Voor eerdere diensten klik hier:

Zondag  Epifanie 2 januari 2022 in de Lutherse kerk te Utrecht  (te zien hier

Organist: Martijn Smit

Zang: Femke Stock

Voorbereiding

Stilte

Klokgelui

Orgelspel: *Wie schön leuchtet der Morgenstern*. Niels Gade (1817 –1890)

Ingangslied: NL72a
Refrein:

Voorzang:
1. Hij zal opkomen voor de misdeelden,
Hij zal de machten die ons dwingen
breken en binden, Hij zal leven,
onvergankelijk als de zon. (refrein)

2. Zoals de dauw die de aarde drenkt,
zo zal Hij komen en in die dagen
zullen trouw en waarachtigheid bloeien,
zal er vrede in overvloed zijn. (geen refrein)

3. Dan dragen de bergen schoven van vrede
en de heuvels een oogst van gerechtigheid,
een vloed van koren, golvende velden,
een stad rijst op uit een zee van groen. (refrein)

4. Zijn Naam is tot in eeuwigheid,
zolang de zon staat aan de hemel.
Zijn Naam gaat rond over de aarde,
een woord van vrede, van mens tot mens.
(refrein)


Votum  
Wij zijn hier aanwezig in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest
Amen

Onze Hulp is in de Naam van de Heer   
die hemel en aarde gemaakt heeft.      
Die trouw houdt tot in eeuwigheid
en niet loslaat het werk van Zijn handen.

Gebed van toenadering
Heer,
Wij staan voor U met lege handen,
met gebroken harten,
als wij denken aan deze wereld,
en aan onze rol daarin.
Maar wij vertrouwen op Uw Woord,
en vragen daarom, ondanks ons tekort schieten:

Heer vergeef ons al wat wij misdeden,
en laat ons weer in vrede leven.
Amen.


Zo lief had God deze wereld, dat Hij Zijn enige Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt, en eeuwig leven mag hebben.
 
Introïtus

Voorzang: Antifoon:


Psalm: 
V. Zing voor de HEER een nieuw lied:
wonderen heeft Hij verricht.
A. Zijn rechterhand heeft overwonnen,
Zijn heilige arm heeft redding gebracht.
V. De HEER heeft Zijn overwinning bekendgemaakt,
voor de ogen van de volken Zijn gerechtigheid onthuld.
A. De einden der aarde hebben het gezien:
de overwinning van onze God.
Allen:

Kyrië en Gloria
Laten we de Heer aanroepen om ontferming met de nood van deze wereld, - die is groot -
maar laten wij dan ook Zijn Naam prijzen,
omdat er aan Zijn barmhartigheid geen einde komt!
(299f)




 

Dienst van het Woord
  (groet)



Zondagsgebed
Heer, die verschenen bent in onze wereld met heel onze sterfelijkheid en kwetsbaarheid, wees ons nabij met Uw Heilige Geest, dit uur en al onze dagen en nachten, tot Hij komt op de wolken, onze Heer Jezus Christus, die met U en Uw Geest leeft en regeert, nu en tot in eeuwigheid.
Amen.

Lezing uit het Eerdere Testament: Jesaja 60: 1 - 6

Een belofte van de Aanwezige aan Jeruzalem…
Ook al zijn de omstandigheden zo duister als voor het begin van de schepping, God zegt ook nu een leven brengend woord, als Hij zegt:
60:1 Sta op en schitter, want je licht is gekomen,
over jou schijnt de luister van de HEER.
2 Want zie: duisternis bedekt de aarde
en donkerte de naties,
maar over jou schijnt de HEER,
Zijn luister is boven jou zichtbaar. 

Volken laten zich leiden door jouw licht,
koningen door de glans van je schijnsel.

Sla je ogen op, kijk om je heen:
ze stromen in drommen naar je toe;
je zonen komen van ver,
je dochters worden op de heup gedragen.

