Voor eerdere diensten klik hier:

 
Zondag 8 na Trinitatis 10-7-2014 in de Lutherse kerk ‘Het Swaentje’ te Leerdam

Organiste: Ina Mostert.

Afkondigingen en aansteken van de kaarsen.

Wij zijn hier aanwezig in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.       
Amen

Onze Hulp is in de Naam van de Heer    
die hemel en aarde gemaakt heeft.

Heer, vergeef ons al wat wij misdeden,
en laat ons weer in vrede leven.
Amen.

Zo lief had God deze wereld, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt, en eeuwig leven hebben mag!

Introïtus:
De Antifoon voor deze zondag luidt:      
In Uw tempel, God, gedenken wij Uw blijken van trouw. Zoals Uw Naam, o God, zo reikt ook Uw roem tot aan de uiteinden der aarde, Uw rechterhand is vol van gerechtigheid. (Ps. 48: 10-11)

En de psalm luidt:
2 Groot is de HEER, Hem komt alle lof toe.
In de stad van onze God, op Zijn heilige berg
3 – schone hoogte, vreugde van heel de aarde,
Sionsberg, flank op het Noorden,
zetel van de grote Koning –
4 in haar vesting weet men:
God is onze burcht. (ps 48: 2-4)

Allen de Antifoon:      
In Uw tempel, God, gedenken wij Uw blijken van trouw. Zoals Uw Naam, o God, zo reikt ook Uw roem tot aan de uiteinden der aarde, Uw rechterhand is vol van gerechtigheid..



Laten we de Heer aanroepen om ontferming met de nood van deze wereld, - die is zó groot -
maar laten wij dan ook Zijn Naam prijzen,
omdat er aan Zijn barmhartigheid geen einde komt!




Zondagsgebed:
Heer, wij weten het: U bent onze Burcht.
Een vaste burcht, waarin wij schuilen bij gevaar.
Herinner ons daaraan, wanneer wij moe zijn en bang, door Jezus Christus, onze Heer. Amen.

Lezing Oude Testament : Habakuk 3: 16 - 19 .
Gebed van de profeet Habakuk. Als een klaaglied staat boven dit gedeelte.

God trekt, om Zijn eigen volk te redden, uit en Hij maakt korte metten, nu of binnenkort, met alle vijanden van Zijn volk. Dat is een belofte. Habakuk is diep onder de indruk, hij vraagt wel: 'maar toon toch Uw mededogen als het tumult losbarst, alstublieft!'
en dan eindigt hij met:
16 Ik hoorde dit alles en ik beefde vanbinnen,
ik vernam het en mijn lippen trilden.
Mijn botten werden aangevreten,
ik stond te trillen op mijn benen,
wachtend op de dag van het onheil,
de dag dat U optrekt tegen het volk dat ons aanviel.
17 Al zal de vijgenboom niet bloeien,
al zal de wijnstok niets voortbrengen,
al zal de oogst van de olijfboom tegenvallen,
al zal er geen koren op de akkers staan,
al zal er geen schaap meer in de kooien zijn
en geen rund meer binnen de omheining
18 toch zal ik juichen voor de HEER,
jubelen voor de God die mij redt.

19 God, de HEER, is mijn kracht,
Hij maakt mijn voeten snel als hinden,
Hij laat mij over mijn bergen gaan.

Graduale: Wij zingen in datzelfde vertrouwen: psalm 90a: 1 - 3


De schaduw van Uw troon omsloot
uw heiligen weleer,
bij U beveiligd is ons lot
en zeker ons verweer.

Gij zijt, van vóór Gij zee en aard'
hebt door Uw woord bereid,
altijd dezelfde, die Gij waart,
de God der eeuwigheid!

