Voor eerdere diensten klik hier:

Zondag septuagesima 27-1-2013 in de Lutherse kerk te  Heusden

Organist:  Joop de Zwart

Wij zijn hier aanwezig in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Amen

Onze Hulp is in de Naam van de Heer
die hemel en aarde gemaakt heeft.

Grote God, U weet hoe ons hart ons aanklaagt:
U weet van onze lafheid, ons tekort komen,
U weet van ons zwijgen als wij hadden moeten spreken,
van ons spreken als wij hadden moeten zwijgen
Heer, vergeef ons al wat wij misdeden.
En laat ons weer in vrede leven.

Amen.

Zo lief had God deze wereld, dat Hij Zijn enige Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt, en eeuwig leven hebben mag!

Voordat wij verder gaan vraag ik u op te staan om een moment stil te staan bij Dirk-Jan Snel, die heel lang één van ons was, en dat zal blijven, zolang wij aan hem denken. Afgelopen donderdag was een aantal van ons bij zijn uitvaart, en de woorden die ik daar gesproken heb staan verderop in uw liturgie, samen met een mooie foto van Sacha…
Zo willen wij ons hem ook herinneren…

Terwijl Joop zachtjes gezang 273 speelt:
 
Heer, herinner U de namen
van hen die gestorven zijn,
en vergeet niet, dat zij kwamen
langs de straten van de pijn,
langs de wegen van het lijden,
door het woud der eenzaamheid,
naar het dag en nacht verbeide
Vaderhuis, hun toebereid.

Heer, herinner U hun luistrend
wakker liggen in de nacht
en hun roepen in het duister,
de armzaalgheid van hun kracht,
en wil zeer aandachtig lezen
in de rimpels van hun huid
de verscheurdheid van hun wezen,
en wis hunne zonden uit.

Die Maria hebt vergeven
en de rover aan het kruis,
laat de doden eeuwig leven
met U in het paradijs.
Heer, herinner U hun namen,
oordeel hen en spreek hen vrij,
en bedek hun schuld en laat hen
zitten aan uw rechterzij.

gaat u zitten…

Ons introïtuslied komt uit: TussenTijds 127 en het past denk ik ook bij Dirk-Jan, bij zijn manier van zeggen…



Gij die uitgeschreven staat
in de held're taal der sterren,
hoogtij, lichtende van verre –
Morgenster, treed uit uw baan
en kom in ons midden staan.

Gij die uitgesproken zijt
de Geliefde, Woord van leven
in der minne ons gegeven,
Naam, die oplicht in de nacht,
kom en klink in volle pracht.

Gij die opgetekend staat
in de heilige schrifturen
die der eeuwen loop verduren,
Uw gelofte is ons lied,
onze mond Uw taalgebied.

Gij die ons zijt toegezegd:
God met ons en Mens van vrede,
deel U aan de wereld mede,
kom tevoorschijn uit het licht,
liefde toon Uw Aangezicht.

tekst: Jaap Zijlstra, melodie: Willem Vogel

Laten we de Heer aanroepen om ontferming met de nood van deze wereld, - die is groot -
maar laten wij dan ook Zijn Naam prijzen,
omdat er aan Zijn barmhartigheid geen einde komt!



Zondagsgebed:
Heer van ons leven, doe ons leven in U door Uw Geest, geschenk van Jezus Christus, onze Heer.
Amen.

Lezing Oude TestamentJesaja 61: 1 – 9
Na de ballingschap proberen de teruggekeerde gelovigen de stad en de tempel te herstellen, en dat valt, door tegenwerking van de plaatselijke bevolking erg tegen. Ze hadden verwacht dat ze met vlag en wimpel zouden worden ingehaald, maar er moet gevochten worden, opdat niet 's nachts wordt afgebroken wat ze overdag hebben opgebouwd. Ook wilden lang niet alle ballingen mee komen, dus de zaak staat er in het algemeen slecht voor.        
Maar toch stuurt de Heer een man die hen moed komt inspreken, een boodschap die zowel voor de achterblijvers lijkt te zijn als voor de pioniers.    

