Voor eerdere diensten klik hier:

Zondag 2 na Trinitatis 5 juni 2016 in de Lutherse kerk te Heusden, Putterlaan 4

Organist: Hans van Rossum

Orgelspel
 
Afkondigingen en aansteken van de kaarsen.

Stilte

Wij zijn hier aanwezig in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.  
Amen

Onze Hulp is in de Naam van de Heer              
die hemel en aarde gemaakt heeft.

Verootmoediging
Heer, wij hebben als schapen gedwaald,
en wij zijn ieder onze eigen weg gegaan..
Wij konden of wilden de weg die de waarheid is,
en het leven, niet volgen.....

Toch smeken wij U: leid ons weer op het rechte pad,
vergeef ons en blijf bij ons, om Jezus Christus, onze Heer. Amen

De Almachtige God schenke ons Zijn genade
Amen

God hield zoveel van deze wereld, dat Hij Zijn enige Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt, en eeuwig leven hebben mag.

Introïtus: Ons introïtuslied is lied 287: 1, 2 en 5




2. Rond het boek van Zijn verbond,
noemen wij elkaar bij name,
roepen wij met hart en mond,
levenswoorden: ja en amen,
als de kerk van liefde leest, is het feest.

5.  Rond het licht dat leven doet,
groeten wij elkaar met vrede.
Paaslicht straal ons tegemoet,
zegen wie Uw liefde delen,
licht dat dit geheim behoedt: God is goed.

Laten we de Heer aanroepen om ontferming met de nood van deze wereld, - die is zo vreselijk groot -
maar laten wij dan ook Zijn Naam prijzen,
omdat er aan Zijn barmhartigheid geen einde komt!




Zondagsgebed:
God van dood en leven, U houdt ons leven in Uw hand. Wil ons in alles leiden en beschermen,
door Jezus Christus, onze Heer.
Amen.

Lezing Eerste Testament:
1 Koningen 17: 17 - 24.  
De profeet Elia verblijft, op de vlucht voor zijn aartsvijand koningin Isebel, in een tijd van droogte, bij de beek Keriet en wordt door de raven gevoed. Maar als ook die beek opdroogt wordt hij gestuurd naar… Sidon, waar een weduwe hem onderdak biedt in een opkamer, en voedsel;
dat kan ze doordat God een wonder doet: het meel in de pot raakt niet op, evenmin als de olie in de kruik. 
Maar dan… op een dag…. Wij lezen:
                                                          
17. Maar wat gebeurt er: na deze voorvallen is de zoon van de vrouw, van de vrouw des huizes, ziek geworden, ja, zelfs zo erg ziek, dat er geen levensadem meer in hem over was.
18. Zij zei tegen Elia: ‘Hoe zit dat tussen u en mij, man van God? Bent u soms naar mij toegekomen om me mijn zonde in te peperen, dat u mijn zoon laat sterven?’
19. Maar hij zei tegen haar: ‘Geef me uw zoon’, en hij pakte hem uit haar omarming, en bracht hem naar de dakkamer, waar hij daar verblijf hield, en legde hem neer op zijn bed.
20. Toen riep hij de Aanwezige aan en zei: ‘Aanwezige, mijn God, wilt u nu soms ook de weduwe, bij wie ik logeer, nog kwaad doen, dat U haar zoon laat sterven?’

21. Hij strekte zich drie maal uit over de jongen, en hij riep de Aanwezige aan en zei: ‘Aanwezige, mijn God, laat de levensadem van dit kind toch in zijn binnenste terugkeren!’
22. En de Aanwezige luisterde naar de stem van Elia, ja, de levensadem van het kind keerde terug in zijn binnenste, en hij lééfde!
23. Toen nam Elia de jongen en bracht hem uit de dakkamer naar beneden, naar binnen, en gaf hem aan zijn moeder. Elia zei tegen haar: ‘Zie, uw zoon, hij leeft!’
24. De vrouw nu zei tegen Elia: ‘nu, hier-en-nu, weet ik pas echt dat u een man van God bent, en dat het woord van God in uw mond betrouwbaar is!’
Tot hiertoe de lezing…

Met deze moeder zingen wij een lied dat een gebed is en dat spreekt van terecht vertrouwen.

