Voor eerdere diensten klik hier:

Zondag 2 na Trinitatis 14-6-2015 Lutherse kerk te Leerdam

Organist: Cees van Ooyen


Afkondigingen en aansteken van de kaarsen.
Wij zijn hier aanwezig in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.       
Amen

Onze Hulp is in de Naam van de Heer    
die hemel en aarde gemaakt heeft.

Heer, vergeef ons al wat wij misdeden,
en laat ons weer in vrede leven.
Amen.

Zo lief had God deze wereld, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt, en eeuwig leven hebben mag!

Introïtus:
De Antifoon voor deze zondag luidt:
De Heer was mij tot steun. Hij leidde mij weg uit de nood en gaf mij ruimte, bevrijdde mij, omdat Hij mij liefhad. (Psalm 18: 19b, 20)

Wij zingen de NL psalm18a: U mag alles meezingen, maar het is fijn als u minstens het refrein, de schuingedrukte tekst, zingt.

De Heer was mij tot steun. Hij leidde mij weg uit de nood en gaf mij ruimte, bevrijdde mij, omdat Hij mij liefhad. (Psalm 18: 19b, 20)


Laten we de Heer aanroepen om ontferming met de nood van deze wereld, - die is groot -
maar laten wij dan ook Zijn Naam prijzen,
omdat er aan Zijn barmhartigheid geen einde komt!



Zondagsgebed:
Heer, die de sterren in de hand houdt,
die zon en maan hebt gevormd,
wij leggen ons leven in Uw hand,
en wij bidden U:
doe daaruit alles weg, wat niet van U komt,
alles, wat niet bij U hoort.
Wij bidden dat in de kracht van Uw Heilige Geest,
door Jezus Christus, onze Heer.
Amen.

Lezing Oude Testament: 1Samuel 2:1-10.
Hanna heeft God gesmeekt om een kind....
Ze was al jaren onvruchtbaar, en de andere vrouw van haar man kreeg kind na kind, zoon op zoon.
Nu is haar gebed verhoord, en ze brengt het kind, de peuter Samuel, naar het heiligdom.... zoals beloofd.
En ze spreekt en zingt haar dankgebed.
 We lezen:
1. Hanna bad en sprak:
Mijn hart verheugt zich zeer over de Aanwezige,
ik voel me geweldig door de Aanwezige!
Wijd trek ik mijn mond open tegen mijn vijanden, zó blij ben ik met de hulp die ik van U kreeg!
2. Niemand is zo Heilig-machtig als de Aanwezige! Waarachtig! Er is niemand, behalve U.
Op geen rots (kun je bouwen) zoals op onze God. (Lett.: Geen rots zoals onze God).
3. Laten er niet nog méér van komen: van jullie die zo arrogant praten. Arrogant....!
Brutàle opmerkingen komen uit jullie mond, maar een God die 't wéét is de Aanwezige! En door Hem worden de daden op hun waarde geschat.
4. De boog van dappere mannen is gebroken maar zij die wankel op hun benen staan omgorden zich met kracht!
5. Zij die overvloedig gegeten hebben moeten hun diensten tegen geld aanbieden, en zij die honger lijden hoeven dat niet meer....
Zelfs wie onvruchtbaar was krijgt zeven kinderen, en zij die een overvloed aan zonen heeft kwijnt weg...
6. De Aanwezige doet sterven en Hij doet leven,
Hij doet neerdalen in het graf en er uit opkomen.
7. De Aanwezige neemt af en Hij maakt rijk,
Hij vernedert en Hij hemelt op.
8. Uit het stof doet Hij de zwakkere opstaan,
ja, uit de modder haalt Hij de behoeftige weg om ze een plaats te geven bij de adel,
ja, Hij geeft ze een ere-zetel in eigendom,
want zelfs de pilaren waar de aarde op steunt behoren de Aanwezige toe, en Hij heeft er de bewoonbare wereld op neergezet.
9. De voeten van Zijn vromen beschermt Hij, maar de boosdoeners worden vernietigd, in het donker, want geen mens wordt door geweld ooit machtig.
10. De Aanwezige: Zijn tegenstanders worden kapot gemaakt!
In de hemel laat Hij het donderen, Hij regeert tot aan de uiteinden der aarde, en kracht geeft Hij aan Zijn koning, ja, Hij maakt dat Zijn Gezalfde zich geweldig kan voelen!

