28 december, zondag na Kerst. 

Dienst in de Evangelisch-Lutherse Kerk te Zeist. Aanwezig ongeveer 22 mensen, organist: de heer Lijftogt.

Wij zijn hier aanwezig in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Amen
Onze hulp is in de Naam van de Heer
die hemel en aarde gemaakt heeft.


Heer, wij hebben als schapen gedwaald,
en wij zijn ieder onze eigen weg gegaan...
Wij konden of wilden de weg die de waarheid is,
en het leven, niet volgen.....
Toch smeken wij U: leid ons weer op het rechte pad
vergeef ons en blijf ons bij,
om Jezus Christus, onze Heer. Amen

De Almachtige God schenke ons Zijn genade
AMEN

Zo lief had God deze wereld, dat  Hij Zijn enige Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt, en eeuwig leven hebben mag!
Met kerst vieren we dat, zowaar als Hij geboren is in Bethlehems stal, Hij ook zowaar terug komt in Heerlijkheid. Daarom is ons Introïtuslied is gezang 446: 1, 5 en 7


Zolang Gij nog onzichtbaar zijt,      een zon diep in de nacht,
roep ik uw nadering reeds uit                    omdat ik U verwacht.
 
O naam, eeuwige ademtocht,            een sterveling ben ik,
als eens mijn eigen adem stokt     dan draagt mij uw muziek.

Laten we de Heer aanroepen om ontferming met de nood van deze wereld, maar laten wij dan ook Zijn naam prijzen, omdat er aan Zijn barmhartigheid geen einde komt




Zondagsgebed
Lieve Heer,
U, die zichtbaar onzichtbaar in ons midden bent,
U, die weerloos als een kind tot ons kwam,
om in het lot van weerloze kinderen te delen,
U die wij verwachten met kracht en macht en majesteit,
U aan bidden wij, wij danken U dat wij van U mogen weten,
en wij smeken U om Uw Heilige Geest,
opdat Zij ons steeds weer mag leiden op de weg naar U toe.
De weg naar U-die-komt,
Jezus Christus, onze Heer. Amen.

Lezing Oude Testament:  Jeremia: 31: 15-17.
Het gaat hier om twee losse profetieen, elk ingeleid met: ‘Zo spreekt de Aanwezige:’ die wel met elkaar te maken hebben, maar we hebben er geen idee van, hoeveel tijd hiertussen is verstreken.
Het kunnen uren zijn, maar ook dagen of weken.
De situatie is deze: ergens tussen 597 en 587 voor Christus, Sedekia is door Nebucadnezar op de troon van Jeruzalem gezet, als leenman, maar deze laat zich, tegen de raad van Jeremia in, opjutten om in opstand te komen.... Dan wordt Jeruzalem verwoest. Nog is het niet zo ver, maar..... luister…

15: Zo spreekt de Aanwezige: Er wordt een kreet gehoord in Rama: een jammerklacht, een bitter rouwbeklag....
Rachel jammert om haar kinderen, niet te troosten is ze over haar kinderen...
immers: ze zijn er niet meer....
16. Zo spreekt de Aanwezige:
Houd je jammerklacht binnen, laat je ogen geen traan vergieten, want je krijgt loon naar werken, zo heeft de Aanwezige letterlijk gezegd! ja, ze zullen terugkeren uit vijandig land....
17. Ja, hoop is er voor jullie nageslacht, zo heeft de Aanwezige het letterlijk gezegd: ‘dan wonen de kinderen weer binnen de eigen grenzen!

We zingen over die hoop: gezang 161


Als een kind zijt Gij gekomen            als een schaduw die verblindt
onnaspeurbaar als de wind            die voorbijgaat in de bomen.

Als een vuur zijt Gij verschenen            als een ster gaat Gij ons voor
in den vreemde wijst uw spoor            in de dood zijt Gij verdwenen.

Als een bron zijt Gij begraven            als een mens in de woestijn.
Zal er ooit een ander zijn            ooit nog vrede hier op aarde?

Als een woord zijt Gij gegeven            als een nacht van hoop en vrees
als een pijn die ons geneest            als een nieuw begin van leven.

