Klik voor een aantal eerdere diensten hier


Voorlaatste zondag van
het kerkelijk jaar
 16-11-2008  te Heusden Luthers
=
Tweede zondag van de voleinding 
Ev. Lutherse kerk Putterstraat 4, half elf. 
Organist: Hans van Rossum
Harp: Mieke Morgenstern

Zang: Edy ten Berge, Hanny de Kruijf
Voorgangster: Gea Voerman - van Haselen

Voorbereiding      (Paaskaars brandt al bij aanvang van de dienst)

Orgelspel dat overgaat in Sound the Trumpet van Purcell (Hanny en Edy)

Sound the trumpet, sound the trumpet, sound the trumpet!
Sound, sound, sound the trumpet till around
You make the list'ning shores rebound.
On the sprightly hautboy play all the instruments of joy
That skilful numbers can employ,
to celebrate the glories of this day.

Laat klinken de trompet, totdat rondom de kusten die luisteren van de weeromstuit meedoen. Speel op de vrolijke hobo, op alle instrumenten die blijdschap uitdrukken, die knappe koppen kunnen gebruiken om de heerlijkheden van deze dag te vieren!

Introïtus
Binnenkomst ambtsdragers
Moment van Stilte

Mededelingen en welkom. Dit eindigt met:
Na het aansteken van de altaarkaarsen zingen wij het lied dat is aangegeven op uw liturgie.
De kaarsen worden aangestoken en de voorganger krijgt een hand.

Gemeente gaat staan

Introïtuslied
Tussentijds 3: helemaal. Hier is de plaats waar God ons wil ontmoeten.

2 Hier vraagt Hij ons Hem toegewijd te wezen,
het boek des levens op te slaan,
Zijn heilig woord te lezen en te verstaan.

3. Hier mogen wij de kindren laten dopen
en zelf weer worden als een kind
met onze harten open en welgezind.

4. Hier nodigt God ons met uitgestrekte armen
om gasten aan Zijn dis te zijn
en schenkt in Zijn erbarmen ons brood en wijn.

5. Hier zingen wij de zalige gezangen.
Hij is ons zingen zeer nabij.
Ons eeuwige verlangen verzadigt Hij.

6. Hier mogen wij elkaar als mens ontmoeten
en alles samen groot en klein
als heiligen begroeten zoals wij zijn.

Voorg.: Wij zijn samengekomen in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
Gem.: Amen

Voorg.: Genade zij u en Vrede van God onze Vader
                  en van Jezus Christus onze Heer.
Gem.:         Amen

Bemoediging:
Voorg.: Onze Hulp is in de naam van de Heer
Gem.:         Die Hemel en aarde gemaakt heeft.
Gemeente gaat zitten

Gebed van toenadering
Voorg.: Almachtige God,voor U liggen alle harten open, alle verlangens zijn U bekend en geen geheim is voor U verborgen.

Gebedsstilte (harpmuziek)

Zuiver de overleggingen van ons hart door de ingeving van Uw heilige Geest, zodat wij U van harte liefhebben en grootmaken Uw heilige Naam.
Gem.: Amen

Ontferming en Genadeverkondiging
Zo lief had God deze wereld, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft
aan het verderf ontkomt, en eeuwig leven hebben mag!      
Kyriëgebed:
        
Voorg.: Laten wij de Heer om ontferming aanroepen voor de nood van de wereld, en Zijn Naam prijzen,
want Zijn barmhartigheid heeft geen einde.

Eindeloos verdrietig zijn wij over wat ons verdeelt, wat ons benart, over de problemen die wij niet kunnen oplossen, over de mensen die wij missen, over de onmacht die wij voelen.
Wij leggen alles wat ons van U afhoudt aan Uw voeten neer, in de verwachting dat U er wel weg mee weet, als wij bidden:



Om Uw erbarmen zonder einde loven wij Uw liefde!

