Voor eerdere diensten klik hier:

Eerste Adventszondag  in de Lutherse kerk te Gorcum. Zondag Levavi
Organist: T. de Graaf... En dank zij technicus Wout van Gelder is de dienst zelfs te beluisteren... het duurt wel even voordat de file van 117 MB binnen is... 

Orgelspel

Afkondigingen en aansteken van de kaarsen.

Stilte voor gebed


Wij zijn hier aanwezig in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Amen

Onze Hulp is in de Naam van de Heer
die hemel en aarde gemaakt heeft.

Heer, vergeef ons al wat wij misdeden...
En laat ons weer in vrede leven. 

Ons introïtuslied is psalm 25: 2, 3 en 4. Wij zingen het nu wij op weg zijn naar Kerstfeest, en wij vragen de Heer ons Zijn wegen bekend te maken...
 

Denk aan 't vaderlijk meedogen, Heer, waarop ik biddend pleit:
milde handen, vriendlijk' ogen  zijn bij U van eeuwigheid.
Denk toch aan de zonde niet  van mijn onbedachte jaren!
HEER, die al mijn ontrouw ziet, wil mij in uw goedheid sparen.

God is goed, Hij is waarachtig en gaat Zijn getrouwen voor,
brengt, aan Zijn verbond gedachtig, zondaars in het rechte spoor.
Hij zal leiden 't zacht gemoed in het effen recht des HEREN:
wie Hem need’rig valt te voet, zal van Hem Zijn wegen leren.


Laten we de Heer aanroepen om ontferming voor de nood van deze wereld,
(en Zijn Naam prijzen,
want Zijn barmhartigheid heeft geen einde! ) Die barmhartigheid is wel eindeloos, maar het gloria wordt in de adventstijd niet gezongen...




Zondagsgebed:
Wek op Uw macht, o Heer en kom,
opdat wij uit de dreigende gevaren
van onze zonden door Uw bescherming gered worden en door Uw bevrijding verlost. 
Door Jezus Christus, onze Heer
Amen


Lezing Oude TestamentJesaja 40: 1 - 11
Gods volk is in ballingschap in Babel, en de profeet, die in deze hoofdstukken aan het woord is, de tweede Jesaja, kondigt de bevrijding aan uit de Babylonische ballingschap. Hij zegt tegen de ballingen dat zij het zijn die het beloofde en verloren land moed moeten inspreken, omdat de redding nabij is. Zij moeten hen troosten die achtergebleven zijn in het land, en wonen bij de ruines van Jeruzalem.
1  Troost, tróóst Mijn volk, zegt jullie God (tot de ballingen in Babel).

2.  Spreekt Jeruzalem moed in, maakt haar bekend
dat haar slavendienst voorbij is, dat haar schuld is voldaan,
omdat zij een dubbele straf voor haar zonden
uit de hand van de HEER heeft ontvangen.

3.  Hoort, (in de woestijn) roept een stem:
‘Baant voor de HEER een weg door de woestijn,
effent in de wildernis een pad voor onze God.

4.  Laat elke vallei verhoogd worden
en elke berg en heuvel verlaagd,
laat ruig land vlak worden
en rotsige hellingen rustige dalen.

5.  De luister van de HEER zal zich openbaren
voor het oog van al wat leeft.
De HEER heeft gesproken!’
……

6.  Hoor, een stem zegt: ‘Roep!’
En een stem antwoordt: ‘Wat zou ik roepen?
De mens is als gras, hij bloeit als een veldbloem.

7.  Het gras verdort en de bloem verwelkt
wanneer de adem van de HEER erover blaast.
Ja, als gras is dit volk.’
………

8.  Het gras verdort en de bloem verwelkt,
maar het woord van onze God houdt altijd stand.

9.  Beklim een hoge berg, vreugdebode Sion,
verhef je stem met kracht, vreugdebode Jeruzalem,
verhef je stem, vrees niet.
Zeg tegen de steden van Juda: ‘Ziehier jullie God!’

10  Ziehier God, de HEER !
Hij komt met kracht, Zijn arm zal heersen.
Zijn loon heeft Hij bij Zich,   
Zijn beloning gaat voor Hem uit.

11  Als een herder weidt Hij Zijn kudde:
Zijn arm brengt de lammeren bijeen,
Hij koestert ze, en zorgzaam leidt Hij de ooien.

