Voor eerdere diensten klik hier:

Zondag septuagesima 28 januari 2018 in de Lutherse kerk te Zeist. 
Organist: Eddy Vliem

Orgelspel
 
Afkondigingen en aansteken van de kaarsen.

Stilte

Wij zijn hier aanwezig in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.        
Amen

Onze Hulp is in de Naam van de Heer     
die hemel en aarde gemaakt heeft.

Verootmoediging
Om Uw lof, die ongezongen bleef, vragen wij U: vergeef ons.
Om het gebed, dat ongebeden bleef, vragen wij U:
vergeef ons.
Om de liefde, die niet gegeven werd, vragen wij U:
vergeef ons.
Om de liefde, die niet ontvangen werd, vragen wij U:
vergeef ons.

Zo lief had God deze wereld, dat Hij Zijn enige Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt en eeuwig leven hebben mag.

Introïtuslied : psalm 118: 5 en 1


Laat ieder 's HEREN goedheid prijzen,
Zijn liefde duurt in eeuwigheid.
Laat, Israël, uw lofzang rijzen:
Zijn liefde duurt in eeuwigheid.
Dit zij het lied der priesterkoren:
Zijn liefde duurt in eeuwigheid.
Gij, die den HEER vreest, laat het horen:
Zijn liefde duurt in eeuwigheid.

Laten we de Heer aanroepen om ontferming met de nood van deze wereld, - die is zo vreselijk groot -
maar laten wij dan ook Zijn Naam prijzen,
omdat er aan Zijn barmhartigheid geen einde komt!




Zondagsgebed:
Lieve God, wees ons genadig, en vergeef ons.
Goede God, wees ons genadig en verhoor ons.
Trouwe God, doe ons leven door Jezus Christus, onze Heer.
Amen.

Lezing Oude Testament:
Deuteronomium 18: 15 – 20 (Het Boek)
Mozes vertelt het volk hoe ze heilig en onberispelijk moeten leven in het Beloofde land, als ze daar eenmaal zijn. In dit hoofdstuk gaat het onder andere over waarzeggerij en profetie. Kort gezegd: waarzeggerij komt van afgoden, en profetie behoort van de Heer te komen. En Mozes heeft een belofte:

15 De Heer zal een profeet in uw midden laten opstaan, iemand zoals ik. U moet naar hem luisteren.
16 U hebt God zelf daarom gesmeekt bij de berg Horeb. Daar aan de voet van de berg smeekte u dat u nooit meer zou hoeven luisteren naar de stem van God of het vuur op de berg zou hoeven zien, omdat u anders bang was om te sterven.
17 “Goed,” zei de Heer tegen mij, “Ik zal doen wat zij Mij hebben gevraagd.
18 Uit het midden van uw broeders zal een profeet opstaan zoals u. Ik zal Mijn woorden in zijn mond leggen en hij zal zeggen wat Ik hem opdraag.
19 Ik zal rekenschap vragen van degene die niet gelooft wat hij namens Mij zegt.

20 Maar iedere profeet die zegt dat hij namens Mij spreekt, maar dat niet doet, of die zegt een boodschap van andere goden te brengen, moet sterven.”

(21 Als u zich afvraagt: “Hoe kunnen wij erachter komen of die boodschap nu wel of niet van de Heer afkomstig is?”,
22 is dit het antwoord: als zijn profetie niet uitkomt, heeft de Heer hem zijn boodschap niet gegeven, hij heeft hem zelf verzonnen. Van zo iemand hoeft u zich niets aan te trekken.’)

Gradualepsalm: psalm 8: 1, 2, 3 en 6

Wel doet de hemel hoog Uw glorie blinken,
maar in de mond van kindren doet Gij klinken
Uw machtig heil, zo maakt G'Uw vijand stil
en doet Uw haters buigen voor Uw wil.

Aanschouw ik 's nachts het kunstwerk van Uw handen,
de maan, de duizend sterren die daar branden,
wat is de mens, dat Gij aan hem gedenkt,
het mensenkind, dat Gij hem aandacht schenkt?

HEER, onze Heer, hoe heerlijk en verheven
hebt Gij Uw naam op aarde uitgeschreven.
Heer, onze God, hoe vol van majesteit
hebt Gij Uw naam op aarde uitgebreid.

