Lutherse kerk Gorcum binnenIn Abrahams schoot. GevelsteenLiturgie zondag jubilate 17-4- 2005 in de Lutherse schuilkerk genaamd: In Abrahams schoot, te Gorcum

Organist: Nico Blom
15 kerkgangers. 

Wij zijn hier aanwezig in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Amen

Onze hulp is in de naam van de Heer
die hemel en aarde gemaakt heeft
Amen

Wij belijden voor de Almachtige God,
dat wij gezondigd hebben,
gezondigd, in gedachten, woorden en daden.

Het is onze schuld, onze eigen grote schuld.

Daarom vragen wij God, de Almachtige,
de Barmhartige, zich over ons te ontfermen,
ons al onze zonden te vergeven
en ons te bevrijden van alles wat verkeerd is. Amen

De Almachtige  God schenke ons Zijn genade
Amen

Zo lief had God deze wereld,
dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft,
opdat ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt,
en eeuwig leven hebben mag!

Ons Introïtuslied deze zondag Jubilate is de psalm waar de zondag ook naar genoemd is: psalm 66: 1, 3 en 7

psalm 66. Klik om te horen

Doe onze God uw loflied horen,
gij volken, zingt alom op aard,
looft Hem door wie wij zijn herboren,
die ons voor wanklen heeft bewaard.
Gij toetst ons, Gij beproeft ons leven,
zoals men erts tot zilver smelt.
Gij die ons, aan het vuur ontheven,
gelouterd voor uw ogen stelt.

De naam des Heren zij geprezen!
Hij, die getrouw is en nabij,
heeft mijn gebed niet afgewezen.
De Heer is goed geweest voor mij.

Laten we de Heer aanroepen om ontferming met de nood van deze wereld,
Maar laten wij dan ook Zijn naam prijzen,
omdat er aan Zijn barmhartigheid geen einde komt.

Heer ontferm U. Klik om te horen.

gezongen groet. Klik om te horen.

Zondagsgebed
Grote God, om Uw liefde willen we jubelen en juichen,
om Uw grote daden willen we U loven,
om Uw goede Woorden willen we luisteren,
om Uw nabijheid willen we U volgen, alle dagen van ons leven. Door Jezus Christus, onze Heer. Amen.

Lezing Oude Testament Zacharia 8: 1 – 8 NBV
Zacharia 8:1-8,
Een jaar of achttien is het na de terugkeer van het volk uit de Babylonische ballingschap.
Men is nog bezig met het herbouwen van Jeruzalem, en de tempel, maar het schiet niet echt op. De Aanwezige echter, de God van het volk, steekt ze door Zacharia, met verschillende orakels een hart onder de riem, zoals we hier horen:
1   Maar nu luidt het woord van de HEER van de hemelse machten:
2  ‘Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Ik
brand van liefde voor Sion; met vurige liefde neem ik het op voor Jeruzalem.
3  Dit zegt de HEER:
Ik keer terug naar de Sion en kom in Jeruzalem
wonen. “Stad van trouw” zal Jeruzalem heten,
en de berg van de HEER van de hemelse machten “
Heilige berg”.
4  Dit zegt de HEER van de hemelse machten:
Opnieuw zullen er op de pleinen van Jeruzalem oude mensen zitten, steunend op hun stok vanwege hun hoge leeftijd,
5  en de straten zullen krioelen van de spelende kinderen.
6  Dit zegt de HEER van de hemelse machten:
Ook al lijkt het jullie, die van dit volk nog over zijn,
nu onmogelijk, waarom zou het voor Mij onmogelijk zijn? –spreekt de HEER van de hemelse machten.
7  Dit zegt de HEER van de hemelse machten:
Ik zal mijn volk
bevrijden uit het land waar de zon opkomt en het land waar de zon ondergaat
8  en hen naar Jeruzalem brengen. Daar zullen ze woinen. Zij zullen Mijn volk zijn en Ik hun
God, in onwankelbare trouw.

