Voor eerdere diensten klik hier:

zondag 8 na Trinitatis 10-7-2014 in de Lutherse kerk te  Zeist

Organist:  Joop Lijftogt. 

Wij zijn hier aanwezig in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Amen

Onze Hulp is in de Naam van de Heer
die hemel en aarde gemaakt heeft.

Confiteor:
Lieve God, Uw genade is groter dan ons tekortschieten.
Daarop vertrouwen wij, als wij vragen om vergeving,
als wij U vragen om al wat ons aan zorgen en vragen,
aan verdriet en onrust, aankleeft, van ons weg te nemen,
opdat wij U in alle vrijheid als Uw kinderen kunnen aanbidden.

Heer, vergeef ons al wat wij misdeden
en laat ons weer in vrede leven!
Amen.

Zo lief had God deze wereld, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt, en eeuwig leven hebben mag!

Introïtus Deze achtste zondag na Trinitatis is ons lied NL lied 538 = gez. 172

Een mens te zijn op aarde  in deze wereldtijd,
is komen uit het water  en staan in de woestijn,
geen god onder de goden,  geen engel en geen dier,
een levende, een dode,  een mens in wind en vuur.

Een mens te zijn op aarde  in deze wereldtijd,
dat is de dood aanvaarden,  de vrede en de strijd,
de dagen en de nachten,  de honger en de dorst,
de vragen en de angsten,  de kommer en de koorts.

Een mens te zijn op aarde  in deze wereldtijd,
dat is de Geest aanvaarden  die naar het leven leidt;
de mensen niet verlaten,  Gods woord zijn toegedaan,
dat is op deze aarde  de duivel wederstaan.

Laten we de Heer aanroepen om ontferming met de nood van deze wereld, - die is groot, daar komen we de duivel op allerlei manieren tegen -
maar laten wij dan ook Gods Naam prijzen,
omdat er aan Zijn barmhartigheid geen einde komt!




Zondagsgebed:
Heer, die ons vasthoudt als wij wankelen,
God, die ons leven geeft als wij wanhopen,
Liefde, die ons leidt en inspireert,
houd ons vast en bewaar ons, door Jezus Christus, onze Heer. Amen

Lezing Oude Testament: Jeremia 7: 1-11.
Als U het niet erg vindt: even een geschiedenislesje.

Jeremia is de zoon van een priester uit het gebied van Benjamin. Zijn roeping wordt gedateerd in het dertiende regeringsjaar van koning Josia, die in Juda regeerde van 640 tot 609 v.Chr. Zijn profetische werkzaamheid speelde zich bijna uitsluitend af in Jeruzalem en strekte zich uit over een periode van minstens veertig jaar. Vanaf het dertiende jaar van koning Josia (627) is hij - wellicht met een tamelijk lange onderbreking van ± 620-609 - als profeet opgetreden tot aan de val van Jeruzalem in 587. Zijn optreden heeft dus voornamelijk plaats onder de laatste koningen van Juda. Toen Jeremia zijn optreden begon, was de toestand in het Nabije Oosten verre van rustig. Het Assyrische rijk dat vele jaren het hele gebied had overheerst, was in verval en stortte weldra ineen (612-609). Voor Juda betekende dit geen bevrijding, integendeel. De nieuwe heersers, de Babyloniërs, brachten het in 587 de genadeslag toe: Jeruzalem en de tempel werden vernield. Een groot deel van het volk werd in ballingschap naar Babylonië gevoerd. De leiders van Juda hebben zelf aan dit proces bijgedragen. De Babyloniërs wilden de ondergang van het rijk niet, maar werden ertoe gedwongen door de opstand waartoe de zwakke en onbekwame koning Sedekia zich liet overhalen. In deze laatste jaren van het koninkrijk Juda (609-587) valt dus het optreden van Jeremia. Hij moest het opnemen tegen koningen van Juda, edelen, priesters en profeten. Zijn kritiek riep tegenstand op, maar het vertrouwen op de bijstand van de Aanwezige maakte hem standvastig. Zijn optreden als profeet heeft zijn volk, de stad en de tempel niet van de ondergang kunnen redden. Het volk is in ballingschap gevoerd, stad en tempel zijn verwoest. Vervolging en mishandeling bleven Jeremia ook niet bespaard, zodat het hem sommige ogenblikken te machtig werd. De orakels van de hoofdstukken 2-6 werden voor het grootste gedeelte uitgesproken tijdens de regering van koning Josia, die het land op godsdienstig gebied probeerde te hervormen en te zuiveren van de afgodendienst. Jeremia steunt hem hierin door het volk op te roepen zich te bekeren, de afgoden te verwijderen en terug te keren naar de HEER. Maar onder de opvolger Jojakim, die een geheel andere politiek voert dan zijn vader Josia, en die het land opnieuw in sociaal onrecht en afgodendienst laat verwilderen, ondervindt Jeremia tegenstand. De aanleiding is onder meer een vlijmscherp orakel, dat we zo zullen lezen, tegen het vermetel vertrouwen dat het volk van Jeruzalem stelt op de tempel en de eredienst daar, alsof dat voldoende zou zijn om zich te verzekeren van de hulp en de nabijheid van de HEER: `Vertrouw niet op de valse leus: Dit is de tempel van de HEER', roept Jeremia uit, `Maar verbeter uw leven, behandel elkaar rechtvaardig, onderdruk geen vreemdeling, weduwe of wees, vergiet geen onschuldig bloed op deze plaats en loop niet achter andere goden aan. Dan laat Ik u wonen op deze plaats, in het land dat Ik aan uw voorvaderen gegeven heb voor altijd'.

