terug naar eerste blad van haselen
Pinksterzondag 11 mei 2008 in de Lutherse kerk te Zeist
Organist:       A. Liew On (links helemaal boven op de foto)
De koster had serpentines in goud, rood en wit opgehangen, om het waaien van de Geest te illustreren...

De Heer is waarlijk opgestaan,
God is ten hemel opgestegen,
Zijn Geest is tot ons neergedaald…
Halleluja! Alleluia! 

Wij zijn hier aanwezig in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Amen

Onze Hulp is in de Naam van de Heer
die hemel en aarde gemaakt heeft.
Amen

Verootmoediging
:
Laten wij de zorgen van deze wereld aan Gods voeten leggen, opdat wij met een onbezwaard gemoed Zijn feest kunnen vieren…

Grote God, wij aanbidden Uw Naam,
wij zegenen Uw Geestrijke aanwezigheid hier,
en wij vragen Uw zegen,
over allen die, waar ook ter wereld,
bijeenkomen om Uw goedheid te loven.

Goede God, wij vertrouwen op Uw Woord,
daarom zijn wij hierheen gekomen.
Wij bidden U voor allen die daar toe niet in staat zijn

Lieve God, Uw genade is groter dan ons tekortschieten.
Daarop vertrouwen wij, als wij vragen om vergeving,
als wij U vragen om al wat ons aan zorgen en vragen,
aan verdriet en onrust aankleeft, van ons weg te nemen,

opdat wij U in alle vrijheid als Uw kinderen kunnen aanbidden.

Amen.

Zo lief had God deze wereld, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt, en eeuwig leven hebben mag!

Pinksteren is het feest van de vernieuwing, van de nieuwe geboorte, de herschepping. Daarom is ons introïtuslied gezang 437

Schep, God, een nieuwe geest in mij,
een geest van licht, zo klaar als Gij;
dan doe ik vrolijk wat Gij vraagt
en ga de weg die U behaagt.

Wees Gij de zon van mijn bestaan,
dan kan ik veilig verder gaan,
tot ik U zie, o eeuwig Licht,
van aangezicht tot aangezicht.

LATEN WE DE HEER AANROEPEN OM ONTFERMING MET DE NOOD VAN DEZE WERELD,
MAAR LATEN WIJ DAN OOK ZIJN NAAM PRIJZEN,
OMDAT ER AAN ZIJN BARMHARTIGHEID GEEN EINDE KOMT

Zondagsgebed
Goede God, U, die ons een Vader, een Moeder, een Vriendin en een Broeder wilde zijn, U bidden wij dat U ons bijeen brengt als een werkelijke familie, met een hechte band. Richt onze harten op U en zó op elkaar, als mensen die U aan elkander schenkt op deze dag, door Jezus Christus, onze Heer en in Zijn Geest. Amen

Lezing 1 Samuel 2: 1 – 10 (NBV)
Hanna heeft God gesmeekt om een kind... Ze was al jaren onvruchtbaar, en de andere vrouw van haar man kreeg kind na kind, zoon op zoon. Nu is haar gebed verhoord, en ze brengt het kind Samuel, zoals ze beloofd had,  naar het heiligdom... En ze spreekt en zingt haar dankbaarheid uit. Een danklied, dat het loflied echoot van Miriam, de zuster van Mozes, en dat later weer opgenomen zal worden door en door die andere Miriam, die wij kennen als Maria  We lezen:
1   en Hanna bad:
‘Nu juicht mijn hart dankzij de HEER,
fier heft mijn hoofd zich op,
dankzij de HEER,
mijn mond spreekt vrijmoedig tegen mijn vijanden,
want
dankzij Uw hulp beleef ik vreugde.

2  Geen is er
heilig als de HEER,
er is geen andere God dan U,
geen
rots is er als onze God.

3  Gebruik toch geen grote woorden,
blaas niet zo hoog van de toren,
want de
HEER is een alwetende God:
door Hem worden onze daden gewogen.

4  De
boog van de helden is gebroken,
maar wie
wankelen weten zich gesterkt.

5  Die genoeg hadden, verkopen zich voor
brood,
maar wie
hongerden zijn verzadigd.
De
onvruchtbare baart zeven zonen,
maar wie veel kinderen heeft,
verwelkt.