Lied 16bNed Het is een heel kort lied, dus laten we het maar twee keer zingen… Hans zal ‘t voorspelen.


Epistellezing: Handelingen 22: 1 – 22


Paulus, die oorspronkelijk Saulus heette, is op reis geweest om in de Diaspora te gaan vertellen over Jezus, en gaat verslag uitbrengen aan de broeders in Jeruzalem. Ook al wordt hem duidelijk gemaakt dat hij daar groot gevaar loopt. En inderdaad wordt hij er gevangen genomen, omdat er Joden uit het buitenland denken dat hij Grieken meegenomen heeft, de tempel in. En dat is strict verboden.
Hij kon zelf ook wel een buitenlander zijn…
De Romeinen staan dan op het punt hem te berechten, als Paulus verlof vraagt om het volk, dat hem aanklaagt, toe te spreken.
Zijn pleidooi horen wij nu… Hij zei:


22:1 Mannen, broeders en vaders, luister nu naar mijn verdediging tegen u…
2. Toen ze hoorden dat hij hen in het Hebreeuws toesprak, werden ze extra stil, en dan zegt hij:
3. Ik ben een Joodse man, geboren in Tarsus, op Sicilië, in die stad ben ik opgegroeid, aan de voeten van Gamaliël ben ik nauwkeurig onderwezen in de wet van de voorvaderen, waarbij ik net zo ijverde voor God als jullie allen nu doen.
4. (Als zodanig) achtervolgde ik de Weg (= beweging van Jezus) tot de dood erop volgde, waarbij ik mannen èn vrouwen geboeid bij de gevangenis afleverde,
5. zoals ook de Hogepriester t.a.v. mij kan bevestigen, en heel de Raad der Oudsten, van wie ik aanbevelingsbrieven heb ontvangen voor de broeders, en zo ging ik naar Damascus om ook hen die dààr waren, geboeid naar Jeruzalem te brengen, om zwaar gestraft te worden.
6. Maar wat gebeurt er: terwijl ik rond het middaguur onderweg was en Damascus al naderde, bliksemde er opééns een geweldig fél licht uit de hemel om mij heen
7. Dus ik viel op de grond, en ik hoorde een stem die tegen mij zei: “Saul, Saul, waarom achtervolg je Mij?”
8. Ik antwoordde: ‘Wie bent u, Heer?’ en Hij zei tegen mij: “Ik ben Jezus van Nazareth, die jij vervolgt.”
9. Maar degenen die bij mij waren zagen het licht wel, maar de stem die tegen mij sprak hoorden ze niet.
10. Wel ik zei: ‘Wat moet ik doen, Heer?’ en de Heer zei tegen mij: “Ga staan, ga naar Damascus, daar zal je alles verteld worden over de dingen die voor jou zijn weggelegd om te gaan doen.
11. Wel, aangezien ik door dat fonkelende licht niet meer zien kon, kwam ik Damascus binnen aan de hand van hen die bij mij waren.

12. Een zekere Ananias nu, een vroom man in de zin van de wet, zoals door iedereen die in Jeruzalem woont kan worden bevestigd,
13. kwam naar me toe, en hield bij mij halt, en zei tegen mij:‘Saul, broeder, kijk weer op!’ en op dat zelfde moment keek ik naar hem op (en zag hem).
14. Maar hij zei tegen mij: ‘De God van onze voorvaderen heeft al van tevoren beslist dat jij Zijn wil zou kennen, en dat je de Rechtvaardige zou zien en dat je Hèm zou horen spreken,
15. omdat jij voor Hem een getuigenis zult afleggen naar alle mensen toe van de dingen die jij hebt gezien en gehoord.

16. En nu… wat je gaat doen? Sta op en laat je dopen en laat je zonden van je afwassen, terwijl je Zijn Naam uitroept!

17. Maar wat gebeurde er: toen ik terug ging naar Jeruzalem, en ik in de tempel in extase aan het bidden was,
18. zag ik Hem, waarbij Hij tegen me zei: “Haast je en ga snel weg uit Jeruzalem, want ze zullen je getuigenis over Mij niet met open armen ontvangen!”