Epistel: Romeinen 9: 1  - 5
In het hoofdstuk ervoor legt Paulus uit dat wij leven door de Geest van Christus, en dat niets ons van Hem kan scheiden… nee, niets zal ons kunnen scheiden van de liefde van God, die Hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer. Dan gaat hij verder en schrijft:

1 Omdat ik één ben met Christus spreek ik de waarheid, en mijn geweten, geleid door de Heilige Geest, is mijn getuige dat ik niet lieg:
2 ik ben diepbedroefd en word voortdurend door verdriet gekweld.
3 Omwille van mijn volksgenoten, de broeders en zusters met wie ik mijn afkomst deel, zou ik bijna bidden zelf vervloekt te worden en van Christus gescheiden te zijn;
4 omwille van hen, de Israëlieten, die God als Zijn kinderen heeft aangenomen en aan wie Hij Zijn nabijheid, de verbonden, de wet, de tempeldienst en de beloften heeft geschonken;
5 omwille van het volk dat van de aartsvaders afstamt en waaruit Christus is voortgekomen.    (Zucht)
God, die boven alles verheven is, zij geprezen tot in eeuwigheid. Amen.

Psalmwoord: Halleluja! Ga binnen, laten wij buigen in aanbidding, knielen voor de Heer, onze Maker. ps 95:6.
HALLELUJA!



In NLlied 985 knielen wij in ons hart.  melodie gez 457



2. Heilig, heilig, heilig, maker van de sterren,
zonnen en manen en heel het firmament!
Heilig, heilig, heilig, mateloze ruimte,
machten en krachten, maak zijn naam bekend!

3. Heilig, heilig, heilig, bron van alle leven,
bloemen en bomen en al wat adem heeft!
Heilig, heilig, heilig, Vader van ons allen,
Eerste en Laatste, U dankt al wat leeft!


Het Heilig Evangelie staat geschreven bij:  Mattheüs 14: 22 - 33.

Na de moord op Johannes de Doper, Zijn neef, neemt Jezus de wijk naar eenzame plaatsen. Hij heeft nog veel te doen en te verkondigen, voordat Hij aan de beurt is om te sterven. Maar ook daar, in de uithoeken van het land, komen de mensen in menigte naar Hem toe. Hij heelt, preekt, en geeft hen wonderbaar te eten.

22 Meteen daarna gelastte Hij de leerlingen in de boot te stappen en alvast vooruit te gaan naar de overkant, Hij zou ook komen nadat Hij de mensen had weggestuurd.
23 Toen Hij hen weggestuurd had, ging Hij de berg op om er in afzondering te bidden. De nacht viel, en Hij was daar helemaal alleen.
24 De boot was intussen al vele stadiën van de vaste wal verwijderd en werd, als gevolg van de tegenwind, door de golven geteisterd.

25 Tegen het einde van de nacht kwam Hij naar hen toe, lopend over het meer.
26 Toen de leerlingen Hem op het meer zagen lopen, raakten ze in paniek. Ze riepen: ‘Een spook!’ en schreeuwden het uit van angst.
27 Meteen sprak Jezus hen aan: ‘Blijf kalm! Ik ben het, wees niet bang!’
28 Petrus antwoordde: ‘Heer, als U het bent, zeg me dan dat ik over het water naar U toe moet komen.’
29 Hij zei: ‘Kom!’ Petrus stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe.
30 Maar toen hij voelde hoe sterk de wind was, werd hij bang. Hij begon te zinken en schreeuwde het uit: ‘Heer, rèd me!’
31 Meteen strekte Jezus Zijn hand uit, Hij greep hem vast en zei: ‘Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?’

32 Toen ze in de boot stapten, ging de wind liggen.

33 In de boot bogen de anderen zich voor Hem neer en zeiden: ‘U bent werkelijk Gods Zoon!’

Zalig die het Woord van God horen en er gehoor aan geven!


Credo:  In antwoord op Gods Woord willen wij samen ons geloof belijden:
 
Wij geloven in God - Schepper van hemel en aarde.
Heer over alle machten

Die om ons van alle macht heeft afgezien
en in Jezus de prijs heeft betaald voor onze overtredingen.

Die in eenvoud tot ons kwam,
en werd verraden en vermoord - gekruisigd...

maar Hij overwon de dood!

