Dienst 17 na Trinitatis 30 september 2007 Heusden Gereformeerde kerk.
Organist: Henk Biesheuvel. Ruim twintig mensen in de kerk. 

Voorbereiding              
(Paaskaars brandt al bij aanvang van de dienst)

Orgelspel

Introïtus: Binnenkomst dienstdoend ouderling, diaken en predikant

Mededelingen en welkom door de ouderling. Hij eindigt met: Na ‘t aansteken der altaarkaarsen zingen wij psalm 65: 1, 2, 6.
Ouderling steekt de beide kaarsen op tafel aan en geeft de voorganger een hand.

Gemeente gaat staan

Introïtuspsalm: psalm 65: 1, 2, 6

Zalig wie door U uitverkoren  mag wonen in uw hof,
hoezeer hij door zijn schuld verloren  terneerlag in het stof.
Wij worden door U begenadigd  die heilig zijt en goed.
Gij die ons in uw huis verzadigt   met alle overvloed.

Gij kroont het jaar van uw genade.  Waar Gij getreden zijt
tooit de woestijn zich met een wade,  de heuvels zijn verblijd.
De weidegrond is wit van schapen,  het dal van koren blond.
Dit is het land door U geschapen,  uw lof schalt in het rond.

Wij zijn samengekomen in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest
Amen

Moment van Stilte

Bemoediging:
Onze Hulp is in de naam van de Heer
Die Hemel en aarde gemaakt heeft
De Heer zal bij u zijn.
De Heer zal u bewaren.
Gemeente gaat zitten

Verootmoediging:
Wij vragen u Heer, vergeef ons al wat wij misdeden.
En laat ons weer in vrede leven.
Amen

Zo lief had God deze wereld, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt, en eeuwig leven hebben mag!

Ontferming en Genadeverkondiging
Kyriëgebed
Vanwege alle pijn,
bij mensen groot en klein,
Heer, wil bij ons zijn

Vanwege groot verdriet,
Gij zijt toch die het ziet,
Heer, vergeet ons niet.

Vanwege zoveel nood,
in het klein en in het groot,
Heer, verjaag de dood.

Laat ons de Heer om ontferming aanroepen, want Zijn barmhartigheid kent geen grenzen, en laten we daarom niet alleen Kyrië zingen, maar ook Gloria!


Dienst van het Woord

Lied om verlichting door de Heilige Geest bij de opening van het woord: gezang 456:2

Als er Kindernevendienst is, vertrekken de kinderen nu naar hun eigen ruimte. Ze nemen hun kaars mee, die wordt aangestoken aan de Paaskaars.      

Lezing uit het Oude Testament: Amos 6: 1 – 10 NB
Amos leeft in woelige tijden en namens God verwijt hij de overheid dat ze niet alert en niet bezorgd zijn… De omgevende landen zijn al ingenomen door de vijanden uit het Noorden, Kalnee, en het grote Chama, Gat zelfs..
Maar ook het gebied van Efraïm en Menasse is gevallen.
We lezen:
1   Wee de zorgelozen op Sion, en wie zich veilig wanen op de berg van Samaria,–  ooit zijn zij aangemerkt als het eerste onder de volken, tot wie allen zouden komen, het huis van Israël!
2  Steekt over naar Kalnee en ziet,
gaat van daar naar Chamat Raba,–
en daalt af naar Gat van de Filistijnen:
zal het u beter gaan dan deze koninkrijken,
of is uw gebied groter dan hun gebied?–
3  u die zich verre houdt van een dag vol kwaad,–
maar een jaar vol geweld dichterbij brengt!
4  Die neerliggen op bedden van ivoor
en rondhangen op hun banken;
die van het wolvee de lammeren opeten
en midden uit de stal de kalveren,
5  die wat pingelen bij de mond van de luit:
als waren ze David
hebben ze zich een zanginstrument uitgedacht,
6  die sprenkelbekkens vol wijn drinken
en met het eerste van oliën zich zalven,–
hebben om Jozefs verbreking zich nooit bekommerd!
7  Daarom worden ze nu in ballingschap gevoerd in een kopgroep van ballingen,–
en wijken zal het geroezemoes van wie het zo breed lieten hangen!

8  Gezworen heeft mijn Heer, de ENE, bij Zijn ziel,
is de tijding van de ENE, de God van de heirscharen:
Ik verafschuw Jakobs hoogmoed
en zijn paleizen haat Ik;
uitleveren zal Ik zo’n stad en haar volheid!
9  Geschieden zal het:
al blijven er maar tien mannen over in één huis, ook zij zullen sterven.
10. Tilt iemands oom hem op, die hem moet verbranden
en beenderen het huis uit brengen,
en zal hij zeggen tot wie in de heup van het huis is:
nog iemand bij jou?– zeggen zal die dan: afgelopen!–
en zeggen zal hij: stil!,
want niemand meer zal
de naam van de ENE in gedachten brengen.
Tot hier toe de lezing…
Maar de Psalmist roept het uit: Halleluja! Wie de Heer vrezen: vertrouw op de Heer! Hun hulp is Hij en hun schild. (psalm 115:1)  Halleluja!

Epistellezing Jacobus 1:12
Jacobus schrijft aan de gemeenten in de vervolging over de beproevingen om Jezus’ wil, en we willen vandaag vasthouden wat hij schrijft in vers 12:
12  Gelukkig is de mens die in de beproeving staande blijft. Want wie de proef doorstaat, ontvangt als lauwerkrans het leven, zoals God heeft beloofd aan iedereen die Hem liefheeft.

Wij zingen als loflied: Gezang: 111:1-4

Hij maakt zijn oordeel waar. Hij zal van boos gevaar
bevrijden 't aardse leven. Al wat er zwelgt in bloed en dood
en 't duister eert als moederschoot, is nu verdelgd. Zo goed en groot
is Hij die recht wil geven.

Verslagen is de strijd.  Nu stijgt in eeuwigheid
de wierook der gebeden.  Nu wordt verteerd, wat zich verweert,
tot het als lofzang wederkeert:  een offer, dat Hem zwijgend eert
boven begrip en rede.

Een stem, die niemand stuit,  hoor ik ten hemel uit
ten hemel in weerkaatsen:  looft onze God, wie Hem behoort,
en plant zijn lof op aarde voort,  want waar men zingt is 't heilig oord,
waar Hij zijn troon wil plaatsen.

Gemeente gaat staan
Evangelielezing: Lucas 16: 19 – 31 NBV
Een gelijkenis om de Farizeeën en priesters op hun plaats te zetten…
19  Er was eens een rijke man die gewoon was zich te kleden in purperen gewaden en fijn linnen en die dagelijks uitbundig feestvierde.
20  Een bedelaar die Lazarus heette, lag voor de poort van zijn huis, overdekt met zweren.
21  Hij hoopte zijn maag te vullen met wat er overschoot van de tafel van de rijke man; maar er kwamen alleen honden aanlopen, die zijn zweren likten.
22  Op zekere dag stierf de bedelaar, en hij werd door de engelen weggedragen om aan Abrahams hart te rusten. Ook de rijke stierf en werd begraven.
23  Toen hij in het dodenrijk, waar hij hevig gekweld werd, zijn ogen opsloeg, zag hij in de verte Abraham met Lazarus aan zijn zijde.
24  Hij riep: “Vader Abraham, heb medelijden met mij en stuur Lazarus naar me toe. Laat hem het topje van zijn vinger in water dompelen om mijn tong te verkoelen, want ik lijd pijn in deze vlammen.”
25  Maar Abraham zei: “Kind, bedenk wel dat jij je deel van het goede al tijdens je leven hebt ontvangen, terwijl Lazarus niets dan ongeluk heeft gekend; nu vindt hij hier troost, maar lijd jij pijn.
26  Bovendien ligt er een wijde kloof tussen ons en jullie, zodat wie van hier naar jullie wil gaan dat niet kan, en ook niemand van jullie naar ons kan oversteken.”
27  Toen zei de rijke man: “Dan smeek ik u, vader, dat u hem naar het huis van mijn vader stuurt,
28  want ik heb nog vijf broers. Hij kan hen dan waarschuwen, zodat ze niet net als ik in dit oord van martelingen terechtkomen.”
29  Abraham zei: “Ze hebben Mozes en de profeten: laten ze naar hen luisteren!”
30  De rijke man zei: “Nee, vader Abraham, maar als iemand van de doden naar hen toe komt, zullen ze tot inkeer komen.”
31  Maar Abraham zei: “Als ze niet naar Mozes en de profeten luisteren, zullen ze zich ook niet laten overtuigen als er iemand uit de dood opstaat.”’
Zalig die het Woord van God horen en er gehoor aan geven!


Gemeente gaat zitten

Tijd voor een spetterend loflied: gezang 320.

Kinderen van éénzelfde Vader,  komt nu tesaam van zuid en noord.
Van oost en west treden wij nader  tot dit welaangename oord.
Kracht van de jeugd,  breng nu verheugd
de stenen bij elkaar.  God helpt u wonderbaar.

God wil aan ons telkens weer tonen  dat Hij genadig is en trouw.
Dat Hij met ons samen wil wonen,  geeft ons de moed voor dit gebouw.
maar niet met steen  en hout alleen  is 't grote werk gedaan.
't Zal om onszelve gaan.

De Heilge Geest geeft taal en teken.  Christus deelt al zijn gaven uit.
De Vader zelf wil tot ons spreken  en elk verstaat wat het beduidt.
Wees ons nabij  en maak ons vrij  in dit uw heiligdom.
Kom, Here Jezus, kom!

Preek
GENADE ZIJ U EN VREDE VAN GOD ONZE VADER EN VAN JEZUS CHRISTUS, ONZE HEER,
DOOR DE HEILIGE GEEST.


Lieve mensen, mensen waar God van houdt, 
De politici krijgen er wel van langs, vandaag in de lezingen. Zowel de politici in de dagen van Amos, als die in de dagen van Jezus.
Nu maken ze het er ook wel naar.
De stammen Efraïm en Menasse zijn al ten slachtoffer gevallen van de expansiedrift van het Babylonische rijk, en nog meer delen van het Noordrijk, maar in Jeruzalem denken ze dat het hun tijd wel duren zal, en dat zij veilig zijn. Menasse en Efraïm, de zonen van Jozef, u weet het, dat ligt zo ver weg… ze voelen zich er niet meer bij betrokken, en omdat ze geen hulpactie hebben ondernomen, omdat ze een dag vol kwaad hebben willen vermijden, met andere woorden: omdat ze de wapens niet op hebben willen nemen toen hun broeders werden bedreigd, krijgen ze heel veel keer zoveel geweld over zich heen. Hier is niet letterlijk sprake van dag en jaar, maar het is een woordspel. Joom rang, letterlijk een dag van kwaad, is ook gewoon: een slechte tijd. Het woord Joom dat dag betekent, staat ook voor een langere tijd, en betekent dan gewoon een onbepaalde tijd die wel te overzien is. Die hebben ze willen vermijden, en nu krijgen ze een hele lange tijd van geweld over zich heen.