19. En ik zei: ‘Heer, zij weten heel goed dat ik de synagogen langsging om hen die in U geloven in de gevangenis te gooien en ze te geselen.
20. En toen het bloed vergoten werd van Stefanus, die van U getuigde, stond ik er zelf bij, en ik was het er helemaal mee eens, en paste zelfs op de mantels van hen die hem doodden.’

21. Maar Hij zei tegen me: “Vertrek, want Ik zal je naar volkeren vèr weg toe sturen.”

22. Zij hadden tot dat moment naar hem geluisterd, en (nu) verhieven ze de stem, en zeiden: ‘Verwijder die vent uit het land,(of van de wereld), want het klopt niet dat hij nog leeft’.

De Psalmist zingt : Halleluja. Ik heb U lief, Heer mijn sterkte, Heer mijn rots, mijn vesting, mijn bevrijder
(psalm 18:3a) HALLELUJA!


Wij zingen lied 659: 1, 2, 5 en 6 Een jubelend getuigenis!


Zingt met een juichende stem,
ademt weer opgetogen,
dit is Jeruzalem,
ere zij God in den hoge!

Overvloed, overvloed Gods,
sprengen van water en leven,
bloed uit de flank van de rots,
water en bloed om het even;

daaruit ontspringt ons bestaan,
zo zijn wij wedergeboren!
Kondigt het jubelend aan,
laat heel de wereld het horen!

Het Heilig Evangelie staat geschreven bij: Lucas 7: 11 – 17.
Hieraan vooraf gaat de genezing van de knecht van de hoofdman over honderd, in Kapernaüm. We lezen:
11   Niet lang daarna ging Jezus naar een stad die Naïn heet, (lieflijkheid) en Zijn leerlingen en een grote menigte gingen met Hem mee.
12  Toen Hij de poort van de stad naderde, werd er net een dode naar buiten gedragen, de enige zoon van een weduwe. Een groot aantal mensen vergezelde haar.
13  Toen de Heer haar zag, werd Hij door medelijden bewogen en zei tegen haar: ‘Weeklaag niet meer.’
Hij kwam dichterbij, raakte de lijkbaar aan – de dragers bleven stilstaan – en zei: ‘Jongeman, Ik zèg je: sta op!’ De dode richtte zich op en begon te spreken,
en Jezus gaf hem terug aan zijn moeder.
16  Allen werden vervuld van ontzag en loofden God met de woorden: ‘Een groot profeet is onder ons opgestaan, ‘en: ‘God heeft Zich om Zijn volk bekommerd!’
17  Het nieuws over Hem verspreidde zich in heel Judea en in de wijde omtrek.
Zalig die het Woord van God horen en er gehoor aan geven!


Credo:  In antwoord op Gods Woord willen wij samen ons geloof belijden door te zingen lied 342:



En in de Geest, die ons geleidt,
geloven wij: dat er altijd
een Trooster is, zacht als de wind,
een sterke Moeder bij Haar kind.

Lof zij de Vader, die ons schiep
en licht uit nacht tevoorschijn riep.
Lof zij de Zoon, die onze nood,
ons kruis verdroeg en onze dood.

Die onderging en overwon
en als de zon ten hemel klom,
die aan de dag treedt op Zijn tijd
en eenmaal recht van onrecht scheidt.





P
Preek
Genade zij u en vrede van God onze Vader en van Jezus Christus, onze Heer, door de Heilige Geest.

Lieve gemeente, vriendinnen en vrienden, kinderen van God.

Dood en leven horen bij elkaar. Mensen worden geboren, mensen sterven. Zo gaat dat.
Verdriet en vreugde horen ook bij het leven.
Het kan niet anders: als we de vreugde willen meemaken dat er kinderen zijn, dat er nieuw leven komt, dan moeten we ook accepteren dat we plaats moeten maken, als het onze tijd is.
Maar… niet altijd sterven mensen op hun tijd.
Vinden wij.
Sommige mensen leven maar door, en hun leven lijkt geen zin te hebben, niet voor hen zelf, en niet voor hun omgeving.
Andere levens worden onbegrijpelijk snel of pijnlijk of zelfs wreed afgebroken, en het meest schokt ons vaak onze eigen hulpeloosheid daarin.