Dienst van het Woord

Lied om verlichting door de Heilige Geest bij de opening van het woord: gezang 257


Lezing uit het Oude Testament
Genesis 18: 22 -  33 NBV

Abraham heeft drie boden uit de hemel gastvrij ontvangen, Sara en hem is een zoon beloofd. 
22 Toen gingen de twee mannen weg, naar Sodom, terwijl Abraham bij de HEER bleef staan.
23 Abraham ging dichter naar hem toe en vroeg: ‘Wilt U dan behalve de schuldigen ook de onschuldigen het leven benemen?
24 Misschien dat er in die stad vijftig onschuldigen zijn. Zou U die dan ook uit het leven wegrukken en niet de hele stad vergeving schenken omwille van die vijftig onschuldige inwoners?
25 Zoiets kunt U toch niet doen, hen samen met de schuldigen laten omkomen! Dan zouden schuldigen en onschuldigen over één kam worden geschoren. Dat kunt u toch niet doen! Hij die rechter is over de hele aarde moet toch rechtvaardig handelen?’
26 De HEER antwoordde: ‘Als Ik in Sodom vijftig onschuldigen aantref, zal Ik omwille van hen de hele stad vergeving schenken.’
27 Hierop zei Abraham: ‘Nu ik eenmaal zo vrij ben geweest de Heer aan te spreken, hoewel ik niets dan stof ben:
28 stel dat er aan die vijftig onschuldigen vijf ontbreken, zou U dan toch vanwege die vijf de hele stad verwoesten?’ ‘Nee, ‘antwoordde Hij, ‘Ik zal haar niet verwoesten als ik er vijfenveertig aantref.’
29 Opnieuw sprak Abraham Hem aan: ‘Stel dat het er maar veertig zijn.’ ‘Dan zal Ik het niet doen omwille van die veertig.’
30 Toen zei hij: ‘Ik hoop dat U niet kwaad wordt, Heer, wanneer ik het waag door te gaan: stel dat het er maar dertig zijn.’ ‘Ik zal het niet doen als Ik er dertig aantref.’
31 Hierop zei hij: ‘Ik ben zo vrij de Heer opnieuw aan te spreken: stel dat het er maar twintig zijn.’ ‘Dan zal Ik de stad niet verwoesten omwille van die twintig.’
32 Abraham zei: ‘Ik hoop dat U niet kwaad wordt, Heer, wanneer ik het nog één keer waag iets te zeggen: stel dat het er maar tien zijn.’ ‘Dan zal Ik haar niet verwoesten omwille van die tien.’
33  Zodra de HEER zijn gesprek met Abraham had beëindigd, ging Hij weg. En Abraham keerde terug naar de plaats waar hij woonde.

Het gesprek van God en Abraham had een licht kunnen zijn in het duister dat opdoemt voor de steden van onbarmhartige zelfzucht, Sodom en Gomorra. Ook wij kunnen dat licht ontsteken. We kunnen er, om te beginnen, van zingen. Als alles duister is, ontsteek dan een lichtend vuur… Wij zingen het 3x

EpistellezingII Thessalonicenzen 1: 3 – 10a NBV

Paulus groet de broeders en de zusters en schrijft dan:
3 Broeders en zusters, wij moeten God altijd voor u danken. Het past ons dit te doen, omdat uw geloof sterk groeit en uw liefde voor elkaar groter wordt.
4 Wij spreken dan ook in de gemeenten van God vol trots over uw standvastigheid en trouw onder de vervolgingen en onderdrukking die u moet doorstaan.
5 Ze zijn het bewijs dat God rechtvaardig oordeelt door u Zijn koninkrijk, waarvoor u nu lijdt, waardig te achten.
6 God is inderdaad rechtvaardig: Hij zal uw onderdrukkers straffen met onderdrukking
7 – 8 en u, die nu onderdrukt wordt, samen met ons van alle last bevrijden wanneer Jezus, de Heer, vanuit de hemel verschijnt. Dan komt Hij in een vlammend vuur en omringd door engelen, door wie Hij Zijn macht manifesteert; dan straft Hij hen die God niet erkennen en het evangelie van onze Heer Jezus niet gehoorzamen.
9 Ze zullen voor eeuwig worden verstoten, ver van de Heer en van Zijn kracht en majesteit.
10 Op die dag komt Hij om te worden geprezen door al de Zijnen, om te worden geëerd door allen die tot geloof gekomen zijn.

  Psalmwoord en Halleluja
De hemel verkondigt Gods gerechtigheid.
Hijzelf treedt op als rechter. (psalm 50:6) Halleluja!

Gemeente gaat staan

Evangelielezing.