Laten we met Hanna Gods lof zingen: Psalm 67a

Ja, God is goed, schenkt ons Zijn zegen;
toont ons Zijn aanschijn van licht.
Hij gaat ons voor op alle wegen,
heeft uit de zonde ons opgericht. refr.

Hij is de God, die ons verblijdde,
die onze nood heeft verstaan;
die ons een hemels Paasmaal bereidde
en zonder vrees door de wereld laat gaan. refr.

Laat alle volken Uw almacht vrezen,
aller lof zij U gewijd,
laat, Heer, Uw Naam bezongen wezen
in aller eeuwen eeuwigheid. refr.


Epistel: 1 Johannes 3: 13 - 18.
De schrijver heeft het over de liefde, als bron van het bestaan als Christen, en als bron van het eeuwig leven. De liefde van God voor ons in Jezus, en de liefde van ons voor God en elkaar.
Dat staat dwars op de gewone gang van zaken.
Ook moet ik voor een goed begrip van de tekst nog even iets uitleggen: We moeten in gedachten houden
hoe God bij de schepping de mens levensadem inblaast, een intiem gebeuren...
Wie als Christen in Jezus gelooft, is een nieuwe schepping, waarbij de heilige Geest ons levensadem inblaast, die ons niet meer ontnomen wordt, levensadem voor het eeuwige leven dus.
Alleen: die adem Gods, die Geest ten leven, kan niet zijn en blijven in wie niet leven wil
uit die Geest, en wie dus in feite God èn Jezus verloochent door niet lief te hebben.
Zo lezen we:

13. Je moet niet verbaasd zijn, broeders en zusters, als de wereld je niet mag...
14. Wij weten dat we van de dood zijn overgegaan naar het leven, we weten dat we de zusters en de broeders liefhebben...
Wie níet liefheeft blíjft in de dood.
15. Iedereen die zijn broeder, haar zuster, niet mag, is een moordenaar, en jullie weten dat geen enkele moordenaar blijvend eeuwig leven in zich heeft.

16. De liefde hebben we hierin leren kennen, dat Hij (Jezus) voor ons Zijn leven heeft afgelegd... en wij moeten ons leven afleggen voor de broeders en zusters.
17. Maar wie werelds bezit heeft, en toeziet hoe zijn broeder gebrek lijdt, en haar betere gevoelens jegens hem afsluit... hoe moet Gods Liefde nu in hem of haar blijven?
18. Kinderen, laten we niet liefhebben met taal of tong, maar met werk en waarheid.

Psalmwoord: Ik heb U lief, Heer, mijn sterkte, Heer, mijn rots, mijn vesting, mijn bevrijder! (psalm 18:3a).HALLELUJA!


Wij zingen op weg naar de Evangelielezing lied 1016: 1 en 3

Uit Sion zal de wet uitgaan en uit Jeruzalem
het woord dat ons de vrede leert,
sjaloom in naam van Hem.
Sjaloom, sjaloom, Jeruzalem.  
Sjaloom, Jeruzalem.