Het is goed dat wij aan het begin van de kerkdienst al die frustratie en wanhoop in Gods handen kunnen neerleggen, als wij Gods ontferming afsmeken in het Kyrië. Het is goed om het dan ook bewust los te laten, zodat we vrij zijn en onbezwaard door verwarrende zorgen, om Gods lof te zingen.
Want Zijn liefde voor ieder mens is onmetelijk, maar voor ons vaak onbegrijpelijk in de uitwerking ervan. Gods ingrijpen, of juist het feit dat Hij níets lijkt te doen… we kunnen er niet bij.
Als Hij Almachtig is en liefdevol, dan zou Hij toch…
De meesten van ons hebben die gedachte wel eens gekoesterd, en al dan niet uitgesproken.

Dat is niet zó erg, al zegt het meer over onze kleinheid en ons beperkte verstand dan over God.

We hoorden hoe de moeder in onze eerste lezing Elia (en misschien ook wel zijn god) de schuld wil geven van het overlijden van haar zoontje.

Alles ging zo goed, ze hebben dankzij Elia (en misschien zijn god) de hongersnood overleefd, de schulden zijn afbetaald, en het huis staat op haar naam, en nu opeens: haar zoon, haar alles, is doodziek en sterft. Pats boem. Met kinderen kan dat heel snel gaan.
Ze zit daar maar, met het kind op haar schoot.

En nu? In haar pijn en verdriet verwijt ze het verlies aan Elia. Een wreed spel: haar eerst in leven houden op het moment dat ze dacht dat het allemaal voorbij was, en nu toch haar zoon afnemen…
Zeker als straf voor haar zonden
De goden, die de mensen in haar omgeving vereerden, waren vaak behoorlijk hard en veeleisend.
Waarschijnlijk heeft ze, met Elia aan huis, hij woonde wel apart, op het dakterras, maar toch
waarschijnlijk heeft ze haar godsdienstige plichten een beetje laten versloffen. Vond ze die God van Elia wel interessanter dan de oude goden.

Als ons iets ergs overkomt denken wij vrouwen al snel dat het wel onze eigen schuld zal zijn, op de een of andere manier. Misschien kunnen we dat nog beter accepteren dan volkomen willekeur

Hoe het ook zij, er vallen harde woorden, maar Elia reageert er niet op: hij neemt het kind van haar over, en gaat ermee het dak op, waar hij een kamertje heeft. En dan spreekt hij harde woorden.
Woorden van verwijt, dat God de vrouw, die zo goed voor hem heeft gezorgd, nu zo hard treft.

Hij probeert van alles. Hij probeert zelfs zijnlichaamswarmte en zijn levensadem met het kind te delen, maar ook dat werkt niet. Pas als hij het overgeeft aan God gebeurt er een wonder. Het kind herleeft, ademt diep in en uit, slaat de ogen op… en dankbaar gaat Elia met hem naar beneden, waar hij hem aan zijn moeder teruggeeft.
Dàn weet ze het zeker: Elia is een godsman, en zijn God is een goede God, een echte God.
Betrouwbaar!
Ze is overtuigd. Het leven is goed.
Nu kan ze verder…

Dat het leven goed is, vindt veel later de menigte, die Jezus volgt van Kapernaüm naar Naïn, ook.

Ze hebben gehoord dat de knecht van die belangrijke heer in Kapernaüm door Jezus op afstand is genezen. Prachtig vinden ze dat!
Vrolijk zijn ze op weg naar Naïn. Maar als ze de poort van de stad naderen, verstommen ze.

Naïn betekent: liefelijk.
Maar de grote stoet mensen die de stadspoort net uit komt is alles behalve lieflijk.
Het is een rouwstoet, een begrafenis, en de moeder klaagt haar leed.
Een weduwe, en het was haar enige zoon.
Haar kostwinner dus. Ja, dat is heftig! De mensen rond Jezus staan vol respect en meeleven stil.

