Voor eerdere diensten klik hier:

Zondag  Cantate - kleur: wit. Om corona helaas niet in de Lutherse kerk te  Heusden, maar bij de mensen thuis...

Klokgelui

Voorbereiding

Stilte

Aansteken van de kaarsen.

Votum (oproep)
Wij zijn hier aanwezig in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest
Amen

Adiutorium (bemoediging)
Onze Hulp is in de Naam van de Heer   
die hemel en aarde gemaakt heeft.      
Die trouw houdt tot in eeuwigheid
en niet loslaat het werk van Zijn handen.

Confiteor (schuldbelijdenis)
Goede God, wij vertrouwen op Uw Woord,
daarom zijn wij gekomen om te lezen en te zingen.
Wij bidden U voor allen die daar toe niet in staat zijn.


Lieve God, Uw genade is groter dan ons tekortschieten.
Daarop vertrouwen wij, als wij vragen om vergeving,
als wij U vragen om
al wat ons aan zorgen en vragen,
aan verdriet en onrust
aankleeft, van ons weg te nemen,
opdat wij U in alle vrijheid als Uw kinderen kunnen aanbidden.


Heer vergeef ons al wat wij misdeden.

En laat ons weer in vrede leven.
Amen.

Zo lief had God deze wereld, dat Hij Zijn enige Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt, en eeuwig leven hebben mag!

Introïtus
Antifoon  : nl640d mp3/05-nl640d.mp3

Psalm: 
A: Zijn rechterhand heeft overwonnen,
Zijn heilige arm heeft redding gebracht.
De HEER heeft Zijn overwinning bekendgemaakt,
voor de ogen van de volken Zijn gerechtigheid onthuld.
Hij heeft gedacht aan Zijn liefde en trouw voor het volk van Israël.
De einden der aarde hebben het gezien:
de overwinning van onze God.
Laat bruisen de zee en alles wat daar leeft,
laat juichen de wereld met haar bewoners.
Laten de rivieren in de handen klappen
en samen met de bergen jubelen voor de HEER, want Hij is in aantocht als rechter van de aarde.

Kyrië en Gloria
Laten we de Heer aanroepen om ontferming met de nood van deze wereld,  - die is groot - 
maar laten wij dan ook Zijn Naam prijzen,  omdat er aan Zijn barmhartigheid geen einde komt!

Dienst van het Woord
Salutatio (groet)

 

Zondagsgebed (collecta)

Heer, Aanwezige, Hemelse Vader, moge onze lofzang tot U opstijgen, zoals die van de heilige engelen; 
zend ons Uw Heilige Geest, opdat Zij ons de adem, de woorden en de muziek geeft 
om Uw lof te verkondingen, straks in Hemel en nu op de aarde
door Jezus Christus, onze Heer.
Amen.

Eerste Lezing: Openbaring 14: 17

We horen een visioen van de Hemelse eindtijd. Michaël en de goede engelen hebben alle negatieve machten de oorlog verklaard. Alles wat Gods Koningschap wil aanvechten, machten in de natuur, de cultuur, de zee, en waar dan ook. We lezen over een perfecte Toekomst, waar 144.000 staat voor 12x12x100, 12 stammen van Israël, 12 discipelen, en 10x10x10 – alle mensen, teveel om op je vingers te tellen. God weet ervan.

Bij het teken op je voorhoofd mogen we denken aan het Kaïnsteken. Al wàs hij de moordenaar van zijn broer, mens noch dier mocht hem daarom doden. Alleen God zou over hem oordelen.
Bij Ezechiël en andere profeten is er ook sprake van een teken op het voorhoofd van de trouwe gelovigen. God Zelf zal hen bewaren. We lezen:


14:1 Toen zag ik dit: het Lam stond op de Sion, en bij het Lam waren honderdvierenveertigduizend mensen die Zijn Naam en die van Zijn Vader op hun voorhoofd hadden.