Mattheüs 25: 31 – 46 NBV
Dit zijn de laatste dagen van de Heer in Jeruzalem, voor Zijn dood en opstanding. Hij waarschuwt de mensen voor het komende oordeel.
31 Wanneer de Mensenzoon komt, omstraald door luister en in gezelschap van alle engelen, zal Hij plaatsnemen op Zijn glorierijke troon.
32 Dan zullen alle volken voor Hem worden samengebracht en zal Hij de mensen van elkaar scheiden zoals een herder de schapen van de bokken scheidt;
33 de schapen zal Hij rechts van Zich plaatsen, de bokken links.
34 Dan zal de koning tegen de groep rechts van zich zeggen: “Jullie zijn door Mijn Vader gezegend, kom en neem deel aan het koninkrijk dat al sinds de grondvesting van de wereld voor jullie bestemd is.
35 Want Ik had honger en jullie gaven Mij te eten, Ik had dorst en jullie gaven Mij te drinken. Ik was een vreemdeling, en jullie namen Mij op,
36 Ik was naakt, en jullie kleedden Mij. Ik was ziek en jullie bezochten Mij, Ik zat gevangen en jullie kwamen naar mij toe.”
37 Dan zullen de rechtvaardigen hem antwoorden: “Heer, wanneer hebben wij U hongerig gezien en te eten gegeven, of dorstig en U te drinken gegeven?
38 Wanneer hebben wij u als vreemdeling gezien en opgenomen, u naakt gezien en gekleed?
39 Wanneer hebben wij gezien dat U ziek was of in de gevangenis zat en zijn we naar U toe gekomen?”
40 En de koning zal hun antwoorden:
 “Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van Mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor Mij gedaan.”
41 Daarop zal Hij ook de groep aan zijn linkerzijde toespreken: “Jullie zijn vervloekt, verdwijn uit Mijn ogen naar het eeuwige vuur dat bestemd is voor de duivel en zijn engelen.
42 Want Ik had honger en jullie gaven Mij niet te eten, Ik had dorst en jullie gaven Me niet te drinken.
43 Ik was een vreemdeling en jullie namen Mij niet op, ik was naakt en jullie kleedden Mij niet. Ik was ziek en zat in de gevangenis en jullie bezochten Mij niet.”
44 Dan zullen ook zij antwoorden: “Heer, wanneer hebben wij U hongerig gezien of dorstig, als vreemdeling of naakt, ziek of in de gevangenis, en hebben wij niet voor U gezorgd?”
45 En Hij zal hun antwoorden: “Ik verzeker jullie: alles wat jullie voor een van deze onaanzienlijken niet gedaan hebben, hebben jullie ook voor Mij niet gedaan.”
46 Hun staat een eeuwige bestraffing te wachten, de rechtvaardigen daarentegen het eeuwige leven.’

Zalig die het Woord van God horen en er gehoor aan geven!

Gemeente gaat zitten

Ons lied is gezang 94: 1 en 2

God onze toekomst, God is onze Vader,
Hij is het licht voor onze dagen uit.
De hele wereld leeft van zijn genade,
Hij gaf de aarde en Hij geeft de tijd.

Preek

GENADE ZIJ U EN VREDE VAN GOD ONZE VADER EN VAN JEZUS CHRISTUS, ONZE HEER, DOOR DE HEILIGE GEEST.

