Dienst 23-10-2005 Regio 3 dienst in de Lutherse kerk te Pekela. 10 uur. Gezamenlijke dienst van Winschoten, Pekela en Wildervank. Organist: Dennis Wubs. Ruim 30 vriendelijke mensen, en koffiedrinken na de dienst..

 

WIJ ZIJN HIER AANWEZIG IN DE NAAM VAN DE VADER EN DE ZOON EN DE HEILIGE GEEST.

Amen

ONZE HULP IS IN DE NAAM VAN DE HEER

die hemel en aarde gemaakt heeft.

 

Laten we voor deze grote God het hoofd buigen en samen belijden:

 

Goede God, wij vertrouwen op Uw Woord,

daarom zijn wij hierheen gekomen.

Wij bidden U voor allen die daar toe niet in staat zijn.

Lieve God, Uw genade is groter dan ons tekortschieten.

Daarop vertrouwen wij, als wij vragen om vergeving,

als wij U vragen om al wat ons aan zorgen en vragen,

aan verdriet en onrust aankleeft, van ons weg te nemen,

opdat wij U in alle vrijheid als Uw kinderen kunnen aanbidden.


Heer, vergeef ons al wat wij misdeden

en laat ons weer in vrede leven

Amen.

Zo lief had God deze wereld, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, aan het verderf ontkomt en eeuwig leven mag hebben.

Onze introïtuspsalm deze 22ste zondag na Trinitatis is psalm 130: 3 en 4

Gij al Gods bondgenoten, ziet naar zijn toekomst uit!

De HEER is vast besloten tot goedertierenheid!

Hoort aan de goede tijding: Hij geeft in zijn geduld

aan Israël bevrijding van onrecht en van schuld.

Laten we de Heer aanroepen om ontferming met de grote nood van deze wereld,
maar laten wij dan ook Zijn naam prijzen,
omdat er aan Zijn barmhartigheid geen einde komt!

 

 

 

 

 

 

Zondagsgebed

Lieve God, wij danken U dat wij in alle veiligheid en warmte hier een toevlucht kunnen vinden bij U en bij elkaar. Bij bidden U voor allen die deze vrijheid niet kennen, of die door ziekte of andere omstandigheden verhinderd worden. Wees bij hen en ons allen – dit uur, en alle dagen van ons leven, - met Uw Liefde, met Uw Heilige Geest, door Jezus Christus, onze Heer. Amen.

 

Lezing Oude Testament Deuteronomium 6: 1 - 9.

Mozes vat nog eens vóór het volk het Beloofde Land in trekt, sámen hoe het allemaal gekomen is – en voordat hijzelf sterft en zij verder gaan, herinnert hij ze aan de tien leefregels, en wat daar verder bij gekomen is.

1 Dit zijn de geboden, wetten en regels die ik u in opdracht van de HEER, uw God, moet leren en die u moet naleven in het land aan de overkant, dat u in bezit zult nemen.

2 U moet voor de HEER, uw God, ontzag tonen door u te houden aan zijn wetten en geboden, zoals ik die nu aan u geef; dat geldt voor u, zolang u leeft, en voor uw kinderen en uw kleinkinderen. Dan zult u met een lang leven gezegend worden.

3 Luister dus, Israël, en neem ze nauwlettend in acht. Dan zal het u goed gaan in het land dat overvloeit van melk en honing, en zult u sterk in aantal toenemen, zoals de HEER, de God van uw voorouders, u heeft toegezegd.

4 Luister, Israël: de HEER, onze God, de HEER is de enige!

5 Heb daarom de HEER lief met hart en ziel en met inzet van al uw krachten.

6 Houd de geboden die ik u vandaag opleg steeds in gedachten.

7 Prent ze uw kinderen in en spreek er steeds over, thuis en onderweg, als u naar bed gaat en als u opstaat.

8 Draag ze als een teken om uw arm en als een band op uw voorhoofd.

9 Schrijf ze op de deurposten van uw huis en op de poorten van de stad.

 

Laten we ons bij Mozes en het volk van God aansluiten, en onszelf en elkaar herinneren hoe met moet met het zingen van gezang 62 helemaal.