61:1 Een Geest van mijn Heer God (kwam) over mij, omdat Hij mij zalfde, de Aanwezige, om een goede tijding te brengen aan mensen aan de onderkant van de maatschappij, Hij heeft mij (er op uit) gestuurd om hen te verbinden, die een gebroken hart hebben, om te roepen tot de gevangenen: ‘Vrij als een vogel!’, en tot de geketenden: ‘De gevangenis (staat) open!’
2. … om te roepen: ‘Een jaar van genade voor de Aanwezige! Een tijd van genoegdoening voor onze God, tot troost van allen die rouw dragen…
3. … om de rouwdragenden van Sion rechtop te doen staan, om hen een sieraad (op het hoofd) te zetten, in plaats van as (teken van rouw), om feestelijk parfum te geven, in plaats van een rouwklacht, om een mantel van lofzang te geven in plaats van een gevoel van onmacht, ja, men noemt hen: Machtigen aan rechtvaardigheid! Een planting van de Aanwezige, waar Hij eer mee inlegt’.       
4.  Opgebouwd worden de ruines van vroeger, verlaten door de voorouders, ze worden hersteld, ja, vernieuwd, de verwoeste steden die al generaties lang verlaten zijn.
5. Buitenlanders zullen er bezig zijn, en ze zullen jullie vee weiden, ja, vreemdelingen werken op jullie boerderijen, en in jullie wijngaarden.
6. Maar jullie zullen priesters van de Aanwezige genoemd worden, ja: dienaren van onze God.
De rijkdommen van de vreemde volkeren zullen jullie genieten, wat betreft hun luister zullen jullie hun plaats innemen.
7. In plaats van jullie oneer (is er dan) een (hoge) rang, en (in plaats van) smaad zullen ze vleiende liederen laten horen in hun land, daarom zullen ze een (hoge) rang krijgen, eindeloze vreugde zal de hunne zijn.
8. Want Ik, de Aanwezige, ben (Iemand) die houdt van recht, die een hekel heeft aan plunder en roof.    
Ja, Ik geef ze waarachtig wat hun toekomt, en Ik sluit een eeuwig verbond met ze.
9. Ja, ze zullen bekend staan onder de vreemde volkeren als hún nageslacht, en hun afstammelingen temidden van de naties, allen die hen zien zullen hen erkennen als nakomelingen die gezegend zijn door de Aanwezige.

Ons lied is gezang 172: 1 en 4


 Een mens te zijn op aarde  in deze wereldtijd,
dat is de Geest aanvaarden  die naar het leven leidt;
de mensen niet verlaten,  Gods woord zijn toegedaan,
dat is op deze aarde  de duivel wederstaan.

