Voor eerdere diensten klik hier:

Zondag V na Trinitatis 8-7-2012 in de Lutherse kerk te Heusden

Organist:  Joop de Zwart.
Orgelspel

Afkondigingen en aansteken van de kaarsen.

Wij zijn hier aanwezig in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Amen

Onze Hulp is in de Naam van de Heer
die hemel en aarde gemaakt heeft.

Heer, vergeef ons al wat wij misdeden.
En laat ons weer in vrede leven.

Amen.

Zo lief had God deze wereld, dat Hij Zijn enige Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt
en eeuwig leven hebben mag!

Ons Introïtus-lied is nummer 34 uit de bundel Tussentijds.


Ja, God is goed, schenkt ons zijn zegen;
toont ons zijn aanschijn van licht.
Hij gaat ons voor op alle wegen,
heeft uit de zonde ons opgericht. refr:

Hij is de God, die ons verblijdde,
die onze nood heeft verstaan;
die ons een hemels Paasmaal bereidde
en zonder vrees door de wereld laat gaan. refr:

Laat alle volken Uw almacht vrezen,
aller lof zij U gewijd,
laat, Heer, Uw naam bezongen wezen
in aller eeuwen eeuwigheid. refr:


Laten we de Heer aanroepen om ontferming voor de grote nood van deze wereld,
en dan Zijn Naam prijzen,
want Zijn barmhartigheid heeft geen einde!




Zondagsgebed:
Heer God, U brengt mensen weer thuis bij U en bij elkaar, opdat wij niet alleen zijn.
Wees hier aanwezig in Uw Heilige Geest,
door Jezus Christus, onze Heer. Amen.


Lezing Oude TestamentJesaja 66: 10-14 NB vertaling van Pieter Oussoren.
Het is het laatste boek uit de boeken van Jesaja. Na de terugkeer uit de ballingschap, zoals de Heer had beloofd, is het leven nog steeds niet makkelijk.
Een deel van Jeruzalem ligt nog in puin, en de bevolking van de streken er omheen zien hen als bezetters. Dan is het leven hard en moeilijk. Misschien kun je de situatie wel vergelijken met die van Israël direct na WOII.        
De Heer zegt nu echter bij monde van Jesaja:


10  Verheugt u over Jeruzalem en jubelt over haar, allen die haar liefhebt!–   
weest in verrukking verrukt met haar,    
allen die in rouw zijt over haar,
11  opdat ge moogt zuigen en verzadigd worden       
aan de borst van haar vertroostingen;    
opdat ge moogt slurpen en u laven
aan de tepel van haar glorie!
 
12  Want zo heeft gezegd de ENE:
zie, Ik leid tot haar een rivier van vrede,         
als een overstromende beek de glorie der volkeren,
die moogt ge opzuigen!        
Op de zijde zult ge worden gedragen      
en op de knieën gekoesterd.
13  Zoals zijn moeder iemand troost,–    
zó zal Ik u vertroosten;        
in Jeruzalem zult ge worden getroost.
14  Ge zult het zien, uw hart zal verrukt zijn,
uw beenderen zullen uitbotten als jong gras;
de Hand van de ENE zal worden gekend
door wie Hem dienen;  
Zijn vijanden zal Hij Zijn woede tonen!

Tot hier toe deze lezing die troost biedt aan mensen in moeilijke omstandigheden… als je altijd maar moet vechten is de gedachte dat je even weer kind mag zijn, op de schoot van je moeder zeer rustgevend. God wil voor ons zo’n Moeder zijn. Een doorgaande lijn in de geschiedenis.

Onze Gradualepsalm zingt daarvan: psalm 90: 1, 2 en 8


Nog eer de bergen uit de baaierd stegen,
de aarde en de zee gestalte kregen,
nog eer uw scheppend woord aan alle leven
een wereld om te wonen heeft gegeven,
God, zijt Gij God, dezelfde die Gij zijt,
van eeuwigheid en tot in eeuwigheid.

Laat, Heer, uw volk uw daden zien en leven
en laat uw glans hun kinderen omgeven.
Zie op ons neer met vriendelijke ogen.
O God, bescherm ons in ons onvermogen.
Bevestig wat de hand heeft opgevat,
het werk van onze hand, bevestig dat.