5 Je zult stralen van vreugde als je het ziet,
je hart zal van blijdschap overslaan.

Ja, de schatten van de zee zullen je toevallen,
de rijkdom van vreemde volken valt je in de schoot.
6 Een vloed van kamelen zal je land overspoelen,
jonge kamelen uit Midjan en Efa.
Uit Seba komen ze in groten getale,
beladen met wierook en goud.
Zij verkondigen de
roemrijke daden van de HEER.

Tot hiertoe de lezing…

Je hóórt de drie wijzen uit het Oosten al haast meedeinen in die wonderlijke stoet.
Wij willen de roemrijke daden van de Heer óók verkondigen, en die bezingen we met nummer 42 uit: Sytze de Vries (Tegen het Duister):

Wie in Gods schaduw wonen wil…
(Naar psalm 91)


En door de vleugels van Zijn trouw
ben jij gedekt. Zo redt Hij jou
van dreigend donker, van de plaag
die overdag een mens belaagt.
Hij, die Zijn engelen beval
jou te behoeden overal,
Hij houdt je staande in het spoor
en draagt je zelf het donker door.

Zoals Hij zelf gesproken heeft:
'Vertrouwen is niet tevergeefs.
Een antwoord ben Ik voor wie roept,
een onderdak voor wie Mij zoekt.
Ik houd je hoog een leven lang,
verjaag de schimmen van je angst.
Jou heb ik vrijheid toegedicht.
Mijn vrede vult je dag met licht!'

(tekst: Sytze de Vries, melodie: Willem Vogel)

Epistellezing: Efeze 3: 1-12.

Paulus heeft geschreven over de genade, en over de eenheid van de gemeente, die, ondanks verschillen in achtergrond en afkomst van de leden, één gebouw is tot Gods eer… Of ze nu oorspronkelijk Joden waren, of heidenen, mensen die de Aanwezige helemaal niet kenden. Dan gaat hij verder:


3:1 Daarom is het dat ik, Paulus, gevangene omwille van Christus Jezus, voor u, heidenen, bid.

2 U moet toch wel gehoord hebben dat God mij de taak heeft toevertrouwd om de genade door te geven die mij met het oog op u geschonken is.
3 Mij is in een openbaring het mysterie onthuld waarover ik hiervoor in het kort heb geschreven.
4 Aan de hand daarvan kunt u zich, wanneer u dat leest, een beeld vormen van mijn inzicht in dit mysterie van Christus.

5 Het is onder vorige generaties niet aan de mensen onthuld, maar nu door de Geest geopenbaard aan Zijn heilige apostelen en profeten (nl.):
6 de heidenen delen door Christus Jezus ook in de erfenis, maken deel uit van hetzelfde lichaam en hebben
ook deel aan de belofte, op grond van het evangelie.
7 Van dat evangelie ben ik een dienaar geworden door de gave van Gods genade, die ik ontvangen heb door Zijn kracht die in mij werkt.
8 Mij, de allerminste van alle heiligen, is de genade geschonken om de heidenen de ondoorgrondelijke rijkdom van Christus te verkondigen,
9 en voor allen in het licht te stellen hoe het mysterie dat in alle eeuwen verborgen was in God, de Schepper van het al, werkelijkheid wordt.

10 Zo zal nu door de kerk de wijsheid van God in al haar schakeringen bekend worden aan alle vorsten en heersers in de hemelsferen,
11 naar het eeuwenoude
plan dat Hij heeft verwezenlijkt in Christus Jezus, onze Heer,
12 in wie wij vrijelijk toegang hebben tot God, vol vertrouwen door ons geloof in Hem.

Tot hiertoe de lezing.
In dat plan hebben ook wij een rol.
We wachten vol spanning op Zijn komst…

Wij zingen:
lied 748: 5


Allen gaan staan

Het Evangelie lezen we uit Mattheüs 2. Halleluja.


