Voor eerdere diensten klik hier:


Zondag 9 na Trinitatis 29-7-2018 in de Lutherse kerk te Zeist 
Organiste: Hetty van de Kolk

Orgelspel

Afkondigingen en aansteken van de kaarsen.

Wij zijn hier aanwezig in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.    
Amen

Onze Hulp is in de Naam van de Heer    
die hemel en aarde gemaakt heeft.

Heer, vergeef ons al wat wij misdeden,
en laat ons weer in vrede leven.
Amen.

Zo lief had God deze wereld, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt, en eeuwig leven hebben mag!

Introïtus:
De Antifoon voor deze zondag luidt:
Zie, God is mijn helper, de Heer is het die mijn leven draagt. (ps 54:6)

En de psalm zingen wij: psalm 54:2

Nogmaals de Antifoon: 
Zie, God is mijn helper, de Heer is het die mijn leven draagt. (ps 54:6


Laten we de Heer aanroepen om ontferming met de nood van deze wereld, - die is angstwekkend groot, wij denken aan de slachtoffers van de droogte en overstromingen onder mens en dier, aan de natuur zelf - maar laten wij dan ook Zijn Naam prijzen, omdat er aan Zijn barmhartigheid geen einde komt!




Zondagsgebed
Goede God, wees hier aanwezig, dit uur, en blijf ook bij ons als we weer naar huis gaan onder Uw hoede, door Jezus Christus, onze Heer.
Amen

Lez
ing Oude Testament

Exodus 15: 1- 18
Zojuist zijn de Farao en diens leger verdronken in de Rode Zee. Ze maakten jacht op de Israëlieten die Egypte verlieten, nadat de Farao – door rampen gedwongen – hen toestemming had gegeven. Juist toen ze geen kant op konden, ze stonden voor het water van de zee, en de legers stormden op hen af, toen ging het water naar één kant, als een muur, ze trokken door de zee met hun vee en spullen, en toen de Farao met zijn leger midden in waren, en de laatste geiten, schapen en kinderen aan de overkant waren, viel die muur met water om. Dat had God gedaan, en Mozes zong in beurtzang met de mannen een loflied voor de Aanwezige, hun God.


15:1 Mozes zong samen met de Israëlieten dit lied voor de Heer:

‘Ik zing voor de Heer!
Hij is machtig en sterk.
Alle paarden en soldaten
heeft Hij de zee in gejaagd.
2 De Heer maakt mij sterk,
Hij beschermt mij.
Hij heeft me geholpen.
Hij is mijn God
en de God van mijn voorouders.
Ik eer Hem en ik dank Hem.
3 Hij wint elke strijd.
Zijn naam is: de Aanwezige.
4 Het hele leger van de Farao,
alle soldaten en wagens,
heeft de Heer de zee in gejaagd.
Zelfs de sterkste soldaten zijn verdronken.
5 Hoge golven spoelden over hen heen,
in het diepe water zonken ze als stenen.

6 De Heer heeft de vijanden vernietigd,
Hij heeft ze vernietigd met grote kracht.
De Heer heeft de vijanden verslagen.

7 Heer, U verslaat alle vijanden door Uw grote macht.
Als U woedend wordt, blijft er niets van ze over.
8 U hebt het water weggeblazen.
De hoge golven stonden plotseling stil.
Ze stonden rechtop als een muur,
midden in de zee.

9 De Farao zei: ‘Ik ga dat volk achterna!
Ik zal ze inhalen, die Israëlieten,
ik zal ze grijpen! Alles pak ik van ze af.
Ze zullen weer mijn slaven worden,
ik zal ze dwingen met mijn zwaard!’

10 Maar U hebt het water over de vijanden heen geblazen.
Ze verdronken in de diepe zee,
ze zonken als stenen naar de diepte.
11 Geen enkele god is zo Machtig en Heilig als u!
Niemand doet zulke geweldige dingen.
Niemand doet zulke grote wonderen.
Heer, wie is zo Machtig als U?

De Heer heeft Zijn volk bevrijd!