Epistel:  Galaten 5: 1
Het hoofdstuk begint met en draait om de vrijheid die ons is gegeven in Christus… en hoe we daar mee om gaan. We lezen:
1 Christus heeft ons bevrijd opdat wij in vrijheid zouden leven; houd dus stand en laat u niet opnieuw een slavenjuk opleggen.

De Psalmist belijdt: Halleluja: God de Heer is een zon en schild, Zijn weldaden weigert Hij niet. (Ps. 84:12)  HALLELUJA! 



Ons Zondagslied is gezang 323: 1 en 2. Deze verzen verwoorden de lofzang en de diepe eerbied, die het besef dat God ècht om ons geeft en met ons, kleine mensen, bezig is.

God is tegenwoordig, die in 't licht daarboven
dag en nacht de engelen loven.
Heilig, heilig, heilig, zingen Hem ter ere
al de hoge hemelsferen.
Laat o Heer, U ter eer, ons lied ook U prijzen,
lof en dank bewijzen.

De lezing van het Heilig Evangelie komt uit: Lucas 10: 1-12 (13-15) 16-20

Het is kort voor het einde… Toen de tijd naderde dat Jezus van de aarde zou worden weggenomen, ging Hij vastberaden op weg naar Jeruzalem, lezen we in hoofdstuk 9. Hij stuurde boden voor Zich uit, maar in een dorp in Samaria wilde men Hem niet ontvangen. Ze trekken verder, en als de leerlingen zeggen: zullen we dat gat platbranden? wijst Hij hen terecht. Volgen moeten wij Hem, en dus: hier op aarde nergens op rekenen en nergens rechten op doen gelden. We lezen verder… 
1 Daarna stelde de Heer tweeënzeventig anderen aan, die Hij twee aan twee voor Zich uit zond naar iedere stad en plaats waar Hij van plan was heen te gaan.
2  Hij zei tegen hen: ‘De oogst is groot, maar arbeiders zijn er weinig; vraag dus de eigenaar van de oogst of hij arbeiders wil sturen om de oogst binnen te halen.
3  Ga op weg, en bedenk wel: Ik zend jullie als lammeren onder de wolven.
4  Neem geen geldbuidel, geen reistas en geen sandalen mee, en groet onderweg niemand.
5  Als jullie een huis binnengaan, zeg dan eerst: “Vrede voor dit huis!
6  Als er een vredelievend mens woont, zal jullie vrede met hem zijn; zo niet, dan zal die vrede bij je terugkeren.
7  Blijf in dat huis, en eet en drink wat men je aanbiedt, want de arbeider is zijn loon waard.
Ga niet van het ene huis naar het andere.
8  En als jullie een stad binnengaan en daar welkom zijn, eet dan wat je wordt voorgezet,
9  genees de zieken die er zijn en zeg tegen hen: “Het koninkrijk van God heeft jullie bereikt.”
10  Maar als jullie een stad binnengaan waar je niet welkom bent, trek dan door de straten en zeg:
11  “Zelfs het stof van uw stad dat aan onze voeten kleeft, vegen we van ons af als aanklacht tegen u; maar bedenk wel: het koninkrijk van God is nabij!
12  Ik zeg jullie: het lot van Sodom zal op die dag draaglijker zijn dan het lot van die stad.
(13  Wee Chorazin, wee Betsaïda, want als in Tyrus en Sidon de wonderen waren gebeurd die bij jullie gebeurd zijn, zouden de inwoners van die steden zich allang in een boetekleed hebben gehuld en met stof op hun hoofd tot inkeer gekomen zijn.
14  Wanneer het oordeel komt, zal het lot van Tyrus en Sidon draaglijker zijn dan dat van jullie.
15  En jij, Kafarnaüm, je denkt toch niet dat je tot in de hemel zult worden verheven? In het diepst van het dodenrijk zul je afdalen!)

16  Wie naar jullie luistert, luistert naar Mij, en wie jullie afwijst, wijst Mij af. En wie Mij afwijst, wijst Hem af die Mij gezonden heeft.’

