Kerst 2003 in de Lutherse gemeente te Heusden
Het begon met het aansteken van de kaarsen en de kerstboom...

Thema:
Voor alle volkeren een boodschap van vreugde
Cantorij:    Barbro Hilwig    Edy ten Berge    Gerard Dubbeld    Hanny de Kruijf    Herma Haaksema    Joop van Dijk    Piet van Liempt    Rianne Dubbeld    Orgel: Hans van Rossum
Na de afkondigingen zingt het koor:
Komt verwondert u hier mensen (139: 1 en 2) 4 stemmig
gemeente vers 3



     Ziet, hoe dat men met Hem handelt, hoe men Hem in doeken bindt,
     die met zijne godheid wandelt    op de vleugels van de wind.
     Ziet, hoe ligt Hij hier in lijden     zonder teken van verstand,
     die de hemel moet verblijden,    die de kroon der wijsheid spant.
     Ziet, hoe tere is de Here,           die 't al draagt in zijne hand.

 Gem.    O Heer Jesu, God en mense,      die aanvaard hebt deze staat,
     geef mij wat ik door U wense,    geef mij door uw kindsheid raad.
     Sterk mij door uw tere handen,  maak mij door uw kleinheid groot,
     maak mij vrij door uwe banden, maak mij rijk door uwe nood,
     maak mij blijde door uw lijden,  maak mij levend door uw dood!

V: Uit het duister worden wij getild naar het Licht.
Ziet, er is een licht opgegaan, dat voor alle volkeren schijnen zal!
Christus is geboren!

Gezang 134:1 koor telkens eerste vier regels gemeente gloria.

Stem (Frederik): Overal ter wereld wordt dit lied gezongen!
Overal ter wereld zoeken mensen naar Gods welbehagen.
Waar zullen wij dat vinden?
Waar moeten wij zoeken?

V: Wij zijn hier aanwezig in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
En onze hulp is in de Naam van de Heer
die hemel en aarde gemaakt heeft.
Als wij Hem zoeken vinden wij onszelf en elkaar.


Stem (Wil): Hij is zo Licht, en hier is het vaak zo donker,
            zo duister…
            Dat past niet bij elkaar.
Andere stem: (Herma)   Dat durven wij niet aan.
Derde stem: (Joop)        Het is donker in onszelf…

V: Johannes, de apostel van de liefde, vertelt ons: ‘God hield zoveel van  deze wereld, dat Hij Zijn enige Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt, en eeuwig leven hebben mag.’


v: Er gaat het verhaal… dat dit Lam eens in een Leeuw verandert.
Dat het niet blijft bij een Kind in een kribbe, bij een Man op een kruis, bij een Opgestane,
bij Gods Zoon die ten Hemel is gevaren, en daar als Hogepriester voor ons pleit…
Nee, ze zeggen dat Hij terug komt.
Als een bliksemschicht.
Als een koning met grote macht.
Als het Antwoord op al onze gebeden.
Er gaat het verhaal dat Hij op een dag als vandaag,
op een dag dat we Hem verwachten,
(is dat niet elke dag van ons leven????)
komen zal op de wolken,
met alle engelen om Zich heen,
en dat Hij Gods droom waar zal maken.
De droom dat alle volkeren
- eens -
- ooit -
gehoor zullen geven aan Zijn roepstem.
Dat ze Hem allemaal respect zullen betonen,
zullen eren en erkennen
als Heer…
als Schepper…
als Vriend en Vader…
als Moeder en Geliefde…
Dan zal Hij Alles in allen zijn.
Dan is de Schepping voltooid.
Dan breekt de achtste dag aan.
Een nieuwe wereld.
Een nieuwe vrede.
Volkomen liefde.

Er gaat het verhaal
dat het vandaag nog kan gebeuren…
Dat we het straks misschien al zullen zien…
Als we geluk hebben.

