Voor eerdere diensten klik hier:

Zondag 6 na Trinitatis 7-7-2013 17 uur in de Lutherse kerk te Leerdam


Organist: Corrie Hasebos.

Afkondigingen en aansteken van de kaarsen.

Wij zijn hier aanwezig in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.  
Amen

Onze Hulp is in de Naam van de Heer              
die hemel en aarde gemaakt heeft.

Heer, vergeef ons al wat wij misdeden
en laat ons weer in vrede leven.
Amen

Zo lief had God deze wereld, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt, en eeuwig leven hebben mag!

Introïtus:
De Antifoon voor deze zondag luidt:
De Heer is de kracht van Zijn volk, een burcht van redding voor Zijn gezalfde. Red het volk dat U toebehoort, zegen het, wees zijn Redder en draag het voor eeuwig. (Psalm 28: 8- 9)

In plaats van de psalm zingen wij: TussenTijds 109: 1-3
  

2. Zoals ik ben, met al mijn strijd,                     
mijn angsten en onzekerheid,                             
mijn maskers en mijn ijdelheid -                         
O Lam van God, ik kom.                                   

3. Zoals ik ben, verdoofd, verblind,                     
tast ik naar U, die mij bemint,                             
bij wie mijn ziel genezing vindt -                           
O Lam van God, ik kom.                                    

Ik lees u nogmaals de Antifoon:     
De Heer is de kracht van Zijn volk, een burcht van redding voor Zijn gezalfde. Red het volk dat U toebehoort, zegen het, wees zijn Redder en draag het voor eeuwig. (Psalm 28: 8- 9)



Laten we de Heer aanroepen om ontferming met de nood van deze wereld, - die is groot -
maar laten wij dan ook Zijn Naam prijzen,
omdat er aan Zijn barmhartigheid geen einde komt!



Zondagsgebed:
Heer van de machten, U loven en aanbidden wij.
Wees in ons midden en vul ons met Uw Geest en Haar gaven, door Jezus Christus, onze Heer. Amen.

Lezing Oude Testament:  Jesaja 66: 10-14. 

Het is tussen 537 en 520 voor Christus. De eerste ballingen zijn terug, het altaar is hersteld, maar de herbouw van de tempel schiet niet op. De muren komen pas 90 jaar later, onder Nehemia. Er wordt al wel geofferd. Maar er zijn veel aanvallen van de omringende bevolking. Toch gaat het de Heilige meer om zorg voor de naaste dan om tempel en offers en dergelijke. De hele wereld is Zijn voetenbank toch al? We lezen Jesaja 66: 10 – 14 waarin God vrede en voorspoed belooft voor Sion, voor Jeruzalem, dat als een vrouw wordt beschreven.

10. Wees blij over Jeruzalem, ja, spring een gat in de lucht om haar, iedereen die haar liefheeft, vier een groot feest met haar, iedereen die over haar in de rouw is....
11. Omdat jullie kunnen zuigen aan haar troostrijke borst,
tot volle tevredenheid; omdat jullie kunnen drinken tot jullie grote genoegen, uit haar zwaar neerhangende weelde.
12. Want spreekt de Aanwezige:
“Let op Mij, hoe Ik mij over haar héén buig, als een stroom van vrede, als een overstromende beek, dat de  volkeren glorie zingen... en jullie zullen kunnen zuigen, op de heup zullen jullie gedragen worden, ja op de knieën genomen en geknuffeld...
13. Zoals een mens door z’n moeder getroost wordt,
zo troost Ik jullie, ook wat betreft Jeruzalem zullen jullie getroost worden.
14. Ja, jullie zullen het zien, en dan zal jullie hart intens blij zijn, en jullie gebeente zal opbloeien als het veld. Ja het zal bekend worden dat de Aanwezige mèt Zijn knecht is, en dat Hij verontwaardigd is over diens vijanden.”

Onze gradualepsalm is psalm 150.
Die zingen wij samen met Israël, wij weten dat Gods belofte uitkwam.


Hef, bazuin, uw gouden stem,  harp en fluit, verheerlijkt Hem!
Cither, cimbel, tamboerijn,  laat uw maat de maatslag zijn
van Gods ongemeten wezen,  opdat zinge al wat leeft,
juiche al wat adem heeft  tot Gods eer. Hij zij geprezen.