Bemint uw Heer te allen tijd, dient Hem met alles wat gij zijt,

aanbidt Hem in uw daden. Dit is het eerste en grote gebod,

de wil van God, uw Vader.

 

Biedt uw naaste de helpende hand, spijzigt de armen in uw land,

een woning wilt hen geven. Het tweede gebod is het eerste gelijk;

doet dit, en gij zult leven.

 

De macht der liefde is zo groot, geen water blust haar vuren uit,

wanneer zij is ontstoken. Nu wilt ontbranden aan liefdeswoord,

God heeft het tot ons gesproken.

 

Epistel .2 Corinthe 12: 6 - 10.

Paulus is wat geïrriteerd door sommige Joden die zichzelf zo voortreffelijk vinden als gelovigen, van wege hun afkomst. Hij doet echt niet voor ze onder, en bovendien heeft hij meer geleden voor de zaak van het Evangelie dan vele anderen, maar hij schrijft:

6 En zelfs al zou ik hoog van mezelf willen opgeven, dan nog zou ik geen dwaas zijn, want ik zou de waarheid spreken. Maar ik zie ervan af, want ik wil worden beoordeeld op grond van wat men van mij hoort en ziet,

7 niet op grond van de uitzonderlijke openbaringen die ik heb gekregen. Om te verhinderen dat ik mezelf zou verheffen, werd mij een doorn in het vlees gestoken: ik word gekweld door een engel van Satan.

8 Ik heb de Heer driemaal gesmeekt mij van hem te bevrijden,

9 maar hij zei: ‘Je hebt niet meer dan mijn genade nodig, want kracht wordt zichtbaar in zwakheid.’
Dus laat ik mij veel liever voorstaan op mijn zwakheid, zodat de kracht van Christus in mij zichtbaar wordt.

10 Omdat Christus mij kracht schenkt, schep ik vreugde in mijn zwakheid: in beledigingen, nood, vervolging en ellende. In mijn zwakheid ben ik sterk.

Psalmwoord .Halleluja. God geneest wie gebroken zijn, en verzorgt hun diepe wonden. (Ps 146:3).

HALLELUJA!

 

Ons loflied is gezang 282 helemaal

Hij bindt ons door een recht geloof

tot Zijn gemeente, schoof aan schoof.

Tot Zijn gemeente, schoof aan schoof.

 

Hij heeft ons in de herfst bereid
de vrucht der volle zaligheid.

De vrucht der volle zaligheid.

 

Het Heilig Evangelie staat geschreven bij: Mattheüs 22: 34 – 46

Het is in de laatste week voor de kruisiging van de Heer, en op allerlei manieren proberen de kerkelijke overheden Jezus door valstrikken in hun macht te krijgen. Maar Hij trapt er telkens net niet in. We lezen:

34 Nadat de Farizeeën hadden vernomen dat Hij de Sadduceeën tot zwijgen had gebracht, kwamen ze bij elkaar.

35 Om Hem op de proef te stellen vroeg een van hen, een wetgeleerde:

36 ‘Meester, wat is het grootste gebod in de wet?’

37 Hij antwoordde: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand.

38 Dat is het grootste en eerste gebod.

39 Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf.

40 Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat.’

41 Nu de Farizeeën om Hem heen stonden, stelde Jezus hun deze vraag:

42 ‘Wat denkt u over de Messias? Van wie is Hij een zoon?’ ‘Van David, ‘antwoordden ze.

43 Jezus vroeg: ‘Hoe kan David Hem dan, geïnspireerd door de Geest, Heer noemen? Want hij zegt:

44 "De Heer sprak tot mijn Heer: ‘Neem plaats aan mijn rechterhand, tot ik je vijanden onder je voeten heb gelegd.’"