Epistel: 1 Corinthe 9: 24 – 27
Een sportief beeld van Paulus, over onze houding ten aanzien van Christus en de dienst aan God…
Je had toen geen 1e, 2e en 3e prijs.
Een prijs, een krans van laurierbladeren. (Goud)

24 Op de wedstrijdbaan doen alle hardlopers hun best om te winnen en toch is er maar één die de prijs krijgt. Doe dan ook uw best de prijs te krijgen.
25 Wie voor een wedstrijd traint, ontzegt zich van alles: een sportman voor een erekrans die verwelkt, maar een gelovige voor een erekrans die nooit verwelkt.

26 Daarom loop ik niet zomaar wat in het wilde weg, en ik sta ook niet in de lucht te boksen.
27 Nee, ik hard mijn lichaam en dwing het te doen wat ik wil, anders zou het weleens kunnen gebeuren dat ik, na anderen voor de wedstrijd te hebben opgeroepen, zelf wordt gediskwalificeerd.

Tot hiertoe de epistellezing. Die daagt ons uit om ons volledig in te zetten, om nu God te dienen, en straks met Hem in eeuwigheid samen te zijn, want dàt is die ereprijs. Dat vraagt wel veel van ons, maar daar staat ook veel tegenover
En er is een belofte van Hem, de Trouwe, die ons beter kent dan wij onszelf kennen…

Lied 885: Groot is Uw trouw, o Heer

Gij geeft ons vrede, vergeving van zonden,
en Uw nabijheid, die sterkt en die leidt;
kracht voor vandaag,
blijde hoop voor de toekomst,
Gij geeft het leven tot in eeuwigheid.
Refrein.

Het Heilig Evangelie staat geschreven bij: Marcus 1: 21-28  (men staat op)

Jezus is nét begonnen met Zijn werk en Hij heeft zojuist een aantal leerlingen geroepen die met Hem mee zullen trekken en vissers van mensen mogen zijn.

21 Jezus en Zijn metgezellen kwamen in Kafarnaüm aan. Op de sabbat (zaterdag, de Joodse rustdag) ging Hij naar de synagoge en sprak de mensen toe.

22 Zij waren verbaasd over wat Hij hun leerde, want Hij sprak als iemand met gezag, die wist waarover Hij het had. Dit was iets heel anders dan zij gewend waren van hun bijbelgeleerden.


23 In die synagoge was een man met een boze geest. Hij begon te schreeuwen:
24 ‘Ik wil niets met U te maken hebben, Jezus van Nazareth.        U bent gekomen om ons te vernietigen!    
Ik weet wel wie U bent: de heilige Zoon van God!’
25 ‘Zwijg,’ zei Jezus tegen de boze geest. ‘Ga onmiddellijk uit die man weg!’
26 De boze geest rukte en trok aan de man, gilde vreselijk en verliet hem.

27 De mensen keken hun ogen uit en vroegen elkaar: ‘Wat is dit toch? Iemand die iets nieuws leert en die gezag heeft! Hij zegt zelfs tegen de boze geesten dat zij moeten gaan en ze gaan nog ook!’

28 Dit nieuws ging als een lopend vuurtje door heel Galilea.
Zalig die het Woord van God horen en er gehoor aan geven!


Credo

In antwoord op Gods woord willen wij ons geloof belijden door samen te zingen: lied 985




2. Heilig, heilig, heilig, maker van de sterren,
zonnen en manen en heel het firmament!
Heilig, heilig, heilig, mateloze ruimte,
machten en krachten, maak Zijn naam bekend!

3. Heilig, heilig, heilig, bron van alle leven,
bloemen en bomen en al wat adem heeft!
Heilig, heilig, heilig, Vader van ons allen,
Eerste en Laatste, U dankt al wat leeft!

Preek
Genade zij u en vrede van God onze Vader en van Jezus Christus, onze Heer, door de Heilige Geest.


Lieve gemeente, zusters en broeders, kinderen van God

Het is alweer zondag septuagesima, en we beginnen de kring naar het Paasfeest toe.
We zijn net bekomen van de zingende engelen, en we hebben er over gesproken, dat we Jezus’ terugkomst op aarde verwachten. Als Hij het doel en fundament van ons leven is, als Hij het is, waar al ons verlangen naar uitgaat, mag die Komst spoedig zijn, wat ons betreft.
Maar nu wordt onze blik al ongemerkt gericht van kribbe naar kruis, van de stralende komst in Heerlijkheid, en van God die Zich lang geleden openbaarde op de Horeb met veel geschal en vuurwerk, naar de alledaagse werkelijkheid.