6  De HEER doet sterven en doet
leven,
zendt naar het dodenrijk en leidt eruit omhoog.

7  De HEER maakt arm en Hij maakt rijk,
vernedert diep en heft hoog op.

8  De
zwakke en de arme helpt Hij overeind,
Hij haalt hen uit het stof en uit het slijk.
Tussen de
edelen zet Hij hen neer,
Hij houdt een
ereplaats voor hen vrij.
Van de
HEER zijn de pijlers der aarde
waarop Hij de
wereld heeft vastgezet.

9  Die Hem
trouw zijn, behoedt Hij op hun pad,
maar de zondaars komen om in het duister.
Ontoereikend is de menselijke kracht:

10  wie het
opneemt tegen de HEER wordt gebroken,
vanuit de
hemel dondert Hij hun toe.
De HEER spreekt recht over heel de aarde,
Hij geeft
macht aan de koning die Hij kiest
en verhoogt het aanzien van Zijn
Gezalfde.’

Zo zong Hanna die dag. Laten ook wij Gods lof zingen, en wel met gezang 44


Die eeuwig rijke God         moge ons reeds in dit leven
een vrij en vrolijk hart         en milde vrede geven.
Die uit genade ons         behoudt te allen tijd,
is hier en overal         een helper die bevrijdt.

Lof, eer en prijs zij God         die troont in 't licht daarboven.
Hem, Vader, Zoon en Geest moet heel de schepping loven.
Van Hem, de ene Heer, gaf het verleden blijk,
het heden zingt zijn eer,   de toekomst is zijn rijk.

Epistel Handelingen 2: 1 – 41 NBV
Na de Hemelvaart waren de leerlingen van de Heer, en Zijn familie, steeds bij elkaar, en ze loofden God, baden, en leefden in blijde verwachting… Op het Wekenfeest, het feest van de eerstelingen van de oogst van landbouw en fruitteelt, is Jeruzalem weer vol pelgrims, die naar de tempel komen. We lezen:
1   Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak waren ze allen bij elkaar.
2  Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige
windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde.
3  Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten,
4  en allen werden
vervuld van heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven.

5  In
Jeruzalem woonden destijds vrome Joden, die afkomstig waren uit ieder volk op aarde.
6  Toen het geluid weerklonk, dromden ze samen en ze raakten geheel in
verwarring omdat ieder de apostelen en de andere leerlingen in zijn eigen taal hoorde spreken.
7  Ze waren buiten zichzelf van verbazing en zeiden: ‘Het zijn toch allemaal
Galileeërs die daar spreken?
8  Hoe kan het dan dat wij hen allemaal in onze eigen moedertaal horen?
9 
Parten, Meden en Elamieten, inwoners van Mesopotamië, Judea en Kappadocië, mensen uit Pontus en Asia,
10 
Frygië en Pamfylië, Egypte en de omgeving van Cyrene in Libië, en ook Joden uit Rome die zich hier gevestigd hebben,
11  Joden en proselieten, mensen uit
Kreta en Arabië–wij allen horen hen in onze eigen taal spreken over Gods grote daden.

12  Verbijsterd en geheel van hun stuk gebracht vroegen ze aan elkaar: ‘Wat heeft dit toch te
betekenen?
13  Maar sommigen zeiden spottend: ‘Ze zullen wel
dronken zijn.’

14   Daarop trad
Petrus naar voren, samen met de elf andere apostelen, verhief zijn stem en sprak de menigte toe: ‘U, Joden en inwoners van Jeruzalem, luister naar mijn woorden en neem ze ter harte.
15  Deze mensen zijn
niet dronken, zoals u denkt; het is immers pas het derde uur na zonsopgang.
16  Wat
hier nu gebeurt, is aangekondigd door de profeet Joël:

17 
Aan het einde der tijden, zegt God, zal Ik over alle mensen Mijn geest uitgieten. Dan zullen jullie zonen en dochters profeteren, jongeren zullen visioenen zien en oude mensen droomgezichten.