45 Als David hem dus Heer noemt, hoe kan hij dan zijn zoon zijn?’

46 En niemand was in staat Hem een antwoord te geven, noch durfde iemand Hem vanaf die dag nog een vraag te stellen.

Zalig die het woord van God horen - en er gehoor aan geven

In antwoord op Gods woord willen wij samen ons geloof belijden en uitspreken zoals staat op ons papier:

 

Ik geloof in God, die mens en wereld heeft geschapen, bedacht, gemaakt, gewild...

Ik geloof in God, die met mens en wereld een relatie aanging, er om geeft, er van houdt.

Ik geloof in God, die een Vader wil zijn, een Moeder, Geliefde, Zuster, Broeder..

Ik geloof in Jezus, mens geworden zoals wij.

Die in onze tijd, in onze wereld ons eigen leven heeft geleefd,

en is gekruisigd, voor de overheid een daad van willekeur,

voor Zijn leerlingen uiteindelijk een sprong in het duister, die onze redding werd -

dwars door dood en opstanding heen.

Ik geloof in die Geest van Liefde, die deel is van Gods wezen, die Jezus bezielde, die ook ons bezielen wil.

Ik geloof in mensen van Gods welbehagen, gewone mensen, die doen wat ze kunnen. Die leren luisteren naar de stem van God in de nacht van hun leven.

Mensen die er voor Hem en voor elkaar willen zijn.

Ik geloof dat de tijd maar tijdelijk is, en dat ons eeuwige liefde wacht, door dood en opstanding heen.

Zo waarlijk helpe ons God almachtig!

 

Preek

GENADE ZIJ U EN VREDE VAN GOD ONZE VADER EN VAN JEZUS CHRISTUS, ONZE HEER, DOOR DE HEILIGE GEEST.

 

Lieve mensen, vrienden, zusters en broeders in onze Heer Jezus,

Vandaag hebben we in elk geval lezingen die op het eerste oog weinig verrassingen geven. Het is wel eens anders!
Immers: het Evangelie rijmt op de lezing van Oude Testament, en dus geldt voor ieder van ons: heb van harte en vanuit je liefde heilig respect en genegenheid voor God en je naaste, en leef daaruit, en leer het je kinderen, vertel het ze, en leef het ze voor.

En ook als je het gevoel hebt niet opgewassen te zijn tegen de dingen die God van je vraagt, dan nòg is er geen man overboord, want Gods kracht werkt wel ondanks jouw zwakheid. Amen! en koffie drinken.

Tja, dat hadden we gedàcht.

Natuurlijk is het waar, dat we met hart en ziel en onze hele inzet op de dienst aan God en de naaste gericht moeten zijn, en het is goed en nuttig elkaar daar aan te herinneren...

Wie de naaste ziet, en wie zichzelf in de ogen van de naaste ziet, kijkt naar iemand die tot dienst aan God is geroepen. Tot dienst aan het hof van de Heilige, als hovelingen dus, belangrijke mensen met een taak...

Als we denken aan de hoven en de koningen van het Oude Testament - ook aan David en Salomo, dan waren dat nét zulke absolute heersers als Saddam Hussein, die nu terecht staat wegens misdaden tegen de menselijkheid, of liever: tegen de mensheid. Maar hij vindt dat hij in zijn recht stond, en mensen naar willekeur kon vermoorden, laten leven, belonen of straffen op de meest gruwelijke wijze.

En dat zouden de koningen uit de Oudheid ook gevonden hebben.

Zelfs al némen we aan dat in het dienen van de Allerhoogste David en Salomo en hun nageslacht moeten hebben geweten dat hún macht niet absoluut was, maar dat ze verantwoording schuldig waren aan diezelfde Heer.

Niemand ging in die tijd boven de Koning, dan God alleen.

De gewone mens die de koning mocht of moest naderen, viel daarbij languit op de grond. Dan is je nek kwetsbaar, en de scherprechter van de koning, die natuurlijk naast hem staat, kan je - op een enkel teken - van het leven beroven voordat je het ziet aankomen.