Lieve Gemeente, lieve Lutheranen in en rond Heusden,

Het is allemaal oordeel, wat de klok slaat vandaag.
Ons wordt meegedeeld, dat God goed in het oog houdt wat we doen en laten.
Vroeger had je zo’n driehoek in de viering van de kerk helemaal bovenin, met daarin een oog. Het alziend oog van God, dat menig kind nachtmerries bezorgde.
En dan konden ouders wel zeggen: als je niets verkeerds gedaan hebt, dan hoef je nergens bang voor te zijn, het zelfde argument als nu gebruikt wordt voor het neerzetten van bewakingscamera’s links en rechts,
maar dat hielp natuurlijk niet.
Je had dan toch een beetje het gevoel alsof er een kruising tussen de meester op school en je moeder thuis je de hele Godganse dag met een grote loep bekeek, zodat je nooit eens vrij had, en nooit eens kon doen wat je zelf wilde.
Later vond ik het wel een rustig idee, dat ik voor God niet hoefde te doen alsof, dat ik nooit meer de schijn hoefde op te houden, en als ik niet meer wist wat er allemaal mis gegaan was, dan was dat niet erg, God wíst het al, ik hoefde het niet meer op te noemen. En had ik per ongeluk iets goeds gedaan, nou, dan wist Hij het beter dan ikzelf, dus daar hoefde ik ook niet naar te zoeken. Dat maakte het bidden een stuk korter. ;-)
In heel de bijbel komt de gedachte telkens weer terug, dat we rekening en verantwoording hebben af te leggen over ons doen en laten. God heeft deze wereld geschapen, heel de omgeving waarin wij bestaan, het heel-al, en onze functie in dat geheel is er een van beheerder. Niet omdat we beter zijn dan de andere schepsels, maar omdat het God behaagde óns die functie toe te vertrouwen.
Natuurlijk zijn we niet de enige beheerders: schimmels en bodemdieren zijn aangewezen om de grond te beheren, zodat die vruchtbaar blijft, en zodat dode dieren en planten en bomen na verloop van tijd weer bruikbaar worden om verdere groei mogelijk te maken, en de bomen en planten beheren de luchtkwaliteit, en ongetwijfeld zijn er nog andere functies waar wij zo geen idee van hebben.
Onze eerste zorg moet natuurlijk zijn dat we het de anderen niet onmogelijk maken hun werk te doen!
We hebben een functie in het grote geheel, maar misschien is het meer een dienende functie dan, zoals we vaak dachten, een beheersende functie.
En bij zo’n functie hoort van tijd tot tijd een functioneringsgesprek. Soms vindt zo’n gesprek plaats in de wandelgangen, soms is het officieel, en dan bekijk je al weken van tevoren alle ‘voor’s en ‘tegen’s, alle argumenten waarom dingen wel en niet gebeurd zijn. Zelfs een minister ontkomt er niet aan.
Weinig mensen staan te trappelen om zo’n gesprek aan te gaan.  Zo is dat in het openbare, en het bedrijfsleven, maar zo is het ook in ons persoonlijk leven, én in het functioneren als mens op aarde, als schepsel Gods.
Ons dagelijks gebed werkt een beetje als een gesprek, een opmerking, in de wandelgangen: het is wat informeel, maar de waarheid kan heel pijnlijk worden blootgelegd, ook al hoeft de verstandhouding daarom niet minder goed te zijn.
Maar er komt een dag waarop we rekening en verantwoording moeten afleggen van het geheel.
Aan het einde der tijden.
Als de tijd voor ons ophoudt, omdat de dood voor ons de deur achter de tijd dichtdoet, en we voor Gods aangezicht komen te staan, of als de Heer komt, op die dag der dagen, die ultieme dag, waarop Hij komt met macht en majesteit, met engelen en trompetten, de dag, waarom niet alleen mensen worden geoordeeld, maar hele landen, aarde en hemel…

We zien er met schrik en beven naar uit.
En vaak, als er een grote natuurramp is geweest, vertelt ons geweten ons, dat daar vást de Hand van God achter zat. We hadden het verdiend, fluisteren we.
Maar daar kun je eigenlijk altijd alleen zélf achter komen. Een ander kan dat, en mag dat nooit voor je zeggen. Want dan gaat die op Gods troon zitten.
Sodom en Gomorra zijn ondersteboven gekeerd bij een lava-uitbarsting die gigantisch moet zijn geweest.
Mogelijk is bij die gelegenheid ook de Dode Zee ontstaan. Heeft God daar nu de hand in gehad?
Ik zou het niet kunnen zeggen.
Maar later hebben mensen elkaar verteld: het was daar zó’n zootje, dat kón niet goed gaan.
Want de mensen van Sodom en Gomorra respecteerden het gastrecht niet. En dan heb je geen leven.
Dan kun je niet meer reizen, dan móét je je wel verschansen in steden met dikke muren, dan kun je niet trekken met vee, dan is, in díe tijd, het leven onmogelijk. Dat begrijpt u. Zeker in een land met rondtrekkende nomaden met vee...