Het Heilig Evangelie staat geschreven bij: Mattheüs 2: 1 – 12

Het is al even na de geboorte.
Geen stal meer, maar een huis in Bethlehem, lezen we.

1 Toen Jezus geboren was, in Bethlehem in Judea, tijdens de regering van koning Herodes, kwamen er magiërs uit het Oosten in Jeruzalem aan.
2 Ze vroegen: ‘Waar is de koning van de Joden die onlangs geboren is? Wij hebben namelijk Zijn ster zien opgaan, en wij zijn gekomen om Hem te aanbidden.’
3 Koning
Herodes schrok hevig toen hij dit hoorde, en heel Jeruzalem met hem.
4 Hij riep alle Hogepriesters en Schriftgeleerden van het volk samen om aan hen te vragen waar de Messias geboren zou worden.
5 ‘In Bethlehem in Judea,’ zeiden ze tegen hem, ‘want zo staat het geschreven bij de profeet:
6 “En jij,
Bethlehem in het land van Juda, bent zeker niet de minste onder de leiders van Juda, want uit jou komt een leider voort die Mijn volk Israël zal hoeden.”’
7 Daarop riep Herodes in het geheim de magiërs bij zich; hij wilde precies van hen weten wanneer de ster zichtbaar geworden was,
8 en hij stuurde hen vervolgens naar Bethlehem met de woorden: ‘Stel een nauwkeurig onderzoek in naar het kind. Stuur mij zodra u het gevonden hebt bericht, zodat ook
ik erheen kan gaan om het te aanbidden.’
9 Nadat ze de koning hadden aangehoord, gingen ze op weg, en
nu ging de ster die ze hadden zien opgaan voor hen uit, totdat hij stil bleef staan boven de plaats waar het Kind was.
10 Toen ze de ster zagen, werden ze vervuld van diepe vreugde.
11 Ze gingen het huis binnen en vonden het Kind met Maria, Zijn moeder.
                   
Ze wierpen zich in aanbidding voor het Kind neer.   
Daarna openden ze hun kistjes met kostbaarheden en boden het Kind geschenken aan: goud en wierook en mirre.
12 En omdat ze in een droom de aanwijzing hadden gekregen dat ze niet naar Herodes terug moesten gaan, reisden ze via een andere route terug naar hun land.
Tot hiertoe deze lezing.

Zalig die het Woord van God horen en er gehoor aan geven!


Credo
In antwoord op Gods woord willen wij ons geloof belijden door samen te zeggen:
Ik geloof in de Geest van leven en liefde
ver aan mij vooraf, royaal aan mij voorbij
maar ook in mij aanwezig.

Soms noem ik hem God
maar het liefst noem ik haar Schepper.

Ik geloof in mensen gedreven door de Geest
die mij voorleven wat leven betekent
en wat liefde vermag.

Daarom geloof ik in Jezus
en in anderen die leefden en leven in dat spoor.

Ik geloof in de gemeenschap van de Geest:
mensen die recht doen en vrede stichten,
die zich oefenen in breken en delen.

Ik geloof dat niet het laatste woord
zal zijn aan de dood,
maar aan het leven en de liefde.  Amen
via Bob Smalhout
Allen gaan zitten.

Preek
Genade zij u en vrede van God onze Vader en van Jezus Christus, onze Heer, door de Heilige Geest.