Omdat ze hun plicht naar de broeders van het volk en naar God toe hebben verzaakt.
Ze hangen maar rond in hun paleizen, verbeelden zich heel wat te zijn, en ze irriteren God eindeloos.
Hij heeft er genoeg van, en ze gaan straks als eersten in ballingschap. Het wordt ze hier aangezegd.
Ze kúnnen zich nog bekeren, maar we weten uit de geschiedenis dat de sociale bovenlaag van Juda en omgeving inderdaad als eerste wordt weggevoerd.
Het volk krijgt nog een tweede kans, maar ook zij grijpen die niet aan, zodat uiteindelijk ook de middenklasse in ballingschap wordt gebracht, en er zelfs niet of nauwelijks arme mensen overblijven.
Het wordt griezelig stil in het Beloofde Land, en de Naam van de Aanwezige, de Ene, de God van Abraham, Izaäk en Jacob, wordt zelfs niet meer genoemd in het land der belofte….

Dat komt omdat Gods beloften altijd zijn voorzien van een mits en een maar. We hebben daar wel eerder over gesproken: God houdt onvoorwaardelijk van ieder van ons, maar Zijn beloften zijn extra, daar moeten we iets voor doen.
Nu valt dat op zich wel mee: Houd van God met heel je wezen en je aandacht en van je naaste als van jezelf, dàt is wat van ons gevraagd wordt, maar dat is toch voor veel mensen kennelijk nog te veel van het goede.
En het ís natuurlijk wel zo, dat het betekent dat je niet maar kunt doen waar je zin in hebt, maar dat je rekening moet houden met anderen.
Met God, en met elkaar.

Een van de eerste dingen die onze kinderen moeten leren als ze een jaar oud zijn is: rekening houden met broertjes en zusjes, met de kinderen op de crèche, die altijd met hetzelfde speelgoed willen spelen, rekening houden met je ouders, en rekening houden met andere mensen. Langzaam leert het kind dat het niet het middelpunt van het universum is, maar dat het universum bestaat uit een heleboel kleine puntjes waarvan hij er maar een is.
Mensen die dat niet leren, zijn en blijven, ongeacht hun
leeftijd, kinderen, en gedragen zich kinderachtig.

Zo’n rijke man die iedere dag maar feest viert, is in feite een grote kleuter. Hij is een niemand, heeft in Jezus’ verhaal niet eens een naam. Die heeft hij niet nodig, want hij fungeert niet als mens.
Zelfs na zijn dood denkt hij nog steeds allereerst aan zichzelf, en is de bedelaar, die hij wel bij name kent, voor hem nog steeds een gebruiksvoorwerp.
Laat hij een druppel water brengen, om zijn tong te verkoelen… hij zoekt nog steeds naar oppervlakkig genot, naar hier en nu bevrediging van zijn behoeften.

Nu is het toch wel een aardige man, want als dat niet kan, dan moet Lazarus toch maar even zijn fijne plaatsje aan Abrahams hart opgeven om naar het ouderlijk huis te gaan, en de broers te waarschuwen. Leuk voor de broers, maar zijn visie op Lazarus is niet veranderd. Hij heeft kennelijk niet begrepen dat hij zelf ergens schuldig aan is. Dat hij Lazarus, zijn broeder in de Heer, heeft verwaarloosd, dat hij over hem heeft heengekeken, iedere keer als hij het huis in- of uitging.
Hij ziet het niet, en hij voelt zich er niet schuldig over. En daarom is de kloof niet te overbruggen.

Lazarus heeft de kloof overbrugd tussen diepste ellende, en grote heerlijkheid. Niet zelf, maar na zijn dood kwamen engelen, en namen hem op. Daarmee wordt hij bijna op één rij met Henoch, Elia en Mozes gesteld, alleen gingen die niet eerst dood.
Lazarus heeft geen leven gehad, maar wel een naam.
Die naam betekent: God helpt.

Mijn man en ik grapten van de week, toen we er even over spraken: Nou, als God je in je leven zó helpt….!
Want zo aangenaam was het leven van Lazarus niet.

Maar misschien zijn wij wel te veel aangestoken door het lui-en-lekker-virus waar het oude Israël last van had, en dat mensen doet denken dat het leven vooral aangenaam moet wezen. God houdt van ons, en dus hebben we recht op al het goede, denken we.
Maar in de psalmen wordt er al gesputterd, dat de vrome soms problemen heeft, terwijl de losbol er vrolijk op los leeft.
En ik las donderdag de tekst uit: Johannes 15:  2
‘Elke rank aan Mij die geen vrucht draagt, plukt God af,
en elke rank van Mij die vrucht draagt, snoeit Hij, opdat die méér vrucht draagt.’    
Dat betekent: er is geen leven, waarin niet gesnoeid wordt. Wij moeten en mogen verwachten dat er pijn zal zijn, in ons leven, verlies, gemis... Dat ons leven beperkingen zal hebben, die wij niet gewild hebben.
En zó is God ons genadig. Wonderlijk zijn Zijn wegen. En door die genadige pijn heen, krijgen wij de gelegenheid om te groeien, om toe te groeien naar de mens, die wij in diepste wezen kunnen worden.

Zo voeden wij ook onze kinderen op, als het goed is.
We zeggen: dit mag niet, dat moet wel, in de hoop dat ze leren samenleven, en zo gelukkig kunnen zijn.

En als we verder kijken in het verhaal, dan zien we dat die naam: Lazarus, God helpt, misschien nog niet zo gek gevonden is, want kennelijk heeft God de arme bedelaar geholpen in diens leven, geholpen om het geloof niet te verliezen, zijn bestaan niet te vervloeken, zijn Schepper te blijven eren, ook al waren de omstandigheden hónds moeilijk.

God helpt om in de beproevingen staande te blijven.

Beproevingen die het leven in verschillende vormen meebrengt. Gezondheid, ziekte, armoede, rijkdom, want dat kan ook een beproeving zijn, vrijheid, onmogelijkheden, noem maar op, en nooit kijkt God hoe ver we het hebben geschopt, ook niet op de geestelijke ladder, maar wel hoe we hebben geleefd, en of we een naaste zijn voor de mensen om ons heen.

We lazen die éne zin uit de brief van Jacobus: Gelukkig is de mens die in de beproeving staande blijft. Want wie de proef doorstaat, ontvangt als lauwerkrans het leven, zoals God heeft beloofd aan iedereen die Hem liefheeft.
Misschien heeft het eeuwig leven niet de vorm dat we bij Abraham op schoot zitten, of met zijn allen aan een lange tafel feest vieren en kijken naar de arme drommels die het niet gehaald hebben, het is maar een beeld dat Jezus gebruikt om de mensen van Zijn tijd te schetsen wat voor een heerlijkheid er voor de gelovige is weggelegd in Gods plannen. Maar het zal góéd zijn!
Paulus gebruikt met zijn lauwerkrans een sportiever beeld, maar evenzeer een beeld.
Wie de proef doorstaat wint goud op de Olympische Spelen. Daar staat die lauwerkrans voor.
En dat betekent natuurlijk ook: heel hard werken, oefenen tot je er bij neer valt, en zeker niet bij de pakken neerzitten als het tegenvalt.
Dat is geen lui-en-lekker leven, maar geeft wel een immense voldoening.

Dat is het soort leven dat God óók nu en hier al voor ons heeft bedoeld. Een leven om van te genieten op een manier die voor iedereen goed is, en opbouwt, een manier die bijdraagt aan een samenleving, waarin het leven van de zwakke is gewaarborgd, en waar zorg is voor de arme. Waar de rijke kan delen, en waar de ander zich zo gerespecteerd weet, dat hij met open handen kan ontvangen, zonder zijn en haar gevoel van eigenwaarde te verliezen…

Dat is een samenleving waarvan we er nog niet helemaal in geslaagd zijn die te realiseren, een samenleving waar we naar op weg zijn, een samenleving waarop we oefenen kunnen, allereerst hier in de gemeente, in de kerk.
Het gaat wel eens mis, helaas, maar God weet dat we het proberen. En we mogen iedere zondag komen en schuld belijden, vergeven worden, elkaar bemoedigen,  en met nieuwe moed verder gaan.
Zo blijven we staande in de verschillende beproevingen van ons leven, door Gods genade.
Want God helpt ons, U en mij. Zo kunnen we verder:
in de Naam van de Vader en de Zoon, en de Heilige Geest. Amen.

O
rgelspel

Antwoordlied: 463

Geef dat uw roepstem wordt gehoord,
als eenmaal bij de zee.
Geef dat ook wij uw nodend woord
vertrouwen, volgen ongestoord,
op weg gaan met U mee.

O vrede van Tiberias,
o heuvels in het rond,
waar Jezus in het zachte gras
de mensen liefhad en genas,
en in hun midden stond.

Leg Heer uw stille dauw van rust
op onze duisternis.
Neem van ons hart de vrees, de lust,
en maak ons innerlijk bewust
hoe schoon uw vrede is.

Dat ons geen drift en pijn verblindt,
geen hartstocht ons verwart.
Maak Gij ons rein en welgezind,
en spreek tot ons in vuur en wind,
o stille stem in 't hart.

Dienst van Gebeden en Gaven
Geloofsbelijdenis (laten we er bij gaan staan)
Ik geloof in God, de Vader: de almacht van de Liefde.
Hij is de schepper van hemel en aarde;
van heel deze ruimte met al zijn geheimen;
van heel deze wereld waarop wij leven.

Hij kent ons van eeuwigheid,
nooit vergeet Hij dat wij uit het stof van de aarde gemaakt zijn.

En ik geloof in Jezus Christus,
de eniggeboren Zoon van God,
vóór alle tijd uit de Vader geboren.

