Voor eerdere diensten klik hier:

Zondag Laetare 11-3-2018 in de Lutherse kerk te  
Organist: Stijn van der Woude

Orgelspel

Afkondigingen en aansteken van de kaarsen.

Wij zijn hier aanwezig in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.    
Amen

Onze Hulp is in de Naam van de Heer    
die hemel en aarde gemaakt heeft.

Confiteor:
Heer, wij hebben als schapen gedwaald,
en wij zijn ieder onze eigen weg gegaan..

Wij konden of wilden de weg die de waarheid is,
en het leven, niet volgen.....

Toch smeken wij U: leid ons weer op het rechte pad;
vergeef ons en blijf ons bij, om Jezus Christus, onze Heer. Amen

De Almachtige God schenke ons Zijn genade
Amen

God hield zoveel van deze wereld, dat Hij Zijn enige Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt, en eeuwig leven hebben mag.

Lange Introïtus Antifoon:
voorzang:

Allen:

Hoe zijn de stammen opgegaan! Hier gingen ons de voeten voor
der pelgrims, die de HEER verkoor, hier, waar uw heilge muren staan!
Jeruzalem, dat ik bemin, wij treden uwe poorten in
naar 's HEREN woord, om Zijns naams ere! Zo is het Israël gezegd:
hier zijn de zetels van het recht, de troon, waar David zal regeren!

Nogmaals samen de Antifoon: 



Laten we de Heer aanroepen om ontferming met de nood van deze wereld, - die is groot! -
maar laten wij dan ook Zijn Naam prijzen,
omdat er aan Zijn barmhartigheid geen einde komt!



(Om zondag Laetare is het gloria te verantwoorden!) 

Zondagsgebed
Heer, onze vreugde in eeuwigheid!
U willen wij loven, ook als ons pad naar Golgotha leidt
en wij moeten lijden met Hem, die onze Heer en Heiland is in eeuwigheid.
Houd ons leven in Uw Hand gevat,
door Jezus Christus, onze Heer.
Amen.

Lezing uit het Oude Testament : Zacharia 8: 19 – 23
Een jaar of achttien is het na de terugkeer van het volk uit de Babylonische ballingschap.
Men is nog bezig met het herbouwen van Jeruzalem, en de tempel, maar het schiet niet echt op. De Aanwezige echter, de God van het volk, steekt ze door Zacharia, met verschillende orakels een hart onder de riem, zoals we hier horen:

19 ‘Dit zegt de HEER van de Hemelse Machten:
(de Heer Tsebaoth!)
De vastendagen in de vierde en de vijfde maand en de vastendagen in de zevende en de tiende maand zullen voor Juda veranderen in blijde feestdagen vol vreugde en vrolijkheid. Maar let wel: houd de vrede en waarheid in ere!

20 Dit zegt de HEER van de Hemelse Machten:
(een volgende profetie is dit!)
Er zullen opnieuw mensen komen uit allerlei landen en steden.
21 De inwoners van de ene stad zullen naar de volgende stad gaan en zeggen: ‘Ga met ons mee. Wij zijn op weg om eer te bewijzen aan de HEER van de Hemelse Machten en Zijn gunst af te smeken.’
22 Grote en machtige volken zullen naar Jeruzalem komen om daar de HEER van de Hemelse Machten te vereren en Zijn gunst af te smeken.
23 En dit zegt de HEER van de Hemelse Machten: Als die tijd is gekomen, zullen
tien mannen uit volken met verschillende talen een Joodse man bij de slip van zijn mantel grijpen met de woorden: ‘Wij willen ons bij u aansluiten, want we hebben gehoord dat God bij u is.’’

Laten wij God loven met alle volkeren ter wereld, omdat wij weten dat Hij mét ons is.

Lied 117d     2 keer!

Epistel : Efese 2: 1 – 10

Paulus spreekt over Jezus als over het Hoofd van de gelovigen: de gemeente, de kerk, die vroeger in zonde leefde, maar zich daar nu dood voor houdt. Daar niet meer op in gaat. Het gaat om een nieuwe manier van leven. We lezen:

2:1 U was (al) dood door de misstappen en zonden
2 waarmee u de weg ging van de god van deze wereld, de heerser over de machten in de lucht, de geest die nu werkzaam is in hen die God ongehoorzaam zijn.
3 Net als zij lieten ook wij allen ons eens beheersen door onze wereldse begeerten, wij volgden alle zelfzuchtige verlangens en gedachten die in ons opkwamen en we stonden van nature bloot aan Gods toorn, net als ieder ander.