Epistel .Openbaring 21: 1 - 5.
Hiervoor is beschreven het uiteindelijk oordeel…
maar daar blijft het niet bij!
Ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde,
want de eerste hemel en de eerste aarde waren dood,  zelfs de zee was er niet meer.
En de heilige stad Jeruzalem zag ik gloednieuw omlaag komen uit de hemel, van God af,
kant en klaar als een bruid die is opgesmukt voor haar man.
 En ik hoorde met luider stem van de troon zeggen:
”Zie de Tent Gods onder de mensen!
Ja, Hij zal Zijn Tent opslaan onder hen,
zij zullen Zijn volk zijn, en Zelf zal God in hun midden zijn, hún God!
Elke traan zal Hij uit hun ogen wegvegen,
en de dood zal er niet meer zijn, en geen rouw,
geen smartekreet en geen pijnlijk zwoegen meer...
Wat er eerst was, is dood.”
En Hij die op de troon zat sprak:
”Zie, Ik doe allemaal nieuwe dingen!”

Psalmwoord .Halleluja! Looft, kinderen, de Heer, looft de Naam des Heren. Halleluja!.

We zingen gezang 445


     Jezus Christus is gestorven,             is verrezen, ook voor mij,
     heeft de zegepraal verworven            en het leven, ook voor mij.
     Aan Gods rechterhand gezeten,                zal Hij nimmer mij vergeten,
     maar, uit deernis met mijn lot,                treedt Hij voor mij in bij God.

     Ruwe stormen mogen woeden,                alles om mij heen zij nacht,
     God, mijn God zal mij behoeden,             God houdt voor mijn heil de wacht.
     Moet ik lang zijn hulp verbeiden,            zijne liefde blijft mij leiden:
     door een nacht, hoe zwart, hoe dicht,        voert Hij mij in 't eeuwig licht.


Het Heilig Evangelie staat geschreven bij: .Mattheus 2: 13 - 18.
Er is net verteld over de magiërs, die het Heilig Kind hun hulde zijn komen bieden. Die hun gaven brachten, en zichzelf.  Een bijzonder moment. Maar het verhaal gaat verder. We lezen:
13. Nauwelijks waren ze vertrokken, of kijk! daar verschijnt een engel aan Jozef en zegt:
’Zodra je wakker bent moet je het Kind en Zijn moeder met je mee nemen, en moet je naar Egypte vluchten.  Daar moet je blijven, totdat Ik het je zeg! Want binnenkort gaat Herodes op zoek naar het kind om het grondig te vernietigen.’
14. Zodra hij dan wakker werd, nam hij het Kind en Zijn moeder met zich mee, en hij vertrok naar Egypte.
15. Hij bleef daar tot Herodes aan zijn einde kwam, zodat volledig uitkwam hetgeen de Heer - door de profeet - aldus had gezegd:
“Uit Egypte heb Ik Mijn Zoon laten komen.”
16. Toen Herodes tot de conclusie kwam dat hij in het ootje was genomen door de magiërs, stuurde hij er (mensen) op af om in Bethlehem en tot aan de grenzen van al de gebieden die er bij horen, alle kinderen van twee jaar en jonger grondig te vernietigen - dat hing samen met het tijdstip waarnaar hij bij de magiërs zo nauwkeurig had geïnformeerd...
17. Toen kwam dan ook volledig uit wat er gezegd was door de profeet Jeremia, namelijk:
18: Een kreet werd in Rama gehoord,  veel geween, en bitter klagen: (het was) Rachel, die haar kinderen beweende....
Niet te troosten was ze: immers - zij zijn er niet meer!
Zalig die het woord van God horen en er gehoor aan geven

IN ANTWOORD OP GODS WOORD WILLEN WIJ ONS GELOOF BELIJDEN:
 
Wij geloven in God, die er was, en is, en zijn zal:
God voor alle begin, God voorbij ons einde.
Groot en verheven, machtig en majesteitelijk,
teder en zacht, vader en moeder tegelijk.
Wij geloven in Jezus, als de Zoon van God,
belichaamde Liefde,
die ons leven deelde,
voor ons stierf aan het kruis
en opstond tot nieuw leven: de derde dag.
Wij geloven in de Geest
die ons leidt en voedt,
helpt en inspireert tot goede daden.
Wij geloven in God die nieuwe dingen mogelijk maakt.
Zo kunnen wij ook geloven in één kerk:
de gemeenschap der heiligen.
En in een doop, die het onmogelijke mogelijk maakt:
vergeving der zonden en leven in eeuwigheid.
Amen.