12 Door Uw macht zijn de vijanden voor altijd verdwenen,
13 en Uw volk is door Uw goedheid bevrijd.
U leidt Uw volk naar Uw heilige land.
Zó Machtig bent U!
14 Alle volken horen het, alle volken beven,
ze beven van angst! De Filistijnen zijn bang,
15 de leiders van Edom zijn geschrokken,
de leiders van Moab beven,
de inwoners van Kanaän trillen van schrik.
16 Ze zijn allemaal bang,
omdat ze weten hoe machtig U bent.
Ze zijn doodstil van angst.
Want Uw volk komt eraan, Heer,
het volk dat U zelf hebt gemaakt!
17 U brengt Uw volk naar de berg Sion.
Daar wilt U hen laten wonen.
Daar woont U ook Zelf, Heer, op Uw heilige berg.
Daar is de tempel, die U Zelf hebt gebouwd.
18 Heer, U bent Koning, voor altijd!’

Daarna zong Mirjam, de grote zus van Mozes, dat zelfde lied nog eens, in beurtzang met de vrouwen. 

Laten ook wij zingen.
Ons gradualelied is: lied 151: 1 en 5 

Ik zing voor de Heer. Hij is Koning voor goed en dwars door de vloed
geleidt Hij de zijnen. Zijn goddelijk spoor gaat zelfs in de zee niet teloor:
de zee van Zijn toorn die de zonden verzwelgt, het water en bloed dat de zonden uitdelgt.
Zo gaat het van doodszee naar levensjordaan, en zingende moeten het water in gaan
met slaafse ellende en vorstlijke waarde de mensen der aarde.


Epistel:

De Epistellezing: is uit 1 Cor 10: 1 – 13
(Goed Nieuws Bijbel) en grijpt terug op de woestijntijd, waar we zojuist een heel klein fragmentje van hoorden. Er boven staat: Het voorbeeld van Israël, en het gaat zo:
1 Graag wil ik, broeders en zusters, uw aandacht vragen voor wat er gebeurde met onze voorouders.
Ze stonden allemaal onder bescherming van de wolk en trokken allemaal veilig door de Rode Zee.
2 In de wolk en in de zee werden ze gedoopt als volgelingen van Mozes.
3 Ze aten allemaal hetzelfde geestelijke voedsel,
4 en dronken allemaal dezelfde geestelijke drank. Want ze dronken water uit een geestelijke rots die overal met hen meetrok, en die rots was Christus.
5 Toch rustte op de meesten van hen Gods zegen niet. Want werden ze niet afgeslacht in de woestijn?
6 Die gebeurtenissen zijn een voorbeeld voor ons, een waarschuwing dat we niet naar het kwade moeten verlangen, zoals zij.
7 Word geen afgodendienaars, zoals sommigen van hen, over wie de Schrift zegt: Het volk ging zitten om te eten en te drinken, het werd een losbandig feest.
8 En laten we geen ontucht plegen, zoals sommigen van hen. Het gevolg was dat op één dag drieëntwintigduizend mensen de dood vonden
[1].
9 Laten we Christus ook niet op de proef stellen, zoals anderen van hen deden, met het gevolg dat ze door slangen omkwamen
[2].
10 Mopper ook niet op God, zoals weer anderen – zij werden omgebracht door de engel van de dood
[3].
11 Wat hun overkwam, moet een voorbeeld voor ons zijn. Het werd opgeschreven om ons te waarschuwen, omdat we voor het einde der tijden staan.
12 Wie dus denkt rechtovereind te staan, moet oppassen dat hij of zij niet komt te vallen.
13 U hebt geen beproeving doorstaan die niet voor mensen te dragen is. U kunt op God vertrouwen; Hij zal niet toelaten dat u boven uw krachten beproefd wordt.     
En wanneer u beproefd wordt, zal Hij ook voor uitkomst zorgen zodat u de beproeving doorstaat.

[1]  Numeri 25: 1 - 9. 1 Toen de Israëlieten in Sittim verbleven, begonnen ze zich in te laten met Moabitische vrouwen. 2  Deze vrouwen nodigden hen uit voor de offerplechtigheden ter ere van hun goden, en het volk at van de offers en boog zich voor die goden neer. 3  Zo gaf Israël zich af met de Baäl van de Peor. Daarom ontstak de HEER in woede tegen Israël. 4  ‘Laat alle familiehoofden van het volk in het openbaar terechtstellen en ophangen, ten overstaan van de HEER, ‘zei hij tegen Mozes. ‘Dan zal de HEER zijn brandende toorn tegen Israël laten varen.’ 5  Hierop droeg Mozes de rechters van Israël op om allen die onder hun bevoegdheid vielen en zich hadden afgegeven met de Baäl van de Peor te doden. 6Terwijl Mozes en heel Israël bij de ingang van de ontmoetingstent aan het weeklagen waren, bracht een van de Israëlitische mannen voor hun ogen toch nog een Midjanitische vrouw naar zijn tent. 7  Toen Pinechas, de zoon van Eleazar, de zoon van de priester Aäron, dat zag, stond hij op, greep een speer, 8  volgde de Israëliet tot in zijn slaapvertrek en doorstak hem en de vrouw, dwars door hun onderbuik. Op hetzelfde moment werden de Israëlieten van de plaag verlost. 9  Aan vierentwintigduizend mensen had de plaag het leven gekost.