4 Maar omdat God zo barmhartig is, omdat de liefde die Hij voor ons heeft opgevat zo groot is,
5 heeft Hij ons, die dood waren door onze zonden, samen met Christus levend gemaakt. Ook u bent nu door Zijn genade gered.
6 Hij heeft ons samen met Hem uit de dood opgewekt en heeft ons een plaats gegeven in de hemelsferen, in Christus Jezus.

7 Zo zal Hij, in de eeuwen die komen, laten zien hoe overweldigend rijk Zijn genade is, hoe goed Hij voor ons is door Christus Jezus.

8 Door Zijn genade bent u nu immers gered, dankzij uw geloof. Maar dat dankt u niet aan uzelf; het is een geschenk van God
9 en geen gevolg van uw daden, dus niemand kan zich daarop laten voorstaan.

10 Want Hij heeft ons gemaakt tot wat wij nu zijn: in Christus Jezus geschapen om de weg te gaan van de goede daden die God (al) heeft voorbereid.

We zingen: lied 646: 1 en 2 


Zo valt een lange weg ons licht, de Schrift opent een vergezicht
en brengt verdwaalden dicht bij huis, verloren zonen (dochters) komen thuis.

Het Heilig Evangelie vinden wij bij: Johannes 3: 14 – 21

De lezing neemt ons mee naar de tijd na het eerste Paasfeest dat Jezus met Zijn leerlingen heeft gevierd. Veel wonderen heeft Hij al gedaan, veel mensen zijn in Hem gaan geloven, maar Hij heeft Zijn doel nog lang niet bereikt. Hij spreekt al over Zijn einde… maar zó dat de mensen er niet veel van begrijpen. Luister:


14 De Mensenzoon moet hoog verheven worden, zoals Mozes in de woestijn de slang omhoog geheven heeft,
15 opdat iedereen die gelooft, in Hem eeuwig leven heeft.
16 Want God had de wereld zo lief dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.
17 God heeft Zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te vellen, maar om de wereld door Hem te redden.
18 Over wie in Hem gelooft wordt geen oordeel uitgesproken, maar wie niet in Hem gelooft
is al veroordeeld, omdat die niet wilde geloven in de Naam van Gods enige Zoon.

19 Dit is het oordeel: het licht kwam in de wereld en de mensen hielden meer van de duisternis dan van het licht, want hun daden waren slecht.
20 Wie kwaad doet, haat het licht; die schuwt het licht omdat anders zijn of haar daden bekend worden.
21 Maar wie oprecht handelt zoekt het licht op, zodat zichtbaar wordt dat God werkzaam is in alles wat die persoon doet.’
Zalig die het Woord van God horen en er gehoor aan geven!



Credo
In antwoord op Gods woord willen wij ons geloof belijden door samen te zeggen:

Wij geloven in God, de Almachtige,
               Schepper van hemel en aarde.

Vader van mensen,
       Moeder van kinderen, Die ons welzijn zoekt.

Broeder en leraar, in Jezus mens geworden
       om ons leven te delen en te redden,
om voor ons te sterven op het kruis en op te staan,
om een eind te maken aan alle zinloosheid
       van het bestaan.

Geest en inspirator, bijstand en kracht,
       voor allen die in God geloven willen.

Daarom durv­­en wij geloven in Liefde en Trouw,
in warmte en vergeving, in doop en opstanding,
in heden en toekomst.
Voor onszelf, en voor elkaar.
Amen.


Preek

Genade zij u en vrede van God onze Vader en van Jezus Christus, onze Heer, door de Heilige Geest.

Lieve gemeente, vrienden en vriendinnen om Gods wil!

Een roze zondag Laetare midden in een paarse tijd. Je moet er maar opkomen! Een stukje genade, om te zorgen dat al dat vasten en die terughoudendheid je niet te zwaar gaan vallen… Zoals ook de zondagen niet mee hoeven te doen met het vasten… Je zou zomaar kunnen denken, dat dit alles te maken heeft met de lezing uit Zacharia 8.

