zondag 3 na Epifanie 2004 (25 januari) te Winschoten-Pekela-Wildervank in de Lutherse kerk te Winschoten, Vissersdijk 70, 25 januari om 10 uur. Organiste: Ingrid Noack.
Kerkelijke tijd: Epifanie, kleur groen.

Aanwezig: ongeveer 35 mensen 


WIJ ZIJN HIER AANWEZIG IN DE NAAM VAN DE VADER EN DE ZOON EN DE HEILIGE GEEST.

Amen

ONZE HULP IS IN DE NAAM VAN DE HEER
die hemel en aarde gemaakt heeft.

WIJ BELIJDEN VOOR DE ALMACHTIGE GOD,

DAT WIJ GEZONDIGD HEBBEN,
GEZONDIGD, IN GEDACHTEN, WOORDEN EN DADEN

HET IS ONZE SCHULD, ONZE EIGEN GROTE SCHULD.
DAAROM VRAGEN WIJ GOD, DE ALMACHTIGE,
DE BARMHARTIGE, ZICH OVER ONS TE ONTFERMEN,
ONS AL ONZE ZONDEN TE VERGEVEN
EN ONS TE BEVRIJDEN VAN ALLES WAT VERKEERD IS. AMEN

De Almachtige  God schenke ons Zijn genade
AMEN

ZO LIEF HAD GOD DEZE WERELD, DAT  HIJ ZIJN ENIGE ZOON GEGEVEN HEEFT, OPDAT IEDER DIE IN HEM GELOOFT AAN HET VERDERF ONTKOMT, EN EEUWIG LEVEN HEBBEN MAG!

Ons introïtuslied, deze derde zondag van de Epifanie, is  .psalm 42: 1, 7.


Hart, onrustig, vol van zorgen,      vleugellam geslagen ziel,
hoop op God en wees geborgen.    Hij verheft wie nederviel.
Eens verschijn ik voor den Heer,  vindt mijn ziel het danklied weer:
Hij, mijn God, Hij heeft mijn leven  altijd aan de dood ontheven.

LATEN WE DE HEER AANROEPEN OM ONTFERMING MET DE NOOD VAN DEZE WERELD,
MAAR LATEN WIJ DAN OOK ZIJN NAAM PRIJZEN,
OMDAT ER AAN ZIJN BARMHARTIGHEID GEEN EINDE KOMT



Zondagsgebed
Lieve God, dank U dat we bij elkaar mogen komen, om van U te horen, hoe wij samen verder gaan in Uw Naam, in Uw nabijheid.
Zegen ons met Uw Heilige Geest, dit uur, en alle dagen van ons leven, opdat we verstaan en kunnen volbrengen, wat U met ons leven voor hebt.
Door Jezus Christus, onze Heer. Amen.

Lezing Oude Testament Jesaja 61: 1 - 9.
De terugkomst uit de ballingschap is aanstaande. Deze Jesaja profeteert daarvan. Dit zijn drie verschillende profetieën die we achter elkaar lezen:
1 – 3: Jesaja verhaalt waartoe hij is geroepen, en wat de Heer van plan is,

4 – 7: het volk zal een priesterlijk volk worden en zo gecompenseerd worden voor het geleden leed.
8 – 9: De Aanwezige is Zelf aan het woord, en legt uit hoe Hij in elkaar zit, en dat iedereen zal zien dat Hij het volk zegent.
Ik lees U: Jesaja 61: 1 – 9


61:1 Een Geest van mijn Heer God (kwam) over mij, omdat Hij mij zalfde, de Aanwezige, om een goede tijding te brengen aan mensen aan de onderkant van de maatschappij, Hij heeft mij (er op uit) gestuurd om hen te verbinden, die een gebroken hart hebben, om te roepen tot de gevangenen: ‘Vrij als een vogel!’, en tot de geketenden: ‘De gevangenis (staat) open!’
2. … om te roepen: ‘Een jaar van genade voor de Aanwezige! Een tijd van genoegdoening voor onze God, tot troost van allen die rouw dragen…