Zeker is, dat Hij nu in ons midden is.
En onze lof hoort, van onze zangen geniet…
Onze liefde koestert in Zijn hart…
Daarom begint vandaag de eeuwigheid…
in elk geval dit uur,
dit moment,
waar God bij ons is.
Waar wij ons hart bij God hebben.
Laten we daarom, met het hemels koor en met het koor hier bij ons, Gods heiligheid eren. en laten we na het koor het nog eens zingen, met heel de gemeente!
(Koor 4 stemmig:)

Onze Lezing uit het Eerdere Verbond is uit  Jesaja 53: 1 – 3, 4 – 7, 11 – 12
Het is een lied van de lijdende knecht van God. Dat past hier, want zoals Zijn knecht is ook God sterk als Hij lijdt,en  overwinnaar als Hij in onze ogen verliest. Bij God gaat altijd alles anders. We lezen:

53 1 Wie heeft er geloofd in wat wij hebben gehoord?
Aan wie is de arm van de HEER getoond?
2 Als een jonge plant schoot hij recht omhoog, als een wortel die in dorre grond ontkiemt.
Zijn uiterlijk noch zijn schoonheid waren het bekijken waard; hij was geen verschijning die onze bewondering wekt.
3 Geminacht en gemeden werd hij door de mensen, man van smarten, met ziekte vertrouwd, een mens die zijn gezicht voor ons verbergt, door ons geminacht en als niet de moeite waard beschouwd. (Edy zingt:)
4 Hij heeft onze ziekten op zich genomen, en onze smarten heeft hij gedragen; wij echter beschouwden hem als een geslagene, door God gekastijd en vernederd.
5 Hij werd doorstoken vanwege onze opstandigheid, vanwege onze zonden werd hij gebroken. Hij werd gestraft; ons bracht het vrede, en dankzij zijn striemen is er genezing voor ons.
6 Wij allen zijn als schapen verloren gelopen, en ieder van ons is eigen wegen gegaan; maar de HEER heeft de schuld van ons allen op hem laten neerkomen.
7 Hij werd gefolterd, maar hij onderwierp zich; hij heeft zijn mond niet geopend, zoals een lam dat naar de slacht wordt geleid. En zoals een schaap dat stom is voor zijn scheerders, heeft hij zijn mond niet geopend.

11 Vanwege het doorstane lijden zal hij het licht mogen zien en met kennis verzadigd worden. Mijn dienst-knecht zal zich een rechtvaardige tonen voor velen, hun zonden laadt hij op zich.
12 Daarom geef Ik hem zijn deel te midden van de velen, en samen met hun machthebbers verdeelt hij de buit, o
mdat hij zijn leven gaf om te sterven, en zich tot de opstandigen liet rekenen. Hij had echter de zonde van velen op zich genomen en kwam zo voor de opstandigen op. (in feite zong hij de hele cantate in drieen gedeeld!)

  De Epistellezing vinden we in : 1 Johannes 3: 16 – 20 De schrijver heeft het over de liefde, als bron van het bestaan als Christen, en als bron van het eeuwig leven. De liefde van God voor ons in Jezus, en de liefde van ons voor God en elkaar. Dat staat dwars op de gewone gang van zaken.
Zo lezen we:

16. De liefde hebben we hierin leren kennen, dat Hij (Jezus) voor ons Zijn leven heeft afgelegd... en wij moeten ons leven afleggen voor de broeders en zusters.
17. Maar wie werelds bezit heeft, en toeziet hoe zijn broeder gebrek lijdt, en haar betere gevoelens jegens hem afsluit... hoe moet Gods Liefde nu in hem of haar blijven?
18. Kinderen, laten we niet liefhebben met taal of  tong, maar met werk en waarheid.
19. (En) hierin zullen we weten dat we uit de waarheid zijn, ja, we zullen onder Zijn toezicht ons hart er toe aanzetten te bedenken
20. dat ook als ons hart ons aanklaagt, God groter is dan ons hart, en dat Hij alles weet.

Laten we dan Gods lof zingen, wij en alle volkeren waar ook ter wereld. Dus maar in een algemene taal: het Latijn. Maar in het Nederlands of Engels mag ook.
Let’s sing Gods praise in Latin or Dutch or English, whatever. As long as we sing from our hearts! 2x koor 1x gemeente

Psalmwoord voor Kerst:
Halleluja. Hij heeft gedacht aan Zijn genade en aan Zijn goedertierenheid jegens het huis van Israël. Alle einden der aarde hebben aanschouwd het heil van onze God. Halleluja.