18  Ja, over
al Mijn dienaren en dienaressen zal Ik in die tijd Mijn Geest uitgieten, zodat ze zullen profeteren.
19  Ik zal wonderen doen verschijnen aan de hemel boven en tekenen geven op de aarde beneden, bloed en vuur en rook.
20  De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed voordat de grote, stralende dag van de Heer komt.
21  Dan zal ieder die de naam van de Heer aanroept worden gered.


22  Isra
ëlieten, luister naar wat ik u zeg: Jezus uit Nazaret is door God tot u gezonden, hetgeen gebleken is uit de grote daden en de wonderen en tekenen die God, zoals u bekend is, door Zijn toedoen onder u heeft verricht.
23  Deze
Jezus, die overeenkomstig Gods bedoeling en voorkennis is uitgeleverd, hebt u door heidenen laten kruisigen en doden.
24  God heeft Hem echter tot
leven gewekt en de last van de dood van Hem afgenomen, want de dood kon zijn macht over Hem niet behouden.
25  David zegt immers over Hem: (psalm 15: 8-11)
“Steeds houd ik de Heer voor ogen,
Hij is aan mijn zijde, ik wankel niet.

26  Daarom verheugt zich mijn hart en jubelt mijn tong van blijdschap. Ja, mijn lichaam zal behouden blijven,
27  want U zult mij niet overleveren aan het dodenrijk en het lichaam van Uw trouwe dienaar zal niet tot ontbinding overgaan.
28  U hebt mij de weg naar het leven getoond, Uw nabijheid zal mij vervullen met vreugde.”


29  Broeders en zusters, u zult mij wel toestaan dat ik over de aartsvader David zeg dat hij gestorven en begraven is; zijn graf bevindt zich immers nog steeds hier.
30  Maar omdat hij een
profeet was en wist dat God hem onder ede beloofd had dat een van zijn nakomelingen zijn troon zou bestijgen,
31  heeft hij de
opstanding van de Messias voorzien en gezegd dat deze niet aan het dodenrijk zou worden overgeleverd en dat Zijn lichaam niet tot ontbinding zou overgaan.
32  Jezus is door God tot
leven gewekt, daarvan getuigen wij allen.
33  Hij is door God
verheven, zit aan Zijn rechterhand, en heeft van de Vader de heilige Geest, die ons beloofd is, ontvangen. Die Geest heeft Hij op ons doen neerdalen, en dat is wat u ziet en hoort.
34  David is weliswaar niet naar de hemel opgestegen, maar toch zegt hij:
“De Heer sprak tot mijn Heer: ‘Neem plaats aan mijn rechterhand,
35  tot Ik je vijanden onder je voeten heb gelegd.’”

36  Laat het hele volk van Isra
ël er daarom zeker van zijn dat Jezus, die u gekruisigd hebt, door God tot Heer en Messias is aangesteld
.’

37  Toen ze dit hoorden, waren ze diep getroffen en vroegen aan Petrus en de andere apostelen: ‘Wat moeten we doen, broeders?’
38 
Petrus antwoordde: ‘Keer u af van uw huidige leven en laat u dopen onder aanroeping van Jezus Christus om vergeving te krijgen voor uw zonden. Dan zal de heilige Geest u geschonken worden,
39  want voor u geldt deze belofte, evenals voor uw kinderen en voor allen die
ver weg zijn en die de Heer, onze God, tot zich zal roepen
.’

40  Ook op nog andere wijze legde hij getuigenis af, waarbij hij een dringend beroep op zijn toehoorders deed met de woorden: ‘Laat u redden uit dit verdorven mensengeslacht!
41  Degenen die zijn woorden
aanvaardden, lieten zich dopen; op die dag breidde het aantal leerlingen zich uit met ongeveer drieduizend.

De psalmist getuigt: Zend Uw adem, en zij worden geschapen, zo geeft U de aarde een nieuw gelaat. (psalm 104:30) (adem = ruach = Geest)HALLELUJA!

Ons pinksterlied komt uit het Evangelisch Liedboek 144 en heeft de melodie van gezang 429 uit het liedboek der kerken.

Het licht dat wij aanschouwen mogen, dat door geen duister wordt bedekt,
Het evangelie ons voor ogen, dat ons voorgoed tot leven wekt,
is Christus in Wiens heerlijkheid het beeld van God ons begeleidt.