Ook Jezus leeft mee, maar Hij gaat er op af.
Hij zegt tegen de rouwende moeder met haar klaagzangen te stoppen, en dan gaat Hij naar de lijkbaar en raakt die aan.
De dode werd niet gekist, maar op een draagbaar werd hij naar het graf gebracht.
Bedekt met een doek, en dat was het dan.
Jezus raakt de baar aan. En alles wat met een dode in contact stond, was onrein. Daar werd je zelf ook onrein van, als je het aanraakte, en dan stond je buiten de gemeenschap met God en mensen, totdat je je kleren en jezelf had gewassen, en een offer had gebracht.
Het was dus echt een daad van liefde, als mensen de taak op zich namen een overledene naar het graf te brengen. Jezus hééft lief, en raakt de baar aan. Hij spreekt ook de overledene aan.
Jongeman, Ik zèg je: sta op!”

De dragers staan intussen stil, en de jongen gaat overeind zitten, hij begint te spreken
Misschien vraagt hij wel: Waar ben ik?
Jezus gaat daar niet op in, Hij geeft de jongen terug aan de moeder.
Lukas gebruikt de zelfde woorden als er in het verhaal van Elia zijn gebruikt. Niet voor niets.
Jezus is de nieuwe Elia, wil hij zeggen.
En méér dan dat. Want Elia moest bidden en smeken, maar Jezus heeft van God, Zijn Vader, deze macht over de dood gekregen.
Waar Jezus komt, wordt zelfs de dood nog lieflijk.

Alle mensen werden vervuld van ontzag en loofden God met de woorden: ‘Een groot profeet is onder ons opgestaan’, en: ‘God heeft Zich om Zijn volk bekommerd!’
Maar wij weten, na Pasen, Hemelvaart en Pinksterfeest, dat Jezus méér is dan een groot profeet, en dat God Zich inderdaad om Zijn volk heeft bekommerd.
En niet alleen dat, maar ook om de rest van de wereld, ook om ons.

Want de tocht gaat door. God blijft niet stilstaan bij Golgotha, en niet bij het lege Graf, ook het Pinksterfeest is nog maar een begin van een Weg, een beweging die geen einde heeft.
In Jezus is Hij Immanuel, God met ons.
Een betekenisvolle naam.
Maar nu, na het Pinksterfeest, is Gods Geest in de wereld gekomen, en Zij wil in ons zijn. In ons hier.

Voor Elia was God hoog en verheven, de totaal Andere; God in de hemel.
Maar wie Jezus ontmoette, zag daar hoe God mét ons was, mens onder de mensen…
Gods beloften zijn heerlijk vervuld, zingen we met Kerst. In Jezus loopt Hij naast ons…
Daar is Gods koninkrijk al begonnen… als je naar Hem luistert, en als je Zijn wil doet

En wie open staat voor Gods Geest mag zich zeer met God verbonden weten… nog meer… nog dieper.
Dan is God niet naast ons, niet mét ons, niet ver weg boven ons, wij horen Gods stem niet met onze sterfelijke oren, maar wij horen Haar stem ín ons.
God in ons, dat is een gebeuren, een weg, die ons verstand te boven gaat, en die we liefst maar moeten laten geschieden

We hoorden hoe Paulus, die voor zijn bekering en zijn doop Saulus heette, in zijn verdediging spreekt over de beweging die Jezus volgde, ook na Pinksteren, als: de Weg. Het heeft nog wel tientallen jaren  geduurd voordat de naam Christenen in zwang kwam.
De weg naar God en de weg met God, de weg tot elkaar, het is een beweging zonder ophouden.
Ik denk ook niet dat het de bedoeling was dat die zou vastlopen is zoiets massiefs en onbeweeglijks als het Instituut Kerk.

Maar altijd weer roept God mensen om Zijn volk weer in beweging te zetten. Mensen als Diettrich Bonhoeffer, Maarten Luther, Franciscus, Augustinus van Hippo, en in een begin zelfs: Saulus van Tarsus.
Een fundamentalist van het zuiverste water.
Taliban. Een zeloot. Een ijveraar. Een bed violen.

Hij is zó gebeten op die lui die in de naam van Jezus, die toch gekruisigd is als een misdadiger, de Heilige God beledigen, door vol te houden dat die Jezus de Christus was, de Messias, en dat hij is opgestaan uit de dood als de zoon van de Heilige
Hij kan hun bloed wel drinken!