Evangelie: Marcus 1: 1 – 4    De gemeente gaat staan.
Begin van het goede bericht over Jezus Christus, zoals er geschreven staat bij de profeet Jesaja: ‘Let op: Ik zend Mijn bode tot waar je hem ziet, hij, die uw weg in orde zal maken…
Het geluid van iemand die roept in de woestijn: Maakt de hoofdweg van de Heer klaar, effent Zijn wegen.’
En wat gebeurt er: Johannes, de man die in de woestijn doopt, was bezig de bekeringsdoop te prediken waardoor zonden vergeven worden.


2. Dieu par la voix fervente, de nombreux serviteurs,
à son peuple en attente, promettait un Sauveur.
Il vient, suprême honneur, chez une humble servante,
toute à son pur bonheur.


(Die roos van ons verlangen, dat uitverkoren zaad,
is door een maagd ontvangen uit Gods verborgen raad.
Maria was bereid, toen Gabriël haar groette
in 't midden van de tijd.)
3. This Flower, whose fragrance tender with sweetness fills the air,
dispels with glorious splendour the darkness everywhere.
True Man, yet very God, from sin and death He saves us
and lightens every load.

(Die bloem van Gods behagen heeft, naar Jesaja sprak,
de winterkou verdragen 
als allerdorste tak.
O roos als bloed zo rood,   God komt zijn volk bezoeken
in 't midden van de dood.)


Evangelielezing: Mattheüs 1: 18 – 25    
18 Met de geboorte van Jezus Christus ging het zo:
Zijn moeder Maria was nog verloofd met Jozef. Voordat hij met haar gemeenschap had bleek ze zwanger te zijn vanwege de Heilige Geest.
19 Maar Jozef, haar man, was een rechtvaardige, en hij wilde haar niet te kijk zetten, daarom wilde hij in het geheim van haar scheiden.
20 Terwijl hij nog over die dingen peinsde, kijk aan! een bode van God verscheen hem tijdens een droom, en zei: ‘Jozef, zoon van David, je moet niet schromen Maria tot je vrouw te nemen, want wat in haar is verwekt, komt van de Heilige Geest.
21 Zij zal een zoon baren en je zult hem de naam Jezus (God redt) geven, want hij zal Zijn volk redden van hun zonden.
22 Dit alles is gebeurd opdat vervuld kan worden wat de Heer via de profeet gesproken heeft, nl:
23 Zie, het meisje zal zwanger zijn en een zoon baren, en men zal hem de naam Immanuël geven.’
24 Toen Jozef uit zijn slaap ontwaakt was, deed hij wat de bode van de Heer hem had voorgeschreven, en hij nam haar tot zijn vrouw.
25 Maar hij kende haar niet intiem voordat ze een zoon gebaard had, en hij gaf hem de naam Jezus.

gemeente gezang 135: 1, 2, 3

2. Christ, by highest heaven adored,       Christ the everlasting Lord,
Late in time behold Him come        offspring of the Virgin’s womb;
Veiled in flesh the Godhead see;    hail the incarnate Deity!
Pleased as man with man to dwell, Jesus, our Emmanuel!

(Hij, die heerst op 's hemels troon,    Here Christus, Vaders Zoon,
wordt geboren uit een maagd op de tijd die God behaagt.
Zonne der gerechtigheid,       woord dat vlees geworden zijt,
tussen alle mensen in   in het menselijk gezin.
Hoor, de englen zingen de eer        van de nieuw geboren Heer!)

3. Lof aan U die eeuwig leeft en op aarde vrede geeft,
Gij die ons geworden zijt       taal en teken in de tijd,
al uw glorie legt Gij af  ons tot redding uit het graf,
dat wij ongerept en rein        nieuwgeboren zouden zijn.
Hoor, de englen zingen de eer  van de nieuw geboren Heer!
   Johannes 3:16: Zo     lief had God deze wereld,
dat Hij Zijn enige Zoon gegeven heeft, opdat ieder
           die in Hem gelooft aan het verderf                  ontkomt, en eeuwig leven                              hebben                                mag!


gezang 138: 1-3 eerste vier regels koor rest gemeente
4 allemaal samen 

De hemelse englen       riepen eens de herders
weg van de kudde naar 't schamel dak.
Spoeden ook wij ons met eerbiedge schreden!
Komt, laten wij aanbidden, komt, laten wij aanbidden,
komt, laten wij aanbidden die Koning.