Al die vastendagen, die daar worden genoemd, die hebben te maken met de Bijbelse Geschiedenis, en in het bijzonder met de belegering en val van Jeruzalem, die de Babylonische ballingschap inluidt, en voor sommigen een vlucht naar Egypte. Dat staat in uw tekst hieronder.
[* Het vasten op de vierde maand (en wel op de 9e dag van die maand) slaat op het feit dat er een bres werd geslagen in de muur van Jeruzalem (2Kn25:3; Jr.39:2,3; 52:6,7);
* dat op de vijfde maand (en wel op de tiende dag) ziet op het innemen en verbranden van stad en tempel in 586.v. Chr. (Jr. 52:12; 2Kn25:8 (daar wordt de 7e dag van de vijfde maand genoemd);
* bij de zevende maand (en wel op de derde dag van die maand) moeten we denken aan de moord op Gedalja (2Kn.25:25; Jr 41:1 etc.) waardoor de achtergeblevenen dachten in grote moeite te komen en dat de tocht naar Egypte inluidde;
* tenslotte ziet het vasten in de tiende maand (en wel op de tiende dag) op het moment dat de belegering van Jeruzalem was begonnen (2Kn25:1; Jr39:1; 52:4)]

Dat zijn treurdagen voor het volk in ballingschap geweest, maar God wil dat Zijn volk nu vooruit kijkt, niet dat het omkijkt.
En àls deze dagen in de toekomst, misschien een nabije toekomst, dat weet je nooit met Gods beloften, àls déze dagen feestdagen worden, dan moet dat betekenen dat Jeruzalem, dat na net zo’n slachting als in Oost-Goutha, een letterlijke puinhoop is, weer veilig en levendig zal zijn, een centrum van geloof en welzijn, het centrum van de wereld.
Oost-Gouta en Aleppo, en al die andere steden waar we de laatste maanden beelden van hebben gezien op de televisie, beelden die we maar al te snel weer hebben vergeten, omdat het te veel is, omdat het te vér weg is, die zeggen ons misschien minder dan het verwoeste centrum van Rotterdam, of het platgebrande
Dresden, maar we kunnen ons vast wel voorstellen hoe het is om daar te staan, en niet te weten wáár je moet beginnen! Je gaat eerst maar wat ruimte maken, denk ik, een beetje ordenen, maar het is zó veel, je wordt er moedeloos van. Vooral als de omgeving vijandig is, en je er met een kleine groep iets aan moet doen.

Zo verging het de mensen in Jerusalem na de ballingschap.
Van tijd tot tijd kunnen we allemaal wel in een dergelijke situatie verzeild raken. Ik zit zelf in de afwikkeling van Tons overlijden, in een huis waar dingen al maanden niet meer op hun plaats staan, en ik moet bekennen dat ik van pure ellende af en toe maar gewoon TV ga zitten kijken, of een spelletje doen, omdat ik er geen gat in zie
. (Gelukkig komt er vanmiddag een dochter om mij aan te sturen, en om te helpen.)
Anderen hebben zoiets misschien als je net ziek geweest bent, en je hebt het gevoel dat je nog niet opgewassen bent tegen de dingen die het leven, of jijzelf, van je verwacht.

Iedereen kan het overkomen, op haar of zijn eigen plaats, en gelukkig vaak op een kleine schaal, geen licht en uitzicht meer te zien.

En dan is daar God, die zegt: “Over een tijdje, dan komt het weer goed. Ik Ben er ook nog! Dat had je misschien vergeten, maar Ik leef met je mee, Ik werk met je mee.
Kom op, laten we samen vooruit kijken!”

Zo geeft Hij ons weer nieuwe moed, een nieuw perspectief. En al zou je maar een kwartier per dag aan de slag gaan, dan kóm je er doorheen. Dan heb je een zondag Laetare in een donkere tijd op weg naar Golgotha.
Laetare: verheug u met Jeruzalem, bedroefde, juich over haar. We zongen het niet voor niets aan het begin van de dienst.

En nà Golgotha is het in Jeruzalem dat wordt verkondigd dat de Heer is opgestaan. Stromen straks, in de Paastijd, niet mensen uit allerlei volkeren en met allerlei eigen talen niet samen, in en rond Jeruzalem om daar God om genade te vragen en te loven in goed Hebreeuws? Halleluja, הַלְלוּיָהּ
Prijst de Heer! Wij zien in onze eigen tijd deze belofte uitkomen.

En ook in Jezus’ tijd kwam men van heinde en ver om de feesten te vieren. Om te bidden en te aanbidden.
Denk maar aan het verhaal van het Pinksterfeest!
En waar Jezus is, waar straks de Opgestane is, daar ís Godzelf bij hen en bij ons... En van Hem kunnen we leren.