Hij heeft, uit liefde voor ons,
willen delen in onze geschiedenis, ons bestaan.
Ik geloof dat God ook op menselijke wijze
God-voor-ons heeft willen zijn.

Ja, Hij heeft als mens onder ons gewoond,
een licht dat scheen in de duisternis.
Maar de duisternis heeft Hem niet begrepen.
Wij hebben Hem aan het kruis geslagen,
en Hij is gestorven en begraven.
Maar Hij vertrouwde op Gods laatste woord, en Hij is verrezen,
zeggend dat Hij ons een plaats zal bereiden
in het huis van Zijn Vader - waar Hij nu woont.

En ik geloof in de Heilige Geest,
die Heer is en het leven geeft.
Wanneer er profeten onder ons zijn
is Hij het die hun vuur geeft en taal.

Ik geloof dat mensen samen op weg zijn,
pelgrims, geroepen uit de verstrooiing
om één heilig volk van God te worden.

Want ik belijd de bevrijding uit zonden
en kracht tot liefde.

En ik geloof in het eeuwig leven,
in de liefde die sterker is dan de dood.

Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.

Ik geloof dat ik hopen mag
op een leven met God en met elkaar - tot in eeuwigheid;
Glorie voor God, en voor mensen vrede.
Amen.
(tekst:  E. Schillebeeckx)

Liefde is blij zijn. (nr 14) tt 198

2. Liefde is lopen, mijn hand in jouw hand.
Liefde is hopen, is gaan langs het strand.
Liefde is amen, is wolken, is wind.
Liefde is samen, is spelen als kind.

3. Liefde is zingen, is wit en is groen.
Liefde is zacht, is een kus in ’t plantsoen.
Liefde is leven, je ademt weer op.
Liefde is geven, is leven met God.
(Hanna Lam, Wim ter Burg. Tussentijds 198)

Alles wat wij hebben, hebben wij van God gekregen,
om  door  te geven, om met velen te delen
     en er zo van te genieten.
Ook nu en hier kunnen we gestalte geven aan dat delen: in de collecte.  
Nu eerst de Collecte voor de kerk.

Inzameling van de gaven

Dankgebed en smeking over de gaven
Lieve God, wilt U alstublieft zegenen wat we hier bij elkaar hebben gebracht,
  zodat het is tot eer van Uw Naam,
en zodat het Uw gemeente wereldwijd ten goede komt.

Laat het een offer zijn, dat onze dankbaarheid en liefde uitdrukt, door Jezus Christus, onze Heer.  Amen

Voorbeden. Wij bidden voor mijnheer Mulder die in het ziekenhuis ligt met een (dubbele) longontsteking, en voor een Marokkaans meisje, Shaharazade genaamd, wier moeder gisteravond met mij in de bus zat toen we uit het ziekenhuis kwamen. Een geweldige vrouw, die moeder, en ik heb beloofd dat we vandaag in de kerk voor haar dochter zouden bidden. Gedenkt U ook haar a.u.b. in uw gebeden... 
Lieve God, wij danken U voor dit land waarin wij redelijk veilig zijn. Wij bidden U voor onze overheid, voor alle politici en kerkleiders, waar ook ter wereld. Dat zij telkens weer mogen luisteren naar wat Uw Heilige Geest ze influistert. Dat U ze blijft sturen en leiden door Haar Gaven. Zo bidden wij:

Lieve God, wij danken U voor de vele goede kanten van onze samenleving, voor scholing en zorg, voor steun en goede raad, voor mensen die meeleven en meedenken.
Wij bidden U voor al die mensen die hun leven in dienst van anderen stellen. Geef hen Uw wijsheid en genade, liefde en aandacht, opdat ze die kunnen gebruiken om de armen en eenvoudigen, de kansarmen en de ongeletterden, zieken en ouderen, vertrouwen en zelfvertrouwen te geven.
Zo bidden wij:

Lieve God, wij danken U voor hen die ons hebben geleerd te leven in het licht van Uw aanschijn.
Voor onze ouders, voor leraren en juffen, voor vrienden en zussen, voor al diegenen die onze naasten wilden zijn, en wij bidden U: help ons alle goede dingen die we leerden en nog mogen leren door te geven aan de kinderen in onze omgeving, aan de kinderen die U ons als gemeente hebt toevertrouwd, en voor allen met wie we mogen samenleven tot Uw eer. Zo bidden wij:

Lieve God, wij danken U dat U van ons houdt.
Dat maakt dat we durven bidden voor onszelf.
Voor het wankele geloof, om ons gebrekkige geduld, om de angst dat we niet staande blijven in de beproevingen waar we tegen op zien: ouderdom, ziekte, eenzaamheid, liefdeloosheid. 
Wij bidden U voor de zieken van deze gemeente, voor mijnheer Mulder in het bijzonder, dat U hem wilt genezen en daarna doen aansterkten, voor zijn familie ook. En wij bidden U voor Shaharazade, dat U de wond in haar leven wilt helen en genezen, en haar voet weer stevige grond wilt geven, zodat ze verder kant. Voor hen allen en voor ons willen wij U vragen om de goede gaven van Uw Heilige Geest, dat die ons sterken en leiden in heel ons leven. Ieder van ons, en ieder die met ons is verbonden. Wij bidden U ook voor het volk van Israël dat Sukkoth viert, en voor de mensen van de Islam, die hun vastentijd beleven. Wil hen allen daarin zegenen opdat hun geloof wordt versterkt, en hun ziel geïnspireerd door Uw Heilige Geest. Zo bidden wij:

Stil gebed
In de stilte van dit huis, in de stilte van dit uur leggen we de dingen voor U neer die onze gedachten beheersen, die ons van U afleiden, en we vragen er Uw zegen over….
Wij loven en danken U met Hem die ons leerde bidden:

Onze Vader in de hemel, laat Uw Naam geheiligd worden,
Laat Uw koninkrijk komen en Uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel.
Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben.
Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij hebben vergeven wie ons iets schuldig was.
En breng ons niet in beproeving,
maar red ons uit de greep van het kwaad.

Gemeente staat op

Slotlied gezang 73

Zo valt een lange weg ons licht,
de Schrift opent een vergezicht
en brengt verdwaalden dicht bij huis,
verloren zonen komen thuis.

De avond daalt, blijf bij ons Heer!
Hij zet zich aan de tafel neer
en breekt het brood en schenkt de wijn,
die gast, het moet de Gastheer zijn!

Wij keren naar Jeruzalem,
ons brandend hart verneemt zijn stem,
Hij deelt met ons het daaglijks brood,
de Heer is onze reisgenoot.

Uitzending en Zegen
Ga dan nu naar uw plaats in deze wereld,
als nieuwe mensen, met een naam, met nieuwe moed
en nieuwe mogelijkheden.

De Heer van dood en leven,
de Moeder vol barmhartigheid,
schenkt ons allen overvloedig genade en liefde,
om Christus’ sterven en opstanding.
In Zijn dood sterft onze dood,
in Zijn Geest mogen wij verder leven,
nu en altijd.
Amen.

acme-web-design.info
acme-web-design.info

 

..........................................................................................................

Zondag 15 na Trinitatis 16-9- 2007 in de Lutherse kerk te Zeist.
Organist
Edwin Fredriks, die het getal van 23 kerkgangers volmaakte. :-) 


Wij zijn hier aanwezig in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.       
Amen
Onze Hulp is in de Naam van de Heer     
die hemel en aarde gemaakt heeft.
 
Wij belijden voor de Almachtige God,
dat wij gezondigd hebben,
gezondigd, in gedachten, woorden en daden.

Het is onze schuld, onze eigen grote schuld.

Daarom vragen wij God, de Almachtige,
de Barmhartige, zich over ons te ontfermen,
ons al onze zonden te vergeven
en ons te bevrijden van alles wat verkeerd is. Amen

De Almachtige God schenke ons Zijn genade Amen!

Zo lief had God deze wereld, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt, en eeuwig leven hebben mag!

Ons introïtuslied is deze vijftiende zondag na Trinitatis lied 91 uit Tussentijds. Het is de melodie van gezang 66!

Wij waren zonder gids in weer en wildernis,
maar Gij hebt ons gewezen met vaste sterke hand
het onbedreigde land; wij hebben niets te vrezen.

O God van Israel, die al de namen telt,
die acht geeft op Uw kudde, ach, geef ons ongestoord
uit beken, woord na woord Uw lafenis te putten.

Eens komt het grote licht, het aardse boek gaat dicht,
dan zullen wij aanschouwen met onbedekt gelaat
al wat geschreven staat; geef ons op U te bouwen.

Laten we de Heer aanroepen om ontferming met de nood van deze wereld,
maar laten wij dan ook Zijn naam prijzen,
omdat er aan Zijn barmhartigheid geen einde komt!


Zondagsgebed
Lieve God,
U bent de grond van ons bestaan, het doel van ons leven, de adem waaruit wij ontstaan.
Schenk zo ons vluchtig leven een fundament, in de Geest van Jezus Christus onze Heer. Amen

Lezing OT Exodus 32: 7 – 14. Naardense bijbel.
Terwijl Mozes bij God op de berg is om de wet te vernemen, heeft het volk een gouden kalf laten maken, want dat Mozes terug komt, daar gelooft bijna niemand meer in…
7  De ENE spreekt tot Mozes:
ga, daal af!–
want die gemeente van jou heeft het verdorven,
die jij hebt doen opklimmen uit het land van Egypte;
8  afgeweken zijn ze, met haast,
van de weg die Ik hen heb geboden,–
gemaakt hebben ze zich
een stierkalf van gietwerk;
ze buigen zich daarvoor, ze offeren daaraan
en zeggen:
dit zijn je goden, Israël,
die je hebben doen opklimmen
uit het land van Egypte!
9  Dan zegt de ENE tot Mozes:
gezien heb Ik deze gemeente
en ziehier, een gemeente hard van nek is het!–
10  welnu, laat Me met rust,
dan kan Mijn toorn tegen hen losbranden en zal Ik hen verteren;
en jou maak Ik tot een groot volk!
11   Dan zoekt Mozes de zachtheid van
het aanschijn van de ENE, zijn God;
hij zegt:
waarom, ENE, zou Uw toorn losbranden tegen Uw gemeente
die Gij hebt uitgeleid uit het land van Egypte
met grote kracht en sterke hand?–
12   waarom zouden zij van Egypte zeggen
zeggend:
met kwade opzet
heeft Hij hen uitgeleid, om hen te vermoorden in de bergen
om een eind aan hen te maken
op het aanschijn van de bloedrode grond!–
keer U af van het branden van uw toorn
en heb berouw over het kwaad van Uw gemeente!–
13  denk toch
aan Abraham, aan Isaak en aan Israël, Uw dienaars,
aan wie Ge hebt gezworen
bij Uzelf
en tot wie Ge hebt gesproken:
talrijk maken zal ik jullie zaad
als de sterren des hemels;
en heel dit land waarvan Ik heb gezegd
‘Ik geef het aan uw zaad’ zullen ze geschonken krijgen voor eeuwig!