Jezus citeert Jeremia in het verhaal van de tempelreiniging: `U hebt er een rovershol van gemaakt'. 
(Marcus 11:17 is ontleend aan Jeremia 7:11).

We lezen:

1 De HEER richtte zich tot Jeremia:
2 ‘Ga in de tempelpoort staan en verkondig deze boodschap: Luister naar de woorden van de HEER, Judeeërs; luister, jullie die door deze poorten naar binnen gaan om de HEER te vereren.
3 Dit zegt de HEER van de hemelse machten, de God van Israël: Beter je leven, dan mogen jullie in dit land blijven wonen.
4 Vertrouw niet op die bedrieglijke leus: “Dit is de tempel van de HEER! De tempel van de HEER!
De tempel van de HEER!”
5 Als jullie je leven werkelijk beteren, als jullie elkaar rechtvaardig behandelen,
6 vreemdelingen, wezen en weduwen niet onderdrukken, in dit land geen onschuldig bloed vergieten en niet achter andere goden aan lopen, jullie onheil tegemoet,
7 da­n mogen jullie hier blijven wonen, in dit land dat ik jullie voorouders gegeven heb. Zo is het altijd geweest, zo zal het dan altijd zijn.
8 Maar jullie vertrouwen op die bedrieglijke leus, en dat zal je niet baten.
9 Jullie stelen, moorden, plegen overspel en meineed, branden wierook voor Baäl en lopen achter andere goden aan, die jullie eerst niet kenden.
10 En toch durven jullie, terwijl jullie al die gruweldaden plegen, voor Mij te verschijnen in deze tempel, het huis waaraan Mijn Naam verbonden is, met de gedachte: Ons kan niets gebeuren!
11 Denken jullie soms dat het huis dat Mijn Naam draagt een rovershol is? Ik zie wel degelijk wat jullie doen – spreekt de HEER.

Wij zingen NL lied 156 dat zingt van Gods trouw, ook als wij die niet waard zijn.

2.      Woedt overal op aarde het geweld,
        wordt nergens meer Gods Naam met eer vermeld,
        maakt zich de macht van haat en afgunst groot,
        brengt zij het leven enkel nog ter dood,
        hoopt ook geen mens op ’t komend Godsrijk meer,
        toch blijf ik juichen om mijn God en HEER.


3.      En als het licht eenmaal zelfs duister wordt,
        - geen oogst op ’t land, de vijgenboom verdord,
        geen levend water meer, geen brood, geen wijn-,
        wanneer de schapen Gods verdreven zijn,
        is er bij mensen geen verwachting meer;
        nog zal ik juichen om mijn God en HEER.