Epistel : Galaten 6: 1 - 5 en vers 18

Losse opmerkingen over het leven als gemeente.
1.   Broeders en zusters, wanneer u merkt dat een van u een misstap heeft begaan moet u, die door de Geest geleid wordt, hem zachtmoedig weer op het rechte pad brengen. (Maar) Pas op dat u ook zelf niet tot misstappen wordt verleid.

2.  Draag elkaars zware lasten, zo leeft u de wet van Christus na.

3.  Wie denkt dat hij iets is terwijl hij niets is, bedriegt zichzelf.
4.  Laat iedereen zijn eigen daden toetsen, dan heeft hij misschien iets om trots op te zijn, zonder zich er bij anderen op te laten voorstaan.
5.  Want ieder mens moet zijn eigen schuldenlast dragen. (Zijn eigen tekortkomingen.)

18.  Broeders en zusters, de genade van onze Heer Jezus Christus zij met u. Amen.
Daar eindigt de brief aan de Galaten mee. 

Psalmwoord: Halleluja! Overvloedige vreugde is in Uw nabijheid, voor altijd een lieflijke plek aan Uw zijde. (psalm 16:11b).
HALLELUJA!

Als voorbereiding op het Evangelie zingen wij uit TussenTijds 9: 1, 3, 18

3. Ontvlam in ons en vuur ons aan!
Getroost zullen wij verder gaan. Kyrie eleison.

18. Win onze harten met Uw Geest,     
waarmee Gij ons verlangen leest: Kyrie eleison.

Het Heilig Evangelie staat geschreven bij: Lucas 10: 1 - 20. NBV
Het is kort voor het einde… Toen de tijd naderde dat Jezus van de aarde zou worden weggenomen, ging Hij vastberaden op weg naar Jeruzalem, lezen we in hoofdstuk 9. Hij stuurde boden voor Zich uit, maar in een dorp in Samaria wilde men Hem niet ontvangen. Ze trekken verder, en als de leerlingen zeggen: zullen we dat gat platbranden? wijst Jezus hen terecht. Volgen moeten wij Hem, en dus: hier op aarde nergens op rekenen en nergens rechten op doen gelden. We lezen verder… 
1 Daarna stelde de Heer tweeënzeventig anderen aan, die Hij twee aan twee voor Zich uit zond naar iedere stad en plaats waar Hij van plan was heen te gaan.
2  Hij zei tegen hen: ‘De oogst is groot, maar arbeiders zijn er weinig; vraag dus de eigenaar van de oogst of hij arbeiders wil sturen om de oogst binnen te halen.
3  Ga op weg, en bedenk wel: Ik zend jullie als lammeren onder de wolven.
4  Neem geen geldbuidel, geen reistas en geen sandalen mee, en groet onderweg niemand. (Vergelijk de profeet Elisa
die op weg naar de Sunamitische ging en ook niemand mocht groeten onderweg. Zij gaan op pad als profeten!)
5  Als jullie een huis binnengaan, zeg dan eerst: “Vrede voor dit huis!
6  Als er een vredelievend mens woont, zal jullie vrede met hem zijn; zo niet, dan zal die vrede bij je terugkeren.
7  Blijf in dat huis, en eet en drink wat men je aanbiedt, want de arbeider is zijn loon waard.
Ga niet van het ene huis naar het andere.
8  En als jullie een stad binnengaan en daar welkom zijn, eet dan wat je wordt voorgezet,
9  genees de zieken die er zijn en zeg tegen hen: “Het koninkrijk van God heeft jullie bereikt.”
10  Maar als jullie een stad binnengaan waar je niet welkom bent, trek dan door de straten en zeg:
11  “Zelfs het stof van uw stad dat aan onze voeten kleeft, vegen we van ons af als aanklacht tegen u; maar bedenk wel: het koninkrijk van God is nabij!
12  Ik zeg jullie: het lot van Sodom zal op die dag draaglijker zijn dan het lot van die stad.
13  Wee Chorazin, wee Betsaïda, want als in Tyrus en Sidon de wonderen waren gebeurd die bij jullie gebeurd zijn, zouden de inwoners van die steden zich allang in een boetekleed hebben gehuld en met stof op hun hoofd tot inkeer gekomen zijn.
14  Wanneer het oordeel komt, zal het lot van Tyrus en Sidon draaglijker zijn dan dat van jullie.
15  En jij, Kafarnaüm, je denkt toch niet dat je tot in de hemel zult worden verheven? In het diepst van het dodenrijk zul je afdalen!