Wie zich voor de ander op de grond werpt, geeft daarmee aan dat die ander zijn of haar leven kan maken en breken, en dat is zo tot in Jezus’ dagen.

Mensen dóén dat ook, tot grote irritatie van de overheden, in het contact met Jezus. Ze werpen zich voor Hem neer, en bewijzen Hem zo koninklijke eer.

Alleen de overheden niet.

In het Evangelieverhaal zijn ze er op uit Jezus te vangen op een uitspraak, waardoor ze Hem kunnen laten oppakken en veroordelen.

Maar Jezus is slimmer dan zij.

Want met Zijn vraag: Hoe zit dat nou? Die verhouding tussen koning David en diens nakomeling, de Messias, raakt Hij een teer punt aan.

Hij geeft er ten eerste via een omweg mee aan, dat hun opvatting over het wie en wat van de Messias wellicht niet helemaal klopt, en ten tweede duidt Hij wel aan dat Hij de verwachte Messias is, maar Hij zegt het niet met zoveel woorden, dus ze kunnen Hem er niet op vangen.

Héél irritant!

Maar Jezus’ vraag naar de Messias, die door de Heilige Geest, bij monde van de koning-psalmdichter, of dat nu David was, of Salomo, dat maakt niet uit, Heer genoemd wordt, die is nog irritanter.

En heel wezenlijk!

Jezus maakt gebruik van de populaire gedachte dat koning David zelf deze psalm heeft geschreven.

En anders koning Salomo. Maar er staat David boven, dus daar gaat men van uit in die dagen.

Op zich is psalm 110 een typische koningspsalm, waarin een hoveling, of iemand die dat wel zou willen wezen, de koning verheerlijkt en naar de mond praat.

Maar dit is een psalm met een beetje extra. God wordt daarin ten tonele gevoerd, als Degene die tegen David spreekt. En dan gaat het hier niet om de koning, maar om de Koning der Koningen.

Dus in het: God spreekt tot mijn Heer kan in dit verband mijn Heer eigenlijk alleen maar God zijn. Of iemand van gelijke hoogte...

Immers: a) boven de koning staat alleen maar God, in het besef van die dagen, dat zei ik net al. Of de keizer van Rome, in het besef van de bezetter, en dan zou de keizer van Rome de Messias moeten zijn. U begrijpt dat dit een mogelijkheid is die niet opkomt bij de Joodse kerkelijke leiders. Maar Jezus heeft er officieel níets mee miszegd.

En b) het Griekse kurios, dat Jezus hier gebruikt, als hij psalm 110 in het Grieks aanhaalt is de aanduiding voor Godzelf.

De oudste belijdenis van de jonge kerk luidt ook: Christos Kurios. Nou, dat is helemaal Grieks, maar u begrijpt zo dat dit betekent: Christus, Jezus dus, is God.

En dat is precies wat Jezus hier laat weten.

Daarmee komen we, zeker zo vlak voor Zijn kruisiging, op een keerpunt.

De Heer waarschuwt de Farizeeërs en priesters die Hem willen laten oppakken, dat ze niet te maken hebben met een mens alleen, maar dat ze, wanneer ze Hem aantasten, ook Godzelf aantasten.

De kerk heeft met het mysterie van het waarlijk God èn waarlijk mens zijn van Jezus lang geworsteld. Het gaat ons verstand te boven, en uiteindelijk zijn er een paar verlegenheids-formuleringen uitgerold, die eigenlijk alleen maar vertellen hoe het niet is.

Jezus is werkelijk God en mens, maar die twee naturen, zoals dat genoemd is, die twee manieren van bestaan, zijn niet vermengd maar ook niet te scheiden, vallen niet samen, maar staan ook niet naast elkaar.

Misschien kan een voorbeeld een klein beetje helpen.

Mijn neef is kort geleden met vrouw en kind vertrokken naar Canada, waar hij een goede baan kon krijgen, maar ging daar heen als Nederlander in hart en ziel.

