Voor eerdere diensten klik hier:

Zondag 18 na Trinitatis 15-10-1017 in de Lutherse kerk te  Leerdam
Organist: Ina Mostert

Orgelspel

Afkondigingen en aansteken van de kaarsen.

Wij zijn hier aanwezig in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.    
Amen

Onze Hulp is in de Naam van de Heer    
die hemel en aarde gemaakt heeft.

Heer, vergeef ons al wat wij misdeden,
en laat ons weer in vrede leven.
Amen.

Zo lief had God deze wereld, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt, en eeuwig leven hebben mag!

Introïtus:
De Antifoon voor deze zondag luidt:
Beloon wie standvastig op U wachten, laat Uw profeten geloofwaardig blijken. Verhoor, Heer, het gebed van uw dienaren. (Jesus Sirach 36:18)

En de psalm luidt: ps 122: 1,2,3,6,7 BGT
1. Ik was erg blij toen mijn vrienden mij vroegen:
 ‘Ga je mee naar het huis van de Heer?’
2.  En nu staan we echt in Jeruzalem,
binnen de muren van de stad.
3. Jeruzalem is prachtig gebouwd,
met sterke en stevige muren.
6. Bid om vrede en rust voor Jeruzalem,
voor mensen die houden van deze stad.
7. Laat er vrede zijn in de stad,
laat er rust zijn binnen de muren.

Nogmaals samen de Antifoon: 
Beloon wie standvastig op U wachten, laat Uw profeten geloofwaardig blijken. Verhoor, Heer, het gebed van uw dienaren. (Jesus Sirach 36:18)


Laten we de Heer aanroepen om ontferming met de nood van deze wereld, - die is pijlijk groot! -
maar laten wij dan ook Zijn Naam prijzen,
omdat er aan Zijn barmhartigheid geen einde komt!




Zondagsgebed
Heilige Geest,
Liefde van God voor alle mensen,
Wees in ons midden,
Open ons de oren, open ons de harten,
Herschep ons… door Jezus Christus, onze Heer.
Amen

Lezing Oude Testament: Jesaja 25: 1 – 9 NBV

Een lied van vertrouwen, een credo.
Juist in moeilijke tijden, in een oorlogssituatie, en dan mag u denken aan de plaatjes van steden als Mosul en Raqqa, die in puin liggen, zegt de profeet:  

25:1 HEER, U bent mijn God.
Ik zal U hulde bewijzen, Uw Naam loven.
Want wonderbaarlijk zijn Uw daden,
U hebt Uw beleid sinds mensenheugenis
trouw en betrouwbaar uitgevoerd.
2 Hun stad hebt U tot een bouwval gemaakt,
hun versterkte vesting tot een ruïne;
het bolwerk van barbaren is geen stad meer,
nooit zal ze worden herbouwd.

3 Daarom zal het gewelddadige volk U eren,
de stad van wrede volken zal ontzag voor U tonen.

4 U was een toevlucht voor de zwakken,
een toevlucht voor de armen in hun nood,
beschutting tegen stortbuien, schaduw tegen hitte.
Want het woeden van die wrede volken
is als een stortbui tegen een muur,
5 als hitte in een dorre streek.
U doet het barbaarse gejoel verstommen,
U tempert de triomf van tirannen,
zoals de schaduw van een wolk de hitte tempert.

En dan een visioen: Het feestmaal op de Sion

6 Op deze berg richt de HEER van de hemelse machten
voor alle volken een feestmaal aan:
uitgelezen gerechten en belegen wijnen,
een feestmaal rijk aan merg en vet,
met pure, rijpe wijnen.

7 Op deze berg vernietigt Hij het waas
dat alle volken het zicht beneemt,
de sluier waarmee alle volken omhuld zijn.

8 Voor altijd doet Hij de dood teniet.
God, de HEER, wist de tranen van elk gezicht,
de smaad van Zijn volk neemt Hij van de aarde weg
– de HEER heeft gesproken.
9 Op die dag zal men zeggen: ‘Hij is onze God!
Hij was onze hoop: Hij zou ons redden.
Hij is de HEER, Hij was onze hoop.
Juich en wees blij: Hij heeft ons gered!’

Hij hééft ons gered. In dat vertrouwen zingen we het bekende Lied 23b De Heer is mijn Herder, ik heb al wat mij lust. Alles waar ik behoefte aan heb. Als ik Hem dicht bij mij heb. Naast mij. Voor mij. Dan volgt Zijn goedheid mij op de hielen… zo zegt het Hebreeuws het.
Een prachtige psalm. We zingen hem helemaal.