16  Wie naar jullie luistert, luistert naar Mij, en wie jullie afwijst, wijst Mij af. En wie Mij afwijst, wijst Hem af die Mij gezonden heeft.’

17 De tweeënzeventig keerden vol vreugde terug en zeiden: ‘Heer, zelfs de demonen onderwerpen zich aan ons bij het horen van Uw naam.’

18  Hij zei tegen hen: ‘Ik heb Satan als een lichtflits uit de hemel zien vallen!
19  Bedenk wel: Ik heb jullie de macht gegeven om slangen en schorpioenen te vertrappen en om de kracht van de vijand te breken, zodat niets jullie kan schaden.
20  Verheug je er echter niet over dat de geesten zich aan jullie onderwerpen, maar verheug je omdat jullie naam in de hemel opgetekend is.’
Zalig die het Woord van God horen en er gehoor aan geven!


Credo:  In antwoord op Gods Woord willen wij samen ons geloof belijden:
Wij belijden ons geloof samen met de eerste getuigen van Jezus Christus:
Met Johannes de Doper:
Zie hier het lam Gods dat de zonden der wereld wegdraagt...
Met Andreas: We hebben de Messias gevonden...
Met Nathanaël:  Meester, U bent de Zoon van God, de koning van Israël...
Met de Samaritanen: Wij weten dat Hij werkelijk de redder der wereld is...
Met Petrus: U bent de Christus, de Zoon van de levende God....
Met Martha: U bent de Christus, de Zoon van God, die in de wereld komt...
Met Thomas: Mijn Heer en Mijn God....
Amen.

Preek
Genade zij u en vrede van God onze Vader en van Jezus Christus, onze Heer, door de Heilige Geest.
Lieve gemeente,

Vandaag hadden we nogal veel te lezen, en er was op het eerste oog geen lijn in te brengen.
Een vriendinnetje noemde dat ooit: een geit aan een wasmachine vastkletsen.
Ik kan u garanderen dat er vandaag niet in wasmachines wordt gedaan, maar voordat ik misschien zeg: vooruit met de geit, zal ik de lezingen nog even heel kort samenvatten.
De eerste ging over de stad Jeruzalem, Vrouwe Jeruzalem, die nog half in puin ligt, en als de mensen daar het niet meer zien zitten met de herbouw na de ballingschap, belooft God dat het allemaal meer dan goed zal komen. Ze zullen na gedane arbeid als een klein kind op moeders schoot zitten, en van de zoete moedermelk proeven… Moed houden dus!
In de epistellezing zien we een bekende situatie: ook in de gemeente van Christus maken mensen fouten, en daar mogen wij elkaar wel op wijzen, dat kan zelfs nuttig en nodig zijn, maar dan moeten we wel bedenken dat er drie vingers naar onszelf wijzen, wanneer wij de wijsvinger richten op een ander. En… wij zijn ook allemaal verantwoordelijk voor ons eigen doen en laten, voor ónze schuldenlast.

In het Evangelieverhaal hoorden wij hoe de Heer een deel van Zijn werk tijdelijk overdraagt aan 72 volgelingen, die heel Israël moeten gaan vertellen dat het Koninkrijk van God er aan staat te komen.
(Dat getal 72 staat er niet voor niets, dat is zes keer twaalf, die twaalf staat natuurlijk voor Israël, maar zes is het getal voor de mens op zich, alle mensen, dus wil 72 zeggen dat via Israël heel de mensheid het uiteindelijk moet horen: God is nabij.)
Die 72 boodschappers keren aan het eind van het verhaal enthousiast terug om te vertellen wat er allemaal is gebeurd, en dat ze gewèldige dingen hebben gedaan, waarop de Heer een beetje sarcastisch zegt: Ja, nou, Ik zag de duivel als een bliksemschicht uit de hemel vallen!!!

Tenminste, zo las ik dat eerst… maar dat klopt niet. De satan was natuurlijk niet in de hemel! Niet meer.