[2]  Numeri 21: 5   ‘Waarom hebt u ons weggehaald uit Egypte?’ verweten ze God en Mozes. ‘Om ons in de woestijn te laten sterven? We hebben geen brood en geen water, en we kunnen dit ellendige eten niet meer zien.’ 6  Toen stuurde de HEER giftige slangen op de Israëlieten af, die hen beten, zodat velen van hen stierven.

[3]   Exodus 16:2,  (2–3) Daar in de woestijn begon het volk zich opnieuw te beklagen. ‘Had de HEER ons maar laten sterven in Egypte, ‘zeiden ze tegen Mozes en Aäron. ‘Daar waren de vleespotten tenminste gevuld en hadden we volop brood te eten. U hebt ons alleen maar naar de woestijn gebracht om ons hier allemaal van honger te laten omkomen.’


Psalmwoord: Halleluja! Zing voor de Heer een nieuw lied, wonderen heeft Hij verricht! ps 98:1  HALLELUJA!


Laten ook wij een loflied zingen: 512: 1 – 3, 6 en 7 

Uw Naam die onze wonden heelt
en ons met manna spijst,
die onze dood en zonde deelt
en onze vrees verdrijft.

Mijn herder en mijn held, mijn vriend,
mijn koning en profeet,
mijn priester die mijn schuld ontbindt,
mijn weg waarop ik treed;

O Jezus, hoe vertrouwd en goed
klinkt mij Uw Naam in 't oor,
als ik van alles scheiden moet
gaat nog die Naam mij voor.

O Naam, eeuwige ademtocht,
een sterveling ben ik,
als eens mijn eigen adem stokt
dan draagt mij Uw muziek.

Het Heilig Evangelie staat geschreven bij:
Marcus 7: 1-23
Na het wonder, waarbij Jezus 5 broden en 2 visjes genoeg maakte voor duizenden mensen, en nadat Hij in de storm over het water liep, naar het schip met de leerlingen, komen ze weer in Genesareth aan wal, en waar de Heer ook maar is, daar brengen mensen de zieken naar Hem toe, opdat Hij ze geneest. Zelfs als ze de kans krijgen maar een kwastje van Zijn kleren aan te raken worden ze al beter… We lezen verder:

7:1 Ook de Farizeeën en enkele van de Schriftgeleerden die uit Jeruzalem waren gekomen, hielden zich in Zijn nabijheid op.

2 En toen ze zagen dat sommige leerlingen brood aten met onreine handen, dat wil zeggen, met ongewassen handen,

3 (de Farizeeën en alle andere Joden eten namelijk pas als ze hun handen gewassen hebben, omdat ze zich aan de traditie van hun voorouders houden,
4 en als ze van de markt komen, eten ze pas als ze zich helemaal ondergedompeld hebben, en er zijn nog allerlei andere tradities waaraan ze zich houden, zoals het schoonspoelen van bekers en kruiken en ketels),

5 toen vroegen de Farizeeën en de Schriftgeleerden Hem: ‘Waarom houden uw leerlingen zich niet aan de tradities van onze voorouders en eten ze hun brood met onreine handen?’
6 Maar Hij antwoordde: “Wat is de profetie van Jesaja toch toepasselijk op huichelaars als u!
                                                       
Er staat immers geschreven: Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart is ver van Mij;                                                                     
7 tevergeefs vereren ze Mij, want ze onderwijzen hun eigen leer, voorschriften van mensen.