De Heer is mijn Herder! Hij waakt voor mijn ziel,
Hij brengt mij op wegen van goedheid en zegen,
Hij schraagt me als ik wankel, Hij draagt me als ik viel.

De Heer is mijn Herder! Al dreigt ook het graf,
geen kwaad zal ik vrezen, Gij zult bij mij wezen;
o Heer, mij vertroosten Uw stok en Uw staf!

De Heer is mijn Herder! In 't hart der woestijn
verkwikken en laven Zijn hemelse gaven;
Hij wil mij versterken met brood en met wijn.

De Heer is mijn Herder! Hem blijf ik gewijd!
'k Zal immer verkeren in 't huis mijnes Heren:
zo kroont met haar zegen Zijn liefde me altijd.


Epistel: Filippenzen 3: 17 -21 BGT
Dit is een herderlijke brief, een brief van hart tot hart, van Paulus aan de gemeente, aan u en mij.
Hij schrijft:
17. Vrienden, jullie moeten allemaal mijn voorbeeld volgen. En kijk ook goed naar de mensen die al leven zoals ik.
18. Ik heb het jullie al vaak gezegd, en nu zeg ik het zelfs met tranen in mijn ogen: Christenen die niet willen lijden, zijn vijanden van Christus.
19. Voor hen komen eten en drinken op de eerste plaats. Ze zijn trots op dingen waarvoor ze zich zouden moeten schamen. 
Ze kiezen voor het aardse leven.        
Maar uiteindelijk zullen ze gestraft worden.

20. Wij kiezen niet voor het aardse, maar voor het hemelse leven. Want wij verwachten uit de hemel onze redder, de Heer Jezus Christus.
21. Hij heeft de macht gekregen over alles en iedereen.
Hij zal onze zwakke lichamen veranderen, Hij maakt ze zo schitterend als Zijn eigen hemelse lichaam.

Psalmwoord: De psalmist zingt ons voor:
Halleluja.
Loof de Heer, want Hij is goed,
bezing Zijn Naam, zo lieflijk van klank.
psalm 135 :3
HALLELUJA!


Lied 905 

Blijf dan eerbiedig God verbeiden
en zwijg de Heer ootmoedig stil;
Hij zal ons naar Zijn raad geleiden,
't is goed en heilig wat Hij wil.
God die ons uitverkoren heeft,
kent alle zorg die in ons leeft.

Treed vrolijk voort op 's Heren wegen,
neem Zijn gebod getrouw in acht.
't Wordt eind’lijk alles u ten zegen,
wanneer gij daarop biddend wacht.
En wie gelovig op Hem ziet,
weet zeker, Hij verlaat ons niet.

Het Heilig Evangelie staat geschreven bij: Mattheus
22: 1 – 14 BGT

Het is de laatste week van Jezus’ leven voor Zijn kruisdood. Nog steeds probeert Hij de mensen om Hem heen duidelijk te maken wat het betekent, dat God koning is in je leven. Jezus doet dat door verschillende verhalen te vertellen, en hier is er één van. We lezen:

22:1-2 Jezus gaf nog een voorbeeld om uitleg te geven over Gods nieuwe wereld. Hij zei: ‘Een koning geeft een groot feest, omdat zijn zoon gaat trouwen.
3 Hij geeft zijn knechten de opdracht om de gasten voor het feest op te halen.          
Maar de gasten willen niet komen.

4 Dan stuurt de koning andere knechten naar de gasten, met de boodschap: ‘Luister, de maaltijd staat klaar. De koeien en stieren zijn geslacht en alles is klaar. Kom naar het feest!’
5 Maar de gasten luisteren niet. Ze gaan andere dingen doen. Sommigen gaan naar hun land om te werken. Anderen gaan naar hun winkel.
6 En weer anderen grijpen de knechten van de koning. Ze slaan hen en vermoorden hen.

7 Dan wordt de koning erg kwaad.   
Hij stuurt zijn soldaten om de moordenaars te doden en hun stad in brand te steken.

8 Daarna zegt de koning tegen zijn knechten:
‘Alles is klaar voor het feest. Maar de gasten zijn het niet waard om te komen!
9 Ga daarom nu het land in, en nodig iedereen uit die je tegenkomt.’

10 De knechten gaan het land in.
Ze nemen iedereen mee die ze tegenkomen. Goede mensen en slechte mensen door elkaar. Zo komen er veel gasten op het feest.