Het Heilig Evangelie staat geschreven bij: Lucas 14: 13 - 24.
Jezus was uitgenodigd om op de Sabbath bij een deftige Farizeeër te komen eten. Daar is een zieke, en Hij geneest die, tot ongenoegen van sommige aanwezigen. De Heer zet ze op hun plaats en Hij zei ook tegen de gastheer (en dat geldt natuurlijk net zo goed voor ons): ‘Wanneer u een maaltijd aanbiedt of een diner geeft, vraag dan niet uw vrienden, uw broers, uw verwanten of uw rijke buren, in de verwachting dat zij u op hun beurt zullen uitnodigen om iets terug te doen. Hij gaat verder:
13 Wanneer u mensen ontvangt, nodig dan armen, kreupelen, verlamden en blinden uit.
14 Dan zult u gelukkig zijn, zij kunnen voor u dan wel niets terugdoen, maar u zult ervoor beloond worden bij de opstanding van de rechtvaardigen.’

15 Toen een van de anderen die aan tafel aanlagen dit hoorde, zei hij tegen Hem: ‘Gelukkig al wie zal deelnemen aan de maaltijd in het koninkrijk van God!’

16 Jezus vervolgde: ‘Iemand wilde een groot feestmaal geven en nodigde tal van gasten uit.
17 Toen het tijd was voor het feestmaal, stuurde hij zijn dienaar naar de genodigden om tegen hen te zeggen: “Kom, want alles is klaar.”
18 Maar een voor een begonnen ze zich te verontschuldigen. De eerste zei: “Ik heb net een akker gekocht, die ik beslist moet gaan bekijken. Tot mijn spijt kan ik de uitnodiging niet aannemen.”
19 En een ander zei: “Ik heb vijf span ossen gekocht en ik ga ze keuren; tot mijn spijt kan ik de uitnodiging niet aannemen.”
20 Weer een ander zei: “Ik ben pas getrouwd en daarom kan ik niet komen.”

21 Toen de dienaar teruggekomen was, bracht hij zijn heer verslag uit. De Heer des Huizes ontstak in woede en zei tegen zijn dienaar: “Ga vlug de stad in en breng uit de straten en stegen de armen en kreupelen en blinden en verlamden hierheen.”
22 Toen de dienaar hem kwam melden: “Heer, wat u hebt opgedragen is gebeurd, en nog is er plaats,”
23 zei de heer tegen hem: “Ga naar de wegen en de akkers buiten de stad en nodig iedereen met klem uit, want mijn huis moet vol zijn.
24 Ik zeg jullie: niemand van degenen die eerst uitgenodigd waren, zal van mijn feestmaal proeven.”’
Zalig die het Woord van God horen en er gehoor aan geven!


Credo:  In antwoord op Gods Woord willen wij samen ons geloof belijden:
Wij geloven in God –
Schepper van hemel en aarde.
Heer over alle machten

Die om ons van alle macht heeft afgezien
en in Jezus de prijs heeft betaald
voor onze overtredingen.

Die in eenvoud tot ons kwam,
en werd verraden en vermoord –
gekruisigd...

maar Hij overwon de dood!

Na drie dagen opgestaan ten leven
verscheen Hij aan vriend en vijand,

weer in Zijn hemels rijk terug zond Hij Zijn Geest
die ieder mens bezielen wil tot leven in de Heer.

Tot  een gemeenschap van heiligen,
door een doop, door vergeving van zonden,

tot leven in  der eeuwigheid.  
Amen


Preek
Genade zij u en vrede van God onze Vader en van Jezus Christus, onze Heer, door de Heilige Geest.

Lieve gemeente, gemeenschap van en met Christus, broers en zussen van elkaar, in liefde verbonden…

Dat is een hele mondvol, en een hele opdracht.
Maar de Heer vindt wel dat we het aankunnen.
In de Bijbel zie je telkens weer dat optimisme van God. Hij ziet in ons volwassen kinderen, die Zijn wil kunnen volbrengen. Het is niet aan de overkant van de zee, het is niet in de hemel of op onbereikbare plaatsen: het woord van God, de wil van God, is binnen ons bereik. Ook om te doen.
Dat is toch heel wat anders dan je elders wel hoort: dat de mens in zonde is ontvangen en geboren en nergens voor deugt, tenzij God over Zijn hart strijkt en ín die mens iets goeds doet, zodat er ook iets goeds uit komt. (En die sombermensen denken natuurlijk ook dat dit bijna nooit voorkomt…)