17 De tweeënzeventig keerden vol vreugde terug en zeiden: ‘Heer, zelfs de demonen onderwerpen zich aan ons bij het horen van Uw naam.’

18  Hij zei tegen hen: ‘Ik heb Satan als een lichtflits uit de hemel zien vallen!
19  Bedenk wel: Ik heb jullie de macht gegeven om slangen en schorpioenen te vertrappen en om de kracht van de vijand te breken, zodat niets jullie kan schaden.
20  Verheug je er echter niet over dat de geesten zich aan jullie onderwerpen, maar verheug je omdat jullie naam in de hemel opgetekend is.’
 
Zalig die het Woord van God horen en er gehoor aan geven!


Credo
: In antwoord op Gods Woord willen wij samen ons geloof belijden door samen te zeggen:
Wij geloven in God, schepper van hemel en aarde,
van meer dan we kunnen bedenken,
van alles wat is.

Wij geloven dat God van ons houdt,
zoals een Vader en een Moeder,
voor ons wil zorgen, ons beschermt.

Wij geloven dat God mens werd:
Jezus, om ons lot te delen,
om op Zich te nemen
onze zonden, al ons leed.
Om dwars door dood en hel heen
ons thuis te halen in de hemel,
eens... op Zijn tijd.

Wij geloven dat Gods Geest
tot ons spreekt in brood en wijn,
in woord en lied,
in de stilte van ons hart,
om ons op de weg te zetten
naar God en naar de ander,
om zo beeld van God te zijn.

Wij geloven dat mensen-op-weg-naar-God
bij elkaar horen, als de vingers van een hand,
als de leden van een lichaam,
ongeacht rang of stand, kerk of land.
Wij geloven dat doop en vergeving,
genade en goedheid
ons in eeuwigheid zullen doen leven,
met elkaar en met God. Amen.

Preek
Genade zij u en vrede van God onze Vader en van Jezus Christus, onze Heer, door de Heilige Geest.

Lieve gemeente,

Soms heb je van die tijden dat je het helemaal beu bent: er komt van alles over je heen, je moet honderd dingen tegelijk, en niemand werkt er mee, integendeel zelfs. Dan ben je hard aan vacantie toe, maar die mogelijkheid biedt het leven niet altijd.

Niet als je oud of langdurig ziek bent, niet als je in een oorlogssituatie verzeild bent geraakt, of als je op de vlucht bent, en ook niet wanneer je leeft in een land vol politieke spanningen, zoals destijds de pas uit de ballingschap teruggekeerde Joden, of zoals de Palestijnen en Israëli’s nu, de mensen in Libië en Egypte of nog erger: in Soedan, en in Syrië  

Het is om moedeloos van te worden.
Maar tóch is daar dat troostende woord van God: “Ik zal je troosten als een Moeder, Ik zal je op Mijn heup dragen, op Mijn schoot nemen’'.
Kom maar, stil maar, alles komt goed, alles wordt nieuw.

Als je zo’n belofte hoort, kan dat al een grote ontspanning geven. Dan kun je het nog wel even vol houden.
Net zoals het wéten dat je straks met vacantie kunt gaan, je helpt met die laatste loodjes.
Maar dan weet je ook dat je op een gegeven moment weer met een schone bladzij kunt beginnen

Wanneer Jezus 72 mensen voor Zich uit zendt, om te vertellen dat het Koninkrijk van God heel dicht bij is, dan is daar méér dan een belofte

Dan is daar Iemand die de bladzij al bijna bezig is om te slaan. Hij heeft die al beet.
De punt heeft Hij tussen duim en wijsvinger…

Over die 72 man kun je veel vertellen, maar dat doen we een andere keer wel. Je kunt dat getal op meerdere manieren uitleggen, en dat is interessant, maar nu ligt daar niet het zwaartepunt.

