Voor eerdere diensten klik hier: 
Zondag 8 na Trinitatis 25 juli 2021 in de Lutherse kerk te  Zeist 

(Jacobus de oudere, apostel) 

Organist: Dirk Andel Sarabande van Gisbert Steenwick (1642-1679).

Afkondigingen

Ingangslied: 


Hier is een veilig toevluchtsoord
voor mensen murw en moe 
hier maakt God licht, hier waakt Zijn Woord,
hier lacht Zijn Kind ons toe. 

Wees welkom in dit open huis,
put moed in overvloed:
hier schittert paaslicht om het kruis 
hier zing ik: God is goed!
Andr F. Troost

Wij zijn hier aanwezig in de Naam
van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.     
Amen
Onze Hulp is in de Naam van de Heer     
die hemel en aarde gemaakt heeft. 
Die trouw houdt tot in eeuwigheid
en niet loslaat het werk van Zijn handen. 

Gebed van toenadering
Goede God,
wij vertrouwen op Uw Woord,
daarom zijn wij hierheen gekomen.
Wij bidden U voor allen die hier niet konden komen.

Lieve God, Uw genade is groter dan ons tekortschieten.
Daarop vertrouwen wij, als wij vragen om vergeving,
als wij U vragen om alles van ons weg te nemen 
wat ons aan zorgen en vragen, aan verdriet en onrust neerdrukt, 
opdat wij U in alle vrijheid als Uw kinderen kunnen aanbidden.

Heer, vergeef ons al wat wij misdeden
en laat ons weer in vrede leven.
Amen! 
Zo lief had God deze wereld, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, 
opdat ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt, en eeuwig leven hebben mag!

Introtus
Voorzang: antifoon: ps. 48:10.

Gemeente: Psalm 48:2-4 + antifoon
V: Groot is de HEER, Hem komt alle lof toe.
A: In de stad van onze God, op Zijn heilige berg  schone hoogte, vreugde van heel de aarde,
Sionsberg, flank op het noorden, zetel van de grote koning  
in haar vesting weet men:
God is onze burcht.


Kyri en Gloria
Laten we de Heer aanroepen om ontferming met de nood van deze wereld, - die is ontzettend groot - 
maar laten wij juist dn Zijn Naam prijzen,  omdat wij weten dat er aan Zijn barmhartigheid geen einde komt!

Dienst van het Woord
Salutatio (groet)


Zondagsgebed
Heer onze God, in het Lutherse zondagsgebed staat: in Uw Wijsheid keert U alles ten goede. Neem ons alstUblieft niet kwalijk als wij, met de beelden op ons netvlies van moord en doodslag, van watergeweld en groot verlies, van oplopende besmettingen en ernstige ziekten, dat wel wllen geloven, maar het nog niet zomaar zien gebeuren.
Toch bidden wij U oprecht: wend van de slachtoffers n van onszelf alles af wat ons schaadt, en schenk ons wat het beste voor ons is,
door Jezus Christus, onze Heer, die met U en Uw Geest leeft en regeert, nu en tot in eeuwigheid.
Amen.

Lezing uit het Eerdere Testament: Jesaja 63: 7-14
In het eerste deel van het hoofdstuk horen we het gepraal van Edom, n van de vijanden van Gods volk, die razend is, en van plan is al zijn vijanden in de grond te trappen. En dan volgt dit deel.
Boven dit stukje staat: Gebed van een boeteling.
En dit gebed begint met het loven van God, zoals dat hoort, zoals dat ook het geval is in het Onze Vader.
Het is een innerlijke dialoog, een gesprek met jezelf, zoals wij dat ook wel eens hebben, als we bidden, als we aan God denken, waarbij je gedachten soms alle kanten op gaan, u kent dat vast wel, maar toch
De profeet zegt:
7 Ik zal de liefde van de Heer gedenken       
en Zijn roemrijke daden psalmzingen:   
alles wat de Heer voor ons heeft gedaan,      
de goedheid die Hij het volk van Isral bewees
in Zijn ontferming en onbegrensde liefde.