4.      ’k Blijf daarom, tegen beter weten in,
        mij richten naar het woord van het begin,
        dat Gij ons, God der eeuwen, hebt gezegd:
        ’t verbond van trouw, van onverbreekbaar recht.
        Gij, HEER, Gij zijt mijn kracht, mijn zekerheid;
        Ik juich om U in tijd en eeuwigheid.

Epistel
: Romeinen 9: 1- 5.
In het hoofdstuk ervoor legt Paulus uit dat wij leven door de Geest van Christus, en dat niets ons van Hem kan scheiden… nee, niets zal ons kunnen scheiden van de liefde van God, die Hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer. Dan gaat hij verder en schrijft:
1 Omdat ik één ben met Christus spreek ik de waarheid, en mijn geweten, geleid door de heilige Geest, is mijn getuige dat ik niet lieg:
2 ik ben diepbedroefd en word voortdurend door verdriet gekweld.
3 Omwille van mijn volksgenoten, de broeders en zusters met wie ik mijn afkomst deel, zou ik bijna bidden zelf vervloekt te worden en van Christus gescheiden te zijn;
4 omwille van hen, de Israëlieten, die God als Zijn kinderen heeft aangenomen en aan wie Hij Zijn nabijheid, de verbonden, de wet, de tempeldienst en de beloften heeft geschonken;
5 omwille van het volk dat van de aartsvaders afstamt en waaruit Christus is voortgekomen.
God, die boven alles verheven is, zij geprezen tot in eeuwigheid. Amen.

Psalmwoord: Halleluja. Ga binnen, laten wij buigen in aanbidding, knielen voor de Heer, onze Maker. ps 95:6.
HALLELUJA!


Ons loflied is NL lied 146c: 1,3,5,6

Welgelukzalig is ieder te noemen,
die Jakobs God als helper heeft!
Wat zou hem schaden, wie zou hem verdoemen,
die dag aan dag met Christus leeft?
Wie met de Heer te rade gaat,
die staat Hij bij met raad en daad.
Halleluja! Halleluja!

O gij verdrukte, die onrecht moet lijden,
Hij die u recht verschaft is hier!
Hongrige, Hij wil u spijze bereiden,
dorstige, zie de heilsrivier!
Zijt gij geboeid, Hij maakt u vrij;
God schenkt genade velerlei.
Halleluja! Halleluja!

Vreemdeling, die hier op aard moet gedogen,
dat u de haat der mensen treft,
Hij richt u op, als gij neer zijt gebogen
en Hij buigt neer wie zich verheft.
Zijt gij in rouw, God is uw licht;
Hij schenkt, o blinde, u 't gezicht.
Halleluja! Halleluja!

Het Heilig Evangelie staat geschreven bij:  Mattheüs 14: 22 - 33.

Na de moord op Johannes de Doper, Zijn neef, neemt Jezus de wijk naar eenzame plaatsen. Hij heeft nog veel te doen en te verkondigen, voordat Hij aan de beurt is om te sterven. Maar ook daar, in de uithoeken van het land, komen de mensen in menigte naar Hem toe. Hij heelt, preekt, en geeft hen wonderbaar te eten.

22 Meteen daarna gelastte Hij de leerlingen in de boot te stappen en alvast vooruit te gaan naar de overkant, Hij zou ook komen nadat Hij de mensen had weggestuurd.
23 Toen Hij hen weggestuurd had, ging Hij de berg op om er in afzondering te bidden. De nacht viel, en Hij was daar helemaal alleen.
24 De boot was intussen al vele stadiën van de vaste wal verwijderd en werd, als gevolg van de tegenwind, door de golven geteisterd.

25 Tegen het einde van de nacht kwam Hij naar hen toe, lopend over het meer.
26 Toen de leerlingen Hem op het meer zagen lopen, raakten ze in paniek. Ze riepen: ‘Een spook!’ en schreeuwden het uit van angst.
27 Meteen sprak Jezus hen aan: ‘Blijf kalm! Ik ben het, wees niet bang!’
28 Petrus antwoordde: ‘Heer, als U het bent, zeg me dan dat ik over het water naar U toe moet komen.’
29 Hij zei: ‘Kom!’ Petrus stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe.
30 Maar toen hij voelde hoe sterk de wind was, werd hij bang. Hij begon te zinken en schreeuwde het uit: ‘Heer, rèd me!’
31 Meteen strekte Jezus Zijn hand uit, Hij greep hem vast en zei: ‘Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?’

