Voor eerdere diensten klik hier:

Zondag Quasi modo geniti 15-4-2012 in de Lutherse kerk te Leerdam.

Organiste: mevrouw Corrie Hasebos.

Wij zijn hier aanwezig in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Amen

Onze Hulp is in de Naam van de Heer
die hemel en aarde gemaakt heeft.

Voor Hem belijden wij onze tekortkomingen…

Confiteor:
Heer, vergeef ons al wat wij misdeden
en laat ons weer in vrede leven.
Amen


De Almachtige God schenke ons Zijn genade!

Amen.
Zo lief had God deze wereld, dat Hij Zijn enige Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt, en eeuwig leven hebben mag!

Introïtuslied
De Antifoon voor deze zondag luidt:
Alle volken: Halleluja! Verlang als pasgeboren kinderen naar de zuivere melk van het Woord, opdat u daardoor groeit en uw redding bereikt. Halleluja! (1 Petrus 2:2) 

Jubel voor God onze sterkte, juich voor de God van Jacob, zing een lied en sla de tamboerijn, speel op de harp en de lieflijke lier. Ps 81: 1-4.


Laten we de Heer aanroepen om ontferming met de nood van deze wereld, - die is groot -
maar laten wij dan ook Zijn Naam prijzen,
omdat er aan Zijn barmhartigheid geen einde komt!



Zondagsgebed
Machtige God, U hebt Uw Zoon uit de doden opgewekt. U bidden wij: geef toch dat ook wij, die door Uw genade opnieuw zijn geboren, in een nieuw leven wandelen, door Jezus Christus, onze Heer. Amen.

Lezing Oude Testament : Jesaja 26: 1 – 13
Jesaja 26: 1 – 13
Er dreigt oorlog. Nu is er nood in het land, maar ooit grijpt God in, belooft de profeet. 
1. In die tijd zal er dit lied gezongen worden over het land van Juda (geloofd de Aanwezige):
         ‘Een stad die versterkt is hebben we,
         veiligheid vestigen muren en legers,
2.      Doe de deuren maar open, daar komt een volk binnenlopen dat er recht op heeft; dat trouw de waarheid bewaart.’
3. Wie zwaar is gedeprimeerd houdt U beschermend in de hand: vrede!       
Vrede, want op U vertrouwt men volop.

4. Volop vertrouwen moeten jullie op de Aanwezige,
want in God, de Aanwezige, staat er een rots-voor-altijd.
5. Waarlijk! Zij die in de hoogte wonen werpt Hij terneer,
de stand die hoog en droog was, die werpt Hij omlaag...
Hij werpt die omlaag - ter aarde, doet hem bijten in het stof.
6. Onder de voet wordt die gelopen, onder de voeten van de arme,   
onder de schreden van de verworpene.

7. (Maar) De (levens)weg gaat voor de gerechte altijd recht door, het pad ven de gerechte effent U.    
8. Meer nog: de weg die U hebt voorgeschreven, Aanwezige, daar verwachten wij U...      
(naar) Uw Naam, ja de gedachtenis aan U gaat mijn zielsverlangen uit.
9. Ikzelf, ik verlang zeer naar U, - ‘s nachts...    
gespitst zoekt in mijn binnenste mijn ziel ijv’rig naar U...  
Wat U de aarde voorschrijft is terecht, de bewoners der beschaafde wereld zullen het leren.

10. Vindt de god-loze al genade, (dan nog) heeft hij geen gerechtigheid op aarde.        
De juiste dingen doet hij verkeerd, want de Majesteit van de Aanwezige ziet hij niet.

11. Aanwezige, dat huizenhoog Uw Hand zich verheffe, zonder dat ze die schouwen,
wàt ze schouwen: ze raken er van in de war...
een vlammende jalousie op het Volk, vurige woede:
die verteert hen die U het vuur aan de schenen leggen.