Tot hiertoe de lezing.
Is het niet wonderbaarlijk tot hoeveel geloof en vertrouwen God wil inspireren en hoeveel Hij dan ook van ons verwacht: er is nog niets te zien, maar het volk in ballingschap moet de mensen die op de puinhopen van Jeruzalem en Sion wonen al gaan troosten, en zij moeten op hun beurt de boodschap ook doorgeven aan de steden van Juda, die verwoest zijn: Hier ís God al.
Niet de bezetter is je heerser, maar Godzelf.

En Hij heerst dan niet zoals een wereldse koning, maar als een herder die vol zorg is voor de kudden die hem zijn toevertrouwd.

Dat is een heel nieuwe boodschap, een nieuwe manier van leven, van kijken, en dat mogen we uitingen in onze graduale: psalm 25: 5 en 10:
Louter goedheid zijn Gods wegen…

En ja, dat vergt dan ook inzet van onze kant…

Laten we zingen.
(Psalm 25: 5 en 10).


Mogen mij toch steeds behoeden vroomheid en waarachtigheid.
Hoopvol is het mij te moede, U verwacht ik t'allen tijd.
Here God van Israël, red uw volk in tegenspoeden!
Toon Uw goddelijk bestel, dat Uw hand ons toch behoede!

Epistel Romeinen 13: 11 – 14 Het boek.
Het ging hiervoor over de geboden, de wet, de tien leefregels, maar Paulus zegt dan: wie van zijn medemens houdt, doet hem geen kwaad. Als er werkelijk liefde is, worden de andere voorschriften overbodig. Hij gaat verder met:

11 U moet niet vergeten in wat voor tijd wij leven.
Het is tijd om wakker te worden. Sta op!
Onze bevrijding is veel dichterbij dan toen wij pàs gelovig werden.

12 De nacht is bijna voorbij, dan breekt de dag aan. Houd dus op met wat het daglicht niet kan verdragen. Doe voortaan alleen maar wat gezien mag worden.

13 Leef zuiver, zoals het hoort. Doe niet mee aan allerlei uitspattingen, waarbij eten, drank en sex centraal staan. Maak geen ruzie en wees niet jaloers.

14 Laat uw leven beheerst worden door de Here Jezus Christus en geef niet toe aan verkeerde verlangens, die in u opkomen.

Tot hiertoe de lezing....
Als ons leven inderdaad vol is van onze Heer, dan verlangen wij ook erg naar Zijn komst. Daarvan zingen we in ons
Zondagslied: gezang 122: 1 en 5


Lof zij God in 't hemelrijk,
Vader, Zoon en Geest gelijk,
nu en overal altijd,
nu en tot in eeuwigheid.

Het Heilig Evangelie staat geschreven bij: Mattheüs 21: 1 – 9
Vooraf gaat: De moeder van de zonen van Zebedeüs, die voor haar kinderen vraagt om eer in de hemel.
En dan de blinde bedelaar(s) in Jericho, met de kreet: Jezus, zoon van David, heb medelijden met ons.
 Hosanna!
Nu is Jezus op weg van Jericho naar Jeruzalem.
Dé pelgrimsroute bij uitstek!  We lezen:

21:1 En toen ze Jeruzalem naderden, en bij Bethfage kwamen, bij de Olijfberg, toen stuurde Jezus twee leerlingen er op uit,
2. en zei ze: “Ga naar het plaatsje tegenover  jullie,
en meteen zul je een vastgebonden ezel vinden,
en een veulen bij haar. Maak ze los en breng ze Mij.
3.  Mocht iemand je (er) iets (over) zeggen, dan zeg je maar: ‘De Heer heeft ze nodig.’ Meteen zal men ze laten gaan.”
4. Dit gebeurde, om hetgeen de profeet heeft gesproken tot vervulling te laten komen, toen deze zei: (combinatie van Jesaja 62:11 en Zacharia 9:9)
5. ‘Zeg tegen de dochter van Sion: Kijk toch!
Je koning komt naar je toe! Mild en gezeten op een ezel, ja, op het hengstveulen van een lastdier.’
6. De leerlingen gingen en deden wat Jezus ze bevolen had.
7. Ze namen de ezelin en het veulen mee, en legden hun bovenkleding op allebei, en lieten Hem daar boven op gaan zitten.
8. Maar het merendeel van de menigte plooide hun bovenkleding op de weg, anderen sneden takken en twijgen van de bomen, en spreidden die uit op de weg.
9. De menigten nu die voor Hem uit trokken, en zij die Hem als leerling volgden, riepen:
(‘Hosanna!’ d.w.z.)
‘Kom de Zoon van David toch te hulp! (Welkom) Gezegend  die komt in de Naam van de Heer.
Komt toch te hulp, (U) in de allerhoogste hemelen!’
Zalig die het Woord van God horen en er gehoor aan geven!