8 De geboden van God geeft u op, maar aan tradities van mensen houdt u vast.”

9 En Hij vervolgde: “Mooi is dat, hoe u Gods geboden ongeldig maakt om uw eigen tradities overeind te houden!

10 Heeft Mozes niet gezegd: Toon eerbied voor uw vader en uw moeder, en ook: Wie zijn vader of moeder vervloekt, moet ter dood gebracht worden?
11 Maar u leert dat iemand tegen zijn vader of moeder mag zeggen: ‘Alles wat van mij is en voor u van nut had kunnen zijn is korban(wat ‘offergave’ betekent),
 12 waarmee u hem niet toestaat nog iets voor zijn vader of moeder te doen,
13 en zo ontkracht u het woord van God door de tradities die u doorgeeft; en u doet nog veel meer van dit soort dingen.’

14 Nadat Hij de menigte weer bij Zich had geroepen, zei Hij: ‘Luister allemaal naar Mij en kom tot inzicht.

15 Niets dat van buitenaf in de mens komt kan hem onrein maken, het zijn de dingen die uit de mens naar buiten komen die hem onrein maken.’


Tot hiertoe de lezing van het Heilig Evangelie, waarin het niet ging om uiterlijke maar om innerlijke hygiëne!  

Zalig die het Woord van God horen en er gehoor aan geven!


Credo
In antwoord op Gods woord willen wij ons geloof belijden door samen te zeggen:

Ik geloof in God,
       die wilde dat de wereld goed was,
       die mensen en dieren maakte,
       planten en bomen,  vogels en vissen,   
en er van hield.

Ik geloof in God,
       die als een vader zorgen wil,
       die als een moeder ons omringt.

Ik geloof in Jezus -
       in wie Gods Liefde mens werd,
              om ons lot te delen
              ons leven, onze dood,
       die dwars door alles heen
       vast hield aan Zijn Vader -
en angst en dood overwon -
stervend aan het kruis.

Hij ging door de hel,
maar stond óp tot nieuw leven:     de derde dag.

Ik geloof in de Geest
die Jezus ons zond,
       om ons dichter dan ooit
       bij God te doen zijn.
       Zij bidt en zingt en dankt in ons;
       geeft ons nieuw leven,
in eeuwigheid.

Daarom durven wij geloven
in goedheid, gerechtigheid, trouw....
... in Liefde en toekomst
zelfs voorbij de dood....
... in een kerk, waar mensen zijn
       als één lichaam, dat bestuurd wordt
              door Jezus, ons Hoofd....
... in één doop, die mensen nieuw maakt...
... in vergeving, in genade en hoop -
voor gewone mensen zoals wij.  

Amen.


Preek

Genade zij u en vrede van God onze Vader en van Jezus Christus, onze Heer, door de Heilige Geest.

Lieve gemeente, zusters en broeders,

De eerste psalm van Gods volk hebben we vandaag gelezen. Mozes zong die voor, de mannen zongen het na, regel voor regel. Er zijn gemeenschappen, waar het nog steeds zo gaat.
En in sommige psalmen wordt de voorzanger nog genoemd. Let maar eens op.
Als de mannen zijn uitgezongen, dan neemt Mirjam het over, en met haar de andere vrouwen.

Veel later, eeuwen later, begint het verhaal van de Uittocht van heel de wereld, heel onze wereld, met een jonge vrouw die een deel van deze woorden in de mond neemt, nadat ze het bericht heeft gekregen dat zij zwanger zal worden, en de lang verwachte Verlosser zal baren.



Magnificat.
Groot maakt mijn ziel de Heer! zingt ze.
Een loflied op Hem, die wie hoog te paard zitten vernedert, en nederige mensen verhoogt.
Maria, die in haar eigen taal óók Mirjam heet.
Daarmee krijgt de zus van Mozes een stuk eerherstel. En ‘t verhaal van de Uittocht dat met Pasen wordt verteld, krijgt ’n extra dimensie.
In de kloosters wordt het Magnificat nog dagelijks gelezen, gezongen en mee-beleden.

 ‘De Heer maakt mij sterk, Hij beschermt mij.
Hij heeft me geholpen.
Hij is mijn God en de God van mijn voorouders.
Ik eer Hem en ik dank Hem’.
Dáár beginnen de mensen, die op het nippertje zijn ontsnapt aan een bloedige dood of een nog beroerder leven, hun nieuwe bestaan mee.

Ze hebben het zien gebeuren, vóór hun ogen, terwijl ze omkeken, met doodsangst in hun blik.
Het water was teruggeblazen, en nu bedolf het de legers, paarden, wagens, ruiters, officieren, die hen achterna zaten. Heel dicht achterna zaten.

Dit is een geloofsbelijdenis. Een credo van de eerste orde. Misschien heeft de Aanwezige hen wel zoveel vergeven om dit eerste lied.