3. … om de rouwdragenden van Sion rechtop te doen staan, om hen een sieraad (op het hoofd) te zetten, in plaats van as (teken van rouw), om feestelijke parfum te geven, in plaats van een rouwklacht, om een mantel van lofzang te geven in plaats van een gevoel van onmacht, ja, men noemt hen: Machtigen aan rechtvaardigheid! Een planting van de Aanwezige, waar Hij eer mee inlegt’.       
4. Opgebouwd worden de ruines van vroeger, verlaten door de voorouders, ze worden hersteld, ja, vernieuwd, de verwoeste steden die al generaties lang verlaten zijn.
5. Buitenlanders zullen er bezig zijn, en ze zullen jullie vee weiden, ja, vreemdelingen werken op jullie boerderijen, en in jullie wijngaarden.
6. Maar jullie zullen priesters van de Aanwezige genoemd worden,
ja, dienaren van onze God. De rijkdommen van de vreemde volkeren zullen jullie genieten, wat betreft hun luister zullen jullie hun plaats innemen.

7. In plaats van jullie oneer (is er dan) een (hoge) rang, en (in plaats van) smaad zullen ze vleiende liederen laten horen in hun land, daarom zullen ze een (hoge) rang krijgen, eindeloze vreugde zal de hunne zijn.
8. Want Ik, de Aanwezige, ben (Iemand) die houdt van recht, die een hekel heeft aan plunder en roof.
Ja, Ik geef ze waarachtig wat hun toekomt, en Ik sluit een eeuwig verbond met ze.

9. Ja, ze zullen bekend staan onder de vreemde volkeren als hún nageslacht, en hun afstammelingen temidden van de naties, allen die hen zien zullen hen erkennen als nakomelingen die gezegend zijn door de Aanwezige.


Ik stel voor dat we zingen: gezang 489.
Laten we dat om en om zingen: Het eerste en laatste vers allen samen, en de tussenliggende versen om de beurt de zusters en de broeders. Dus 1 allen, 2 vrouwen, 3 mannen enzovoort.

De bomen hebben wortels       de bomen mogen stevig staan
maar mensen moeten verder gaan.
De bomen hebben wortels       maar mensen gaan voorbij.

De vossen hebben holen       de mensen weten heg noch steg
zijn altijd naar hun huis op weg.
De vossen hebben holen     maar wie is onze weg?

De mensen hebben zorgen  het brood is duur, het lichaam zwaar
en wij verslijten aan elkaar.
Wie kent de dag van morgen?  De dood komt lang verwacht.

Een mens te zijn op aarde      is pijnlijk begenadigd zijn
en zoeken, nooit verzadigd zijn,
is rusten in de aarde   als alles is volbracht.

Allen: Hoe zullen wij volbrengen       wat door de eeuwen duren moet
een mens te zijn die sterven moet?
Wij branden van verlangen     tot alles is voltooid.

Zo dacht ongetwijfeld ook de gemeente in Corinthe, waar Paulus aan schreef. Wij lezen uit zijn eerste brief (die waarschijnlijk later is geschreven dan de brief die wij kennen als de tweede, maar dat geeft niet) hoofdstuk 12: 12 – 27.
De gemeente is een eenheid in verscheidenheid van genadegaven. Paulus illustreert deze gedachte nu breedvoerig met het beeld of de fabel, in de Oudheid zeer verbreid, van het menselijk lichaam en zijn ledematen, die op elkaar zijn aangewezen. Maar in v. 12-13.27 gaat hij boven de simpele vergelijking uit door de kerk het lichaam of een lichaam van Christus te noemen, een gedachte die in de brieven aan de gemeenten in Colossos en Efese wordt uitgewerkt en aangevuld met de idee dat Christus het hoofd is van zijn lichaam. We lezen: 

