Liturgie zondag Rorate 2004 (zondag voor kerst) te Tiel, in de mooie Lutherse kerk. Organist: Pieter Dirksen, verder aanwezig: 16 mensen. 

Wij zijn hier aanwezig in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Amen

onze hulp is in de naam van de Heer
die hemel en aarde gemaakt heeft


Als we ons realiseren dat God hemel en aarde gemaakt heeft,
dan zien we ook dat we maar een stofje in Zijn hand zijn,
en dat het ons past onze excuses aan te bieden voor alles wat er verkeerd ging.
Anders kunnen wij God toch niet aanspreken? Niet om Hem te loven en te danken, en niet om te bidden en te smeken. Laten we daarom eerst onze tekortkomingen bij Hem neerleggen, voordat we verder kunnen met de dienst aan Hem die onze lof en dienst zo waard is. Laten we dan in ons hart, of hardop, het staat op Uw papier, zeggen, en beamen:
 
Heer, wij hebben als schapen gedwaald,
en wij zijn ieder onze eigen weg gegaan..

Wij konden of wilden de Weg die de Waarheid is,
en het leven, niet volgen.....

Toch smeken wij u:
leid ons weer op het rechte pad
vergeef ons en blijf ons bij,
om Jezus Christus, onze Heer. Amen

De Almachtige God schenke ons Zijn genade
Amen

Zo lief had God deze wereld, dat  Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt,
en eeuwig leven hebben mag!


Introïtuslied zondag Rorate: Licht in onze ogen.
Een lied dat vrij vlot gezongen en gespeeld mag worden.
Rorate wil zeggen: Dauwt, hemelen van omhoog, en wolken, regent de Gerechte… dat komt in vers 5 terug.


Laten we de Heer aanroepen om ontferming met de nood van deze wereld,
Maar laten wij toch ook Zijn naam prijzen,
omdat er aan Zijn barmhartigheid geen einde komt...

Zondagsgebed
God, Vader in de Hemel,
vanuit Uw huis roepen wij U toe:
laat ons niet langer wachten,
maar kom, en versla het onrecht waar dat heerst.
Door Jezus Christus, onze Heer. Amen.

Lezing Oude Testament Jesaja 7: 1 – 19 NBV

1  In de tijd dat Achaz, de zoon van Jotam, de zoon van Uzzia, regeerde over Juda, trok koning Resin van Aram samen met koning Pekach van Israël, de zoon van Remaljahu, op naar Jeruzalem.
Hij belegerde de stad, maar slaagde er niet in haar in te nemen.
2  Toen het koningshuis van David het bericht kreeg dat Aram en Efraïm de krachten gebundeld hadden, sloeg de koning en zijn volk de schrik om het hart, en zij beefden als bomen in de storm.
3  Toen zei de HEER tegen Jesaja: ‘Ga samen met je zoon Sear–Jasub op weg om Achaz te ontmoeten, op de straat van het bleekveld, waar de watertoevoer in het bovenste waterbekken uitkomt. {Sear–Jasub kan worden vertaald als ‘een rest zal terugkeren’.}
4  Zeg tegen hem: “Houd het hoofd koel, laat u geen schrik aanjagen door die twee smeulende stukken hout, Resin van Aram en de zoon van Remaljahu, hoe hoog hun woede ook oplaait.
5  Aram mag dan kwaad tegen u in de zin hebben, net als Efraïm met die zoon van Remaljahu, en zeggen:
6  ‘Laten we tegen Juda ten strijde trekken, het verscheuren en overmeesteren, en dan stellen we de zoon van Tabeal aan als koning’ –
7  maar dit zegt God, de HEER:
Het zal niet gebeuren, het zal niet zo gaan.
8  Immers, het hoofd van Aram is Damascus, en het hoofd van Damascus is die Resin. –Nog vijfenzestig jaar en het volk van Efraïm bestaat niet meer. –
9  Het hoofd van Efraïm is Samaria,
en het hoofd van Samaria is die zoon van Remaljahu.
Alleen als jullie vertrouwen hebben, houden jullie stand.”’
10  De HEER liet verder tegen Achaz zeggen:
11  ‘Vraag om een teken van de HEER, uw God,
hetzij uit de diepte van het dodenrijk hetzij uit de hoge hemel.’ {het dodenrijk –Volgens de Septuaginta en de Vulgata. MT: ‘vraag het’.}
12  Maar Achaz antwoordde: ‘Nee, ik zal geen teken vragen, ik zal de HEER niet op de proef stellen.’
13  Toen antwoordde Jesaja: ‘Luister, huis van David. Is het niet genoeg de mensen te tergen? Moet u nu ook mijn God tergen?’
14  Daarom zal de Heer Zelf u een teken geven: de jonge vrouw is zwanger, zij zal spoedig een zoon baren en hem Immanuël noemen. {Immanuël kan worden vertaald als ‘God met ons’.}
15  Boter en honing zal hij eten, totdat hij in staat is om het kwade te verwerpen en het goede te kiezen.
Want voordat de jongen in staat is om het kwade te ver-werpen en het goede te kiezen, zal het land van de beide koningen die u zoveel angst inboezemen, ontvolkt zijn.