Zo beginnen ze hun nieuwe leven met God.
Wàt er verder ook komen mag, dit is er eerst.
Misschien is het wel goed als wij onze nieuwe dag in het vervolg ook zó beginnen…
‘De Heer maakt mij sterk, Hij beschermt mij.
Hij heeft me geholpen. Hij is mijn God en de God van mijn voorouders. Ik eer Hem en ik dank Hem.’

Als je bedenkt dat God voor ons een plaats heeft bedoeld in Zijn tempel, in de plaats waar Hij is, dan kun je de problemen in je leven misschien anders onder ogen zien.
Als vijanden die de Heer al voor je hééft overwonnen. Het komt goed, ook al kun je je nog niet voorstellen hoe. Vertrouw maar op Hem.

Het is interessant te zien hoe de epistellezing aan het gebeuren bij de Rode Zee, of de Schelfzee, zoals die ook wel werd genoemd, een spirituele dimensie toevoegt, waardoor Jezus als het ware dan al aanwezig is en mee reist met het volk
(De Schelfzee (van het woord schelf dat bies, riet betekent) is de Bijbelse naam voor Rode Zee. Het woord is de vertaling van het Hebreeuwse woord Yam suf (Hebreeuws: יַם-סוּף ), dat dan ook met rietzee wordt vertaald.)
Een volk dat gedoopt is in de wolk en in de zee staat er.
Nu, dan gaan je wenkbrauwen wel even omhoog, denk ik zo.
Maar dan mogen we bedenken dat dit het resultaat is van eeuwenlang leven met de Heilige Schrift.
Een traditie waarin ook Jezus is gepokt en gemazeld, om niet te zeggen: gemazzeld.

Een deel van mijn wortels liggen in de Gereformeerde richting, en daarin leerde ik het losjes en tegelijk heel diep speels omgaan met de teksten.
Want je was een koningskind, een kind van God, en dat gaf een prettige vrijheid van omgaan.
Natuurlijk, je wist dat je Hemelse Vader hoog verheven was, en Koning over alles, maar je wist ook dat Hij honderdduizendveel van je hield, en zelfs Zijn Zoon naar de aarde had gestuurd voor jou. Me dunkt! Je bent thuis bij Hem, én veilig. Prinsen en prinsessen!
J

Jezus en Paulus zijn opgevoed in de traditie van de Farizeeërs. En daarin heb je, net als overal, rekkelijken en preciezen, maar beiden wilden ze toch allereerst het wezen van de Thora toegankelijk maken voor de mensen. Ze verschillen alleen in hun visie op het hoe en waarom
In de Evangelielezing zien we hoe Jezus, die bij de rekkelijken hoort, die naar het wezen, de geest van de tekst zoeken, in de diepte de discussie aangaat met de andere tak: de preciezen. Zij zoeken naar de weg om God alle eer te geven, zodat de mens in niets tekort komt naar de Schepper toe.
Er ontstaan immers telkens weer nieuwe situaties in het leven, en dan moet je de vraag beantwoorden, hoe je daar mee omgaat.
De Sabbatslift is een voorbeeld uit de vorige eeuw. Vuur maken stond op het lijstje van verboden werkzaamheden, en als je een knop van de lift indrukt, help, dan krijg je soms een vonkje.
Dus bedachten ze een lift die op de sabbat vanzelf stopte op elke verdieping, of er nu iemand stond of niet. Zoiets als een mijnlift.
In die categorie past ook de slimme constructie uit Jezus’ dagen waardoor iemand onder het steunen van zijn ouders uit komt, door te zeggen: het is Korban, het is een gift aan de tempel.
Ja, waar blijf je dan met het gebod: Eer je vader en je moeder, zodat je lang mag leven in het Beloofde Land? Er was toen geen AOW!

