Feestelijke Paasdienst 20-4-2003 in de Lutherse gemeente Heusden;
Organist: Joop de Zwart Zang: Edy en Hanny Voorg. Gea Voerman – van Haselen. Aanwezig ongeveer 33 mensen.

Voorbereiding:
Afkondigingen

Binnenkomst predikant en kerkeraad.

De lichten zijn nog niet aan. Er wordt er gezongen:

Hoe achtloos in ons midden wordt het kostbaar mensenbloed gestort
en in het onbarmhartig licht  het kruis des Heren opgericht.

De minsten van de mensen zijn     daar uitgestrekt in angst en pijn.
Tot aan het eind der wereld lijdt    Christus in hun verlatenheid.

O Liefde uit de eeuwigheid,  die met ons mens geworden zijt,
wij bidden, laat ons niet alleen      in al het duister om ons heen,

opdat ook wij o Heer U niet verlaten in uw diep verdriet,
maar bij U zijn in al de pijn   waarmee de mensen mensen zijn.

v: Ook al zijn uw zonden rood als scharlaken:
ze worden wit als sneeuw.
Ook al is de Heer gestorven,
de dood is het einde niet.

Houd moed.

Allen:


Dank zij U, o Heer des levens,    die de dood zijt doorgegaan,
die Uzelf ons hebt gegeven ons in alles bijgestaan,
dank voor wat Gij hebt geleden,  in uw kruis is onze vrede.
Voor uw angst en diepe pijn        wil ik eeuwig dankbaar zijn.

De altaarkleden worden verwisseld,
en de paaskaars wordt aangestoken.
Het heil wordt verkondigd!

Herren är uppstånden!
Herren är verkligen uppstånden!
Xpucmos bockrec
Xpucmoc boucmuHy bockrec 
Le Seigneur est ressuscité !
Il est vraiment ressuscité.
The Lord is risen! 
He is really risen indeed!
Der Herr ist auferstanden!     
Er ist wahrhaft auferstanden!
¡El Señor resucitó!
¡Verdaderamente resucitó!
Surrexit Dominus
Surrexit Dominus vere
De Heer is opgestaan!    
De Heer is waarlijk opgestaan!

We horen het lied van de overwinning, en zingen het laatste vers mee. 


De steen is weggenomen,        dit graf werd ons een bron;
hier zal het leven stromen       dat in de dood begon.
Zijn Naam gaat uit en in,        wij staan aan Gods begin.
Hij gaf met groot gezag           een nieuwe scheppingsdag!

Met vreugd en vrees en beven   vernamen wij het woord
dat God ons heeft gegeven   en zeggen het haastig voort.
Zo reikhalst in Uw lied!     Gij weet hier is Hij niet.
Hij is ons voorgegaan         en waarlijk opgestaan!
Willem Barnard uit: De Tale Kanaäns.


Intussen kunnen lichten en lichtjes worden aangestoken en doorgegeven.
Het licht van Christus!

Wij zijn hier aanwezig in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Amen

Onze hulp is in de Naam van de Heer
die hemel en aarde gemaakt heeft.

Verootmoediging:
Grote God, U weet hoe ons hart ons aanklaagt:
U weet van onze lafheid, ons tekort komen,
U weet van ons zwijgen als wij hadden moeten spreken,
van ons spreken als wij hadden moeten zwijgen.
Wij vragen U: Heer vergeef ons al wat wij misdeden.
En laat ons weer in vrede leven.
Amen.

God hield zoveel van deze wereld, dat Hij Zijn Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt en eeuwig leven mag hebben.

Introïtus
Antifoon
Als ik ontwaak, dan ben ik nog bij U, halleluja!
Gij legt Uw hand op mij. Het begrijpen is mij te wonderbaar, te verheven. Ik kan er niet bij. Halleluja!
(Psalm 139: 5b-6)

psalm (gem:)
Heer, Gij doorgrondt mij en kent mij,
Gij kent mijn zitten en mijn opstaan,
Gij verstaat van verre mijn gedachten
Gij onderzoekt mijn gaan en mijn liggen
Met al mijn wegen zijt Gij vertrouwd
.

Antifoon

Als ik ontwaak, dan ben ik nog bij U, halleluja!
Gij legt Uw hand op mij. Het begrijpen is mij te wonderbaar, te verheven. Ik kan er niet bij. Halleluja! 