Credo
: In antwoord op Gods Woord willen wij samen ons geloof belijden:
Wij geloven in God - Schepper van hemel en aarde.
Heer over alle machten

Die om ons van alle macht heeft afgezien
en in Jezus de prijs heeft betaald voor onze overtredingen.

Die in eenvoud tot ons kwam,
en werd verraden en vermoord - gekruisigd...

maar Hij overwon de dood!

Na drie dagen opgestaan ten leven
verscheen Hij aan vriend en vijand;

weer in Zijn hemels rijk terug zond Hij Zijn Geest
die ieder mens bezielen wil tot leven in de Heer.

Tot  een geméénschap van heiligen,
door een doop, door vergeving van zonden,

tot leven in  der eeuwigheid. 

Amen



Preek
Genade zij u en vrede van God onze Vader en van Jezus Christus, onze Heer, door de Heilige Geest.

Lieve Gemeente van de Heer, zusters en broeders in het wachten en verwachten van betere tijden

De Advent, <en ik citeer,> is de tijd van voorbereiding op het Kerstfeest; de tijd waarin de komst èn wederkomst van Jezus Christus wordt verwacht. Omdat het Latijnse woord voor 'komst' of 'het komen' 'adventus' is, worden de vier weken vóór Kerstmis 'Advent' genoemd.    
 Het woord 'advent' is afgeleid van het Latijn: adventus (= komst, er aan komen) en advenire (= naartoe komen).
Letterlijk betekent Advent: God komt naar ons toe.


De Advent heeft in de liturgie een dubbel karakter: Het is de voorbereidingstijd op het Kerstfeest, dat stil staat bij de geboorte van Jezus Christus ruim 2000 jaar geleden.         

Maar de Advent is ook de periode van verwachting van Jezus' wederkomst op het einde der tijden, wanneer God alles in allen zal zijn. <einde citaat>

En wachten kan lang duren…
Voor kleine kinderen is de tijd tussen de aankomst van Sinterklaas en 5 december vaak al veel te lang; wanneer je verliefd bent kan het wachten op een brief, een telefoontje, een SMS-je eindeloos duren voor je gevoel.
Soms wacht je echter maanden, jaren, een leven lang.
Soms zelfs generaties lang.
Zoals het volk van God in ballingschap
En dan moet je het doen met beloften

Beloften, waar je maar in moet geloven, waar je maar op moet hopen, ook al zíe je er niets van…
En toch!
Toch is dat wat God van ons verlangt.
Geloven dat het waar is wat Hij zegt, en doen wat Hij van ons vraagt.

Ja, hallo!
Hier schrijft een gemeente in ballingschap aan achterblijvers in het verwoeste Jeruzalem: Lieve mensen, voor je het weet staan we voor jullie neus. God gaat ons bevrijden, Hij is er al mee bezig.
We weten zelf nog niet goed hoe en wat en wanneer, maar waarschuw de mensen in Juda alvast… Volgend jaar in Jeruzalem…!!!

Zie je het voor je?

Ik kan me zo voorstellen dat de kerkenraden in ballingschap zich achter hun oor krabben en zeggen: ‘Zo, mijnheer de profeet. Dus God zegt dat?
En hoe weten wij dat U dat niet uit uw duim zuigt?
Staat er niet ergens dat je pas kunt zien of iemand een echte profeet is, als zijn profetie ook uit komt?
Bedankt voor de boodschap… maar we wachten wel even af of er wat van komt.
‘Ja maar, ja maar, jullie moeten me geloven, jullie moeten Jeruzalem troosten, de mensen daar zijn wanhopig.
God vraagt dit teken van geloof van jullie!’

Zucht.

De profeet heeft nog heel wat rondjes langs de gemeenten moeten maken met bemoedigende boodschappen van God, voordat de bevrijding inderdaad kwam.

