Voor eerdere diensten klik hier:

Zondag invocavit 1-3-2020 in de Lutherse kerk te  Heusden

Organist: Ben de Rooij, zang: Edy ten Berge
Voorbereiding

Stilte

Klokgelui

Praeludium (voorspel)

Afkondigingen en aansteken van de kaarsen.
Gemeente gaat staan

Votum (oproep)
Wij zijn hier aanwezig in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. 
Amen

Adiutorium (bemoediging)
Onze Hulp is in de Naam van de Heer   
die hemel en aarde gemaakt heeft.      
Die trouw houdt tot in eeuwigheid
en niet loslaat het werk van Zijn handen.

Confiteor (schuldbelijdenis)
Goede God, wij vertrouwen op Uw Woord,
daarom zijn wij hierheen gekomen.
Wij bidden U voor allen die daar toe niet in
staat zijn.


Lieve God, Uw genade is groter dan ons tekortschieten.
Daarop vertrouwen wij, als wij vragen om vergeving,
als wij U vragen om van ons weg te nemen
al wat ons aankleeft aan zorgen en vragen,
aan verdriet en onrust, 
opdat wij U in alle vrijheid als Uw kinderen kunnen aanbidden.

Heer, vergeef ons al wat wij misdeden,
en laat ons weer in vrede leven.

Amen.

Zo lief had God deze wereld, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt, en eeuwig leven hebben mag!

Introïtus (intredezang)
Voorzang: 


Ps 91: 1,2,11,12 + Antifoon

V: Wie in de beschutting van de Allerhoogste woont en overnacht in de schaduw van de Ontzagwekkende, zegt tegen de HEER: ‘Mijn toevlucht, mijn vesting, mijn God, op U vertrouw ik.’
Hij vertrouwt je toe aan Zijn ​engelen,
die over je waken waar je ook gaat.

A: Hun handen zullen mij dragen,
mijn voet zal ik niet stoten aan een steen.

Nogmaals samen de Antifoon: 


Laten we de Heer aanroepen om ontferming met de nood van deze wereld, - die is groot, wij zijn bang, bang om Syrië en Jemen, om half Afrika, om ziekte en geweld in Azië (en ook hier) – en wij weten niet waar wij in onze hulpeloosheid anders heen moeten gaan dan naar Hem.


Dienst van het Woord

Salutatio (groet)

Collecta (zondagsgebed)
Heer, onze Schepper, Vader in Eeuwigheid,
leid ons en bewaar ons,  vandaag en alle dagen, hier en waar wij ook heen mogen gaan, en waar wij ook komen, door en in de Geest van Jezus Christus, onze Heer.     
Amen.

Lezing uit het Oude Testament 
Genesis 2:15 – 3: 9

Dit is het tweede scheppingsverhaal, waarbij de Heilige in het Oosten, in Eden, een tuin heeft geschapen voor Zijn mens. We lezen:
15. God nu, de Eeuwige, nam de mens en zette hem neer in de hof van Eden, om deze te bewerken en te verzorgen.
16. En God, de Eeuwige, gaf de mens een voorschrift, en zei: “Van al het geboomte in de tuin mag je zeker eten,
17. maar van de Boom van het kennen van goed en kwaad, daarvan moet je niet eten. Want op de dag dat je er van eet, zul je beslist sterven”.
18. En toen sprak God, de Eeuwige:
“Het is niet in orde dat de mens alleen is, Ik zal voor hem een evenknie maken als hulp”.
19. En God maakte toen uit de aarde alles wat in het veld leeft en alle gevogelte van de hemel, en Hij liet ze bij de mens komen om te zien wat deze er voor naam aan zou willen geven, en elk levend wezen hield de naam, die de mens hem gegeven had.
20. En de mens sprak namen uit voor al het vee en voor de vogels van de hemel en al wat er in het veld leeft, maar voor de mens vond hij geen hulp in een evenknie.
21. En God, de Eeuwige, deed een diepe slaap neer-dalen op de mens, en die víel in slaap.
Toen nam Hij een van zijn delen en in plaats daarvan sloot Hij de opening af met vlees.
22. God de Eeuwige nu, bouwde het deel, dat Hij van de mens genomen had, uit tot een vrouw, en Hij bracht haar tot de mens.
23. En toen zei de mens: ‘Dit is nu eens een tweede zelf, een lichaam uit mijn lichaam, en deze zal dan ook genoemd worden die-van-de-man, want ze is uit de man genomen’.