Hij weet echter niet hoe lang hij daar blijft.... Een paar jaar in elk geval…

Maar als hij daar lang blijft, wordt het toch emigreren, en dan wordt hij misschien wel een Canadees, met alle rechten en plichten die daar bij horen, en dan is hij officieel wel Canadees, maar hij blijft in hart en nieren Nederlander. Want daar liggen zijn wortels, en vanuit die wortels denk je, en werk je. Zéker de eerste jaren.

Zo kun je je een beetje voorstellen dat zolang Jezus in onze tijd bestond, Hij helemaal mens was, met alle mogelijkheden en beperkingen, en tegelijk, op een ander vlak, toch ook een deel van God bleef, die bestaat boven onze tijd en ruimte uit...

Het is en blijft iets dat onze pet te boven gaat, maar we hoeven dan ook niet alles te begrijpen, nietwaar?

Als we het maar geloven, en vooral: als we er maar naar willen leven

Want als God zoveel moeite voor ons doet, kunnen wij niet de schouders ophalen en zeggen: het zal wel..

Dan wordt er terecht van ons verwacht, dat ook wij moeite doen om dat offer tenminste te waarderen, en met onze dankbaarheid, en met ons leven te eren...

Maar ook als je met de beste bedoelingen bezig bent, kan het tegen zitten.

Dan wil je God dienen met hart en ziel, en je weet je geroepen tot Zijn werk, maar je voelt je zo tekort schieten, dat je je afvraagt wat jij nu voor Hem kunt betekenen.

Dat kan zijn door lummeligheid, daar heb ik zelf nog wel eens last van, het goede willen, maar je er maar niet toe kunnen zetten...

Het kan ook zijn dat je de kracht niet hebt, door ziekte, ouderdom of een lichamelijke beperking.

Paulus voelt dat ook zo.

Hij is geroepen om het woord van God, het Evangelie, de blijde boodschap van Liefde en genade, te brengen aan de mensen om hem heen. Aan de mensen uit de streken waar hij vandaan komt en verder, steeds verder.

Maar hij heeft een handicap, en die maakt dat hij vindt dat hij zijn roeping niet kan volgen zoals hij denkt dat het zou moeten.

Ik weet wel dat er allerlei theorieën zijn opgehangen aan deze tekst. Welke doorn zou hem nu in het vlees steken? Is hij ziek? Niet waarschijnlijk, als je ziet wat hij allemaal moet doorstaan. Is hij dan verliefd op een getrouwde vrouw, of is hij homo?

Dat is ook al geopperd, maar ik denk dat we het veel dichter bij moeten zoeken. We weten immers dat Paulus in beide brieven aan de gemeente in Corinthe klaagt dat mensen hem verwijten dat hij niet zo goed uit zijn woorden kan komen. Waarschijnlijk is hij geen vlotte spreker, en misschien stottert hij zelfs.

Nu, dat is een reuze lastige handicap, als je mensen goede dingen te vertellen hebt! In 1 Corinthe 2 en 2 Corinthe 11 schrijft hij daarover.

En toch zegt de Heer tegen Paulus: Maak je geen zorgen, Ik zorg er voor, en juist in jouw zwakheid wordt Mijn kracht openbaar.

En dat zegt Hij niet alleen tegen Paulus, maar ook tegen U en mij.

We hebben allemaal onze zwakke plekken, onze tekortkomingen, onze angsten..

En Hij neemt onze zwakten niet weg, maar Hij bouwt juist óp onze zwakheden, zodat mensen niet naar ons kunnen opkijken, en zeggen: ‘die heeft dat mooi voor elkaar gekregen!’ maar opdat de mensen zullen zeggen: ‘Kijk, daar moet God aan het werk geweest zijn!’

In het dagboek staat een mooi vers, juist vlak voor deze zondag:
Het luidt:

Ik vroeg om kracht

en God gaf me moeilijkheden om me sterk te maken...

Ik vroeg om wijsheid

en God gaf me problemen om te leren dingen op te lossen…

Ik vroeg om voorspoed

en God gaf me verstand en spierkracht om mee te werken.