En juist hèm kiest God uit om verder mee te werken. We hoorden het verhaal, een stuk goddelijke humor en gein. Gein is genade, dat weet u wel.

Die arrogante Saulus gaat met aanbevelingsbrieven van de geestelijke autoriteiten in Jeruzalem op weg naar Damascus, om ook daar dat soort mensen op te pakken en geboeid naar hun straf in Jeruzalem te sturen.
Hij heeft al zó huis gehouden in Jeruzalem en omstreken, dat heel veel volgelingen van Jezus zijn gevlucht, en zo is het Evangelie razendsnel verbreid, tot in India, Egypte én Damascus.
Nu zal Saulus ze ook daar eens mores leren.
Hij heeft de ware Godskennis in pacht.
En God in Zijn hemel, God, die hem kènt van haver tot gort, verblindt hem met hemels licht.
Saulus leert Jezus kennen als de Levende, die hij nog niet ziet, maar wel hoort.
En zo komt hij Damascus binnen, aan de hand genomen als een klein kind.

Soms is er in ons leven voor God pas écht plaats, als we het niet meer zo druk hebben, als we werkelijk kunnen gaan luisteren. Dat moet je leren.

Saulus moet zelfs leren luisteren naar mensen.
Ananias wijst hem de weg… laat je maar dopen en laat je zonden van je afwassen, laat je verleden achter je, in de Naam van Jezus. Vraag Hem erbij!
En zo gebeurt het.

Daarna gaat hij naar de tempel in Jeruzalem, hij heeft een gelofte gedaan en zijn haar afgeschoren, dus hij lijkt iemand anders te zijn, vandaar die verwarring bij zijn arrestatie…
En in de tempel bidt hij zó intens, dat hij een visioen krijgt, zodat hij Jezus niet alleen hoort, maar ook zíét.

Saulus, Paulus, hij gaat op weg in God.
In Gods Naam, in Gods opdracht, en met de Geest Gods in het hart.

Even over de naam:
Saulus betekent: afgebeden, gevraagd…
Daarmee ben je natuurlijk waardevol voor degenen die om je bestaan gevraagd hebben.
Daar kun je trots op zijn, en dat was Saulus vast ook wel. Maar Paulus, Paulus is een nederige naam. Dat betekent: klein, onbelangrijk.
Zo wil hij bekend staan: als maar een klein radertje in het heilswerk van God. Een steentje in de weg.
Laten ze maar op hem stappen, als ze dan maar verder komen, want o, wat wil hij graag dat alle mensen God leren kennen in diens glorie van genade en liefde!
Maar ook in het licht van Jezus’ kruisdood en opstanding, en in de werkzaamheid van de Heilige Geest, die ook hier en nu in onze eigen levens aan het werk wil, zodat ook wij mogen leven in de glans van Gods aanwezigheid.

Paulus en Maarten en al die anderen hebben het Evangelie verkondigd en doorgegeven, in de hoop dat ook wij het oppakken, en dat wij het aandurven die blijde boodschap te delen met mensen om ons heen.
En zeker met de volgende generatie!!!
Om woorden hoeven we niet verlegen te zitten.

De Heilige Geest spreekt in ons en door ons en voor ons als wij dat vragen. Als wij dat willen.

Gods liefde is voor ieder mens. Voor jou en jou en u en allemaal.
Wees niet bang om je open te stellen voor die liefde. Dat is heilzaam, dat is goed. Je bent bemind.
Laat het tot e doordringen: jij bent Gods kind.
Laat het maar zien.
Om Jezus’ wil. Amen.


Muziek Hans van Rossum

Alles wat wij hebben, hebben wij van God gekregen, om  door  te geven, om met velen te delen    en er zo dubbel van te genieten.

ook nu en hier kunnen we gestalte geven aan dat delen:   in de collecte

Na het gebed over de gaven zingen wij: lied 885

Collecte

Gebed over de gaven

Lieve God, wilt U alstublieft zegenen wat we hier bij elkaar hebben gebracht,
  zodat het is tot eer van Uw Naam,

en zodat het Uw gemeente wereldwijd ten goede komt.