Wij zingen Gods lof met gezang 219

Christus onze Heer  is voor ons gestorven
en Hij daalde neer             in het doodsgebied,
deed de dood te niet         in de nieuwe morgen.

Als een ster zal Hij            boven ons hoofd stralen,
ja, Hij maakt ons vrij         uit het doodsgeding,
uit de wisseling                 van de lotgevallen.
         
Maatslag der natuur,         kringloop der getijden,
luistert naar het uur dat zijn liefde slaat,
Hij kwam ons te baat,       Hij zal ons bevrijden!

Pasen is de dag,               dat de dove lippen
van het stomme graf         Hem, het woord van God,
uit de zwarte dood  in het leven riepen.

Daarom, zingt Hem toe!     Hij is onze Heiland.
Wordt zijn lof niet moe!               God is opgestaan
om de hand te slaan                   aan de oude vijand.


Epistellezing: 1 Petrus 2: 19 – 25
1 Petrus 2: 18- 25
Petrus schrijft hoe gemeenteleden met elkaar om dienen te gaan, omdat ze stuk voor stuk leven uit genade, en naar God toe verantwoordelijk zijn voor elkaar. De verzen 19-24 lijken een lied te zijn, dat in de gemeenten wordt gezongen... Vergeet niet dat er veel vervolging en leed is in die tijd. Dan zing je soms tegen de klippen op.
19. Immers: dit is genade: als iemand door zich van God bewust te zijn, problemen rustig verdraagt, ook al lijdt hij (of zij) zonder reden.
20. Want wat voor positieve beoordeling levert het op,
als jullie,
het lankmoedig verdraagt mishandeld te worden na daar aanleiding toe gegeven te hebben?
Maar als jullie het goede doen en toch het lijden verdragen, dan is dát in Gods oordeel een uiting van genade.
21. Want daartoe zijn jullie geroepen.
Omdat ook Christus voor jullie geleden heeft,
en jullie (zo) een voorbeeld liet om te volgen,
opdat jullie in Zijn voetspoor mochten gaan!
22. Hij die (Zelf) niet zondigde,
en in Wiens mond geen valse voorstelling
van zaken was te vinden,
23. Die, als Hij belachelijk werd gemaakt,
niet op Zijn beurt iemand belachelijk maakte,
(en) nooit iets terug deed in het lijden...
Hij gaf het over aan Hem Die oordeelt in gerechtigheid...
24. Hij, die in Zijn lichaam Zelf
ònze zonden moest verduren – op het hout -
opdat wij, van de zonden lós,
leven mochten in gerechtigheid .
25. Want als verdwaalde schapen waren jullie,
maar nu zijn jullie weergekeerd
naar de Herder en Opzichter van je ziel.

De psalmist vat het als volgt samen: 
Halleluja
. De Heer heeft Zijn volk verlossing gebracht, voor eeuwig Zijn verbond ingesteld. HALLELUJA!

halleluja. Klik om te horen

Ons loflied is dan ook gezang 200: 1 en 5

Ook wij, wij zetten blij van zin
een stralend halleluja in.
O Christus, die verrezen zijt,
wij prijzen uw aanwezigheid.
Halleluja.