De eerste brief van Johannes, waar wij een stukje uit lazen, gaat wel uit van de zondige mens, van de mens die zondigen kan, en waarschijnlijk zal, maar daar stelt hij iets tegenover.
De mens die in Jezus Christus gelooft, schrijft hij, is een nieuwe schepping.
Een schepping van de Heilige Geest.
Liefde is in die nieuwe schepping, die nieuwe werkelijkheid, het sleutelwoord.
Liefde, lazen we, maakt alle verschil tussen dood en leven.
Want zo lief had God deze wereld, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt, en eeuwig leven hebben mag!
Die liefde komt allereerst.

Maar er is ook de liefde van Jezus voor de Zijnen.
Voor de mannen en vrouwen om Hem heen, waar Hij met hart en ziel van hield, zoveel, dat Hij Zijn leven voor hen, voor ons, ja, voor ieder van ons, over had.

En er is de liefde van die zusters en broeders, van ons hier, voor God.
Die liefde uit zich in de liefde voor elkaar, en voor al die andere schepselen van God.
Waar ook ter wereld.
Dat is de liefde die ons het eeuwige leven verzekert.
Niet omdat wij dat eeuwige leven verdienen door elkaar lief te hebben, begrijp me goed, want het is Jezus, die ons heeft vrijgekocht voor de eeuwigheid. En dat maakt zo’n groot verschil, dat Johannes schrijft: als je Jezus Christus liefhebt, ga je over van de dood naar het leven.
Van niet-leven naar eindelijk ècht leven.
Zo’n verschil kan Jezus Christus maken in je bestaan.
En zo’n verschil kunnen wij maken in het leven van een ander.
Dat mag ons, dat kan ons, desnoods alles kosten. Zelfs je leven… Zo dacht Johannes er over.
Wij kunnen ons het hier niet zo voorstellen, maar de vervolgde kerk is dichterbij dan we weten. Johannes zit daar midden in, en hij roept monter: ook wij moeten ons leven afleggen voor de broeders en zusters. Alsof het niets is.
Maar voor hem, voor hen, is het ook niets.
Dit leven is een voorafje, een aanloop… een inleiding. Hierna begint het pas écht, en voor altijd.
In Gods eeuwig koninkrijk.
Dat wil je natuurlijk niet op het spel zetten.

Liefde is ook hier het sleutelwoord.
En wie niet liefheeft blijft in de dood.

Maar… God nodigt ons allemaal uit voor het feest.
Ook ons, al moet Hij ons er aan de haren bij-sleuren.
Wij zijn voor Hem allemaal even waardevolle gasten. 
Alleen: als wij vastzitten aan de dingen van dít leven, zijn we nog niet klaar voor Gods feest.
Als we onze dingen en geliefden belangrijker vinden dan Gods liefde, dan Gods feest, dan keren we Hem de rug toe.
In Deuteronomium 20 staan regels voor het leger, voor de oorlog. Dat is dan niet een beroepsleger, zoals wij dat hebben, maar het is natuurlijk wel in ieders belang dat iedereen die dat kan helpt het land tegen vijanden te verdedigen. Maar er zijn uitzonderingen. We lezen daar in Deuteron. 20: 5-7: ‘Wie net een huis heeft gebouwd en het nog niet in gebruik heeft kunnen nemen, mag naar huis terugkeren; anders neemt een ander het in gebruik, als hij in de strijd sneuvelt.
6 Wie een wijngaard heeft geplant en nog niet zelf de eerste druiven heeft kunnen plukken, mag naar huis terugkeren; anders plukt een ander die, als hij in de strijd sneuvelt.
7 Ook wie een bruid heeft maar haar nog niet heeft kunnen huwen, mag naar huis terugkeren; anders huwt een ander haar, als hij in de strijd sneuvelt.’