Na drie dagen opgestaan ten leven
verscheen Hij aan vriend en vijand,

weer in Zijn hemels rijk terug zond Hij Zijn Geest
die ieder mens bezielen wil tot leven in de Heer.

Tot  een gemeenschap van heiligen,
door een doop, door vergeving van zonden,

tot leven in  der eeuwigheid.  Amen


Preek
Genade zij u en vrede van God onze Vader en van Jezus Christus, onze Heer, door de Heilige Geest.

Lieve Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
zusters en broeders

Wat is het leven soms moeilijk en verwarrend, vindt u ook niet?
Er gebeuren allerlei dingen die je nooit had verwacht, en de dingen die je wel verwacht gebeuren heel anders dan je dacht
Daar kan niet iedereen tegen.

Maar het leven zit vol met dat soort dingen.
Een vliegtuig vol vacantiegangers, dat uit de lucht geschoten wordt, Israël dat Gaza plat bombardeert, - misschien niet zonder reden en aanleiding, - maar je hebt toch het gevoel dat het gebruikte geweld niet past bij de dreiging die er van Gaza uitging.
Alleen wonen wij hier, en hebben we makkelijk praten… En dan de uitbraak van Ebola in Afrika… noem maar op!

In de epistellezing horen we de klacht van Paulus. Hij had het goede nieuws, dat de Messias echt was gekomen, dat het Jezus van Nazareth was, gekruisigd maar opgestaan uit de dood, o graag willen delen met zijn landgenoten, volksgenoten
Maar ze wilden er niet van horen.
En kennen wij dat zèlf niet: je kinderen die het mooiste en belangrijkste in je leven niet de moeite waard vinden, of maar moeilijk te geloven?
Dat doet pijn!
Dat had je niet verwacht toen je ze liet dopen

En dan de discipelen… Ze hebben gezien hoe Jezus van een paar broodjes en wat vis een hele menigte mensen te eten kon geven. Hij zal ze nu naar huis sturen, met een zegen voor onderweg, en met nog wat brood en vis in de buidel, er is genoeg, en dan komt Hij wel achter de vrienden aan naar de overkant van het meer. Hij zal wel een boot charteren, denken ze. En ze verheugen zich erop om Hem later weer te zien.

Maar wat gebeurt er? Een heftige storm steekt op.
Dat kun je daar hebben. Ze roeien voor hun leven.
Aan de zeilen heb je dan niets, want de wind komt van alle kanten, daar.
In plaats van een uurtje of anderhalf varen, hoogstens twee, zijn ze heel de nacht aan het tobben.
En als alles op zijn donkerst is, zien ze een gestalte over het meer naar hen toe komen. Doodeng!!!
Een spook…!
Het is het uur van alles dat onheil en dood voorspelt. Ze zijn al doodsbang. En nu dit ook nog.
Ze gillen het uit… kunt u het zich voorstellen???

Petrus dan… Vol bravoure loopt hij op de Heer af.
Als het de Heer ís, dan kan dat, dat weet hij zeker.
Maar opeens voelt hij hoe wiebelig het water is waarop hij loopt, en hoe hard de wind waait…
Hij wordt onzeker, en met zijn vertrouwen in de Heer zinkt ook hijzelf weg in het water.
U en ik hadden die eerste stap op het water misschien niet eens gezet

Habakuk, díé wel.
Zijn naam betekent 'omhelzing' of 'omhelzer'.
Hij heeft de Heer zijn God hartelijk lief.
Als profeet heeft hij het vast niet makkelijk gehad. Wij weten niet zo heel veel van hem, we kunnen hem wel ongeveer plaatsen in de tijd tussen de overwinning van de Chaldeeën op de Assyriërs (met de vernietiging van Ninevé in 612 v. Chr.) en de eerste aanval van Nebukadnezar tegen Juda (605 v. Chr.)