Laten we de Heer aanroepen om ontferming met de nood van deze wereld,


maar laten wij dan ook Zijn Naam prijzen,
omdat er aan Zijn barmhartigheid geen einde komt!


2x!

Zondagsgebed
Grote God, wiens Liefde groter is dan oorlog en dood,
sterker dan hel en heelal,
U loven en danken wij om de grote dingen
die U hebt gedaan voor ons, en voor alle mensen,
om de hoop en de moed die U ons telkens weer geeft
Door Jezus Christus, onze opgestane Heer.
Amen.

Lezing Oude Testament:    Jesaja 25: 6 – 9

Een profetie…

6. De Aanwezige, de Vervaarlijke, Hij zal voor alle naties op deze berg (Sion) een rijk feestmaal aanrichten, een feestmaal met koppige wijnen, rijkelijk met merg verfijnde spijzen, geklaarde, koppige wijnen.
7. Ja, Hij zal vernietigen, op deze berg, de floers die alle naties omfloerst, de bedekking van wat bij alle (heidense) volken verborgen is.
8. Hij zal de dood vernietigen, ja mijn Heer, Godzelf, zal de tranen van ieder gezicht afwissen, en de minachting voor Zijn volk zal Hij wegwijzen van heel de aarde, want de Aanwezige heeft gesproken.
9. Op die dag zal men zeggen:

”Kijk, onze God, die is het van Wie we het verwachten!
Ja, Hij zal ons redding brengen. Dat is de Aanwezige van wie we het verwachten, we vieren feest, en we juichen van blijdschap om Zijn uitredding.”

Allen:


Epistel Colossenzen 3: 1 – 4
Jezus heeft op het kruis onze zonden gedragen. Die zijn met Hem gestorven. Ons oude ik is met Hem gestorven, als het goed is. En wie werkelijk in Hem gelooft, wie leven wil zoals Hij, die is met Hem opgewekt in een nieuwe manier van leven.Dat bedoelt Paulus als hij schrijft:
3: 1 Stel dan dat jullie met Christus méé opgewekt zijn, streef dan ook naar het hogere, waar Christus gezeten is aan de   rechterhand van God.
2. Houd je bezig met het hogere, niet met wat op aarde is.
3. Jullie zijn immers afgestorven (aan het oude leven) en jullie leven is met Christus in God geborgen.
4. Wanneer Christus - die jullie leven is - verschijnt, dan zullen ook jullie met Hem verschijnen in heerlijkheid.

Psalmwoord Halleluja! Dit is de dag die de Heer heeft gemaakt! Laten wij juichen en ons daarover verheugen!
Halleluja!
Allen:

Waar dat ik sta of dat ik ga,        halleluja,
mijn ziel, die zingt halleluja, halleluja.
Halleluja, halleluja, halleluja!

Dit is de grote, blijde dag,  halleluja,
die David in de geest voorzag, halleluja.
Halleluja, halleluja, halleluja!


Het Heilig Evangelie staat geschreven bij:
Johannes 20: 1 – 10               (wie kan staat op)
Op de dag van de kruisiging is de Heer nog in allerijl begraven. Daarna kwam de Sabbat, waarop je niets doen mocht aan werk. Dan gaat het verhaal verder
.

1. Op de eerste dag van de week gaat Maria Magdalena ‘s morgens vroeg, als het nog duister is, naar het graf, en ze ziet dat de steen is weggehaald uit het graf.
2. Dus zet ze het op een lopen, en ze gaat naar Simon Petrus, en naar de andere leerling, waar Jezus zo veel van hield, en ze zegt tegen hen:
‘Ze hebben de Heer uit ge graf weggehaald!!!
En we weten niet waar ze Hem hebben neergelegd!’
3. Toen ging Petrus weg, en de andere leerling, en ze gingen naar het graf.
4. De hele tijd liepen ze even hard, maar de andere leerling begon vlugger te lopen dan Petrus, hij kwam hem voor, en kwam als eerste bij het graf.
5. Zich voorover buigend ziet hij de linnen doeken liggen. - Maar hij ging niet naar binnen. -
6. Dan komt ook Simon Petrus achter hem aan, en die ging het graf binnen, en hij ziet de linnen doeken liggen....
7. En de kleine doek die om Zijn hoofd had gezeten (zag hij) niet tussen de linnen doeken liggen, maar apart opgerold - op één plaats.
8. Toen ging hij inderdaad naar binnen, en de andere leerling, die eerst bij het graf aangekomen was, ook, en ze zagen (het) en ze geloofden.
9. Want ze hadden nog geen kennis van het schriftwoord dat Hij uit de dood zou moeten opstaan.
10. Toen gingen ze weer naar huis, de leerlingen.
       