Wij zingen: psalm 42: 1, een psalm van verlangen, van uitzien naar God. Dat past bij de Advent, nu we uitkijken naar het openbaar worden van God, met Kerst, en ook wij kunnen zo verlangen naar God, naar een teken van Zijn aanwezigheid, van Zijn bestaan. Soms echter herkennen we die tekens niet. Maar laten we eerst maar zingen…


Epistel Romeinen 1: 1 – 7
De schrijver van de brief stelt zich eerst voor… we lezen:
Paulus, eigen knecht van Christus Jezus – geroepen als zendeling, uitgekozen voor een goede boodschap (evangelie in het Grieks!) van Godswege,
van Hem die de goede boodschap al van te voren berichtte door Zijn profeten, in heilige geschriften,
(de goede boodschap) over Zijn Zoon, die – wat (het) vlees betreft – geboren is uit het geslacht van David,
die in krachte erkend is als Zoon van God, wat betreft een Geest van Heiliging vanuit opstanding uit de doden, (en wel:) Jezus Christus, onze Heer,
door Wie wij genade ontvingen, en een missie tot geloofsgehoorzaamheid onder alle volkeren, tot eer van Zijn Naam…
(een genade en een missie) waarin ook jullie geroepenen zijn van Jezus Christus…
(Paulus dus): Aan alle geliefden Gods die in Rome zijn (en in Tiel), geróépen heiligen!:
Genade en vrede voor jullie, van God onze Vader, en van Heer Jezus, (de) Christus.

Psalmwoord .Halleluja! Kom Heer, en toef niet langer, kom Uw volk bevrijden!.
HALLELUJA

We bereiden ons voor op de ontmoeting met de Heer in het Evangelie, en straks als we Kerstfeest vieren,  met  het zingen van gezang 126 helemaal.

Want waar Zijn Woord klinkt, daar is Hij Zelf, en daarom staan we straks ook op, in eerbied en uit respect voor Zijn aanwezigheid in ons midden… Nu zingen we:

Bereid dan voor zijn voeten       de weg die Hij zal gaan;
wilt gij uw Heer ontmoeten,       zo maak voor Hem ruim baan.
Hij komt, bekeer u nu,     verhoog de dalen, effen
de hoogten die zich heffen         tussen uw Heer en u.

Een hart dat wacht in ootmoed  is lieflijk voor de Heer,
maar op een hart vol hoogmoed ziet Hij in gramschap neer.
Wie vraagt naar zijn gebod        en bidden blijft en waken,
in hem wil woning maken het heil, de Zoon van God.