Het Heilig Evangelie staat geschreven bij: Johannes 10: 1 – 10
Jezus is in Jeruzalem en onderwijst. Hij wordt in Zijn onderricht steeds duidelijker. Dit zijn de ‘Ik ben’-woorden. Daarmee zegt Hij steeds nadrukkelijker dat Hij uit God is, en Godgelijk, en dat wie van Hem houdt ook van God houdt en omgekeerd.
1. “Waarachtig, waarachtig zeg Ik jullie: wie niet door de deur de schaapskooi binnenkomt, maar er op een andere plaats binnenklimt, dat is een dief en een rover.
2. Maar wie door de deur binnen komt, dat is de herder van de schapen.
3. Hem doet de deurwachter open, en de schapen luisteren naar Zijn stem, ja, Hij roept Zijn eigen schapen bij name, en brengt ze naar buiten.
4. Wanneer Hij al de Zijnen naar buiten laat, gaat Hij voor hen uit, en Zijn schapen volgen Hem na, want ze kennen Zijn stem.
5. Maar een ander zullen ze niet volgen, maar ze zullen voor hem (juist) wegvluchten, want ze kennen de stem van de ander  niet.”
6. Deze raadselachtige uitspraak deed Jezus tegen hen; maar zij zagen niet in wat Hij nu (precies) tegen ze sprak.
7. Toen zei Jezus nog een keer: “ Waarachtig, waarachtig zeg Ik jullie dat Ik de deur ben voor de schapen.”
8. Allen die al gekomen zijn (voor Mij) zijn dieven en rovers, maar de schapen luisterden niet naar hen...
9. Ik ben de deur. Als iemand door Mij binnen mocht gaan, zal die gered worden, en in- en uitgaan en weidegrond vinden.
10. De dief komt alleen maar om te stelen, en te slachten om te eten, en om te vernietigen... maar Ik ben gekomen opdat ze leven mogen, en overvloed hebben.

ZALIG DIE HET WOORD VAN GOD HOREN EN ER GEHOOR AAN GEVEN
lof zij U o Here, klik om te horen

In antwoord op Gods woord willen wij ons geloof belijden:
Ik geloof in God.
Schepper van hemel en aarde.
Oneindig hoog verheven.
Vol liefde voor gewone mensen.
Daarom wil Hij ons een Vader zijn,
een Moeder, vol zorg en genade.
Daarom wil Hij ons een broeder zijn,
in Jezus, die mens werd als wij.
Geroepen om de goede boodschap te brengen
van Gods liefde voor ons allen.
Opdat wij Hem daarin volgen.
Gekruisigd is Hij, daarin droeg Hij onze schuld.
Gestorven is Hij, en begraven.
Maar opgestaan als eerste der mensen,
tot leven in eeuwigheid.
Zijn Geest wil in en bij ons zijn.
Ons de weg wijzen die we mogen volgen: Jezus.
De weg naar God en naar elkaar.
In doop en genade, licht en vergeving
zijn wij zo met elkaar verbonden,
in de hoop op leven dat komt en dat blijft:
in Gods liefde, waar geen einde aan komt.
Amen.


Preek
GENADE ZIJ U EN VREDE VAN GOD ONZE VADER EN VAN JEZUS CHRISTUS, ONZE HEER,
DOOR DE HEILIGE GEEST.