Voor de kersverse leerlingen van Jezus is het allemaal reuze spannend, want al mogen ze dan geloven, of willen geloven, dat deze Jezus van Nazareth echt de Christus is, de vervulling van een van Gods mooiste beloften aan Zijn volk, wat ze nu moeten verwachten van wat Hij gaat doen, en van hun eigen rol hierin, daar hebben ze waarschijnlijk nog geen idee van.
Een paar dagen geleden waren ze nog hardwerkende vissers, en nu? Dat weten ze zelf ook nog niet zo precies.
De afgelopen dagen zal Jezus wel veel met hen hebben gesproken over Zijn roeping, over Zijn verhouding met en tot God, Zijn Vader, en ook hún Vader, zoals Hij hen verzekert.
Waarschijnlijk logeren ze bij Petrus, want verderop in het hoofdstuk horen we dat diens schoonmoeder hoge koorts heeft, als ze thuis komen. Jezus geneest haar, (Zijn eerste genezing op de sabbat!) en dan gaat zij doen wat van haar wordt verwacht: helpen met de catering.
Over de vrouw van Petrus horen we verder niets.

Mogelijk is zij een kracht op de achtergrond, en zal ze later een van de nijvere bijen zijn die Jezus en Zijn leerlingen financieel ondersteunen, door zelf hard te werken, maar misschien is ze ook allang dood. Het leven was onzeker en hard, in die tijd. In elk geval heeft Petrus zijn schoonmoeder in huis genomen, dus kun je er van uit gaan dat ze geen man meer heeft om voor haar te zorgen. En net nu, met al die mensen over de vloer, wordt ze ziek. Heel vervelend!
Jezus herstelt haar van haar ziekte, en herstelt haar in haar waarde. Ze kan weer aan het werk. Ze kan iets bijdragen!
J
Goed, dat was even terzijde.

Jezus ging dus op de sabbat naar de synagoge.
Hij komt van buiten, en dan is het een goede gewoonte om zo’n bezoeker te vragen of hij ook een woordje voor hen heeft. Iedereen die er oud genoeg voor is, bestudeert op de een of andere manier de Heilige Schrift.
En denkt er het zijne van. (Of het hare.)
Er zijn hele stromingen, scholen, manieren van denken en uitleggen. Daarbij worden gezaghebbende leraren aangehaald, als Rabbi Hillel en  Shammai, die volgens een nauwkeurig schema nadenken over de bijbeltekst, en die voorzichtig proberen toe te passen op het dagelijks leven.

Maar Jezus is een revolutionair. Hij zegt niet: Rabbi Hillel heeft dit gezegd, en het zou ook kunnen zijn dat de grote rabbi Shammai gelijk heeft, als hij zegt dat het weer net anders is… en stèl dat, en zus… en zo… Dat geeft natuurlijk ruimte voor de aanwezigen om er zelf ook over na te denken, als ze dat al niet allang hebben gedaan. Als er iemand van buiten komt, dan hoor je toch al snel een ander accent, een andere insteek, en dat kan heel verfrissend zijn.

Maar Jezus doet meer: Hij spreekt met gezag.
Hij zegt: zo is dat, en zo moet je het lezen!
Met permissie: Hij lijkt wel een Protestant van 500 jaar geleden! Of van 50 jaar terug.

Wij zijn met de Hervorming destijds weer heel dicht gaan aanleunen tegen de Joodse wortels van onze eredienst, door ons met z’n allen oprecht te verdiepen in de tekst van de Bijbel.
Wat er staat, daar gaat het om, niet om de traditie van eeuwen, hoe kostbaar die ook kan zijn. Het kan zeker de moeite waard zijn er kennis van te nemen. Maar de tekst is de basis.

Een groot geschenk is het, zelf de Bijbeltekst te kunnen lezen.
Dat hebben we niet alleen aan Luther te danken, want er waren al eerdere Bijbelvertalingen in de landstaal, maar hij schreef zo, dat het begrijpelijke taal was. Daarom heb ik vandaag ook alle teksten uit Het Boek genomen, een Bijbelvertaling van een aantal jaren geleden, die probeert in eenvoudige taal en heldere beelden over te brengen wat er in het Hebreeuws en het Grieks staat, en wat daar de bedoeling van is.  
(En Luther had natuurlijk het geluk dat de boekdrukkunst nu was uitgevonden.)
Terug naar Jezus:
Jezus spreekt met gezagHij spreekt met het gezag van Iemand die niet hoeft te raden wat God heeft bedoeld, dat niet uit de rest van de lezing hoeft af te leiden, maar die het van binnenuit, door de Heilige Geest, wéét.