Wij weten niet of die eerder was gekomen, wanneer ze hadden gedaan wat God van ze hoopte – dat kunnen we ook niet weten.  Misschien vertelt de Heer het later wel eens, als we in de hemel zomaar eens wat zitten te praten… maar misschien zegt Hij dan wel: dat is jouw verhaal niet, ik vertel je alleen maar het verhaal tussen jou en Mij
Dat kan ook.

Wat we wel weten is dat aan de ene kant het volk in Babylon voor een deel zijn plek had gevonden, en wel heimwee had, maar daar mee kon leven, en dat er aan de andere kant een deel van het volk was dat werkelijk diep geraakt was door alles wat er gebeurd was, en zei: het is inderdaad onze schuld geweest, onze eigen grote schuld.
We hebben op onze leiders vertrouwd, en we hebben God verwaarloosd.
Als we het maar goed hadden, dachten we…
Dat was echt zonde. Daar hebben we spijt van.
Veel spijt.
Deze mensen werden weer Gods-dienstig.
Ze vertelden elkaar de oude verhalen, ze stelden ze zelfs deels voor het eerst op schrift, zodat ze de ervaringen van hun voorouders met God konden delen met elkaar.
En in die verhalen kwamen telkens weer beloften terug. Beloften voor een goede tijd, waarin niet alleen dit volkje de Schepper van hemel en aarde zou erkennen als God, maar alle volkeren.
Alle volkeren zouden naar Jeruzalem komen, om meer te horen over God.
Ooit. Daar wachtten ze op… het zou vast gebeuren.
Op Gods tijd.

En het gebeurde! Mijn man en ik zijn beiden in Jeruzalem geweest, en misschien ook wel mensen onder U....

De pelgrims, die eeuwen later op weg waren naar Jeruzalem om het Paasfeest te vieren, wachtten ook
Ze wachtten op een wonder. Op een Redder.
Het land was al zó lang bezet door de Romeinen.
O ja, koning Herodes had zelfs een nieuwe tempel laten bouwen in Jeruzalem… En daar hadden ze zelf elke cent dubbel en dwars voor moeten ophoesten.
Maar inderdaad, hij stond er, en de dagelijkse offers werden gebracht, je kon er bidden, danken, vieren… dat was balsem voor je ziel.
Maar kwam je weer thuis, dan waren daar de Romeinen nog steeds de baas, en die belastinginners maakten de mensen armer en armer.
Het was de wet, zeiden ze.
Maar zelf leefden ze er goed van, net als de priesters en leiders van het volk in Jeruzalem
Nee, wat ze nodig hadden was een Gezalfde van God, een Redder. Een Verlosser.  Een Messias.
Iets wonderbaarlijks.

En ze zeggen dat er zo Iemand op weg is.
Een man Gods.
Jezus van Nazareth
Daar ís Hij…
Kijk: Hij rijdt op een jonge ezel, de moeder er naast… net als in de profetie.
Een koning Salomo in het klein

Och arme, als dat een koning moet zijn…

En terwijl mensen een koninklijke intocht naspelen, met kleren op de grond, want als de koning daar overheen rijdt brengt dat geluk, en takken die vruchtbaarheid moeten brengen, zingen anderen delen van psalm 118.
Een pelgrimspsalm, die ze altijd al zingen, bij het zien van Jeruzalem, maar nu krijgt de zin: Gezegend hij die komt in de Naam van de Heer méér inhoud dan welkom in Jeruzalem 
En het Hosanna is een dringende bede om hulp, om ontferming… zoals in de letterlijke betekenis.
Als dít Uw bode is, God, de man waarop we hebben gewacht, ontferm U dan over hem en help hem alstublieft. Alstublieft!

De langverwachte redder ziet er zo kwetsbaar uit.

En Hij wordt gekwetst. Gedood zelfs, binnen een week.

Maar dan zal blijken dat Hij de vervulling van al Gods beloften is: want Hij staat op uit de dood.

En Hij spreekt dan weer en nog meer over God.
Over Gods koninkrijk: dat is waar mensen doen wat God van ze vraagt. Liefhebben, en volgen.
Gehoorzamen
Ook in barre tijden, ook als je de gevolgen niet kunt overzien.
Ook als je bang bent straks voor gek te staan.