Lieve mensen, kinderen van God, schapen van Zijn kudde…

Schapen… daar hebben de meesten van ons niet zo veel mee. Ach, schaap, als ze dat tegen je zeggen, dan getuigt dat van weinig respect, en de mentaliteit van een kuddedier, daar hebben we weinig mee op.
Schaapskop is ook al zo’n woord waar je liever niet mee wordt opgesierd, maar in het algemeen komt dat omdat wij tamelijk weinig van schapen weten.
Mensen die er mee werken kunnen heel aardige verhalen vertellen.
En in de bijbel zijn schapen en geiten, kleinvee, in het Oude Testament, de maat waarin de zegen wordt uitgemeten. Rundvee komt daar nog eens boven op, dat is de luxe, zou je kunnen zeggen, maar schapen leveren melk en vlees, wol en leer, allemaal nuttige zaken voor eigen gebruik, en als de zegen groot is, dan kun je gaan ruilen met anderen, en zo je leven verrijken – en dat van de ander. Je vee is je rijkdom.
Een schaap is een eerbiedwaardig dier in de bijbel.
God heeft er iets mee.
De herder, in het Hebreeuws royeeh, is degene die er op uit trekt om de kudde te leiden naar de goede plaatsen om te eten en te drinken en om de zwakkeren te beschermen. Hij is de aanvoerder in de strijd tegen het kwaad. En het woord royeeh wordt ook – in het verlengde daarvan – vertaald met prins, aanvoerder.
De leiders van het volk zijn zijn herders.
En als die niet willen deugen, dat gebeurt nog al eens, wij zijn niet de enigen die klagen over de regering, dan roept God dat Hij Zijn volk Zelf wel eens zal komen leiden, en dat Hij al die slechte herders hun congé zal geven.
Als God de mensen Zijn kudde noemt, dan heeft Hij het over Zijn rijkdom.
En dat kom je ook weer tegen in de verhalen van Jezus: zelfs het leven van één enkel schaap of lammetje dat is verdwaald, opzettelijk of per ongeluk, is van groot belang voor Hem.
En hoewel er veel wordt gesproken over het volk als eenheid, is binnen dat volk ieder op zich voor God van belang.
En dat spreekt in die tijd, in die cultuur, helemaal niet vanzelf. Dat verzeker ik U.
Ook hierin is de God van Israël weer tegendraads.
Je mag wel zeggen, dat Hem niets te gek is.
Het mag even duren, als Hij goede dingen belooft, maar het gebeurt.
En zoals we in Zacharia zien, is niet alleen Israël Gods volk, want Hij zal Zijn volk bijelkaar brengen van alle uiteinden van de aarde. Niet omdat de Joden daarheen zijn verspreid, die zijn voor een groot deel juist terug uit de ballingschap, maar alle volkeren horen er van het begin af al bij, die uit het Westen én uit het Oosten.
Heel de bekende, bewoonbare wereld.

Gods verlangen is, dat heel de wereld Hem zal erkennen en vooral: liefhebben. Om wie Hij is.
Hij, die wij kennen als de Schepper en behouder van heel deze wereld, en die zorgzaam als een goede herder zich bekommert om ieder individu. Om ieder mens.
Dat thema komt terug in het laatste vers van de epistellezing: we waren verdwaalde schapen, die uit Oost en West, die eerst geen deel uitmaakten van de kudde, maar nu zijn we teruggekeerd naar de Herder en Opzichter van onze ziel.
En die terugkeer is mogelijk gemaakt door het lijden en sterven van Jezus Christus, en diens glorieuze overwinning daarin.
Daardoor zijn we van de zonden lós, en kunnen we deel uitmaken van die grote gemeenschap die Gods rijkdom is. Zijn kudde. Zijn volk. Zijn kinderen. Zijn kerk.
Diezelfde Jezus Christus doet vandaag in het Evangelie vèrgaande uitspraken over Zichzelf.
Ook weer over schapen. Over het volk van God, en ook weer in ruimere zin: er zijn namelijk ook schapen die niet van deze kudde zijn, maar er wel bij horen, dat staat iets verder.
Gods macht strekt zich niet alleen uit over Israël, maar over de hele wereld. Ook over hen die het land Israël op dat moment bezetten. (En, als ik de lijn mag door-trekken: eveneens over hen die nu door Israël bezet worden.)
De schaapskooi waar Jezus het over heeft, is in feite het koninkrijk van God. Uw Rijk kome, weet u wel, waar we het iedere dag over hebben…
Er zijn er die het op Gods schapen gemunt hebben.
Dieven en rovers. Moordenaars zijn het.
Ze breken ín in de door God gewilde orde.
Ze proberen Zijn schapen te roven.
Maar de schapen die er hóren, die laten zich niet voor de gek houden, en die luisteren niet naar de stem van vreemde verlokkers, die kom, kom, kom… roepen.
De herder, degene die voor de schapen mag zorgen, gaat door de deur. Die gaat de goddelijke weg.
Recht door zee. Geen stiekem gedoe.
Dat hoort daar niet.
En je komt ook niet zomaar de stal binnen
De entree is beveiligd.
Er is een deurwachter, een uitsmijter.
Wie er hoort is welkom, wie er niet hoort, die komt er niet in.
Nu moet u bij zo’n stal niet denken aan vier muren en een dak, een raam hier en daar, en een stevige houten deur.
Dat hebben schapen en geiten in Israël niet zo nodig.
Denk eerder aan een kraal, een omheining, gevlochten van doorntakken, die de schapen binnen, en die on-plezierige dieren buiten houden. Daar heb je dan geen deur in zoals wij die kennen, maar een opening, een poort, die wordt opgevuld met een hek van nog meer gevlochten doorntakken, dat iemand open en dicht kan doen van binnen uit, of het is een heel smalle opening, waar ook niet meer dan één dier tegelijk doorheen kan, en die dus voor grotere dieren niet aantrekkelijk is, die halen zich de huid open, en ’s nachts ligt daar de poortwachter achter, of in. Hij ís de deur. Alleen over zijn lijk kom je binnen.
Zo’n situatie heeft Jezus in gedachten, als Hij spreekt over het koninkrijk Gods.
De goede herders daarin worden herkend aan hun stem, aan wat ze zeggen. De schapen volgen hen, omdat ze het woord van God spreken. En omdat U – als leden van Gods eigen kudde – best wéét wat wel en niet bij God hoort, U ként Hem toch! – daarom weet U diep van binnen ook wie wel en wie niet goede herders zijn.
Welke stemmen u brengen op de weg naar God, en welke stemmen u de verwarring in sturen.