24. (Daarom laat de man zijn vader en zijn moeder in de steek en hoort hij bij zijn vrouw, en zij zijn één lichaam.)

25. Wel, beiden waren ze naakt, de man en zijn vrouw, maar ze schaamden zich niet.

3: 1 De slang nu was gladder dan alle andere landdieren die God, de Eeuwige, gemaakt had, en hij zei tegen de vrouw: ‘Is het inderdaad zo dat God heeft gezegd: “Jullie mogen niets eten van de bomen in de tuin”?
2. En de vrouw zei tegen de slang: ‘Maar we mógen wel eten van de fruitbomen in de tuin!
3. Maar van de fruitboom die midden in de tuin staat, daarvan heeft God gezegd: “Daar moeten jullie maar niet van eten, en er ook niet aan zitten, anders zullen jullie vast en zeker  sterven!”
4. En de slang zei tegen de vrouw: ‘Maar jullie zullen helemáál niet sterven!
5. Want God wéét dat als jullie er van eten ook jullie de ogen geopend worden, en dat jullie zullen zijn als God, en onderscheid kunnen maken tussen Goed en kwaad’. . .

6. Wel, de vrouw zag dat de boom best eetbaar was, ja, dat hij een lust voor het oog was, en dat de boom ook aantrekkelijk was om (daardoor) intelligent te worden...  
En ze pakte er een vrucht van en at, en gaf ook aan haar man, die bij haar was, en hij at.....
7. En hun beiden gingen de ogen open, en ze ontdekten dat zij naakt waren, en ze naaiden vijgenbladeren aan elkaar, en ze maakten er kledingstukken van, die ze omsloegen.
8. Toen hoorden ze aan het geluid, dat God, de Eeuwige, aan het wandelen was in de tuin; ze hoorden dat toen het wat koeler werd door de dagelijkse (opstekende) wind, en de mens verborg zichzelf en zijn vrouw... tussen de bomen van de hof... uit de buurt van God.
9. En God, de Eeuwige, riep de mens, en zei tegen hem: “Waar zit je?

Op dat moment stond de man met de mond vol tanden, en hij had helemaal geen zin om, zoals anders, de Eeuwige te vertellen hoe hij die dag weer genoten had van de mooie tuin, van de schepping. We weten hoe het verder ging.
Maar wij weten ook dat het niet bleef bij ongehoorzaamheid en angst. Daarom kunnen wij wel degelijk zingen voor God. 
Lied 146c v 1, 3 en 7



Welgelukzalig is ieder te noemen,
die Jakobs God als helper heeft!
Wat zou hem schaden, wie zou hem verdoemen,
die dag aan dag met Christus leeft!
Wie met de Heer te rade gaat,
die staat Hij bij met raad en daad.
Halleluja, halleluja.

Roemt dan, gij mensen, en lofzingt tezamen
Hem die zo grote dingen doet.
Alles wat adem heeft roepe nu amen,
zinge nu blijde: God is goed!
Love dan ieder die Hem vreest
Vader en Zoon en Heil'ge Geest!
Halleluja! Halleluja!

Onze epistellezing komt uit de brief aan de Romeinen, hoofdstuk 5: 12 – 21

Paulus worstelt met de relatie tussen zonde en wet, dood en leven, genade en gehoorzaamheid. De grote vragen van het leven, waar we allemaal voor komen te staan. De wet is gegeven om de mens te helpen zich te realiseren wat die wel en niet moet doen.
De wet is bedoeld als hulpmiddel, maar als je er tegenin gaat, zondig je. Dat doe je niet als je niet weet dat iets verkeerd is. Zo kan Paulus dus ook zeggen dat door de wet de zonde in de wereld is gekomen.
Hij schrijft vrij ingewikkeld, en ik lees daarom de nieuwste Bijbelvertaling, die in gewone taal:

Romeinen 5: 12-21 Bijbel in gewone taal.
12. Door één mens,
Adam, kwam de zonde in de wereld. En door de zonde kwam de dood in de wereld. En omdat alle mensen na Adam verkeerde dingen deden, kwam de dood voor iedereen.

13-14 In de tijd tussen Adam en Mozes was de Joodse wet er nog niet. De mensen konden dus nog niet veroordeeld worden door de wet. Adam deed wat God hem had verboden, de mensen na Adam deden verkeerde dingen uit zichzelf. En alle mensen moesten sterven, want de dood had macht over iedereen.