Solo:

11. Maar Maria had buiten bij het graf staan huilen.
Toen ze zo aan het huilen was, boog ze zich naar het graf toe,
12. en (daar) ziet ze twee engelen in het wit zitten,
een aan het hoofdeind en een bij het voeteneind, vanwaar het lichaam van Jezus had gelegen.
13. En die zeggen tegen haar:
‘Mevrouw, waarom huilt U?’
Ze zegt tegen hen: ‘Ze hebben mijn Heer weggehaald, en ik weet niet waar ze Hem hebben neergelegd!’
14. En nog terwijl ze dat zegt, draait ze zich om naar achteren, en ze ziet Jezus staan, - maar ze wist niet dat het Jezus was! -
15. Zegt Jezus tegen haar: “Mevrouw, waarom huilt U?
Wie zoekt U?”
Zij zegt tegen Hem, in de mening dat Hij de opzichter is van de tuin: ‘Mijnheer, als U Hem hebt, zeg me dan waar U Hem neergelegd hebt, en dan haal ik Hem!’
16. Zegt Jezus tegen haar: “Maria!”
Terwijl ze zich omdraait zegt ze in het Hebreeuws tegen Hem: ‘Rabbouni!’
(Dat wil zeggen: leraar / meester.)

 Solo Halleluja steeds allen.

17. Zegt Jezus tegen haar: “Je moet me niet aanraken, want Ik ben nog niet opgegaan naar de Vader.
Ga heen naar mijn broeders en zeg tegen hen:
“Ik ga op naar Mijn Vader en jullie Vader, (naar) Mijn God en jullie God.”
18. Zo komt Maria Magdalena de leerlingen berichten:
‘Ik heb de Heer gezien!’ En dat Hij dit en dat tegen haar gezegd had.
allen:

19. Wel, toen het avond was, op diezelfde dag, de eerste dag van de week, en de deuren gesloten waren van de plaats waar de leerlingen als gewoonlijk waren, - vanwege de angst voor de Judeeërs – toen kwam Jezus in het midden staan, en Hij zei tegen ze: 
Vrede voor jullie
(Shalom lechém)
20. En terwijl Hij dat zei, liet Hij hen Zijn handen en Zijn zijde zien.
Nu, de leerlingen werden, toen ze de Heer zagen, intens blij!
21. Toen zei Hij weer: Vrede voor jullie!
Zoals Mij de Vader met een opdracht heeft gestuurd, zo stuur ook Ik jullie er op uit.
22. En na deze woorden: blies Hij ze ín en zegt tegen ze: Neemt  Heilige Geest aan.
23. Als er mensen zijn van wie jullie de zonden (zouden) vergeven, dan zijn ze hen ook vergeven.
Als er mensen zijn van wie jullie dat (zouden) verhinderen, dan zitten ze er aan vast.
allen:


Daar boven in des hemels troon, halleluja,
daar zingt men ongemeen en schoon, halleluja.
Halleluja, halleluja, halleluja!

Zalig die het woord van God horen en er gehoor aan geven!


Credo:  (nog staande, als U kunt)



Preek

GENADE ZIJ U EN VREDE VAN GOD ONZE VADER EN VAN JEZUS CHRISTUS, ONZE HEER,
DOOR DE HEILIGE GEEST.

Lieve kinderen, Charlotte, Marieke, Fabian…
Fijn dat jullie hier zijn om met ons het paasfeest te vieren. We hebben een boel gezongen, en er zijn lichtjes, en blije mensen…
En weet je nu waarom?
Om Jezus.
Jezus hield veel van grote mensen, maar ook heel veel van kinderen.
Er waren mensen die dat niet leuk vonden, en die hebben Hem dood gemaakt.
Maar weet je wat nu zo goed was?
Na drie dagen is Hij weer levend terug gekomen.
Want dat Hij zoveel van ons allemaal hield en houdt, dat maakte dat Hij sterker is dan de dood.
En daarom is het niet afgelopen met mensen en kinderen die dood gaan, maar ze leven aan de andere kant door, veel mooier dan hier.
En omdat Jezus ons dat is komen vertellen, daarom zijn we zo blij, en daarom vieren we feest.
Daar hebben die paashaas en die eieren eigenlijk niets mee te maken. Dat zijn maar verzinsels.
Maar Jezus is echt. En die houdt van jou!
Hij wil je vriend zijn, voor altijd.
Dat moet je maar goed onthouden.
En omdat ze Jezus ook wel noemen: het Lam van God, heb ik hier een lammetje voor je. Dan kun je nog eens aan Hem denken.
En dan mogen jullie nu een tekening voor Hem maken, en dan ga ik voor de grote mensen nog wat meer zeggen.
Want jullie weten wel: grote mensen begrijpen de dingen niet ze vlug als kinderen.