12. Precies zoals het lichaam één is, en veel lichaamsdelen kent, want alle lichaamsdelen van het lichaam, hoe veel het er ook zijn, vormen een lichaam, zo is het ook (met) Christus.
13. Immers: we zijn ook allemaal in een Geest gedoopt tot één lichaam, of we nu Joden zijn of Grieken, of we dienen of vrij zijn, en allen zijn we met één Geest overgoten.
14. Immers: ook het lichaam bestaat niet uit maar een lichaamsdeel, maar uit vele.
15. Stel dat de voet zegt: Omdat ik geen hand ben, hoor ik niet bij het lichaam, behoort hij daarom niet bij het lichaam?
16. En stel dat het oor zou zeggen: Omdat ik geen oog ben, behoor ik niet bij het lichaam, behoort het daarom niet bij het lichaam?
17. Als het lichaam een en al oog was, waar bleef dan het gehoor? Als het een en al gehoor was, waar dan de reuk?
18. Nu dan, God heeft de lichaamsdelen stuk voor stuk een plaats gegeven in het lichaam, zoals Hem goed dacht.
19. Maar als dat alles één deel was, waar bleef dan het lichaam?
20. Nu zijn er dus vele lichaamsdelen, maar (slechts) één lichaam.
21. Het is niet mogelijk dat het oog zegt tegen de hand:
‘Ik heb jou niet nodig’, of dat op zijn beurt het hoofd zegt tegen de voeten: ‘Ik heb jullie niet nodig’…

22. Nog sterker: juist die delen van het lichaam die menen onaanzienlijker te zijn (dan de rest), zijn onmisbaar…
23. en die, waarvan wij denken dat ze de onwaardigste van het lichaam zijn, die geven we de grootste eer, en van onze minst aantrekkelijke lichaamsdelen maken we het meeste werk,
24. maar onze aantrekkelijke punten hebben (dat) niet nodig.
Echter: God heeft het lichaam (met zorg) in elkaar gedraaid, waarbij Hij aan het minste overvloedige eer geeft,

25. opdat er geen verdeeldheid mag zijn in het lichaam, maar dat alle lichaamsdelen dezelfde zorg voor elkaar hebben.
26. En stel dat een lichaamsdeel lijdt, dan lijden toch alle andere mee! Stel dat een lichaamsdeel geprezen wordt, dan delen alle lichaamsdelen in de vreugde.
27. Jullie vormen een lichaam van Christus, en als individu een lichaamsdeel.
(En dan volgt na nog een paar verzen het hoofdstuk van de liefde).

We hebben dus alle reden om in te stemmen met de Psalmist die zegt: .Halleluja. De Heer is Koning, dat de aarde juiche, dat vele kustlanden zich verheugen.  HALLELUJA!


We leven nog in de tijd van Epifanie, van het verschijnen op Zijn troon van de Heer. Laten we daarom zingen: Gezang 161 over die tegendraadse koning van ons…


Als een kind zijt Gij gekomen als een schaduw die verblindt
onnaspeurbaar als de wind      die voorbijgaat in de bomen.

Als een vuur zijt Gij verschenen  als een ster gaat Gij ons voor
in den vreemde wijst uw spoor   in de dood zijt Gij verdwenen.

Als een bron zijt Gij begraven  als een mens in de woestijn.
Zal er ooit een ander zijn   ooit nog vrede hier op aarde?

Als een woord zijt Gij gegeven  als een nacht van hoop en vrees
als een pijn die ons geneest  als een nieuw begin van leven.

Het Heilig Evangelie staat geschreven bij: .Lucas 4: 14 - 21.
Na de verzoeking in de woestijn:
14. En Jezus keerde in de kracht van de Geest terug naar Galilea, en er deed een gerucht over Hem de ronde, door heel de omgeving heen…
15. maar Hij onderwees in hun synagogen, door iedereen in hoge eer gehouden.
16. En Hij kwam naar Nazareth, waar Hij was grootgebracht, en Hij ging, zoals Zijn goede gewoonte was, op de Sabbatsdag de synagoge binnen, en Hij stond op om te lezen.
17. Hem werd nu het boek van de profeet Jesaja gegeven, en toen Hij het boek open rolde, trof Hij de plaats waar staat geschreven:ij kwam naar narzreth, waar Hij was grootgebracht, en Hij ging, zoals Zijn goede gewoonte was, op de Sabbathsdag de synagoge binnen, en Hijs tond op om te le


18. ‘Gods Geest rust op mij….!
Die heeft mij gezalfd om armen een blijde boodschap te brengen, die heeft mij er op uit gestuurd om gevangenen vrijheid aan te kondigen, en blinden: dat ze weer op kunnen zien;
om hen die vermorzeld zijn (door onderdrukking)
in vrijheid weg te laten gaan;
19. om een tijd aan te kondigen, die Gode welgevallig is.’
20. En terwijl Hij het boek sloot en het terug gaf aan de dienstdoende, ging Hij zitten, en de ogen van iedereen in de synagoge waren gespannen op Hem gericht.
21. Hij begon te spreken tot hen, en wel: “Vandaag is wat hier geschreven staat voor jullie oren vervuld!