Dat het voor veel mensen bar
ongezellig is op aarde, om het maar zacht uit te drukken, ook, en misschien wel juist in deze Kersttijd, met Oud-en-Nieuw, dat is voor wie regelmatig naar het Nieuws kijkt, geen nieuws. Toch hebben we vanaf het scherm vaak geen idee van de diepe duisternis waarin veel mensen leven. Het valt op dat we dat vaak wél horen via uitzendingen van ‘Max maakt mogelijk’, ‘EO Metterdaad’ en ‘Stichting Vluchteling’, en dergelijke. Of heel anders: via de VPRO

Natuurlijk, we horen wel hoe ‘zwaar’ mensen hier, vooral jongeren (en ouderen die beter moesten weten) het hebben in de Lock-down; en het niet kunnen gaan en staan waar we willen, en wanneer we willen, ja, dat is heel vervelend, maar een diepe duisternis? Om ècht depri van te worden?
Dat is toch wel een heel andere dimensie.
Dan mogen we denken aan politieke gevangenen, aan
vluchtelingen tussen twee grenzen, of in wankele bootjes op zee, aan stelselmatige verkrachtingen door legers, aan natuurrampen, zoals vulkaanuitbarstingen, - er waren er verschillende dit jaar -, aan watersnoden en grote branden, aan tornado’s die hele dorpen vernietigden, noem maar op.
Dat gebeurde allemaal om ons heen.
En wat ons nog boven het hoofd hangt, we weten het niet, we kunnen het ons vaak niet echt goed voorstellen, die
klimaatverandering, de volgende pandemie, de… ja… wat?
Het is maar goed dat je het niet weet!

Toch hoeft het niet altijd hopeloos en inktzwart te zijn of te blijven, dat belooft de Heer Jeruzalem toen én aan ons nu via de lezingen van vandaag.
Je moet het wel willen zíén.
In het donker van de tijden roept de Aanwezige Jeruzalem op om zelf een Lichtend licht te zijn.
“Want… al bedekt duisternis de aarde
en donkerte de naties,
over jou schijnt de HEER,
Zijn luister is boven jou zichtbaar”. Hij belooft het!
Heel direct, heel hier en nu! En dus moet je, en kun je, zelf een licht zijn voor anderen.
Niet later, als je het zelf ook ziet, maar nu al!
Omdat je Hem vertrouwt.

Kijk om je heen. Als je dat doet, zie je eerst de andere mensen, maar pas als je omhoog kijkt, zie je meer.

Ik moest even denken aan het vuurwerk, dat hier en daar met de jaarwisseling ontstoken werd, en we zagen het soms buiten, soms op de TV.
Maar de Luister van de Heer is zoveel mooier en zoveel meer. Alleen al de
sterrenstelsels en de lichtende nevels van in een beginne mogen we zien als de versiering, de Luister van de Heer.
En ze herinneren ons aan Zijn belofte aan Abraham, aan het volk dat over heel de wereld leeft en
talrijk is als de sterren aan de hemel.

Een volk waarin Gods Zoon is geboren, om er deel van uit te maken, om er de kwetsbaarheid van te delen, en om daaruit op te staan tot groter heerlijkheid. Het blijft onvoorstelbaar.

De herders zagen die kerstavond de luister van de Heer. Ze zagen het met hun eigen ogen, en ze hoorden het, ze keken ook om zich heen, ze gingen naar de kribbe, en daarna gingen ze de stad in om het te vertellen. Overal klopten ze aan!
Sommige mensen zullen de blijde boodschap met vreugde hebben ontvangen, anderen draaiden zich knorrig nog eens om, want wij weten niet altijd wat wel en wat niet
belangrijk is. Zo zijn we. Vrije mensen.
Met een eigen wil. Met een eigen mening.

Maar er waren mensen die ruimte maakten voor Jozef en Maria en het Kind.
Zij kregen een plek in een huis.
Ze waren welkom
Voor een tijd.

Want niet lang nadat de Wijzen uit het Oosten, Magiërs, sterrenkundigen, op aanwijzing van de Hemel níét terug waren gegaan naar Herodes, (sóms is het beter om je beloften niet te houden), -niet lang daarna - waarschuwde diezelfde Hemel Maria en Jozef dat zij moesten vluchten.

Ze hadden dankzij de Wijzen een aardig kapitaaltje waarmee ze de reis konden betalen, en waarmee ze zich konden vestigen in Egypte, totdat zij, misschien zo’n vier jaar later, het sein ‘veilig’ kregen en terug konden gaan.