Ik vroeg moed

en God gaf me gevaren om te overwinnen.

Ik vroeg om liefde

en God gaf me mensen om te helpen.

Ik vroeg gunsten

en God gaf me kansen.

Ik ontving niets van wat ik vroeg.

Ik ontving alles wat ik nodig had.

 

En zo is het…

 

Want ook als we ons onmachtig voelen onder alles wat op ons af komt, is daar steeds de Heilige Geest, die we kunnen vragen om ons te leiden en te helpen.

We voelen ons machteloos tegenover de vele en grote rampen die deze wereld treffen, en terecht.

Maar tegelijk kunnen we door ons gebed voor de getroffenen én voor de bestuurders van die gebieden én voor de reddingsteams van groot belang zijn.

En de kerkeraad heeft het u ook al makkelijk gemaakt, door in elk geval een extra collecte in te lassen, die we natuurlijk van harte zullen aangrijpen om tenminste op díe manier iets te doen. Dan maar een koekje minder bij de thee, komende week, of een paar dagen niet roken.

Het smaakt toch al niet zo, als je bedenkt hoe de mensen daar lijden, in kou en nattigheid

Alleen: dat is niet de enige manier waarin we God van dienst kunnen zijn. Onze liefde voor God en mensen, dat is het kostbaarste dat we te bieden hebben.

En die liefde, die spreekt niet vanzelf.

Die ligt niet ’s morgens met de krant op de deurmat, het is iets waar je telkens weer om moet vechten om die heel te houden, en waar je steeds bij na moet denken.

 

Die liefde is geen kwestie van zeggen of denken: ik vind jou toch zo’n lieverd,

(want mensen zijn vaak geen lieverdjes!)
maar wel van heilig respect voor God en de mensen en dieren die Hij in Zijn goedheid gemaakt heeft, en waar Zij evenveel van houdt als van ons.

Wij mogen er zijn, stuk voor stuk, als Gods geliefde, beminde kinderen.

Maar dat geldt ook voor uw buurvrouw, uw baas, uw medelander, en dat vervelende mens om de hoek…

 

Nee, de dingen zullen niet altijd gaan zoals wij willen.

Maar we mogen er van leren in geduld en liefde voor God mee om te gaan, zoals Jezus ons dat voordeed.

Hij deed dat tot op het kruis, door de pijnlijkste dood heen die je je kunt voorstellen.

Voor u, voor jou, voor mij.

Dan mag het ons ook wat kosten.

Aan geld, aan moeite, aan geduld, zelfs aan verdriet en pijn.

Maar in dat alles mogen we meer dan overwinnaars zijn.

Mensen die in Gods nabijheid rechtop mogen staan, en Hem dienen – als Zijn kinderen.

In liefde.

Wij mogen dit ook voorleven en doorgeven aan onze kinderen en kleinkinderen. 

En daartoe helpt ons de Heilige Geest. Alle dagen dat wij er om vragen!

Amen.

 

Muziek

 

Gods liefde is groot en strekt zich uit tot alle mensen,

wij kunnen daarin delen:

dag aan dag met vriendelijkheid en aandacht,

geld en geduld,

nu kunnen we er gestalte aan geven, als een goed begin, in de collecte…

Na het gebed over de gaven zingen wij uit de nieuwe bundel bij het Liedboek der kerken, genaamd: Tussentijds, vers 34: 1 en 4, zoals die op uw papier staan.

Maar nu eerst de Collecte

 

Gebed over de gaven

Heer God, wat wij hebben verdiend,
wat wij hebben gekregen, is uit Uw genade.

Daarom kunt U er over beschikken, zoals U kunt beschikken over onze tijd, liefde en aandacht.

Wijs ons in dit alles steeds de weg. Om Jezus’ wil amen.

 

Laten wij zingen : Heel de aarde jubelt en juicht voor de Heer, alleluja. Ik zing het eerste vers even voor, daarna doen we het samen…

Heel de aarde jubelt en juicht voor de Heer, alleluja, alleluja.