Het Heilig Evangelie staat geschreven bij: Mattheus 1: 18 – 25
Er voor hebben we de stamboom… Die is verdeeld over drie keer 14 geslachten. U zult begrijpen dat die stamboom fraai geconstrueerd is, en iets anders wil zeggen dan er staat, namelijk dat dit de volmaakte weg van God met de mensen is. Het getal 3 hoort bij God, 7 is het volmaakte getal van hemel en aarde samen, dus waar het eigenlijk om gaat is dat in al het menselijk gestuntel God Zijn Heilige weg gaat, en uiteindelijk ons doet komen waar Hij ons hebben wil: in Zijn rijk van vrede en genade. We lezen hoe het verder gaat:
18 Met de geboorte van Jezus Christus ging het zo:
Zijn moeder Maria was nog verloofd met Jozef.
Voordat hij met haar gemeenschap had bleek ze zwanger te zijn vanuit de Heilige Geest.
19 Maar Jozef, haar man, was een rechtvaardige, en hij wilde haar niet te kijk zetten, daarom wilde hij in het geheim van haar scheiden.
20 Terwijl hij nog over die dingen peinsde, kijk aan! een bode van God verscheen hem tijdens een droom, en zei: ‘Jozef, zoon van David, je moet niet schromen Maria tot je vrouw te nemen, want wat in haar is verwekt, komt van de Heilige Geest.
21 Zij zal een Zoon baren en je zult hem de naam Jezus (God redt)  geven,
want hij zal Zijn volk redden van hun zonden.
22 Dit alles is gebeurd opdat vervuld kan worden wat de Heer via de profeet gesproken heeft, nl:
23 Zie, het meisje zal zwanger zijn en een zoon baren, en men zal hem de naam Immanuël geven.
24 Toen Jozef uit zijn slaap ontwaakt was, deed hij wat de bode van de Heer hem had voorgeschreven, en hij nam haar tot zijn vrouw.
25 Maar hij kende haar niet intiem voordat ze een zoon gebaard had, en hij gaf hem de naam Jezus.
Zalig die het woord van God horen en er gehoor aan geven!

Wij geloven in God - Schepper van hemel en aarde.
Heer over alle machten

Die om ons van alle macht heeft afgezien
en in Jezus de prijs heeft betaald voor onze overtredingen.

Die in eenvoud tot ons kwam,
en werd verraden en vermoord - gekruisigd...

maar Hij overwon de dood!

Na drie dagen opgestaan ten leven
verscheen Hij aan vriend en vijand,

weer in Zijn hemels rijk terug zond Hij Zijn Geest
die ieder mens bezielen wil tot leven in de Heer.

Tot  een gemeenschap van heiligen,
door een doop, door vergeving van zonden,

tot leven in  der eeuwigheid.  Amen

Preek

GENADE ZIJ U EN VREDE VAN GOD ONZE VADER EN VAN JEZUS CHRISTUS, ONZE HEER,
DOOR DE HEILIGE GEEST.