Laat het een offer mogen zijn, dat onze dankbaarheid en liefde uitdrukt,

door Jezus Christus, onze Heer.  Amen

Lied 885

Gij geeft ons vrede, vergeving van zonden,
en Uw nabijheid, die sterkt en die leidt;
kracht voor vandaag,
blijde hoop voor de toekomst,
Gij geeft het leven tot in eeuwigheid.
Refrein.

Voorbeden:
Laten we danken en bidden:

Liefdevolle God en Vader,
Schepper van alles wat bestaat en is…
U danken wij voor de mooie wereld waarin wij mogen leven, met al die mogelijkheden, met al die mensen, die op onze weg komen.
Geef, dat wij samen de Weg naar U gaan, en naar de naaste. Wil ons leiden door Uw Geest, door Haar gaven, door Uw woorden, door Uw liefde.
Wij danken U en wij bidden U voor deze wereld, wij bidden U voor al die naamlozen, de slachtoffers van oorlog, geweld, hebberigheid en eigenwaan.
Ontferm U over hen, en help ons helpen.

Wij danken U voor de geslaagde fusie van de Lutherse gemeenten in Zuid-Nederland. Wij danken u voor de vele mensen die hier heel hard voor hebben gewerkt. Wil hen zegenen, het resultaat van hun werken en ook de nieuwe predikant.  

Wij danken U voor deze gemeente, met onze eigen vreugden en vragen. Wij bidden voor onze Joop de Zwart, dat U zijn promotie wilt zegenen en hem in zijn toekomst altijd weer wilt schragen en dragen in Uw Geest en Haar gaven.
Wij bidden ook voor de zieken in onze omgeving, dichtbij en ver weg. Wij denken aan de heel ouden in onze directe omgeving… en wij bidden voor de mensen die we niet meer kunnen bereiken.
Ontferm U over hen, en geef dat zij Uw intieme aanwezigheid mogen ervaren, telkens weer.

Hoor ons als wij U samen bidden:

Heer, maak mij een instrument van uw vrede.
Waar haat het hart verscheurt,
laat mij liefde brengen.
Waar wordt beschuldigd,
laat mij vergeving schenken.
Waar verdeeldheid mensen van elkaar vervreemdt,
laat mij eenheid stichten.
Waar twijfel knaagt,
laat me geloof brengen.
Waar dwaling heerst,
laat me waarheid uitdragen.
Waar wanhoop tot vertwijfeling voert,
laat hoop doen herleven.
Waar droefenis neerslachtig maakt,
laat me vreugde brengen.
Waar duisternis het zicht beneemt,
laat me licht ontsteken.
Maak dat wij niet zozeer zoeken
om getroost te worden,
als wel om te troosten.
Om begrepen te worden
als wel om te begrijpen.
Om bemind te worden
als wel om te beminnen.
Want wij ontvangen door te geven.
Wij vinden door onszelf te verliezen.
Wij krijgen vergeving door vergeving te schenken
en wij worden tot eeuwig leven geboren
door te sterven.
St. Franciscus van Assisi   (1182-1226)

Onze Vader, die in de hemel zijt,
Uw Naam worde geheiligd

Uw Rijk kome
Uw wil geschiede, op aarde zoals in de hemel.

Geef ons heden ons dagelijks brood

En vergeef ons onze schulden,
Zoals wij aan anderen hun schuld vergeven

En leid ons niet in verzoeking
Maar verlos ons van het kwade



Ons slotlied is lied 1005:1 
Na de zegen, zingen we, in plaats van het ‘Amen’  het laatste vers ervan.

   

Zegen:
 Gods zegen draagt ons door dood en doop heen naar het leven in eeuwigheid.
Gods Geest geeft ons de woorden van eeuwig leven in de mond, en de moed in ons hart om die te spreken.
Gods geliefde Zoon gaat aan onze zij, wanneer we hier vandaan gaan.

Zo zijn we dan gezegende mensen,
† in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Amen


Daarna gingen de meesten van de 16 kerkgangers genoeglijk koffiedrinken in de tuin van het Gouverneurshuis in Heusden!