De God die sprak in den beginne: ‘Licht schijne in de duisternis’,
verlicht ook heden hart en zinnen van ieder die in Christus is.
Wij zien in Christus’ aangezicht Gods eigen ongeschapen licht.

Het Heilig Evangelie staat geschreven bij: Marcus 1: 6-11 NBV
Het Evangelie begint met de oproep uit Jesaja: maak de weg voor de Heer een snelweg… een oproep die Johannes overneemt, en waarmee hij de mensen aanmoedigt hun leven opnieuw te beginnen, met God. We lezen:
6 
Johannes droeg een ruwe mantel van kameelhaar met een leren gordel; hij leefde van sprinkhanen en wilde honing.
7  Hij verkondigde: ‘Na mij komt iemand die meer vermag dan ik; ik ben zelfs niet goed genoeg om me voor Hem te bukken en de riem van Zijn sandalen los te maken.
8 
Ik heb jullie gedoopt met water, maar Hij zal jullie dopen met de Heilige Geest.’

9  In die tijd kwam Jezus vanuit Nazaret, dat in Galilea ligt, naar de Jordaan om zich door Johannes te laten dopen.
10  Op het moment dat Hij uit het water
omhoogkwam, zag Hij de hemel openscheuren en de Geest als een duif op zich neerdalen,
11  en er klonk een Stem uit de hemel: ‘Jij bent Mijn geliefde Zoon, in Jou vind Ik
vreugde.’
ZALIG DIE HET WOORD VAN GOD HOREN EN ER GEHOOR AAN GEVEN

In antwoord op Gods woord willen wij ons geloof belijden door te zingen: Tussentijds 175

Al is mijn stem gebroken, mijn adem zonder kracht,
het lied op and're lippen draagt mij dan door de nacht.
Door ademnood bevangen of in verdriet verstild:
het lied van uw verlangen heeft mij aan 't licht getild!

Het donker kan verbleken door psalmen in de nacht.
De muren kunnen vallen: zing dan uit alle macht!
God, laat het nooit ontbreken aan hemelhoog gezang,
waarvan de wijs ons tekent dit lieve leven lang.

Ons lied wordt steeds gedragen door vleugels van de hoop:
Het stijgt de angst te boven om leven dat verloopt.
Het zingt van vergezichten, het ademt van uw Geest.
In ons gezang mag lichten het komend bruiloftsfeest.

Preek
GENADE ZIJ U EN VREDE VAN GOD ONZE VADER EN VAN JEZUS CHRISTUS, ONZE HEER,
DOOR DE HEILIGE GEEST.


Lieve mensen, broers en zussen in de grote familie van God, met Jezus als ons gezinshoofd,

Vandaag is het feest. Het feest van de kerk. Hét feest, ook al in Jezus’ tijd. Het is het Wekenfeest, een week aan weken, 7x7 dus, en nog een er boven op, vanwege het nieuwe begin. Shavuot kennen we beter bij de Griekse naam: pinkster,
penthkosth, vijftigste (dag).
Oorspronkelijk net als het Paasfeest een oogstfeest.
Paasfeest is het feest van de jonge lammetjes, het Wekenfeest is het moment waarop de eerste gerst naar de tempel wordt gebracht. Een soort vlaggetjesdag, dus.
Oeroude feestdagen, waarschijnlijk al uit Abrahams tijd.
Maar in de uittocht krijgen ze een nieuwe lading.
Het paaslam wordt geslacht en het bloed wordt aan de dorpel gestreken, zodat de eerstgeborene van de nakomelingen van Abraham, Izaäk en Jacob niet getroffen zullen worden door de dood.
Zij zullen opgroeien in het volk, dat zal heten: volk van God. De eerstgeborene van Godzelf, Jezus,  zal veel later worden gedood, en Zijn bloed beschermt ons àllen die bij het geestelijk Godsvolk horen.

Met het Wekenfeest wordt in later eeuwen de wetgeving op de berg van God verbonden, dat is het moment waarop het Godsvolk ontstaat uit een onsamenhangende massa nakomelingen van de aartsvaders, die voor een deel tegen hun wil uit Egypte is weggehaald… Op dít moment kiezen ze voor het Verbond met déze God.

Veertig jaar zullen ze zwerven door de woestijn, omdat hun geloof niet groot genoeg is… ze kunnen het beloofde land nog niet binnengaan.