2 Ik hoorde uit de hemel een geluid komen dat klonk als het geluid van geweldige watermassa’s, van zware donderslagen; het klonk als het geluid dat muzikanten maken die op de lier spelen.
3 Er werd voor de troon en voor de vier wezens en de oudsten iets gezongen dat leek op een nieuw lied. Niemand kon het lied begrijpen,
behalve de honderdvierenveertigduizend mensen die van de aarde zijn vrijgekocht.
4 Dat zijn degenen die zich niet aan vrouwen hebben opgedrongen, want
kuis zijn zij.
Zij volgen het Lam waarheen het maar gaat.
Ze zijn uit de mensheid vrijgekocht om als de eerste opbrengst te worden aangeboden aan God en aan het Lam.
5 Geen leugen komt over hun lippen, er valt niets op hen aan te merken.
6 Toen zag ik opnieuw een engel, die hoog in de lucht vloog. Hij had een eeuwig
Evangelie dat hij bekend moest maken aan de mensen op aarde, uit alle landen en volken, van elke stam en taal.
7 Luid riep hij: ‘Heb ontzag voor God en geef Hem eer, want nu is de
tijd gekomen dat Hij Zijn oordeel zal vellen. Aanbid Hem die hemel en aarde, zee en waterbronnen geschapen heeft.’



Gradualepsalm : Nlpsalm 98d  mp3/14-GVLPS98I.mp3



Epistellezing: 1 Johannes 3: 18-24

Johannes schrijft over ons, Christenen. Dat we gehouden zijn lief te hebben, zoals Christus ons heeft liefgehad: tot in de dood. En dat we de keus hebben: of we zijn kinderen van God, en dan houden we ons aan Gods geboden, of we zijn kinderen van de duivel, en dan leven we in zonde. Geen creatieve tussenoplossingen. Hij gaat verder en schrijft:

18. Kinderen, laten we niet liefhebben met woorden of met de tong, maar waarachtig metterdaad.
19. (En) hierin zullen we weten dat we uit de waarheid zijn, en we zullen onder Zijn toezicht ons hart er toe aanzetten te bedenken
20. dat, ook als ons hart ons aanklaagt, God groter is dan ons hart, en dat Hij alles weet.
21 Geliefden, stel dat ons hart ons niet aanklaagt, dan kunnen we vrijelijk tot God spreken....
22 en wat we ook maar vragen, dat krijgen we van Hem, omdat we Zijn geboden houden en doen wat Hem aangenaam is.

23 En dit is Zijn gebod: dat wij ons vertrouwen stellen op de Naam van Zijn Zoon Jezus Christus, en dat wij elkaar liefhebben, zoals Hij ons heeft geboden.
24 En wie Zijn geboden houdt, blijft in Hem en Hij in die persoon, en uit de Geest die Hij ons heeft gegeven weten we dat Hij in ons blijft....

Het Heilig Evangelie staat geschreven bij: Johannes 16: 5 – 15
Men kan gaan staan

Psalmwoord: Halleluja. De rechterhand van de HEER verheft mij, de rechterhand van de HEER doet machtige daden. Ps 118:16  Halleluja!


Het Heilig Evangelie staat geschreven bij: Johannes 16: 5 – 15
dit is de ‘rede van de laatste dingen’, die Jezus uitspreekt bij het laatste Avondmaal, een Geestelijke Testament, en daarvan de verzen 5-15
De Heer heeft Zijn leerlingen verteld, hoe ze vervolgd zullen worden om Zijn Naam, de kerk uitgezet, en Hij vertelt het ze nu, van te voren, opdat ze zich niet door Hem verraden zullen voelen als het zover komt. Hij zegt belooft de Advocaat te sturen - een woord dat ook wel met Trooster wordt vertaald, en zegt:

5. Deze dingen heb Ik jullie niet van het begin af aan gezegd, omdat Ik nog bij jullie was.
6. Maar nu ga Ik weg naar Hem die Mij gezonden heeft… en laat nu niemand van jullie vragen: ‘Waar gaat U heen?’

7. Maar omdat Ik jullie deze dingen gezegd heb, is jullie hart volgelopen met verdriet...
                                                          
Maar Ik zeg jullie de waarheid: het is voor jullie bestwil dat Ik heenga.  
Want als Ik niet weg zou gaan, zou de Advocaat niet tot jullie komen; maar als Ik ga zal Ik Haar naar jullie toe sturen.
8. En als Die komt zal Zij de wereld
dingen duidelijk maken over zonde en over gerechtigheid en over oordeel.
9. Over zonde inderdaad, omdat ze niet in Mij geloven.
10. Over gerechtigheid echter, (zal Zij duidelijk maken) dat Ik naar de Vader ga.   
En dan zien jullie Me niet meer.
11. Maar wat oordeel betreft, (zal Zij duidelijk maken) dat de heerser van deze wereld veroordeeld is…

12. (Eigenlijk) heb Ik jullie nog heel veel te zeggen, maar dat kunnen jullie nu nog niet hebben.
13. Maar als Zij komt, de Geest van Waarheid, dan zal Zij jullie een weg wijzen in héél de waarheid. Want Zij spreekt dan niet voor zichzelf, maar wat Zij te horen krijgt, dàt zal Zij zeggen, en Zij zal jullie aankondigen wat er te gebeuren staat.