Lieve mensen van God,

Nu we hebben gehoord waar het om gaat, vandaag, hoef ik nog maar een paar dingen te vertellen.
Dit feest is bij uitstek een feest van geloof.
Het waagstuk van het geloof.
Dat was het voor de Joden, tegen wie Jesaja spreekt over een tijd, die ooit komt, een tijd waarop God op de tempelberg een maaltijd aanricht voor alle mensen. Een maaltijd van grote luxe.
En de mensen zeggen: Kijk, dit is nu onze God van wie we het verwachten. Hij zal ons zeker redding brengen. We vieren feest, en we juichen van blijdschap om Zijn uitredding.
Nu, die uitredding is op dat in geen velden of wegen te bekennen!
De vijanden staan voor de poort van Jeruzalem.

Voor Maria Magdalena is het een waagstuk, dat geloof van de Paasmorgen. Eerst het lege graf, de verbijstering, het verdriet, dat toch al komt boven op de leegte en het gemis van Hem, die het middelpunt van hun leven was, maar in alles God in het centrum plaatste… En Johannes en Petrus troosten haar niet, maar gaan er als dollen van door.
En ze gaan ook weer naar huis, zonder zich iets van haar aan te trekken.
Maar er zijn vreemden die haar aanspreken.
Mannen in het wit, in het graf.
Zij spreken haar aan met respect.
Net als de Heer, die ze door haar tranen en verdriet niet herkent. De tuinman, de opzichter van het graf…
Misschien weet hij wel waar….

Maar Hij weet meer.
Hij weet wie ze is. Hij noemt haar bij haar naam.
Hij ziet haar wezenlijk.
En dan zegt ze niet meer netjes: ‘Mijnheer’ – maar ze spreekt Hem aan in het Hebreeuws met: Mijn Héér!
Ze waagt het hem te geloven.
Hij is haar leermeester. Haar Meester.

Het is voor de leerlingen een waagstuk, als de Heer ze die avond er op uit stuurt. Ze hebben Zijn handen en voeten gezien, en ze wagen het te geloven dat Hij het echt is.
Met Heilige Geest, Geest van God, inspiratie en bemoediging, wijsheid en goedheid, moeten ze de wereld in gaan, om het Evangelie te brengen.
Het feestelijke bericht van de opstanding, van Gods liefde voor alle mensen, zoals we dat hier elkaar hebben mogen toeroepen en toezingen, en dat mogen blijven doen.
En ze mogen mensen zonden vergeven, en dan zal God ze ook vergeven.
Mocht er reden zijn voor hen om mensen hun zonden niet te vergeven, dan zal ook God ze die niet vergeven.
Een wonderlijke situatie.
God die genadig en liefde is, zal die mensen toestaan Hem te weerstaan in die genade? Zal onze ongenade echt groter zijn dan Gods genade?

Misschien moeten we de vraag anders stellen.
Wie zou, met Gods wijsheid en liefde in zich, met de Geest in zich, die Jezus bezielde tot Zijn grote liefde voor alle mensen, niet zelf vanuit die liefde willen leven? Wie zou dan mensen nog willen veroordelen?
Wie zou dan nog willen verhinderen dat God genadig is? Dat is ondenkbaar.
Maar wel zullen er mensen zijn die hen naar het leven staan. Die ons het leven moeilijk maken, wanneer we leven uit Gods woord, leven in Gods liefde, en vanuit die liefde reageren op de wereld om ons heen.
Dan is het een waagstuk, te leven in liefde, vanuit Gods liefde. De kansen zijn tien tegen een dat het niet wordt gewaardeerd. Dat we zijn als Amerikanen in Bagdad.
Wègwezen, wordt er geroepen.

