Gemeenschappelijke dienst te Heusden van de Lutherse en de Gereformeerde gemeente op zondag Misericordias Domini 25 april 2004. Organist: B. Nederlof, aanwezig, ongeveer 30 mensen.

Wij zijn hier aanwezig in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Amen
Onze hulp is in de Naam van de Heer
die hemel en aarde gemaakt heeft.

Verootmoediging:
Om Uw lof, die ongezongen bleef vragen wij U:  vergeef ons.
Om het gebed, dat ongebeden bleef, vragen wij U: vergeef ons.
Om de liefde, die niet gegeven werd, vragen wij U:
vergeef ons.
Om de liefde, die niet ontvangen werd, vragen wij U:
vergeef ons.

Zo lief had God deze wereld, dat  Hij Zijn enige Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt, en eeuwig leven hebben mag!
Misericordias Domini is de naam van deze zondag. Dat komt van de aloude antifoon: De aarde is vol van de goedertierenheid des Heren. Door het woord van de Heer zijn de Hemelen gemaakt. Dit zijn delen van psalm 33.

Ons Introïtus-lied is psalm 66: 1, 3 en 7

Doe onze God uw loflied horen, gij volken, zingt alom op aard,
looft Hem door wie wij zijn herboren,      die ons voor wanklen heeft bewaard.
Gij toetst ons, Gij beproeft ons leven,      zoals men erts tot zilver smelt.
Gij die ons, aan het vuur ontheven,      gelouterd voor uw ogen stelt.
De naam des Heren zij geprezen!      Hij, die getrouw is en nabij,
heeft mijn gebed niet afgewezen.      De Heer is goed geweest voor mij.

Laten we de Heer aanroepen om ontferming met de nood van deze wereld, maar laten wij dan ook Zijn naam prijzen, omdat er aan Zijn barmhartigheid geen einde komt

 

 

 

 

 

Zondagsgebed
Lieve God, wij danken U voor Uw grote goedheid voor en ontferming met Uw schepping. Wek in ons het antwoord van liefde, opdat wij telkens weer nieuwe liederen kunnen zingen tot Uw eer, die diep uit ons hart komen, door Uw Heilige Geest en Door Jezus Christus, onze Heer. Amen.


Lezing Oude Testament Jeremia 32: 36-41
God is boos op Jeruzalem. Eigenlijk al vanaf het begin, om al het kwaad dat daar is gedaan, door koningen en priesters, leiders en volk. Ze wilden niets leren.
Ze aanbidden afgoden in Gods huis, en op de hoogten.
Tegen de gangbare opvattingen
in heeft Jeremia steeds gezegd dat Jeruzalem in handen van de koning van Babel zou komen. Daarom werd hij gevangen gezet in een put. Daar wordt hij bezocht door een relatie, die een akker te koop heeft. God zegt Jeremia die akker te kopen. Maar het koopcontract op te laten bergen in aarden vaten, zodat ze lang veilig worden bewaard... Intussen staat de koning van Babel voor de poorten van de stad, en de inneming kan niet ver meer af zijn.
Weer krijgt Jeremia een profetie:


36. Nu dan! Daarom dit: Zo spreekt de Aanwezige, de God van Israël over deze stad waarvan jullie steeds maar zeggen: Zij is door zwaard en hongersnood en de pest in de macht van de koning van Babel gegeven
37. Kijk, hier ben IK! Ik die ze weer in Mijn armen bij elkaar haal uit alle landstreken waarheen ik ze verdrijven zal in Mijn boosheid, in Mijn razernij, ja in mijn grote furie, en Ik zal ze terug laten komen naar deze plaats, ja, Ik zorg dat ze veilig wonen!
38. Ze zullen Mijn volk zijn, en Ik, Ik zal hun God zijn.
39. En Ik zal ze een van hart maken, en een van levensweg, zodat ze respect voor Me hebben, te aller tijde, en Ik zal maken dat ze het goed hebben, zij en hun kinderen na hen.
40. Ja, Ik zal een verbond met ze sluiten, een eeuwig verbond, Ik zal ze onophoudelijk volgen om hen goed te doen, en Ik geef ze een heilig respect voor Mij in het hart, zodat ze zich niet meer van Mij afkeren.
41. Ja, stralend van blijdschap zal ik hen goed doen - en Ik zal ze een solide stek geven in deze grond, met heel Mijn hart en ziel.