14  Dan krijgt Hij berouw, de ENE,
over het kwaad
dat Hij heeft uitgesproken om Zijn gemeente aan te doen.

Ons lied is psalm 116:1, 2 en 3


Toen de benauwdheid dreigend op mij viel
en angsten voor het doodsrijk mij bekropen,
heb ik de naam des HEREN aangeroepen
en weende: HEER mijn God, bewaar mijn ziel!

Hij is goedgunstig in gerechtigheid,
Hij wil zich altijd over ons ontfermen.
Zijn kracht kwam mij, eenvoudige, beschermen.
Rust nu, mijn ziel, de HEER heeft u bevrijd.

Epistellezing: Hebreeën 11: 1 – 6 NBV
Over het geloof… 1  Het geloof legt de grondslag voor alles waarop we hopen, het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien.
Om hun geloof werden de mensen uit vroeger tijden geprezen.
Door geloof komen we tot het inzicht dat de wereld door het woord van God geordend is, dat dus het zichtbare is ontstaan uit het niet–zichtbare.
4   Door zijn geloof had het offer dat Abel aan God bracht meer waarde dan dat van Kaïn. Over Abel wordt dan ook lovend gesproken als over een rechtvaardige–God Zelf liet Zich prijzend uit over zijn gaven–,en door zijn geloof klinkt zijn stem nog steeds, ook al is hij gestorven.
5  Door zijn geloof werd Henoch naar elders overgebracht, om niet te hoeven sterven; hij werd niet meer gevonden, omdat God hem had weggenomen. Hij stond immers al vóór zijn opneming bekend als iemand in wie God vreugde vond.
6  Zonder geloof is het onmogelijk God vreugde te geven; wie Hem wil naderen moet immers geloven dat Hij bestaat, en wie Hem zoekt zal door Hem worden beloond.

De psalmist roept ons toe: Geducht is de Heer, de Allerhoogste, machtige, koning van heel de aarde. (psalm 47:3) HALLELUJA! 

Als voorbereiding op het Evangelie zingen we gezang 327
Geef dat ons hart mag zijn gericht
op U die ons verstand verlicht,
opdat uw naam ons steeds nabij,
uw lof op onze lippen zij,

totdat met alle englen saam
wij zingen: `heilig is Gods naam!',
en zien U in het zalig licht
van aangezicht tot aangezicht.

Het Heilig Evangelie staat geschreven bij: Lucas 15: 1- 10.
De Heer reist rond, en onderwijst. Wie Hem wil volgen moet daar wel over nadenken, en zich realiseren afstand te moeten nemen van relaties, geld en goed. Anders is het niet mogelijk open te staan voor de waarden en waarheden die de Heer ons leren wil. En kun je dat niet, dan heeft het luisteren en volgen geen enkele zin. We horen hoe het verder gaat in Lukas 15: 1 – 10
1. Alle
ambtenaren van de belasting en de zondaars dromden om Hem heen, om naar Hem te luisteren.
2.      Maar de Farizeeërs en schriftgeleerden monkelden:
    ’Díe daar verwèlkomt zondaars, en éét samen met ze!!!!!’        
3. Maar Hij vertelde hèn een gelijkenis en zei:
4. “Welke mèns onder jullie, die 100 schapen heeft, en er één van kwijt raakt, laat de 99 niet achter in de woestijn, en gaat her en der op zoek naar het kwijtgeraakte (schaap) – tot hij het vinden mocht?
5. En àls hij het vindt, dan legt hij het blij op z’n schouders,
6. en als hij dan thuiskomt, roept hij zijn vrienden er bij, en de buren, en zegt tegen ze:
’Wees blij met me, want ik heb m’n schaap gevonden, dat ik kwijtgeraakt was!’
7. Ik zeg jullie, dat er net zo’n vreugde zal zijn in de hemel over één zondaar die zich bekeert....
méér dan over 99 rechtvaardigen die geen bekering nodig hebben....
8. Of... Welke vrouw, die 10 drachmen heeft, steekt er, als ze één drachme mocht verliezen, niet een lamp aan, en veegt er het huis, en zoekt nauwkeurig tot ze die vinden mocht?
9. En bij het vinden roept ze haar vriendinnen en buurvrouwen er bij, en zegt: ‘Wees blij met me, want ik heb de drachme gevonden, die ik kwijt geraakt was!!!’
10. Net zo’n vreugde – zeg Ik jullie – zal God de engelen tonen wanneer er één zondaar zich bekeert!”
Zalig die het Woord van God horen en er gehoor aan geven!


In antwoord op Gods Woord willen wij ons geloof belijden:

Wij geloven in God - Schepper van hemel en aarde.
Heer over alle machten
Die om ons van alle macht heeft afgezien
en in Jezus de prijs heeft betaald voor onze overtredingen.
Die in eenvoud tot ons kwam,
en werd verraden en vermoord - gekruisigd...
maar Hij overwon de dood!

Na drie dagen opgestaan ten leven
verscheen Hij aan vriend en vijand;
weer in Zijn hemels rijk terug zond Hij Zijn Geest
die ieder mens bezielen wil tot leven in de Heer.

Tot  een geméénschap van heiligen,
door een doop, door vergeving van zonden,
tot leven in  der eeuwigheid.  Amen

Preek
GENADE ZIJ U EN VREDE VAN GOD ONZE VADER EN VAN JEZUS CHRISTUS, ONZE HEER,
DOOR DE HEILIGE GEEST.

Lieve Gemeente,

Vandaag willen we uitzoeken hoe dat zit met dat zoeken van en naar God.
Altijd zijn er mensen op zoek naar zichzelf.
Dat denken ze tenminste. Vaak komen ze dan terecht bij de een of andere godsdienstige gemeenschap, (liefst heel ver weg) en dan blijkt dat ze in wezen niet op zoek waren naar zichzelf, maar naar de Ander, naar God.
Want bewust of onbewust hangt ons beeld van onszelf af van ons beeld van God. Die twee hangen zo sterk samen, dat als een maatschappij geen beeld meer heeft van God, er ook geen samenhangend mensbeeld meer is, en dat de verwarring groot is.
We mogen wel stellen dat het volkje, de groep mensen die uit Egypte worden opgeheven, die uit de slavernij worden getild, een heel warrig en wazig Godsbeeld zal hebben gehad. Ze waren afstammelingen van Abraham, Izaäk en Jacob, die zelf wel directe ervaringen hebben gehad met deze God, die hun van alles beloofde. Zij hebben met Hem gesproken en geworsteld, maar ze waren geen theologen die een samenhangend en tot de verbeelding sprekend verhaal konden vertellen.
Zoiets helpt wel bij het doorgeven naar volgende generaties…
Zij konden alleen spreken over wat hen persoonlijk overkomen was, zonder enige duidelijke lijn of aanwijzing voor wat hun nakomelingen voor relatie met deze Heer zouden hebben. Ze zouden Zijn volk zijn, maar op wat voor manier?
Geen idee! Ze moesten afwachten…
Ze geloofden alleen maar wat deze God had gezegd. Op Zijn Woord. Ze gaven de beloften door: land en een groot volk. Maar wat ze er voor moesten doen? Hoe moesten ze deze God dienen? Na een paar generaties in Egypte zullen ze er niet zoveel weet meer van gehad hebben, zeker omdat we nergens horen dat de Ene nog tegen iemand sprak. Velen zullen zijn gaan geloven wat ze verteld werd door de omgeving: de goden van Egypte als brengers van leven en alle goed.

Die goden hadden een naam, een tempel, een zichtbaar en tastbaar uiterlijk… Daar kan een mens iets mee.
Toch waren er die de herinnering aan de oude God van hun voorvaders met zich meedroegen.
Die de verhalen van vroeger doorvertelden.
De verhalen uit de tijd dat ze nog vrij waren…
Ondergrondse verhalen. Tegendraadse verhalen.
Verhalen die ook Mozes, een afstammeling van Jacob die als een godenzoon werd opgevoed aan het Egyptische hof, via zijn biologische moeder en zijn zuster, zijn vader wellicht, heeft gehoord. En die hij niet afwees.
Hij voelt zich verbonden met dit volk, dat het zo moeilijk heeft. Hij zoekt het op. Wil bemiddelen bij een conflict, maar slaat iemand dood en vlucht naar de woestijn van Midian. Nu ja, u kent de rest van het verhaal. Het troepje slaven is bevrijd, en heeft in de Sinaï met de Ene, de Aanwezige, een verbond gesloten. Maar als Mozes dan de berg is opgegaan om samen met de Heilige de puntjes op de i’s te zetten van die wetten en regels waartoe het volk zich verplicht heeft, en een hele maand wegblijft, en dan nog niet komt, en maar uitblijft, dan komt het volk tot de conclusie dat ze niets hebben aan deze god, want ze zitten in de woestijn zonder leider. Alleen Aäron, die is aangewezen als hogepriester, is er nog. Maar het is wel duidelijk dat hij geen idee heeft van een tocht door de woestijn. Hoe dat moet
Ze hebben zich vergist. Ze hebben een god nodig waar ze iets aan hebben. Een gouden kalf wordt het, waarin al hun goud en zilver gaat zitten.
Ze hebben het er voor over.
En eigenlijk hopen ze – denk ik – dat dit beeld hen terug zal brengen naar Egypte, waar het leven wel zwaar was, maar ook zeker. In elk geval zekerder dan in deze enge woestijn
In feite geven ze nu al de brui aan het pas gesloten verbond.

