning is in het hart van God, waar we elkaar ook ontmoeten in vrede en vriendschap, of we elkaar nu kennen of niet.
Het is vandaag een feestelijke dag in een feestelijke tijd van het jaar, waarin we het hebben over Gods genade, Gods ontferming, ‘Misericordias Domini’ heet deze zondag dan ook... Dat is hetzelfde in het Latijn.

En dan valt het even tegen, als de eerste lezing meteen al begint met dood en verderf.
Niet erg opbeurend. Want de dood en verderf die het volk vreest, komt ook inderdaad.
En eigen schuld, dikke bult is het motto.
Al hádden ze er natuurlijk met waarachtig berouw en een oprechte bekering onderuit kunnen komen.
Daar is het nooit te laat voor.
En om die bekering gaat het vandaag.
Die ommekeer van denken en doen.
En niet alleen voor het volk Gods toen en daar, maar ook voor ons, die mochten horen van Gods blijde boodschap. Alle volkeren zouden opgeroepen moeten worden, zei Jezus immers, aan het eind van de Evangelielezing, opgeroepen tot inkeer, opdat hun zonden zouden worden vergeven. Inkeer vertaalt de NBV, maar er staat in het Grieks gewoon metanoia, en dat is redelijk gelijkwaardig met het Hebreeuwse woord ‘shoev’ dat meestal met omkering, en vooral: bekering wordt vertaald...

En opeens zie je dan dat de belofte die Gods volk gedaan wordt, als het de ballingschap in gaat, door Jezus wordt uitgebreid tot iedereen die in Zijn Naam gelooft en dús tot een andere manier van leven komt.
Dat hoort er voor Jezus, voor God, vanzelf bij.

Dat mag God ook verwachten van een volk dat Hem oprecht dienen wil, van mensen die werkelijk om Hem geven, die van de Heilige houden.
Als er liefde in het spel is, dan richt je je naar elkanders behoeften en wensen, dat spreekt vanzelf.

Van Gods kant is die liefde zo groot, dat er telkens weer een nieuw begin mogelijk is, zij het vaak na een gepaste afkoelingsperiode.
We lazen het bij Jeremia, hoe nog vóór het volk wordt weggevoerd en het ten dele wordt uitgemoord en geplunderd en verkracht, God zegt al bezig te zijn met plannen voor de terugkeer.
Hij laat ze straks veilig terugkeren naar de stad die nu op zijn grondvesten staat te wankelen onder vijandelijk geweld. Terugkeren naar de dienst aan Hem.
Dan zal er weer gemeenschap zijn.
Hij hun God, en zij zullen eensgezind in denken en doen een heilig respect voor hun God hebben.
En daarmee bedoel ik dus niet: angst!
Dán zal de Heilige een nieuw verbond met ze smeden: en de inhoud daarvan is dat God Zich nooit zal omkeren, zich nooit van ze zal àfkeren, maar dat Hij altijd achter ze zal staan.
Hijzelf geeft ze dat ontzag in het hart, waardoor ze God respecteren, en Hem trouw blijven...
Zodat God er vrolijk van wordt, en hun weldoener is.

Kijk, daar kun je wel weer blij van worden.

En Jezus knoopt hier bij aan, als Hij na Zijn opstanding en voor Zijn Hemelvaart de leerlingen er op uit stuurt om alle volkeren, alle gemeenschappen, te vertellen over de blijde boodschap van Gods Zoon die dood en verderf heeft overwonnen, en… dat er een eeuwig verbond is gesmeed dat bekrachtigd is met Zijn bloed.

Tja, ik weet wel dat veel mensen wat ongemakkelijk worden, ook in de kerk, van die bloederige toestanden, zoals ze dat dan noemen.
Maar bij het sluiten van een belangrijk verbond tussen twee partijen werden er dieren gedood, en dan zeiden beide kanten: zo mag het mij vergaan en erger, als ik dit verbond verbreek. U begrijpt dat zo’n offer er toe bijdraagt dat men deze woorden niet lichtvaardig uitspreekt.

In dit licht moeten we zeker ook Jezus’ offer aan het kruis beschouwen. Hij werpt zich op, Hij wordt van Gods wege gegeven, als het offerlam, dat de basis vormt van deze eeuwige verbondssluiting.
De Heer noemt dat ook bij de instellingswoorden, die Paulus ons overlevert.

En zo wordt Zijn lichaam, gemarteld en verminkt, tóch de basis van een nieuw bestaan voor velen, voedsel voor de eeuwigheid, mogen we poëtisch zeggen. En zo wordt Zijn bloed de wijn van Gods koninkrijk, waar we, als we straks de gemeenschap vieren met God en met elkaar, al éven aanwezig zijn.
Hier in Gods huis. Waar liefde wordt gegeven en gedeeld, daar woont Hij immers Zelf.