Epistellezing1 Corinthe 12: 12 - 27

De gemeente is een eenheid in verscheidenheid van genadegaven. Paulus illustreert deze gedachte nu breedvoerig met het beeld of de fabel, in de Oudheid zeer verbreid, van het menselijk lichaam en zijn ledematen, die op elkaar zijn aangewezen. Maar in v. 12-27 gaat hij boven de simpele vergelijking uit door de kerk het lichaam of een lichaam van Christus te noemen, een gedachte die in de brieven aan de gemeenten in Colossos en Efese wordt uitgewerkt en aangevuld met de idee dat Christus het hoofd is van zijn lichaam. We lezen: 
12. Precies zoals het lichaam één is, en veel lichaamsdelen kent, want alle lichaamsdelen van het lichaam, hoe veel het er ook zijn, vormen een lichaam, zo is het ook (met) Christus.
13. Immers: we zijn ook allemaal in een Geest gedoopt tot één lichaam, of we nu Joden zijn of Grieken, of we dienen of vrij zijn, en allen zijn we met één Geest overgoten.
14. Immers: ook het lichaam bestaat niet uit maar een lichaamsdeel, maar uit vele.
15. Stel dat de voet zegt: Omdat ik geen hand ben, hoor ik niet bij het lichaam, behoort hij daarom niet bij het lichaam?
16. En stel dat het oor zou zeggen: Omdat ik geen oog ben, behoor ik niet bij het lichaam, behoort het daarom niet bij het lichaam?
17. Als het lichaam een en al oog was, waar bleef dan het gehoor? Als het een en al gehoor was, waar dan de reuk?
18. Nu dan, God heeft de lichaamsdelen stuk voor stuk een plaats gegeven in het lichaam, zoals Hem goed dacht.
19. Maar als dat alles één deel was, waar bleef dan het lichaam?
20. Nu zijn er dus vele lichaamsdelen, maar (slechts) één lichaam.
21. Het is niet mogelijk dat het oog zegt tegen de hand:
‘Ik heb jou niet nodig’, of dat op zijn beurt het hoofd zegt tegen de voeten: ‘Ik heb jullie niet nodig’…
22. Nog sterker: juist die delen van het lichaam die menen onaanzienlijker te zijn (dan de rest), zijn onmisbaar…
23. en die, waarvan wij denken dat ze de onwaardigste van het lichaam zijn, die geven we de grootste eer, en van onze minst aantrekkelijke lichaamsdelen maken we het meeste werk,
24. maar onze aantrekkelijke punten hebben (dat) niet nodig.
Echter: God heeft het lichaam (met zorg) in elkaar gezet, waarbij Hij aan het minste overvloedige eer geeft,
25. opdat er geen verdeeldheid mag zijn in het lichaam, maar dat alle lichaamsdelen dezelfde zorg voor elkaar hebben.
26. En stel dat een lichaamsdeel lijdt, dan lijden toch alle andere mee!         
Stel dat een lichaamsdeel geprezen wordt, dan delen alle lichaamsdelen in de vreugde.
27. Jullie vormen het Lichaam van Christus, en als individu een lichaamsdeel.

Ons Zondagslied is  gezang 1

God heeft het eerste woord.
Voor wij ter wereld kwamen,
riep Hij ons reeds bij name,
zijn roep wordt nog gehoord.

God heeft het laatste woord.
Wat Hij van oudsher zeide,
wordt aan het eind der tijden
in heel zijn rijk gehoord.

God staat aan het begin
en Hij komt aan het einde.
Zijn woord is van het zijnde
oorsprong en doel en zin.

De lezing van het Heilig Evangelie komt uit: Lucas 4: 14 – 21
Jezus is gedoopt en daarna verzocht in de woestijn…
14 Jezus keerde, gesterkt door de Geest, terug naar Galilea. Het nieuws over Hem verspreidde zich in de hele streek.
15 Hij gaf onderricht in de synagogen en werd door allen geprezen.
16 Hij kwam ook in Nazaret, waar Hij was opgegroeid, en volgens Zijn gewoonte ging Hij op sabbat naar de synagoge. Toen Hij opstond om voor te lezen,
17 werd Hem de boekrol van de profeet Jesaja overhandigd, en Hij rolde hem af en trof de plaats waar geschreven staat:

18 ‘De Geest van de Heer rust op mij,
want Hij heeft mij gezalfd.
Om aan armen het goede nieuws te brengen
heeft Hij mij gezonden,
om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken
en aan blinden het herstel van hun zicht,
om onderdrukten hun vrijheid te geven,
19 om een genadejaar van de Heer uit te roepen.’

20 Hij rolde de boekrol op, gaf hem terug aan de dienaar en ging weer zitten; de ogen van alle aanwezigen in de synagoge waren op Hem gericht.
21 Hij zei tegen hen: ‘Vandaag hebben jullie deze schrifttekst in vervulling horen gaan.’

Zalig die het Woord van God horen en er gehoor aan geven!


Credo
: In antwoord op Gods Woord belijden wij ons geloof samen met de eerste getuigen van Jezus Christus:
Met Johannes de Doper:
Zie hier het lam Gods dat de zonden der wereld wegdraagt...
Met Andreas: We hebben de Messias gevonden...
Met Nathanael:  Meester, U bent de Zoon van God, de koning van Israël...
Met de Samaritanen: Wij weten dat Hij werkelijk de redder der wereld is...
Met Petrus: U bent de Christus, de Zoon van de levende God....
Met Martha: U bent de Christus, de Zoon van God, die in de wereld komt...
Met Thomas: Mijn Heer en mijn God....
Amen.