32 Toen ze in de boot stapten, ging de wind liggen.

33 In de boot bogen de anderen zich voor Hem neer en zeiden: ‘U bent werkelijk Gods Zoon!’

Zalig die het Woord van God horen en er gehoor aan geven!


Credo
: In antwoord op Gods Woord willen wij samen ons geloof belijden door te zeggen:

Ik geloof in God,
        die wilde dat de wereld goed was,
        die mensen en dieren maakte,
        planten en bomen,
        vogels en vissen,        
en er van hield.

Ik geloof in God,
        die als een vader zorgen wil,
        die als een moeder ons omringt.

Ik geloof in Jezus -
        in wie Gods Liefde mens werd,
                 om ons lot te delen
                 ons leven, onze dood,
        die dwars door alles heen
        vast hield aan Zijn Vader -
en angst en dood overwon -
stervend aan het kruis.

Hij ging door de hel,
maar stond óp tot nieuw leven:
        de derde dag.

Ik geloof in de Geest
die Jezus ons zond,
        om ons dichter dan ooit
        bij God te doen zijn.
        Zij bidt en zingt en dankt in ons;
        geeft ons nieuw leven,
in eeuwigheid.

Daarom durven wij geloven
in goedheid, gerechtigheid, trouw....
... in Liefde en toekomst
zelfs voorbij de dood....
... in een kerk, waar mensen zijn
        als één lichaam, dat bestuurd wordt
                 door Jezus, ons Hoofd....
... in een doop, die mensen nieuw maakt...
... in vergeving, in genade en hoop -
voor gewone mensen zoals wij.
Amen.

Preek
Genade zij u en vrede van God onze Vader en van Jezus Christus, onze Heer, door de Heilige Geest.

Lieve gemeente, zusters en broeders in Jezus Christus, lieve mensen

De lezingen zijn nogal heftig vandaag.
Daar is de vreselijk emotionele uitroep van Paulus, dat hij bijna, bijna zou willen dat hij maar vervloekt was, als daarmee zijn broeders en zusters naar het vlees, zou kunnen redden, zijn volksgenoten, waarmee hij alles wat hem heilig en dierbaar is deelt…
Alles? Nee, hij deelt nu net het allerbelangrijkste niet met hen. Wel alles wat vroeger zijn ziel en zaligheid uitmaakte: het besef als Israëliet aangenomen kinderen van God te zijn, en dan de wet, de geboden, de nabijheid van God, in elk geval in de tempel, de liturgie
Maar daar is iets bijgekomen dat voor hem nog veel belangrijker is geworden, namelijk het besef dat Jezus van Nazareth de langverwachte Messias was, en dat Hij de Zoon van God is. Jezus, die is gestorven en opgestaan, Jezus, die Paulus zelf heeft willen uitroeien, en zeker Zijn volgelingen, díe Jezus is hem verschenen op de weg naar Damascus, en daarna is zijn leven nooit meer hetzelfde geweest.
Er is een heel àndere nabijheid in zijn leven gekomen, de Heilige Geest die in hem spreekt, die hem inspireert tot grote daden
En bijna, ja bijna zou Paulus die grote genade willen missen, als hij daarmee het heil voor zijn broeders en zusters zou kunnen kopen of afdwingen.
Maar zo werkt het niet. Zo werkt het nooit.
Dat weet hij.
We kunnen God niet chanteren door goede werken, of omkopen door grote persoonlijke offers.
Als u kinderen hebt die niet willen of kunnen geloven, dan weet u dat het niet werkt.
Anders hadden wij, als ouders en grootouders, ons eigen heil willen opgeven voor hen.
Ons leven voor hun eeuwig leven.
Of voor een zieke vriend, vriendin, een ernstig ziek familielid.
Het werkt nooit.

En wat doet dat een pijn
Misschien wel bijna net zoveel pijn als het God doet.