Ik denk dat we het moeten horen als: "Ik heb Satan destijds Zelf nog als een lichtflits uit de hemel zien vallen!". Jezus zegt in feite: Ik was er bij, toen heel lang geleden een engel, een bode van God, van een dienaar veranderde in een vijand van God, en dus wel moest verdwijnen van voor Gods aangezicht.
Zo ging immers het verhaal in die tijd over het ontstaan van het kwaad.
Een probleem waar mensen van alle tijden mee in hun maag hebben gezeten. (Kennelijk zijn dan dus ook de engelen in staat om te kiezen voor of tegen God!)

Wie niet bij God wil horen, wie zich tegen Hem verzet, kan niet een van Gods dienaren zijn, en kan niet blijven in Gods Grondgebied, Gods Koninkrijk.

Dat horen we ook in het begin van de uitzending: wie niet open wil staan voor de vrede, en voor de boodschap van Gods Koningschap, die prijst zichzelf uit de markt. Die kan er niet bij horen.        
Dat gaat op voor gevallen engelen, voor mensen, en zelfs voor complete steden, die zich niet willen openstellen voor Jezus' komst in hun midden.
We hoorden er een hele rij opnoemen waar Jezus had gepreekt en waar Hij wonderen had gedaan.

Die 72 boodschappers moeten zelfs het stof van hun schoenen afschudden, en dat stof ligt daar als getuigenis, als waarschuwingsbord tegen de inwoners, die misschien wel denken dat ze heel verlicht en modern bezig zijn, door zich niet druk te maken over zulke ouderwetse zaken als de godsdienst van hun voorvaderen… nee, zij gaan met hun tijd mee!
En dan blijkt uiteindelijk dat zij in die tijd blijven steken, en geen plek vinden in de eeuwigheid. Zonde! 

Dat 'het stof van je schoenen afkloppen' ligt dicht bij wat we lazen over de mensen uit de epistellezing, die zichzelf heel wat vinden. Dat moet je niet overnemen
Helaas tref je zulke mensen nogal eens aan in de kerk.
Wij dominees hebben er een handje van, maar ook kerkeraadsleden… Jammer genoeg. (Hier natuurlijk niet hoor!)
Dat krijg je als mensen de bescheidenheid missen, die je nodig hebt om Christus te kunnen volgen.
Het ouderwetse woord is nederigheid, maar laten wij het maar houden bij bescheidenheid, dat is ook een mooi woord, en meer van deze tijd…

Als je merkt dat een van de broeders of zusters een scheve schaats rijdt, of er vreemde gedachte-kronkels op na houdt, moet je, moeten wij, hem of haar in alle bescheidenheid aanspreken. Wetend dat ook wijzelf moeten leven van vergeving en genade.
En je moet goed uitkijken dat je niet meegesleept wordt, in dàt, waarvan je weet dat het verkeerd is. Een oud spreekwoord zegt: wie met pek omgaat, wordt er mee besmet. En Joosje Pek was een oude naam voor de duivel. Het is maar dat u het weet.
Maar… je kunt er ook niet met een grote boog omheen lopen om hem aan te spreken...
Dat is de makkelijkste weg. De bréde weg…
Onze zusters en broeders gaan ons ter harte.
Ze zijn familie!

Jezus zendt niet alleen de 72 volgelingen, maar ook ons als lammeren tussen de wolven, Hij zegt het Zelf; dus de makkelijke weg is niet voor ons weggelegd.
Helaas, leuker kan ik het niet maken,    
en makkelijker ook niet.

Zelfs als mensen niet open staan voor je woorden, is het tóch van belang dat je ze vertelt van het Koninkrijk van God. Vertel ze wat God voor je betekent, wie Jezus voor je is. 
Want waar Jezus komt, is Gods Koninkrijk een feit.
Daar is God Aanwezig, en of wij dat nu geloven of niet: Hij is de Schepper van hemel en aarde, van alles wat bestaat, en Hij is dus ook: de Grote Koning.

Jezus stuurt ons allen er op uit, om Zijn komst voor te bereiden. Om de grond te ploegen waar Hij zaaien en oogsten zal. Hij schouwt in de verte en ziet al een volle oogst. En wat Hem betreft liever vandaag dan morgen. Er is háást bij het Koninkrijk!