Lieve mensen,
kinderen van God,
en toch… vaak zo ver van God weg…

Nu wij hier op de weg naar het kerstfeest stil staan bij de vraag Wie Hij nu toch was, Hij, waar zoveel eeuwen op gewacht werd, Hij die komen zou… waar nog steeds zoveel mensen op wachten, die niet durven of willen geloven dat Hij het is… nu mogen we ons afvragen wat de teksten, die ons vanmorgen zijn aangereikt van Godswege, ons te vertellen hebben.
Zoals ik al aanduidde bij de lezing van het Evangelie, staat er voor de goede verstaander vaak veel meer dan wij er op het eerste gehoor uit halen.
We moeten niet vergeten dat de oorspronkelijke toehoorders een heleboel bagage hadden die wij niet zo goed kennen of kunnen weten.
Vergelijk het maar met een cabaretier waar wij om schateren, maar waar iemand, die het Nederlands goed machtig is, maar geen Nederlander is, of de laatste jaren niet in Nederland gewoond heeft, niets aan vindt. Al die woorden en zinnen, die rijmen op woorden en zinnen die ons aller eigendom zijn, zoals liedjes, of reclameteksten, die iedereen kent, die hangen voor een minder ingevoerde luisteraar in de lucht en slaan nergens op voor haar of zijn gevoel. En zo mis je ook vaak een heleboel, wanneer je naar een dergelijk programma op een buitenlandse zender kijkt. U kent dat wel.
Nu wil ik niet zeggen dat ik het wel weet, waar het allemaal om gaat in onze lezingen, maar alleen al de vorm van de tekst, zoals bijvoorbeeld de inleiding van het Mattheus evangelie biedt, maakt ons attent op andere lagen en andere bedoelingen dan wat ons oor zo op het eerste gehoor mee krijgt.
Laten we daarom nog maar eens wat kijken naar de tekst.
We begonnen met Jesaja 7.
Een veel gelezen hoofdstuk, omdat daar de bekende Immanuel-tekst in staat.
Dit is de situatie van het moment:
Het heilige land, en het volk van God zijn verdeeld, er is Juda, dat het Zuidrijk overheerst, en er is het Noordrijk met Efraïm als belangrijke stam.
En ze staan elkaar eerder naar het leven, dan dat ze hun gemeenschappelijke achtergrond, godsdienst  en geschiedenis in ere houden.
Het interessante is, dat volgens deze teksten Gods hart zo te zien meer naar Jeruzalem uitgaat, waar de dienst aan Hem in elk geval nog officieel centraal staat, terwijl dat in het Noorden, een stuk minder was, hoewel koning Achaz, uit het huis van David, in Juda, in Jeruzalem, op zich helemaal niet leefde zoals God dat wilde.
Maar hier krijgt hij nog krediet.
Als hij maar vertrouwen heeft.
Lees: als hij maar geloof in God heeft.
Alleen: met dat geloof en dat vertrouwen is het bar slecht gesteld.
Het komt Achaz dan ook helemaal niet goed uit, dat hij wordt uitgedaagd in God te geloven, en een teken aan te wijzen…
Een teken, een wonder, dat God moet doen, en zál doen, je kunt het zo gek niet verzinnen, en dan kan Achaz er op rekenen dat het allemaal goed komt.
Maar Achaz wíl helemaal niet rekenen op de God van Israël, de God van zijn voorvaderen.
Hij bekijkt het liever zelf!
En zo’n teken, als dat uitkomt, openbaar wordt, dat betekent dan dat hij en zijn hof zich zullen moeten buigen voor deze God. En eerlijk gezegd: hij gelooft er niets van, maar dat kun je natuurlijk ook weer niet zo zeggen! Dus hij zegt beleefd tegen de profeet, (en God luistert mee) dat hij de Heer niet op de proef zal stellen.
Nu, het is duidelijk andersom! Achaz wordt op de proef gesteld. En hij valt door de mand.
Een jonge vrouw, waarschijnlijk niet de echtgenote van de koning, maar al wordt ze niet met name genoemd, hij weet wel over wie Jesaja, over wie God, het heeft…
Ze is zwanger! En ze zal spoedig een zoon baren.
Achaz slikt. En hij maar denken dat niemand er weet van had…
Ze zal haar zoon Immanuel noemen.
Immanu-el. God (is) met ons.
Als dat geen teken is!
Het is in elk geval een teken dat, als het er op aan komt, deze jonge vrouw niet de lijn van de koning volgt.
Dat zij het in politiek opzicht en persoonlijk dus ook, niet met de koning eens is in diens afwijzing van de God van Israël.
Het kind zal in weelde baden, horen we.
Honing en boter, dat is luxe tot en met! Godenspijs!
Dat is het van oudsher beloofde land
In een belegerde stad is natuurlijk geen overvloed. Daar wordt het voedsel schaars

En zo geeft de Heer duidelijk aan dat er over dik een half jaar, als het kind de eerste hapjes voedsel naast de borstvoeding krijgt, al geen sprake meer zal zijn van honger en tekorten.
Zo is dit kind, dat nog geboren moet worden, nú al een teken voor koning Achaz, dat de God van zijn voorvaderen nog steeds in staat is het land te redden.
Mits hij het maar geloven wil, want voor niets gaat alleen de zon op, en God gaat geen kunstjes vertonen voor een niet-geïnteresseerd publiek, als ik het zo onparlementair mag uitdrukken.