Preek

Genade zij u en vrede van God onze Vader en van Jezus Christus, onze Heer, door de Heilige Geest.

Lieve mensen,
Als je nu vraagt: wat is de kern van de blijde boodschap?, wat is het Evangelie? dan is dit evangelie, dat we zojuist hoorden, echt wel een sleutelwoord.

Gods beloften zijn zalig vervuld, zingt een van onze oude kerstliederen.
En Jezus, de vleesgeworden vervulling van veel van Gods beloften, zegt het hier ook Zelf.
Vandaag hebt U het horen gebeuren.
Op het moment dat Jezus deze woorden uitsprak, gebeurde er iets. Omdat Hij het hardop las, was het een scheppend woord. Een woord dat in het hier-en-nu waar maakte, wat God ooit had beloofd!

Misschien is het u opgevallen dat de tekst, zoals wij die lazen in Jesaja, wat uitgebreider lijkt dan de tekst die we vinden in het Evangelie.
Dat komt omdat Lucas citeert uit de Septuagint, uit de Griekse vertaling van het Oude Testament.
Dat is waarschijnlijk de tekst waarmee Lucas, een man met een goede opleiding, is opgevoed.
Dus is het logisch dat hij, voor zijn Grieks opgevoede lezers, déze tekst citeert, en niet letterlijk vertaalt wat er in de Hebreeuwse tekst staat, die de Heer zeer waarschijnlijk in de handen had, toen Hij in de synagoge van Nazareth opstond om de schriftlezing van die dag te doen.
En welke tekst treft Hij daar?
Een tekst die ook Hem betreft.

Want niet alleen de profeet van destijds was geroepen om mensen de blijde boodschap te verkondigen dat God (soms) ingrijpt in het lijden van Zijn mensen, maar ook Jezus is daartoe gekomen.

Opeens valt alles samen. Dít ís het!
Hiertoe is Hij bij Zijn doop in de Jordaan door de Heilige Geest gezalfd.
Om aan armen het goede nieuws te vertellen dat God Zich om hen bekommert.
Om blinden te laten zien hoe rijk Gods schepping is, en hoe groot Zijn liefde.
Om gevangenen te vertellen dat de deur van de gevangenis open staat, en dat ze zo vrij zijn als een vogel. (Het woord voor vrijheid dat Jesaja gebruikt is het zelfde als het woord voor zwaluw!!!)
Ze zullen zo vrij als een vogel zijn…
Ja, ook de mensen aan de onderkant van de samenleving, de onderdrukten, zullen vrij zijn om te kiezen hoe ze leven. Zij zullen vrij zijn om in het licht van Gods genade te leven.

Jezus is gekomen om een genadejaar van de Heer uit te roepen. Het jubeljaar, waarin alles goed komt, waarin de mensen in hun rechten worden hersteld, maar vooral: het jaar waarin God helemaal Zichzelf zal zijn: een genadige God.
Een God die er gein in heeft genadig te zijn voor mensen die dat helemaal niet verdienen.
Gein en genade, dat weet u intussen wel, komen van de zelfde stam in het Hebreeuws…

Voor de mensen die persoonlijk werden aangesproken door Jesaja, dat wil zeggen: de profeet die aan het eind van de ballingschap en vooral: na terugkeer onder die naam opereerde, (voor díé mensen) was het een boodschap van hoop dat het toch nog goed zou komen.

Niet alleen met Jeruzalem, en met hun benarde omstandigheden, maar vooral met het volk Gods.

Eenmaal zullen ze overal erkend worden als priesters van God, vrijgesteld om God te dienen, met hun lofzang en offers, met heel hun leven, terwijl anderen voor hun akkers en hun vee zullen zorgen.