Het koninkrijk van God staat gelijk aan het koningschap van God.
Aan Zijn regeren, en ons willen gehoorzamen
Het Koninkrijk der Nederlanden bevindt zich binnen de grenzen waar de inwoners. en ook de republikeinen, Willem-Alexander erkennen als staatshoofd.
Veel mensen denken dat iedere Nederlandse ambassade in het buitenland óók een stukje Nederland is. Dat klopt niet helemaal, maar de wetten van dat buitenland worden daar normaal niet afgedwongen.
Het is toch een beetje een andere sfeer daar. Onze sfeer.

Je zou kunnen zeggen dat ieder mensenhart dat zich openstelt voor God, waar ook ter wereld, een ambassade is voor God, een stukje van Gods Koninkrijk. Ieder hart dat Hem belijdt, ieder huis waar Hij welkom is, is Vredeland.
Is God-land.
En wij zijn ambassadeurs. Als U wilt.
Maar dat betekent niet dat de rode loper voor ons uit ligt wanneer wij bij de buren onze geloofsbrieven komen overhandigen. Of simpeler gezegd: als wij bij de buren, of bij onze kinderen, of op het werk, beginnen over God.
Dat kan lastig zijn. Maar we hebben wel een verhaal dat van belang is.

Nee, de boodschap is níét dat God de Baas is, en dat iedereen Hem dus maar gehoorzamen moet.

Maar wel dat God deze wereld zo lief had, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt, en eeuwig leven hebben mag!

God heeft U lief. En jou en mij. Iedereen hier.
Maar ook iedereen daarbuiten.
Zelfs de mensen die het ons soms moeilijk maken.

Laten we eerlijk zijn: vaak is het niet eens zo dat mensen al bij voorbaat zeggen dat zij niets willen horen over God, maar dat wij bang zijn dat zij dat zullen zeggen, en dan proberen we het maar niet eens.
Of… wij stoten een keer onze neus, en dan laten we het verder afweten, dat is wel zo veilig en wel zo makkelijk.
We leerden vroeger dat je, als je in vrede wilde leven met de mensen om je heen, niet moest beginnen over politiek en niet over godsdienst.
Op een verjaardag bijvoorbeeld dééd je dat niet, want dan moest de sfeer toch prettig blijven.
Ik denk dat U dat wel kent.
En God begrijpt dat. Hij weet hoe wij in elkaar zitten, en Hij weet ook wat wij nodig hebben.

De mensen die de tempel van Jeruzalem restaureerden, en die de stadsmuren weer opbouwden bijvoorbeeld, die zaten er helemaal doorheen.
Ze zagen het niet meer zitten.
Maar God kijkt verder dan wij: Hij troost Zijn mensen: de stad zal je straks als een moeder op de knieën nemen, en dan mag je als een klein kind proeven van de zoete moedermelk.
Even niets hoeven, even een moment dat er voor je gezorgd wordt, en verder niets.
Hoe vaak hebben wij daar niet behoefte aan, zelfs als je tachtig bent zou je nog wel eens even bij je moeder of je vader op schoot willen kruipen, de vertrouwde geur ruiken, en weten dat alles goed is.

Het kómt goed. God belooft het ons. Hijzelf zorgt voor de vrede waaraan Jeruzalem, toen en nu, en waaraan ons eigen leven zo'n behoefte heeft.

Dus: vooruit met de geit.
Laten we deze week proberen om tenminste met één persoon te spreken over God.
Eerst over wat God voor onszelf betekent.
Wie Hij voor ons is.
Voor mij is dat: genade. Allereerst genade.
En leiding in mijn leven.
Voor U misschien geborgenheid, liefde, rust
En dan kunnen we gaan spreken over Gods liefde voor díe mens in het bijzonder.
En voor ons allemaal.
Natuurlijk laten we het ook zien in ons omgaan met elkaar en met anderen, maar dat spreekt vanzelf.
Dat wij elkaar helpen met het dragen van wat ons zwaar valt. Van boodschappen tot eenzaamheid.
Zo leven we de wet van Christus na.      
En dan is Hij ons genadig, en neemt Hij de last van onze schuld van ons af. Niet alleen de schuld zelf.
Maar ook neemt Hij mét de vergeving de last mee.
Zodat wij ook onszelf kunnen vergeven.

De Geest van God spreekt Zelf in en door ons, als wij Haar de ruimte laten. Jezus belooft dat.
Want om Zijn geloof in ons, en ons geloof in Hem is onze naam in de hemel opgetekend.
Daar mogen wij ons nog het meest in verheugen.