12. Aanwezige  - dat U ons vrede moogt geven, immers: ook al wat wij presteren hebt U voor ons gedáán..
13. Aanwezige, onze God, hoge heren mogen dan heer en meester over ons zijn, nààst U: alleen U, (alleen) Uw Naam noemen wij!

Laten wij met hen onze God loven en zingen:
Psalm 150: 1 en 2


Hef, bazuin, uw gouden stem, harp en fluit, verheerlijkt Hem!
Cither, cimbel, tamboerijn, laat uw maat de maatslag zijn
van Gods ongemeten wezen, opdat zinge al wat leeft,
juiche al wat adem heeft tot Gods eer. Hij zij geprezen.

Epistel : 1 Johannes 5: 1 – 6
Johannes heeft geschreven over de liefde tot God en Zijn Zoon, hoe die alles volmaakt doet zijn en alle vrees uitbant. We lezen:
1. Ieder die gelooft dat Jezus de Gezalfde (de Messias) is, voortgekomen uit de Vader, en ieder die de Verwekker liefheeft, heeft (dus) ook lief die uit Hem is voortgekomen.
2. Daarin weten we dat we van de kinderen van God houden: wanneer we van God houden en we Zijn geboden uitvoeren.
3. Want dít is de liefde tot God, dat we Zijn geboden  strict in ere houden… en… Zijn geboden zijn níet zwaar!
4. Want al wat uit God voortkomt overwint de wereld, en dit is de overwinning, die de wereld overwonnen heeft: ons geloof!
5. Wie anders verovert de wereld dan degene die gelooft dat Jezus de Zoon van God is?
6. Deze is Degene die komt door water en bloed: Jezus Christus.   
Niet alleen in water, maar in water en bloed,
en de Geest is het die een getuigenis aflegt, want de Geest is de waarheid.

De psalmist juicht: Halleluja! Dit is de dag die de Heer heeft gemaakt, laten wij juichen en ons verheugen. (ps 118:24) Halleluja!  


Ons lied is 
uit TussenTijds 153: 1 en 3:
Dit is een dag van zingen, voorgoed zijn wij bevrijd…


 
3. Dit is een dag van zegen, een dag van feest en licht, 
van palmen hooggeheven, van zon en vergezicht.
Geef ons vandaag de moed het met Uw Naam te wagen, 
Uw vrede uit te dragen. Looft God, want Hij is goed,
looft God, want Hij is goed!

Het Heilig Evangelie staat geschreven bij het vervolg van Lucas in: Handelingen 3: 1 – 16
Het is na het Pinksterfeest… We lezen:
1. Petrus en Johannes gingen op het negende uur, het uur van het gebed, naar de tempel.
2. En er werd juist een zekere man, die vanaf de moederschoot verlamd was, aangedragen, (een man) die men dagelijks placht neer te zeggen bij de tempelpoort die de Schone Poort genoemd werd, om aalmoezen te vragen aan hen die de tempel binnengingen.
3. En bij het zien van Petrus en Johannes, die op het punt stonden de tempel binnen te gaan, vroeg hij een aalmoes te (mogen) ontvangen.
4. Maar Petrus, die hem samen met Johannes intens aankeek, zei: 'Kijk ons aan!'.
5. Hij richtte zich dus op hen in de verwachting iets van hen te krijgen.
6. Maar Petrus zei: 'Zilver en goud bezit ik niet.
maar wat ik heb geef ik je: in de Naam van Jezus Christus de Nazarener: (sta op en) loop rond.'
7. En hem bij de rechter hand pakkend deed hij hem opstaan.
Direct werden zijn voeten en zijn enkels stevig.
8. En met een sprong kwam hij tot staan en hij liep rond… ja, hij ging met hen de tempel binnen, al rondlopend en springend bleef hij Gods lof zingen…
9. En heel het volk zag hoe hij rond liep en Gods lof zong,
10. en ze herkenden hem en zagen dat hij het was die bij de Schone Poort van de tempel placht te zitten voor een aalmoes,  en ze schoten vol van verbaasde eerbied en verbijstering over wat hem was overkomen
11. Maar omdat hij zich vastklampte aan Petrus en Johannes, liep heel het volk volkomen verbijsterd bij hen te hoop in de zogenoemde zuilengalerij van Salomo.
12. Toen hij dat zag, sprak Petrus het volk toe:
Mannen van Israël, wat verbazen jullie je hier nu toch zo over? Of wat staren jullie ons aan alsof hij door (onze) eigen kracht of vroomheid zover gekomen is dat hij rondloopt?
13. 'De God van Abraham en Izaäk en Jacob, de God van uw voorvaderen' heeft Zijn kind Jezus met majesteit bekleed, Hem die jullie hebben overgeleverd en verloochend ten overstaan van Pilatus, toen deze oordeelde dat hij Hem zou vrijlaten.
14. Jullie hebben de Heilige en Rechtvaardige verloochend, en jullie vroegen er om dat jullie een moordenaar ten geschenke zouden krijgen…
15. (Maar) Hem die aan het begin stond van het leven hebben jullie gedood, Hem heeft God opgewekt uit de dood, iets waar wij van getuigen.
16. En omwille van het geloof in Zijn Naam hééft Zijn Naam hem, die jullie zien en kennen, sterk en stevig gemaakt, ja, het geloof dat door hem heen (werkte) schonk hem deze perfecte gezondheid, waar jullie allemaal bij waren.