Zoals een predikant is vrijgesteld om het Evangelie te brengen, en niet wordt betaald voor het werk dat hij doet, maar hij wordt vrijgemaakt van de zorg om het dagelijks brood, en zij mag vanuit die vrijheid God dienen met preken en zorgen voor de gemeente die aan haar of hem is toevertrouwd. 
Een heel bijbels concept dus!
Een deel van die belofte is hier in Nederland vier honderd jaar geleden zo al vervuld
Dat laat zien dat het niet alleen gaat om de mensen toen en nu, maar om alle mensen.
Het gaat erom dat alle mensen gaan leven met het oog op God, en wel zo dat Hij er genoegen in heeft.
Een welaangename Tijd des Heren, vertaalden onze voorouders…

God is genadig opdat wij mensen zouden kunnen gaan leven zoals het Hem behaagt.
Daarvoor moeten mensen elkaar vrijlaten uit slavernij, elkaar respecteren als gelijkwaardige kinderen van God, daarvoor moeten wij uit onze verblinding durven stappen, uit de gevangenissen die wij voor onszelf maken, omdat wij niet op een andere manier durven leven 
En dat is toch zonde… als we geen blije, vrolijke kinderen van God zouden durven zijn.

Jezus is gekomen om dit mogelijk te maken.
Hij heeft er Zijn leven voor over gehad.
Hij heeft er onze dood voor over gehad.
Hij stierf voor ons, als mens…

Zou de mens Jezus, die deze woorden las, hebben vermoed wat het Hem zou kosten, om Gods belofte zó te vervullen, dat deze woorden voor heel de wereld zouden gaan gelden?
Wij weten het niet.

Soms krijg je het gevoel dat Hij pas gaandeweg heeft ontdekt wat Zijn roeping nu precies inhield.
Dat ook Hij moest ontdekken wat Zijn rol zou zijn in dit proces…
Zoals Hij in Nazareth deze passage trof, en tot de ontdekking kwam dat het híér om ging.
Dat Hijzelf hiertoe was gedoopt en gezalfd met de Heilige Geest.

Het genadejaar van de Heer, dat Hij op dat moment aankondigt en uitroept, is de beslissende tijd in de geschiedenis van de mensheid.
Met Zijn leven en Zijn dood laat Jezus zien hoe mensen van God kunnen leven voor Gods aangezicht, in Gods genade en aanwezigheid, en Hij maakt het voor ons ook mogelijk, omdat Hij de schuld en de zonde, de ontrouw en de onmogelijkheid van ons afneemt, door die op Zijn eigen schouders te nemen, en daaraan te sterven. Als een zondebok voor heel de wereld.

Nogmaals: wij hebben er geen idee van hoeveel Hij op dat moment wist of vermoedde.
Maar wij mogen wel weten dat wat Hij zei waar was. Voor wie dit woord hoorde, en tot zich door liet dringen, was en is Gods belofte vervuld.

Wat betekent dat voor de mensen in Nazareth, en wat betekent dat voor ons?
Allereerst dat je het niet altijd zomaar begrijpt.
Het was niet zo dat heel Nazareth uitliep en zei: hier is Hij, de Messias! De Gezalfde, waarop wij zo lang hebben gewacht.
Integendeel, zullen we verderop kunnen lezen.
Maar er zijn wel telkens mensen die Hem herkennen, die met Johannes de Doper zeggen: Hij is het lam Gods dat de zonden der wereld wegdraagt.
Of met Andreas, Petrus en Martha: Hij is de Christus, de Gezalfde… en er zijn telkens weer mensen die zeggen: mijn Heer en mijn God.
Voor de meesten komt het inzicht pas na de Opstanding, en na de uitstorting van de Heilige Geest
Dan worden we profeten als Jesaja, dan spreken wij van Gods grote daden in ons leven, dan worden we als Jezus kinderen van de levende God.

Klinkt mooi… maar hoe? Wat? Waar?

In elk geval in het ene wereldwijde lichaam van Christus, waarin iedereen even belangrijk is als de ander, en niemand kan worden gemist.
Ik herlas de afgelopen weken het boek van Bill  Bryson: Een kleine geschiedenis van bijna alles, waarin hij laat zijn dat wij vrijwel niets weten, maar dat heel de geschiedenis van deze aarde en van de ontwikkeling van het kwetsbare leven nodig was om u en jou en mij op dit moment hier bij elkaar te brengen. Als die geschiedenis ook maar een fractie anders waren geweest, was het leven op deze aarde wellicht niet eens ontstaan, en waren wij er in elk geval niet geweest.
Al die gebeurtenissen, en al onze voorouders waren nodig en van het grootste belang.