11 De koning komt bij de gasten kijken.      
Hij ziet een man die geen feestelijke kleren draagt.
12 De koning zegt: ‘Zeg vriend, hoe kun je hier komen zonder feestelijke kleren?’      
De man weet niet wat hij moet zeggen.
13 Dan zegt de koning tegen zijn dienaren:
‘Bind hem vast aan zijn handen en voeten, en gooi hem naar buiten. Breng hem ver weg, naar de donkerste plaats, waar iedereen huilt van ellende en spijt.’’

14 Toen zei Jezus: ‘Zo zal het ook zijn met de nieuwe wereld. Daar zijn veel mensen voor uitgenodigd. Maar er zijn weinig mensen die er echt bij horen.’
Zalig die het Woord van God horen en er gehoor aan geven!


Credo
In antwoord op Gods woord willen wij ons geloof belijden door samen te zeggen: 
Ik geloof in God de Vader, de Almachtige,
Schepper van Hemel en aarde,

en in Jezus Christus, Gods eniggeboren Zoon, onze Heer,
die ontvangen is van de Heilige Geest,
  geboren uit de maagd Maria,

die geleden heeft onder Pontius Pilatus,
is gekruisigd,
gestorven en begraven, nedergedaald ter helle,

ten derde dage opgestaan uit de dood,

opgevaren ten hemel
waar Hij zit aan de rechterhand van God,
de Almachtige Vader

vanwaar Hij komen zal om te oordelen:
de levenden en de doden.

Ik geloof in de Heilige Geest…

een heilige, Christelijke kerk:
de gemeente der heiligen;

vergeving van zonden,
opstanding van het lichaam,
en een eeuwig leven.
Amen

Preek
Genade zij u en vrede van God onze Vader en van Jezus Christus, onze Heer, door de Heilige Geest.

Lieve vriendinnen en vrienden, gemeente der heiligen!

Zo zul je toch worden aangesproken!
En ja, dat gebeurt, en daar worden we dan ook op aangesproken!
Wij zijn een gemeente van heiligen! Gemeenschap van mensen die bij Christus horen, mensen die uitgenodigd zijn om bij God in de Hemel te horen!

Dat betekent niet dat we ‘heilige boontjes’ zijn, maar mensen die verschil maken! Om Gods wil.
In de realiteit van déze wereld.

In het verhaal van Jezus gaat het daar om.
En dat verhaal vertelt Hij in een wereld waarin Rome Jeruzalem heeft veroverd, het Heilig land bezet, in een tijd, waarin Zijn eigen leven op het spel staat, en lang zal het niet meer duren voor Zijn pijnlijke kruisdood!

Jezus
loopt daar niet voor weg.
Hij is gekomen om mensen te herinneren aan de God van hun leven, aan hun Schepper, hun Hemelse Vader.

Zo lang Jezus daar de mogelijkheid voor heeft probeert Hij alle mensen te vertellen over Gods liefde, maar ook herinnert Hij hen aan de ernst van het Verbond dat ooit gesloten is tussen God en het hele volk, en dus ook met hén.
Dat geeft verplichtingen.
Zoals de doopbeloften die onze ouders, namens ons, bij onze doop aflegden, voor ons verplichtingen meebrengen.
Onze ouders beloofden dat ze ons zouden opvoeden in het geloof, dat ze ons zouden vertellen over God, en hoe Hij wil dat we leven.
Zij beloofden dat, in de verwachting dat wij dat dan ook zouden doen. Dat wij dan ook zouden gaan leven in overeenstemming met die afspraak tussen God en hen, tussen God en ons.

Maar dan heb je ook iets. Dan heb je zelfs in de moeilijkste momenten hoop en uitzicht op een fantastische toekomst, en op een hier en nu dat wezenlijk beter kan worden.
Als we denken aan de lezing uit Jesaja, kunnen we ons voorstellen dat Jezus dat visioen in gedachten had, waarin alle volkeren deel zouden nemen aan een hemelse toekomst mét God.
Jezus brengt het verhaal dichtbij, en een beetje sprookjesachtig. Zoals het gaat, wanneer een machtige koning een feest geeft.
Voor Jezus’ toehoorders was dat duidelijk.
Ik denk dat U er een beeld van krijgt als U even terugdenkt aan de bruiloft van een Nederlandse jongen uit de bollenstreek met een heel knappe prinses uit Maleisië! In augustus was dat.
We zagen er een paar dagen later de feeërieke plaatjes van, en ook kleine stukjes film, die na afloop op de plaatselijke televisie en ook hier in Nederland kort werden vertoond.
 