Ik heb het nu natuurlijk niet (alleen) over predikanten en priesters, theologen en andere agogen, want er zijn heel wat stemmen die op ons inpraten: TV en radio, reclame, boeken, vrienden en bekenden, de krant en de buren  Plaatjes… vlak die niet uit…
Allemaal hebben ze het vermogen onze gedachten en wensen allerlei kanten op te sturen.
En dan is onze enige zuivere richtlijn het Woord van God, de bijbel, het voorbeeld van Jezus, de Heilige Geest en Haar gaven
Één van de gaven van de Heilige Geest is vanouds het onderscheidingsvermogen tussen goed en kwaad, echt en vals, zuiver en onheilig. Wij zijn dat intussen een beetje uit het oog verloren, maar het is een nuttige gave, iets waar we zeker om mogen en moeten bidden in ons dagelijks leven.

Al te duidelijk vonden Jezus’ toehoorders het verhaal kennelijk niet. Maar goed, de Geest was nog niet uitgestort, en dus moest Hij het Zelf nog maar eens proberen, door het net even anders te formuleren.
Hij zei:
Ik zeg jullie: Ik ben de deur voor de schapen.

Hier heb ik al wel eens verteld, dat IK BEN de wezensnaam van God is, en dat het in het Grieks en het Hebreeuws helemaal niet nodig is die woorden nadrukkelijk te gebruiken.
In het dagelijks leven kun je zonder.
Als Jezus hier en elders dus zo uitdrukkelijk zegt: Ik ben… dan is de mededeling niet alleen wat Zijn functie in het geheel is, maar ook legt Hij daarmee Zijn relatie met God vast. IK BEN geldt voor God, maar ook voor Hem. Hij en de Vader zijn één.

Ik zei al: gewaagde uitspraken, die veel verder gaan voor het Joodse oor dan ze voor ons gevoel doen.
Is God niet Zelf de poortwachter die de herders wel of niet binnen laat?
Jezus verbindt Zich met Hem.
Ik ben het Zelf, zegt Hij met bijna even zoveel woorden.
Ik ben de deur. Als iemand door Mij binnen mocht gaan, zal die gered worden, en in- en uitgaan, en weidegrond vinden.
Ik ben gekomen, opdat ze leven mogen, en overvloed hebben. Daar is God toch voor!
En daarna zegt Hij: Ik ben de Goede Herder, die Zijn leven over heeft voor de schapen.