8 Hij zei: Natuurlijk, het is Mijn volk!   
Mijn kinderen zijn te vertrouwen.
Daarom wilde Hij hun Redder zijn.

9 In al hun nood was Hij er ook bij:      
Niet een engel, niet een bode,       
maar Hijzelf heeft hen gered.
In Zijn liefde en mededogen heeft Hij hen Zelf verlost,
Hij tilde hen op en heeft hen gedragen, alle jaren door.

10. Maar zij, ze waren ongehoorzaam, en ze deden Zijn Heilige Geest verdriet, en toen veranderde Hij voor hen in een vijand, Hij bond de strijd met hen aan.

11 Toen dacht het (volk) aan de dagen van weleer, aan Mozes en zijn volk.    (Het vroeg zich af:)
Waar is Hij die Zijn volk door de zee voerde,
waar zijn de herders van Zijn kudde?    
Waar is Hij die hen bezielde met Zijn Heilige Geest?
12 Die Mozes terzijde stond met Zijn luisterrijke arm, die voor hen het water kliefde om Zich een eeuwige Naam te verwerven?
13 Die hen door de diepte leidde als een paard door de vlakte, zonder dat ze struikelden,
14 als vee in het dal? Zo daalde de Geest van de Heer af en gaf hun rust.

Ja, U hebt Zelf Uw volk geleid om U een luisterrijke Naam te verwerven!

Tot hiertoe de lezing. Zo kan het gebeuren dat je opeens vermoedt, ziet, herkent dat de Heilige op de achtergrond aan het werk was in je leven, terwijl je zelf met heel andere dingen bezig was.      

De lezing, het gebed gaat verder met de dringende oproep aan de Aanwezige om niet in de hemel te blijven zitten kijken, maar om te laten zien dat Hij nog steeds hun (en onze) Vader is, en om in beweging te komen, in het vermetele vertrouwen dat Hij dat kan en zal doen. Wij weten dt Hij dat heeft gedaan.

Reden genoeg om de Aanwezige te loven en te danken, Zijn lof te zingen! Laten ook wij dat doen!

Gradualepsalm: NLBPs 67a
Heel de aarde jubelt en juicht voor de Heer



Ja, God is goed, schenkt ons Zijn zegen;
toont ons Zijn aanschijn van licht.
Hij gaat ons voor op alle wegen,
heeft uit de zonde ons opgericht. refr.
 
Hij is de God, die ons verblijdde,
die onze nood heeft verstaan;
die ons een hemels Paasmaal bereidde
en zonder vrees door de wereld laat gaan. refr.

Laat alle volken Uw almacht vrezen,
aller lof zij U gewijd,
laat, Heer, Uw Naam bezongen wezen
in aller eeuwen eeuwigheid. refr.

Epistellezing: Efezirs 3: 14-21 (Het Boek)
De apostel schrijft over Christus, over het nieuwe leven, over het feit dat er in Christus geen verschil is tussen Joden en niet-Joden, dat is Gods geheime plan voor deze verdeelde wereld! Hij gaat verder:

14 Wanneer ik eraan denk hoe wijs en groot Gods plan is, val ik op mijn knien voor Hem neer.
15 Hij is de Vader van al Zijn kinderen, zowel in de hemel als op aarde.
16 Ik vraag Hem u vanuit Zijn heerlijke rijkdom de innerlijke kracht van de Heilige Geest te geven.
17 Ik bid dat Christus meer en meer in u mag wonen, naarmate u Hem meer gaat vertrouwen.
Dat u geworteld zult zijn in (Gods) liefde en daarop uw leven zult bouwen.
18 Zodat u dan, samen met alle gelovigen, echt zult kunnen zien hoe breed, lang, hoog en diep de liefde van Christus is.
19 En zodat u zult ervaren en begrijpen dat die liefde van Christus ons menselijk verstand te boven gaat. Uw hele wezen zal dan vol van God zijn.
20 God kan oneindig veel meer doen dan wij ooit kunnen bidden of beseffen.
Dat blijkt uit de kracht die in ons werkt.
21 Hem, God, komt voor altijd en eeuwig alle eer toe in de Gemeente door Jezus Christus. Amen!