15-16 De zonde van Adam had grote gevolgen: voor alle mensen kwam de dood. De straf voor Adam werd dus de straf voor alle mensen. Maar er is iets gebeurd dat belangrijker is. God heeft ons een groot geschenk gegeven: Jezus Christus. Door die ene mens is God goed voor alle mensen. Dankzij Jezus Christus ziet God ons als goede mensen, ook al hebben we veel fouten gemaakt. Ons leven wordt niet meer bepaald door de zonde van Adam, maar door Gods grote geschenk.

17. Vanwege de zonde van één mens, Adam, kreeg de dood macht over alle mensen. Maar dankzij één mens, Jezus Christus, zullen wij allemaal eeuwig leven, samen met Hem. Want dankzij Jezus Christus ziet God ons als goede mensen. Dàt is Gods grote geschenk voor ons.

18-19 Door de zonde van één mens strafte God alle mensen. Doordat Adam ongehoorzaam was aan God, kreeg de zonde macht over iedereen. Maar doordat één mens het goede deed, ziet God ons allemaal als goede mensen.  
Doordat Jezus Christus gehoorzaam was aan God, zal God aan ons allemaal het eeuwige leven geven.

20. Toen de Joodse wet kwam, werd duidelijk welk gedrag verkeerd was. Daardoor kwam er steeds meer zonde. Maar hóéveel zonde er ook kwam, Gods goedheid was altijd groter.
21. Zolang de
zonde macht had over de mensen, moesten alle mensen sterven. Maar nu wordt ons leven bepaald door Gods goedheid. Nu ziet God ons als goede mensen en wil Hij ons het eeuwige leven geven, dankzij Jezus Christus, onze Heer.

Wij gaan zingen over Jezus’ gehoorzaamheid. Zondagslied 536 


De schepping die voor ons gesloten was
ontsluit Gij weer, Gij opent onze ogen,
O Zoon van David, wees met ons bewogen,
Het vuur van bloed en ziel brandde tot as.

Maar Heer, de haard van uw aanwezigheid
zal in ons hart een vreugdevuur ontsteken.
Gij met ons, Gij zult ons niet ontbreken,
Gij Hogepriester in der eeuwigheid.

Gij onderhoudt de vlam van ons bestaan,
aan U, o Heer, ontleent het brood zijn leven,
ons is een loflied in de mond gegeven,
sinds Gij de weg van 't offer zijt gegaan.


Het Heilig Evangelie staat geschreven bij: Mattheüs 4: 1-11
Allen gaan staan

Lezing van het Evangelie: Het is na de doop in de Jordaan....

1. Toen werd Jezus door de Geest omhoog geleid, naar de woestijn, om door de duivel uitgeprobeerd te worden.
2. En intussen vastte Hij 40 dagen en 40 nachten; daarna was Hij uitgehongerd.
3. En dichterbij komend zei hij die Hem wilde uit-proberen tegen Hem:    
‘Als U een zoon van God bent, spréék, zodat deze stenen voedsel worden!’
4. Maar Hij gaf antwoord en zei:
“Er staat geschreven: Niet alleen van voedsel zal de mens leven, maar van elk woord dat gesproken wordt door Gods mond.”
5. Dan neemt de duivel Hem mee, naar de Heilige Stad, en hij zette Hem boven op het topje van de tempel neer.
6. En hij zegt tegen Hem: ‘Als U een zoon van God bent, werp U dan maar naar beneden, want er staat geschreven: Aan Zijn engelen zal Hij aanwijzingen geven wat U betreft, en ze zullen U op handen dragen, opdat U Uw voet niet stoot tegen een steen.
7. Jezus zei tegen hem: “Aan de andere kant staat er geschreven: Je zult de Heer, je God, niet  uit-proberen.”
8. Dan neemt de duivel Hem weer mee naar een héél hoge berg, en hij wijst Hem alle koninkrijken van de wereld aan en hun stralende macht.
9. En hij zegt tegen Hem: ‘Dat zal ik U allemaal geven op voorwaarde dat U op de grond valt en mij goddelijke  eer bewijst.’
10. Dan zegt Jezus hem: “Vertrek, satan (tegenpartij, tegenstrever) want er staat geschreven: De Heer, je God, zul je goddelijke eer bewijzen, en Hem alleen zul je aanbidden.”
11. Dan laat de duivel Hem met rust, en kijk! engelen kwamen dichterbij en bedienden Hem.
 