Het volk van God was in die tijd omringd door vijanden, en de koningen van Juda en Israël zochten hun heil niet bij hun Verbond met God, maar bij allerlei bondgenootschappen met grote volkeren om hen heen.
Habakuk spreekt daar met God over.
Hij is zo gelovig, dat hij het waagt God vragen te stellen, en God geeft antwoord.
Op Zijn geheel eigen manier, natuurlijk.
Hij laat Habakuk in een visioen de ellende zien, die het volk kan, en als het niet anders gaat leven zeker zàl, overkomen.
Dat is heel wat anders dan het volk verwacht, en misschien ook wel anders dan Habakuk zelf had verwacht.
Maar de Aanwezige heeft beloofd dat Hij het volk uiteindelijk zal bevrijden van de vijanden, hoe dan ook.
Maar dat zal dan dwars door oorlog en ellende heen zijn.

In zijn gebed, in de eerste 15 verzen van hoofdstuk 3, looft Habakuk de Heer, die als een machtige held eropuit trekt om oorlog te voeren met de vijanden van Zijn volk. Hij ziet het voor zich.
En wij zien het dagelijks op de televisie: bij oorlog vallen doden, gewonden, worden huizen, steden, land en oogsten verwoest. Dat gebeurt gewoon.

Oorlog ontstaat waar mensen willen bezitten, in plaats van delen, waar mensen exclusieve rechten willen hebben, die andere mensen dus uitsluiten.
Weinig mensen worden daar beter van, voor de meeste mensen is het één grote ellende.
Habakuk weet dat, en hij aanvaardt het.
Ook al zal de vijgenboom niet meer bloeien, omdat de vijand die heeft omgehakt of verbrand, ook al wordt de oogst vernietigd, omdat daar nu juist gevochten wordt, of omdat er een vliegtuig neerkomt in je zonnebloemenvelden, ook al is er geen schaap of rund meer over in de velden of de stallen, toch ziet Habakuk reden tot juichen: want God komt Zijn volk redden.
Habakuk heeft alle vertrouwen in de goede afloop, ook al kost dat nu moeite en pijn, verdriet en leed.
Want het gaat niet om hem, maar om het grote geheel.
Wij zouden van zijn Godsvertrouwen wel wat kunnen leren. Juist als het leven moeilijk is.
Juist als alles een onbegrijpelijke wending krijgt.

Dan toch nog jubelen en juichen, niet om je eigen ellende, maar omdat je het hele plaatje ziet, omdat je vertrouwt op Gods beloften, waarbij je eigen narigheid maar een klein détail is, en waarin dat waar het wezenlijk om gaat, waar het uiteindelijk om gaat, goed komt. Want God redt.
In dat vertrouwen zingt hij:
‘God, de HEER, is mijn kracht,
Hij maakt mijn voeten snel als hinden,
Hij laat mij over mijn bergen gaan…’
Dat vat het samen voor Habakuk.

Kijk, als je mét God over die dingen heen kunt stappen waar je tegenóp ziet als tegen een hoge berg, dàn kun je verder kijken dan je neus lang is, en dan zie je toekomst, waar je ten onder lijkt te gaan.
God redt.
Of Habakuk dat met eigen ogen heeft gezien, dat mogen we betwijfelen, maar hij heeft er niet aan getwijfeld dat het zou gebeuren.

Paulus heeft niet gezien dat zelfs wij hier in Leerdam, ver weg van Jeruzalem, Athene en Rome, Jezus hebben aanvaard als onze Heer en Heiland
Maar hij heeft gedaan wat God van hem vroeg.
Hij heeft het Evangelie verkondigd aan Joden en heidenen, en al had hij het allerliefst zijn broeders en zusters bekeerd, God had voor hem nu juist weggelegd dat hij dat niet zou doen, maar dat hij de weg naar de heidenen moest gaan, weggehoond, uitgelachen en mishandeld door zijn geloofsgenoten van-huis-uit.
Paulus wilde niet een nieuwe Godsdienst stichten, maar hij wilde juist het goede nieuws vertellen dat Hij, op Wie ze zo lang gewacht hadden, nu gekomen was.  Het is een vreemde wereld, maar God wist wat Hij deed, en anders zaten wij hier nu niet.