Zalig die het woord van God horen en er gehoor aan geven


IN ANTWOORD OP GODS WOORD WILLEN WIJ ONS GELOOF BELIJDEN:

Wij geloven in God, schepper van hemel en aarde,
van meer dan we kunnen bedenken,
van alles wat is.

Wij geloven dat God van ons houdt,
zoals een Vader en een Moeder,
voor ons wil zorgen, ons beschermt.

Wij geloven dat God mens werd:
Jezus, om ons lot te delen,
om op Zich te nemen
onze zonden, al ons leed.
Om dwars door dood en hel heen
ons thuis te halen in de hemel,
eens... op Zijn tijd.

Wij geloven dat Gods Geest
tot ons spreekt in brood en wijn,
in woord en lied,
in de stilte van ons hart,
om ons op de weg te zetten
naar God en naar de ander,
om zo beeld van God te zijn.

Wij geloven dat mensen-op-weg-naar-God
bij elkaar horen, als de vingers van een hand,
als de leden van een lichaam,
ongeacht rang of stand, kerk of land.
Wij geloven dat doop en vergeving,
genade en goedheid
ons in eeuwigheid zullen doen leven,
met elkaar en met God.
Amen.

Preek
GENADE ZIJ U EN VREDE VAN GOD ONZE VADER EN VAN JEZUS CHRISTUS, ONZE HEER, DOOR DE HEILIGE GEEST.

Lieve mensen van God,

Mensen, van verschillende plaatsen bij elkaar gekomen om te horen wat God ons te zeggen heeft deze morgen, zoals ook in Jezus’ tijd mensen van heinde en ver kwamen om dat te horen…
Niet dat ik me hier nu met de Heer wil vergelijken, maar wel geloof ik dat het dezelfde Geest is die ons inspireert, dezelfde Geest, die de woorden van God in ons hart legt, opdat we die doorvertellen.