Preek
GENADE ZIJ U EN VREDE VAN GOD ONZE VADER EN VAN JEZUS CHRISTUS, ONZE HEER, DOOR DE HEILIGE GEEST.

We hoorden in de lezing hoe er een klacht was in Rama, zo’n 10 km ten Noorden van Jeruzalem, waar de dode Rachel rondwaart, omdat haar kinderen verdwenen zijn, op transport gesteld, of ter plekke vermoord. Gisteren en eergister konden we op de televisie de rouwklachten zien en horen in Bam, misschien honderd keer zo ver weg van Jeruzalem. Gigantische aantallen inwoners zijn in hun slaap omgekomen, bij een grote aardbeving.
En we zien de wenende Rachel voor ons.
Hoe moet het verder? We zouden het liefst gaan helpen, graven, troosten, iets doen…
Maar we zijn hier, en het land zit niet te wachten op goedwillende amateurs, die waarschijnlijk meer in de weg zullen lopen dan helpen. We kunnen natuurlijk het nodige, zeer nodige geld geven, er ís al een noodfonds, en dat is goed… Giro 4774 of 7447 van het Rode Kruis. Een van beide is het.
In deze verscheurde wereld kunnen we nog altijd solidariteit en meeleven opbrengen, voor mensen die het moeilijk hebben. Zolang ze niet op onze stoep bivakkeren dan. Want dan komt het erg dichtbij en dan vinden we het maar bar moeilijk.
Dat lijkt een nogal gratuite opmerking, maar zo is het niet bedoeld.
Er zijn verschillende soorten noden, en die vragen een andere benadering van ons. Ze eisen ook een andere inzet van ons.
De kindertjes van Bethlehem, de kinderen, volwassenen en dieren in Bam, de slachtoffers van de modderstromen op de Filippijnen en in Amerika, die laten drie soorten reactie toe.
De eerste, en niet de beste is: je er niets van aantrekken. Het is ver weg, en zo is het leven.
Jammer dan.
De tweede is: een som geld overmaken, en dat mag een rib uit je lijf zijn, dat mag wat kosten! Dat voel je misschien in je uitgaven een week, een maand, een jaar, maar dan is het weer voorbij. Dan heeft de volgende ramp zich trouwens ook al weer aangediend, waarschijnlijk.
De derde mogelijkheid is soms je daadwerkelijk met je handen inzetten bij een ramp. Dat zijn allemaal tijdelijke reacties. Na verloop van tijd gaat ons leven gewoon, of iets minder gewoon, weer verder.
Er zijn ook rampen die je zo aangrijpen, dat je heel je leven gaat inzetten voor de slachtoffers. Grote rampen, zoals die van vluchtelingen voor geweld van mensen en natuur, maar ook minder opvallende rampen, die voor de betrokkenen toch niet minder desastreus zijn: ik denk bijvoorbeeld even aan de bekende publicist Henri Nouwen, die aan het eind van zijn leven in een communiteit leefde, waar hij diep geestelijk en gehandicapte mensen verzorgde.
Dat vond hij van groter belang dan de mooie en diepe gedachten die via zijn boeken zoveel mensen troost hadden geboden. Dit was essentieel, zei hij.
Dat verandert je leven grondig. Je gaat anders nadenken over wat wezenlijk belangrijk is. Je kijkt naar jezelf, naar je doen en laten, naar je motieven en je keuzes. Dat kan je leven zo op zijn kop zetten, dat je anders doet en denkt, de rest van je leven.
Dát is nu wat in de bijbel ‘bekering’ heet. Niet noodzakelijk na een ramp, maar we zien dat zoiets vaak wel helpt om de dingen eens op een rijtje te zetten, om mensen wakker te schudden, zodat ze uit volle overtuiging zeggen: ja maar, dít kan natuurlijk helemaal niet!
Zo’n schokeffect heeft de Heer kennelijk nog al eens moeten toepassen, om Zijn volk, maar ook ons, van blikrichting te doen veranderen.