Gods scheppende kracht is wonderbaarlijk groot, en voor ons onbegrijpelijk. 
Wij zingen daarvan: het lied van Sytze de Vries uit: Tegen het donker 82: 1, 6, 7 en 9



6. Dit woord, van ouds ons doorgegeven,
blijft voor een nieuw geslacht de Bron.
Het geeft aan heel hun leven
een horizon.

7. Van de woestijn zullen zij weten,
n van de wolk die met ons reist.
De liefde is de engel
die wegen wijst.

9. Om van het zoete licht te zingen
dat onze naam met liefde spelt,
te zingen van genade
die allen telt.

Allen gaan staan
Het Heilig Evangelie staat geschreven bij:
Johannes 6: 1-15 Halleluja:   
1. Voorzang 2. Allen


Psalmwoord: Halleluja. Ga binnen, laten wij buigen in aanbidding, knielen voor de Heer onze Maker. (ps 95:6) 
HALLELUJA!


Johannes 6: 1-15

In Jezus dagen was er een intense verwachting dat er profeet zou komen, die in Gods Naam de Romeinse bezetting zou verjagen en Gods koningschap in Isral en Juda in heel het grondgebied van Salomo, zou herstellen. Natuurlijk zou die profeet wonderen doen.
In het voorgaande hoofdstuk is er een discussie met de Schriftgeleerden in Jeruzalem, die Jezus niet zien staan. Zeker niet als hij op de Sabbat geneest!

Hij zegt dat Hij de werken van de Vader doet, en dat ze dat zouden moeten (h)erkennen. En anders zouden ze naar Hem moeten luisteren omwille van Mozes, die al over Hem heeft geschreven. Als ze (de boeken van) Mozes, die ze dagelijks uitpluizen, niet willen geloven, dan is er geen kruid voor hen gewassen.

6:1 Daarna ging Jezus naar de overkant van het Meer van Galilea tegenover Tiberias.
2 Een grote menigte mensen volgde Hem, omdat ze gezien hadden welke wondertekenen Hij bij zieken deed.
3 Jezus ging de berg op, en ging daar met Zijn leerlingen zitten.
4 Het was kort vr het Joodse Paasfeest.

5 Toen Jezus om zich heen keek en zag dat die menigte naar Hem toe kwam, vroeg Hij aan Filippus: Waar kunnen we brood kopen om deze mensen te eten te geven?
6 Hij vroeg dat om Filippus op de proef te stellen, want Zelf wist Hij al wat Hij zou gaan doen.
7 Filippus antwoordde: Zelfs tweehonderd denarie zou niet voldoende zijn om iedereen een klein stukje brood te geven. (
een denarie is ongeveer een gemiddeld dagloon)
8 Een van de leerlingen,
Andreas, de broer van Simon Petrus, zei:
9 Er is hier wel een jongen met vijf gerstebroden en twee vissen maar wat hebben we daaraan voor zo veel mensen?
10 Jezus zei: Laat iedereen gaan zitten.
Er was daar veel gras, en ze gingen zitten;
er waren ongeveer vijfduizend mannen.
11 Jezus nam de broden, sprak het dankgebed uit en verdeelde het brood onder de mensen die er zaten. Hij gaf hun ook vis, zo veel als ze wilden.

12 Toen iedereen volop gegeten had, zei Hij tegen Zijn leerlingen: Verzamel nu de overgebleven stukken brood, zodat er niets verloren gaat.
13 Dat deden ze en ze vulden
twaalf manden met wat overgebleven was van de vijf gerstebroden die men had gegeten.
14 Toen de mensen het wonderteken zagen dat Hij gedaan had, zeiden ze: Hij moet wel de Profeet zijn
die in de wereld zou komen.
15 Jezus begreep dat ze Hem wilden dwingen om mee te gaan en dat ze Hem dan tot koning zouden uitroepen.
Daarom trok Hij zich terug op de berg, alleen.

Zalig die het Woord van God horen en er gehoor aan geven!