Laat alle volken Uw almacht vrezen, alle lof zij U gewijd.

Laat Heer, Uw Naam bezongen wezen, in aller eeuwen eeuwigheid.

Heel de aarde jubelt en juicht voor de Heer, alleluja, alleluja.

 

Laten we danken en bidden:

Grote God, wij danken U voor de liefde die van de hemel tot ons is gekomen, die ons deel is geworden, en deel uitmaakte en blijft uitmaken van ons leven.

Wij bidden dat wijzelf, en alle mensen, mogen worden aangeraakt door die liefde, door dat woord van U, en dat wij door Uw Heilige Geest gesteund en geïnspireerd, zelf de handen uit de mouwen steken, en Uw koninkrijk op aarde zichtbaar maken, door onze betrokkenheid, door ons respect, door onze oprechte bereidheid de ander lief te hebben als onszelf.

 

Liefdevolle God, wij aanbidden U en danken U, omdat we die liefde hebben leren kennen in Jezus, onze Heer.
In Hem, die we herkennen als mens, en die we erkennen als God. Ons verstand gaat het te boven, maar we willen op Uw Woord U graag geloven. Help ons daarbij dan als het ons zwaar valt.

 

Voor alle mensen die van goede wil zijn, maar die niet uit de voeten kunnen, die niet komen tot de dingen die ze willen doen, kunnen doen, maar die maar niet tot uitvoering brengen, U weet hoe zwaar het soms kan vallen, bidden we om Uw leiding, Uw steun, opdat we alles halen uit de mogelijkheden die U ons biedt.

In deze tijden van onrust, rampen en oorlogen danken wij U dat wij in vrede leven.

Wij bidden U voor de slachtoffers van stormen en orkanen, van water en wind, van droogte en ontberingen, van machtswellust en machtsmisbruik…

Wij bidden U ook voor allen die macht en verantwoordelijkheid hebben. Voor bestuurders hier en in de rampgebieden, voor mensen die gaan helpen, voor mensen die willen helpen, en voor onszelf, opdat we met open ogen door deze wereld gaan, en liefde verspreiden.

Voor hen die ziek en eenzaam zijn, en die wij niet kunnen bereiken bidden we.

Voor de familie Buze, en de andere zieken van deze drie gemeenten.

En we danken en bidden voor de familie Boon, die 25 jaar getrouwd zijn. Geef hen nog vele jaren samen - en samen met U - in goede gezondheid.

Voor àl Uw mensen, die toevertrouwen aan Uw zorg, en in navolging van Uw lieve Zoon bidden we samen met heel de wereld zoals U gebeden wilt zijn:

Onze Vader, die in de hemel zijt,

Uw Naam worde geheiligd

Uw Rijk kome

Uw wil geschiede, op aarde zoals in de hemel.

Geef ons heden ons dagelijks brood

En vergeef ons onze schulden,

Zoals wij aan anderen hun schuld vergeven

En leid ons niet in verzoeking

Maar verlos ons van het kwade

 

Ons slotlied is gezang 440: 1 - 3.

 

Het is het eeuwige erbarmen,

dat mijn besef te boven gaat,

het zijn de liefdevolle armen,

het is zijn hart, dat openstaat.

Hij noodt de zondaar, Hij vergeeft

die Hem het hart gebroken heeft.

 

O afgrond, waarin alle zonden

verzinken en niet meer bestaan!

O diep geheim van Christus' wonden, -

het oordeel is te niet gedaan!

O Heer, uw bloed roept voor altijd:

barmhartigheid, barmhartigheid!

 

Na de zegen, zingen we, in plaats van het ‘Amen’ het vierde vers van gezang 440.

Zegen:

De Aanwezige zegent ons,
Hij houdt ons in Zijn hoede,

genadig is Hij het licht van ons leven,

zo maar, voor niets....

Hij ziet ons voor onschuldig aan,

schenkt ons leven en welzijn.

Omdat Hij van ons houdt.

Amen

440:4

 naar boven