God is niet ver weg, niet in de onbereikbare hemel, maar Hij is hier en nu. Hij maakt ons het leven mogelijk, ten koste van alles. Zelfs Zijn eigen leven.
Schokkend!
En bevrijdend.
Die doorntakken, die de heining vormen tussen de kudde en de boze buitenwereld, (die) vormen een doornkroon, wanneer Hij tegen de duivel zegt: “over Mijn lijk kom je binnen… en dan nóg niet”.
Juist in die volkomen overgave, die weg-cijfering van zichzelf, overwint Hij de verleiding, die niet op God is gericht, naar op het zelf.
De satan, de verleider, is daar niet tegen opgewassen.

En zo zijn we dus vrij om Gods koninkrijk in en uit te lopen, om hier en daar te grazen, en altijd weer binnen te komen in Zijn liefde en genegenheid
En in die vrijheid kunnen we verder kijken dan het eigen ik, dan je eigen noden en verlangens, je eigen belang.
Kunnen we Jezus volgen, en hoeven we niet bang te zijn, ook al kán het je de kop kosten…
Want Hij heeft de dood overwonnen, en houdt eeuwig leven voor ons in petto.

We zijn vrij om naar Zijn stem te luisteren, maar, lieve mensen, laten we dat dan ook in Gods Naam doen!
Want van God is het Rijk en de Kracht en de Heerlijkheid, en van geen ander.
Door Jezus kunnen we tot God komen, kunnen we deel hebben aan dat Rijk en die Kracht en die Heerlijkheid, ook hier en nu.
En verder bouwen, aan dat koninkrijk. Aan die kudde.
Aan deze wereld, wereld van God, wereld van alle mensen.
Jezus is de poort. Met Zijn eigen handen heeft Hij de doornen aangepakt om ons de vrijheid te geven.
Laten we dan luisteren naar Zijn stem, naar Gods stem, alle dagen van ons leven.
Amen!

Muziek
En dan komen de kinderen binnen en gaan collecteren.

Gebed over de gaven
Lieve God, wilt U alstublieft zegenen wat we hier bijelkaar hebben gebracht,
zodat het is tot eer van Uw Naam,
en zodat het Uw gemeente wereldwijd ten goede komt.
Laat het een offer zijn, dat onze dankbaarheid en liefde uitdrukt,     door Jezus Christus, onze Heer.  Amen

We zingen Gezang 438: Heer, geef mij vleugels dat ik reis tot door de sluier heen…

Gebed over de gaven
Lieve God, wilt U alstublieft zegenen wat we hier bijelkaar hebben gebracht,
zodat het is tot eer van Uw Naam,
en zodat het Uw gemeente wereldwijd ten goede komt.
Laat het een offer zijn, dat onze dankbaarheid en liefde uitdrukt,     door Jezus Christus, onze Heer.  Amen

We zingen Gezang 438: Heer, geef mij vleugels dat ik reis tot door de sluier heen…

Die leden in hun aardse tijd
aan twijfel, zonde en vrees,
die mensen met verdriet en strijd,
als wij zijn, zijn geweest.

Ik vraag hen hoe het hiertoe kwam:
een zegepraal zo groot.
Wij danken, zeggen zij, het lam,
wij leven uit zijn dood.

Wij zijn zijn voetstap nagegaan,
zijn liefde leidde ons voort.
Wij kwamen in de hemel aan
bij God, ons levend woord.
Hem die als gids ons voorging prijst
ons lied, Hij leidt ons nog.
De wolk van de getuigen wijst
dezelfde weg omhoog.