Het was ook een waagstuk voor de gemeente van Corinthe.
Want geloven in Jezus en in Diens Opstanding, jaren na dato, was een hachelijke zaak. Niet alleen om de vervolging, vaak ten dode toe.
Maar ook omdat je je buiten de gewone gemeenschap plaatste door zo heel anders te denken en te leven…
Paulus daagt ze uit: stel nou dat jullie inderdaad zijn afgestorven aan de zonde. Dat jullie er absoluut mee breken. Niet een beetje schipperen, maar gewoon punt uit.
Zoals Jezus niet heeft geschipperd, maar zijn leven voor honderd procent voor ons heeft gegeven.
Stel dat wij er echt een punt achter willen zetten.
Iedereen heeft wel iets waar hij of zij een punt achter moet zetten, dat kunnen we zelf wel invullen, ieder voor zich. Streef dan naar het hogere. Streef dan naar God, zoals Jezus dat deed. Voor Hem was God altijd het middelpunt van Zijn doen en laten. 
Houd je bezig met de dingen waar het om gaat.
En dat betekent dat je allereerst bezig bent met God, en pas vandaar uit met de rest.
Door Gods bril kijken naar de wereld.
En dan is je leven met Jezus geborgen in Gods hand.
Wat er ook gebeurt. Dan zijn we veilig in alle verschrikkingen van ziekte en dood, van aftakeling, eenzaamheid en geweld.
En we zullen op die andere paasdag, als alle nieuwe leven begint, met Hem verschijnen in heerlijkheid.
Mensenlief wat een perspectief!
Dan zou je gaan beginnen te geloven dat het met Sion ook nog goed kan komen.
Zelfs nu de Israëlische soldaten nog Rafa en Jenin binnengevallen zijn met tanks en geschut. Uit angst, dat er weer met Pasen zelfmoordaanslagen zullen zijn. Zelfs nu kunnen we geloven dat er op de tempelberg ooit nog vrede zal zijn.
Dat Joden, Christenen en Moslims samen aan Gods maaltijd zullen zitten. En dat we Hem allemaal zullen herkennen als Hem van Wie we het verwachtten. God. Met Wie Mozes sprak, op Wie Jezus gericht was, uit Wie Hij geboren is, God, van Wie Mohammed vertelde…
God, die door de Hindoes wordt gezocht en herkend in kleine dingen, en die door de Boeddhisten in het Al wordt gezocht, Hij heeft in alle mensen de kiem neergelegd van het verlangen naar Hem.
Vaak zoeken wij hem waar Hij niet is.
Dat is niet zo erg als níet meer zoeken.
Hij heeft ons immers al gevonden.
Nog voor we geboren waren, heeft hij ons lief gehad.

Hij heeft het gewaagd dit leven te doorleven tot het bittere eind, dat het glorieuze begin was.

Zo mogen wij iedere dag ons leven wagen.
In grote en kleine dingen.

Jaren geleden heb ik van mijn kinderen een waardebon gekregen voor mijn 50ste verjaardag.
Een bon voor een tandemsprong uit een vliegtuig.
En inderdaad, op een zomerse dag in juni van dat jaar hebben Parel en ik de sprong gewaagd.
Heel wat nachten heb ik wakker gelegen voordien.
En als Onze Lieve Heer niet had gezegd dat ik veilig beneden zou komen, had ik het misschien niet eens gewaagd. Op het moment dat ik uit het vliegtuig moest stappen dacht ik: ik ben volkomen gek.
Maar het was een tandem-sprong, en dat betekende dat ik vastzat, via mijn harnas, aan een knappe man die wist wat hij deed.
En zo werd het mijn mooiste ervaring van mijn leven.
Als ik er aan terug denk, dan krijg ik weer een stoot energie! Geweldig!

Waarom vertel ik dat?

Omdat wij het waagstuk van het geloof niet alleen hoeven te wagen. Onze sprong in het diepe is niet blindelings en ongewis, maar we zitten met het harnas van het geloof, en met de parachute van Gods liefde vast aan een trouwe Metgezel, die weet wat Ze doet.
Het is de Heilige Geest Zelf, die in alles met ons meegaat.