Vandaag wil ik vooral stilstaan bij de boodschap die deze mensen moeten brengen.
Zij brengen alvast de boodschap die Jezus Zelf straks ook komt brengen. Keer op keer spreekt Hij over het koninkrijk van God.
Dat is nabij.
En het is heel anders dan Zijn tijdgenoten verwachtten. Er komt geen revolutie, geen opstand.
Het komt naar je toe, zeggen de afgezanten, als je open staat voor vrede. Wanneer je vrede wilt aanvaarden en vrede wilt doorgeven.
Het koninkrijk van God is namelijk hier op aarde, want het is waar Jezus is.

Waar mensen daadwerkelijk geloven in Jezus als  de vleesgeworden liefde van God voor ons, mensen, daar vindt het koningschap van God zijn vervulling in de wereld der mensen. Want daar wordt Gods wil gedaan. Dat is het Koninkrijk van God waarover gesproken wordt.      

Natuurlijk is God Koning en Heerser over heel deze door Hem geschapen wereld, of wij nu in Hem geloven of niet.
Maar wanneer Jezus spreekt over het Koninkrijk Gods, dan heeft Hij het over de wereld waarin Gods wil wordt gedaan zoals dat vanouds was bedoeld.
Dan gaat het over mensen die in liefde omgaan met God, met elkaar en met heel deze wereld. Met mens en dier.

Zodat Gods wil wordt gedaan op aarde zoals dat in de hemel gebeurt: voor de volle 100%.
Wanneer wij het Onze Vader bidden erkennen wij dat God er recht op heeft dat Zijn wil op aarde wordt gedaan zoals dat in de hemel gebeurt.
En we zijn ons er vaak, maar lang niet altijd, van bewust dat wij daarin tekort schieten.  

In het gedeelte dat volgt op het Evangelie dat wij vandaag lazen, vraagt iemand aan Jezus: waar draait het nu eigenlijk om?
En Jezus vraagt hem: wat lees je in de bijbel?
Het antwoord is: Houd van God met alles wat je hebt en bent, en van je naaste als van jezelf.
En dan zegt de Heer: ‘'Je bent er heel dicht bij.
Dat is wat je moet doen…”

En daar draait het dan ook om: het dóén!
Pas wanneer wij het liefhebben van God en mensen tot levenskunst verheffen, het toepassen in ons dagelijks leven, pas dàn is dat Koninkrijk hier en nu.
In Jezus is het naast ons. Vlakbij.
Want Hij doet in heel Zijn menselijk leven Gods wil.
Maar ook in ons eigen leven moet het gebeuren.

Ja, makkelijk praten… We hebben redenen genoeg waarom ons dat niet lukt.
Sommige mensen kunnen het bloed onder je nagels vandaan treiteren.
Je bloed wordt karnemelk
Nu ja, u kent de uitdrukkingen die wij in het Nederlands daarvoor hebben zelf wel.
Bovendien hebben we het druk-druk-druk

En toch
Toch zegt Jezus dat het kan. Hij maakt het waar.
Tot in Gethsemane, tot op Golgotha.
Daar heeft Hij God, Zijn Vader, lief, en daar heeft Hij ieder van ons lief.
Genoeg om bereidwillig het kruis op Zich te nemen.

Liefhebben is een werkwoord.
Niet iets dat je zomaar makkelijk afgaat.
Je moet er vaak moeite voor doen.

De Wil van God vinden we beschreven in de Tien Levenswoorden. De Tien Geboden.
Die beginnen met: Ik ben de HEER, uw God, Die u uit Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd!

Reden genoeg om Hem lief te hebben!

God heeft de mens vrijgemaakt tot Zijn dienst.

Natuurlijk is er de zorg voor het dagelijks brood.
Hard werken, daar word je niet minder van.
Maar er is altijd die zevende dag waarop je rusten mag.
De dag die is toegewijd aan God, en waarop je even bij Hem, bij Haar op schoot mag zitten. Kind zijn. Dingen loslaten, die te zwaar en te moeilijk zijn…
Ook daarvoor zijn we hier in de kerk vanmorgen.
Om los te laten. Om God het initiatief te laten…

Wanneer je je daar aan overgeeft geeft dat een stuk vrijheid. Ont-spanning.
Dat wil God voor ons, omdat Hij van ons houdt.