Veertig dagen vertoeft Jezus na Zijn opstanding in een schemergebied tussen hemel en aarde: Hij is al wezenlijk veranderd, door de opstanding, maar Hij is nog niet geïnstalleerd op Zijn troon.
Dat gebeurt met Zijn Hemelvaart… Geen wonder dat de leerlingen haast niet kunnen wachten op wat er nú weer gaat gebeuren… Er is hun immers een trooster beloofd in het gemis: God laat ze niet in de steek als Jezus verheven is tot Hoger Heerlijkheid, integendeel: in de Heilige Geest, waarin Hij aanwezig zal zijn, is Hij straks dichter bij ze dan ooit.
Wanneer? God weet het.
En God kiest er het Wekenfeest voor uit.
Een feestdag waarop ook flink gesnoept zal zijn van de verse druiven, en waar de eerste most van het jaar zal worden gedronken. Geen wonder dat het rumoerige groepje mensen wordt afgedaan als een stelletje drinkrbroers.
Een vrolijk feest is het.
De wetgeving op de Sinaï heeft destijds immers een volk geboren doen worden, het is de Nationale feestdag. Die wetgeving, dat Verbond heeft een band gelegd tussen God en mensen, met rechten en verplichtingen over en weerGod mag iets verwachten van de mensen en de mensen die Hem dienen mogen ook iets verwachten van God.

We zien het terug in het lied van Hanna, waarin tot drie keer toe wordt aangeduid dat wie God oprecht dient ook door God wordt beschermd

Het lied begint met haar eigen vreugde, die ze dankt aan de Heer. Op Hem kun je bouwen.
Maar dan gaat het niet meer over haar, maar over Hem: de HEER is een alwetende God:
door Hem worden onze daden gewogen.
En dat betekent dat mensen er niet komen op eigen kracht, dat geweld niets oplost, en dat God al onze zekerheden op losse schroeven kan zetten.
Dat betekent aan de ene kant, dat we er niet zomaar op moeten rekenen dat we altijd gezond, gelukkig, gezegend zullen zijn, maar het betekent ook dat we er niet van uit mogen gaan, dat mensenwijzelf misschien in eigen ogen – mislukkelingen zijn en blijven. Bij God is alles mogelijk voor wie Hem trouw zijn. En als Hij iemand uitkiest om voor Hem aan het werk te gaan, als koning, priester, profeet, als gezalfde des Heren, dan geeft Hij ze ook het aanzien en de energie die ze nodig hebben om dat werk te doen. Wat het ook zij.

Het lied van Hanna bezingt niet alleen haar vreugde, maar bezingt in feite de ongehoorde verhouding tussen God en mensen. Altijd betrokken, en meestal anders dan je verwacht.
Dat geeft een nieuwe manier van leven aan hen die God willen erkennen als hun Heer.
Daarom wordt dit loflied ook de eeuwen door als leidraad gebruikt voor de liederen die spreken van Gods bevrijdende daden.

Het zal me niets verwonderen, als Maria, die mét de leerlingen en de anderen samen is wanneer God van Zijn Geest uitdeelt, dan haar eigen lofzang van zolang geleden, nog weer zingt…
Groot maakt mijn ziel de Heer… want Hij heeft wonderlijke dingen gedaan…