Petrus riep in zijn nood nét op tijd naar Jezus, en die greep hem bij de hand.
Inderdaad, het was geen spook, maar de Heer, die macht heeft over de dingen die ons leven en ons geloof bedreigen, ook in het spookuur, ook in het holst van de nacht, en in het diepst van onze ellende. De Heer redt
Als we dat zien, en dat ervaren, als we dat durven geloven, dan wordt de storm van ons leven lam gelegd. Dan kunnen wij het leven aan.

Ook als wij niet kunnen begrijpen hoe dat nu allemaal kan: oorlog, geweld, beschietingen, dingen die van de ene op de andere dag kunnen beginnen, en vooral mensen treffen die alleen maar vreedzaam willen leven.
Ik denk aan twee oudere mensen die uit hun dorp in Oost-Oekraïne gevlucht waren, hij zei geen stom woord, zij klaagde dat ze opeens weg moesten, op hun pantoffels, en het eten stond nog in de ijskast. Zelf hadden ze niets bij zich.
Ze waren zo ontredderd

Als je dàn niet kunt geloven dat Iemand jou, onder al die miljoenen anderen, op het oog heeft, dat Hij weet wat je overkomt, en dat Hij er iets aan zal doen, dan blijft er alleen wanhoop over…

Over Israël en Gaza kan ik niets zinnigs zeggen.
Ik kan mij zelf niet voorstellen dat dit de oorlog is van de Heer tegen de vijanden van Zijn volk.
We zullen het zolang wij leven niet weten, denk ik.
Maar we weten wel dat er geen 'schone', sportieve oorlog meer bestaat, als die er al ooit is geweest.

Isis vermoordt op dit moment honderden Christenen in Noord-Irak, de mannen worden neergeschoten, de vrouwen en kinderen worden waarschijnlijk als slaaf verkocht. Maar we zien nu ook beelden van kinderen die worden onthoofd, waar hun ouders bij zijn. Vreselijk.
Hetzelfde geldt voor Koerden die een andere godsdienst aanhangen, en geen moslim willen worden.

En tóch mogen wij, in deze grote misère, maar ook in de moeilijke momenten van ons eigen leven, er vast op vertrouwen dat de Heer ervan weet, dat wij hem ter harte gaan, en dat Hij het kwaad bestrijdt.

Niet zoals Habakuk Hem beschreef: als een geweldige, grote held, met spierballen van hier tot ginter, wapens en paarden waar niemand tegenop kan.

Sinds Golgotha weten wij dat God door de dood en ellende heen overwint in liefde, geduld, vergeving en gebed.
Als je, met Jezus, kunt bidden: Heer, vergeef hen, want ze weten niet wat ze doen, dan ben je sterker dan het kwaad, sterker dan de vernietiging van alles wat goed en dierbaar is. Liefde is Gods meest effectieve wapen.

Ook in ons eigen leven, in onze eigen omgeving, is liefde het grootste, sterkste wapen.
Als wij niet de ander klein willen krijgen, maar God groot willen maken, dan overwinnen wij door te geven en te delen.
Op onze plek, hier in Leerdam en omgeving, kunnen wij het wapen van het gebed inzetten.
Ons gebed is een druppel dauw voor wie dorst, is een vleugje vrede voor wie verslaafd is aan oorlog.

En dan kunnen en mogen wij juichen en jubelen, omdat God redt, en omdat wij mét Hem bergen kunnen beklimmen.
Door Jezus Christus, onze Heer, die het ons heeft voorgedaan.
Hij zorgt voor ons. Hij is erbij.
Amen.
 
Muziek

Gods liefde is groot en strekt zich uit tot alle mensen,
   wij kunnen daarin delen:

dag aan dag met vriendelijkheid en aandacht,
geld en geduld…
Nu kunnen we er gestalte aan geven, als een goed begin,  in de collecte

Na het gebed over de gaven zingen we: lied 1009

Collecte

Gebed over de gaven

Heer God, wat wij hebben verdiend, wat wij hebben gekregen, het is alles uit Uw genade.
Daarom kunt U er over beschikken, zoals U kunt beschikken over onze tijd, liefde en aandacht. Wij geven die met liefde aan U en anderen.
Wijs ons in dit alles de juiste weg.
Om Jezus’ wil. Amen.