De wegvoering van de Noord-Israelieten, en later ook de mensen uit Juda wás zo iets. En dik verdiend, daar niet van. Maar uit de twee profetieën die we hoorden blijkt dat God verder kijkt dan straf en dikke bult eigen schuld. De straf moet worden uitgezeten, dat is nodig om een nieuwe mentaliteit te bewerkstelligen, maar daarna is er een andere situatie aan de orde. De Heer gaat er van uit, ziet al, dat Zijn volk daarna weer een betere behandeling gaat verdienen. Zelf moeten ze het land verlaten, maar na hen, hun kindskinderen, díé komen terug…
Da’s mooi, maar dan blijven wij met de vraag zitten, of God mensen nu al dat leed bewust aan doet, bij wijze van leermoment, zoals dat tegenwoordig schijnt te heten…
Ik denk dat je niet kunt zeggen dat God actief gaat zitten stoken in de aardkorst om op die en die plek een aardbeving te gaan oproepen, of dat Hij het ene volk tegen het andere opzet, om ze een lesje te leren. Want wat er ook gebeurt, onverlet blijft Zijn eis, dat wij, dat alle mensen fatsoenlijk met elkaar omgaan. Ook de vijanden van het volk. Maar als ze dat niet doen, dan maakt hij daar wel gebruik van om in de harten van mensen bewustwordingsprocessen te laten beginnen, waardoor er op den duur uit dat kwaad weer veel goeds kan voortkomen.
Een voorbeeld: meestal is het maken van een kindje een kwestie van een man en een vrouw, of een dokter en een heleboel reageerbuisjes, een enkel keer denk je dat de Heer wel eens tegen een zaadcelletje heeft gezegd: hier naar links en nu recht door, of zo, maar toch ervaren wij de geboorte van een kind meestal als een Godswonder. Daar gebruikt de Heer een natuurgebeuren om ons aan te spreken, en diep in het hart te raken. Ik denk dat het zo ook is gegaan in deze lezingen, in deze geschiedenissen.
God heeft geen plezier in onze ellende, maar Hij kán er wel iets mee. Hij slaat recht met kromme stokken, zeiden ze vroeger.
En ook dat is een wonder!
            Dan vraag je je af, wat je moet met het verhaal van Herodes, en de moord op de kindertjes van 2 jaar en jonger, die werden vermoord, omdat hij de hand niet kon leggen op het Kind dat een bedreiging vormde voor zijn troon.
Het is gruwelijk, maar past helemaal in het verhaal van het leven van Herodes. Herodes de Grote wordt hij genoemd, in tegenstelling tot Jezus’ tijdgenoot. Koning van 37-4 voor Christus. U weet natuurlijk wel dat de Heer niet in het jaar 0 werd geboren, of liever: dat zijn geboorte niet viel tussen het jaar een en het jaar min een, maar waarschijnlijk in ofwel zeven voor, of vier voor onze gebruikelijke jaartelling. Aangezien de Joden werkten met maanjaren, en de Romeinen en Grieken, en wij dus, met zonnejaren, heeft het lang geduurd voor iemand daar wijs uit was. En toen lag de kalender al vast. Goed, niet belangrijk.
Herodes dus werd in 47 voor Chr. gouverneur van Judea, hij was toen 25 jaar oud. Door effectief slijmen bij de Romeinse heersers, en door een stel bloedige burgeroorlogen, en het vermoorden van rivalen, kwam Herodes in 37 voor Christus op de troon. De eerste 12 jaar verstevigde hij zijn greep op de macht. Ook dat waren bloedige jaren, waarbij zelfs zijn geliefde vrouw Mariamne I en al haar mannelijke familieleden werden vermoord, en er uiteindelijk geen rivaal meer in leven was. (Zijn volgende vrouw heette ook Mariamne!) Tussen 25-14 voor Christus was de voorspoed in Judea groter dan ooit. Herodes ondernam grote bouwwerken, hij liet Caeserea Maritima optrekken, een buitenhuis in Masada, en begon zijn belangrijkste project: het vergroten en opsieren van de tempel in Jerusalem. De jaren 14-4 voor Christus werden gedomineerd door trubbels thuis. Hij was zo achterdochtig als wat, en zo kwam het dat hij veel van zijn zonen liet afslachten, ook de beide zoons van zijn geliefde Mariamne. Vijandig, impulsief, beheerst door morbide angsten als hij was leefde Herodes de laatste jaren van zijn leven