En God, die van de hoogte dat gedoe aanziet, die met eigen hand (of eigenlijk: eigen vinger) de wet grift in de harde steen, geeft er ook de brui aan. Als het zo moet, hoeft het van Hem niet.
Hij kan uit Mozes, die Hem wel dient, ook een volk maken. Dan duurt het maar wat langer.
Dat maakt niet uit.
Maar Mozes gaat er niet op in.
Hij komt met argumenten. Hij praat de Heer om.
Je moet er toch niet aan denken wat die Egyptenaren zouden zeggen, als ze hoorden dat het volk alsnog is omgekomen in de woestijn…
En God, die hield van Abraham, Izaäk en Jacob, die ook op Mozes zeer gesteld is, (daar kun je mee práten!), láát Zich ompraten.
Hij néémt de verantwoordelijkheid voor dit volk in wording weer op Zich, en zoekt hun heil in plaats van hun vernietiging.
Omdat Mozes het lef had Hem aan te spreken op Zijn beloften.
En niet bezweek voor de verleiding zelf een belangrijke rol te spelen.  Juist daarom kon hij zo belangrijk worden… door alleen maar te dienen.
Niet dat hij een zachte zoete jongen was, want toen hij de berg afdaalde met de stenen borden waarop de leefregels gegrift waren, en zag dat het volk, in plaats van vroom en gespannen te wachten op zijn terugkeer, losbollig aan het feestvieren was, toen gooide hij de kostbare stenen met de wet in een vlaag van woede aan de voet van de berg kapot, en hij liet het kalf vermalen tot fijn poeder, mengde het met water, en gaf het aan het volk te drinken, dat er natuurlijk behoorlijk ziek van werd. Een jongen vol temperament, die Mozes!
Maar daar ging het niet om in deze lezing.
In feite gaat het om de verwachtingen die God en het volk van elkaar hebben. Wat ze bij elkaar zoeken.
En ook al is er bij het sluiten van het verbond wel uitgesproken en afgesproken wat beide partijen van elkaar mochten verwachten, de détails, het dagelijks leven, daar zaten onduidelijkheden. Het is net als met een huwelijk, of samenwonen: je bespreekt van alles: hoe je de kinderen evt. gaat opvoeden, en wat je politieke standpunt is, maar het probleem komt als de één aan het eind van de tube de tandpasta uitknijpt en de ander in het midden... Het gaat vaak om kleine dingen die je goed uit moet spreken. 
God had een gids beloofd, en het volk verwachtte een godenbeeld dat vooruit ging en de weg wees.
De Heer kwam met een vuurzuil en een wolkkolom, maar wie garandeert dat zo’n wolk niet oplost, en dat het vuur niet opbrandt?
God hoopte op een volk dat van Hem zou houden. Dat was wat Hij zocht. Maar ze konden niet eens erg van zichzelf houden, vanuit hun slavenbestaan. Ze hadden geen duidelijk Godsbeeld, en geen duidelijk zelfbeeld. En ik betwijfel of ze er naar op zoek waren. Hun eerste zorg was te overleven

Zij moeten nog leren geloven dat overheden, en dus ook God, een zachte kant kunnen hebben…
Mozes, die aan het hof geleefd heeft, wéét dat dat kan. En hij zoekt dan ook naar die zachte kant van God… Hij gelooft er in.
Met succes.
Het volk moet echter nog leren geloven.  Dat is heel belangrijk...

Paulus schrijft het zo mooi in de brief aan de Hebreeën: Het geloof legt de grondslag voor alles waarop we hopen, het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien.
Dat gaat heel diep. Het geloof legt de grondslag voor alles waarop we hopen, waar we op hopen voor ons zelf en voor onze kinderen, voor de wereld waarin we leven. Dat zijn de dingen waar we om bidden. Het geloof legt een bodem waarop we kunnen staan als we vragen, als we bidden, als we hopen. En het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien, maar wat er wel is.
Ik ben een heiden, zei laatst iemand, God bestaat niet. Ze was er heilig van overtuigd, omdat ze dat zo had geleerd, en omdat ze Hem nooit was tegengekomen, of niet had herkend toen ze Hem tegenkwam. Maar ja, dat is een bewijs uit het ongerijmde, want wat niet is dat kan nog komen.
Dat zie je aan ook het groepje ongeregeld dat de Heer uit Egypte opdiepte.
Zij wisten nauwelijks iets van de God van hun voorvaderen, en velen geloofden er ook niet in, ze hadden dan ook geen fundament waarop ze konden staan in hun hoop en verlangen.
Dat fundament is uiteindelijk de ervaring die mensen hebben en doorgeven. En die ervaring is toch belangrijker dan het theologische verhaal, als het er op aan komt. Ik sta hier ook niet alleen maar met: het staat in de bijbel, dus het zal wel waar wezen, en het verhaal zit zus en zo in elkaar, en dit zijn de achtergronden… Ik sta hier ook niet alleen met: mijn moeder en mijn vader geloofden het, en het waren eerbiedwaardige mensen, dus ik neem aan dat het waar is. Ik sta hier in wezen omdat ik geroepen ben, omdat ik die stem heb gehoord, omdat ik de ervaring heb dat de Aanwezige een actieve rol speelt in mijn leven, en dat Hij, Zij, een levende werkelijkheid is, die mijn leven verrijkt.
Ik kan U verzekeren dat God bestaat, me helpt, op de vingers tikt, de preek schrijft, en af en toe vertelt dat ik die of die eens op moet bellen…
Die ervaring geeft stevigheid, als je bidt, hoopt en gelooft dat God helpt in moeilijke situaties.
Dat gebeurt overigens niet altijd op de manier die je vraagt of wenselijk acht. Achteraf zie je de wijsheid er vaak wel van in. Dat hebben Henoch en Abel, Mozes en Jezus, ieder op hun eigen manier en wijze ook meegemaakt…
Door hun geloof konden ze vasthouden aan God, ook als de omstandigheden ze ongelijk gaven.
En daar kunnen wij ons aan vasthouden.

In de lezing uit Exodus zien we hoe God iets zoekt bij het volk dat Hij heeft uitgezocht
Liefde, die zich uit in het zoeken naar wat de Geliefde graag wil. Gehoorzaamheid is een te klein woord daarvoor.
In het Evangelie zien we dat God op zoek gaat naar wie Hem niet meer zoekt.
Naar aanleiding van het verhaal van de weggelopen zoon zei een aalmoezenier laatst in een preek: als wij één pas van God weglopen, komt Hij ons er tien achterna.
Hij hing dat op aan het verhaal, maar het was ongetwijfeld zijn eigen ervaring die hem dat deed zeggen.
Want God gáát naar ons op zoek, als we de verkeerde kant oplopen, als we wegdwalen uit Zijn zorg, uit de geborgenheid die Hij ons bieden kan.

Soms zijn we eigenwijs, en willen we alle dingen onderzoeken en zelf bepalen wat het goede is, soms dwalen we alleen maar weg uit nieuwsgierigheid. Op de zondagsschool zongen we over een lammetje dat ging dwalen omdat de zon zo mooi scheen en de bloemetjes verderop zo mooi bloeiden… en het dwaalde al verder heen. En dan wordt het donker en koud, en dan ben je opeens  heel alleen!
Je loopt vaak niet bewust weg, je let alleen maar niet op. We moeten ons in het leven, Jezus zegt dat regelmatig met nadruk, steeds bewust zijn van waar we mee bezig zijn, en wat we doen in relatie tot God. Als dat wat we doen, wat ons bezig houdt, maakt dat we God niet meer zien, dan moeten alle alarmbellen afgaan.
Dan moeten we ons ogenblikkelijk omdraaien, alles laten vallen, en meteen op zoek gaan naar Hem die onze gids in het leven is…
Dan zullen we ontdekken dat God ons al tegemoet komt. En dan is er feest Dan is er feest in de hemel, net zogoed als op de aarde. Er is feest omdat iemand die níet naar God zocht is teruggekomen.

Voor God bestaan er in feite geen heidenen.
We zijn allemaal kinderen van één Vader, schapen van één Kudde, hoe dwars of eigenwijs we ook willen wezen.
Wat me dit keer zo opviel in deze lezing van het verloren schaap en van de verloren drachme, (10% van je alimentatie, dat is niet niets!) is dat die blijdschap niet een persoonlijk gebeuren is, maar dat het heel de gemeenschap aangaat.
De herder viert met zijn buren en vrienden dat het schaap terug is, en de vrouw met haar buren en vriendinnen! Niet alleen wie je emotioneel na staan, maar ook de mensen waartussen je leeft. Zo viert God met alle engelen in de hemel feest als wij ons omdraaien, als wij stoppen met wat ons afleidt van God en van de weg die Hij ons wijst, en weer op zoek gaan naar Hem, die ons bestaan leven geeft en er het begin en doel van is.
Zullen we er maar eens over na denken hoe we een feestje in de hemel kunnen starten?
En zullen we ook maar weer eens zo met onze vrienden en buren begaan zijn, dat we ook zulke wezenlijke dingen met ze willen delen als: ik was God weer helemaal kwijt, maar nu ben ik gevonden, nu heb ik Hem teruggevonden, laten we feestvieren?
Dan legt ons geloof de grondslag voor alles waarop we hopen, en het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien, maar wat ons beloofd is: leven in eeuwigheid aan Gods hart, een plek om God te ontmoeten, een eeuwig even, een moment aan ons gegeven, een Paasdag die ons wenkt
Het zal er allemaal zijn.
En in Jezus, in de Heilige Geest die ons leidt op de weg naar God, ís het er al. Hier en nu.
Te veel om te begrijpen?
Laten we het maar gewoon vieren, in dankbare verwondering.
Samen. Met een helder beeld van God die om ons geeft en naar ons zoekt. Ook al blijft Zijn Wezen een mysterie voor ons. Met een helder beeld van onszelf en de naaste, als mensen die de moeite waard zijn om naar op zoek te gaan. Stuk voor stuk. Zo zij het.
Amen.

Muziek
Alles wat wij hebben, hebben wij van God gekregen,
om door te geven, om met velen te delen
     en er zo van te genieten.
Ook nu en hier kunnen we gestalte geven aan dat delen:   in de collecte.
Na het gebed over de gaven zingen wij uit de bundel Tussentijds lied 188.
Nu eerst de Collecte!

Gebed over de gaven Heer God, wat wij hebben verdiend, wat wij hebben gekregen, is uit Uw genade.
Daarom kunt U er over beschikken, zoals U kunt beschikken over onze tijd, liefde en aandacht.
Wijs ons daarin de weg. Om Jezus’ wil…
Amen.

We zingen lied 188 uit Tussentijds.
Een bijzondere tekst van Willem Barnard om te proeven en te overdenken. En nee, dat eeuwig even is geen drukfout, zo staat het er echt.
 