Broeders en zusters, de genade van onze Heer Jezus Christus zij met u.
Nu, en alle dagen van uw leven. Amen.


Muziek

Zo rijk als wij gezegend zijn met liefde, kennis van God, en goede gaven, zó rijk mogen wij tot een zegen zijn voor anderen.
Nu in de collecte, de komende tijd voor de mensen om ons heen.
 
Wij zingen: gezang 397:1, 3, 6

Gij zijt, van vóór Gij zee en aard'
hebt door Uw woord bereid,
altijd dezelfde, die Gij waart,
de God der eeuwigheid!

O God, die droeg ons voorgeslacht
in tegenspoed en kruis,
wees ons een gids in storm en nacht
en eeuwig ons tehuis!

Tijdens het naspel de Collecte


Gebed over de gaven

Lieve God, wilt U alstublieft zegenen wat we hier bijeen hebben gebracht,
  zodat het is tot eer van Uw Naam,
en zodat het Uw gemeente wereldwijd ten goede komt.
Laat het een offer zijn, dat onze dankbaarheid en liefde uitdrukt,
door Jezus Christus, onze Heer.  Amen.

Voorbeden:
Laten we danken en bidden:

Lieve God, wij danken U dat U er bent.
Dat wij van U mogen weten…
Dat er altijd weer mensen zijn geweest die van U hebben gesproken en gezongen: profeten en dichters, leraren en moeders, koren en musici.
Wil ook ons gebruiken als U dat zo uitkomt om Uw lof niet alleen in de kerk te zingen, maar ook in ons dagelijks leven, bij de mensen om ons heen…
Door Uw Geest, door Haar gaven.

Lieve God, wij danken U voor de zomer die eindelijk aanbreekt, en voor mensen die vacantie hebben of binnenkort krijgen.
Breng ons allen, als het kan, weer veilig thuis, maar wees vooral bij hen die niet meer met vacantie kunnen gaan. Door ouderdom of ziekte, maar ook bij hen die er het geld niet voor hebben, terwijl anderen om hen heen wél weg kunnen, of iets extra's kunnen doen.
Voor alle zieken bidden wij, maar in het bijzonder voor een lid van onze gemeente, dat ernstig ziek is, maar daar niet veel ophef van wil maken.
Wil hem nabij zijn, en troosten, zoals U de bewoners van Jeruzalem troostte…

Goede God, wij hebben veel redenen om U te danken, en een daarvan is onze Roelia, die nu met haar kinderen viert dat zij 80 jaar mocht worden.
U weet hoe zij een groot deel van die jaren in deze gemeente heeft doorgebracht met de vanzelfsprekende dienst aan U en aan de leden van deze gemeente. Wil haar en Bert zegenen in de jaren die nog voor hen zijn weggelegd. Dat zij zich mogen verheugen.
En wees bij allen die geen vreugde meer vinden in verjaardagen of andere feestdagen. Soms kan het leven zo zwaar vallen. Troost hen, en sta hen bij.
Voor allen die worden vervolgd om hun geloof, hun ras of hun geaardheid bidden wij.
Voor vluchtelingen, om welke reden dan ook…
Heer, vergeef ons om de manier waarop wij hier in Nederland met vluchtelingen omgaan. Geef onze regeerders wijsheid en mildheid, opdat Uw liefde zichtbaar mag zijn in onze samenleving.


In de stilte van Uw huis leggen wij voor U neer wat ons verder bezig houdt…


En mét Jezus bidden wij:

Onze Vader, die in de hemelen zijt,
Uw Naam worde geheiligd.
Uw Rijk kome
Uw Wil geschiede, gelijk in de hemel, alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden,
gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren;
en leid ons niet in verzoeking
maar verlos ons van het kwade!


Ons slotlied is gezang 257 


 
Zegen:
De Heer schenkt ons
de behoedzaamheid van Zijn handen,
de goedheid van Zijn ogen,
de glimlach van Zijn mond,
 
de vastheid van Zijn stappen,
de vrede van Zijn woorden,
de warmte van Zijn hart,
het vuur van Zijn Geest,
het vreugdevolle geheimenis
van Zijn aanwezigheid.

Zo zegent ons en alle mensen
de Vader, de Zoon en
de Heilige Geest.    
Amen!


Amenlied TussenTijds 172:1


web counter
web counter