Het doet Jezus pijn dat hiermee het wezen van God als een liefdevolle en barmhartige God ontkend wordt, en Hij alleen wordt afgeschilderd als een ontoegankelijke, Hoog Verheven Heer.
Zo heeft Maarten Luther Hem op de catechisatie ook mee gekregen. En als hij van zijn overste de opdracht krijgt de universiteit van Wittenberg te Hervormen, te laten werken en leven naar nieuwe, strictere normen, loopt hij op den duur vast.
Pas toen hij vanuit de Romeinenbrief het besef van een genadige God meekreeg, is hij gaan zoeken naar díe God. Dat was een heel nieuwe weg, een volkomen andere manier om te lezen en te leven, te bidden en te danken. (Zie Berichtenblad 86)

Ik ga nog even terug naar de Epistellezing, waar die zin opviel over het volk dat gedoopt was.
Gedoopt in de wolk en in de zee.
Letterlijk kun je dat niet nemen. Maar de wolk staat voor Gods Aanwezigheid bij het volk.
In Exodus lezen we hoe de Aanwezige overdag verhuld maar duidelijk aanwezig was als een wolk, en ’s nachts als een vuurkolom.
Dan moeten we niet denken aan een prettig nachtlampje, waardoor je ’s nachts je tent weer kon vinden, als je even een plas was gaan doen, maar aan de berg Sinaï, waar de Heer met het volk een Verbond sloot, en waar Hij met groot vertoon van vuur en donder en gegalm en wolken om de top van de berg Zijn Macht en Zijn Majesteit liet zien. Dat was nog wel even wat meer dan het verdrinken van een heel leger in een zee-engte!

Het volk is als het ware gedoopt in Gods Aanwezigheid. Als nieuw begin, als nieuw Verbond. Wanneer Jozua later de missie van Mozes afmaakt, en met het volk de Jordaan overtrekt, het Beloofde Land in, wordt het Verbond vernieuwd, opnieuw beaamd door het volk. Zoals toen bij de zee.
Zó moeten we die zinnen lezen, met een hogere en diepere betekenis. Denk ook maar aan Johannes die voor de mensen met zijn doop een nieuw begin maakte in de Jordaan.

Vaak zeg je achteraf van een gebeurtenis: eigenlijk gebeurde er toen iets heel anders dan ik op dat moment zag. Dat is geloof.
Dat kan genade zijn.
En al eeuwen voor Jezus en Paulus, hebben de Rabbijnen zich het hoofd gebroken over het probleem van het al dan niet voorhanden zijn van water in de woestijn. Er waren niet overal oases, en er zullen niet overal rotsen geweest zijn, die Mozes kon bevelen zodat er water uit kwam op Gods gezag. Dat was de bedoeling. Mozes moet spreken tegen de rots, maar hij was het gezeur van het volk zó spuugzat, dat hij op de rots sloeg, en zo bedierf hij het wonder, en mocht hij zelf het Beloofde Land niet in.
Goed, dat was voor het geval u dit stukje Bijbelse geschiedenis een beetje kwijt was.
De Rabbijnen waren met een vrome gedachte gekomen: er moest wel steeds een onzichtbare rots zijn meegereisd met het volk.
Zodat er altijd water was.
(Een mobiele water-app!)
God liet Zijn volk toch niet in de steek!!!
Iedereen vond dat een mooie verklaring, en zo kende ook Paulus deze vrome legende.
Hij knoopt daar bij aan, en zegt in diezelfde geest: Eigenlijk was dat al die tijd Jezus al, (die rots) want Jezus heeft op het kruis en in Zijn opstanding heel de mensheid uit de slavernij van zonde en dood geleid, dus Hij moet er wel bij geweest zijn toen het volk door Mozes werd uitgeleid uit het Slavenland. Dan moet Hij vast die onzichtbare rots geweest zijn, die levend water gaf. Levenswater. Daar heeft Jezus Zelf immers ook vaak over gesproken. Ik geef u het levenswater, zei Hij tegen de Samaritaanse vrouw bij de put
En als God zó met ons begaan is, zo met ons mee leeft, dan moeten wij niet de fouten begaan van het volk, dat God nog niet zo goed had leren kennen. Als wij van God houden, schrijft hij aan ons en aan de gemeente in Corinthe, dan leven we beschaafd en bescheiden, liefdevol, en zó dat het ons niet gaat om onszelf, maar om de broeder en de zuster die God ons heeft gegeven.

Dat is de weg, die Jezus ons is voor-gegaan.
De Weg die Hijzelf is, in waarheid, de weg die naar het Leven in eeuwigheid leidt.

Daar zullen we in Zijn Geest zingen:
‘Ik zing voor de Heer!
Hij is machtig en sterk.
Alle paarden en soldaten
heeft Hij de zee in gejaagd.
De Heer maakt mij sterk,
Hij beschermt mij.
Hij heeft me geholpen.
Hij is mijn God
en de God van mijn voorouders.
Ik eer Hem en ik dank Hem.
Hij wint elke strijd.
Zijn Naam is: de Aanwezige.
Van nu aan tot in alle eeuwigheid.