Credo
In antwoord op Gods woord zeggen wij samen:
Dat er een God is, die van mensen houdt zoals ze zijn,
dat wil ik geloven.
Een God die ons gewild heeft en bedacht,
dat wil ik geloven.
Dat Hij hemel en aarde in de hand heeft,
dood en leven,
dat wil ik geloven.
Dat Hij van mij, kleine mens, houdt,
dat wil ik geloven.
Dat God in Jezus mens werd,
dat wil ik geloven.
Een mens die ons leven deelde,
en voor ons stierf op een kruis,
dat wil ik geloven.
Dat Hij opstond uit de dood, als eerste van velen,
dat wil ik geloven.
Dat Hij ruimte voor ons maakt bij God,
dat wil ik geloven.
Dat Gods Geest puur liefde en leven is,
dat wil ik geloven.
Dat Ze ons allen nabij is,
dat wil ik geloven.
Dat Ze ons kracht geeft en moed om te leven,
liefde en waardigheid,
dat wil ik geloven.
Dat we z kerk zijn, gemeenschap van heil,
dat wil ik geloven.
Om doop en vergeving, genade en toekomst
wil ik geloven
in God die van mij houdt.      
Allen gaan zitten.

Preek
Genade zij u en vrede van God onze Vader en van Jezus Christus, onze Heer, door de Heilige Geest.

Lieve Gemeente, geroepen om
voor altijd en eeuwig God alle eer te brengen door Jezus Christus

Zo zegt Paulus het in de brief aan de gemeente in Efese. Maar je kunt ook vertalen: dat we God alle eer moeten brengen in Jezus Christus.
In het deel dat we lazen, ging het nadrukkelijk over de
Vader, over Jezus Christus, n over de Heilige Geest.
Sterker: ook in het deel dat we lazen uit de profetie van
Jesaja is er sprake van God onze Vader n van de Heilige Geest. Dat is interessant, want ook al gaat het daar indirect over de bevrijding uit Egypte en de doortocht door de Rietzee, ook wel bekend als de Rode Zee, de gebeurtenissen rond Pasen dus, de tekst van Jesaja is van veel later tijd.
Pas dn zie je ook teksten waarin de
Heer, de Aanwezige, wordt aangeroepen als onze Vader.
Waarschijnlijk dateert deze tekst van na de ballingschap, wanneer de ballingen net terug zijn bij het half verwoeste
Jeruzalem, waar ze ongeveer net zo weinig welkom waren als de overlevenden van de concentratiekampen en de Molukkers na de Tweede Wereldoorlog, of de vluchtelingen uit oorlogs- en rampgebieden die hier op dit moment hun heil zoeken in streken waar het vrede is.
In
Europa, ook in ons land, zijn ze tot onze schande verre van welkom.
Z verging het de
mensen van Gods volk die terugkeerden ook. De volkeren, die hun plek hadden ingekomen, wilden hen het liefst plt trappen!
Wg ermee!

Dan ga je
bidden
In nood leer je bidden, zeiden onze ouders, die dat uit ervaring kenden.

De afgelopen weken is er heel wat f
gebeden!
Hier in Nederland ook, hier is gebeden om het leven van iemand die steeds meer werd gezien als een soort heiland, een heelmaker: Peter Rudolf de Vries, maar daarnaast werd er ook veel
gebeden voor mensen en streken die werden bedreigd door het wassende water.
Wanneer er een vloedgolf van 7 meter hoog op je afkomt, dan moet je van goeden huize komen, om te
bidden, en niet gillend weg te rennen als dat nog kn.
Maar velen hebben wel met en voor hen gebeden.