Zalig die het Woord van God horen en er gehoor aan geven!


Credo
: In antwoord op Gods Woord willen wij samen ons geloof belijden:

In antwoord op Gods Woord willen wij samen ons geloof belijden: (staat op uw papier)
Dat er een God is, die van mensen houdt zoals ze zijn,
dat wil ik geloven.
Een God die ons gewild heeft en bedacht,
dat wil ik geloven.
Dat Hij hemel en aarde in de hand heeft,
dood en leven,
dat wil ik geloven.
Dat Hij van mij, kleine mens, houdt,
dat wil ik geloven.
Dat God in Jezus mens werd,
dat wil ik geloven.
Een mens die ons leven deelde,
en voor ons stierf op een kruis,
dat wil ik geloven.
Dat Hij opstond uit de dood, als eerste van velen,
dat wil ik geloven.
Dat Hij ruimte voor ons maakt bij God,
dat wil ik geloven.
Dat Gods Geest puur liefde en leven is,
dat wil ik geloven.
Dat Ze ons allen nabij is,
dat wil ik geloven.
Dat Ze ons kracht geeft en moed om te leven,
liefde en waardigheid,
dat wil ik geloven.
Dat we zó kerk zijn, gemeenschap van heil,
dat wil ik geloven.
Om doop en vergeving, genade en toekomst
wil ik geloven
in God die van mij houdt.


Preek
Genade zij u en vrede van God onze Vader en van Jezus Christus, onze Heer, door de Heilige Geest.

Lieve gemeente,
Een week geleden nog maar vierden we het Paasfeest, thuis zijn de eitjes nog niet op, en nu neemt de lezing van het Evangelie ons vandaag al mee tot voorbij Pinksteren.

Een man wordt genezen, door het geloof, door het vertrouwen op de Naam van Jezus.
Vertrouwt die man daar zelf op? Is zijn geloof voorwaarde voor de genezing? Nee, van geen kant. Het kapitaal van de apostelen is het, dat daar voor zorgt. En dat kapitaal is geen zilver of goud, maar iets dat veel méér waard is, en wel: hun rotsvaste vertrouwen op de Naam van Jezus.