Maar… Paulus blijft niet in die pijn en die teleurstelling hangen.
Hij kan tóch zeggen: God, die boven alles verheven is, zij geprezen tot in eeuwigheid. Amen.
Want hij weet van genade en vergeving, en daar hoopt hij op, daar bidt hij om.
Ook als hij niet degene mag zijn die hen tot Jezus mag brengen, dan nog blijft hij voor hen bidden, net zoals wij dat doen… voor onze kinderen en vrienden.
En dan kun je het in Gods handen leggen…

Paulus had het moeilijk, maar Jeremia ook.
Hij bevindt zich eigenlijk ongeveer in de zelfde positie. Hij probeert zijn volksgenoten terug te brengen tot God. Hij probeert ze te overtuigen van een wezenlijke ommekeer, een andere manier van denken.
Een andere manier van leven.

Een manier van leven, waarbij God in het middelpunt staat, en niet hun eigen interesses, hun gemak, de spannende en erotische afgodendiensten, de politieke belangen, en wat dies meer zij.
Wij kunnen ons wel indenken hoe dat voelt voor het volk…

Stel je voor, dat er – wanneer we hier naar binnen willen voor de dienst, en misschien ben je al wat laat – dat er buiten iemand op de trap staat te roepen dat die hele dienst van ons niets voorstelt, dat God baalt van een mooie liturgie en een doorwrochte preek, omdat we niet leven zoals past bij God.
Omdat Jan de belasting oplicht, en Piet iets ongehoords doet met de buurvrouw, dat je zelf wel weet wat er in je eigen leven mis is… of moet hij het soms voor je spellen?
Nu, een ding is vrij zeker: we zullen niet geïnteresseerd zeggen: vertel eens verder.
Ik denk dat we ons hoofd een beetje afwenden, doen alsof we niets horen, of misschien verontwaardigd zeggen dat hij op moet hoepelen, want dat het hier een fatsoenlijke kerk is.
Wij zijn tenslotte Luthers!
Voor sommigen is dat net zo’n leuze als: Dit is de tempel van de Heer, nietwaar? Garantie voor waar geloof! ;-)
Misschien dat hij in nog wel een kopje koffie krijgt…
Zo zijn we ook wel!
En dan…
maar hopen dat er toch iets blijft hangen, en dat je vanavond in bed, of op je knieën voor je bed, toch nog eens nagaat, wat er in je leven misschien wel een beetje beter kan…
Is het echt zo erg? Zijn we werkelijk meeverantwoordelijk voor alle verkeerde dingen in deze wereld… dat hoop je dan toch van niet.
En je probeert er misschien nog wel onderuit te kruipen, naar jezelf toe, en ook naar God toe.

Eerlijk is eerlijk, de Heer heeft Jeremia met een onmogelijke klus opgeknapt!!! Arme profeet.
Je zou niet willen ruilen, toch? Tja…

Het valt niet mee om dicht bij God te leven, als gewoon mens. Dat mag gezegd worden…

Misschien denken de leerlingen van Jezus dat ook wel, als zij midden op het meer kampen met tegenwind en een lelijke storm met hoge golven.
Als Jezus nu bij ze was… maar nee.

Ze hadden die kleine 15 kilometer in een paar uurtjes kunnen zeilen, als het weer niet tegen had gezeten, maar rond het laatste kwart van de nacht, als het duister het diepst is, zijn ze nog maar halverwege
Ja, ze zijn wel geharde vissers, maar ze vechten nu echt voor hun leven, en ze weten dat in dergelijke stormen boten met man en muis kunnen vergaan.
De schrik zit er behoorlijk in.
En dan... daar!
Iets lichts, alsof er iemand over het water loopt…
Dat is vast een spook dat hun zielen komt roven, dat hun dood voorspelt. Ze kennen de verhalen! Help!
En dan is daar een bekende stem.
Verbeelden ze het zich of…? Hoe kan dat?

Intussen loeit de wind, maar die draagt de woorden hun kant op: "Blijf kalm! Ik ben het, wees niet bang!"
Ze vertrouwen het nog van geen kant.

En Petrus, de waaghals, die roept: Heer, als U het echt bent, beveel dan maar dat ik over het water naar U toe kom. En Jezus zegt: "Kom".
Petrus stapt uit de boot, houdt de rand nog even goed vast, maar inderdaad, op de een of andere manier kan hij over het water lopen. Hij is verrukt!
Het is dus echt de Heer, en ondanks de wind en het wiebelende water loopt hij stralend op Hem af.