En misschien hebben ze ook wel even gedacht aan de film
Exodus, waar je die hoge muren stromend water stil zag staan, terwijl Gods volk zich er tussendoor haastte, met die andere vijand, de Farao en zijn leger, op de hielen.
Dat was een voorbeeld van een belangrijke zin uit de Epistellezing, waar staat:
God kan oneindig veel meer doen dan wij ooit kunnen bidden of beseffen.
Als wij nu geneigd zijn om te denken aan al die niet-verhoorde gebeden, aan al die mensen die toch zijn overleden, aan de verwoestende
werking van de natuurkrachten, dan schrijft Paulus, die zelf gevangen zit op dat moment: Dat blijkt uit de kracht die in ons werkt. Dat s nogal wat!!!
De kracht die in ons werkt. Dat is dus de kracht van Gods Geest die ook in ons werkt. Dat voelt misschien toch wat
ongemakkelijk voor de meesten van ons.
Dan zullen we liever denken aan Gods Geest die in Jezus werkt. Die door Hem wonderen doet.
Dat is als het ware te overzien
Een mooi wonder, dat nuttig is. Vijfduizend man, waarschijnlijk vijf duizend mannen, plus een flink aantal vrouwen en kinderen, die genoeg te eten krijgen van een paar vissen en vijf broden.
Misschien een maaltijd voor een gezinnetje.

Ik stel me zo voor dat een jongen naar de winkels is gestuurd om boodschappen te halen.
Maar dan is daar die menigte, dan zijn er die opgewonden
mensen die praten over de rabbi, de profeet, die Jezus. Daar moet hij als echte kwajongen natuurlijk meer van weten, en hij loopt mee, mt zijn boodschappennetje. J
En zo wordt
Jannes (laten we hem maar even een passende naam geven die betekent: God is genadig) onverwacht een moment het middelpunt van iets groots!
Misschien heeft hij het later wel z aan zijn moeder verteld, toen hij uren en uren te laat, niet thuis kwam met vijf broden en twee visjes, maar met een mand vol brokken bood en vis:
Nou, en toen werd ik bij die Jezus geroepen, en Hij keek me z bijzonder aan, alsof Hij alles van me wist, en Hij vroeg me of ik het goed vond om dat brood en die vissen te delen met de mensen daar. Dan kun je geen nee zeggen natuurlijk. Hij zei het gebed dat jullie ook zeggen voor het eten gaan: Gezegend bent U die ons al het goede geeft, zegen dit voedsel. En toen begon Hij het te breken, en Hij blf maar doorgaan, en ik mocht ook helpen om het uit te delen.
Zoiets zal het wel geweest zijn. Maar heel misschien heeft hij er later wel meer van
begrepen.

Johannes vertelt ons niet wat er gebeurde in de beleving van Jannes en Andreas en al die anderen, maar wat hij vertelt er in wzen gebeurde.
Dit is
Evangelie met een Hoofdletter.
Hij vertelde dat de mensen achter
Jezus aan gegaan waren omdat ze wonderen wilden zien. Sensatie!
Maar wat ze kregen, was oneindig veel meer.

Ze zagen niet een wonderdoener, geen tovenaar, maar ze zagen
GodZelf aan het werk.
Aan het
werk voor Isral.
5000 en 12 zijn getallen die Gods volk symboliseren. Tussen Pasen en
Pinksteren heb je 50 dagen.
Het zijn oogstfeesten, je viert er
Gods goede gaven, hier dus voor honderd jaar, en er zijn twaalf aartsvaders.

Maar wat
God hier geeft in alle overvloed, al zien de mensen die daar zijn het (nog) niet, is veel meer dan brood met beleg: wat Hij geeft is Zichzelf.
Is
Jezus.
Is het
Brood des Levens. En Ichthus.
Dat is het Griekse woord voor
vis, maar dat is (in het Grieks) ook een afkorting voor Jezus Christus Gods Zoon Verlosser. Al lang voordat het kruis een symbool werd voor de gelovigen, was een tekeningetje van een vis  een klein teken waaraan de (vervolgde) gelovigen elkaar konden herkennen en zo wisten dat ze elkaar konden vertrouwen. Geloven en vertrouwen zijn twee handen op n buik. Twee aspecten van n woord.
Bij
Johannes lezen we telkens weer dat Jezus zegt dat Hij en de Vader n zijn. Waar Jezus aan het werk is, daar is de Vader aan het werk, door middel van de Geest.
Waar
God ons lichaam voedt, voedt Hij ook ons leven, onze ziel. O.a. dt wil Johannes ons zeggen.
12 korven brood die overblijven, voeden heel Isral.
Niets werd weggegooid. Het is
heilig en gezegend.
Dat is zeker ook een reden om voorzichtig en netjes
om te gaan met het dagelijks brood.
Iets om aan te denken in ns dagelijks leven
Ook ons voedsel is een geschenk,
heilig en gezegend.