14. Zij zal Mij verheerlijken, want Zij zal nemen uit het Mijne en het jullie verkondigen.

15. Alles wat de Vader heeft is ook van Mij, daarom zeg Ik dat Zij neemt uit wat van Mij is, en het aan jullie verkondigt.
  
Zalig die het Woord van God horen en er gehoor aan geven!


Credo
In antwoord op Gods woord belijden wij samen ons geloof:
Wij geloven in God, sterker dan de dood,
die het leven wil van mensen, zoals jij en ik,
die ons heeft gedroomd, voor we er waren,
die veel van ons verwacht, en ons geschapen heeft
met kracht en moed en liefde.

Wij geloven in Jezus, Zijn Zoon, die mens werd,
ons gelijk, om weer zin te geven
aan wat zinloos werd: ons leven.
Gekruisigd is Hij, om onze schulden te voldoen.

Opgestaan na drie dagen, leeft Hij voor eeuwig
bij God, waar Hij op ons wacht.

Wij geloven in de Geest van Liefde en waarheid,
Gods wezen, dat Hij met ons deelt.
Zij juicht en huilt in ons, spreekt ons weer moed in,
brengt ons terug.
Wij belijden één doop,    
één kerk - die wereldwijd
ontheven aan structuren en machten,
ons verenigt in één Lichaam, tot één geheel.
Van nu aan tot in eeuwigheid.
Amen.

Allen gaan zitten.

Verkondiging
Genade zij u en vrede van God onze Vader en van Jezus Christus, onze Heer, door de Heilige Geest.

Wij kunnen ons soms zo verlaten voelen: van God en mensen verlaten, zeggen we wel eens.
Heel het afgelopen jaar is ons leven grondig veranderd, op allerlei manieren.
Mensen vragen zich af of het ooit nog ‘normaal’ zal worden, maar… wat ís normaal?
Wàs het wel normaal, zoals wij hier leefden?
Gezond was het in elk geval niet.

Misschien is het goed om weer eens anders te gaan kijken.
Vanuit de Opstanding van de Heer kijken we vandaag naar de dingen die ons worden verkondigd. Was dat niet het geval, dan zaten we nu allemaal met de handen in het haar, dan wisten we niet hoe we om moeten gaan met de dingen die ons
overkomen. Corona, politiek…
Het is
goed te horen en te weten dat een leugenachtige overheid al van Hogerhand geoordeeld is, ook al kleven mensen nog op het pluche, dat ze niet waard zijn.
Nee, het gaat vandaag niet over
politiek, al gaat politiek altijd over ons en over onze samenleving, en daardoor maken wij deel uit van de politiek. Actief, zelfs als we niets doen.
Want dàt is ook een
keuze.

Wat wij nu en hier doen, (niet alleen op zondag in de kerk, maar overal en altijd), heeft effecten die verder gaan dan het hier en nu, zelfs verder dan de volgende generatie, en het klimaat van deze wereld.
Ons
leven, ons doen en laten, onze beslissingen, dat alles heeft gevolgen tot in Eeuwigheid.
Johannes, die op Patmos in ballingschap wegteert, (en zo’n ballingschap is heel wat ingrijpender dan een paar weken quarantaine, of tien dagen kamerarrest waar mijn kleindochter vanwege corona zo onder leed), Johannes heeft visioenen gekregen, waar zelfs het meest spetterende Songfestival het niet bij haalt.
Hij
ziet, hij schouwt… en hij hoort ook!
Alle versterkers staan aan! Onweer, een  heel peloton musici die aan de snaren staan te plukken… oorverdovend!
Degenen die zich nu beklagen omdat ze niet naar een evenement kunnen, die zouden hun oren en ogen niet
geloven!!! Dit is écht héftig!!!

Wat ziet Johannes dan?
Hij ziet onder andere
Hem die als een lam is geslacht, die ten offer is gevallen aan de verkeerde beslissingen en gedachten van mensen; aan de onwil om een Hogere Macht te aanvaarden, dan onze eigen wil, onze eigen gedachten.