Gezang 470

Verleid door het kwaad dat steeds mij belaagt,     
gevallen in schuld, door wroeging geplaagd,
vertrouw ik slechts Hem, die mij leidt door zijn Geest,
mijn zonden vergeeft en mijn smarten geneest.

Als God mij vertroost, is 't kruis niet te zwaar,      
dan ken ik geen vrees in 't bangste gevaar,
dan win ik al strijdend vertrouwen en kracht         
en zing ik mijn psalmen in duistere nacht.

Ik roem in mijn God, ik juich in zijn trouw, 
de rots mijner ziel, waar 'k eeuwig op bouw.
Ik zal Hem nog prijzen in 't uur van mijn dood,     
dan rijst nog mijn loflied: `zijn goedheid is groot!'

Epistellezing: Openbaring 5: 6 – 14
Johannes ziet in een visioen in de hemel, hoe daar de Heilige een boek in de hand heeft en vraagt: wie is waardig de rol te openen. Tot ieders verdriet is niemand dat. We lezen vanaf vers 6:
6. En ik zag midden tussen de troon en de vier Levende Wezens, en midden tussen de Ouderlingen, een Lam staan, als dodelijk gewond, met zeven horens en zeven ogen, die de geesten zijn van God, (de geesten) die er op uitgestuurd zijn naar heel de aarde.
7. En het kwam (het boek) in ontvangst nemen uit de rechterhand van Hem die op de troon zit...
8. En tóen Hij het boek aannam, vielen de vier Levende Wezens en de 24 Ouderlingen neer voor het Lam, elk met een lier en met gouden schalen vol wierook, die gelijk staan aan de gebeden van de heiligen.
9. En ze zongen een nieuw lied, met de woorden:
Waardig bent U het boek in ontvangst te nemen,
en zijn zegels te verbreken,
want U bent dodelijk gewond,
en hebt met Uw bloed God de losprijs betaald
voor (mensen) uit elke stam en taal en volk en natie.
10. Ja, U hebt hen voor onze God gemaakt
tot een koninkrijk, tot priesters,
en ze zullen als koningen heersen op de aarde.

11. Ik keek, en hoorde de klank van vele engelen rondom de troon en van de Levende Wezens,en van de Ouderlingen, en hun getal liep in de miljarden en miljoenen,
12. die  met luide stem zeiden:
Waardig is het dodelijk getroffen Lam
om de kracht en overvloed en wijsheid en het vermogen en de waardigheid en lofprijzing en roem in ontvangst te nemen
.’
13. En ieder schepsel in de hemel en op aarde en onder de aarde en op de zee, en al wat daar in is,  hoorde ik zeggen:
Hem die op de troon zit en het Lam: de roem en de eer en de lofprijzing en de heerschappij tot in alle eeuwigheid!
14. En de vier Levende Wezens zeiden: ‘Amen!
En de Ouderlingen vielen neer, en bogen zich vol aanbidding tot op de grond.

Ook de Psalmist zingt: Halleluja, looft de Heer! Roept Zijn Naam aan, maakt onder de volken Zijn daden bekend. Halleluja!

Gezang 225

Hij gaat u voor in wolk en vuur,       gunt aan uw leven rust en duur
en geeft het zin en samenhang.       Zingt dan de Heer een nieuw gezang!

Een lied van uw verwondering          dat nóg uw naam niet onderging,
maar weer opnieuw geboren is        uit water en uit duisternis.

De hand van God doet in de tijd       tekenen van gerechtigheid.
De Geest des Heren vuurt ons aan   de heilge tekens te verstaan.

Wij zullen naar zijn land geleid          doorleven tot in eeuwigheid
en zingen bij zijn wederkeer  een nieuw gezang voor God de Heer.