Jezus is, na Zijn opstanding en Hemelvaart, door God met macht en majesteit bekleed. En waar Zijn Naam wordt uitgesproken, daar is Hij Zelf.
En daar werkt Hij dus geloof en genezingen, net zoals in de tijd dat Hij helend en prekend rondging op deze aarde. Het is niet Johannes, het is niet Petrus, die deze man, deze zwakke, hulpeloze man een nieuwe stevige basis[1] geeft, waarop hij kan staan, springen, huppelen, allemaal tot Gods eer, maar Jezus Zelf. Zó is Hij de Levende in ons midden, ook als wij dat niet verwachten. Ook als wij alleen maar mensen zien, die in Zijn Naam spreken over Gods grote daden, en over de beloften van God die worden vervuld, op hun eigen tijd en wijze.

Ik denk daarbij aan het visioen van Jesaja, dat in verschillende tijden zal zijn herkend als een vervulde belofte. Allereerst na de ballingschap.
Toen de Joden de heilige stad weer mochten herstellen, muren mochten optrekken, de tempel weer opbouwen…

En na de tweede Wereldoorlog, toen de Joden vanuit Europa naar Israëls grondgebied werden gebracht, zal deze tekst ook bij velen in het hart opgekomen zijn…

Wij zien er nu graag het nieuwe Jeruzalem in, als God alles in allen zal zijn…
En de basis voor dit nieuwe Jeruzalem vinden wij in de steen die weggerold is van het geopende graf. Op die steen is de toekomst gebouwd, waar we allemaal naar uitkijken.
Een toekomst die in de Naam van Jezus voor een deel al werkelijk is geworden. 

Ik wil met U nog eens nader kijken naar de tekst van Jesaja die we lazen: 
In die tijd zal er dit lied gezongen worden over het land van Juda:

‘Een stad die versterkt is hebben we,
veiligheid vestigen muren en leger!

 Doe de deuren maar open,
daar komt een volk binnenlopen      
dat er recht op heeft;
een volk dat trouw de waarheid bewaart!’ 

Dit is een visioen van wat eens komen mag: veiligheid en vrede.... Het is  een plaats om te wonen voor hen die Gods waarheid hebben gekoesterd en gediend, tegen alle schijnwaarheden van deze wereld in. Een plaats voor wie God zoekt te dienen in de naaste. Voor wie ernst maakt met God.
Maar die vrede en veiligheid zijn er niet zo maar: muren en een leger zijn er voor nodig om het kwaad blijvend buiten te houden.
Waakzaamheid is dus het parool.
Het is niet voldoende eenmaal je leven aan God te geven, bij de doop en je belijdenis bijvoorbeeld: elke dag moeten wij er op bedacht zijn, dat er aanvallen worden gedaan op die relatie met God.
Een stad die versterkt is hebben we in Jezus, en Hij wil ons bewaren, maar wijzelf moeten waakzaam zijn en blijven.
Wijzelf hebben een taak, onder andere om vrede en veiligheid van onszelf en anderen zeker te stellen.       

We lezen verder:
Wie zwaar is gedeprimeerd houdt U beschermend in de hand: vrede!       
Vrede, want op U vertrouwt men volop.
Jullie moeten volop vertrouwen op de Aanwezige,
want in God, staat er een rots-voor-altijd.

Ik weet niet of u dat kent, eigenlijk hoop ik van niet, maar ik denk dat U zich dat vast wel kunt voorstellen: diepe depressies, het gevoel van steeds maar onder te grote druk te staan, niet tegen het leven op kunnen… Wie dat meemaakt weet ook dat je dan geen rust hebt in je leven, geen vrede.....  alles is moeilijk, té moeilijk.    
Je leeft zonder hoop, je hebt geen uitzicht, geen leven.
Alles en iedereen lijkt op je af te stormen, en je verweert je zo goed en kwaad als je kunt: je kruipt weg in jezelf.
Je mist de kracht om uit die diepe put omhoog te kruipen.