Of ze voor hun vlucht nu wel of niet waren ingeschreven in de archieven van Bethlehem, want daarvoor moesten ze erheen, we weten het niet.
Maar dat Jozef een afstammeling van koning David was, en dat Jezus dus via hem ook ingeschreven was in de burgerlijke stand als afstammeling van David, dàt mogen we wel
aannemen.
 
De wijze mensen uit het Oosten kwamen niet zomaar op kraambezoek, dat is wel duidelijk.
Het waren geleerden. Zij hadden aan de stand van de sterren gezien dat er een belangrijke, koninklijke, figuur was geboren in Juda.
Iemand die de loop van de dingen zou veranderen, want anders zou dit verschijnsel zich niet hebben vertoond aan de nachtelijke hemel.
Hun werk en hun roeping was het om deze geheimen te zien en te duiden. Ongetwijfeld hebben ze heel wat vervelende uren doorgebracht terwijl er niet veel bijzonders gebeurde aan de hemel. Maar dít was wel bijzonder. Wat een ontdekking! Natuurlijk gingen ze er op af… Een lange reis!
Zij gingen die nieuwe grote koning eer bewijzen. Goud brachten ze mee voor de koning. Wierook, om Zijn hemelse afkomst. Mirre, waarmee iemand werd gezalfd bij een belangrijke overgang in het leven.
We kennen uit de Bijbel de zalving tot koning of tot een andere belangrijke functie door een profeet of een priester. De Messias, de Gezalfde.
Dus ook daarin zit een hemels element.

Later
heeft de kerk ons herinnerd aan de zalving van Jezus door Maria Magdalena, ter voorbereiding van Zijn dood, en dan wordt de mirre een vroege verwijzing naar Zijn lijden.

Daar zullen de Wijzen niet aan hebben gedacht, maar bij God heeft alles meer lagen en meer verdiepingen dan wij op het eerste oog zien.

Dit aanbieden van geschenken en deze aanbidding heet in Jezus’ dagen: Epifanie. Verschijning.
Het gaat om het officieel verschijnen van de toekomstige koning, en het erkennen daarvan.
Daarmee is het Kind dan in
principe al Koning.
Zo werkte dat in die tijd.
Jezus is de Zoon van de Hemelkoning in het besef van die
Wijzen, en dat begrepen Herodes, de Hogepriesters en de Schriftgeleerden, ook.
Vandaar de paniek in Jeruzalem!
Dat was niet niks!


Epifanie kennen wij hier en nu in feite eveneens.
En niet alleen in de kerk.

Amalia, onze kroonprinses, werd een paar weken geleden ‘binnengeleid’ bij de Raad van State door haar vader, koning Willem-Alexander.
En wijze mensen bogen lichtjes voor
haar, die de nog veel moest leren, maar die wel bereid was op den duur een goede koningin te worden.
We mogen
hopen en bidden dat ze daarvoor op den duur de gelegenheid krijgt onder leiding van Gods Geest.

Maar bij Jezus’ Epifanie blijft het niet.

Het ligt in de lijn der verwachting dat een toekomstige koning die troon ook ooit zal bezetten.

De herders, die de goede boodschap rondvertelden, hadden zo hun eigen verwachtingen daarbij.
De een zal hebben
gedacht aan een machtige koning die de gehate bezetter het land uit zou jagen, de ander misschien meer aan een geestelijk leider, want ja, die engelen… die hadden het wel over een Heiland voor heel het volk, een heel-maker, en de tekst die de Schriftgeleerden Herodes voorlazen ging over een leider die het volk weiden zal, een heel Bijbels gegeven.
Die leider zal dat namens de
Heilige Heer in de Hemel Zelf doen.