Amen.

Muziek Andante van Jonathan Battishill
 
De wereld is wijd en Gods goedheid is groot;
vanuit ons aandeel mogen wij helpen en delen,

nu in de collecte, straks in ons leven van alledag weer op allerlei andere manieren. Na het gebed over de gaven zingen wij: lied 686
 
Collecte
De eerste collecte is voor het werk in de eigen gemeente, de tweede voor de diaconie.

Gebed over de gaven
Grote God, vol eerbied komen wij tot U met onze gaven. Wil ze aanvaarden, wil ons aanvaarden. Door Jezus Christus, onze Heer.
Amen.


Lied 686

Wij zijn in Haar gedoopt, Zij zalft ons met Haar vuur.
Zij is een bron van hoop  in alle dorst en duur.
Wie weet vanwaar Zij komt  wie wordt Haar licht gewaar?
Zij opent ons de mond  en schenkt ons aan elkaar.

De Geest die ons bewoont  verzucht en smeekt naar God
dat Hij ons in de Zoon  doet opstaan uit de dood.
Opdat ons leven nooit  in weer en wind bezwijkt,
kom Schepper Geest, voltooi  wat Gij begonnen zijt.


Voorbeden
Laten we danken en bidden:
Lieve God, dank U voor Uw genade en Uw hulp, de dagelijkse hulp van U, die hemel en aarde maakte, en het werk van Uw handen niet in de steek laat. Ook ons mensen niet.
Wij weten dat wij dikwijls de fout ingaan,
dat wij vaak meer aan onszelf denken dan aan U
of aan de mensen om ons heen.

Vergeef ons om Jezus’ wil, bidden wij, en laat ons weer in vrede leven, met nieuwe kansen, nieuwe mogelijkheden. Help ons om mensen te zijn naar Uw beeld en gelijkenis, door Uw Heilige Geest.

Goede God, wij aanbidden en danken U, omdat we zo vaak in ons leven hebben ervaren, soms achteraf, dat U het was die ons hebt opgetild en gered als wijzelf geen uitzicht zagen.
Dat wij dit niet vergeten, bidden wij U.

Voor al die mensen die in onvoorstelbare moeilijkheden verkeren, voor de slachtoffers van het verwoestende vuur, in Griekenland, Californië en dichterbij, in ons eigen land, maar ook voor de slachtoffers van het woeste water dat je zomaar kan meesleuren.
Wees bij de mensen in Japan, in Laos, in Lombok, maar ook bij àl die mensen die in de afgelopen maanden het slachtoffer zijn geworden van modderstromen, water, vulkanen, en alles kwijt raakten. Help ons om hen bij te staan zoals het maar in ons vermogen ligt.

Wij bidden U voor alle slachtoffers van oorlog en geweld, van natuur en verkeer.
Help ons zó te leven dat wij niet meer nemen dan ons deel is, en dat wij anderen niet tekort doen.
Dat wij leven met het oog op U en de naasten!

Wij bidden voor de zieken en ouderen in onze gemeente, en in onze omgeving, wij denken aan Teun en Lenie, Wilma en al die anderen, wier namen wij nu in stilte voor U noemen…

Mét Jezus bidden wij:

A: Onze Vader, die in de hemel zijt,
Uw Naam worde geheiligd
Uw Rijk kome
Uw Wil geschiede, zoals in de hemel zo ook op aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden,
zoals wij vergeven onze schuldenaren
en leid ons niet in verzoeking
maar verlos ons van het kwade!
 

Slotlied is lied 863:5 en 6
(Na de zegen, zingen we, in plaats van het ‘Amen’: vers 1 )


Bewaar ons in Uw waarheid, geef ons op aarde vrijheid,
met alle mensen samen Uw rijk, Heer, te beamen.


Zegen:

De Aanwezige zegent ons,    
Hij houdt ons in Zijn hoede,
genadig is Hij het licht van ons leven,
zo maar, voor niets....
Hij ziet ons voor onschuldig aan,
schenkt ons leven en welzijn.
Omdat Hij van ons houdt.
Amen




Daarna dronken we samen koffie en bekeken we de Lutherbijbel uit 1702, die een paar jaar later als trouwbijbel was aangeboden, en nu al jaren lag te sluimeren in de kerkeraadskamer...