Daar moest ik aan denken, bij het lezen van de oproep in de epistel, om in te zien dat ieder mens in de kerk en in de maatschappij wezenlijk is, essentieel, iedereen op de eigen plek, en iedereen met de eigen gaven en mogelijkheden.
Ademloos zeg je dan: wij zijn geen toevalstreffer, maar we zijn door God gewild.
Dit is waar Hij behagen in schept.
Dit: deze wereld, deze gemeente, deze mensen, die wij zijn, met al onze mogelijkheden, met al onze moeilijkheden, met onze kleine petieterigheden en onze grote momenten van opoffering en liefde.

Wij mogen er zijn. Wij zijn voor God van belang.
En voor elkaar! Allemaal, stuk voor stuk, zoals wij hier zitten, en de mensen die wij hier nu missen, door de dood of door het leven...
En dan hebben ook wij een roeping: om mensen van God te zijn, beelddragers.
Zoals Jezus dat was. Zoals de eerste christenen.
En telkens weer moeten en mogen wij zoeken naar het hoe en wat. Maar dat mogen wij samen doen.
Als gemeente, als mensen, als kinderen van God.
In die ene Geest waarmee wij zijn gedoopt.
Wereldwijd één organisch geheel, meer dan kerken, meer dan structuren, samenhangend, levend, door de liefdevolle gedachten van Jezus, ons Hoofd.
In de Geest van Jezus, in de Heilige Geest, die ons bezielt met woorden van eeuwig leven.
Vandaag en alle dagen voor ons.
Amen.


Muziek  

Alles wat wij hebben , hebben wij van God gekregen, om  door  te geven, om met velen te delen en er zo van te genieten. 
Ook nu en hier kunnen we gestalte geven aan dat delen:   in de collecte!

Na het gebed over de gaven zingen wij: TussenTijds 195

Collecte voor: PKN. Catechese en educatie
In de kerk mag geleerd worden, door jong en oud! Het Protestants Centrum voor Toerusting en Educatie biedt zestig verschillende basis- en vervolgcursussen aan. Ook voor kinderen en jongeren is er toerusting via catechese. Het Jeugdwerk van de Protestantse Kerk geeft trainingen en
ontwikkelt catechesematerialen.

Gebed over de gaven
Heer, bevrijd ons van alles wat ons weerhoudt om Uw liefde en goede gaven met anderen te delen.
Neem ons geld aan, onze goede voornemens, en vul ons met Uw Geest, met Uw liefde, opdat wij en onze gaven tot zegen zijn, in de gemeenschappen waarin wij leven, en in heel Uw wijde wereld, opdat mensen mogen leren van Uw liefde...
Door Jezus Christus, onze Heer. Amen.

Lied TussenTijds 195

Niemand der mensen had mij kunnen denken,
heeft mij God Zelf niet geplant?
Hij wilde leven en geest aan mij schenken;
zo ben ik het werk van Zijn hand.

Zaaide de Heer mij als zaad in de vore,
nu ben ik graan in de grond;
uit een gebaar van de Zaaier geboren,
leef ik uit het Woord van Zijn mond.

Woekert het kruid van het kwaad op de aarde
en steelt zijn loof alle licht,
dan wacht ik stil op de Heer van de gaarde,
Die komt met Zijn heilig gericht.


Steeds zal de zon van Gods liefde verschijnen,
regent Zijn trouw op elk blad.
Nooit laat de Zaaier Zijn zaden verkwijnen:
Hij houdt in Zijn hand mij gevat.
(Wonno Bleij)