Jezus was na Zijn doop en verheerlijking direct de woestijn ingevoerd om beproefd te worden. Daar hebt U ongetwijfeld vorige week over kunnen horen. Nu gaat Jezus rond als een reizende theoloog, die op de Sabbath, en op andere dagen, als Hij daartoe wordt uitgenodigd, in hun synagogen preekt.
Hij is een doorslaand succes. De mensen lopen uren om Hem te horen, en de mond op mondreclame werkt perfect. Iedereen heeft het over Hem.
Je kunt je voorstellen dat de mensen in Nazareth, als Hij toch hun kant op komt, wel eens willen horen wat er van die jongen van Maria en Jozef de timmerman, zaliger nagedachtenis, terechtgekomen is. Tot aan Zijn pensioen heeft Hij de zaak van Zijn vader voortgezet, en nu Hij dertig is, en de leeftijd heeft om grootvader te worden, (al zit dat er niet in) doet Hij wat aan godsdienst. Nu ja, ieder zijn meug.
En zo is het druk, die Sabbath, in de synagoge van Nazareth. En als Jezus dan opstaat om aan te geven dat Hij wel iets wil lezen en zeggen, dan stoten ze elkaar aan: nu zul je het hebben!
Ze horen met verbazing de woorden die voor die sabbath op de rol staan - zoals ook wij liturgische leesroosters hebben, zo had de synagoge die destijds ook - uit Jezus’ mond komen met een ernst en een overtuiging, alsof Hij de profeet zelf is, en het is alsof deze woorden voor het eerst worden gesproken: recht uit het hart van God.
En we mogen aannemen dat ook Jezus ze zo hoort: als woorden die tot Hem gesproken zijn.
Hierin herkent Hij, na de intense gesprekken met Zijn Vader in de woestijn, waar Hij zocht naar richting voor Zijn toekomst, naar leiding en verlichting, in deze oude woorden herkent Hij opeens Zijn roeping. Dit ís het: hier is Hij voor geboren!
Dit slaat op Hem.
‘Vandaag is voor jullie oren vervuld wat hier geschreven staat’, zegt Hij.
Op het moment dat ze het hoorden, gebeurde het.
Het Hebreeuwse woord dabar betekent zowel woord als daad, gebeurtenis. Als het woord wordt uitgesproken, wordt daarmee het gesprokene een feit.
Dat slaat allereerst op Gods scheppingswoorden: Hij sprak, en het stond er. Het was er.
Zo gaat het ook wanneer Jezus deze woorden in de mond neemt. Hij schept Zich een nieuw bestaan, een nieuwe toekomst. Een toekomst waar ook wij allen deel van uitmaken.
We zien het in de evangeliën overigens wel vaker: dat Jezus een tekst uit het Oude Testament in de mond neemt, en dan zegt: dat slaat op Mij.
Hij gaat letterlijk creatief met de Schrift om.
Dat moge ons duidelijk maken, dat wij er niet zo letterlijk mee om mogen gaan, dat de tekst voor mensen dodelijk wordt, en wonden slaat in plaats van ze te verbinden.            Dit terzijde.
Het is U misschien opgevallen, dat de tekst, zoals Lucas die citeert, niet precies is zoals ik die uit Jesaja 61 las, maar dat komt omdat Lucas speelt met de tekst, er onder andere ook een stukje uit Jesaja 58 in doet, om zo nog beter naar voren te laten komen waar het om gaat: de komst van een geheel nieuw tijdperk, een tijd van Gods welbehagen in mensen. Een tijd waarin dat zichtbaar en tastbaar wordt – in Jezus. 
En Jezus maakt dat welbehagen van God in de mensen zichtbaar in Zijn dienend bezig zijn, in Zijn bevrijdend Woord, een woord dat prikkelt en nieuwe mogelijkheden schept.
Ook voor U en voor mij.
Hij doet dat op grond van oude woorden.
Wondere woorden vol beloften, beloften voor toen, maar ook voor nu! Zo gaat dat met Gods Woord.
Het heeft eeuwigheidswaarde!
Wie in het oude Israël God serieus nam, zorgde voor de kwetsbare medemens.
Die zorgde voor weduwen en wezen, voedde en kleedde de armen en zocht de gevangenen op.
Je kon, wanneer het gevangenen waren die ingerekend waren omdat ze een schuld hadden die ze niet betalen konden, ze zelfs bevrijden door hen vrij te kopen. Door hun schuld  af te betalen.