Het licht van de Vader, licht van den beginne,
zien wij omsluierd, verhuld in 't vlees:
goddelijk Kind, gewonden in de doeken!
Komt, laten wij aanbidden, komt, laten wij aanbidden, komt, laten wij aanbidden die Koning.

O Kind, ons geboren,    liggend in de kribbe,
neem onze liefde in genade aan!
U, die ons liefhebt, U behoort ons harte!
Komt, laten wij aanbidden, komt, laten wij aanbidden,
komt, laten wij aanbidden die Koning.

Laten we ons geloof niet alleen uitzingen, maar ook zeggen, als antwoord op het woord van God.
Credo
Wij geloven in God, die heel de wereld lief heeft.
Wij geloven in Jezus, die uit liefde tot ons komt.
Wij geloven in de Geest, die een en al liefde is,
Wij geloven in de Kerk, die deze liefde belichaamt.
Daarom verwachten wij Hem-Die-Komt
met hart en ziel, met al ons verlangen.
Daarom belijden wij dat de dood is verslagen,
en dat de toekomst voor ons allen openligt,
in eeuwigheid……
Amen.


Genade zij u en vrede van God onze Vader en van Jezus Christus, onze Heer, door de Heilige Geest.

Lieve mensen,

Je staat hier, in de kerk, altijd weer voor verrassingen.
Denk je dat je naar de kerk gaat om lekker te zwijmelen bij kindeke klein, kindeke teer, (nou ja – dat kan straks, want er is er eentje!) – dan kom je van een koude kermis thuis.
Er is nauwelijks sprake van een kindeke teer.
Wel van een Lam dat een Leeuw blijkt.
Van een machtige Koning, en een lijdende dienaar.
Een roepende in de woestijn, en een aanstaande echtgenoot, die hoorntjes denkt te dragen. 
Het kan niet op.
Het is niet echt wat je verwacht bij kerst, wat je verwacht te horen op een feestdag!
En dan wordt de gemeente intussen wel aangemoedigd in de epistel om moed te houden, en te vertrouwen, omdat God groter is dan ons bange hart, en alles weet.

Nou, dat roept ons vertrouwen meestal helemaal niet op, omdat er zoveel is, waarvan we liever hebben dat niemand er iets van weet.
Dat gaat dan vaak niet om grote misdaden of zo, maar meer om kleine dingen, die we bijvoorbeeld niet kunnen laten, en die we gênant vinden van onszelf.
Waarin we kwetsbaar zijn, voor wat anderen zullen zeggen of denken.
Het kan iets geestelijks zijn, of iets lichamelijks, iets dat iedereen wel van je accepteert, alleen jijzelf niet, of juist iets, waarvan je het gevoel hebt, dat als mensen het zouden weten, ze je als een baksteen zouden laten vallen.
En als je niet wilt dat een ander het weet, moet je het niet doen. Zo werkt dat…
En dan God, die alles weet…

Vroeger had je hier in Brabant, en op veel plaatsen nog steeds wel, hoog in de kerk, precies in het midden, een groot oog. Het alziend oog van God.
En je hoefde maar een dubbeltje te gappen, of een ondeugende gedachte te hebben, en dan kreeg je al een kleur, en keek je schuw omhoog, naar dat oog.
Wie weet wat er gebeuren zou!
Je werd er bang van…

Wel, op die manier werkt het niet, bij God.
Dat Hij alles van ons weet is niet bedreigend, maar geeft juist rust. Tenminste Iemand tegen wie je niet hoeft te liegen.
Hij weet alles wat ons hart verbergt, vaak ook alles wat ons hart voor onszelf verbergt, waar wij niet mee om kunnen gaan, maar Hij weet het, niet alleen omdat Hij ons menselijk leven in Jezus heeft gedeeld, omdat Hij ons halverwege tegemoet gekomen is, en meer dan dat, maar ook omdat Hij ons lijden van binnenuit kent. Onze gêne, onze schaamte, onze angst.
We mogen vertrouwen dat God ons daar geen kwaad hart om toedraagt, maar dat Hij ons genezen wil…
Midden in al die negatieve dingen. Die dingen die we niet willen weten van onszelf, en die niet passen bij ons idee van een feest.