Het is met een verwijzing naar deze regels dat
Jezus Zijn verhaal vertelt.
De mensen waarmee
Hij aan tafel zit, aanligt, hebben deze, en andere regels uit de Heilige Schrift zó gebogen en uitgerekt, dat ze in allerlei oneigenlijke situaties kunnen worden gebruikt.
Jezus waarschuwt ze op een subtiele manier dat ze helemaal verkeerd bezig zijn. Dat ze Gods woorden uit het verband rukken, en dat ze op die manier ongewild zèlf uit het Verbond vallen… en dat God in hun plaats ànderen zal zoeken, die wél met respect omgaan met Gods woorden…

Laten wij niet meteen enthousiast denken: dat zijn wij, hoera! 
Want… némen wij God wel serieus in ons leven?

Dat gaat over kleine dingen…
Geven en delen, loslaten…

Zeg nu zelf: als je hier op aarde bezit hebt, en toeziet hoe je broeder gebrek lijdt, en je doet er niets aan... hoe moet Gods Liefde dan in jou een plek vinden?
Dat pàst niet bij elkaar.
Jezus zegt het in Zijn verhaal over de uitnodiging heel duidelijk. Duidelijk voor Zijn toehoorders: als God niet op de eerste plaats staat, hoor je er bij God niet bij.
Dan heeft God geen boodschap aan je.
Dan zul je niet deelnemen aan de maaltijd in het koninkrijk van God.
Dan is de eeuwigheid niet voor jou.

Want God is niet alleen maar liefde, en Hij is zeker niet liefjes. God neemt Zichzelf serieus.

‘En wie tegen Hem is maakt Hij kapot’, zingt Hanna.
‘Hij kan je maken en breken’, zingt ze.
Haar loflied is later voor een groot deel overgenomen door Maria; in de lofzang van Maria zitten dezelfde elementen.
God, die de hooghartigen vernedert, die de nederigen optilt, hemelhoog.
Hij heeft oog voor vrouwen, voor vrouwen die bij anderen niet in tel zijn.

Wanneer je in oude tijden als vrouw geen kinderen kon krijgen, dan was dat een groot leed.

Niet alleen omdat je het gevoel kon hebben dat je je bestemming niet bereikte, of dat je daar je man verdriet mee deed, maar je was geen half mens.
Een vrouw wàs pas iemand door het aantal zoons dat ze had.
En laten we wel wezen: zo lang is het niet geleden dat het hier ook zo werd gevoeld.
Nog steeds zijn er veel vrouwen die geen kinderen krijgen, en zich daardoor minderwaardig voelen, zelfs al zegt of denkt onze maatschappij dat nu niet meer. Zelfs al zijn er veel vrije vrouwen die uit eigen wil kiezen voor een kinderloos bestaan.

Die kinderloosheid heeft Hanna’s huwelijk vergald.

Haar man had twee vrouwen, van Hanna hield hij, maar Peninna kreeg zonen bij de vleet.
Toen was voor Hanna de liefde van haar man niet meer genoeg.
Zij kon het geluk van Peninna niet meer aanzien, haar getreiter niet meer verdragen.

Je hoort het nog terug in haar triomfantelijke lied.

God heeft naar haar omgezien, en Hij heeft Zelf voor haar gezorgd. Nu is zij ook moeder van een zoon, en die zoon brengt ze naar de tempel, om daar opgevoed te worden door de priester.
Voor God.
Het is voldoende voor haar dat hij bestaat.
Dat hij leeft.
Zij geeft hem terug aan God, die haar bestaan inhoud heeft gegeven. Hoop en vertrouwen.

Misschien zouden wij denken: mens, wat doe je zo’n kind aan! Een of twee keer per jaar ziet ze hem…
Is dat een leven voor het kind?
Je kunt ook denken: een kind dat opgroeit zo dicht bij Gods aanwezigheid, dat is mooi. Dat is goed.
Hij krijgt kansen die andere kinderen niet krijgen!