Want ook jij en ik en u en die ander gaan God onze Vader ter harte. Wat er ook gebeurt.
Dat mogen we wten.
In Zijn liefde en mededogen heeft Hij hen (ons) Zelf verlost, schrijft Jesaja.

Maar dat betekent niet dat wij dat altijd ook zo
zien.

Het
volk begon in de woestijn al snel te mekkeren over gebrek aan water, later aan vlees, dat ze misten ook al krgen ze het manna uit de hemel
Misschien was dat omdat ze de grote lijn niet zagen.  
Hoe zouden ze dat ook
kunnen?
Velen waren slaven geworden met een
slavenziel.
Ze moesten niet alleen
bevrijd worden uit Egypte, maar ook uit hun manier van denken.
Dat kostte een hele
generatie, dat gaat meestal niet zo snel als wij graag zouden willen.
Soms duurt het nog langer.
Goddank heeft Zij daarBoven veel geduld met ons.
Meer geduld dan wij, in onze kleine eigen-wijsheid kunnen opbrengen. Wij willen het graag hier en nu.
Soms kun je aan het eind van je leven een
patroon zien, een lijn, waar God aan het werk was, terwijl je het thuis niet zag.
Misschien herinneren sommigen van U zich nog hoe mijn lief hier vierde dat hij 60 jaar predikant was, en dat hij ons vertelde hoe hij - terugkijkend
zag hoe de Heer verschillende malen zijn leven gered had, zodat hij predikant kon worden.
Dat betekende niet dat zijn
leven van een leien dakje ging: zijn vrouw Beppie, waar hij zielsveel van hield, overleed voordat ze anderhalf jaar getrouwd waren, en dat bleef een diepe wond in zijn leven. Ook al zijn we daarna met onze kinderen 53 jaar gelukkig samen geweest. Had de Heer Beppie moeten sparen? Dan waren onze kinderen er niet geweest, dan had ik hier niet gestaan. God kn een heleboel, en Hij doet een heleboel, maar onze ogen zijn te klein, ons verstand is ontoereikend om het te zien en te begrijpen. God kan oneindig veel meer doen dan wij ooit kunnen bidden of beseffen.     
Dat blijkt uit de kracht die in ons werkt.
Dat schrijft Paulus vanuit zijn gevangenis, en hij weet waar hij het over heeft. Jannus en de anderen zagen alleen de buitenkant.
Maar Johannes en Paulus vertellen ons over de binnenkant. Over God die Zelf aan het werk is in ons leven. Die oneindig veel meer kan en doet dan wij zien en begrijpen. En dan dat: Dat blijkt uit de kracht die in ons werkt.
De kracht van Gods Geest, die in Jezus aan het werk was, kan ook in ons werken. Wil ook in en door ons werken! Die kan dat. Doet dat.
Als
wij bereid zijn om Haar Haar Goddelijke gang te laten gaan in ons leven. Als we open staan voor de kleine vriendelijke dingen waartoe Ze ons oproept. Als we bereid zijn om met Gods ogen te kijken, met Gods hart te luisteren. Dan kunnen, dan zullen er wonderen gebeuren. Je ziet ze niet altijd zelf, soms is het resultaat van een opmerking, van een bloemetje of een bezoekje een geheim tussen God en die ander. (Net zo goed als we vaak geen idee hebben van de schade die een onvriendelijk gebaar, een gemene opmerking, kan aanbrengen.)

Laten wij in ons leven ruimte geven aan de Kracht die in ons werken wil.
Dan zullen wij als gemeente, als
gemeenteleden, stuk voor stuk tot zegen zijn.
Ieder op onze eigen plek.
Heilige Geest, daal tot ons neer, en vervul ons met Uw Kracht!
Amen

Muziek 1e variatie en koraal van Dat Vader vnse van Jan Pietersz. Sweelinck (1562-1621)

Dienst van gaven en gebeden

God heeft ons vele gaven geschonken,
om ons blij te maken, maar ook om ons de gelegenheid te geven anderen blij te maken, door er van te delen. Brood en vis, of gewoon met geld.
Nu kunnen we dat doen in de collecte. Wij kunnen tot zegen zijn als gemeente, en via de voedselbank.