Het Heilig Evangelie staat geschreven bij: Lucas 24: 36 – 48
Jezus is verschenen aan de Emmausgangers, die direct terug gaan naar Jeruzalem, waar de anderen hen vertellen dat Simon Hem gezien had. en dan beschrijven zij precies wat hun is overkomen. We lezen:
36. Terwijl ze bezig waren hierover te spreken, kwam Hijzelf in hun midden staan, en Hij zei: “Vrede aan jullie!”
37. Maar overstuur en diep geschokt dachten ze een geest te zien.
38. En Hij zei tegen ze: “Wat zijn jullie onthutst? En waardoor komen er gedachten van twijfel op in jullie hart?
39. Kijk: Mijn handen en mijn voeten. Ik ben het zelf! Betast me maar en kijk, want een geest heeft geen vlees en botten zoals jullie zien dat Ik ze heb...”
40. En terwijl Hij dat zei toonde Hij ze Zijn handen en voeten.
41. Maar omdat ze van pure vreugde het nog niet konden geloven, en ze een en al verwondering waren, zei Hij tegen ze: “Hebben jullie hier iets eetbaars?”
42. Ze gaven Hem een stuk geroosterde vis...
43. En terwijl Hij het aannam, at Hij het voor hun ogen op.
44. Nu zei Hij tegen ze: “Deze woorden van me, die Ik tot jullie gesproken heb, toen Ik nog bij jullie was... dat al wat er over Mij geschreven staat in de Wet van Mozes en de profeten en de psalmen volkomen ten uitvoer gebracht moet worden....”
45. Toen open de Hij ze de geest, zodat ze de Schriften konden begrijpen.
46. Ja, Hij zei tegen ze: “Zus en zó staat er geschreven dat de Messias (de Christus) zou over-lijden en op zou staan uit de doden op de derde dag,
47. en dat er omwille van Zijn Naam een ommekeer gepreekt zou worden tot vergeving (loslating) van zonden aan alle volkeren, te beginnen bij Jeruzalem.
48. Jullie zijn getuigen van deze dingen!
Zalig die het woord van God horen en er gehoor aan geven

In antwoord op Gods woord willen wij ons geloof belijden:

Wij geloven in God, de Almachtige,
                      Schepper van hemel en aarde.

Vader van mensen,
           Moeder van kinderen, Die ons welzijn zoekt.
Broeder en leraar, in Jezus mens geworden
           om ons leven te delen en te redden,
om voor ons te sterven op het kruis en op te staan,
om een eind te maken aan alle zinloosheid
           van het bestaan.

Geest en inspirator, bijstand en kracht,
           voor allen die in God geloven willen.

Daarom durven wij geloven in Liefde en Trouw,
in warmte en vergeving, in doop en opstanding,
in heden en toekomst.
Voor onszelf, en voor elkaar.
Amen.

Preek

GENADE ZIJ U EN VREDE VAN GOD ONZE VADER EN VAN JEZUS CHRISTUS, ONZE HEER,
DOOR DE HEILIGE GEEST.

Lieve mensen van God, mensen, die God dierbaar zijn, zo dierbaar, dat Hij Zijn Enige Zoon, Zijn hele toekomst, voor ons in de waagschaal heeft gesteld..