Hanna durft te geloven en te vertrouwen dat het met dít bijzondere kind wel goed komt.
Zoals Maria dat later heeft willen geloven en vertrouwen. Dat is mooi.
Maar dat kan je wel veel pijn doen.
Loslaten is niet simpel!

U weet het misschien zelf: als je kind het huis uitgaat, of als je partner moet worden opgenomen
Dat valt niet mee.

Hanna moest haar kind, haar trots, haar oogappel, loslaten en afstaan aan de Heer.
Ze had het beloofd. (Als ik een zoon krijg…!)

Maria moest haar Kind, haar Zoon, haar hoop op een betere wereld, die toch was beloofd, loslaten, en zien vermoorden. Gruwelijk…

Vaders en moeders in Afrika laten hun kinderen los om naar Europa te gaan, op hoop van zegen.
De meesten zien hen nooit meer terug. 
De Middellandse zee is voor velen het graf.
Als ze die reis overleven zijn ze ook al niet welkom.
En wij, wij moeten onze zekerheden loslaten, om te kunnen leven uit Gods genade. Om die genade ook te kunnen ontvangen, nu en in eeuwigheid.

Hanna en Maria hebben het ons voorgedaan.
Jezus heeft het ons voorgeleefd.
In liefde.
God heeft deze wereld zo lief, U, en jou en jou en mij, ons allemaal, dat Hij wil dat het Huis vol is met blije mensen. Mensen die om Hem geven.
Mensen die om elkaar geven. En die daarom wel alles zouden willen opgeven wat ze hebben.

Laten we dan niet liefhebben met woorden, met de tong, maar werkelijk in de praktijk.
In de collecte, en in de aandacht en tijd die we aan de ander geven…

Zo laten we God zien dat we van Hem houden.
Amen.



Muziek

Alles wat wij hebben, hebben wij van God gekregen,
om  door  te geven, om met velen te delen
     en er zo dubbel van te genieten.

Ook nu en hier kunnen we gestalte geven aan dat delen:   in de collecte
Na het gebed over de gaven zingen wij: lied 156

Collecte

Gebed over de gaven
Heer God, wat wij hebben verdiend,
wat wij hebben gekregen, het is allemaal uit Uw genade.
Wij zijn U net zo dankbaar als Hanna.
Daarom kunt U er over beschikken, zoals U kunt beschikken over onze tijd, liefde en aandacht.
Wijs ons in dit alles de weg, en geef er Uw zegen op. Om Jezus’ wil.
Amen.

Lied 156
 

2.      Woedt overal op aarde het geweld,
        wordt nergens meer Gods Naam met eer vermeld,
        maakt zich de macht van haat en afgunst groot,
        brengt zij het leven enkel nog ter dood,
        hoopt ook geen mens op ’t komend Godsrijk meer,
        toch blijf ik juichen om mijn God en HEER. 
 
3.      En als het licht eenmaal zelfs duister wordt,
        - geen oogst op ’t land, de vijgenboom verdord,
        geen levend water meer, geen brood, geen wijn-,
        wanneer de schapen Gods verdreven zijn,
        is er bij mensen geen verwachting meer;
        nog zal ik juichen om mijn God en HEER.
 
4.      ’k Blijf daarom, tegen beter weten in,
        mij richten naar het woord van het begin,
        dat Gij ons, God der eeuwen, hebt gezegd:
        ’t verbond van trouw, van onverbreekbaar recht.
        Gij, HEER, Gij zijt mijn kracht, mijn zekerheid;
        Ik juich om U in tijd en eeuwigheid.