Zalig die het Woord van God horen en er gehoor aan geven!


Credo
In antwoord op Gods woord willen wij ons geloof belijden door samen te zeggen:
Ik geloof in God,
       die wilde dat de wereld goed was,
       die mensen en dieren maakte,
       planten en bomen,
       vogels en vissen,   
en er van hield.

Ik geloof in God,
       die als een vader zorgen wil,
       die als een moeder ons omringt.

Ik geloof in Jezus -
       in wie Gods Liefde mens werd,
              om ons lot te delen
              ons leven, onze dood,
       die dwars door alles heen
       vast hield aan Zijn Vader -
en angst en dood overwon - stervend aan het kruis.

Hij ging door de hel,
maar stond óp tot nieuw leven:
       de derde dag.

Ik geloof in de Geest
die Jezus ons zond,
       om ons dichter dan ooit
       bij God te doen zijn.
       Zij bidt en zingt en dankt in ons;
       geeft ons nieuw leven,
in eeuwigheid.

Daarom durven wij geloven
in goedheid, gerechtigheid, trouw....
... in Liefde en toekomst
zelfs voorbij de dood....
... in een kerk, waar mensen zijn
       als één lichaam, dat bestuurd wordt
              door Jezus, ons Hoofd....
... in een doop, die mensen nieuw maakt...
... in vergeving, in genade en hoop -
voor gewone mensen zoals wij.
Amen.

Allen gaan zitten.

Verkondiging

Genade zij u en vrede van God onze Vader en van Jezus Christus, onze Heer, door de Heilige Geest.

Lieve gemeente, lieve vriendinnen en vrienden…

Het is de eerste zondag van de veertig-dagentijd, en traditioneel gaat het dan over zonde en afzien.
Voor velen is het een vastentijd.
Een tijd van gij, niet mij.
Zelfs Jezus vast op Zijn tijd om dicht bij de Vader te komen.
Maar deze zondag heet ook: Invocavit.
Dat is het eind van psalm 91: Als men Mij aanroept, dan antwoord Ik! In de nood zal Ik bij je zijn, Ik zal je redding zijn.
Zo zijn we de dienst begonnen, dat heeft de toon gezet, en al mag het Gloria en het Halleluja dan even minder klinken in de kerkdienst, onze lofzang mag ook weer niet verstommen, dan zou wij de eredienst hier ontbreken.
En daartoe zijn we juist geroepen.
Daartoe is Hij onze Hulp.

Veertig dagen (ongeveer) tussen het moment dat Jezus uit het doopwater opstaat, en het moment dat Hij opstaat uit de dood.
Meteen na de
doop krijgt Hij een voorproefje van wat Hem te wachten staat: er wordt met Hem gesold.
De Heilige Geest dropt Jezus midden in de woestijn, het doopwater is nog
niet opgedroogd, Hij hoort Gods stem nog zeggen: “dit is Mijn geliefde Zoon, luister naar Hem”, en bam! het absolute tegengestelde.
De
woestijn! Nu, dodelijker kun je niet beginnen. En dan is daar die ander. Die gladjanus.
Die koele schriftgeleerde, die je op het verkeerde been probeert te zetten. De bedrieger, de satan.
Over hem zei broeder Maarten: ‘Ik ga maar niet met hem in discussie, want hij is al langer
theoloog dan ikzelf’.

Wij kennen dat hulpeloze gevoel allemaal wel, denk ik… mensen die met Bijbelteksten wapperen, waarvan je wéét dat het zó niet klopt, maar je kunt er de vinger niet op leggen; of ze zeggen: ‘als God bestond, dan zou er dit en dat niet gebeuren. Hij is toch goed? Nou dan!’
Ik had vorige week in de Action een heel gesprek met iemand die ik nog nooit had gezien, die bijna triomfantelijk zei dat ze niet geloofde. Vroeger wel. Maar God had haar zó slecht behandeld, en de mensen van de kerk
helemaal! Nou dan!
Alleen ongelovigen waren aardig voor haar geweest!