En in de preek die Petrus houdt, de eerste preek in de nieuwgeboren kerk, klinkt de profetie van Joël weer:
Ja, over al mijn dienaren en dienaressen zal Ik in die tijd van Mijn Geest uitgieten, zodat ze zullen profeteren.
Profeteren is niet alleen: voorspellen wat er gaat gebeuren, maar in de bijbel is het: spreken over de grote daden van God. In heden en verleden. Én dan ook in de toekomst.
Het is het spreken over Gods grote daden, dat het wezenlijke is van Petrus’ prediking, daarom hebben we het hele stuk maar eens gelezen.
Dan weet u weer waar het om ging, toen. En waar het nu om gaat…
Wat we mogen vieren
Een God van liefde voor mensen die Hem trouw zijn.
Er waren er die dag wel drieduizend, die door die boodschap werden aangeraakt. Wier leven onherroepelijk werd veranderd. Ze werden, net als Maria en de vrienden en vriendinnen van Jezus, gedoopt met Heilige Geest…
Dat is een van de grote daden van God, waar Johannes de Doper al over sprak. We hebben het gelezen en gehoord in het Evangelie.
Jezus zou komen en dopen met Heilige Geest.
Zoals God Zijn Geest over Hem liet komen.
En nu, nu is het zover, nu gebeurt het.
Vanaf Zijn Hemelse troon doet Hij die belofte gestand, zoals Petrus getuigt:
Hij is door God verheven, zit aan Zijn rechterhand, en heeft van de Vader de Heilige Geest, die ons beloofd is, ontvangen. Die Geest heeft Hij op ons doen neerdalen, en dat is wat u ziet en hoort 
Gods geliefde Zoon, waarin Hij vreugde heeft, zoals we hoorden in het Evangelie, vervult nu Gods beloften.
En een nieuw volk wordt geboren. Een wereldwijd volk. Een nieuw Verbond is gesloten, waarbij het sterven van ons paaslam borg staat voor onze veiligheid, voor ons eeuwig leven.
De warmte van Gods liefde wordt in de Geest even zichtbaar, voelbaar, is aanwezig en werkzaam, zoals onze adem de kaarsvlam op afstand beweegt, en zoals de wind de serpentines doet spelen, zo is God nu hoorbaar, bespeurbaar, nabij, en werkzaam. Daar waar mensen spreken over Gods grote daden, daar gebeurt het.
Daar waar mensen deel hebben aan Gods grote daden, daar is Hij zichtbaar. Waar we een onderdak bieden aan mensen in nood, waar we liefde in de practijk brengen in het dagelijks leven, waar we met genegenheid en respect met elkaar omgaan en over elkaar spreken, hier in deze gemeente, daar is Gods Geest aan het werk.
Daar is het Godsvolk aanwezig, en daar is God Zelf. In Haar veelkleurige liefde, met Haar keur aan gaven…
In het Hebreeuws is de Geest, de
(xCwr, vrouwelijk. Een aspect ervan dat we in het Oude Testament al vinden, is de Wijsheid Gods, die ook vrouwelijk is. De Sofia.

In God zijn heel vrouwelijke trekken aanwezig.
De Geest is daar een beeld van.
En misschien mogen we daarom vandaag Moederdag wel met een extra accent vieren, omdat goede moeders ons mogen herinneren aan God. Aan God, waar je welkom bent, ook als je fouten maakt, ook als je niet perfect bent, die van je houdt om wie je bent, niet om wat je doet. God, die niet onder de indruk is van een grote mond of een maatschappelijke positie, maar wel van kleine liefdedaden, die haast niet worden opgemerkt.
We moeten en mogen groot respect hebben voor de opofferingen die veel moeders zich getroosten om voor de hunnen te zorgen. Maar je hoeft geen moeder te zijn, om er bij te horen.
Je hoeft alleen maar de Naam van Jezus aan te roepen, en te vragen om de Geest en Haar Gaven. Dat gebed, het staat in de bijbel, (Lukas 11:13) wordt altijd verhoord. Laten we het vieren. Dit is een dag van Vreugde. Laeten we opnieuw beginnen, in Jezus’ Naam. In Zijn Geest. Amen.

Orgelspel

Alles wat wij hebben, hebben wij van God gekregen, om  door  te geven, om met velen te delen en er zo dubbel van te genieten.
Ook nu en hier kunnen we gestalte geven aan dat delen:   in de collecte
Na het gebed over de gaven zingen wij staande: Tussentijds 111 Maar nu de Collecte

Gebed over de gaven
Lieve God, U geeft U zelf aan ons.
Wij bieden U ons eigen leven aan.
Neem het, zoals U ons geld aanneemt.
Dat het dienstig mag zijn voor U.
In de Geest van Jezus - die ons voorging.
Amen.


Ons lied, en ons gebed, is: Kom uit de Hemel tot ons neer. Laten we er bij gaan staan! Lied Tussentijds 111 melodie 239

Bewaar hen, die hier voor U staan,
dat zij hun weg met vreugde gaan;
geef aan uw engelen bevel
hun trouw te zijn als metgezel.