Zij raken niet vergeten die over zijn gegaan
tot U, want in Uw heden bewaart Gij hun bestaan.
Hun namen zijn verzekerd in Uw gedachtenis,
Gij zult ze blijven spreken tot die Dag aan zal breken
waarop het wachten is.

Vergeet niet hoe wij heten, wij heten naar Uw Naam.
Uit duizenden gebeden stelt zich Uw eenvoud saam.
Want zo zijt Gij gebroken, gelijk het ene licht,
van naam tot naam gesproken, van dag tot dag ontloken,
zo zien wij Uw gezicht.

Laten we danken en bidden:
Lieve God, wij danken U dat U ons telkens tegemoet komt, als wij U zoeken, wij danken U dat U ons al zocht voor we wisten dat we U niet meer zagen, niet meer hoorden…
U hebt ons geschapen naar een beeld dat U al van ons had, opdat we daar op mogen lijken, in al onze mogelijkheden, in al onze moeilijke tijden. Schenk ons dat telkens weer die Gids, de Heilige Geest, ons mag wenken en wijzen op de weg die we mogen gaan naar U en de ander.
Open ons de ogen en de oren voor deze lieve Helpster, voor Uw machtige Liefde, zodat we die weerspiegelen in al ons doen en laten.

Lieve God, wij bidden U voor deze wereld, die maar zo’n vaag beeld heeft van U, en die niet meer weet wat mensen zijn. Geen engel en geen dier, maar allemaal verschillend en allemaal kostbaar in Uw ogen. Help ons allen dat uit te dragen en die gedachte ook in ons leven gestalte te geven, dat we niet door een losse opmerking iemand neerhalen, door onachtzaamheid iemand uit de groep stoten, niet door liefdeloosheid een verwrongen beeld van U aan de wereld tonen.

Lieve God, we danken U dat we hier mogen zijn, en we bidden U voor allen die gevangen zijn, tussen vier muren, in een cel, een ziekenkamer, in armoede, in angst of onzekerheid… We bidden voor onze zieken, voor Jolien Nimmrdor, die zich niet goed voelde vanmorgen, en voor mevrouw Janssen, die opziet tegen een operatie... 
Wij bidden U voor hen die zorg verlenen, van wat voor aard ook. Sterk hen en spreek hen telkens weer moed in. Geef hen kracht en energie.
Zegen ons als gemeente, als mensen daarin, om zo een zegen voor onze buren en onze vrienden en vriendinnen te zijn. Dat we ons verlies en onze vreugde om U met hen delen.
Dit alles bidden we U om Hem die ons leerde bidden:

Onze Vader, die in de hemel zijt,
Uw Naam worde geheiligd
Uw Rijk kome
Uw Wil geschiede, op aarde zoals in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden,
zoals wij aan anderen hun schuld vergeven;
en leid ons niet in verzoeking
maar verlos ons van het kwade!

Ons slotlied is gezang 481: 1 – 3

Maak ons volbrengers van dat woord,
getuigen van uw vrede,
dan gaat wie aarzelt met ons voort,
wie afdwaalt met ons mede.
Laat ons getrouw de weg begaan
tot allen die ons verre staan
en laat ons zonder vrezen
de minste willen wezen.

Leer ons het goddelijk beleid
der liefde te beamen,
opdat wij niet door onze strijd
uw goede trouw beschamen.
Leg ons de woorden in de mond
die weer herstellen uw verbond.
Spreek zelf door onze daden
van vrede en genade.

Zegen:
De Heer schenkt ons
de behoedzaamheid van Zijn handen,
de goedheid van Zijn ogen,
de glimlach van Zijn mond,
 
de vastheid van Zijn stappen,
de vrede van Zijn woorden,
de warmte van Zijn hart,
het vuur van Zijn Geest,
de vreugdevolle geheimenis
van Zijn aanwezigheid.

Zo zegent ons en alle mensen
de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.    
Amen!

lied 481:4 



En toen werd er koffie gedronken (maar ik werd snel naar huisgebracht, naar mijn zieke man)...

...........................................................................................................

Zondag 14 na Trinitatis 9-9-2007 te Heusden Lutherse Kerk.
Organist: Joop de Zwart. Er was 'minjan op zijn Luthers' en er werd gezongen dat het klonk als een klok!

Voorbereiding
            
(Paaskaars brandt al bij aanvang van de dienst)
Orgelspel

Introïtus: Binnenkomst dienstdoend ouderling, diaken en predikant

Mededelingen en welkom door de ouderling. Hij eindigt met: Na ‘t aansteken der altaarkaarsen zingen wij psalm 89: 1, 2 en 3

Ouderling steekt de beide kaarsen op tafel aan en geeft de voorganger een hand.

Gemeente gaat staan
Introïtuspsalm: 89: 1, 2 en 3


Mijn uitverkoren knecht, zo spreekt des HEREN mond,
is David die Mij dient, hem gaf Ik mijn verbond,
aan hem en aan zijn huis heb Ik mijn eed gezworen,
voorgoed zal uw geslacht de heerschappij behoren.
Uw kinderen zal Ik de eeuwen door geleiden,
Ik schraag uw troon en rijk tot aan het eind der tijden.

Uw macht bezingen, HEER, de engelen in koor.
Het loflied van uw trouw weerklinkt de hemel door.
Geen enkel schepsel, HEER, hoe hoog in 't licht gezeten,
hoe bovenaards in glans, kan met uw macht zich meten.
Ja Gij zijt zo geducht, dat al de hemelingen
in eerbied en ontzag uw grote troon omringen.

Wij zijn samengekomen in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest
Amen
Moment van Stilte
Bemoediging:
Onze Hulp is in de naam van de Heer
Die Hemel en aarde gemaakt heeft.
De Heer zal bij u zijn.
De Heer zal u bewaren.
Gemeente gaat zitten
Verootmoediging:
Wij vragen u Heer, vergeef ons al wat wij misdeden.
En laat ons weer in vrede leven.
Amen
Zo lief had God deze wereld, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt, en eeuwig leven hebben mag!

Ontferming en Genadeverkondiging Kyriëgebed
Vanwege alle pijn,
bij mensen groot en klein,
Heer, wil bij ons zijn

Vanwege groot verdriet,
Gij zijt toch die het ziet,
Heer, vergeet ons niet.

Vanwege zoveel nood,
in het klein en in het groot,
Heer, verjaag de dood.

Laat ons de Heer om ontferming aanroepen, want Zijn barmhartigheid kent geen grenzen.       


Dienst van het Woord
Laten we bidden…. Lieve God, die sprak en het was er,
wij bidden U: open ons het oor,
opdat wij horen en begrijpen wat U ons zeggen wilt,
door Uw Heilige Geest, en om Jezus Christus onze Heer.
Amen.

Lezing uit het Oude Testament: Deuteronomium 30:15-20. NBV
Aan het eind van zijn leven, zo lezen we bij Deuteronomium, haalt Mozes in kort bestek de jaren op van de omzwerving door de woestijn. Hij zal sterven, maar het volk moet nu kiezen hoe het verder gaat. In feite is het boek Deuteronomium zoals we het nú kennen geschreven of bewerkt tegen het eind van de ballingschap, om het volk een hart onder de riem te steken, en te motiveren om trouw te blijven en niet af te vallen en om te turnen naar de goden van Babylon. Daarom wordt het een tijdloos geschrift, dat ook ons aan gaat. Laten we horen wat Mozes ons te zeggen heeft:
15 Besef goed, vandaag stel ik u voor de keuze tussen voorspoed en tegenspoed, tussen leven en dood.
16  Wanneer u zich houdt aan de geboden van de HEER, uw God, zoals ik ze u vandaag heb gegeven, door Hem lief te hebben, door de weg te volgen die Hij wijst, en Zijn geboden, wetten en regels in acht te nemen, dan zult u in leven blijven en in aantal toenemen, en dan zal de HEER, uw God, u zegenen in het land dat u in bezit zult nemen.
17  Maar als u Hem de rug toekeert en weigert te luisteren, als u zich ertoe laat verleiden neer te knielen voor andere goden en die te vereren,
18  dan zeg ik u op voorhand dat u te gronde zult gaan. Uw verblijf aan de overkant van de Jordaan, in het land dat u in bezit zult nemen, zal dan van korte duur zijn.
19  Ik roep vandaag hemel en aarde als getuigen op: u staat voor de keuze tussen leven en dood, tussen zegen en vloek. Kies voor het leven, voor uw eigen toekomst en die van uw nakomelingen,
20  door de HEER, uw God, lief te hebben, Hem te gehoorzamen en Hem toegedaan te blijven. Dan zult u lang blijven wonen in het land dat Hij uw voorouders Abraham, Izaäk en Jacob onder ede heeft beloofd.’

In psalm 50 lezen we: Wie een dankoffer brengt, geeft Mij alle eer, wie zo zijn weg gaat zal zien dat God redt. (ps 50:23) Halleluja!

Epistellezing: Romeinen 8: 31 – 39
Paulus houdt een ingewikkeld betoog over de verhouding tussen het leven in de Geest en het leven naar je eigen primitieve verlangens. Maar God wil ons leven. Die zekerheid biedt ons geloof…
We lezen verder:

31 Wat zullen wij dan zeggen bij dit alles?
Als God vóór ons is, wie is tegen ons?
32  Die Zijn eigen Zoon niet heeft gespaard,
maar Hem ter wille van ons allen
heeft prijsgegeven,
hoe zal Hij niet ook mét Hem
ons alle dingen schenken?
33  Wie zal iets inbrengen tegen
uitgelezenen van God?
God die rechtvaardigt?
34  Wie is het die veroordeelt?
Christus Jezus, die gestorven is,
wat meer is: opgewekt,–
die is ter rechterhand van God,
die ook voor ons pleit?
35  Wie zal ons scheiden
van de liefde van Christus?–
verdrukking of nood of vervolging
of honger of naaktheid
of gevaar of een zwaard?
36  Het is zoals geschreven staat:
‘wegens u worden wij heel de dag gedood,
wij worden beschouwd
als schapen voor de slacht’,

37  maar in dit alles
zijn wij meer dan overwinnaars
door Hem die ons Zijn liefde heeft betoond.
38  Ja, ik ben er zeker van dat
noch dood noch leven
noch engelen noch overheden
noch bestaande toestanden noch toekomstige noch machten 39  noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel bij machte zal zijn ons te scheiden
van de liefde van God
die is in Christus Jezus, onze Heer.