Dat kind is ongetwijfeld geboren, en heeft de naam Immanuel gekregen. Dat kan niet missen.
Maar het teken dat de Heer gaf, heeft de man niet overtuigd.
Achaz kreeg het op een gegeven moment zelfs in zijn hoofd, dat speelt hierna, om naar koning Tiglat-Pilesar, die koning van Assyrië is, zeg Irak - Iran, ongeveer, te gaan en die te vragen hem voor altijd te bevrijden van die koning van Syrië, (hier Aram genoemd), koning Resin en diens maatje Pekach (die door God zelfs niet met name genoemd wordt!) van het Noordrijk.
Om zijn verzoek kracht bij te zetten rooft hij goud en zilver uit de tempel, om Tiglat-Pilesar over te halen hem te helpen.
Hij komt dan door Damascus en ziet daar een altaar, waar hij direct een fotocopie van laat maken, bij wijze van spreken, en laat opsturen naar Jeruzalem, met de mededeling dat hij precies zo’n altaar in de tempel wil hebben, op het moment dat hij terug komt, dus of ze maar willen opschieten! Het grote wasbekken in de tempel, de koperen Zee, laat hij van zijn plaats halen, en hij zal de inrichting van de tempel wel eens even veranderen naar zijn eigen inzicht. Tot meerdere eer en glorie van koning Achaz natuurlijk. U kunt begrijpen dat dát niet goed kan aflopen… In de bijbel kunt U er van alles over vinden, in Jesaja, in Koningen en in Kronieken… 

Maar, als dat kind nu al geboren is, en als dat teken gegeven is, wat moeten wij er dan nog mee?
En waarom is die tekst een rol blijven spelen?
Ik denk dat daar twee of liever: drie processen een rol spelen.
Aan de ene kant is daar die magische naam: Immanuel. God met ons.
En we hebben er doorlopend behoefte aan God mét ons te weten. …Naar vriendschap zulk een mateloos verlangen… luidt een dichtregel.
Maar naar de zichtbare, tastbare aanwezigheid van God is ons verlangen minstens zo mateloos,
al brengen we dat niet altijd zo onder woorden.
We zongen niet voor niets psalm 42, over de dorst in ons hart, die alleen door God kan worden gelest.

Dat verlangen gaat alle geslachten door, bewust of onbewust. Wij zoeken hier de ontmoeting bewust.
Ook als we bidden, bijbel lezen, samenkomen
En daartoe zijn wij mensen ook geroepen.
Het eerste dat we van God vernemen in de bijbel is dat Hij roept! Dat Hij het scheppende Woord uitspreekt, dat massa en materie in beweging zet, dat chaos ordent; dat leven mogelijk maakt.
God roept!
Hij roept ook ons!
Hij roept op om te luisteren, om gehoor te geven.
Paulus vermeldt dat heel nadrukkelijk.
Hij is geroepen om de goede boodschap, het Evangelie van de komst van Jezus Christus als de vervulling van Gods beloften, door te geven aan alle volkeren, opdat ze geloven en gehoorzamen.
Gehoor geven, in geloof, aan datgene waartoe God ze oproept, of door mensen laat oproepen.
Ik zei net: er zijn drie redenen waarom die tekst uit Jesaja zo belangrijk is, nog steeds.
De tweede is: Gods beloften gelden niet maar voor een situatie, voor een persoon, maar ze vernieuwen zich, en hebben een algemene geldigheid, waardoor ook voor ons de beloften gelden.
En de derde reden is dit: zoals Jezus meermalen in het Evangelie een tekst uit de Heilige Geschriften van het volk aanhaalt en zegt: “Dit slaat op Mij!  - zo leest de kerk van oudsher, terugblikkend, Jezus ín, in al die teksten die achteraf op Zijn komst kunnen slaan.
Daar is niets mis mee. Jezus deed het Zelf.