Het verhaal van Lot, die de boden van God ontvangt en ze een veilige plek biedt voor de nacht, kent u wel.
Hij is een rechtvaardige. Maar de anderen komen die gasten van Lot opeisen om hen seksueel te vernederen, hetgeen natuurlijk helemaal niets met homoseksualiteit te maken heeft, maar alleen met eigen rechter zijn, en jezelf beter achten dan een ander.
Eeuwenlang is dit verhaal verteld aan de kampvuren, met als betekenis: je moet goed met vreemdelingen omgaan, anders zal de Hemel je wel mores leren.

En zo gaat dat dan ook. Dankzij Abram waren ze bijna aan hun lot ontsnapt. Als er nu maar tien fatsoenlijke kerels bij elkaar te krijgen waren geweest, was het genoeg geweest om het tij te doen keren.
Tien is minjan, tien is genoeg voor de dienst aan God.
Ook tien mensen maken wezenlijk verschil voor de wereld. Een handjevol Lutheranen kan van levensbelang zijn voor de streek, als ze zich inzetten voor de ander. Als ze bereid zijn de nek uit te steken, en om Gods liefde te vragen, waar oprechte verontwaardiging te verwachten zou zijn volgens de regels van deze wereld. Wat Abram doet, dat merk je uit de tekst, is op het randje, en misschien wel over het randje, van wat kán, van wat gepast is. Hij zou, voor hetzelfde geld, Gods toorn kunnen oproepen, en weg gebliksemd worden. Maar God, en dat is de blijde boodschap voor vandaag, God wil ons leven, en niet onze dood.
God is Abram, die Hem al jaren trouw gediend heeft, de belofte komen aanzeggen dat Sara en hij een zoon zullen krijgen. Ook al is Sara de menopauze al ingegaan, en is haar man geen jonge stier meer.
Misschien dat Abram daarom het aandurft, om in te springen voor de stad waar zijn neef Lot nu woont.
En daarmee geeft hij ons een voorbeeld om na te volgen. Steek je nek maar uit in geloof, in vertrouwen op Gods goedheid. Vráág het goede maar voor de ander, ook al vind je misschien wel dat die het helemaal niet verdient. Want onze functie is een dienende.
We zien ook hoe de gemeente in Thessaloniki door Paulus geprezen wordt omdat ze in het lijden, in de vervolging, toch blijven geloven in God die om hen geeft. Tegen alle schijn in. Ze zullen bevrijd worden, op de dag des oordeels. Om hun geloof, en om de werken van liefde, die ze in hun benarde positie toch weten te volbrengen.
Hoeveel meer mag God dan wel niet van ons verwachten, die in alle vrijheid ons geloof beleven mogen!
Toch zeker dat we de vreemden in ons midden en om ons heen met liefde zullen opnemen, en behandelen.
Dat we ons niet beter zullen voelen. Of doen alsof.
Wij zijn hier vrij om God te dienen in de ander.
Dat is de vrijheid waartoe wij geroepen zijn.
Dat is het voorbeeld dat Christus ons geeft.

En als we daartoe ons best doen, dan kon het op de dag des oordeels wel eens heel anders toegaan dan we denken en vrezen. Een dierbare nicht stuurde ons een paar jaar geleden vanuit Zuid-Afrika het volgden verhaal:
U weet misschien wat een quilt is?
Dat is zo’n lappendeken, die gemaakt is uit een heleboel kleine lapjes die op een artistieke manier aan elkaar zijn genaaid, zodat er nieuwe, onverwachte patronen ontstaan.
Iemand vertelt dan: Toen ik bij het laatste oordeel mijn Schepper onder ogen kwam, knielde ik met alle andere zielen neer voor de Heer.
Voor elk van ons lag ons leven, als stàpels vierkantjes van een quilt, een lappendeken. Een engel zat voor ieder van ons de vierkantjes aan elkaar te naaien tot een tapijt, dat ons leven laat zien.

Maar toen  de engel elk stukje stof van de stapel opnam, zal ik hoe rafelig en leeg ieder vierkantje was.
Er zaten grote gaten in. Overal hing een beschrijving aan, van een moeilijk deel van mijn leven, de uitdagingen, en de verleidingen waarmee ik dagelijks te maken had gehad.
Ik zag zware problemen, die ik had doorstaan: dat waren de allergrootste gaten.
Ik keek om me heen - geen ander was er met zulke vierkanten! Afgezien van een klein gaatje hier en daar, waren de andere tapijten rijk gevuld met kleur en de stralende tinten van ’s werelds fortuin. Ik keek naar mijn leven en voelde de moed mij ontzinken.