En het begon zo mooi.
         Engelen, herders, koningen, van heinde en verre.
Stralend!

En die knecht, waarover eeuwen eerder al geschreven en gesproken werd, die dienaar Gods, die is begonnen als een stralende spruit. Als een gelovige, die de kracht van God heeft gezien! Die heeft gezien, hoe God Zijn arm ophief, om Zijn volk te verdedigen, Zijn kinderen te bevrijden. Die zelfs geloofde, voordat hij gezien heeft.
Als een jonge plant schoot hij recht omhoog, als een wortel, die in dorre grond tóch ontkiemt. Wauw!
Dat belooft wat.
Maar dat slaat dan niet op de fysieke kant, want die is niet geweldig. Hij was het aanzien niet waard, staat er. Geen mooie jongen.
Hij werd geminacht. Hij kon het niet maken ons aan te kijken, dat wilden we niet. We spuugden op hem…
         Eigenaardig, dat er in al die eeuwen zo weinig veranderd is: toen was het uiterlijk kennelijk net zo belangrijk als nu!
Interessant ook, bedenk ik me, dat dit ingaat tegen het algemene denken van de Griekse cultuur, waaruit wij voortkomen, van het kaloj k\agaqoj, dat wil zeggen: wat mooi is moet ook goed zijn. Dat zit er diep in bij ons!
Maar God kijkt onder de oppervlakte, naar wat er werkelijk gaande is. Bij Hem is alles anders dan wat je verwacht…
God, die droomt van mensen, die van alle kanten naar Hem toe zullen komen om van Hem, van Haar te houden, zoals in het laatste hoofdstuk van Jesaja wordt beschreven…
God, van Wie Reve ooit dichtte: ik denk wel dat U eenzaam bent, en naar mij zoekt…
Die God ziet onder het stralende uiterlijk zieke levens, en onder onze handicaps, waarvan sommigen zeggen dat ze vast een straf van God zijn, ziet Hij stralende mensen met grote mogelijkheden. 

En zo is de mens waar God van droomt: de dienaar bij uitstek: iemand die het lijden van anderen op zich neemt. Het delen wil. Het dragen wil. Iemand die lief heeft.