als een man die door zijn familie al even zeer gehaat werd als door zijn volk. Vijf dagen voor zijn dood liet hij nog een zoon ombrengen: Antipater, zijn troonopvolger. Toen hij op sterven lag van zijn laatste ziekte, liet hij een groot aantal notabelen uit heel het land naar Jeruzalem komen. Hij zette ze daar gevangen, met de opdracht ze te vermoorden op het moment van zijn dood, opdat er rouw zou heersen bij zijn sterven, en geen vreugde.
Ik vertel U dit zo uitgebreid, omdat dit laat zien hoe het gruwelijke verhaal van de kindermoord niet op zichzelf stond. De mensen waren echter zo ontdaan dat ze zeiden: Rachel weent. Haar kinderen zijn er niet meer. Daarmee verklaarden ze het gebeuren tot nationale ramp. Maar ze wisten ook, dat direct achter de tekst van wanhoop en ontreddering die ze aanhaalden, en die aangaf hoe ze in de wortels van hun bestaan als volk waren getast, een vers van hoop stond. Van kinderen die worden thuisgehaald. Van een leven dat weer de goede kant op gaat. Gods kant op gaat.
En dat we niet mogen vergeten dat er in alle ontreddering ook altijd nog God is, die een toekomst bereidt, waar wij alleen vernietiging en verleden zien.
Nee, Hij weerhoudt mensen niet, (of maar zelden, als er een heel goede reden voor is, dat is voor ons heel onduidelijk), hij weerhoudt mensen niet van hun slechte daden. Wij zijn vrije mensen.
Maar in die vrijheid van de keus tussen goed en slecht, biedt Hij ons wel telkens nieuwe openingen, nieuwe mogelijkheden, die we eerder zo niet hadden gezien. Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waar God Zijn tenten tussen de mensen opslaat, en elke traan die nog aan een oog hangt, zal afvegen. In een psalm staat dat God onze tranen opvangt in een tranenfles. Zo kostbaar zijn ze voor Hem! Psalm 59 is dat.
Hier hebben we het beeld dat Godzelf de tranen van onze ogen zal afvegen. Wat een zorg, wat een tederheid! En wat moet het God moeite kosten, om niet telkens tussenbeide te komen, als Zijn geliefde kinderen elkaar pijn doen!
Maar juist onze zelfstandigheid is Hem alles waard. Alle pijn die we Hem doen, omdat Hij ons wil als vrije mensen tegenover Hem. Mensen, die geen marionetten zijn, en alleen maar goede keuzes kunnen maken, nee, mensen die geroepen en in staat zijn om uit eigen vrije wil tegen Hem te zeggen: Ja, ik wil.
Dat geeft een boel ruimte, het geeft ook een boel verantwoordelijkheid. Het leven is niet: zitten genieten van al het goede, en verder niets, maar het leven is er mee werken, aan de slag gaan. Ieder op de eigen plek. Afhankelijk van leeftijd en gezondheid kan dat betekenen dat je de bezem ter hand neemt, ik noem maar wat, of dat je bidt voor degene die de bezem pakt. Bidt om kracht en moed. En dat je bidt voor degenen die de puinhoop veroorzaken. Dat is ook heel erg nodig. Bij alle vormen van rampen. En het helpt altijd op de een of andere manier.
Denk niet dat je het niet kunt. Heus, God is naast ons en voor ons, Jezus is boven ons en de Geest is in ons… Daar blijft het vast niet bij, want Hij die op de troon zat sprak: Zie, Ik doe allemaal nieuwe dingen!
En daarom mogen we blijven vertrouwen, in de meest ellendige omstandigheden, dat er een toekomst is, in Gods hand.
Voor U, voor jou, voor mij.
Ook voor de mensen in Ram, voor de kinderen van Bethlehem, of ze nu worden vermoord door de soldaten van Herodes of die van het huidige leger, voor de slachtoffers van modderstromen, en voor hen die lijden aan het leven op zich.
Heus, God dóét er iets aan. Ook als wij het niet zien, niet herkennen.
Houd moed.
In de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Amen!