Kerkelijk is de tijd tussen Pasen en Pinksteren van een ongekende vreugde, en doortrokken van een diep mysterie. Als U hebt gekeken of geluisterd anar de huwelijksdienst gister, dan hebt U kunnen horen hoe prins Friso God vergeleek met een navigatiesysteem, dat je niet hoeft te begrijpen, maar waar je op kunt vertrouwen dat het je veilig brengt op de plaats waar je moet wezen. Dat raakt aan het mysterie...
Wij leven als het ware nu – tijdelijk iets bewuster dan anders – al even in Gods toekomstplannen met ons en met deze wereld.
Ik zou niet goed weten hoe ik het anders moest zeggen…
En al onze lezingen hebben daar iets dieps over te melden.
Ik moet me omwille van de tijd beperken tot enkele punten, al is vanouds de hele rustdag ons gegeven om ons te kunnen verdiepen in God en Diens grote daden! ;-)
U zoudt het me niet in dank afnemen, als we een paar uur door gingen, en waarschijnlijk zouden we er ook maar een klein deel van onthouden.
Maar goed…
We begonnen met een profetie aan Jeremia, in een ongelofelijk spannende tijd, waarin de vijand voor de poort staat, en de bevolking van Jeruzalem zegt: het is met ons gedaan. We zijn gedecimeerd door de honger en de pest, en aanstonds maakt het zwaard van de vijand er helemaal een eind aan.
Niets kan ons nog helpen.
Een uitermate negatieve houding, die door de omstandigheden dan wel gerechtvaardigd lijkt, maar die natuurlijk niet helpt om verder te komen, om iets te dóén.
Ze zitten zo verstopt met angst, dat zelfs de gedachte aan een goed gebed niet meer bij ze opkomt, en voorzover die wel opkomt, hebben ze toch geen enkel vertrouwen in de verhoring.
En dan wordt het bepaald lastig voor God om nog iets voor Zijn volk te doen.
De gedachte komt op, of dit Zijn volk nog wel mag heten!
De relatie komt wel erg van één kant!
En toch, toch spreekt de Heer ze aan.
Toch spreekt Hij over een toekomst, waarin wat er over is van dit volk, nadat Hij ze in Zijn terechte woede en razernij alle kanten uit heeft laten waaien over de wereld, - God is geen mak lammetje! – een toekomst waarin Hij ze weer bij elkaar zal halen, ja, in de armen zal nemen en dragen… naar de plaats waar ze thuis horen.
Ze zullen Mijn volk zijn, en ik zal hun God zijn.
Met in één adem daarop volgend: Ik zal ze één van hart maken, en zorgen dat ze één levensweg gaan.
Tja, dan denk je, ook al zijn de andere voorwaarden misschien wel vervuld, dat God over een nog verdere toekomst spreekt. Want ook nu weten we, dat er in de huidige staat Israël, weinig eenheid van hart is, en nog minder eenheid in de manier van leven.
Maar misschien spreekt de Heer wel niet zozeer over het fysieke Godsvolk, als wel over het volk dat wereldwijd zich een plaats heeft veroverd in Zijn hart. Dat volk dat uit alle windstreken komt, en dat respect en liefde heeft voor de Aanwezige
Het volk, waarvan Israël maar een voorafje is, het volk van heel de wereld, dat in het verbond met Noach al is aangeduid, en dat mee zou delen in het verbond van God met Abraham
Het volk van het Nieuwe Verbond…
Dat volk is niet beperkt tot één land, één stad, één plek. Dat volk is wereldwijd, en omvat letterlijk iedereen, die door Christus is vrijgekocht.
Iedereen, die Christus erkent als de koning over zijn of haar leven, als voornaamste authoriteit, al díe mensen zijn in wezen één van hart, en één in hun manier van leven. Want voor hen is Jezus dé weg, de levensweg. Dat gaat dwars door landen, taalgebieden en zelfs kerken en godsdiensten heen.
Het feit dat dit zeker zal gebeuren, kunnen we afzien aan het historische feit, dat de belofte op het platte vlak, als ik het zo mag uitdrukken, de belofte aan Israël als volk, intussen al méér dan eens is verwerkelijkt.
Dan komt dat met het eeuwige verbond, waar de Heilige het over heeft, ook wel in orde…

Ik citeerde net: door Christus vrij - gekocht.
Het nieuwe lied, het lied van de toekomst, zingt over het Lam: U hebt met Uw bloed God de losprijs betaald voor mensen uit elke stam en taal en volk en natie. Daar wil ik even bij stilstaan.

Als we Jezus mogen kenschetsen als Gods vleesgeworden Liefde, dan heeft Gods Liefde aan God de prijs betaald, waardoor wij, ook wij, vrijgekocht zijn.
Het wonderlijke is dat wij dus als het ware de gevangenen waren van Godzelf. Niet van de zonde, zoals we altijd dachten. God is dus machtiger dan welke zonde ook. Prettig idee.
En gevangenen, die sluit je op. Die onttrek je aan de samenleving, die mogen niet meer meedoen, omdat ze hebben getoond, dat ze niet in staat zijn zich op een fatsoenlijke manier in een samenleving te handhaven.
Het feit dat je deze mensen buitenspel zet, maakt een ordelijke samenleving mogelijk, en het is in de loop van de eeuwen gebleken dat het een effectieve manier kan zijn om met dergelijke problemen om te gaan.
Het feit, dat wij tegenwoordig eerder geneigd zijn te denken dat opvoeding de plaats van gevangenschap zou moeten innemen, omdat je ‘gewenst gedrag’ eerder door opvoeding krijgt, waarbij mensen inzicht verwerven over het begrip samenleving / maatschappij, en hun eigen mogelijke plaats daar in, dat feit kon wel eens samenhangen met de doorwerking van Gods bezig zijn met mensen, met de uitwerking van die Liefde.