Mijn engel naaide de rafelige stukjes goed aanéén...
Tot op de draad versleten... alsof die engel lucht aan elkaar naaide.
Eindelijk kwam het moment waarop elk leven werd getoond, tegen het licht gehouden, dat de waarheid openbaart.
De anderen stonden op, ieder hield om de beurt het tapijt omhoog.
Mijn engel keek me aan, knikte me toe om op te staan...
Vol schaamte keek ik naar de grond. Ik had geen deel gehad aan aards fortuin.
Ik had liefde gekend, en gelach, maar ik had ook de beproevingen gekend van ziekte en dood, en valse beschuldigingen, die mijn leven haast onmogelijk maakten.
Ik heb heel wat keren opnieuw moeten beginnen.
Heel wat keren heb ik moeten vechten met de neiging het maar op te geven, maar ik was toch iedere keer in staat geweest verder te gaan.
Heel wat nachten had ik op mijn knieën liggen bidden om hulp en leiding in mijn leven.
Vaak was ik uitgelachen, wat ik vreselijk vond, waarbij ik het iedere keer maar aan de Hemelse Vader heb opgedragen, in de hoop dat ik niet weg zou smelten onder de veroordelende blikken van hen die verkeerd over mij dachten.

En nu moest ik de waarheid onder ogen zijn. Mijn leven was zoals het was, en dat moest ik aanvaarden.
Ik stond op en tilde langzaam het tapijt van mijn leven op, en hield het tegen het licht.
Een zucht van ontzetting ging door de ruimte, ik keek naar de anderen, die me met grote ogen aan keken.
Toen, toen keek ik naar het tapijt voor me.
Het licht stroomde door al die gaten, en vormde een afbeelding: het gezicht van Christus.
Toen stond onze Heer voor me, met warmte en liefde in Zijn ogen. Hij zei:
“Iedere keer als je je leven aan Mij gaf, aan Mij opdroeg, werd het Mijn leven, Mijn moeiten en zorgen. Ieder lichtpunt hier in je leven is van wanneer jij een stapje opzij deed, en Mij er doorheen liet schijnen, tot er meer van Mij was dan van jou.

En onderaan stond: moge al jullie levens tot op de draad versleten mogen zijn, zodat Christus er door heen kan schijnen.
Ik kan alleen maar toevoegen: zo zij het! Amen.


Muziek  


Wij zijn geroepen tot vrijheid, tot de vrijheid om elkaar te dienen. Dat verwart ons, laten we daarom samen zingen: gezang 293: 1 en 2



Heer, ik wil Uw liefde loven, al begrijpt mijn ziel U niet.
Zalig z/hij, die durft geloven, ook wanneer het oog niet ziet.
Schijnen mij Uw wegen duister, zie, ik vraag U niet: waarom?
Eenmaal zie ik al Uw luister, als ik in Uw hemel kom!

Dienst van Gebeden en Gaven

Inzameling van de gaven

Alles wat wij hebben, hebben wij van God gekregen,
om  door  te geven, om met velen te delen
     en er zo dubbel van te genieten.
Ook nu en hier kunnen we gestalte geven aan dat delen: in de collecte

Intussen Edy met Caesar Franck: "O du mein Trost"           
O du mein Trost und süßes Hoffen,
Laß mich nicht länger meiner Pein;
Mein Herz und Seele steht dir offen,
O Jesu, ziehe bei mir ein.
Du Himmelslust, du Erdenwonne,
Du Gott und Mensch, du Morgenglanz,
Ach komm, du teure Gnadensonne,
Durchleuchte meine Seele ganz!

O Heiland, stille mein Verlangen,
Mit deines Kommens Seligkeit.
Voll Demut will ich dich empfangen,
Mein Herz und Seele steht bereit,
Mein Denken, Herr, und all mein Sinnen
Ganz deinem teuren Dienst zu weihn,
O laß mich deinen Trost gewinnen,
O Jesu, ziehe bei mir ein!

Text: Wilhelm Osterwald (1820 - 1887)
nach Heinrich Elmenhorst (1632 - 1704) 
In liedboek voor de kerken als gezang 118 door ds. Gewin.
                          