Johannes laat Pasen en Pinksteren op één dag vallen.
In elk geval voor de leerlingen.
Ook wij zijn leerlingen. We weten nog veel niet.
We hoeven ook niet alles te weten.
Als we maar weten: Jezus heeft het goed voor ons gemaakt. De Geest is Zijn geschenk aan ons.
In de Geest is Hij altijd bij ons. In alles wat we doen en laten.
In de grote dingen die we wagen, en in – wat veel moeilijker is – de kleine problemen en keuzes en ergernissen van het leven.
Laten we de sprong naar het feest maar wagen, en anderen betrekken in het feest.
Jezus is opgestaan.
Nu mogen wij de sprong wagen, veilig in de hoede van Zijn Geest.

Laten we dan diep eerbiedig zingen: U bid ik aan, o macht der liefde….



O God en Heer, o God der goden’
U zoekt naar mij, mijn hart zoekt U.
Gewillig houd ik Uw geboden,
U te behagen zoek ik nu.
Aan U wil ik mij zelve geven
Dat ik U dien met heel mijn leven.









Collecte      

Gebed over de gaven
Heer God, wat wij hebben verdiend, wat wij hebben gekregen, is uit Uw genade.
Daarom kunt U er over beschikken, zoals U kunt beschikken over onze tijd, liefde en aandacht.
Wijs ons in dit alles de weg. Om Jezus’ wil.
Amen.


Lied 209: 1 solo 2 gemeente, 3 solo 4 gemeente, 5 solo, 6-7 gemeente.

De loze woorden zijn verstomd,     de wereld die op adem komt
zingt met de vogels in de lucht       dat nu de nacht is weggevlucht, halleluja!


Geen vlammend zwaard verspert de weg,  de engel die het voerde zegt,
dat alle leed geleden is     omdat de Heer verrezen is,
halleluja!

Hij heeft het zegel weggedaan, nu kunnen wij zijn woord verstaan,
zijn graf is als een open boek,         de windsels liggen in de hoek, halleluja!

O dood, die Hem ontkomen liet,       Hij neemt bezit van uw gebied,
zijn heerschappij gaat in en uit door al de deuren die men sluit,
 halleluja!

Wij willen zingen dat Hij leeft, Hij leeft die God gehoorzaamd heeft,
zijn graf staat ledig in de tijd, het is een mond vol zaligheid, halleluja!

O goede engel bij het graf,      de lente lost de winter af,
bewaak het jonge groen en wijs      de ingang van het paradijs, halleluja!

Voorbeden:
Lieve God, wij danken U voor Uw goedheid.
Voor vrede en veiligheid hier, terwijl er zoveel onrust in de wereld is.
Voor de warme band die ons hier met U en velen verbindt. Wij loven Uw liefde en zingen U toe:

Wij willen U bidden voor allen die in onrust en onveiligheid leven. Voor vluchtelingen, en soldaten, voor bevelhebbers, en voor hen die altijd weer aan het kortste eind trekken.
Voor hen die eenzaam zijn, en koud en versteend.
Voor hen allen bidden wij U, Heer:

Grote God, voor het leed en de dood die U hebt doorstaan om onzentwille,
voor de angst en de pijn, het zinloze geweld dat U is over-komen,
voor Uw betrokkenheid bij alle mensen, die U allemaal even lief zijn, even waardevol voor U,
willen wij U loven en danken.


Voor de slachtoffers van zinloos geweld,
voor de slachtoffers van oorlogen en rampen,
van hebberigheid en onverstand,
voor hen die zich onbemind weten of voelen
willen wij U smeken en bidden:

Wij danken U dat U het goede bericht, het Evangelie van Uw liefde in ons midden hebt doen horen.
Wij danken U, dat U de eeuwen door trouw bent aan Uw liefde, aan Uw beloften.
Wij danken U dat U ons leven in Uw liefde geborgen houdt, van nu aan tot in eeuwigheid.

Wij bidden U voor allen die het Evangelie niet kennen, niet mogen of kunnen horen.
Door de regeringen, of door ons gebrek aan vertrouwen en enthousiasme.
Wij bidden U om kracht en moed,
Voor onszelf, voor allen die hier niet zijn,
voor allen die ons zo dierbaar zijn…
Wil ook in hun hart opstaan en leven!

Amen.
Wij willen U aanbidden en loven zoals wij hebben geleerd van Uw lieve Zoon:

Zegen:
De Heer van dood en leven
schenkt ons Zijn Geest, Haar liefde.
Dat onze ogen het heil mogen zien,
onze handen zich bekommeren over de medemens,
en onze voeten zich richten naar de eeuwigheid.
In de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Amen.


 naar boven