Van Hem kunnen we leren dat zelfs via Golgotha, waar de Zoon van God in de hoogte wordt gestoken opdat wij Hem zien en genezen, dat God zelfs dan nog van ons kan blijven houden. Onvoorstelbaar.

Op Golgotha zien we de mens in zijn diepste ellende.
De Mens met een hoofdletter, maar ook de mensheid, met een heel kleine letter. Daar zien we waar we toe in staat zijn, als we worden opgejut, (kruist Hem!) of als we bang zijn voor ons eigen hachje, als we onzeker zijn, of als iemand ons
eigen gelijk bedreigt. Petrus zei nog: ‘Al zal het mijn dood zijn, maar ík kom voor U op…! en aan het einde van diezelfde nacht kraaide de haan…

Maar toch zegt Jezus: “Wie gelooft dat God de wereld zo lief heeft dat Hij Zijn eigen Zoon er voor over heeft, Zijn eigen Toekomst op het spel zet, ontloopt het oordeel.”  
Het oordeel dat wij, door lafheid of luiheid, door zwakheid of gemeenheid, over ons zelf afroepen.

Maar toch: verheug je! Wees blij dat God zóveel groter en liefdevoller is dan wij, verheug je, omdat God in ons gelooft, en omdat Zijn geloof ons redt!

Laetare! Wees blij! Niet alleen om Jeruzalem, maar ook om onszelf en onze kinderen.
Zelfs als hier alles afgelopen lijkt, en we somber bespreken wie de deur dicht trekt, zegt God: “Hé, Ik ben er ook nog! Wie gaat het avontuur met Mij aan?”

God zal ons, zoals in de Efesebrief staat, door de enorme liefde waarmee Hij ons liefheeft, met Christus opwekken tot leven.
Sterker: door genade zijn wij al gered!
Hij heeft ons al een plaats gegeven in de hemelsferen, in Christus Jezus. Niet straks, maar nu!
In de genade zijn we gered door het geloof.

Een geloof dat niet uit onszelf komt, maar dat een geschenk van God is. Het is God die in ons gelooft.

En zo zijn het niet de goede werken die ons redden, dat had broeder Maarten ook hier kunnen lezen, maar het is pure genade van God.

In Christus zijn wij al een nieuwe schepping, en van ons, als mensen in die nieuwe schepping, spreekt het voor God vanzelf dat wij goede dingen doen. Dingen die spreken van liefde. Dingen die spreken van onze liefde voor God, van onze liefde voor mensen, maar vooral van Gods Liefde voor ons allemaal. Niemand uitgezonderd.

Lieve, geliefde, mensen, wees blij. God geeft ons een nieuw perspectief. Een nieuw leven.
In Gods goede Geest mogen wij aan de slag.

Amen. Dat is waar!


Muziek 

een stukje uit een concert in D-majeur van J.S. Bach. 


Gods liefde is groot en strekt zich uit tot alle mensen;
wij kunnen daarin delen: dag aan dag met vriendelijkheid en aandacht, geld en geduld
Nu kunnen we er gestalte aan geven, als een goed begin,  in de collecte
(De eerste collecte is voor de kerkelijke middelen, de tweede collecte is bestemd voor het binnenlands diaconaat: ‘Kerken Almere runnen een sociale supermarkt’. Delen en helen dus!)

Gebed over de gaven

Wij mochten geld bijeenbrengen voor anderen, opdat het wereldwijd een zegen mag zijn voor mensen, en zodat het is tot eer van Gods Naam.

Laat het dan ook, Heer, een offer mogen zijn, dat onze dankbaarheid en liefde voor U en mensen uitdrukt, omwille van Jezus Christus, onze Heer, en geef dat het zo tot zegen is. † Amen.

Laten wij zingen: lied 995.

O Vader, trek het leed U aan
van allen die met ons bestaan.
Gij hebt gezegd: geef gij hun brood,
doe ons hun broeders zijn in nood,
opdat zij weten, wie Gij zijt:
de God van hun gerechtigheid.