Terug naar de Bijbel.
In Jezus’ dagen werden ruim vóór de huwelijksdatum via boden de uitnodigingen verstuurd.
Aan een select publiek, natuurlijk.
En dan, een dag van tevoren, of die morgen vroeg, kwamen de dienaren van de koning om de genodigden te waarschuwen dat het tijd was.
Ze kwamen niet met lege handen, want ze brachten kostbare bruiloftskleren voor hen mee.
Dat is heel belangrijk in dit verhaal.
En natuurlijk kwamen de gasten ook niet met lege handen, maar dat doet nu even niet ter zake.

Hebt u die plaatjes nog voor ogen van dat huwelijk in augustus? De bruidegom had witte Maleisische kleding aan, en zijn ouders, en andere familieleden, waren niet in hun zondagse pak gekomen, maar ze waren aangekleed naar ’s lands eer en ’s lands wijze. Daar was voor gezorgd.   De dames vonden die prachtige stoffen vast wel prettig, denk ik, zoiets zouden ze thuis niet snel gedragen hebben, maar je kreeg de indruk van de vader dat hij zich niet helemaal op zijn gemak voelde in een soort tuniek van dunne stof die zijn ruime inborst benadrukte, en met een petje op zoals ze daar dragen…
Maar omdat hij van zijn zoon hield en goede manieren had, deed hij dat natuurlijk.

Het selecte gezelschap uit Jezus’ story, ja, het is nét een nulde-eeuws verhaal uit de Story of de Privé, had even iets anders aan het hoofd dan dat huwelijk, en ze gaven geen thuis.
Ze gingen aan het werk op het land of in hun winkel, en anderen gaven blijk van hun minachting voor de uitnodiging door de dienaren, de boodschappers, te mishandelen, en zelfs te vermoorden.
Dat is een klap in het gezicht van de koning!

Nu, voor Jezus’ toehoorders was het intussen wel duidelijk waar het allemaal op sloeg, want dit was de profeten van God meerdere keren overkomen, die werden mishandeld en soms vermoord.  

En die zoon, die zoon die trouwen zou, dat was natuurlijk het volk zelf. Zegt God niet via Hosea: Ik heb Mijn Zoon uit Egypte gehaald?

Nee, dat is voor hen wel duidelijk.

En voor de gewone man spreekt het vanzelf dat de genodigden allereerst de regeerders waren.
De priesters en hogepriesters, de machtige mensen in het land, die voor een deel ook nog samen spanden met de Romeinen, om hun vette baantjes maar te houden.
En de mensen gnuiven, als de koning laat zeggen dat zij het niet waard waren, en dat de gewone man nu wordt uitgenodigd. Niet op verdienste, niet alleen de goede en brave mensen, maar iedereen.

Dat past bij wat Jezus wel eerder heeft gezegd: dat God ieder mens op het oog heeft.
Ieder individu krijgt bij Hem een kans.

En dan gaat het verhaal verder. De zaal is vol met mensen, die allemaal een prachtig kleed uitgereikt hebben gekregen. Een bruiloftskleed.
Het is een en al kleur en schittering, een puur feest zover het oog reikt.
Toch is er altijd wel een wanklank…

Er is één eigenwijze drabber die zichzelf goed genoeg vindt zoals hij is.
Misschien heeft hij het kleed in een tasje gestopt om het later te verkopen, of wat dan ook, dat vertelt het verhaal niet, daar gaat het ook niet om. Waar gaat het Jezus dan wel om?

Ik ga nog even terug naar dat mooie feest in Maleisië.
Ik zag dat alle dames – in overeenstemming met de gebruiken daar – een fraaie sluier of shawl van heel dunne stof over het hoofd droegen, die perfect paste bij hun japon.
Maar er was een blonde vrouw, laat ik haar even geen dame noemen, die de shawl níet over haar krullen had gedrapeerd, maar achteloos en losjes over de schouders. Ik had op dat moment geen idee dat ik vandaag over deze tekst zou spreken, maar het verhaal speelde me wel door het hoofd!
De sultan was te beleefd om haar de zaal uit te laten zetten, al zal hij er wel het een en ander bij gedacht hebben. En ze zal zo snel geen nieuwe uitnodiging krijgen.