Hij wéét waar Hij het over heeft, Jezus, want Hij heeft Gods opdracht gehoor gegeven, zèlfs tot de dood er op volgde. Maar omdat Hij bereid was zelfs Zijn leven te geven voor de mensen waar Hij van hield, ook voor U en voor mij, daarom heeft Hij het door de dood heen behouden.
Een wonderlijk iets… Het geheim van de liefde.
Van Gods liefde…

Gods liefde is dus echt sterker dan wat wij het meest vrezen.
Op dit moment is er in de familie- en vriendenkring veel sprake van ziekte, dood en dreiging van de dood. Wie ouder wordt kent dat…
En dan hoor je telkens weer dat de dood gezien wordt als het ergste dat een mens kan overkomen.

En toch zijn er in Jemen en Egypte, in Syrië en Afrika elke dag weer mensen bereid hun leven in te zetten voor dat grote goed dat ze nog belangrijker vinden: de vrijheid te denken en te geloven zoals bij ze past.

En ook zien we bij mensen die in het geloof hebben geleefd, dat voor hen de dood niet meer is dan een deur naar de uiteindelijke vervulling van Gods beloften, waar ze steeds in zijn blijven geloven
Zij wachten met vreugde

Dat mag ook voor ons gelden.
Want wij weten niet wannéér Hij terug komt.
Het kan vanmiddag zijn, of morgen.
Het kan ook nog eeuwen duren. Omdat onze kinderen en kleinkinderen er ook bij horen…

En ook al weten we niet wanneer Hij komt, toch moeten wij onze buren troosten, en zeggen: God ís er al.
Hij is aan het werk voor een betere wereld. 
En dat verwacht Hij natuurlijk ook van ons: dat wij dat doen..

We zijn Zijn kinderen, Zijn erfgenamen, en dus vanzelfsprekend: Zijn medewerkers.
Niet omdat Hij dat van ons eist, maar omdat Hij dat van ons hoopt, verwacht, gelooft.

God heeft zo’n groot vertrouwen in ons, daar hebt U geen idee van.
Hij heeft ons Zijn project: Aarde toevertrouwd.
Heel die mooie schepping, met al die mogelijkheden… 
Hij heeft ons destijds Zelfs Zijn Zoon toevertrouwd.
En Hij heeft ons nu elkaar toevertrouwd, als een geschenk van Hem

En nu wacht Hij wat wij gaan doen…
En Hij hoopt en vertrouwt dat wij Jezus zullen volgen.
Dat wij wakker zijn en met open ogen zien in wat voor tijd wij leven. Wat wij kunnen doen aan goede dingen… wat voor creatieve oplossingen wij gaan bedenken in moeilijke situaties.
Hoe wij alles achter ons laten wat het daglicht niet kan verdragen, maar juist licht brengen in het leven van mensen om ons heen.
Het licht van Christus, waar we met Kerst van zullen zingen.
God gelooft in ons.
Geloven wij in God?
Waar wachten we dan nog op???
Het is advent.
Gezegend hij en zij die komen in de Naam van de Heer.


Amen.

Stilte

Gezang 121

Hij wilde zich verlagen  en daalde van Zijn troon;
een ezel mag Hem dragen, Hem sieren staf noch kroon.
Hij wil zijn koningsmacht  en majesteit verhullen,
om needrig te vervullen wat God van Hem verwacht.

Gij machtigen der aarde, 't is uit met Gods geduld,
zo gij Hem niet aanvaarden, Hem niet aanbidden zult.
Wie in hun trots en waan zich tegen Hem verheffen,
die zal zijn gramschap treffen, die doet Hij ondergaan.

Gij armen en verdrukten, wáár gij op aarde zijt,
gebeukten en gebukten in deze boze tijd,
houdt moed, Hij nadert al! Gij moogt uw Held ontvangen,
de Vorst van uw verlangen, met lied’ren zonder tal!

En met daden. Want alles wat wij hebben, hebben wij van God gekregen, om  door  te geven, om met velen te delen  en er zo van te genieten.
Ook nu en hier kunnen we gestalte geven aan dat delen:  in de collecte        

Collecte

Offerandegebed
Lieve God, U geeft U Zelf aan ons.
Wij bieden U ons eigen leven aan.
Neem het, zoals U ons geld aanneemt.
Dat het dienstig mag zijn voor U.
In de geest van Jezus - die ons voorging.
Amen.