De vrijheid waarover in de Tien Woorden gesproken is, gaat niet alleen om de lichamelijke slavernij waarin de nakomelingen van Jacob verzeild waren geraakt, in het land Egypte, maar het gaat vooral om de onvrijheid om hun God te dienen, zoals Abraham, Izaäk en Jacob dat deden.

God heeft het volk vrij gemaakt van het kwaad dat andere mensen hen aandeden, opdat zij en wij het ook anderen nooit meer zullen aandoen.

Maar als Christus voor ons op het kruis sterft, bestrijdt Hij een dieper kwaad.
Namelijk: het kwaad dat wij onszelf aandoen, wanneer wij niet leven naar Gods wil.
Dat kwaad is dodelijk voor mensen en volkeren, en voor heel de schepping.

Een besef dat we ook al vinden in het Lied van de Schepping. In Genesis.
God heeft, zo klinkt het daar, de mens een genoegen gedaan door die in een prachtige tuin te laten leven. Ze mogen genieten.
En ze kunnen God ook een genoegen doen.
Door een kleinigheid. Door iets níet te doen.
Door één enkele soort fruit niet te eten.
Daar zit een goede reden achter.
Die wordt ook gegeven. 
Want als je tegen de wil van de goede God ingaat, kom je er vanzelf achter wat het woord ‘kwaad’ betekent.
Door God niet te gehoorzamen doen we Hem geen kwaad, Hij staat daarboven, maar wel onszelf.

Zo lief had God echter deze wereld, U, jou, mij, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt, en eeuwig leven hebben mag!  

Dat is ook de vrijheid waarover in Galaten werd gesproken. Christus heeft ons bevrijd opdat wij in vrijheid zouden leven, nu en in eeuwigheid; houd dus stand en laat u niet opnieuw een slavenjuk opleggen staat er.

We mogen het moede hoofd neerleggen op Zijn schouder, we mogen afstand nemen van ons dagelijks doen en laten, er eens critisch naar kijken, en ons afvragen waar al die drukte vandaan komt.
Of we niet eens wat dingen los moeten laten om meer tijd vrij te kunnen maken voor God.
Veel dingen ‘moeten’ wij van onszelf.
Niet van de ander voor wie we ze doen.
Waar zijn we mee bezig? 
Laten we daar in de vacantietijd maar eens rustig naar kijken.
U weet het: als Broeder Maarten een heel zware, drukke dag voor de boeg had, stond hij een uur eerder op, om een extra stille tijd met God te hebben.
Dat hielp hem om zijn prioriteiten te herzien, door te vragen naar Gods wil.

Vacantie komt van het Latijn: vacare Deo.
Je leegmaken voor God.

Ook Jezus ging regelmatig een berg op om een goed gesprek met Zijn Vader te hebben.
Zodat Hij uiteindelijk kon zeggen: niet Mijn wil, maar Uw wil moet geschieden.
Als wij Hem daarin volgen is het Koningschap van God hier en nu zichtbaar.
Of we nu naar het buitenland gaan of thuis blijven: dan is het Koninkrijk Gods gekomen.
Een rijk van vrede.

De grondwet is simpel:
Houd van God met alles wat je hebt en bent, en van je naaste als van jezelf
En kiezen kunnen we elke dag.
Amen

Orgelmuziek

Gods wereld waarin wij mogen samenleven is wijd, overal hebben wij broeders en zusters.
Gods goedheid is groot en vanuit ons aandeel daarin mogen wij helpen en delen,
nu doen wij dat in de collecte voor de Lutherstichting, en straks en komende weken vinden we weer andere wegen om te helpen en te delen…

Na het gebed over de gaven zingen wij uit de bundel TussenTijds nr. 94:1, 3 en 6
Nu dan de Collecte voor de Luther Stichting.

De Luther Stichting is het Nederlandse contactpunt met de Duitse Martin Luther Bund,
dat theologische en materiële ondersteuning verleent, vooral aan Lutherse minderheidskerken en kan helpen bij het opstarten en onderhouden van partnerschappen met minderheidskerken elders in de wereld.

Gebed over de gaven
Lieve God, wilt U alstublieft zegenen wat we hier bijeen hebben gebracht,
  zodat het is tot eer van Uw Naam,
en zodat het Uw gemeente wereldwijd ten goede komt.