Na het gebed over de gaven zingen wij:
lied 825: 1, 5 en 10
 
Collecte
       1. Voor het werk in de eigen gemeente
       2. Voor de voedselbank
Intussen speelt Dirk: Menuet van Jean Leclerc (1729-1765)

Gebed over de gaven

Heilige en grote God, die ons met Uw geschenken verrast, elke dag weer, wil onze gaven aanvaarden in de Geest waarin wij die U en onze naasten willen geven. Om en door Jezus Christus, onze Heer. Amen.

Lied: 825:1, 5 en 10 


Ja, Hij is elk van ons nabij, hoe hemelhoog verheven;
in Hem bestaan, bewegen wij, in Hem is heel ons leven.
Dat heeft Hij aan het licht gebracht: de mensen zijn van zijn geslacht, voorgoed met Hem verweven.

Hoort dan de stem van Christus, die uit aller heren landen
u tot Zich roept, hoort Hem, voor wie de dood zelfs werd te schande:
bekeert u, die nog spot en lacht, de grote dag,
de grote nacht, het oordeel is ophanden.

Voorbeden
Laten we danken en bidden:
Goede God, Vader in de Hemel, wij danken U dat wij in Christus niet bang hoeven te zijn voor het oordeel, waar we zojuist over zongen. Dank U dat we mogen weten van genade en ontferming, van dood en opstanding, van kruis en eeuwig leven.
Ook voor ons hier allemaal, omdat U van ons houdt, en in ons geloven wilt. Wij bidden U voor al die mensen die van U niet weten, en nog meer voor hen die van U niet wllen weten.
Wij bidden U:

Grote God, wij danken U, omdat wij hier veilig zijn, vrij om Uw lof te zingen, en wij bidden U voor allen die dat niet kunnen. Omdat hun land is bezet of omdat hun ziel is bezet. Open hun harten voor U, die van de machthebbers, en die van de kleine mensen, opdat ze geen slavenzielen hebben, maar vrij zijn in U, en zoals Paulus in de gevangenis kunnen leven en getuigen in Uw Kracht, kunnen psalmzingen van Uw liefde en trouw. U weet hoe vaak wij gevangen zitten in gewoonten en denkpatronen, die ons weerhouden om het goede te doen, om de mensen te zijn die U in ons ziet, om onze mogelijkheden te ontplooien, waar en hoe dan ook. 
Wij bidden U:

Trouwe God, dank U voor de Bijbel, voor mensen die het ons mogelijk maakten en maken om Uw Woord te lezen en te horen. Geef ons vanuit Uw heerlijke rijkdom de innerlijke kracht van de Heilige Geest. Wij bidden dat Christus meer en meer in ons allen mag wonen, zodat wij Hem steeds meer gaan vertrouwen, en zo geworteld zullen zijn in Uw liefde en daarop ons leven zullen bouwen, zodat we echt zult kunnen zien hoe breed, lang, hoog en diep de liefde van Christus is. Wij bidden dat voor onszelf hier, maar ook voor alle slachtoffers van geweld door oorlog, ziekte, natuur en groot verdriet. We bidden voor de slachtoffers van het water, vandaag wr in Dinant! Heer, grijp in, we smeken het U.
Wij bidden voor de mensen die wij missen, hier en in ons leven, voor onze zieken en zwakken, we denken aan Teun en Lenie, aan mijnheer Kaatman en mevrouw Jansen, aan hen die een slechte uitslag kregen na doktersbezoek, aan Eddy Knook, die morgenmiddag wordt geopereerd, aan Eva en Mirjam; en we bidden ook voor allen die treuren om iemand die hier niet meer bij ons is, en we denken speciaal aan Frances, Theodoor en mevrouw Boddeke.
Wij bidden U:


In de stilte van Uw Nabijheid leggen wij ons hart open voor U

Wij bidden U:


Met Jezus, die ons leerde bidden zeggen wij:

A:
Onze Vader, die in de hemel zijt,
Uw Naam worde geheiligd
Uw Rijk kome
Uw Wil geschiede, 
zoals in de hemel zo ook op aarde.