Dat Lam is de dood voorbij, en het leeft.
Het is een teken dat
God sterker is dan alles wat zich tegen Hem keert.

Dat verrezen Lam staat te prijken boven óp de berg Sion.
Voor de
Joden is dat de plaats van de Shechina[i], (zie eindnoot) de inwoning, de plaats waar God woont te midden van de mensen. De Sion is de plaats van de Tempel.
Een tempel die in de dagen dat
Johannes schrijft al is onteerd en verwoest.
En
zie: hier triomfeert de kwetsbaarheid die het kwaad de andere wang toekeerde!
Wat een belediging voor de machten en machtigen van de
wereld. Wél worden ze door Gods Heilige engelen straks aangevallen en gevangen gezet, maar de echte Overwinnaar staat te kijk als een Lam, een offerlam.
Het zijn de zwakke krachten die in
Gods Rijk overwinnen.
Het is
Zijn Liefde, die wint door te verliezen.

Dat gaat ons verstand te boven.

Zelfs van de vaste vrienden, van Zijn eigen bubbel, van de mensen die al drie jaar met Hem optrekken, weet Jezus dat ze het niet begrijpen.
Ze zijn er nog niet aan toe.
Dat is verdrietig voor
Hem, maar Hij aanvaardt hen, Hij aanvaardt ons, zoals we zijn.
Ook al
lijkt het straks alsof Hij bij Zijn kruisdood gefaald heeft, Hij zegt de leerlingen, Hij zegt ons, dat Hij Zijn mensen niet in de steek laat.
Veel meer dan
Zijn lichamelijke aanwezigheid wacht ons straks, als steun en troost.
Ja,
Jezus aanvaardt ons, zoals we zijn.
Met heel onze
kwetsbaarheid, en met onze lafheid.
Al blijft
Hij hopen op méér! Hij heeft ons hoog.
Hij heeft ons lief. Allemaal. Jou ook.

En dat is wat Hij van ons verwacht. Liefde.
In het leven van alledag.
Liefde Metterdaad.
Ja, uit onze Epistellezing komt de naam van dat programma.
J U kent het wel.
Soms gaat het om mensen die heel bijzondere dingen doen voor anderen, soms is het een handje
helpen, waardoor mensen weer door kunnen, verder kunnen. Liefde metterdaad kan een kwestie zijn van een kaartje of een telefoontje, of je verplaatsen in iemands situatie, en bedenken wat deze persoon nodig kan hebben, en misschien niet wil of kan vragen. Dat is kijken met Gods ogen, horen met Gods hart. Daar gaat het om. Kijken en horen en leven met liefde.
Als we dàt doen, als we dat wagen, kunnen we straks vol
vertrouwen voor God staan, als HZij ons rekenschap vraagt van ons bestaan.
Want ook als ons
hart (ons geweten) ons aanklaagt, Gods genade is groter dan ons hart.
Broeder Maarten zegt: Ja, we zijn zondaar, maar toch door God rechtvaardig verklaard. Punt uit.
Vertrouw daar op. Geloof het!

Wij leven nu van Pasen naar Pinksteren, in het Licht van de Opstanding, maar mét de woorden en de bemoediging en troost van de Heilige Geest die Jezus Zijn leerlingen en ons beloofde.

Zij ís gekomen. Zij is ook hier, in ons midden, om Gods woorden in je hart te leggen, en om onze tastende woorden en stamelende gedachten in Gods hart te leggen. Dan zul je het goede doen, en je zult het goede vragen. Dat, wat God je van harte wil geven. Als je leeft in liefde, is het Goed.

En levenslang zijn we niet eenzaam meer.
Dat zal ons troosten.

Amen!
 
Interludium (tussenspel)
https://www.youtube.com/watch?v=QRua__ipRDc


Dienst van gaven en gebeden

God heeft ons vele gaven geschonken,
om ons blij te maken, maar ook om ons de gelegenheid te geven anderen blij te maken, door er van te
delen.
Nu kunnen we dat doen in de collecte!
Na het gebed over de gaven zingen wij: lied 948

Collecte (over maken) 

Gebed over de gaven
Heer God, wat wij hebben verdiend, wat wij hebben gekregen, het is alles uit Uw genade.
Daarom kunt U er over beschikken, zoals U kunt beschikken over onze tijd, liefde en aandacht. Wij geven die met liefde aan U en anderen.
Wijs ons in dit alles de juiste weg.
Om Jezus’ wil. Amen
.