Totdat hij wordt afgeleid, en even niet meer op Jezus gericht is, dan dondert de wind in zijn oren, en voelt hij hoe het water onder hem heen en weer klotst. Op het moment dat hij niet meer naar Jezus kijkt is hij verloren, begint hij weg te zakken…
Hij kan maar één ding doen: hij schreeuwt het uit: ‘Heer, rèd me!’ En Jezus strekt meteen de hand uit, en redt hem van de zee en van zichzelf.

U weet het: heel vaak heb ik hier op deze kansel al gezegd dat het hier om gaat… dat wij ons op God moeten richten, dat we Jezus in het oog moeten houden, en dat we ons niet moeten laten afleiden door allerlei dingen die op de deur van ons leven kloppen en die om het hardst vechten om onze aandacht.
De storm en de diepe zee, of de lieflijke verleidingen van onze welvaartsmaatschappij, dat maakt niet uit.
En dan dacht u misschien wel eens: het moet wel leefbaar blijven, en liefst ook leuk.
Niet overdrijven, dominee!

Maar hier, in dit kleine gebeuren tussen Petrus en Jezus, hier zien we in kleuren en geuren waar het werkelijk om gaat! Het is méér dan een verhaal!
Het is van levensbelang!
Als we niet op Jezus gericht blijven, als we onze aandacht laten afdwalen, dan kunnen wij snel ten onder gaan.
Maar… ja, maar… Hoe dàn?

Laten we nog eens kijken naar de hoofdrolspeler van deze zondag. Naar Jezus Zelf.
Hij had een zware dag achter de rug.
Straks willen de vrienden ook weer Zijn aandacht.
En wat doet Hij?
Hij klimt de berg op… alleen.
Voor een goed gesprek helemaal alleen met Zijn Vader.
Alles valt van Hem af: al de eisen en de verwachtingen van de mensen, het verdriet om Johannes, het gevoel van onmacht, omdat de mensen vaak maar niet snappen waar het om gààt…
de vermoeidheid… er is alleen maar God.
De Vader. Het luisterend oor, de helpende hand.
Hij wordt stil.
Misschien was dat wel het belangrijkste: samen met God stil zijn… tot rust komen, tot elkaar komen.
Dat kan zonder woorden…
En dat, dat mogen wij ook. Zo tot God komen.
Alles los laten. Je hoeft het niet eens te zeggen
Daar mogen wij stilte voor inbouwen.
Rust en aandacht scheppen, midden in een wereld die bol staat van oorlog en geweld, verlies en frustratie, angst en pijn

Wij mogen altijd aankloppen bij God, als… de rest van ons leven tenminste bij Hem past.
Anders moet je dat eerst in orde brengen.
Maar nee, niet eerst, want tegelijk met de wil om dat te doen, mag je het uitroepen: Heer, rèd mij!

En dan ís die Hand daar.
Als de storm van het leven op je inbeukt, als pijn en angst je aandacht vast houden, als het lieve leven je toelacht, als je tegelijkertijd diep ongelukkig bent over Israël en Gaza, Syrië en Isis, MH17 en de mensen die verdwenen
God redt.
U en jou en mij. Want Hij houdt van ons allemaal.
Het is genoeg als wij ons daarvan bewust zijn, en als wij vanuit dat bewustzijn leven. Als wij iedere morgen vragen om te mogen kijken met Gods ogen.

En al die anderen?
Gods genade is groter dan wij ons kunnen voorstellen. We leggen hun leven in Gods hand.
Dat is genoeg. (En anders laat Hij het ons wel weten!)
Amen.

Muziek

Alles wat wij hebben, hebben wij van God gekregen, om  door  te geven, om met velen te delen,
en er zo dubbel van te genieten.
Ook nu en hier kunnen we gestalte geven aan dat delen: in de collecte
Na het gebed over de gaven zingen wij: lied 858
Nu eerst de Collecte

Gebed over de gaven

Heer God, wat wij hebben verdiend, wat wij hebben gekregen, is uit Uw genade.
Daarom kunt U er over beschikken, zoals U kunt beschikken over onze tijd, liefde en aandacht.
Wijs ons in dit alles de weg. Om Jezus’ wil… Amen.