Van die liefde mogen we zeker zijn, ook in allerlei gevaren en onzekerheden… We zingen

Gezang: 480 helemaal. 


 
Uw wijsheid en uw welbehagen
bepalen 's mensen levensdagen
en wijzen hem zijn woonplaats aan.
Hij is ten prooi aan duizend vrezen,
toch mag hij vrij en veilig wezen
en heersen over het bestaan.

Hij overmant de wilde dieren,
vaart uit op zeeën en rivieren,
doorzoekt der aarde donkre schoot.
Ja, hij snelt voort op hoge winden
om de allerlaatste grens te vinden.
Zo vindt hij onverhoeds de dood.

Door een geheimenis omsloten,
door alle dingen uitgestoten,
gaat hij op alle dingen in.
Alleen uw woord geeft aan zijn falen,
zijn rustloos zoeken en verdwalen
een onuitsprekelijke zin.

O God, wij bouwen als ontheemden,
wij wonen en wij blijven vreemden,
bestemd voor hoger burgerrecht.
Wil ons, o Koning der getijden,
een woning in de stad bereiden
waar Gij het fundament van legt.

Gemeente gaat staan Evangelielezing: Lucas 14:25-33 (Naardense bijbel)
Hieraan vooraf gaat de oproep van de Heer om niet goed te doen aan mensen die jou op hun beurt weer kunnen verwennen, maar wel aan mensen die niets te bieden hebben… 25 Héle scharen zijn met Hem (Jezus) meegetrokken;
Hij keert zich om en zegt tot hen:
26  als iemand tot Mij komt
en niet zijn vader, moeder,
vrouw, kinderen, broers, zussen,
ja, zelfs ook zijn eigen lijf–en–leven haat,
kan hij geen leerling van Mij wezen!–
27  al wie niet zijn kruis draagt
als hij Mij achterna komt,
kan geen leerling van Mij wezen;
28  want wie van u die
een toren wil bouwen
zal niet eerst gaan zitten
en de kosten berekenen,–
of hij genoeg heeft om hem te voltooien?–
29  hij wil voorkomen dat,
als hij wel het fundament legt
maar niet in staat is het te voleindigen,
allen die het aanschouwen
zullen beginnen hem te bespotten
30  en zeggen: deze mens begon te bouwen
en was niet in staat het te voleindigen!–

31  of welke koning gaat op reis
om in een oorlog met een andere koning slag te leveren,
zonder eerst te gaan zitten en zich te beraden
of hij bij machte is
met tien duizendtallen hem tegemoet te treden
die met twintig duizendtallen op hem afkomt?–
32  zo niet, dan zal hij
als hij nog ver weg is een afvaardiging uitzenden
en vragen naar wat tot vrede leidt;
33  welnu, zo geldt voor een ieder van u:
wie niet afscheid neemt van al wat hij bezit
kan onmogelijk Mijn leerling wezen!–
Allen: (gezongen):
 

Gemeente gaat zitten

Wij zingen: gezang 266 helemaal. 


 
Zij slapen en ontwaken  als in een ogenblik.
God zal hen wakker maken,  Hij waakt voor hun geluk.
Zo worden zij veranderd  tot heerlijkheid en eer.
Zij geven zich uit handen  en leven in den Heer.

Preek

GENADE ZIJ U EN VREDE VAN GOD ONZE VADER EN VAN JEZUS CHRISTUS, ONZE HEER,
DOOR DE HEILIGE GEEST.

Lieve Gemeente, mensen van Gods verlangen…

God lief hebben als doel van je leven… daar komt het in de bijbel telkens op neer, en van daaruit leven.
Dat vraagt heel wat keuzes, en investeringen.
Het vraagt ook heel wat loslaten en wegdoen.
Zowel in gedrag als in vrienden, relaties, het vraagt om radicale keuzes. God vraagt om radicale keuzes.
In alle aspecten van ons leven…
Mozes zegt het recht voor zijn raap, maar dat moet dan ook wel, op dat moment…
Want de toegang tot het Heilige Land is het volk zo’n veertig jaar geleden, twee generaties geleden, op bijna dezelfde plek ontzegd, omdat ze tégen God die hen uit Egyptes slavernij had weggevoerd, in opstand kwamen.
Ze waren het land van de belofte niet waard.

Gods liefde is zonder voorwaarden. God houdt van u en mij en van ieder mens. Van de andere dieren houdt Hij vast net zoveel, maar dat terzijde.
Maar Gods beloften zijn altijd voorzien van een mits.
Voor Gods liefde hoeven we niets te doen, maar voor Gods beloften wordt van ons wel degelijk een en ander gevraagd. Die beloften staan in het kader van een verbond. Van beloften over en weer…
Beloften van trouw en van liefde, van gehoorzaamheid en het beantwoorden van die liefde. Dat laatste wordt zichtbaar in de gehoorzaamheid.
Wat dat betreft heeft ook God liever onze daden dan onze woorden…

Overigens liegen die beloften van God er ook niet om: Abraham, Izaäk en Jacob krijgen de belofte van een groot volk als nageslacht. Tegen alle waarschijnlijkheid in. Abraham en Izaäk zien daar niets van.
Jacob mag iets zien, eerst in zijn twaalf zonen, en dan later, in Egypte, in de kern van een groeiend volkje.
De slavernij heeft hij niet meer mee gemaakt.
Maar er was ook de belofte aan land. Het land bij de zee, het land dat wij nu Israël noemen, en dat nog veel groter is geweest in bijbelse tijden.
Die belofte was nog niet vervuld.
Ja, Abraham had tegen een woekerprijs een heel klein stukje grond kunnen kopen, om zijn geliefde vrouw te kunnen begraven. Een grot, een spelonk.
Dat was alles.
Toen kwam de hongersnood, en Egypte…
Eerst hadden ze een goed bestaan, dankzij Jozef, maar door invallen uit het Noorden kwamen er andere heersers in Egypte, die wel interesse hadden in de vruchtbare Nijldelta die aan de nakomelingen van Abraham, Izaäk en Jacob was toegewezen, en zo verloren ze hun uitverkoren positie, werden ze slaven, en moesten ze huizen en forten bouwen. Het leven werd zwaar.
En de God van hun vaderen haalde ze er uit.
Grote vreugde. Een verbondssluiting, op de Sinaï, waar de vonken afvlogen.
Maar de liefde van het volk begon al snel te tanen, toen het eten opraakte, toen de waterbronnen niet altijd drinkbaar water opleverden, en toen het hemelbrood begon te vervelen.
Die opstandigheden werden afgestraft doordat de beloften werden doorgeschoven naar de kleinkinderen, en doordat ze zelf het beloofde land niet ingaan. Ze hadden zich niet gehouden aan het verbond, ze hadden niet op God vertrouwd…
Dat land is belangrijk.
In het stuk dat we lazen wordt het driemaal genoemd.
Een keer wordt het woord erets genoemd, dat het land aanduidt als idee, als lijnen op een kaart. Erets Jizraeel, het land Israël is nog altijd een begrip. Daar willen we heen, misschien volgend jaar nog, zeggen de Joden van alle tijden.
En dan volgt er twee keer het woord adamah.
Dat is de vruchtbare rode grond waaruit God de Adam maakte, de mens.
Die twee zijn levenslang verbonden. Doel en oorsprong.
De mens is er om de aarde waaruit hij genomen is te bewerken tot Gods eer, en tot eer van de schepping.
Dat zit allemaal in dat woord adamah, en de mens, Adam, die daaraan is ontnomen, en er weer opgezet.
Nu ja, u begrijpt dat het in wezen draait om dat land, om die grond, in onze lezing.
Want daar moeten ze heen. Daar zullen ze een goed bestaan kunnen opbouwen, voor zichzelf en voor hun kinderen en kleinkinderen.
Maar dan moet je wel de goede keuze maken.
De keuze voor een toekomst, voor leven, is een keuze voor God, en daarmee een keuze voor een afzien van het altijd maar doen wat er in je opkomt.
De mens krijgt een behoorlijke speelruimte waarbinnen hij, zij, kan functioneren. Waarbinnen het leven goed is.
Maar daar horen wel regels bij.

Dat is slikken voor het zootje ongeregeld dat Mozes nu naar de grens van het Beloofde Land heeft geleid.
Slikken, én een tweede kans.

En zo hebben we allemaal steeds weer de mogelijkheid en de noodzaak om voor God en tegen onszelf te kiezen als we leven willen, als we een toekomst willen voor onszelf en onze kinderen…