Laat het een offer mogen zijn, dat onze dankbaarheid en liefde uitdrukt,
door Jezus Christus, onze Heer.  Amen

Wij zingen uit TussenTijds nr. 94:1, 3, 6

3 O Zoon, onze Meester die staat in de troon,     
die bij ons wou wezen, bij ons metterwoon,     
de eerste van Pasen, o dood van het zaad,     
de meeste de laatste en nooit meer te laat.
 
6 Gij die hebt gebeden van eeuwigheid her 
om liefde beneden, besneeuw deze ster, 
zoals in ’t verleden allang is voorzegd, 
met witheid van vrede, een mantel van recht. 

Voorbeden
:
Laten we danken en bidden:
Lieve God, wij danken U dat voor veel mensen de tijd is aangebroken om zich te ontspannen.
Een tijd waarin ze erop uit trekken om vrede te vinden. Geef dat het ook een tijd is waarin wij elkaar vrede wensen. En wij bidden U voor elkaar en voor allen die onderweg zijn, dat iedereen weer veilig en gezond thuis mag komen.
Uitgerust, en toegerust voor een beter leven.
Uw Wil geschiede.

Heer, wij danken U voor de vrijheid waarin wij leven. De fysieke en geestelijke vrijheid waarvan wij in dit land mogen genieten.
Wij bidden U voor allen die deze vrijheid nog missen. Wij bidden U voor mensen op de vlucht, die vaak vreselijke dingen hebben gezien.
Voor mensen die in opstand kwamen tegen onmenselijke overheden of machthebbers, en daar een hoge prijs voor moesten betalen…
Wil hun moed bewaren, hun geloof in wat goed is en vrede brengt, bescherm hen en hun geliefden.
Dat bidden wij ook voor onze zusters en broeders die om hun geloof worden vervolgd.
Voor allen die macht hebben in kerk en maatschappij bidden wij U, zowel hier in Nederland als overal op deze aarde.
Politici en bestuurders hebben een grote verantwoordelijkheid, die zij niet alleen kunnen dragen. Wees hen nabij, met Uw Geest en Haar goede gaven.
Wij danken U voor Uw liefde en genade, voor het Woord dat we vrij mochten horen en doorgeven.
Wij danken U het allermeest voor de vrijheid die ons in Christus is gegeven: de vrijheid U en de ander lief te hebben, en zo mensen van vrede te zijn.
Help ons dan om die vrijheid te bewaken, opdat wij ons niet verslaven aan werk of sport en spel.
Wij bidden U voor hen die lijden onder het natuurgeweld: overstromingen in Zuid-Rusland en pas nog in Azië, extreme hitte in Amerika.
Wij bidden U ook voor zieken, en voor mensen die om hen in zorg zitten.
Voor Dirk-Jan bidden wij, voor prins Friso en zijn gezin, voor Betty, voor…



En samen bidden wij, zoals onze Heer het ons leerde en voordeed:
Onze Vader, die in de hemel zijt,
Uw Naam worde geheiligd
Uw Rijk kome
Uw Wil geschiede, op aarde zoals in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden,
zoals wij aan anderen hun schuld vergeven;
en leid ons niet in verzoeking
maar verlos ons van het kwade!


Ons slotlied is: gezang 162: 3 en 4
Na de zegen, zingen we, in plaats van het ‘Amen’ gezang162:5

Wilt daarom elkander doen
alle goeds geduldig.
Weest elkaar om zijnentwil
niets dan liefde schuldig.
Midden onder u staat Hij die gij niet kent.
Midden onder u staat Hij die gij niet kent.
 

Zegen:
Onze hulp is van bij de Aanwezige,
de Maker van hemel en aarde.

Hij zal je voet niet laten wankelen,
Hij die over je waakt zal niet sluimeren. 

Het is de Aanwezige die over je waakt, 
de Aanwezige is je schaduw aan je rechterhand.

De Aanwezige zal over je waken voor alle kwaad, 
Hij zal waken over je ziel.

De Aanwezige waakt over je gaan en je komen van nu en tot in eeuwigheid.

Amen.

Gezang 162:5