Ik ga terug naar Jezus, en Zijn gelijkenis.
U moet weten, dat iedere cultuur zijn eigen beeldtaal heeft. Bij ons zeggen we dat we ergens mee zijn doortrokken. Wij kunnen zeggen, dat Jezus in ons hart leeft, in ons binnenste.
Maar in de Joodse cultuur, misschien is het U wel eens opgevallen, zeg je dan dat je bent overgoten met, of bekleed met.
Met de Heilige Geest bijvoorbeeld, of met kracht. Zo is een doop niet alleen een afwassing van vuiligheid en verkeerde gezindheid, maar het is allereerst een nieuwe, innige verbinding met God.

Iemand, die dus die bekleding van Godswege weigert, die is geen haar beter dan de eerste genodigden: ook hij (of zij) is het niet waard om in Gods nabijheid te zijn.
Vandaar die volkomen afwijzing van Gods kant.

Hij zegt niet: “ach, de ziel, hij weet niet beter”, maar Hij voelt zich terecht beledigd.
En voor zo iemand is gewoon geen plaats aan Zijn maaltijd.

Wij zullen er dus iets voor over moeten hebben, als God ons uitnodigt aan Zijn tafel, in Zijn feest.
We moeten ten eerste bereid zijn ons aan te passen aan de regels van de Gastheer.
Hij schenkt ons alle mogelijkheden daartoe.
Jezus heeft met het offer van Zijn leven de uitnodiging voor ieder van ons getekend. In genade.

Genade betekent: het kost ons niets. Hij betaalt.
(Dat heeft Maarten Luther haarscherp gezien!)

Maar wij moeten dan wel bereid zijn ons te laten kleden door, ons te laten bekleden met de Heilige Geest.

En Zij wil ons nog wel eens kanten op sturen, waar wij liever niet terecht komen.

Het kan lijden betekenen, als je voor je geloof moet uitkomen.
Het kan delen betekenen, en dat is lastig, als je aan een zekere mate van comfort gewend bent. Ik bedoel: we collecteren hier nog wel eens voor de voedselbank, en dat is hard nodig. Vandaag collecteren we voor het Werelddiaconaat (die mensen zijn nog veel armer).
Maar geven we alleen een gekleurd papiertje in de collecte, dat we nog kunnen aftrekken van de belasting ook, en dat we wel kunnen missen, of beginnen we de maand met een vast gedeelte van onze inkomsten, dat we apart houden voor de ander, en moeten we misschien zèlf maar eens afzien van wat lekkers bij de koffie, of niet eens op vacantie gaan, omdat een ander het harder nodig heeft?

Dat is natuurlijk maar een heel klein beetje afzien, zeker als je ziet hoe groot het leed is overal waar oorlog is, en om dichter bij huis te blijven: overal waar Christenen vervolgd worden.
En dat kan ook hier gebeuren. We zien de terreur steeds dichterbij komen. Dat is beangstigend.
Wij moeten, hoe dan ook, steeds meer durven  loslaten.
Met het oog op God en op de medemensen.


Maar juist midden in ziekte en dood, angst en tekorten, is er die belofte, en die geloofsbelijdenis: U hebt Uw beleid sinds mensenheugenis trouw en betrouwbaar uitgevoerd. De stad van de onderdrukkers, de barbaren, maakt U tot een bouwval, een ruïne; ook het meest gewelddadige volk zal God eren.

Want Hij is een toevlucht voor de zwakken, een toevlucht voor de armen in hun nood.

Als we dat geloven en erkennen is er ook ruimte voor dat visioen, die hemelse bruiloft, al is die niet los verkrijgbaar.
Maar de dood wordt weggenomen! Daar gaat het om. Het uitzicht daarop wordt ons juist gegeven in de barre nood van het dagelijks leven.

God is genadig, en ook wij mogen ons geroepen weten. Als we een gemeente van heiligen zijn! Gemeenschap van mensen die bij Christus horen, mensen die uitgenodigd zijn om bij God in de Hemel te horen! En die alle anderen daarin willen laten delen, uit dankbaarheid en vreugde.
In de Geest van Jezus!

Wij kiezen niet voor het aardse, maar voor het hemelse leven. Want wij verwachten uit de hemel onze redder, de Heer Jezus Christus.
Hij heeft de macht gekregen over alles en iedereen. Hij zal onze zwakke lichamen veranderen, Hij maakt ze zo schitterend als Zijn eigen hemelse lichaam. Stel je toch eens voor!!!