Even terug naar die roeping.
Het gaat niet alleen om Israël, of om ons, maar heel de mensheid heeft een roeping.
In de eerste bijbelboeken zien we dat Israël, Gods volk, een voorproefje is van wat er eenmaal wezen zal.
Het heil voor Israël is dan ook uiteindelijk het heil voor heel de wereld.
En niet nadat de wereld is vergaan, maar in onze dagen.
Dat zingen de engelen ook bij de geboorte van de Heer Jezus!
Israël is als volk van God allereerst een geloofsgemeenschap.
Een volk dat is geroepen, en wordt opgeroepen om te ge-loven in de Aanwezige, de Schepper van hemel en aarde, die Abraham riep en grote beloften deed.
Die geloofsgemeenschap heet in het Hebreeuws de qahal. En dat woord heeft alles te maken met roepen.
En de ekklesia, het Griekse woord voor onze kerk, onze geloofsgemeenschap, die is geënt op de Joodse, betekent: bijeengeroepen, weggeroepen uit het gewone bestaan, uit de modder van de wereld die niet in God gelooft.
En zo zijn ook wij geroepen om te doen wat Israëls opdracht vanaf het begin was: te geloven in Gods goedheid en liefde, en die goedheid en liefde gehoor te geven, en te beantwoorden met onze goedheid en liefde.
De Goede Boodschap over de geboorte van Jezus, die wij eind deze week gaan vieren, is een genade die wij niet voor onszelf mogen houden, maar die we moeten delen met anderen. We zijn geroepen om heilig te zijn, dat wil zeggen: om krachtig bij God te horen.
En aan Zijn roepstem gehoor te geven.
Dan is er genade en vrede voor ons, van God onze Vader, en van Heer Jezus, de Christus.

De geboorte van het Kind in de stal is voor ons een teken waar we in geloof mee verder mogen gaan, op weg naar het zichtbare Rijk van God in deze wereld.
Maar het vraagt van ons wel een eerste stap van geloof.
Zoals van Jozef geloof werd gevraagd in de woorden van God. Hij heeft het gewaagd, hij heeft vertrouwd, dat zijn bruid Maria inderdaad geen andere man toebehoorde, maar dat ze God diende, met haar zwangerschap.
Dat betekende dat hij de spot van de andere mannen en vrouwen over zich heen moest laten komen. Als Maria niet zwanger was van een andere man, dan had hij zich kennelijk niet kunnen beheersen tot de huwelijksnacht.

God vraagt nogal eens onaangename dingen van ons.
En er hangt geen notariële verklaring aan, die ons uitlegt hoe het allemaal goed gaat komen. Dat we die kleine lettertjes eerst kunnen lezen en er ja op zeggen.
Zo werkt het niet.
En toch!
En toch…!

Wij zijn geroepen om Jezus Christus centraal te stellen in ons leven, omdat God in Hem met ons oploopt.
Wij zijn geroepen om Gods Heilige Geest in ons leven onvoorwaardelijk te vertrouwen en gehoor te geven.
Als God ons oproept Hem te geloven en te vertrouwen, dan is dat een stap vooruit met je ogen dicht.
In den blinde.
Geloven is een avontuur!
Voor mensen met lef.
Voor mensen zoals u en ik…
Want ook wij zijn en worden telkens weer geroepen, opgeroepen tot geloof.
Zullen we het maar wagen?
We staan er uiteindelijk niet alleen voor.
Gods woord laat ons zien dat het waar is, de Bijbel staat vol met tekens die vervulde beloften werden…
Gods Geest geeft ons de moed om verder te gaan.
God is dichter bij ons dan we kunnen vermoeden,
want Hij heeft naar onze liefde zulk een mateloos verlangen
Tot in eeuwigheid.
Amen.

Muziek

Gods liefde is groot en strekt zich uit tot alle mensen,
   wij kunnen daarin delen:
dag aan dag met vriendelijkheid en aandacht,
geld en geduld,
nu kunnen we er gestalte aan geven, als een goed begin,  in de collecte…
Na het gebed over de gaven zingen we:  
gezang 487

Collecte

Gebed over de gaven
Lieve God, wilt U alstublieft zegenen wat we hier bijelkaar hebben gebracht,   zodat het is tot eer van Uw Naam,
en zodat het Uw gemeente wereldwijd ten goede komt.
Laat het een offer zijn, dat onze dankbaarheid en liefde uitdrukt,
door Jezus Christus, onze Heer.  Amen

Laten we zingen: gezang 487.