Daarom moet Hij ook telkens weer de berg op om te herbronnen, om dicht bij God te zijn, en om vertrouwelijk met Hem te spreken.
Om God in het hart te kijken, en om Zijn tong en Zijn hart te laten sturen door de Aanwezige, Zijn God, onze God en Vader.
Daardoor zijn het Gods woorden, die Hij spreekt.

Maar wie zich door God niet wil laten gezeggen, wie niet wezenlijk open staat voor God, die kan Gods woorden niet verdragen. Die wil ze niet horen! En dat blijkt.

In die synagoge was een man met een boze geest. Die begon te schreeuwen: ‘Ik wil niets met U te maken hebben, Jezus van Nazareth. U bent gekomen om ons te vernietigen! Ik weet wel wie U bent: de heilige Zoon van God!’

Jezus gaat er niet op in, maar beveelt de boze geest om de arme geplaagde zieke te verlaten.
Want als de ware aard van Jezus bekend wordt, dan moet dat komen doordat de mensen de innerlijke overtuiging hebben dat Hij een man Gods is, en meer dan dat. Dat moeten ze natuurlijk niet te horen krijgen van de andere kant, van een boze geest die een mens heeft bezet en, naar hij hoopt, geblokkeerd voor God.

Die geest verlaat de bezetene dan ook met veel geruk en getrek, want hij wil zijn prooi niet zomaar laten gaan.
Maar Jezus is sterker!

Veel later, als Jezus op het punt staat om naar Jeruzalem te gaan, om daar gedood te worden, vraagt Hij aan Zijn leerlingen: Wie zeggen de mensen dat Ik ben?

Zij zeggen: ‘Nou, Elia of een van de profeten…’ dus een van de grote profeten die teruggekomen is, zoals Elia, of Jesaja. Maar anderen denken dat Hij gewoon een profeet, zoals die er vroeger waren…
Of misschien Hij zou dé profeet zijn. De profeet die de Heilige via Mozes aan het volk heeft beloofd.
Die zou Hij sturen op Zijn tijd. Maar wel één uit het volk, één uit het midden van de broeders.

En dan flapt Petrus er uit, U kent het verhaal natuurlijk, dat Jezus volgens hem de Messias is.
De Gezalfde, de Christus. Messias is Hebreeuws, Christus is Grieks, en ze betekenen allebei: de Gezalfde.
Het is heel verleidelijk om hier uit te wijden over het verschil tussen de verwachting van dé Profeet en dé Messias, want dat is niet hetzelfde, maar ik hoop dat we het er nog eens later over kunnen hebben. Daar zou je een boek over kunnen schrijven. Ongetwijfeld bestaat het al.

Het is duidelijk dat in de loop van de eeuwen het begrip ‘profeet’ een wisselende lading heeft gehad.

In het begin zal men hebben gedacht dat Jozua was bedoeld. De leerling en opvolger van Mozes.
Maar hij had toch een andere relatie met de Aanwezige, met de God van het volk. Hij heeft ook een andere opdracht.
Jozua, Jehozua, is de Joodse vorm van de Griekse naam voor Jezus: Ιησους.
De Aanwezige redt, betekent dat.
Het is niet voor niets, dat Jezus déze naam krijgt.
Jozua trekt met het volk dat ontkomen is aan de slavernij in Egypte, en dat de woestijn heeft overleefd, het Beloofde land in.
Onder zijn leiding vestigen ze zich daar. Ruimte genoeg.
Maar ook toen maakte Gods volk fout op fout.
Net als nu.
Ook toen hadden ze er moeite mee een heilig volk te zijn, een volk dat met hart en ziel aan God was toegewijd, en voor de Liefde leefde.

Er waren heus heel veel prima mensen voor wie dat wel gold, mensen zoals later Paulus, nà diens valse start, om in sporttermen te blijven; maar er zaten telkens ook rotte appels in de fruitmand, die de anderen dreigden aan te steken. Dan is niet de hele gemeenschap zuiver, aan God toegewijd.  