Jezus gaat niet met een zak geld rond, dat laat Hij aan de rijken over, (en aan de diaconie), maar Hij is gekomen om de ketenen  te verbreken, die ons verhinderen voluit mens te zijn zoals God dat bedoelde. Soms betekent dat, dat Hij mensen lichamelijk geneest, meestal betekent het allereerst een geestelijke genezing, waardoor de dingen die gebeurd zijn, dingen waardoor we ons, al dan niet terecht, gekwetst voelen, kapot gemaakt, verbroken soms, hun scherpte verliezen, en ons niet meer het zicht benemen op God en op de andere mensen.
God redt, God bevrijdt, dat is de betekenis van de naam Jezus, en die betekenis maakt Hij waar,
toen en nu, ook hier en voor ons.
Hij is gekomen om hen die zich blind staren op hun zere plekken, waar die ook mogen liggen, weer op te laten kijken naar God.
Hij is gekomen om ons weer in vrijheid  weg te laten gaan, zodat we verder kunnen, ook als het voelt alsof ons hart in ons gebroken is, door mensen, door omstandigheden en misschien wel door onszelf.
Hij staat hier vandaag in ons midden, met open handen, en vraagt ons dat we ons leven in Zijn hand willen leggen. Dat we onze hand in de Zijne leggen, zodat Hij ons kan helen en genezen, zodat Hij met ons op weg kan gaan, naar een wereld waar alle mensen zich gelijkwaardig weten: allemaal beminde mensen in Gods oog, aan Gods hart.
Een wereld, waar de verschillende mensen die de kerk met hun gaven dienen niet meer of beter zijn dan anderen, waar we als gemeente oprechte zorg hebben voor elkaar, als broers en zussen in een liefdevol gezin.
Een wereld, waar het dienen van God onze eerste zorg is: waar we Gode een priesterlijk volk zijn, en waar we de zorgen van de wereld aan anderen over mogen laten. (We lazen dat bij Jesaja, waar de overvallers van vroeger nu het land en het vee verzorgen, niet omdat ze het veroverd hebben, maar opdat Gods volk zich helemaal op Hem kan richten!) Niet dat we de wereld aan zijn lot over laten, want Jezus nodigt ons wel uit om in Zijn voetstappen, en in die van Zijn dienaren Paulus en Jesaja, en van al de profeten, veel te spreken over Gods liefde, en die in ons eigen leven te laten zien.
In de practijk van alle dag.
Dan kan iedereen zien, dat we er ernst mee maken, als we bidden: Uw koninkrijk kome, waar Uw wil geschiedt op aarde zoals in de hemel… Dan wordt de tijd waarin wíj leven ook aangenaam voor God.
Omdat we Hem werkelijk serieus nemen, en elkaar ook, omdat we gedrenkt zijn in één Geest, een Geest van liefde, grote liefde.        Omdat we naar elkaar en naar vreemden kijken met Gods ogen. Liefdevolle ogen. En omdat we, ook al vinden we zelf misschien dat wij helemaal niet belangrijk kunnen zijn, toch het lef hebben te doen wat God van ons vraagt:
Hem dienen, een priester waardig.
Voor God zijn we allemaal vreselijk belangrijk!
Allemaal even belangrijk!
Als we Hem zo dienen, met heel ons doen en laten, gebeuren er wonderlijke dingen.
Dan zullen mensen God loven, zoals ze deden, als ze Jezus hoorden spreken en zagen handelen.
Dan zullen we samen verder kunnen gaan, Gods toekomst tegemoet, wat er in kerk of maatschappij of in ons eigen leven ook gebeuren zal.
We zijn veilig als we leven aan Gods hand, en in Zijn dienst.
Amen.
 
Muziek

GODS LIEFDE IS GROOT EN STREKT ZICH UIT TOT ALLE MENSEN,
   WIJ KUNNEN DAARIN DELEN:
DAG AAN DAG MET VRIENDELIJKHEID EN AANDACHT,
GELD EN GEDULD,
NU KUNNEN WE ER GESTALTE AAN GEVEN, ALS EEN GOED BEGIN,  IN DE COLLECTE

Na het gebed over de gaven zingen wij: gezang 437
Nu eerst de Collecte

Gebed over de gaven

LIEVE GOD, WILT U ALSTUBLIEFT ZEGENEN WAT WE HIER BIJELKAAR HEBBEN GEBRACHT,
  ZODAT HET IS TOT EER VAN UW NAAM,
EN ZODAT HET UW GEMEENTE WERELDWIJD TEN GOEDE KOMT.
LAAT HET EEN OFFER MOGEN ZIJN, DAT ONZE DANKBAARHEID EN LIEFDE UITDRUKT,
DOOR JEZUS CHRISTUS, ONZE HEER.  AMEN

Lied .437.

Schep, God, een nieuwe geest in mij,
een geest van licht, zo klaar als Gij;
dan doe ik vrolijk wat Gij vraagt
en ga de weg die U behaagt.

Wees Gij de zon van mijn bestaan,
dan kan ik veilig verder gaan,
tot ik U zie, o eeuwig Licht,
van aangezicht tot aangezicht.