Voorbeden

Laten we danken en bidden:
Heer, wij danken U dat U een God bent die Zijn beloften houdt. En dat U zoveel voor ons over hebt gehad, dat Uw liefdever ging, dat Uw Zoon onze Verlosser werd.
Wij bidden voor alle mensen die daar geen weet van hebben, en die wij nog geen troost hebben geboden, omdat wij er de moed en de woorden niet voor konden vinden. Schenk ons elke dag Uw Heilige Geest, opdat Zij in en door ons spreekt en getuigt van Uw liefde. Dat zo Uw koninkrijk kome, waar Uw wil wordt gedaan…

Zo bidden wij U: Heer, ontferm U.
G : Heer ontferm U

Liefdevolle God, grote en genadige Heer.
Vader
Wat heerlijk dat wij U zo mogen noemen!
Dat wij thuis zijn bij U…
Deze wereld is in nood, en men weet niet waar men het zoeken moet.
Voor vele mensen is honger een dagelijks gegeven, en wij gooien hier geld weg aan vuurwerk en snoepgoed. Dat maakt ons ongemakkelijk en onrustig als we daar aan denken. Help ons om het geld en het goede dat we van U hebben ontvangen ook zó te gebruiken dat Uw liefde daarin tot zijn recht komt.
Help ons met keuzes maken.
Help ons te kiezen voor U en voor de mensen die op ons levenspad komen.
Zo dat ook wij in ons leven een weg aanleggen waarop de mensen dwars door de woestijn van het dagelijks bestaan bij U kunnen komen.
Zodat Uw luister zich kan openbaren voor al wat leeft… Wij kunnen dit niet alleen. Kom met Uw Geest en Haar gaven – en sta ons zo bij.

Zo bidden wij U: Heer, ontferm U.
G : Heer ontferm U

Lieve God, wij danken U voor de gemeente, voor de familie die U ons in elkaar hebt gegeven.
Wij bidden U voor allen die hier veel tijd en energie in steken, en voor hen die dat niet meer kunnen, door leeftijd, gezondheid, of de druk van buitenaf.
Wij bidden voor onze zieken, in het bijzonder voor mevrouw Van der Merwe, die deze week zo ziek is geweest. U weet hoe zwaar dat aankomt, en wij bidden U dat U haar vast houdt, en heelt en geneest. Wees ook bij haar kinderen en bij allen die van haar houden...
Voor de zieken in ons eigen leven bidden wij U nu ook...

Heer ontferm U.

Neem ons allen in genade aan, red en behoud ons.
Want alleen U, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest komt toe prijs en lof en aanbidding te allen tijde en van eeuwigheid tot eeuwigheid.
G : Amen.

Onze vader, die in de hemelen zijt,
Uw Naam worde geheiligd.
Uw rijk kome,
Uw wil geschiede,
gelijk in de hemel alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood en vergeef onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren,
en leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van het kwade…


Ons slotlied is uit TussenTijds 170: 3 Blauwe boekje nr 35. We zitten wat ruim in onze tijd, dus laten we daarna ook maar het eerste vers zingen!

Dit is de dag die de Heer heeft gemaakt en gegeven.
Laat ons Hem loven en danken, verheugd dat wij leven.
Diep in de nacht heeft Hij verlossing gebracht.
Heeft Hij ons licht aangeheven.


Zegen:
De heilige God van Israël,
de Vader van alle mensen,
wil ons behoeden met Zijn liefde,
wil ons dragen met Zijn Geest,
wil ons voorgaan in Zijn Zoon.
Alle dagen van ons leven.

Zo zijn wij dan gezegende mensen, in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Amen.


Daarna dronken we samen voorin de kerk gezellig koffie, terwijl het schilderwerk, voorzover het klaar was, werd bekeken... 
 

Ad te levavi animam meam, Deus meus, in te confido, non erubescam. Neque irrideant me inimici mei, etenim universi qui te exspectant non confundentur. Vias tuas, Domine, demonstra mihi: et semitas tuas edoce me.

Tot U heb ik mijn ziel opgeheven; mijn God, op U vertrouw ik, ik zal niet beschaamd worden. Laten mijn vijanden mij niet bespotten, want al wie U verwacht, zal niet worden teleurgesteld. Wijs mij, Heer Uw wegen en leer mij Uw paden kennen.