Laten we danken en bidden:
Lieve God, wij danken U voor Uw Woord, dat al generaties lang voor mensen over de hele wereld het richtsnoer is geweest voor hun leven.
Het woord dat is geschreven in Uw Boek,
het woord dat Uw Heilige Geest ons ingeeft,
op honderden manieren.
Geef ons dat wij open mogen staan voor deze stille stem, en dat wij luisteren mogen.
Wek ons het oor en het oog, elke morgen weer…
Schenk ons de gaven van Uw Geest,
dat die ons helpen onderscheid te maken tussen goed en slecht, scheef en recht, gezond en ziek, goddeloos en heilig, tussen U en de rest.
Zonder U lukt het ons immers niet.
Wij danken U voor onze Heer, die de poort wilde zijn,
die de doorns diep in Zijn lichaam heeft gevoeld,
toen Hij voor ons vocht, met machten die dieper en duisterder zijn dan wij ons kunnen indenken.

Wees met ons, dat wij Hem mogen volgen op de weg naar U toe, op de weg naar de ander, op de weg naar onszelf,
zonder angst, zonder boosheid of afgunst,
maar in de Geest van Liefde, die zo zéér Uw wezen is.
De Geest die Jezus vervulde,
dat Zij ook ons leven mag vullen met Uw aanwezigheid.

Voor alle mensen die hier geen weet van hebben bidden we.
Dat ook wij Uw woorden mogen spreken,
dat ook wij in ons doen en laten voor hen een spiegel mogen zijn van Uw liefde.
Dat wij als gemeente van Jezus Christus hier op aarde deel mogen zijn van Uw kudde wereldwijd.
Zó, dat U blij met ons bent.
En dat die wereldwijde verbondenheid onze handen en onze harten openen mogen, voor al die mensen die op de tocht staan, die bang zijn, die eenzaam en ziek zijn, die op de vlucht op onze deur kloppen… of wij ze open willen doen…
O God, maak dat wij met Uw ogen naar deze wereld mogen kijken, dat wij leven in en vanuit Uw liefde,
en zo plaats en aandacht hebben voor al die mensen die in de verdrukking geraakt zijn.
Slachtoffers van rampen, van geweld, van angst
Voor de zieken van deze gemeente bidden wij,

en voor Uw kerk, die zelf zo vaak ziek is.
Wij bidden U voor hen die de nieuwe paus moeten kiezen. Wees hen zo met Uw Geest nabij, dat Uw keuze ook hun keuze wordt. En dat het vertrouwen in Uw kudde daar wordt hersteld.
Genees ons allen, door Uw liefde,
die gestalte kreeg in Jezus, onze Heer, die ons leerde bidden:

Onze Vader, die in de hemel zijt,
Uw Naam worde geheiligd -        Uw Rijk kome
Uw wil geschiede, op aarde zoals in de hemel.

Geef ons heden ons dagelijks brood
En vergeef ons onze schulden,
Zoals wij aan anderen hun schuld vergeven
En leid ons niet in verzoeking
Maar verlos ons van het kwade
doxologie, klik om te horen


Ons slotlied is Gezang 461: 1 en 4   Na de zegen, zingen we, in plaats van het ‘Amen’ gezang 461: 7

Ja, meer dan ziel en leven zijn     gegund aan bloed en vlees:
God-zelf zal in ons wezen zijn,     zijn ademende Geest!

Hij die voor ons gestreden heeft   alleen, man tegen man,
als God en mens geleden heeft    wat niemand lijden kan,

in het verborgne van de hof,        aan 't kruis in stervensnood,
heeft Hij aan ons de weg geleerd door lijden en door dood.



Zegen:
Op de weg van het Paasfeest  
loopt onze weg langs het Kruis,
het Kruis waaraan de Heer der Wereld stierf
om te dienen en te redden
allen, die verloren dreigden te gaan.
Zo redt en zegent ook ons
God de Vader,
God de Zoon,
in God de Geest.
Met ons in eeuwigheid.
Amen.

Gezang 461: 7
O hoogt' en diepte, looft nu God,
aanbidt zijn heiligheid!
Zijn woord werd nimmer nog gepeild,
zijn weg is veiligheid.

 naar boven