Voorbeden
Laten wij danken en bidden:
Heer, wij danken U voor de mensen die ons zijn voorgegaan in het geloof, en in het leven…
Voor onze ouders en grootouders, voor hen die deze gemeente hebben gesticht en in stand gehouden, U kent ze allemaal…
Dankbaar zijn wij ook voor onze broeder Dirk-Jan Snel, die nu de heilsgeheimen kent, waar hij eerder slechts naar kon raden.
Wij weten hem veilig in Uw liefde en aandacht. Voor hen die hem missen bidden wij U dat ook zij die liefde mogen ervaren.
Wij danken U voor onze gezondheid, voor het feit dat wij hier veilig aanwezig mogen zijn, ondanks het weer, en wij bidden U voor hen die U aan onze zorg en aandacht hebt toevertrouwd, kinderen en kleinkinderen soms, maar ook partners en ouders als Toos ten Berge – Vinkenstein, over wier gezondheid wij ons zorgen maken… Wees bij haar, wees bij hen allen, en geef ons een open oog en open hart voor de noden van Uw kwetsbare mensen, waar die ook maar op ons pad mogen komen.

In de stilte van dit moment leggen wij onze harten voor U open…

En wij aanbidden U en roepen U aan, zoals Jezus het ons leerde:

Onze Vader, die in de hemelen zijt,
Uw Naam worde geheiligd.
Uw Rijk kome
Uw Wil geschiede, gelijk in de hemel, alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden,
gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren;
en leid ons niet in verzoeking
maar verlos ons van het kwade!


Ons slotlied is: gezang 444:3

Zegen:
De heilige God van Israël,
de Vader van alle mensen,
wil ons behoeden met Zijn liefde,
wil ons dragen met Zijn Geest,
wil ons voorgaan in Zijn Zoon.
Alle dagen van ons leven.
Amen.

Gezang 444: 1 en 2


Alles wat U prijzen kan,  U, de Eeuwge, Ongeziene,
looft Uw liefd' en zingt ervan.  Alle englen, die U dienen,
roepen U nooit lovensmoe:  `Heilig, heilig, heilig' toe!

....................................................

Foto van Sacha Wijmer uit 2005


Uitvaart 24 januari 2013 Dirk-Jan Snel

Wij zijn hier samen om afscheid te nemen van een markant mens, met zijn heel eigen levensstijl, zijn eigen, vaak fijnzinnige humor, zijn vriendelijkheid…
U hebt daar al gehoord via Iet en Daphne,

maar hij was ook lid van onze kerk.
Van de kleine Lutherse kerkgemeenschap in Heusden, waarvan ook verschillende mensen hier zijn. Ook daar kenden wij hem een verfijnd man. In humor, een beetje stout ook, zij het slechts heel lichtjes aangezet, en zo galant. Altijd weer zo'n echte heer… schreef een van ons. Een ander schreef: Het was een man, die volstrekt zichzelf bleef, met aan de ene kant een grote betrokkenheid en aan de andere kant naar mijn gevoel toch een soort van afstandelijke lichtheid. Hij bekeek vaak de mensen met een ondeugende blik en dacht er duidelijk het zijne van.

Dirk-Jan was gelovig, maar geen gelovige volgens de boekjes. Toch was voor hem zijn doop heel belangrijk, hij was al zeven, toen hij gedoopt werd, en hoogst verontwaardigd toen de dominee bij de doop zei: Jan-Dirk ik doop je…
Hij trok zijn moeder direct aan haar kleren en zei dringend: hij zegt Jan-Dirk, dat moet Dirk-Jan zijn, hoor! En zo gebeurde het ook.
Hij vertelde het met smaak…
Maar ook dat hij het zo fijn vond dat hij eerst in Indonesië, en daarna in Nederland, Christelijk onderwijs had genoten. Dat is een basis waarop hij verder kon, ook toen hij merkte dat hij met allerlei dogma's niet zoveel had.
Hij kon daar wel omheen kijken,  en het wezenlijke vasthouden…