Liefde, die bereid is ons vrij te kopen, weer een plaats te geven in de samenleving met God en met andere mensen, en die daarvoor alles over heeft.
Dat kan natuurlijk niet zonder gevolg blijven, al moet dat gevolg wellicht iedere generatie weer  opnieuw bevochten worden.
Het Lam dat daar staat, met doorboorde keel, want zo wordt het offerdier ter dood gebracht, heeft Zijn levensbloed geofferd, heeft daarmee betaald opdat ook wij weer mee mogen doen, maar dat gaat nog veel verder dan dat: Hij sticht voor God een koninkrijk, waarin juist deze mensen, deze vrij-gekochten, U en ik, priesters zijn, en koningen.
De uiterste manier van dienen, in Gods rijk.
Je helemaal wegcijferen ten behoeve van de ander.
Kijk, dat is genade!
En Wie dat voor elkaar krijgt, is het zeker waard om alle kracht en macht en overvloed aan wijsheid, alle lofprijzing en roem toegeschreven te krijgen.
In Gods rijk heers je om te dienen, dien je om te heersen in liefde.
In Jezus’ dood op Golgotha en in Zijn onvoorstelbare Opstanding heeft Jezus ons een voorbeeld gegeven, om te volgen.
Maar Hij heeft ook beloften gedaan en… vervuld.
In datzelfde bloed, dat vergoten is, heeft Hij het nieuwe, eeuwige Verbond met heel de mensheid ondertekend. Heeft Hij de prijs al betaald voor het geval het weer mis zou gaan.
We hoeven daar niet aan te twijfelen, zoals de leerlingen wel deden, toen ze Jezus zagen opdoemen en dachten dat Hij een spook was, en dat Zijn komst dus zeker níét met vrede zou zijn…
Zijn leerlingen heeft Hij gerustgesteld: Hij was het Zelf, nog met de littekens van de kruisiging zichtbaar aanwezig, tastbaar zelfs.
Hij is Iemand van vlees en bloed, met huid en haar en botten en al.
Hij eet, niet omdat Hij honger heeft, maar om te laten zien dat Hij werkelijk met lichaam en al is terug gekomen. Dat dit ver schijnsel niet alleen maar een geestelijk iets is, maar een werkelijk nieuwe schepping, de mens, zoals die bedoeld was.
Dat nieuwe rijk van God ís dus al aangebroken.
En zoals de apostelen dat waren, zo zijn ook wij er getuigen van.

Dat betekent niet alleen dat wij het mee maken, maar ook dat wij er over vertellen mogen en moeten. Dat wordt van ons verwacht. Dat zijn de beide betekenissen van het woord getuigen.
Niet alleen in het Nederlands, maar ook in het Grieks, waarin het verhaal ons is overgeleverd.
Kijk, dat maakt het spannend.
En inspannend!
Hoe belangrijk is het voor ons?
Hoe werkelijk is dat nieuwe Godsrijk voor ons, waar ook wij deel van uit mogen maken?
Zijn we als de mensen in de dagen van Jeremia, die met hun handen op de rug staan te kijken naar de ellende om hen heen, die ze als onontkoombaar beschouwen, of hebben we iets geleerd, en zijn ook wij leerlingen van het Lam, staan we met hart en ziel en handen open voor de goede gaven van God?
De keus is aan U.
God neemt ons serieus, en wil ons niets opdringen, maar ik hoop en bid met Hem dat we één van hart zijn, en van Gods rijk priesters en koningen willen zijn.
Dat ook wij serieus bezig gaan met de ommekeer, met het vergeven van zonden, met het loslaten van verwachtingen, van mensen en van situaties, waar wij wellicht tevergeefs op wachten…
Levend van uit de Liefde Gods en in de Geest van Jezus, waar wij op wachten. Amen.

Muziek


Lieve God, u geeft Uzelf aan ons.
Wij bieden U ons eigen leven aan.

Neem
het, zoals u ons geld aanneemt.
Dat het dienstig mag zijn voor U.
in de Geest van Jezus - die ons voorging.

Amen
.

Collecte

Na het gebed over de gaven zingen wij gezang 215.