Maar, zegt de tekst, God is er al, die beschermend de Hand om je heen legt, die naast je gaat in alle kwaad, en die je vrede geeft.
Dat is een belofte, een zekerheid.
Daar mag je, daar moet je volop in geloven, op vertrouwen. Ook, en juist als je daar niets van ziet.
Vast als een rots is Degene die je draagt, die er voor je is, voor jou, voor u persoonlijk. Die (weer) basis voor je bestaan is, ook als je dat niet ervaart.

We lezen verder, want dit geeft uitzicht op andere tijden: Waarlijk! Zij die in de hoogte wonen werpt Hij terneer, de stand die hoog en droog was, die werpt Hij omlaag- ter aarde, doet hem bijten in het stof. Onder de voet wordt die gelopen, onder de voeten van de arme, onder de schreden van de verworpene.

Ja, zo is het: wie diep in de put zit, zet God weer op eigen benen, en daarbij mogen onze gedachten zeker gaan naar de invalide, die daar nu in de tempel God loopt te loven en te danken.
In de Naam van Jezus heeft Hij een stevige basis gekregen om een nieuw leven op te bouwen.
Maar aan de andere kant klinkt er een waarschuwing voor wie denkt hoog en droog de dingen in eigen hand te hebben, God en de ander niet wézenlijk nodig te hebben, zichzelf met zekerheden omgeven te hebben van de wieg tot het graf...
Die zal een toontje lager zingen.
Die zal weten wat het is: je leven niet zeker zijn...        
De rollen zullen worden omgedraaid, zegt de profeet. Wie heenliep over de arme, de weerloze, zal zelf aan de onderkant van de maatschappij terecht komen.
We zien hoe zoiets in deze dagen zomaar kan gebeuren: mensen met een baan en een hypotheek, die meenden het leven goed te hebben geregeld, en daar hard voor werkten, kunnen door de economische crisis of door ziekte zomaar alles kwijt raken. 
En dan ben je snel weerloos…

En toch: laten we nog maar eens verder lezen:
De (levens)weg gaat voor de gerechte altijd recht door, het pad ven de gerechte effent U. Meer nog: de weg die U hebt voorgeschreven, Aanwezige, daar mogen wij U verwachten...  (naar) Uw Naam, ja de gedachtenis aan U gaat mijn zielsverlangen uit.

Kijk, dat is een andere manier van naar het leven kijken, dan kun je de woorden van de profeet ook mee zeggen als hij zegt: Ik verlang zeer naar U, - zelfs ‘s nachts...  gespitst zoekt in mijn binnenste mijn ziel ijverig naar U...  

Maar je vraagt je wel af: wie is de gerechte, de rechtvaardige, voor wie Godzelf het pad effent?
En welk pad? Dat is zeker niet het pad van het makkelijk succes, maar het is  allereerst de weg tot God. 
Het leven in het besef van Zijn Aanwezigheid.
Het leven op zoek naar Hem. Dat pad wordt duidelijk uiteengezet in heel de bijbel. Het wordt voorgeleefd door duizenden vromen, heiligen, onze ouders, en vooral door Gods eigen Zoon Zelf.
Hijzelf is die WEG ten LEVEN in WAARHEID.        

Dat pad legt in ons hart Gods eigen lieve Geest ons uit.
Het is leven met het oog op God en met het oog op de naaste alsof je die ziet door het liefdevolle oog van Godzelf. Als je zo leeft, kun je Hem daar verwachten.

Het zit ‘m dus niet alleen in de manier van leven, maar vooral in de manier van kijken
Zo zegt de profeet:
Vindt de god-loze al genade, (dan nog) heeft hij geen gerechtigheid op aarde. De juiste dingen doet hij verkeerd, want de Majesteit van de Aanwezige ziet hij niet.
Ja, als je God niet ziet als de oorsprong en het doel van heel het leven, dan raak je in de war
De profeet zegt: dat leidt tot een vlammende jalousie op het Volk, vurige woede: die verteert hen die God het vuur aan de schenen leggen.
(En een beetje wraakzuchtig bidt hij dan: Aanwezige, laat Uw Hand zich huizenhoog verheffen, zonder dat ze die zien… 
Begrijpelijk, maar niet zo aardig…)