Wij mogen even voorproeven.
Even samen zijn.
Niet uit gewoonte en bijgeloof, maar in diepe dankbaarheid.
Opdat – en ik citeer: wij ontzag hebben voor God in ons hart, en nooit meer van Hem afwijken.

Het is nu aan ons om met doen en laten, denken en spreken, te laten zien dat het Lam niet voor niets is geslacht. Te laten zien dat Jezus is opgestaan, niet alleen toen en daar, maar ook hier en nu. In ons midden is Hij aanwezig. Hij nodigt ons aan Zijn tafel.
Laten we ons dan met heel ons wezen, in heel ons dagelijks leven, omkeren naar Hem toe!
Laten we ons bekéren, en inzien, hoe goed en groot en genadig Gods erbarmen is. Want God heeft Zich voor eens en altijd naar ons toegekeerd. Wij gaan Hem stuk voor stuk ter harte.

Als dat de basis van ons bestaan is, zullen we kunnen jubelen en zingen, eenmaal voor Gods troon, een nieuw lied voor Hem die mensen heeft gekocht, heeft vrijgekocht voor God, uit alle landen en volken, van elke stam en taal. Die uit hen een koninkrijk heeft gevormd en die hen tot priesters heeft gemaakt. Priesters, die heel hun leven wijden aan God.
Dan kunnen ook wij zingen: aan Hem die op de troon zit en aan het Lam komen de dank, de eer, de lof en de macht toe, tot in eeuwigheid.

De Emmaüsgangers kwamen het ons vertellen: Waar Jezus deelt, brood en goede woorden, daar wordt Hij zichtbaar en herkenbaar. Zo ook wij als wij met Hem brood en wijn mogen delen. Dan is Hij als vis in ons midden: Jezus Christus, Gods Zoon, Redder. Het Griekse woord IXΘUS. 

Wij mogen en moeten daarvan getuigen. Hierbinnen, en straks daarbuiten. Het kán ons het leven kosten, maar het zal ons zeker eeuwige vreugde brengen.
Omdat God Zich over ons verheugt.
Amen


Muziek trompetsolo over gezang 206.


De collecte zal zijn onder het voorspel van gezang 206
De eerste rondgang is voor de 'kerkelijke middelen', de tweede voor 'educatief werk'
Volgens het landelijk rooster wordt op zondag 22 april 2007 gecollecteerd voor het educatieve werk binnen de Protestantse Kerk. Uit deze collecte worden allerlei activiteiten op het gebied van educatie en toerusting van de eigen kerkelijke gemeente bekostigd, alsmede enkele samenwerkingsprojecten met het Nederlands Bijbelgenootschap (NBG). Verder nemen jaarlijks zo’n 1200 cursisten deel aan de cursus Theologische Vorming Gemeenteleden. Deze cursus voorziet in de grote behoefte aan theologische scholing en verdieping van gemeenteleden. Na afronding ervan gaan veel cursisten taken vervullen in de kerkelijke gemeente als ambtsdrager of als vrijwilliger.  Daarnaast wordt het godsdienstonderwijs op openbare basisscholen vanuit de kerken verzorgd.


Gezang 206:


Vrouwen
Zij is de bron, het leven zelf,
ontspringend uit het grafgewelf,
Christus, de levende fontein,
waarin wij allen zalig zijn.

Allen
In alle dingen opgericht,
door alles heen dringt hemels licht,
de schepping heft het feestlied aan
want Christus is thans opgestaan.

Mannen
Gisteren was ik met U dood,
o Christus, in dit morgenrood
word ik met U weer opgewekt
daar Gij de Uwen tot U trekt.

Allen
O Christus, ik die gistren pas
met U aan 't kruis gehangen was,
laat heden tot Uw lof en prijs
mij bij U zijn in 't paradijs.

Gebed over de gaven.
God, onze Vader,
U, Gever van leven,    
U die Uzelf met ons deelt in Uw Zoon, onze Heer, Jezus Christus,        
wij bidden dat ons leven en onze gaven gezegend mogen zijn ten dienst van U, Uw gemeente en onze naaste.     
Zo bidden wij in Jezus' naam.        
Allen: Amen

Dienst van de Tafel.