Lied 948  of mp3/25-nl948X.mp3

om in te schuilen, dat wij leven
al zijn wij dood, zo dood als as.
Laat ons er zijn, een eeuwig even,
laat ons er zijn met U die was,

die is, die komen zal ten laatste,
ten eeuwigste. Kom niet te laat!
Gij kunt U toch in ons verplaatsen?
Kom dan, wij zijn ten einde raad.


Voorbeden
Laten we danken en bidden:
Goede God, wij danken U voor Uw liefde en genade, 
voor Uw zachte krachten en Uw machtige Liefde voor ieder van ons.
Wij danken voor 76 jaar vrede en veiligheid, en wij bidden voor hen die vielen…
Ontferm U over hen.
Samen bidden wij:
A: Heer, maak mij een instrument van uw vrede.
Waar haat het hart verscheurt,
laat mij liefde brengen.
Waar wordt beschuldigd,
laat mij vergeving schenken.
Waar verdeeldheid mensen van elkaar vervreemdt,
laat mij eenheid stichten.
Waar twijfel knaagt,
laat me geloof brengen.
Waar dwaling heerst,
laat me waarheid uitdragen.
Waar wanhoop tot vertwijfeling voert,
laat hoop doen herleven.
Waar droefenis neerslachtig maakt,
laat me vreugde brengen.
Waar duisternis het zicht beneemt,
laat me licht ontsteken.
Maak dat wij niet zozeer zoeken
om getroost te worden,
als wel om te troosten.
Om begrepen te worden
als wel om te begrijpen.
Om bemind te worden
als wel om te beminnen.
Want wij ontvangen door te geven.
Wij vinden door onszelf te verliezen.
Wij krijgen vergeving door vergeving te schenken
en wij worden tot eeuwig leven geboren
door te sterven.
Amen.
St. Franciscus van Assisi  (1182-1226)

En wij zeggen met Augustinus:
Fluister het mij in, Heilige Geest:
Ik zal het goede denken.

Spoor me aan, Heilige Geest:
Ik zal het goede doen.

Verlok me, Heilige Geest:
Ik zal het goede zoeken.

Geef me kracht, Heilige Geest:
Ik zal het goede vasthouden.

Bescherm me, Heilige Geest:
Ik zal het goede nooit verliezen.

Onze Vader, die in de hemelen zijt,
Uw Naam worde geheiligd, Uw Rijk kome.
Uw Wil geschiede, gelijk in de hemel,
zo ook op aarde;
geef ons heden ons dagelijks brood;
en vergeef ons onze schulden,
gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren;
en leid ons niet in verzoeking.
maar verlos ons van het kwade.

Allen gaan staan

Slotlied: 1012  = mp3/36-LIED286D(1).mp3


Geef ons Uw vrede in het hart
en liefde, Heer, voor allen
die door de groten zijn verward;
laat, waar hun leuzen schallen,
ons niet aan hun waan vervallen.

A: God moge zijn in mijn hoofd en in mijn begrijpen; 
    God moge zijn in mijn ogen en in mijn kijken; 
    God moge zijn in mijn mond en in mijn spreken; 
   
God moge zijn in mijn hart en in mijn denken; 
    God moge zijn in mijn einde en mijn vertrekken;
V: † Zo zegent nu ons en alle mensen
    de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.    
    Amen!

Lied 1012: 5 mp3/38-lied286d1.mp3

 

En dan is er koffie, of zoiets. En wellicht een goed gesprek. 

Voor 4 en 5 mei een nieuwe berijming van het Wilhelmus van Sytze de Vries. 



Zijn moed en zijn vertrouwen zijn ook voor ons een bron.
Wij zullen blijven bouwen op wat met hem begon.
Zijn erfgoed te bewaren waar ieder ruimte heeft
is wat ons blijft verbinden met al wie bij ons leeft.

of misschien toch:

 

 


[i] Shechina (Hebreeuws: שכינה, šəchīnāh, "het (in)wonen" of "woonplaats") duidde in het jodendom de aanwezigheid van JHWH, God aan, in het bijzonder in de Joodse tempel te Jeruzalem. Als bijbetekenis kon het duiden op "rust", "geluk", heiligheid" of "vrede".