Nu is een gangpad van de Action niet bij uitstek een plek voor een gesprek over de sterke en de mindere punten van de Heilige, (zoals wij die begrijpen dan), dus na een kwartiertje namen we vriendelijk en in vrede afscheid van elkaar, terwijl zij mij misschien een loser vond, omdat ik van Hem houd, en ik het jammer voor háár vond, dat de relatie met de Heer was stukgelopen.
Ik heb haar maar in Zijn handen aanbevolen.
Soms doet het pijn als je niet alles voor een ander kunt oplossen, of als een ander dàtgene onzin vindt, dat voor jou de sleutel van het bestaan is.
Dat betekent niet dat we bij de pakken neer moeten gaan zitten, soms heb je gewoon een andere invalshoek nodig.
Ook daar weet de Heer alles van.
Onze eerste lezing biedt daarvan een verrukkelijk voorbeeld. De Schepper heeft de aarde geordend, heeft een mens naar Zijn beeld en gelijkenis gemaakt, dus die was helemaal wat Hij in Zijn hoofd had, die was helemaal goed gelukt, maar dan kijkt Hij er eens naar en denkt: “Hm… beetje alleen!
Kom, We geven hem wat speelgoed, wat kameraden.”
En de Schepper maakt er nog wat schepselen bij.
“Leuk, hè, Mens? Wat vind je er van?
Hoe noem je ze? Dat mag jij bedenken!”
En Adam geeft ze allemaal andere namen.
Hij ziet hoe verschillend ze zijn.
Maar hij ziet ook hoe ze verschillen van hèm.
Die klik is er niet, zie je!
God ziet het. Misschien is Hij wat teleurgesteld, maar Hij gaat er iets aan doen.
Als hij weer wakker wordt, vinden Adams handen één deel waar er eerst twee waren, maar kijk daar eens: nu zijn hij en die ander, die vlees van zijn vlees is, twee van de zelfde soort!!!
Een vrouwtjes-mens. Manninne, vertaalde de Statenvertaling in 1637. J
En die combinatie was zo’n succes, dat jaloezie de gladde kop opstak, en de boel kwam bederven.
Diezelfde handige gladjanus, die door de slang bonje in het Paradijs bracht, probeert ook Jezus uit de invloedsfeer van de Hemel te trekken.
We lazen het. Ook hier wordt geloerd op de mogelijke zwakke plekken van deze mens van God. Maar Jezus is meer dan een schepsel: God heeft Vaderlijke gevoelens voor Hem. De Heilige verwacht dat Jezus van grote waarde zal zijn voor Zijn geliefde schepping. In Hem brengt de Heilige de beloofde oplossing voor de problemen.
In de doop heeft Hij Hem
bemoedigd.
En nu mag Jezus op de proef worden gesteld. Het doet een beetje denken aan het verhaal van Job. Maar dit is nog maar het begin, en het eindigt voor mijn gevoel met 0 - 0.
Jezus heeft nog drie jaar te gaan, heeft nog drie jaar te leven zó dat Hij kan laten zien, dat het mogelijk is, om Godgewijd te leven. Om volkomen mens te zijn, met alle pijn en verlies en
verdriet, en tóch helemaal op Gods doel met de mensen gericht te zijn. Ook Hij kent straks teleurstellingen om dierbare mensen, ook Hij zal ongetwijfeld af en toe teleurgesteld zijn in de Vader, in elk geval: in de war en bang. Want het leven ís niet eerlijk.

Ook als wij op de Aanwezige rekenen, kunnen Gods rekensommen een heel andere uitkomst geven dan wij hadden gedacht. Soms valt het tegen, vaak komen wij er verrassend veel beter van af dan verwacht, dan eerlijk zou zijn.

Nee, Jezus is niet gekomen om de wet af te schaffen, en af en toe moet ook Hij een nacht op de knieën voor een goed Gesprek met God in de Hemel, die Hij tot op en tot over het kruis vertrouwt en Vader blijft noemen.
Daarin vervult Hij de wet.
De wet van liefde, zonder
voorwaarden vooraf.

Daar gaat het om.

In deze tijd naar Pasen toe mogen we weer oefenen, bewust oefenen, in het liefhebben zonder verwachtingen en zonder voorwaarden.
Zoals God ons liefheeft. Ieder van ons.
Hij gaat er van uit dat we goede mensen zijn.
Om Jezus, die het heeft voorgedaan; die het heeft volbracht.

Wij kunnen zelf kiezen in ons leven hoe we omgaan met andere mensen, hoe we omgaan met teleurstellingen, maar ook met de goede gaven van God.
We mogen oefenen in genade, aan de hand van Jezus’ voorbeeld, en in Zijn Geest.
Zij is er altijd voor ons. De Heilige Geest hoort.
Hoe en wat en waar ook.
Amen!

Interludium (tussenspel)
Edy ten berge zingt Händels Dank sei dir Herr! 