Hij wist van die dragende Liefde die wij in de kerk God noemen, en hij kwam, zolang hij kon, graag naar onze diensten in Heusden. Hij logeerde in de afgelopen jaren vaak bij Riet Veldkamp, wanneer hij in Brabant was voor zijn werk bij de Vrijmetselarij of voor de kerk. Want zowel de vrijmetselarij in Den Bosch, als de Lutherse Gemeente in Heusden waren hem dierbaar.
En het was niet altijd mogelijk en wenselijk om de grote afstand naar Haarlem op één dag af te leggen. Dirk-Jan sprak eigenlijk weinig over zichzelf. Wel over wat hem bezighield in de wereld om hem heen.
Hij las dan ook wel eens stukjes voor, die hij geschreven had. Meestal met filosofische, kritische of hoopvolle en ook wel poëtisch gekleurde zinswendingen…
Die stukjes hingen nauw samen met zijn bevindingen in het Filosofenclubje, Krishnamurti en de theosofie die hij bestudeerde, (en al wat op zijn pad kwam) en hij publiceerde ze jarenlang in het Berichtenblad van de Lutherse kerk. Vaak ging zijn wijsheid ver over onze hoofden heen, en begrepen we niet precies wat hij wilde zeggen. Hij was aan de ene kant een vrije geest, die ver over horizonten heen kon kijken, aan de andere kant werd hij, toen hij ouder werd, ook behoudend: de dingen moesten maar liever blijven zoals ze waren.
Zijn stukjes moesten worden afgedrukt zoals hij ze opschreef, en dat de jongere generatie een computer gebruikte, en de stukjes dus ordelijk wilde printen, gaf wel eens wrijving. Maar ach, wrijving geeft uiteindelijk ook weer warmte, leert ons de Natuurkunde.
Hij heeft  met liefde zijn talent ingezet voor de kerk en in de kerkenraad.
Dat de tijden veranderden en er steeds meer werk voor de kleine kerkenraad kwam, speelde hem uiteindelijk parten.
Samen met zijn grote liefde Puck Duijne, met wie hij 29 jaar een diepe band had, heeft hij lange tijd de kar getrokken van onze gemeente. Het kostte hem moeite de teugels los te laten, zo gaan die dingen. Maar hij bleef er bij horen, via zijn werk binnen de redactie van de Nieuwsbrief, en ook toen hij niet meer komen kon, bezochten we hem, en schreven we… hij is nooit uit onze gedachten weg geweest. En dat wist hij.
Hij vond het heerlijk dat ook te merken, toen hij in het Hospice was, en wachtte op zijn volgende levensfase, waarvan hij zich geen beeld kon vormen, maar waar hij wel heel nieuwsgierig naar was.
Puck weer te zien, dat verheugde hem.
En de gedachte van C.S. Lewis, dat dit leven hier op aarde nog maar de eerste bladzijde van het verhaal was, en dat het echte verhaal nog komen moest, dat sprak hem wel aan, zei hij, met twinkelende ogen.

Innig sprak hij ook over zijn Engelbewaarder, die voor hem heel belangrijk was, altijd al, maar helemaal in de lange lege uren van wachten in het Hospice…
We lazen en baden met hem o.a. het Luthers avondgebed, hij vouwde daarbij eerbiedig de handen –
Ik lees het u voor…
Heer, blijf bij ons, als het duistert, en de nacht zal komen.
Blijf bij ons en bij heel Uw kerk
aan de avond van de dag
aan de avond van het leven
aan de avond van de wereld.
Blijf bij ons met Uw genade en goedheid
met Uw troost en zegen
met Uw Woord en Sacrament.
Blijf bij ons wanneer over ons komt
de nacht van beproeving en angst
de nacht van twijfel en aanvechting
Wees bij ons in het uur van de dood.
Blijf bij ons in leven en in sterven
in tijd en eeuwigheid.

Wij zijn er van overtuigd dat deze bede voor Dirk-Jan nu is verhoord.

En nu wij afscheid van hem nemen, zeggen wij met de woorden van psalm 121 die hij zo mooi vond:

Dirk-Jan,
De Heer is je wachter, de Heer is de schaduw
aan je rechterhand:
overdag kan de zon je niet steken,
bij nacht de maan je niet schaden.

De Heer behoedt je voor alle kwaad,
hij waakt over je leven,
de Heer houdt de wacht
over je gaan en je komen
van nu tot in eeuwigheid.
Amen. Zo is het.

Ik teken je lichaam met het kruis, waarmee het werd getekend bij je doop.
In de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
Amen.

Dit leven is voltooid, en wij leggen het in Gods hand.