Voorbeden
Laten we danken en bidden: Goede God, God van licht en genade, trouwe en barmhartige God.
Wij danken U dat we U zo hebben mogen leren kennen. Help ons dan om in alles steeds weer te zoeken naar het licht dat U voor ons aansteekt. Het licht dat U door Jezus in onze wereld, in ons leven bracht.
Help ons om het kwaad te mijden, alles wat ons van U en het Uwe verwijdert
Kom met Uw Geest, en leid ons op de weg naar U, naar Uw koninkrijk, dat we nu al vinden in elkaar.
Wij bidden U voor deze wereld, die vol is van geweld en oorlog, van rampen in de natuur en op de weg.
Ontferm U over al die kwetsbare mensen, dichtbij en ver weg. Vluchtelingen, ontheemden, kinderen
Wil hun levens helen en genezen, en laat ook voor hen een nieuwe toekomst open gaan…
Laat ons zien hoe wij hen kunnen helpen, door gebed of practische hulp, door aandacht en geld.
Wij bidden ook voor het
project in Amersfoort, waarvoor we mochten collecteren

Genadige God, wij danken U voor de vele goede dingen die we ook telkens weer mogen ervaren.
Wij zijn zo rijk aan mogelijkheden en ervaringen.

Wij bidden voor hen die nu gaan deelnemen aan de Paralympics, voor al die geweldig dappere mensen die een groot voorbeeld voor ons allemaal mogen zijn, en die bij elke uitdaging en tegenslag zeggen: Ja, ik kan het en ik wil het, en ik ga het doen! Wil hen allemaal zegenen, zodat er niet door domme pech of menselijke fouten nare dingen gebeuren, maar dat zij een voorbeeld mogen zijn van de nieuwe wegen die U met mensen gaat in donkere tijden.

Op deze ‘roze’ zondag Laetare bidden wij U voor hen die zich Gay noemen, vrolijk, voor heel de LBTGH gemeenschap, want wij weten dat in heel veel landen hun bestaan wordt bedreigd. Wij weten dat velen hen het liefst zouden uitroeien. U gaf hen Uw liefde. Ook deze liefde. Ontferm U!

Voor ons als Gemeente als geheel bidden wij U om wijsheid en een luisterend oor, een open hart. Help ons open staan voor de Toekomst die U voor ons al ziet, maar die voor ons nog zo vaag is. Kom met Uw Heilige Geest in het bijzonder mee met alle overleggingen en beslissingen.
Dat het Uw wil mag zijn, en niet de onze, dan zal het de goede weg zijn die wij zullen gaan.

Goede God, die dicht bij mensen wil zijn, wij danken U voor Uw nabijheid in ons midden, en in onze gemeenschap. Wij denken nu in het bijzonder aan de mensen die hier niet zijn, omdat ze niet konden door drukte of door ouderdom, handicap of ziekte
U kent hen stuk voor stuk. In het bijzonder denken wij aan Teun en Leny, maar ook aan al die mensen in onze eigen kleine kring die met het kwaad van de chemo vechten tegen het kwaad van hun ziekte. Voor alle artsen bidden wij om Uw wijsheid; en dat zieken en artsen hun steun bij de eeuwige God blijven zoeken.

Ach God, er zijn er zoveel, voor wie wij Uw hulp vragen… Vluchtelingen, belegerden, kwetsbare kinderen, deelnemers aan het verkeer, vervolgde Christenen, wereldleiders… U weet wat zij en wij nodig hebben.

In Uw handen leggen wij hun levens en het onze, en met Jezus, die het ons leerde, zeggen wij tegen U:

A: Onze Vader, die in de hemel zijt,
Uw Naam worde geheiligd
Uw Rijk kome
Uw Wil geschiede, zoals in de hemel zo ook op aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden,
zoals wij vergeven onze schuldenaren
en leid ons niet in verzoeking
maar verlos ons van het kwade!
 

Slotlied: lied 913:1 en 2
(Na de zegen, zingen we, in plaats van het ‘Amen’: vers 4 )


Heer, ik wil Uw liefde loven,
al begrijpt mijn ziel U niet.
Zalig is die durft geloven,
ook wanneer het oog niet ziet.
Schijnen mij Uw wegen duister,
zie, ik vraag U niet: waarom?
Eenmaal zie ik al Uw luister,
als ik in Uw hemel kom!


Zegen:
Gods zegen draagt ons door dood en doop heen naar het leven in eeuwigheid.
Gods Geest geeft ons de woorden van eeuwig leven in de mond, en de moed in ons hart om die te spreken.
Gods geliefde Zoon gaat aan onze zij, wanneer we hier vandaan gaan.

Zo zijn we dan gezegende mensen,
† in de Naam van de Vader en de Zoon
en de Heilige Geest.
Amen




Amenlied: 913:4

Waar de weg mij brengen moge,
aan des Vaders trouwe hand,
loop ik met gesloten ogen
naar het onbekende land.

En dan is er koffie...