Dienst van gaven en gebeden

God heeft ons vele gaven geschonken,
om ons blij te maken, maar ook om ons de gelegenheid te geven anderen blij te maken, door er van te delen.
Nu kunnen we dat doen in de collecte.
Na het gebed over de gaven zingen wij: lied 886
 

Collecte
1. Voor de Lutherse eredienst en kerkmuziek.
2. Voor de eigen gemeente.

Gebed over de gaven

Heer, U hebt Uzelf aan ons gegeven,
zo willen wij ons aan U geven:
   met hart en ziel en leven.
Aanvaard ons en onze gaven tot eer van Uw Naam,
† dat Uw heiligheid erover moge stralen,
    en Uw liefde er in weerspiegeld  moge worden.

Om Jezus Christus onze Heer.
Amen

Lied 886

Abba, Vader, laat mij zijn slechts van U alleen.
Dat mijn wil voor eeuwig zij d’uwe en anders geen.
Laat mijn hart nooit koud zijn, Heer. Laat mij nimmer gaan.
Abba, Vader, laat mij zijn slechts van U alleen.

Abba, Father, let me be yours and yours alone.
May my will forever be evermore your own.
Never let my heart grow cold. Never let me go.
Abba, Father, let me be yours and yours alone.

Voorbeden
Laten we danken en bidden:
Goede God, Schepper van Hemel en aarde, van alles waarvan we weten of vermoeden dat het bestaat, wij aanbidden U om de grootsheid van Uw Schepping in alle schitterende
oneindigheid.
Wij danken U voor alles wat U ons hebt gegeven, om er mee te spelen, om er op te passen, om er Uw glorie in te laten weerspiegelen.
Wij bidden U voor wetenschappers en voor beheerders van Uw schepping, voor hen die allerlei apparaten en mensen de ruimte in sturen, om meer te weten te komen, om meer mogelijk te maken, maar wij vragen ook om mensen die de grenzen bewaken van wat wij menen te kunnen en te mogen doen. Zowel het
afval in de ruimte als hier op aarde is ons een grote zorg, help mensen daar zorg voor te dragen, en help ons hier om op onze eigen plek te zorgen dat wij zelf minder afval produceren.
Laten wij de Heer bidden:

Genadige God, liefdevolle Vader, barmhartige Moeder van alle mensen, wij danken U om Jezus, en om de Heilige Geest. Wij bidden om Uw leiding in ons leven, om bescherming en om engelen om ons heen.
Laten wij de Heer bidden:


Trouwe
God, wij danken U voor onze vrijheid, voor gezondheid, vriendschap en liefde.
Wij bidden U voor Uw kinderen wereldwijd die dat allemaal moeten missen, die dagelijks op de proef worden gesteld, en alles ontberen wat wij zo vanzelfsprekend vinden.
Wij bidden U ook voor de gezondheid van zovelen die wordt bedreigd, zowel door vele ziekteverwekkers als door onze eigen leefstijl. Help artsen en verpleegkundigen, regeringen en bestuurders, maar ook onszelf, om daarin wijze beslissingen te nemen. 
Laten wij de Heer bidden:


Voor onze eigen zieken, hier in de gemeente, voor Riet en Ingrid Veldkamp danken en bidden we U, en voor Edy, die zo ziek was en nu toch heeft kunnen zingen, maar we bidden ook voor de mensen in onze familie- en vriendenkring, een schoonzus, een goede vriend, U kent hen allen…  
Heer, ontferm U over hen.


Met Jezus die het ons heeft voorgedaan bidden wij het
Onze Vader

A: Onze Vader, die in de hemel zijt,
Uw Naam worde geheiligd
Uw Rijk kome
Uw Wil geschiede, zoals in de hemel zo ook op aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden,
zoals wij vergeven onze schuldenaren
en leid ons niet in verzoeking
maar verlos ons van het kwade!
 
Allen gaan staan
Slotlied: lied 1005: 5N


Zegen:
De Heer van dood en leven,
de Moeder vol barmhartigheid,
schenkt ons allen overvloedig
genade en liefde,
om Christus’ sterven en opstanding.
In Zijn dood sterft onze dood,
in Zijn leven mogen wij verder leven,
nu en altijd.
† Zo zijn we dan gezegende mensen in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Amen.

Lied 1005:6 U bent het Licht

Na afloop van de dienst dronken we samen koffie in het Gouverneurshuis. :-)