Geef ons heden ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden,
zoals wij vergeven onze schuldenaren
en leid ons niet in verzoeking
maar verlos ons van het kwade!
 
Allen gaan staan

SlotliedSytze de Vries Tegen het duister 100: 2, 3, 4

(Na de zegen, zingen we, in plaats van het Amen: vers 1  )


Met alwie ons zijn voorgegaan, wie aan de nacht onttoog,
houden wij, aan elkaar gehecht Uw Naam met liefde hoog.
Hen te gedenken wijst het spoor dat Gij met mensen gaat.
Laat ons weg ook teken zijn dat Gij ons niet verlaat.

Gezegend huis, dat op U bouwt en torent in de tijd,
dat reikhalst naar de stad van goud, naar vrede wereldwijd.
Godlof, in onze steenwoestijn, biedt Gij Uw looftocht aan.
Roep ons tot pelgrims die van hier, gezegend verder gaan.

Zegen
:
De zegen van de Heer die ons optilt naar de hemel,
De zegen van de Heer die naar de aarde afdaalt,
De zegen van de Schepper,
die hemel en aarde in de hand houdt,
U vult uw leven met liefde,
geloof en Gods goede Geest.
Amen.

Orgelspel
Fantasie 3 van Georg Friedrich Hndel (1685-1759)
U kunt gaan zitten om naar het orgelspel te luisteren, of alvast naar de koffiekamer gaan.


Jakobus de oudere was een apostel, een van "de twaalf". 
Hij wordt de Oudere genoemd om hem te onderscheiden van zijn naamgenoot die
Jakobus de Mindere wordt genoemd (de "broer van Jezus" en volgens de traditie de auteur van de Brief van Jakobus). 
Zijn
naamdag is op 25 juli. In het Spaans wordt zijn naam (Santo Iago, San Yago) verkort tot Santiago.

Jakobus werd geroepen terwijl hij aan het werk was op het schip van zijn vader Zebedes, samen met zijn broer Johannes. Wellicht was hij een neef van Jezus. Tijdens de prediking van Jezus volgde Jakobus hem van zeer nabij en werd een van de drie belangrijkste discipelen, naast zijn broer Johannes en Petrus. Jezus gaf de broers Jakobus en Johannes de bijnaam Boanerges, "zonen van de donder". Volgens Handelingen 12:2 werd hij door Herodes Agrippa I met het zwaard ter dood gebracht.

Schutspatroon, attributen en naamdag

Met Sint-Jacob wordt veelal deze Jakobus de Oudere bedoeld. In de christelijke iconografie is de schelp van de Grote mantel (Pecten maximus) diens attribuut. De schelp wordt dan ook wel Sint-jakobsschelp genoemd (Coquille Saint Jacques, Jakobsmuschel.). Deze is bevestigd aan zijn hoed, mantel of knapzak met de sluiting naar boven. Het oliebedrijf Shell heeft dezelfde schelp als symbool, maar met de sluiting naar onder. 
Ook wordt Jakobus vaak afgebeeld met een pelgrimsstaf.

Volgens de legende was zijn graf, aangewezen door een ster, ontdekt op het "sterreveld" in Santiago de Compostella.

Volgens de overlevering leverde koning Ramiro I van Asturi in 844 een veldslag tegen de Moren (de vermoedelijk mythische slag bij Clavijo), waarbij zijn leger onverwacht hulp kreeg van een geheimzinnige ruiter die de Moren doodde, zodat de slag gewonnen werd. 
Het lag voor de hand dat de ruiter niemand anders was dan Sint-Jakobus (Santiago), die sindsdien in Spanje dan ook de titel Matamoros (Morendoder) draagt.

Zijn naamdag is op 25 juli. In de Orthodoxe Kerk is 30 april zijn naamdag. 
Bron: Wikipedia