De verwachtingen zijn hoe dan ook heel hoog gespannen!
Maar wat
gebeurt er: het Kind is zelfs in Bethlehem, Broodhuis, niet veilig.
Zijn ouders moeten met
Hem op de vlucht.
Herodes zal als een dolle tekeer gaan, en heel veel kleine kinderen vermoorden.
Zij zijn het kind van de rekening,
bijkomende schade heet dat in oorlogstermen. Toen en nu. Alles van waarde is weerloos, dichtte Lucebert. Alles wat weerloos is, heeft waarde, zei Bernadette Soubirous uit Lourdes veel eerder.
Zij hield veel van de Lijdende Heer op het kruis.

Maar al leek Jezus’ successtory op het kruis te floppen, wij weten, belijden en geloven dat Hij is opgestaan, en dat Hij Zijn plaats aan de rechterhand van God de Vader heeft ingenomen.
Dat
Hij terugkomt, op Gods eigen tijd.
Als Koning in eeuwigheid.

In de kersttijd vieren we niet de verjaardag van het kindje Jezus, niet de engelenkoren, maar we vieren en belijden dat Gods Luister al over ons is opgegaan, dat die ooit voor iedereen zichtbaar zal zijn als als Jezus komt met de engelen in Heerlijkheid.
Dat zingen we elke keer in de
doxologie: van U is het Rijk en de Kracht en de Heerlijkheid.
Wij
vieren dat.
Want ook wij zijn tot onderdeel gemaakt van dat geheim waarover
Paulus schreef: dat Gods genade verder gaat dan het volk alleen.
Genade voor iedereen die in God geloven wil, die Amen wil zeggen tegen Jezus.
Daarom hoeven we niet te zuchten:
Heer Jezus, zie ons op aarde klein en bang,
bezocht door duizend plagen…
Maar we mogen het uitzingen:
Kom Rechter in Uw majesteit, in Uw genade, kom, bevrijd ons van het kwade.

Die genade is de ware Luister van God, die boven ons oplicht, en die ook u en jou en mij oproept om zelf een lichtend licht te zijn, in de Geest van Jezus. In en door Zijn inspiratie.
God houdt van U, van jou, van ons.

Wij mogen dat laten zien aan de wereld om ons heen. Elke dag.
Amen.


Muziek
Mendelssohns Finale uit de Sonate nr. VI
 
Afkondigingen voor de gemeente...

Alles wat wij hebben, hebben wij van God gekregen,
om  door  te geven, om te delen met velen,
     en er zo dubbel van te genieten.

Ook nu kunnen we gestalte geven aan dat delen:   in de collecte. Al vragen we u voor zover u hier bent, de collectemandjes te vullen bij het uitgaan van de kerk, en voor zover U meekijkt, gebruik te maken van de gegevens in de nieuwsbrief.
Na het gebed over de gaven zingen we: lied 88 Tegen het duister in.
Om samen de dagen te delen…

 
Collecte
       1. Voor het werk in de eigen gemeente
       2. Voor de voedselbanken in Utrecht en Zeist
Die hebben uw en onze hulp dubbel en dwars nodig, juist nu, in de Lock-down zoveel mensen in grote problemen gekomen zijn.
Geven is zaliger dan ontvangen, dus maak een goed begin met dit nieuwe jaar door te geven alsof u zelf de ontvanger in nood bent.
Of alsof U koninklijk bij de kribbe staat met uw gaven. Uw gift maakt verschil!


Gebed over de gaven

Heer God, wat wij hebben verdiend, wat wij hebben gekregen, het is alles uit Uw genade.
Daarom kunt U er over beschikken, zoals U kunt beschikken over onze tijd, liefde en aandacht. Wij geven die met liefde aan U en anderen.
Wijs ons in dit alles de juiste weg.
Om Jezus’ wil. Amen.

Lied Sytze de Vries 88: Om samen de dagen te delen

2.     Elkaar als genade te lezen
is vreugde, van harte gedeeld, 
voorbij aan ons eenzaam verleden, 
als toekomst in handen gespeeld.