Met recht en reden spreken wij onze lofzegging uit, eeuwige God
Hier en nu, overal en altijd,
Want wat geen oor had gehoord, wat geen oog had gezien
en in geen mensenhart was opgekomen hebt Gij gedaan op de eerste dag:
Christus is opgewekt uit de doden.
Gij hebt in het vroegste licht de duisternis verdreven
Richting en zin gegeven aan heel ons bestaan.
Daarom vieren en zingen ook wij met de vrouwen, de eerste getuigen,
Met de mannen, die hem herkenden in het breken van het brood
En met allen die ons voorgingen in geloof
De dag die Gij gemaakt hebt.
Zo verheffen ook wij onze stemmen met de engelen en de aartsengelen zingen ook wij de lof van uw heerlijkheid:

Ja, gezegend is Jezus, die met Zijn komst ons leven met Uw Naam heeft verbonden
en met al wat daarin besloten ligt
aan mededogen, liefde en genade;
die de nieuwe mens geworden is,  
Uw beeld en Uw gelijkenis,
de weg, de waarheid en het leven;
die, met ons verbonden voor het leven,  
alle machten van de dood voorgoed heeft verslagen,

die, op de avond voor Zijn dood
Zijn liefde voor ons heeft bezegeld
met de tekenen van deze gaven,
toen Hij een brood nam,
de dankzegging daarover uitsprak,
het brak en aan de zijnen gaf
met de woorden:
Dit is Mijn lichaam voor u:
doet dit tot Mijn gedachtenis!
Ook toen Hij na de maaltijd de beker nam,
en die aan de Zijnen gaf met de woorden:
Deze beker is het nieuwe verbond in Mijn bloed:
doet dit, zo dikwijls ge die drinkt,
tot Mijn gedachtenis!

Zo gedenken wij dan, grote God,
het geheim van de Gekruisigde,
Jezus Christus, de Rechtvaardige,
die Gij uit de dood hebt opgewekt.

Stort Uw Heilige Geest over ons uit,
dat wij allen mogen herleven tot een nieuwe gemeenschap van beweging en bewogenheid,
vruchtbaar in recht en vrede,
ranken van de ware wijnstok.

Samen met alle nu levenden die wij aan U opdragen:
met hen met wie wij vreugde beleven
en hen over wie wij zorgen hebben…
samen ook, lieve God, met onze doden,
die wij uit handen hebben moeten geven en die wij voor U en elkaar gedenken….
en samen met alle geloofsgetuigen, die onze gidsen zijn geweest op weg naar het land van belofte…

zo, verenigd met heel Uw gemeente,
al de Uwen, in hemel en op aarde,
loven wij God van liefde, Uw Naam,
zegenen wij, God van genade, Uw glorie,
en prijzen wij, God van belofte, Uw trouw –
door Hem en met Hem en in Hem,
Jezus Christus, onze Heer, die ons bijeen zal brengen in Uw Rijk, waar wij om bidden met de woorden:

Onze Vader, die in de hemel zijt,
Uw Naam worde geheiligd
Uw Rijk kome
Uw Wil geschiede, op aarde zoals in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden,
zoals wij aan anderen hun schuld vergeven;
en leid ons niet in verzoeking
maar verlos ons van het kwade!

Als wij dan eten van dit brood en drinken van deze beker verkondigen wij dood en verrijzenis van onze Heer, totdat Hij komt!



Uitdeling - in drie kringen voor in de kerk...

Dankgebed

Laten wij God danken met het zingen van Gezang 217

Jezus leeft! Hem is het rijk  over al wat is gegeven.
En ik zal, aan Hem gelijk,  eeuwig heersen, eeuwig leven.
God blijft zijn beloften trouw, -  dit is al waar ik op bouw.

Jezus leeft! Hem is de macht.  Niets kan mij van Jezus scheiden.
Hij zal, als de vorst der nacht  mij te na komt, voor mij strijden.
Drijft de vijand mij in 't nauw, -  dit is al waar ik op bouw.

Jezus leeft! Nu is de dood  mij de toegang tot het leven.
Troost en kracht in stervensnood  zal de Levende mij geven,
als ik stil Hem toevertrouw:  `Gij zijt al waar ik op bouw!'



Staande zongen we het slotlied: gezang 213: 1, 5 en 6

Nu bidden wij U, Zoon van God, omdat Gij opstond uit de dood,
Geef ons nu Uw genade groot. Halleluja, halleluja, halleluja!

Opdat wij, vrolijk en bevrijd,  lofzingen in der eeuwigheid
Uw lieve naam gebenedijd.  Halleluja, halleluja, halleluja!

 Zegen:
Dat onze tong woorden van liefde zal spreken,
dat onze handen daden van warmte uitstralen,
dat onze ogen schitteren van licht,
dat onze oren gespitst zijn op signalen van gerechtigheid  
dat onze voeten zullen gaan op de weg van de vrede      
daartoe zegene ons de God van Mozes, Elia en Jezus:       

De Heer zegent u en Hij behoedt u,
De Heer doet Zijn Aangezicht over u lichten en is u genadig,       
De Heer verheft Zijn Aangezicht over u en geeft u vrede.

Daarna was er koffie, brood en soep en een excursie naar het Zusterplein, waar een interessante tentoonstelling ons wijzer maakte over de Hernnhutters en de Moravische broeders.