Ook onder de profeten, die toch het geestelijk kompas voor het volk moesten zijn, had je kaf onder het koren. We lezen dat er in de tijd van Elia en Elisa zelfs profetenscholen waren. Je krijgt het gevoel dat het een soort Charismatische beweging was, waar de Heilige Geest mensen aanraakte. En waar soms de emoties zo overkookten, dat de Geest Gods niet de enige was die de harten raakte. Tegelijkertijd kon je er misschien het ‘vak’ van profeet wel leren… (Misschien kun je ook denken aan een soort Seminarie, waar je de basisdingen kunt leren…)

Juist in de Charismatische Beweging heb ik geleerd dat het goed en verstandig kan zijn om biddende zusters en broeders te vragen om met je mee te denken, als je meent een woord van God voor anderen te hebben gekregen.
Om er kritisch en in gebed naar te kijken.
Daar leerde ik ook om te vragen om het vermogen te onderscheiden tussen Gods Geest en andere geesten.

Als voorganger sta je op het scherp van de snede.

En telkens weer moet je je biddend afvragen of dàt wat je op de preekstoel of achter de Tafel zegt, uit je eigen koker komt, of dat het van God komt.

En je hoopt en verwacht, je hebt het nodig ook, dat de gemeente in de week voor de zondag voor je bidt, dat er in de consistoriekamer voor de dienst met en voor je gebeden wordt, opdat de Geest van God het enige en laatste woord mag hebben.

Een lezing als die van vanmorgen, die lees je met kromme tenen, en die houdt je wel bij de les!

Want profetie is overal waar God door mensen heen spreekt en Zijn bedoelingen kenbaar maakt.
We hadden het straks over Petrus, die ‘er uit flapte dat Jezus volgens hem de Messias was’.
Maar Mattheüs vertelt: Jezus corrigeert hem.
Hij zegt niet: “Dat zie je helemaal verkeerd”.
Want dat is niet zo.
Maar Hij zegt: Dat heb je niet van jezelf. Dat heb je niet zelf bedacht, dat heeft geen mens je verteld, maar Mijn Vader die in de Hemel is! En daarmee is Petrus ook een profeet, tot ieders verbazing.

Vervolgens mogen de leerlingen hier tot nader order niet over spreken, want Gods tijd is nog niet aangebroken. De leerlingen moeten nog heel wat uren catechese van Jezus krijgen!
En later van de Heilige Geest Zelf.  

Nu, je kunt je voorstellen, dat als er van tijd tot tijd profeten waren die het niet haalden bij het voorbeeld van Mozes, die fouten maakten, of voor eigen gewin preekten, dat de mensen gingen denken dat er pas aan het einde van de tijden die éne, echte perfecte profeet zou komen…
En natuurlijk past Jezus perfect in dat plaatje.

Maar na Zijn dood en opstanding heeft de Heilige Geest Zelf ons geleerd, dat Jezus meer is dan een profeet, hoe perfect ook.
Hij is de nieuwe Jozua, Hij is de perfecte Mozes, die niet heeft gezondigd, en die Gods volk de weg heeft gewezen en open gemaakt naar het Beloofde Land in eeuwigheid. Een nieuw Verbond.
Het eeuwige Leven bij en met God.

Want Jozua, Jezus, de Aanwezige redt, is Zijn Naam.
En die Naam is een belofte die waar is geworden.
Nu al.

Zij die ons zijn voorgegaan weten het al.
Wij vertrouwen er op, wij leven er naar toe.
En zij, en Paulus, staan aan de kant te klappen en ons aan te moedigen om door te zetten.
Zoals bij een hardloopwedstrijd, of bij een Tour de France.
Zij moedigen ons aan om ons te richten op dat éne doel, en ons niet af te laten leiden door gekakel in de achterhoede.

‘Lees je Bijbel en bid elke dag, als je winnen wilt!’
We staan er niet alleen voor.

Door goede machten trouw omgeven…

Laten we moed vatten, en de Heilige Geest in ons laten werken. Dat geeft energie en nieuwe bezieling!

Kom, Geest van God, en blijf in ons aan het werk!
Tot in der Eeuwigheid.
Amen!

Muziek

Zo rijk als wij gezegend zijn met liefde, kennis van God, en goede gaven, zo rijk mogen wij tot een zegen zijn voor anderen. Nu in de collecte, de komende tijd voor de mensen om ons heen.

De eerste collecte is voor de kerkelijke middelen en de tweede voor het Diaconale Project van dit jaar.

Gebed over de gaven:

Lieve God, wilt U alstublieft zegenen wat we hier bij elkaar hebben gebracht,  zodat het is tot eer van Uw Naam,

en zodat het Uw gemeente wereldwijd ten goede komt.