Hij doet met ons, Hij gaat ons in en uit.
Heeft in zijn handen onze naam geschreven.
De Heer wil ons bewonen als zijn huis,
plant als een boom in ons zijn eigen leven,
wil met ons spelen, neemt ons tot zijn bruid
en wat wij zijn, Hij heeft het ons gegeven.

Gij geeft het uw beminden in de slaap,
Gij zaait uw naam in onze diepste dromen,
Gij hebt ons zelf ontvankelijk gemaakt -
zoals de regen neerdaalt in de bomen,
zoals de wind, wie weet waarheen hij gaat,
zo zult Gij uw beminden overkomen.

Laten we danken en bidden:

Lieve God, wij danken U, dat U er op uit bent ons te ontmoeten, ook als wij proberen U te ontlopen, U geeft het niet op, U geeft ons niet op… Dank U wel.

Wij bidden U: open onze oren en ons hart voor Uw stem, laat Uw Geest in ons spreken en fluisteren, tot we Uw liefde beantwoorden met onze liefde. Wék die liefde in ons.
Telkens weer…

Wees voor ons als Uw geroepen gemeente, als Uw ecclesia, steeds weer Immanuel. God-mèt-ons.

Ook als we weten dat U liefdevol maar kritisch kijkt naar ons doen en laten, dan nóg willen en kunnen we U niet missen.
Schenk ons dan allen, aanwezig en afwezig, Uw Heilige Geest en Haar gaven, opdat we door Haar gedragen en geïnspireerd, open staan voor U, en Uw liefde doorgeven aan anderen.
Voor deze wereld willen wij bidden.
Naast elkaar horen we in de winkels kerstliedjes jammeren uit de luidsprekers, en horen we bommen en granaten vallen op onschuldige mensen…
Zijn dat niet de mensen waar U welbehagen in had, Heer?
Ons verstand weet wel dat het ménsen zijn, die hier verantwoordelijk voor zijn, maar ons hart schreeuwt tot U om hulp, omdat we niet weten wat we zelf kunnen en moeten doen…
Darfur is zo ver weg.
De mijnen van China zijn onbereikbaar…
De stuurhut van de veerboot bij Napels staat in brand.
De verwoeste huizen op de Filippijnen zijn al van ons netvlies verdrongen door nieuwe beelden, maar de mensen daar vragen zich af waar de hulp blijft…
En de goede doelen belagen ons zonder ophouden.
Wil ons door Uw Geest van liefde leiden in deze zaken.

We weten het echt vaak zelf niet meer…

Voor deze gemeente en haar voorganger en allen die haar dienen willen we U bidden.
Betoon U in alles God-met-ons, en open telkens weer de harten en de oren voor Uw woord, voor onze liefdedaden.

Voor de zieken bidden we
En we danken U voor het leven, ruim 80 jaar, van mevrouw Cootje Arentsen – de Kemp, die haar kerstfeest nu bij U in de hemel mag vieren.
Troost hen die om haar treuren, en hoor ons als wij U aanbidden en smeken zoals Jezus Zelf ons heeft geleerd:

Onze Vader, die in de hemel zijt,
Uw Naam worde geheiligd,
Uw Rijk kome, 
Uw wil geschiede, op aarde zoals in de hemel.

Geef ons heden ons dagelijks brood
En vergeef ons onze schulden,
Zoals wij aan anderen hun schuld vergeven
En leid ons niet in verzoeking
Maar verlos ons van het kwade

Gezang 1: 1, 2 en 3


God heeft het eerste woord.      Voor wij ter wereld kwamen,
riep Hij ons reeds bij name,       zijn roep wordt nog gehoord.

God heeft het laatste woord.      Wat Hij van oudsher zeide,
wordt aan het eind der tijden      in heel zijn rijk gehoord.
Na de zegen, zingen we, in plaats van het ‘Amen’ gezang 1:4

Een zegen op weg naar Kerst:
Het Kind in de kribbe moge Koning zijn in onze harten.
Gods welbehagen in mensen moge ook aan ons zijn af te lezen.
Het licht van Kerst moge ons leven doorstralen.
Daartoe zegenen ons de vader,
de Zoon en de Heilige Geest!
Amen.

Gezang 1:4:

 naar boven