Wie ís die lijdende knecht des Heren?
Dat is een vraag die de eeuwen door mensen heeft geïntrigeerd.
Is het het Joodse volk als geheel?
Of een specifieke vertegenwoordiger ervan?
Wij herkennen, na Golgotha, onze Heer Jezus er in.
Maar misschien mogen we er wel allereerst een beeld van Godzelf in zien. Maar dat ís Jezus natuurlijk ook. Het lied van de lijdende knecht bezingt God, die lijdt aan onze zonden, onze minachting, onze afkeer van Hem en Zijn liefde, maar die ons niet laat vallen, en die juist daarin, in die afwijzing, de gebrokenheid van ons bestaan herkent en doorgrondt.
God, die in Jezus naar ons toekomt, om ons te laten zien hoe het kan. Hoe het leven – het samen leven – mogelijk is, zonder schade en schande voor de ander.
In liefde en respect.
Maar naast en zelfs in die kwetsbare kant, die God ons toont, opdat wij dat zien, en er van leren dat je er niet minder van wordt, als je machteloos en weerloos bent, integendeel, omdat je dan heel dicht bij Gods hart bent, naast dat alles is er ook de Kracht en de Macht en de Heerlijkheid in alle Eeuwigheid, amen, die een wezenlijk onderdeel van Gods wezen zijn.
En veel groter, dan wij ons kunnen voorstellen.
Voorbij de verste sterrenstelsels, voorbij de uiterste krommingen van de ruimten, waar wij ons niet meer kunnen voorstellen wat daar kan zijn, en dan zeggen we maar: niets, ver daar voorbij is God nog altijd.
En daar gaat het ook over, met Kerst.
Dat is waar we naar uit kijken!
Je moet wel heel groot zijn, om je zó klein te kunnen maken.
En iets van die grootsheid verwacht Hij van ons.
Kijk naar Jozef, die met behoud van zelfrespect, (God heeft geen behoefte aan dweilen) – een groot gebaar maakt en Maria ontslaan wil van haar huwelijksbeloften, zodat ze (in het geheim) kan trouwen met de vader van haar kind. De contracten waren allang getekend, en er waren zeker ook financiële gevolgen aan verbonden voor hem. Maar hij stelt zich ten dienste van zijn jonge vrouw en haar kind. Simpel.
Met een liefde en respect, waarvan Johannes later schrijft over dit kind, dat hij, Jozef, als het zijne zal aannemen: de liefde, díe hebben we hierin leren kennen, dat Hij, Jezus, voor ons Zijn leven heeft afgelegd, .. en ook wij moeten ons leven afleggen voor de broeders en zusters. Als we Hem willen volgen, tenminste.
En niet alleen mag er van ons gevraagd worden dat we ons leven wagen voor de naaste, ook onze overvloed moeten we delen.
Hoe zouden we anders ooit kunnen voldoen aan het beeld dat God van ons heeft? Hoe zouden we anders ooit beelddragers van God kunnen zijn, wat toch onze bestemming is, beelddragers van God, die Zijn macht opzij heeft gelegd, om ons in liefde te kunnen dienen, in de hoop, dat Zijn droom zo ooit waar zou worden: een wereld, waarin mensen vol vertrouwen bij elkaar komen, mensen uit allerlei richtingen, richtingen van de aarde, uit alle windstreken, zoals wij hier ook mensen in ons midden hebben die van heel ver zijn gekomen, maar Hij droomt ook van een wereld waarin mensen van verschillende tradities, van verschillende geloofs-overtuigingen, en zelfs uit heel verschillende godsdiensten, bij elkaar zullen komen, samen op weg gaan, aangetrokken door datzelfde doel: deze Koning Omgekeerd.
Deze macht, die mild is, en waarvan de rechtvaardigheid ligt in de pijn en ellende die voor ons gedragen is.
God droomt ervan, dat we allemaal samen zullen komen bij Zijn hart, dat klopt voor iedereen.
Ook voor iedereen hier! Niemand uitgezonderd!
Hij droomt er van, dat dát het enige zal zijn, dat voor ons telt. Niet het uiterlijk, niet macht of majesteit, niet wat wij elkaar te bieden hebben, maar dat wij slechts gedreven worden door het verlangen God iets te kunnen bieden.
En wel: die kwetsbaarheid, die pijn en angst, die onzekerheid, die het ons zo moeilijk maakte om met elkaar en onszelf, met God en de wereld, om te gaan als blije mensen.
Hij wil al die narigheid van ons aannemen, en op Zich nemen, als óns kerstcadeau aan Hem, en Zij geeft ons er de stralende kroon van Liefde in eeuwigheid voor terug.
Op díe manier stijgt Kerstfeest, stijgt het feest van deze dag, oneindig ver uit boven alles wat er om ons heen gebeurt, en in de verwachting, ja, in het beleven er van, nu al, kunnen we werkelijk vieren, een groots feest, met koffie, chocolademelk, koek en vooral: met elkaar.
Want dat is het leuke: niet alleen geeft God Zichzelf aan ons, ook geeft Hij ons aan elkaar.
We zijn elkanders kerstcadeautje. U en ik, wij allemaal.
Om heel voorzichtig, en met liefde en respect uit te pakken. Zo zijn we over en weer mensen van God welbehagen geworden. Wonderlijk!
We zullen het zo nog eens horen, en we kunnen het eigenlijk niet genoeg horen, want het moet in ons hart gegrift staan: Zo lief had God deze wereld, dat  Hij Zijn enige Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt, en eeuwig leven hebben mag! En dat geldt voor ieder van ons. U, jij , ik.
En al die anderen die hier niet zijn.
Al die onaanraakbaren, die enge mensen, die zieken en armen. Gods kerstcadeau aan ons.
Doe er iets moois mee!
Amen!!!!