Dat wij uw volk, de honger moe,

op handen dragen naar U toe,
om na verzoeking en woestijn
met overvloed gevoed te zijn. 

Kom Heiland, die ons hart geneest;

kom Vader, Zoon en Heilge Geest
en maak ons vrolijk in dit uur,
o bron, o brood, o vreugdevuur!   

(gaat u zitten!)

Voorbeden:
Laten we doorgaan met danken en bidden:
Goede God, wij danken U om Uw liefde die zichtbaar en tastbaar werd in Jezus, Uw Zoon en onze Heer.
Wij danken U om Uw liefde die hoorbaar en voelbaar is in de Geest die het wezen van Uw liefde uitdrukt zo dat
wij het kunnen begrijpen
Wij danken U voor de mensen die door deze Geest en Haar gaven zijn aangeraakt, en waarin U Uw geheimen aan ons openbaart

Wij danken U voor alle moeders, die, waar ook ter wereld, hun best doen die geheimen door te geven, zoals ze die zelf hebben leren kennen, zoals zij die in hun cultuur en taal hebben ontvangen
Zegen hen allen, en inspireer hen telkens weer met de gaven van Uw Moederlijke Geest, wees hun vertrouwde, hun Vriendin, hun krachtbron, en hun schild tegen uitputting en overspanning.
Geef hen de woorden die spreken van U, die wijzen op vrede, op liefde, op samenleven in harmonie.
Wij bidden U ook voor hen, die zo graag moeder hadden willen worden, die er als Hanna naar verlangden, maar die nooit dit loflied op de lippen namen, omdat hun een kind was geboren. Ook voor hen bidden we, als we zeggen:

Heer, ontferm U over hen.
Geest van God, ontferm U over hen.

Lieve God, wij hebben deze week stilgestaan bij oorlog en geweld, bij ontberingen en bevrijding, en wij bidden U voor alle landen waar nog mensen worden onderdrukt, waar mensen worden gemarteld, verkracht, op de vlucht gedreven, moeten onderduiken. En speciaal voor de mensen in Birma in hun grote nood… Geef dat er landen zijn die voor hen allen opkomen, die hen gastvrij ontvangen. En waar wij daarin zelf tekortschieten vragen wij U om vergeving

Wij denken ook aan de staat Israël, die op het scherp van de snede bestaat, en voor anderen geen plaats ziet.
Kom en waai ook daar, met Uw liefdevolle warmte, Geest van God, opdat ook daar Uw Naam door allen geprezen wordt in eeuwigheid.

Heer, ontferm U over hen.
Geest van God, ontferm U over hen.

Heilige Geest, kom ook over ons als gemeente, als familie van God en van elkaar. Waai in onze harten, tocht door onze heilige huisjes tot ze in elkaar vallen, en U er nieuwe en wonderlijke dingen kunt bouwen…

Beziel ons, bewoon ons, zing en bid in ons, ook als wij samen zeggen:

Onze Vader in de hemel, laat Uw Naam geheiligd worden,
laat Uw Koninkrijk toch komen en Uw Wil worden gedaan
op aarde zó als in de hemel.
Geef ons steeds weer het brood  dat wij dagelijks behoeven.
Vergeef ons onze schuld, zoals ook wij vergeven wie ons iets schuldig was. 
En breng ons in beproeving niet, maar red ons uit de greep
van alle kwaad.

Ons slotlied is gezang 242: 1, 6

Vul aan wat ons ontbreekt, want stukwerk is ons pogen.
En wat ons afleidt van de vrede uit den hoge,
laat dat, verheven licht, in vuur en wind vergaan.
Houdt Gij ons staande door het wonder van Gods naam.

Na de zegen, zingen we, in plaats van het ‘Amen’ lied 242:7 zoals U kunt zien in Uw liturgie…

Zegen:
Moge de Geest van God waaien in Uw leven en het vrolijk maken, en gericht op God en de naaste.
Mogen de veelkleurige gaven van de Geest Uw leven verrijken,
Uw geloof bouwen, Uw moed sterken, Uw liefde doen ontvlammen

Daartoe zegene U nu de Ene, Enige en Eindeloze God,
de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
Amen.

lied 242:7

GEZEGEND PINKSTERFEEst!

acme-web-design.info
acme-web-design.info