 

Oorsprong en betekenis

De voorgeschiedenis van de term en het ermee verbonden theologische concept van "Gods woonplaats op aarde" wordt gevonden in de Perzisch-hellenistische periode. Later werd het een centraal thema in de Rabbijnse literatuur.

 

De term Shechina komt als zelfstandig naamwoord alleen in de Talmoed voor, maar verwante werkwoordsvormen worden ook aangetroffen in de Hebreeuwse Bijbel. Vooral het werkwoord schachan (שכן, "wonen (in een (tenten)kamp)") wordt vaak aangetroffen, net als het naamwoord mischkan (משכן, "residentie", "tabernakel“). Vanuit de oorsprong en de grondbetekenis wees het begrip terug op de ontmoeting tussen God en de Israëlieten in de woestijn. Gods aanwezigheid manifesteerde zich in een "tent" te midden van het volk. Het eerste Israëlitische heiligdom was dan ook een mobiele tent en de erin opgestelde ark van het verbond. Later ging het Shechina als aanduiding voor de nabijheid en tegenwoordigheid van God over naar de Joodse tempel en het heilige terrein van de stad.

 

De Shechina representeert de vrouwelijke eigenschappen van Gods aanwezigheid, want Shechina is een vrouwelijk woord in het Hebreeuws.

 

Voorlopers van de rabbijnse traditie

 

De Hebreeuwse Bijbel bevatte in de verhalen al symboliek om de aanwezigheid van God als licht aan te duiden. Zo was Gods aanwezigheid tijdens de uittocht uit Egypte zichtbaar in een wolkkolom overdag en een vuurzuil 's nachts.[4] In dit verband werd echter niet de term Shechina gebruikt.

 

Rabbijnse traditie

 

Toen de tabernakel gereed was, daalde de Shechina neer over de tent waarin de ark van het Verbond stond. Later was de Shechina aanwezig in de tempel als een vuurgloed boven de ark. Volgens joodse legenden verdween de Shechina kort voor de verwoesting van de tempel (in 586 v.Chr.) en is er nooit meer teruggekeerd. Ook van de ark van het verbond werd niets meer vernomen en het is niet zeker of hij verwoest is of ergens verborgen door de tempelpriesters. Volgens de Joodse traditie verdween de Shechina omdat de zonden en ontrouw van de Israëlieten zo erg waren geworden dat God het land verliet.

Pas als de Messias opstaat en de tempel herbouwt, zal de Shechina daar weer zijn intrek nemen.

Volgens de traditie was in de tweede tempel nooit de ark van het verbond, met de sjechina, aanwezig, terwijl deze toch essentieel was voor het jaarlijkse zoenoffer voor het gehele volk. Volgens orthodoxe joden is de reden hiervoor dat de Tempelberg waar het Heilige der Heiligen was, sinds de Babylonische ballingschap nooit meer onder volledig onafhankelijk joods bestuur, onder het huis van koning David, is geweest. Het is volgens de Tenach en de Talmoed namelijk noodzakelijk dat de plaats van de tempel onder het soevereine gezag staat van het joodse volk onder de leiding van een afstammeling van koning David.

Als de tijd van het hernieuwde koningschap van David, in de persoon van de Messias, aanbreekt, zal God de schuilplaats van de ark openbaar maken zodat deze in de eveneens hernieuwde tempel zijn plaats weer kan innemen. Hierna zal de Shechina de ark opnieuw bekleden.

 

Volgens de Talmoed ‘rust de Shechina waar een minjan bijeen is’,[10 man] ‘is zij aanwezig waar drie rechters samen zitting houden’, ‘verwijlt de Shechina aan het hoofdeinde van een zieke’ en ‘begeleidt zij allen die gedwongen zijn om in ballingschap te gaan’. Ook geeft de Talmoed aan dat de Shechina verantwoordelijk is geweest voor de profetie van profeten en voor de compositie van Davids psalmen. Profeten verwijzen in hun visioenen vaak naar Gods aanwezigheid.

 

De Shechina wordt in de traditie geassocieerd met de bruid van de sjabbat (sjabbat ha-malka). De beroemde kabbalist rabbijn Loeria heeft veel over dit thema geschreven in proza en dichtvorm.

De hechte band tussen de sjabbat en het Joodse volk wordt vergeleken met de band tussen bruid en bruidegom. De traditie van de Shechina als sjabbat-bruid geeft ook de band weer tussen God en het Joodse volk