De gerechte, die rechtvaardige, is dus niet alleen degene die gerechtvaardigd wordt uit het geloof: rechtvaardig verklaard, door Godzelf, om het bloed van Jezus onze Heer, maar de gerechte, de ware rechtvaardige, is van daaruit degene die leeft in rechtvaardigheid.  
Daar gaat het om. Die geeft de zwakke, de weerloze, de naaste, ver en dichtbij, waar deze recht op heeft: een eerlijk deel van Gods goede schepping, en een eerlijk deel van de warmte en liefde die God Zijn mensen geven wil.
En dan wordt het pad van de rechtvaardige geëffend door de Heer! 
Dat is heel wat anders dan 'eigen volk eerst'.
Maar het schept wel de voorwaarde voor vrede.

Dan mag je bidden dat de
Aanwezige ons vrede mag geven, immers: ook al wat wij presteren heeft Hij voor ons gedáán...
Dan zeg je graag: 
Aanwezige, onze God, hoge heren mogen dan heer en meester over ons zijn, nààst U: alleen U telt voor ons, (alleen) Uw Naam noemen wij!

Dit belijden lijkt dwars te staan op ons moderne levensgevoel
Maar toch.... er komen momenten waarop je tot de conclusie komt: ik heb het niet aan mijzelf te danken dat ik dit en dat met succes heb kunnen doen, ik heb het aan God te danken. Zonder Hem had ik deze gaven van gezondheid, intelligentie, handigheid niet gehad.... je krijgt het toch maar allemaal bij je geboorte mee als bagage.
Dan erken je: U alleen bent werkelijk Heer en Meester. De maatschappij kan dingen afdwingen, maar U geeft wat nodig is. Van U hebben we het te verwachten!    

Maar... laten we het dan ook van God verwachten, lieve mensen. 

We lazen het al in de epistel: als we echt geloven dat Jezus de Zoon is van God de Vader, en als we van God houden, dan zullen we ook van Jezus houden en Hem volgen. En dat betekent: Gods wil doen.
Het staat er zo: Dít is de liefde tot God, dat we Zijn geboden  strict in ere houden… en… Zijn geboden zijn níet zwaar
Wij hoeven alleen maar van elkaar te houden....
Wij kunnen door ons geloof de wereld die ons daarvan wil afleiden overwinnen.
Ons geloof,  dat Jezus de Zoon van God is en leeft, is een goede basis van het bestaan.

Want Jezus Christus is, door het  water van de doop en door het bloed waarmee Hij ons heeft vrijgekocht, onze redder.
In Zijn Naam, met Hem aan onze zijde, kunnen we een nieuw begin maken, kunnen wij wonderen doen.        
En de Geest is het die daarvan getuigenis aflegt, want de Geest is de waarheid.
Zij zal ons bijstaan, alle dagen van ons leven.
Daar mogen wij op vertrouwen.
Amen.

Muziek

Gods goedheid is groot en strekt zich uit tot alle mensen,
   wij mogen daarin delen door te doen zoals Hij:
dag aan dag met vriendelijkheid en aandacht,
genade en geduld…
Aanstonds kunnen we er, als een goed begin, gestalte aan geven in de collecte!

Wij zingen gezang 409: 1, 2, 4, 5. 


God heeft u uitverkoren en uw geloof gebouwd,
Hij heeft een eed gezworen aan elk die Hem vertrouwt:
dat Hij hen zal omgeven met sterkte als een wal,
dat Hij wie met Hem leven
de zege schenken zal.

Daarom dan niet versagen, maar moedig verder gaan!
De Heer doet redding dagen, Hij trok uw lot zich aan.
Wie lijdt, - God zal het merken, 't is alles Hem bekend;
Hij zal zijn kind’ren sterken
met woord en sacrament.