3.     En waar wij onszelf weer verhullen,
de schaamte armzalig bedekt,
zal Hij onze leegte weer vullen
met liefde, die liefde verwekt.

4.     O adem van God, doe ons leven,
ontvonk in ons blijvend het vuur!
Gij hebt onze namen herschreven
met trouw voor de langere duur.

Voorbeden
Laten we danken en bidden:
Grote God, Schepper van de schittering aan de hemel, Machtige Heer, wij aanbidden U en wij danken U dat ook wij mogen weten van Uw liefde en genade.
U bent het licht in ons leven, ook als we bang en
verdrietig zijn. Maar dank U wel dat we toch ook voor U mogen uitspreken wat ons dwars zit.
We maken ons zorgen over deze wereld, over de klimaatverandering, over natuurrampen,
oorlogen, vluchtelingen die nergens heen kunnen, over vrouwen en meisjes in Afghanistan en dergelijke landen, over veel politieke gevangenen… over mensen die op of over de rand van armoede leven, en voor wie de voedselbanken al geen afdoende oplossing meer kunnen bieden.
Wij leggen hen in Uw handen, en vragen om erbarmen.
A: Heer, ontferm U.
Goede God die ons oproept om een lichtend licht te zijn, wij bidden U voor
Jeruzalem, maar óók voor Zeist en Utrecht, help ons om Uw licht in ons hart te blijven koesteren, en ieder op onze eigen plaats iets goeds te doen.
Voor U spreken we uit ons verdriet over de mensen die we het afgelopen jaar hebben verloren, aan het leven of de dood, onze zorg over slachtoffers van
corona, van vuurwerk, van wanhoop en eenzaamheid.
We
bidden voor hen die in depressies verzand zijn, jong of oud, voor hen die geen toekomst meer zien, juist nu de besmettingscijfers weer oplopen.
Wij leggen hen in Uw handen, en vragen om erbarmen.
A: Heer, ontferm U.
Koning in Eeuwigheid, wij aanbidden U, en wij hopen op Uw komst, ooit, morgen, wie weet. Kom!
Wij
danken U voor Uw genade, ook voor ons allen hier en voor hen die via internet meekijken.
Wij bidden
U voor alle machthebbers en mensen met verantwoordelijkheid in kerk en maatschappij, in de zorg en in de opvoeding van jongeren. We bidden voor de nieuwe regering, en we bidden U voor onze koning en onze toekomstige koningin Amalia, dat U hen allen
leidt in de wijsheid en mensenliefde van Uw Heilige Geest.
Wij leggen hen in Uw handen, en vragen om erbarmen.
A: Heer, ontferm U.


En mét Jezus bidden wij U:

Onze Vader, die in de hemelen zijt,
Uw Naam worde geheiligd, Uw Rijk kome.
Uw Wil geschiede, gelijk in de hemel, alzo ook op aarde;
geef ons heden ons dagelijks brood;
en vergeef ons onze schulden,
gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren;
en leid ons niet in verzoeking.
maar verlos ons van het kwade.
 

Slotlied
423: 1 en 2


Voor wie ons lief zijn vragen wij God:
ga met Uw licht voor hen uit!
Al onze vrienden wensen wij vrede:
Ga met God! Vaya con Dios en a Dieu!

Zegen
:

Een 15de eeuwse Keltische zegen
Allen:
God moge zijn in ons hoofd en in ons begrijpen
God moge zijn in onze ogen en in ons kijken
God moge zijn in onze mond en in ons spreken
God moge zijn in ons hart en in ons denken
God moge zijn in ons einde en ons vertrekken.  
V: Amen.


† Zo zegenen U en ons allen
de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
Amen.

Allen: lied 423:3

Orgelspel: Heinrich Scheidemann
Es ist das Heil uns kommen her.

Een gezegend jaar 2022!!!