Laten we danken en bidden:
Lieve God, wij danken U, omdat Uw woorden van ouds ook voor ons hier waarde hebben, ja, dat ze er van spreken dat ook wij waardevol zijn voor U, stuk voor stuk, ieder op zich.
Wij wisten wel van horen zeggen, dat U veel van ons houdt, maar zo komt U heel dichtbij….
Dat U zo met ons wilt verkeren, dat we  U wezenlijk ter harte gaan, daar danken we U voor.
Wij bidden U dan ook, in alle bescheidenheid, om Uw Geest en Haar gaven, om Uw leiding, in alle delen van ons leven, zodat we er van harte naar kunnen streven U nummer één in ons leven te laten zijn,
om aan U de richting en het doel van ons leven over te laten.
Wij bidden U ook, dat we – aan Uw Hand – mogen leren inzien, dat alle andere mensen voor U net zo belangrijk zijn als wij, en wij net zo belangrijk als de anderen. Leer ons dan ook zo met elkaar omgaan: zodat we op niemand neerkijken, en tegen niemand opkijken, tenzij als een voorbeeld op de weg naar U.
Heer, wij danken U, dat er nog altijd zoveel mensen gevonden worden, die U willen dienen in kerk en maatschappij. Open ons de oren en het hart, opdat we Uw stem ook verstaan, wanneer U komt vragen of we – hetzij in de kerkeraad, hetzij in een vrijwilligersgroep – voor U aan de slag willen gaan.
Goede God, er zijn zoveel mensen die een gebroken hart hebben, die werkelijk lijden aan hun verdriet…
Verdriet om relaties die niet goed zitten, verdriet om de weg van de kerk, de angst dat die niet op weg is naar U toe, verdriet van anderen, omdat het maar niet op wil schieten  met dat ene lichaam van de Heer…
Wil bij ons komen met die liefde, die zichzelf niet zoekt, en leer ons die van binnenuit kennen en herkennen. U belichaamt die liefde, maar wij herkennen U daar vaak niet in, en dat doet pijn. U en ons.
Heer, wij geloven, kom ons ongeloof te hulp!
En waar wij niet kunnen geloven, niet meer of nog niet, wil ons dan dragen totdat we lopen kunnen, aan Uw Hand…
Voor heel deze wereld willen we bidden, voor de koningin en de regering, voor alle overheden in hun dienende taak… voor mensen die werk hebben dat ze te zwaar valt, en voor mensen die het zo zwaar valt dat ze geen werk hebben…
O God, U weet alles wat ons bezwaart, en U luistert als we in de stilte van dit uur U toefluisteren wat op ons hart ligt…..


Wij danken U, dat U van ons houdt, en naar ons luistert. Zegen allen die hier hadden willen zijn, allen die wij missen, alle zieken, ik denk in het bijzonder aan Janneke Lowes-Bos, aan mevrouw Ruules, aan mevrouw Cathy Schoore... en aan allen die wij in onze persoonlijke kring kennen, en wij vragen U om bij hen te zijn, zo dicht dat ze het voelen en merken, om hen aan te raken met Uw helende Geest, en hen en ons te helen en te genezen, omwille van Jezus onze Heer, die ons leerde bidden:
ONZE VADER, DIE IN DE HEMEL ZIJT,
UW NAAM WORDE GEHEILIGD
UW RIJK KOME
UW WIL GESCHIEDE, OP AARDE ZOALS IN DE HEMEL.
GEEF ONS HEDEN ONS DAGELIJKS BROOD
EN VERGEEF ONS ONZE SCHULDEN,
ZOALS WIJ AAN ANDEREN HUN SCHULD VERGEVEN
EN LEID ONS NIET IN VERZOEKING
MAAR VERLOS ONS VAN HET KWADE


Ons slotlied, dat we staande zingen is gezang .481: 1 en 2.  Na de zegen, zingen we, in plaats van het ‘Amen’ gezang.481:4.

Maak ons volbrengers van dat woord,
getuigen van uw vrede,
dan gaat wie aarzelt met ons voort,
wie afdwaalt met ons mede.
Laat ons getrouw de weg begaan
tot allen die ons verre staan
en laat ons zonder vrezen
de minste willen wezen.

Zegen:
De heilige God van Israël,
de Vader van alle mensen,
wil ons behoeden met Zijn liefde,
wil ons dragen met Zijn Geest,
wil ons voorgaan in Zijn Zoon.
Alle dagen van ons leven.
Amen.

lied .481:4.

En toen was er koffie!