Lied NL 858

2. Beadem ons o Geest,
met wonderlijke kracht
dan opent zich het leven weer,
een bloem in volle pracht.

3. Geef ons o Christus deel
aan levenslang geluk
Gedoopt in U een nieuw bestaan –
dat slaat geen dood meer stuk.

4. Drie-enig God vervul
wat U ons hebt beloofd,
na al ons zoeken U te zien
dan staan wij oog in oog.

Voorbeden
Laten we danken en bidden:
Lieve Vader in de Hemel, wij danken U voor de goede boodschap van Jezus, die is gekomen om ons te redden.
Wij danken U voor al die dappere mensen, profeten en discipelen, zendelingen en missionarissen, predikanten en priesters, die door de eeuwen heen mensen hebben verteld van U, mensen hebben herinnerd aan u.
En wij bidden U nu voor al Uw kinderen die in de knel zitten, voor hen die om hun geloof zijn verjaagd, worden vermoord, dreigen te verhongeren en om te komen van de dorst. Mensen als wij…
Ook voor al die anderen die om een ander geloof of om een andere levensstijl worden vervolgd bidden wij U. Mogen zij U allemaal leren kennen als hun Heiland en redder.
Als hun Vader en moed inspreekster.
Goede God, waar het mogelijk is om door onze harde koppen en norse harten heen te breken, geef vrede! Inspireer regeringsleiders en aanvoerders van legerbenden… laat hen zien hoe U in weerloosheid overwon.

Wij bidden U voor de vele slachtoffers van oorlog, geweld en rampen wereldwijd. We schamen ons, dat we na een paar dagen vaak alweer vergeten zijn wat er elders gebeurde, omdat het teveel voor ons is om dat allemaal te bevatten.
Laat ons zien wat wij voor hen in gebed, aandacht en giften kunnen betekenen.

Voor onze zieken bidden wij U, en wij danken U dat mijnheer Wouters zijn 90ste verjaardag mocht vieren. Wij bidden U voor hem om levenskracht en gezondheid in zijn komende levensjaar.

Barmhartige God, wij danken U dat U ook ons ziet, temidden van al die miljoenen, miljarden mensen.
Wij danken U voor vrede en veiligheid hier.
Voor gezondheid en het kleine en grote geluk.
En wij bidden U: vergeef ons dat we zoveel met ons zelf bezig waren, help ons om in onze dagindeling momenten van stilte in te bouwen, om dicht bij U te zijn, momenten om een stukje te lezen, momenten voor een kort gebed, momenten om alleen maar te zeggen dat we zoveel van U houdenstil te zijn.
Geef ons dat wij telkens weer met Uw liefdevolle ogen naar de naasten en naar het leven mogen kijken, zodat wij ons bewust blijven van U, en leven zoals bij U past.
Heer, zonder U vergaan wij. Red ons. 

In de stilte van dit moment vragen wij U om in ons hart te lezen, al die vragen en verlangens, de gebeden en de dank…

En met Jezus zeggen wij samen:

Onze Vader, die in de hemelen zijt,
Uw Naam worde geheiligd.
Uw Rijk kome
Uw Wil geschiede, gelijk in de hemel, alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden,
gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren;
en leid ons niet in verzoeking
maar verlos ons van het kwade!


Ons slotlied is lied 967: 1, 2 en 6 
Na de zegen, zingen we, in plaats van het ‘Amen’ het laatste vers, daarbij vervangen we het laatste Erbarm U, Heer door: Ik loof U, Heer.
Nu: 1, 2 en 6.

2. Wek de dode christenheid
uit haar zelfverzekerdheid;
zend Uw stralen overal,
dat de aarde U loven zal.
Erbarm U, Heer.

6. Laat ons zo Uw heerlijkheid
zien in deze donk’re tijd,
opdat wij nu en voortaan
trouw U ter beschikking staan.
Erbarm U, Heer.


Zegen:

De gemeenschap met God,
met alle heiligen en elkaar
vervulle Uw harten en gedachten,
Uw doen en laten, Uw bidden en danken.
Van nu aan tot in alle eeuwigheid.
† Zo zegent U God, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen.

Lied 967:7
b

 

En daarna dronken we samen koffie en thee... :-)