Dankgebed over de gaven
Grote God, vol eerbied komen wij tot U met onze gaven. Wil ze aanvaarden, wil ons aanvaarden zoals we zijn, zoals we door Uw genade kúnnen zijn.
Door Jezus Christus, onze Heer.
Amen.

De gemeente staat op voor de Geloofsbelijdenis

Ik geloof in God,
         die wilde dat de wereld goed was,
         die mensen en dieren maakte,
         planten en bomen,
         vogels en vissen,
en er van hield.

Ik geloof in God,
         die als een vader zorgen wil,
         die als een moeder ons omringt.

Ik geloof in Jezus -
         in wie Gods Liefde mens werd,
                  om ons lot te delen
                  ons leven, onze dood,
         die dwars door alles heen
         vast hield aan Zijn Vader -
en angst en dood overwon -
stervend aan het kruis.

Hij ging door de hel,
maar stond óp tot nieuw leven:
         de derde dag.

Ik geloof in de Geest
die Jezus ons zond,
         om ons dichter dan ooit
         bij God te doen zijn.
         Zij bidt en zingt en dankt in ons;
         geeft ons nieuw leven,
in eeuwigheid.

Daarom durven wij geloven
in goedheid, gerechtigheid, trouw....
... in Liefde en toekomst
zelfs voorbij de dood...
... in een kerk, waar mensen zijn
         als één lichaam, dat bestuurd wordt
                  door Jezus, ons Hoofd...
... in een doop, die mensen nieuw maakt...
... in vergeving, in genade en hoop -
voor gewone mensen zoals wij.   Amen.

Dankgebeden en Voorbeden (harp)

Goede God, wij danken U dat wij U mogen leren kennen als een God van levenden, als een God die wil dat wij in vrede leven met U en met elkaar.
Wij bidden U: wees ons genadig, opdat ook wij genadig met elkaar omgaan, en elkaar in vrede en vriendelijkheid ontmoeten, als medeburgers en als vreemdelingen, als kinderen van de levende God.
Zo bidden wij U:


Goede God, wij danken U, dat wij als een handvol mensen Uw lof mogen zingen, Uw genade mogen ervaren, in Uw dienst mogen staan: alle dagen van de week.
Help ons dan om U in bescheidenheid en dienstbaarheid te zoeken in de naaste, schenk ons Uw Heilige Geest en Haar veelkleurige gaven, opdat wij een bron van vreugde mogen zijn voor U en voor de mensen om ons heen, zo bidden wij U:  

Goede God, wij danken U dat U genadig bent.
Dat geeft ons rust in leven en werken.
Help ons net zo genadig te zijn in ons leven als gemeente, in ons leven als mensen onder elkaar, in ons leven als mensen met een opdracht en een verantwoordelijkheid voor de wereld om ons heen.
Help ons te kijken met Uw ogen, te handelen zoals Jezus zou doen, en bewust te leven in Uw Geest…
zo bidden wij U:  

In de stilte van dit huis, in de stilte van dit uur, leggen wij onze vreugden en zorgen voor U neer, en wij weten dat U ze kent, dat ze U ter harte gaan, en dat Uw Geest ze in Uw hart verwoordt…

Stil gebed

Onze Vader (NBV-versie):
Onze Vader in de hemel,
laat uw naam geheiligd worden,
laat uw koninkrijk komen
en uw wil gedaan worden
op aarde zoals in de hemel.
Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben.
Vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij hebben vergeven wie ons iets schuldig was.
En breng ons niet in beproeving,
maar red ons uit de greep van het kwaad.
Want aan U behoort het koningschap,
de macht en de majesteit,
tot in eeuwigheid,
Amen.

Gemeente staat op

Slotlied: Zegen Vader, heel ons huis.



Uitzending en Zegen
Laten we dan gaan, met een licht hart,
met vreugde en nieuwe moed,
levend in en uit Gods genade.

De Heer dezer wereld moge Koning zijn in onze harten.
Gods welbehagen in mensen moge ook aan ons zijn af te lezen.
Het licht van God moge ons leven doorstralen.
Daartoe zegenen ons de vader, de Zoon en de Heilige Geest!


Daarna koffiedrinken bij de familie Hilwig, waar ook werd gemusiceerd....