NL Lied 1009


Doe onze ogen stralen,   doe ons het hart ophalen
aan blijdschap na verdriet;  o God, voor wie verschijnen
Christus en al de zijnen,  versmaad hun smeken niet!

Verlos ons van de boze,  laat niet de goddelozen
op aarde koning zijn!  Laat ons uw land betreden,
dat zal een land van vrede,  van melk en honing zijn!

Voorbeden
Laten we danken en bidden:
Lieve en grote God, machtige Held, voor ons mensen klein en kwetsbaar geworden,
wij danken U voor Uw Liefde, die groter is dan alle kwaad om ons heen.
Behoud ons in die liefde, in die warmte, in Uw Aanwezigheid, dat wij die mogen ervaren en vasthouden, alle dagen van ons leven, zodat wij, wat er ook gebeurt, en hoe wij en onze dierbaren misschien ook moeten lijden, ons nooit alleen en verlaten voelen, maar dat we altijd zullen weten dat U er voor ons bent.

Wij bidden U voor allen die het ons moeilijk maken. Help ons om net als Jezus te vragen: vergeef hen, want ze weten niet wat ze ons aandoen.
En help ons dan ook zelf te vergeven, vanuit Uw liefde. Wat er ook gebeurt.

Wij bidden U voor allen die verward zitten in haat en angst, die vechten voor hun leven, en niet voor hun ziel.
SOS, Heer, red onze zielen!
Vergeef ons kleine geloof als wij dreigen weg te zinken, en grijp ons bij de hand.

Voor onze zieken bidden wij U, Heer, wil hen helen en genezen als dat zo mag zijn, we denken aan Fred Godfroi en Truus van de Koppel en Alma’s man… en wij danken U voor onze jarige, wil hem en zijn gezin zegenen in het jaar dat voor hem ligt.

Liefdevolle God en Vader, wij bidden U voor de Christenen die om hun geloof worden vermoord of verjaagd, gemarteld, verkocht en vernederd.
Laten zij Uw genade en liefde zo mogen kennen, dat ze zelfs dan nog kunnen juichen en jubelen, omdat U redt, omdat van U het kwaad niet het laatste woord mag hebben, ook als zij en wij het zelf niet zien. U redt, red ook hen en al die anderen die worden vervolgd om wat voor redenen dan ook.
Goede God, Liefste, Beminde, wij bidden U voor hen die wij niet kunnen bereiken met het Evangelie.
Onze kinderen, onze buren, onze vrienden
Maar help ons om toch nooit onze mond te houden over Uw goedheid.

Vergeef ons waar wij zwegen als wij moesten spreken, waar wij spraken als wij moesten luisteren, waar wij stil hadden moeten zijn, en geef ons allen vrede, vrede in ons hart, en vrede in onze wereld - om Jezus Christus, Uw Zoon, die ons leerde bidden:

Onze Vader, die in de hemel zijt,
Uw Naam worde geheiligd
Uw Rijk kome
Uw wil geschiede, op aarde zoals in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood
En vergeef ons onze schulden,
Zoals wij aan anderen hun schuld vergeven
En leid ons niet in verzoeking
Maar verlos ons van het kwade
 

Ons slotlied is NL lied 248:1 = gez 393
Na de zegen, zingen we, in plaats van het ‘Amen’ het vierde vers.


Zegen:
Gods zegen draagt ons door dood en doop heen naar het leven in eeuwigheid.
Gods Geest geeft ons de woorden van eeuwig leven in de mond, en de moed in ons hart om die te spreken.
Gods geliefde Zoon gaat aan onze zij, wanneer we hier vandaan gaan.

Zo zijn we dan gezegende mensen,
† in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Amen

NL lied 248:4