Voorbeden
Laten we danken en bidden:
Lieve God, wij danken U voor mensen die ons de liefde voorleven. Wij danken U voor mensen in ons eigen leven, in onze gemeente, waar we ons aan kunnen optrekken, als de voorbeelden uit de Bijbel ons soms te groot en te heftig zijn.
Vergeef ons, Heer, we zijn maar gewone mensen.
Maar wij verlangen er wel naar dat U in ons leven een steeds grotere rol zult spelen.
Wij bidden U om Uw Heilige Geest, dat U hier elke zondag Pinksterfeest houdt, en dat U het vuur in ons doet branden
Telkens weer. Geef, dat wij eeuwig leven in U.
Omdat U leeft in ons.

Lieve Heer, wij danken U voor de vrede en veiligheid in ons leven, in onze samenleving.
Zelfs als we het niet altijd met elkaar eens zijn, dan nog is dit een fantastisch land om te leven.

Deze week was er een wereldwijde dag van protest tegen kinderarbeid.
Wij bidden om U zegen voor allen die zich daar voor inzetten. Leid ons in de dingen die wij zelf kunnen doen, wijs ons de projecten die wij kunnen steunen, de winkels die wij moeten vermijden
Wij bidden U voor al die kinderen, die níét naar school kunnen, maar moeten werken, vaak hard en zwaar werk, dikwijls al op heel jonge leeftijd.
Wij bidden U ook voor de kindsoldaten, op zoveel plekken op deze wereld. Ook hun lot is ondragelijk hard. Ook zij worden gedwongen dingen te doen die volwassenen niet eens aankunnen zonder blijvende schade. Heer, ontferm U over hen.

Lieve God, wij danken U voor onze vrijheid om te kiezen voor U en om daarvoor uit te komen.
Wij bidden U voor allen die worden vervolgd om hun geloof, of omdat ze anders zijn, anders denken.
Heer, ontferm U over hen.
Ontferm U ook over deze gemeente, die U liefheeft.
Sterk ons geloof elke dag, voed het, en behoud ons als het leven moeilijk is.
Wij bidden U voor onze zuster Riet van Meurs, die ziek werd na een val. Het is de vraag of ze nog thuis zal komen, en wij bidden U voor haar, en voor allen die voor haar zorgen, en ook voor haar gezin.
Ook voor Uw dochter Truus van de Koppel willen wij U bidden.
Zij wordt dinsdag voor de tweede keer geopereerd en zij ziet daar erg tegenop, U weet het.
Wil haar laten voelen en ervaren dat U altijd bij haar bent. Zegen ook de artsen en verpleegsters. Als het mogelijk is, Heer, wil haar gezondheid herstellen.
Dat bidden we ook voor Uw kind mevrouw Verspuy, die onverwacht is opgenomen, zij heeft U zo nodig.

In de stilte van dit huis, in de warmte van Uw aandacht, Uw Aanwezigheid, bidden wij in stilte voor wat ons hart nog meer bezig houdt…

En samen bidden wij U, zoals Jezus ons voordeed:

Onze Vader, die in de hemelen zijt,
Uw Naam worde geheiligd.
Uw Rijk kome, Uw wil geschiede,
gelijk in de hemel alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood
en vergeef onze schulden,
gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren,
en leid ons niet in verzoeking,
maar verlos ons van het kwade



Ons slotLied 858 Vernieuw in ons, o God, Uw liefde…

2. Beadem ons o Geest, met wonderlijke kracht
dan opent zich het leven weer, een bloem in volle pracht.

3. Geef ons o Christus deel aan levenslang geluk
Gedoopt in U een nieuw bestaan –
dat slaat geen dood meer stuk.

4. Drie-enig God vervul wat U ons hebt beloofd,
na al ons zoeken U te zien dan staan wij oog in oog.

Zegen:
De zegen van de Heer die ons optilt naar de hemel,
De zegen van de Heer die naar de aarde afdaalt,
De zegen van de God, die hemel en aarde in de hand houdt,
vult uw leven met liefde, geloof en goede geest.
In de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Amen.  Psalm 18a het refrein

De kaarsen worden gedoofd...