Daarom lof zij de Here, in wie ons heil bestaat,
Hem die ons toe wou keren zijn liefelijk gelaat.
Hij moge ons behoeden, elkander toegewijd,
en schenke ons al 't goede
nu en in eeuwigheid.

Gebed over de gaven
Lieve God, wilt U alstublieft zegenen wat we hier bijeen hebben gebracht,
  zodat het is tot eer van Uw Naam,
en zodat het Uw gemeente wereldwijd ten goede komt.
Laat het een offer zijn, dat onze dankbaarheid en liefde uitdrukt,
door Jezus Christus, onze Heer.  Amen

Voorbeden
Laten we danken en bidden:
Lieve God, dank U wel, dat U ons geloof wilt bouwen, telkens weer. Dat U daarvoor een basis hebt gegeven in het bloed van Uw Zoon dat ons redt, en in het water van de doop dat ons reinigt, en waardoor wij bij U mogen horen.

Wij bidden U vandaag in het bijzonder voor de Christenen in Noord-Korea, die het zo verschrikkelijk moeilijk hebben. Wil hen zeer nabij zijn met Uw Geest en Haar gaven, wil hun geloof sterken, geef hen moed om van Uw liefde te getuigen in de gevangenissen en de kampen waarin zij om U worden gemarteld door hen die U haten.
Wij bidden U ook voor de regeringen van Noord-Korea en van al die landen in Azië en het Midden-Oosten, in het bijzonder Syrië, Irak en Iran, waar Uw kinderen zo worden vervolgd.
Schenk alle machthebbers in die landen Uw Heilige Geest en Haar gaven, en doe een nieuwe tijd aanbreken, juist daar!
Ook voor onze regeringsleiders bidden wij.
Zij hebben U, in en buiten het Catshuis zo nodig.

Wij danken U dat wij mogen leven vanuit het Paasfeest, dat wij weten van de Opgestane Heer, en wij bidden U voor de Orthodoxe kerk die nú het Paasfeest viert. Dat ook daar alle mensen eens mogen belijden: Ja, Christus is waarlijk opgestaan.

Wij bidden U voor de kerk hier in Nederland, waar in sommige gemeenten angst en nijd heerst, meer dan liefde.
Waar het geloof ziek is: wil hen genezen.
Maar wees ook bij de bejaarden en de zieken in onze omgeving, in onze gemeente, in ons leven. ….
Wij bidden voor Geert van Zee (de man van Alma) om herstel. 
Wil in het bijzonder zijn bij mevrouw Stuurman in het hospice hier. Houd haar hand vast totdat zij U ziet... En wees ook met hen die om haar in zorg zijn, en die haar straks moeten missen...
Ook onze andere zieken leggen wij in Uw Hand...

En samen zeggen en zingen wij, mét Jezus:
Onze Vader, die in de hemelen zijt,
Uw Naam worde geheiligd.
Uw Rijk kome
Uw Wil geschiede, gelijk in de hemel, alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden,
gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren;
en leid ons niet in verzoeking
maar verlos ons van het kwade!

Slotlied TussenTijds 211: 1 en 2
Na de zegen, zingen we, in plaats van het ‘Amen’ lied TussenTijds 211: 3, nu de eerste twee coupletten.

2. Niemand kan alleen, Heer, uw zegen dragen:
Zegen drijft ons heen Naar wie vrede vragen.
Wat Gij schenkt wordt meer Naar gelang wij delen,
Horen, helpen, helen, Vruchtbaar in de Heer

Zegen:
Gods zegen draagt ons door dood en doop heen naar het leven in eeuwigheid.
Gods Geest geeft ons de woorden van eeuwig leven in de mond, en de moed in ons hart om die te spreken.
Gods geliefde Zoon gaat aan onze zij, wanneer we hier vandaan gaan.

Zo zijn we dan gezegende mensen,
in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Amen

TussenTijds 211: 3




[1] In het Grieks wordt hier het woord basis gebruikt voor voet. ;-)