Muziek
GODS LIEFDE IS GROOT EN STREKT ZICH UIT TOT ALLE MENSEN,
   WIJ KUNNEN DAARIN DELEN:
DAG AAN DAG MET VRIENDELIJKHEID EN AANDACHT,
GELD EN GEDULD,
NU KUNNEN WE ER GESTALTE AAN GEVEN, ALS EEN GOED BEGIN,  IN DE COLLECTE

NA HET GEBED OVER DE GAVEN ZINGEN WE
: gezang 460: 1 – 3 maar nu is er eerst de Collecte

Gebed over de gaven
Lieve God, U geeft U zelf aan ons.
Wij bieden U ons eigen leven aan.
Neem het, zoals U ons geld aanneemt.
Dat het dienstig mag zijn voor U.
In de Geest van Jezus - die ons voorging.
Amen.


Lied .460:1- 3.

Looft Hem als uw vaadren deden, eigent u zijn liefde toe,
want Hij bergt u in zijn vrede, zegenend wordt Hij niet moe.
Looft uw Vader, looft uw Vader, tot uw laatste adem toe.

Ja, Hij spaart ons en Hij redt ons, Hij kent onze broze kracht.
Hij bewaart ons, Hij ontzet ons van de boze en zijn macht.
Looft uw Heiland, looft uw Heiland, die het licht is in de nacht.


Laten we danken en bidden:
Lieve God, wij danken U, dat we telkens weer mogen horen dat U om ons geeft,
juist als het tegendeel het geval lijkt.
Geef ons de moed en het geloof,
om daaraan vast te houden,
om daaruit kracht te scheppen om verder te gaan.
Met U.
Lieve God, wij danken U, dat U ons telkens weer verrast met onverwachte dingen.
We weten niet altijd goed hoe we moeten reageren,
daarom vragen we U om altijd bij ons te zijn met Uw Geest en al Haar gaven,
dat we zo het beeld van U mogen uitdragen,
zoals Jezus dat deed,
die in alle nood naar U verwees,
en daaruit kracht putte om te helpen.
Voor alle mensen die ons hart bezwaren willen we bidden.
Voor slachtoffers van natuurrampen en van oorlog,
voor slachtoffers van machthebbers en van domheid,
voor slachtoffers van ziekte en eenzaamheid,
van geweld en angst.
Wij bidden voor Wim Ongers, die geopereerd is en in afwachting van de uitslag, maar ook voor hen, in deze gemeente, die niet in orde zijn, maar wel hier aanwezig.
Wij leggen hun en ons leven in Uw hand,
en bidden U, in alle eenvoud zoals Jezus ons leerde:

ONZE VADER, DIE IN DE HEMEL ZIJT,
UW NAAM WORDE GEHEILIGD
UW RIJK KOME
UW WIL GESCHIEDE, OP AARDE ZOALS IN DE HEMEL.
GEEF ONS HEDEN ONS DAGELIJKS BROOD
EN VERGEEF ONS ONZE SCHULDEN,
ZOALS WIJ AAN ANDEREN HUN SCHULD VERGEVEN
EN LEID ONS NIET IN VERZOEKING
MAAR VERLOS ONS VAN HET KWADE

We willen nu zingen: gezang 460: 4, en na de zegen, zingen we, in plaats van het ‘Amen’ van het zelfde gezang vers 5.

Zegen:

Gods zegen draagt ons door dood en doop heen naar het leven in eeuwigheid.
Gods Geest geeft ons de woorden van eeuwig leven in de mond, en de moed in ons hart.
Gods geliefde Zoon gaat aan onze zij, wanneer we hier vandaan gaan.
Zo zijn we dan gezegende mensen,
in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Amen