Lieve mensen, laat je verzoenen met God, laat je bekleden met de Heilige Geest, de Geest van Jezus, die nog met het kruis voor ogen sprak over Gods liefde voor alle mensen.

Wij hoeven alleen maar te zeggen: ‘Ja, Heer Jezus, ik wil U volgen. Leid mij door Uw Geest en Haar gaven, heilig mij in Uw genade’.

God is onze hoop.
Juich en wees blij: Hij heeft ons gered!
Amen.

Muziek
(God is getrouw, Zijn plannen falen niet!)
Zo rijk als wij gezegend zijn met liefde, kennis van God, en goede gaven, zo rijk mogen wij tot een zegen zijn voor anderen. Nu in de collecte, de komende tijd voor de mensen om ons heen.
Na het gebed over de gaven zingen wij: lied
245
Nu de Collecte voor het Werelddiaconaat en de eigen kerk.

Gebed over de gaven

Heer God, wat wij hebben verdiend, wat wij hebben gekregen, het is alles uit Uw genade.
Daarom kunt U er over beschikken, zoals U kunt beschikken over onze tijd, liefde en aandacht. Wij geven die met liefde aan U en anderen.
Wil het zegenen en wijs ons in dit alles de juiste weg. Om Jezus’ wil. Amen.

Lied
245

Uw trouwe zorg wou mij bewaren,
Uw hand heeft mij gevoed, geleid;
Gij waart nabij in mijn bezwaren,
nabij in elke moeilijkheid.
Deez' avond roept mij na mijn zorgen
tot rust voor lichaam en voor geest.
Heb dank, reeds van de vroege morgen
zijt Gij mijn heil en hulp geweest.

Ik weet, aan wie ik mij vertrouwe,
al wisselen ook dag en nacht.
Ik ken de rots waarop ik bouwe:
hij feilt niet, die Uw heil verwacht.
Eens aan de avond van mijn leven
breng ik, van zorg en strijden moe,
voor elke dag, mij hier gegeven,
U hoger, reiner loflied toe.

Voorbeden
(Let op: het nieuwe Onze Vader)
Laten we danken en bidden:

God van trouw en genade,
God van ontferming en zegen,
wij danken U voor Uw goedheid en liefde.
Wij aanbidden U, omdat U het op neemt tegen de vijanden van Uw kinderen.
Schenk ons de genade dat wij dit telkens weer mogen zien en ervaren, juist als het moeilijk is.

Liefdevolle God, wij verheerlijken U om de warmte van Uw aanwezigheid, en wij bidden U voor allen die deze ervaring niet hebben. Schenk hen, en schenk ook ons telkens weer, die stille zekerheid van Uw nabijheid, van Uw liefde voor ieder van ons.
Voor alle slachtoffers van geweld door de natuur of door mensen willen wij U bidden.
Wil hen in Uw goedheid dragen naar het eeuwige feest, en troost allen die om hen treuren of in zorg om hen verkeren.
Vergeef ons, als wij zelf mensen kwetsen door onachtzaamheid, domheid, egoïsme of boosheid.
Voor allen die worden vervolgd om het geloof bidden wij heel in het bijzonder. Dat U hen sterkt in geloof en trouw, in liefde en lijden.
Wees ook bij allen die worden vervolgd omdat ze anders zijn, in welk opzicht ook.
Ontferm U, Heer!

Wil ons reinigen tot Uw dienst, en bekleed ons met die Geest van Heiligheid die ons geschikt maakt om als gemeenschap van heiligen U hier op aarde te dienen in de naaste.
Voor de zieken en voor hen die treuren bidden wij.
In de stilte van dit moment bidden wij voor alle mensen die op onze ziel wegen…

En met Jezus, Uw Zoon bidden wij zoals Hij het ons leerde:  

Onze Vader nieuwe versie
Onze Vader, die in de hemel zijt,
Uw Naam worde geheiligd,
Uw Rijk kome,
Uw Wil geschiede
op aarde zoals in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren,
en breng ons niet in beproeving
maar verlos ons van het kwade.
 

Slotlied: lied 814 (herhalen)


Zegen:
De heilige God van Israël,
de Vader van alle mensen,
wil ons behoeden met Zijn liefde,
wil ons dragen met Zijn Geest,
wil ons voorgaan in Zijn Zoon.
Alle dagen van ons leven.
Zo zegent ons God,
Vader, Zoon en Heilige Geest.
Amen.



(3x)