Gebed over de gaven:
Lieve God, u geeft Uzelf aan ons.
Wij bieden U ons eigen leven aan.
Neem het, zoals u ons geld aanneemt.
Dat het dienstig mag zijn voor U.
in de Geest van Jezus - die ons voorging.   Amen.

Gezang 215


Prijst nu Christus in ons lied, halleluja,
die in heerlijkheid gebiedt, halleluja,
die aanvaardde kruis en graf, halleluja,
dat Hij zondaars 't leven gaf, halleluja!

Maar zijn lijden en zijn strijd, halleluja,
heeft verzoening ons bereid, halleluja!
Nu is Hij der heemlen Heer, halleluja!
Englen juublen Hem ter eer, halleluja!


Voorbeden
Laten we danken en bidden:
Lieve God, wij danken U voor Uw Goedheid en Liefde, voor het feit dat ons lot U zo ter harte gaat, dat U er alles voor over hebt gehad, en nog hebt.
Heer, wij weten pijnlijk, dat wij tegenover zoveel genegenheid maar weinig te bieden hebben.
Onze liefde voor U is vaak zo oppervlakkig, zo weinig warm, zo voelen wij het tenminste, en we vragen ons soms af, of U daar nu wel genoegen mee kunt nemen…
Wij smeken U dan ook om Uw Geest van warmte en liefde, van wijsheid en inzicht, van trouw en geloof, opdat wij werkelijk mensen kunnen zijn en waar U eer mee kunt inleggen…
Heer
God, wij danken U voor een koningshuis, waar Uw Naam wordt geheiligd, waar naar Uw Koninkrijk wordt gestreefd. Wij bidden U voor hen allen, en in het bijzonder voor het jonge paar.
Ook voor allen die macht hebben en gezag uitoefenen bidden we U....

Lieve God, wij danken U voor leven en welzijn, en zijn ons bewust van het feit dat dit allemaal niet vanzelf spreekt.
We horen van rampen en ongelukken, van ziekten en ellende, van oorlogen en misbruik...
Wij brengen ze voor U, al die slachtoffers, en wij bidden U: neem niet alleen onze lof aan als geurige wierook, maar ook onze smeekbeden voor hen allen, die gedood, gewond, gekwetst, vernederd zijn door fouten van mensen. Soms ook door onze fouten.
Geef ons dat wij mogen helpen waar dat op onze weg komt. Dat wij de mogelijkheden zien, en wil in ons de onbaatzuchtigheid, liefde en trouw wekken, waarmee wij Uw goede Naam in deze wereld bevestigen
Voor de landen in het Midden-Oosten bidden wij U in het bijzonder. Voor alle mensen daar bidden wij om wijsheid en mildheid en liefde.
Wij bidden U voor zieken en gezonden in deze beide gemeenten,
wij danken voor Ina Lakké, die de operatie goed heeft doorstaan en bidden voor haar herstel. Eveneens voor .....
En ook voor de kerken bidden we, allen uiteindelijk samen op weg naar U toe, opdat wij allen één van hart en één van levensweg mogen zijn, in de Naam van Jezus, die ons leerde bidden en smeken:



Onze Vader, die in de hemel zijt,
Uw Naam worde geheiligd
Uw Rijk kome
Uw wil geschiede, op aarde zoals in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood
En vergeef ons onze schulden,
Zoals wij aan anderen hun schuld vergeven
En leid ons niet in verzoeking
Maar verlos ons van het kwade


Ons slotlied  is gezang 44: 1 en 2 Na de zegen direct het derde vers


Die eeuwig rijke God    moge ons reeds in dit leven
een vrij en vrolijk hart  en milde vrede geven.
Die uit genade ons     behoudt te allen tijd,
is hier en overal         een helper die bevrijdt.

Op deze onschatbare aarde zijn wij mensen die hopen op de zegen van Jezus. We mogen er op vertrouwen die te ontvangen.
Zegen:
De Opgestane moge Koning zijn in onze harten.
Gods welbehagen in mensen moge ook aan ons zijn af te lezen.
Het licht van van de Paasmorgen moge ons leven.
Daartoe zegenen ons de vader, de Zoon en de Heilige Geest! Amen.


Gezang 44: 3



Na de dienst was er koffiedrinken, gedeeltelijk in de heerlijke tuin van de kerk.

 naar boven