Laat het een offer zijn, dat onze dankbaarheid en liefde uitdrukt, door Jezus Christus, onze Heer.  Amen


Lied 1010:2


Voorbeden:
Laten we danken en bidden:

Lieve God, wij danken U dat U ons telkens weer moed hebt willen geven door Uw beloften voor nu en later, door profeten, door het woord, dat we soms lezen, soms horen, soms zelf spreken.
Wij hebben vaak het gevoel dat de wereld zich doof houdt voor Uw woord, voor ons spreken over u. Of zich met kracht verzet.
Wil ons allen telkens weer de woorden geven die van U komen, woorden die ons zwakke geloof te boven gaan, en werk zo in ons en met ons, opdat ook ons leven voor U van waarde kan zijn.

Goede God, wij danken U voor het feit dat U deze wereld niet in de steek laat, dat U er alles voor over hebt gehad om die te redden. Betrek ons in Uw plannen, en geef ons moed en geloof, om te doen wat U van ons verwacht.
Geef ons wijsheid, liefde en geloof, opdat wij de weg mogen kiezen die U wilt gaan met deze gemeente, met deze mensen die ons dierbaar zijn.   
Wees ook met onze consulent, die hier volgende week voorgaat, met alle mensen in de PKN die vergaande beslissingen moeten nemen, en met de kerkeraad en alle gemeenteleden, opdat wij zoeken naar Uw wil.

Trouwe God, telkens weer belijden we het: dat U betrouwbaar bent, dat U ons niet alleen laat. Help ons daaruit dan ook te leven.
Ieder op haar en zijn eigen plek. Geef ons helderheid, geef ons kracht en moed, juist als wij ons zo vreselijk moe voelen.
Wij bidden U voor alle slachtoffers van oorlog en geweld, voor alle slachtoffers in het verkeer en voor alle slachtoffers van natuurrampen en ziekten. Voor al die kwetsbare mensen in Uw grote wereld, maar ook voor al die mensen in onze eigen kleine wereld willen we bidden.

We denken allereerst aan Teun en Leny. Nu Teun in het ziekenhuis ligt bidden we met hem en voor hem dat de nieuwe behandelmethode, de bestraling, mag helpen. Geef de artsen, zijn artsen en alle artsen, Uw wijsheid en mededogen, geduld en liefde. Stuur hun denken, steun hun handelen.
We danken U dat Teun op dit moment minder pijn heeft, en voor hem, en voor de zieken in onze eigen omgeving bidden we: Heer, ontferm U.
Heel hen, genees hen, als het zo mag zijn.

Ook voor al die gemeenteleden die door leeftijd of gebreken van het lichaam hier niet kunnen zijn, willen we U bidden. Help ons om hen ook in de loop van de week, en de weken te gedenken in onze gebeden. We denken in het bijzonder aan Wilma Steinhart, en aan de families Evelein en Kaatman.

Samen met de kerk die wereldwijd is, gescheiden en verbonden in Jezus, onze Heer, bidden wij om eenheid, en aanbidden en smeken wij U zoals Jezus ons leerde:

Onze Vader, die in de hemel zijt,
Uw Naam worde geheiligd

Uw Rijk kome
Uw wil geschiede, op aarde zoals in de hemel.

Geef ons heden ons dagelijks brood

En vergeef ons onze schulden,
Zoals wij aan anderen hun schuld vergeven

En leid ons niet in verzoeking
Maar verlos ons van het kwade



Ons slotlied is lied 791: 1 en 6.
Na de zegen, zingen we, in plaats van het ‘Amen’  vers 3 en 4


6. Liefde boven alle liefde,
die zich als de hemel welft
over ons: wil ons genezen,
Bron van liefde, Liefde zelf!

Zegen:
De God nu der hope vervulle U met louter vreugde en vrede in Uw geloof,
Hij geve U overvloed aan hoop,
Hij sterke Uw vertrouwen in de zachte krachten die overwinnen:
liefde, barmhartigheid en genade...
door de kracht van Gods heilige Geest.
† Zo zegent u nu de Vader, de Zoon, de Heilige Geest!
Amen.


3. Liefde luidt de Naam der namen
waarmee Gij U kennen laat.
Liefde vraagt om ja en amen,
ziel en zinnen metterdaad.

4. Liefde waagt zichzelf te geven
ademt op van goede trouw.
Liefde houdt ons in het leven -
daarop hebt Gij ons gebouwd.