De cantorij zingt nu a capella van Pretorius:

Alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijnen eengeboren Zoon gegeven heeft, opdat allen, allen die in Hem geloven, niet verloren gaan, maar het eeuwige leven hebben. Amen. Amen. Amen.

Zoveel liefde, daar wil je als mens antwoord op geven.
Vaak voelen we ons verlegen, en weten we niet goed wat we moeten zeggen of doen. Hier maken we het elkaar makkelijk:
we kunnen houden van elkaar, dat wil God graag,
en van anderen, dichtbij en verder weg,
en we kunnen een duit in het zakje doen van de kerk,
waardoor er goede dingen kunnen gebeuren,
waar anderen de vruchten van plukken.
De collecte dus!
Ik ga niet zeggen dat God de blijmoedige gever liefheeft, want dat weet u al, en ook niet dat ritselen mooier klinkt dan metaalklank, want er is niemand anders dan uzelf en God die in uw hart en uw portemonnaie kunnen kijken, maar maak er een kerstcadeautje van voor God. En geef Hem maar niet minder dan Uw andere dierbaren.
;-)
Want zo kunnen we Hem eren en danken.

Laten we intussen zingen: Ere zij God.

Laten we bidden:  (gemeente de dikgedrukte stukken)

v: Heer, maak ons een bode van Uw vrede:
waar haat heerst:        laat mij liefde brengen,
waar krenking is: vergeving, waar tweedracht is:      verzoening,
Waar twijfel is:            geloof,
waar wanhoop is: hoop,
waar droefheid is:        vreugde, waar duisternis is:        Uw licht.

Want als wij geven worden wij rijk,
als wij onszelf  vergeten vinden wij de vrede.
Als wij vergeven verkrijgen wij de vergiffenis,
als wij sterven verwerven wij de eeuwige opstanding.
                 Geef vrede, Heer!
Geef die vrede ook aan de zieken in onze gemeente, aan Henk en Maaike, steun hen en geef hen Uw kracht. We ontsteken voor hen, en voor allen die ziek en eenzaamzijn, voor de stervenden en de wanhopigen een lichtje... en we vragen U:
Lieve God, houd
hen en ons vast in Uw liefde,
als we bang zijn om te spreken van U,
als we niet durven uitkomen voor ons geloof.
Als we liever zwijgen dan onze naaste mee te nemen naar u.
Kom met Uw Geest en al haar kleurrijke gaven,
zodat onze harten open staan voor U, voor elkaar, en voor deze wereld.
Maak onze harten en handen bereid U te dienen,
op de manier die U van ons hoopt,
en wees in ons de weg die naar waarheid tot het leven voert,
voor anderen en voor onszelf.
Dat bidden we U met het oog op Jezus, die ons leerde spreken en zingen:
Onze Vader, die in de hemel zijt,
Uw Naam worde geheiligd

Uw Rijk kome
Uw wil geschiede, op aarde zoals in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood
En vergeef ons onze schulden,
Zoals wij aan anderen hun schuld vergeven
En leid ons niet in verzoeking
Maar verlos ons van het kwade

Het is feest, en wel een feest, waarop alle mensen welkom zijn.
Het feest van de Toekomst die op ons, en op hen wacht.
Laten we staande zingen:

De zegen van Hem,
die ons uitnodigt deel uit te maken van de Toekomst,
de liefde van Hem,
die ons warmte en overvloed geeft aan goede dingen,
de genade van Haar,
die ons voorgaat en vergezelt op al Gods wegen,
de hoop, de kracht, het geloof dat we nodig hebben
wordt ons rijkelijk geschonken op dit feest,
nu, en alle dagen van ons leven.
In het welbehagen
van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Amen
 

Daarna werd er veel geknuffeld, vooral Mik - die vorig jaar in de schoot van zijn moeder - ons aanstaande kerstkind was. Hij had zich geweldig goed gedragen, en mag nog eens komen! :-) (Dirk Jan zegt het zelf!)