Jezus heeft ons namens God heel andere beloften gedaan: niet een stuk land hier op aarde als thuis en als zekerheid, maar een leven in eeuwigheid, voorbij dit leven, uit genade.
Maar ook dat vraagt van ons dat we God als nummer één in onze agenda zetten.
Hij gebruikt in het Grieks het woordje
misei, dat in het klassieke Grieks inderdaad haten betekent, niet erg gesteld zijn op, maar dat in Jezus’ dagen allang was verbleekt tot iets als minder belangrijk achten dan iets of iemand anders. De tekst komt ons wat hard over, met dat woord haten.
En toch kan het ook ons overkomen, en dat we naar onze eigen levens kijken, en naar onze relaties, en het dan háten dat ze zo klein en onvolkomen zijn, zo tekort schieten…
Zeker als we het zien naast de stralende schoonheid van God, naast de overweldigende liefde die Hij telkens weer opbrengt, ook voor ons…
Zeker is dat ook Jezus het maken van de keuze voor God heel ernstig neemt.
Hij doet dat in Zijn eigen leven, en Hij laat ons in deze lezing ook zien hoe weloverwogen een mens die keuze maken moet. Het is een grote onderneming.
Net zo groot als het bouwen van een toren, of het voeren van een oorlog.
En je bent dom als je je dat niet van tevoren realiseert.
Kijk, je hebt allemaal je momenten van religieuze opwinding, geloofsenthousiasme, waarbij je zegt: ja Heer, mijn leven leg ik in Uw hand. U wil ik dienen. Ik ook.
En dan meen je het oprecht. Minstens vijf minuten. Of de hele dienst.
Maar als God daarna op de deur klopt en vraagt: waar blijf je nu? dan wordt het wel eens moeilijker.
Want God dienen, God liefhebben boven alle andere relaties die we hebben, dat is iets dat plaatsvindt op alle momenten van het gewone leven.
Dat is telkens weer keuzes maken, die ingaan tegen wat andere mensen van ons verwachten.
En dat valt niet mee.
Het viel Jezus niet mee, Hij wíst waarover Hij sprak, maar Hij hield vol, tot op en over het kruis.
Het viel ook de gemeente in Rome niet mee, mensen als wij, in een wereld die nu niet bepaald stond te wachten op hun manier van leven, hun boodschap. Ze werden vervolgd om hun geloof.
En Paulus spreekt ze moed in.
Hij spreekt ook ons moed in.
God houdt zoveel van ons, dat Hij zelfs Zijn Zoon heeft gegeven om ons te redden. Nu, als Hij ons het kostbaarste dat Hij kan geven, Zijn Zoon, Zijn eigen toekomst, voor ons over heeft, dan hoeven we niet te twijfelen of Hij ons ook zal steunen en helpen in de dagelijkse dingen. We kunnen méér dan overwinnaars zijn in al die dingen door Hem die van ons houdt.
Het is niet onze liefde voor God die ons redt, maar Gods liefde voor ons, die ons de kracht en de moed wil geven om van het leven te genieten met het oog op God en de andere mensen.
En zo is het natuurlijk ook niet de bedoeling dat wij mensen haten die God niet dienen op onze manier. We zien dat in de fanatieke variant van de Islam, maar we hebben er geen bed violen voor nodig om te weten dat we er zelf ook iets van kunnen!
Jezus laat ons zien hoe we God kunnen dienen in de dienst aan de naaste. Als we van God houden, zie je dat in onze liefde voor heel de wereld om ons heen.
Dan kiezen we voor God.
Dan kiest God voor ons.
Geen aanklager van staatswege, en ook niet de gemeenste aanklager: de duivel, kunnen ons die liefde afnemen.
Geen machten, geen krachten, dood noch leven.
Alleen onze eigen keuze kan ons afhouden van Gods goedheid en liefde, kan ons afhouden van Gods beloften: Liefde, hier en nu en tot in eeuwigheid.
Dan is de juiste keuze snel gemaakt!
Amen.

O
rgelspel Antwoordlied: gezang 209: 1,2,6

De loze woorden zijn verstomd,
de wereld die op adem komt
zingt met de vogels in de lucht
dat nu de nacht is weggevlucht, halleluja!

Wij willen zingen dat Hij leeft,
Hij leeft die God gehoorzaamd heeft,
zijn graf staat ledig in de tijd,
het is een mond vol zaligheid, halleluja!

Dienst van Gebeden en Gaven
Geloofsbelijdenis
(laten we er bij gaan staan)

Ik geloof in God,
        die wilde dat de wereld goed was,
        die mensen en dieren maakte,
        planten en bomen,
        vogels en vissen,        
en er van hield.

Ik geloof in God,
        die als een vader zorgen wil,
        die als een moeder ons omringt.

Ik geloof in Jezus -
        in wie Gods Liefde mens werd,
                 om ons lot te delen
                 ons leven, onze dood,
        die dwars door alles heen
        vast hield aan Zijn Vader -
en angst en dood overwon -
stervend aan het kruis.

Hij ging door de hel,
maar stond óp tot nieuw leven:
        de derde dag.

Ik geloof in de Geest
die Jezus ons zond,
        om ons dichter dan ooit
        bij God te doen zijn.
        Zij bidt en zingt en dankt in ons;
        geeft ons nieuw leven,
in eeuwigheid.

Daarom durven wij geloven
in goedheid, gerechtigheid, trouw....
... in Liefde en toekomst
zelfs voorbij de dood....
... in een kerk, waar mensen zijn
        als één lichaam, dat bestuurd wordt
                 door Jezus, ons Hoofd....
... in een doop, die mensen nieuw maakt...
... in vergeving, in genade en hoop -
voor gewone mensen zoals wij.

Amen.

Alles wat wij hebben , hebben wij van God gekregen,
om  door  te geven, om met velen te delen
     en er zo van te genieten.
Ook nu en hier kunnen we gestalte geven aan dat delen: in de collecte. Nu eerst de Collecte voor:

Inzameling van de gaven Dankgebed en smeking over de gaven Lieve God, U geeft U Zelf aan ons. Wij bieden U ons eigen leven aan. Neem het, zoals U ons geld aanneemt. Dat het dienstig mag zijn voor U. In de geest van Jezus - die ons voorging. Amen.

Voorbeden
Lieve God, wij danken U voor Uw grote liefde.
Liefde die ons het leven redt. Die ons geloof draagt, hoe klein het ook is. Wij danken U voor Uw goede Geest, die ons telkens weer wil leiden op de weg naar U, op de weg naar elkaar. Wij danken U dat we hier in alle vrijheid bij elkaar mogen komen, om U te eren, en om elkaar te bemoedigen bij het maken van onze keuzes.
Wil ons in alles telkens leiden en helpen, zodat we steeds dichter bij U kunnen leven.
Zo bidden wij:

Lieve God, wij danken U voor ons leven hier.
Wij bidden voor zoveel mensen die niet in de gelegenheid zijn om te leven, te werken, te kerken zoals wij.
Voor zieken en gezonden, voor overheden en voor machthebbers, dat U ze allemaal wilt leiden door koorden van liefde.
Zo bidden wij:

Lieve Heer, wij danken U voor de zomer, de tijd van ontspanning en vacantie voor velen. Wij bidden U voor hen die hier niet zijn omdat ze nog van een vacantie mogen genieten..
Wilt U geven dat we daardoor krachtig verder kunnen, in dienst van Uw koninkrijk op die plaats die U ons hebt gegeven.
Wij bidden U ook dat de tweeling die wordt verwacht gezond en wel geboren mag worden… Zo bidden wij:


Stil gebed

Onze Vader in de hemel, laat Uw Naam geheiligd worden,
Laat Uw koninkrijk komen en Uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel.
Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben.
Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij hebben vergeven wie ons iets schuldig was.
En breng ons niet in beproeving,
maar red ons uit de greep van het kwaad.

Gemeente staat op Slotlied gezang 400:12
 


Uitzending en Zegen Laten we dan gaan en tot zegen zijn voor de wereld om ons heen, in gehoorzaamheid aan Gods woord, gesterkt door Gods zegen voor ieder van ons.
…………………
Hij
die tot ons kwam als een kwetsbaar Kind in de Kribbe moge koning zijn in onze harten omdat Hij meer dan overwinnaar werd.
Gods welbehagen in mensen moge ook aan ons zijn af te lezen.
Het licht van de Hemel moge ons leven doorstralen.
Daartoe zegenen ons de Vader, de Zoon en de Heilige Geest! Amen.

 

...................................................................................................................

PROTESTANTSE GEMEENTE VREDEKERK TE SOESTERBERG

Zondag 12 na Trinitatis 26 augustus 2007. Organist: de heer J. Lijftogt

Voorbereiding Orgelspel
Stilte voor persoonlijk gebed ingeluid door kerkklok.
Tegelijkertijd wordt in de consistoriekamer het consistoriegebed uitgesproken door de ou­derling van dienst.

Binnenkomst kerkenraad en voorganger
Gemeente gaat staan.

Drempelgebed Uitgesproken door de ouderling van dienst, vóór het liturgisch centrum. Aanvangslied: psalm 33: 1 en 2 Zonder nadere aankondiging. De voorganger neemt plaats achter liturgietafel. Tijdens dit lied steekt een kind de paaskaars aan. Psalm 33: 1 en 2

Zingt al wie leeft van Gods genade, want waarheid is al wat Hij zegt. Op trouw gegrondvest zijn Zijn daden, op liefde rust Zijn heilig recht. Die zich openbaarde  overal op aarde, alles spreekt van Hem. Heemlen hoog verheven,  vol van blinkend leven, schiep Hij door Zijn stem. Votum en groet: Voorganger:       Onze hulp is in Naam van de Heer Gemeente         :          die hemel en aarde gemaakt heeft. Voorganger:       De Heer zal met u zijn. Gemeente         :          De Heer zal u bewaren.
Klein Gloria

Gemeente gaat zitten. Kyriëgebed Grote God, wij aanbidden Uw Naam, wij zegenen Uw aanwezigheid hier, en wij vragen Uw zegen, over allen die, waar ook ter wereld, bijeenkomen om Uw goedheid te loven. Daarom bidden wij zingend:

Goede God, wij vertrouwen op Uw Woord, daarom zijn wij hierheen gekomen. Wij bidden U voor allen die daar toe niet in staat zijn. Daarom bidden wij zingend:

Lieve God, Uw genade is groter dan ons tekortschieten. Daarop vertrouwen wij, als wij vragen om vergeving, als wij U vragen om al wat ons aan zorgen en vragen, aan verdriet en onrust aankleeft, van ons weg te nemen, opdat wij U in alle vrijheid als Uw kinderen kunnen aanbidden.
Daarom bidden wij zingend:
 

Lieve God, wij loven om Uw ontferming, Uw genade en Uw liefde, die groter zijn dan ons tekortschieten. Groot Glorialied: gezang 488 B (pittig tempo!)

Zolang de mensen woorden spreken, zolang wij voor elkaar bestaan, zolang zult Gij ons niet ontbreken, wij danken U in Jezus' naam.
Gij voedt de vogels in de bomen, Gij kleedt de bloemen op het veld, o Heer, Gij zijt mijn onderkomen en al mijn dagen zijn geteld.

Gij zijt ons licht, ons eeuwig leven, Gij redt de wereld van de dood. Gij hebt uw Zoon aan ons gegeven, zijn lichaam is het levend brood.
Daarom moet alles U aanbidden, uw liefde heeft het voortgebracht, Vader, Gijzelf zijt in ons midden, o Heer, wij zijn van uw geslacht. DIENST VAN HET WOORD Gebed bij de opening van de Heilige Schrift. Heer, open ons oor als van een leerling, Opdat wij U straks kunnen loven en belijden met hart en verstand. Door Jezus Christus onze Heer. Amen.
Lezingen: Jeremia 23: 23-29 NBV met aanpassing in 23 Het is nog voor de ballingschap, en de oorlog dreigt. De Heer waarschuwt dat profeten die zeggen dat alles goed zal komen, dat er vrede zal zijn, niet Zijn woorden spreken. Ze dromen, maar die dromen komen niet van de Heer… Niemand luistert echt naar Hem. Hij zal desondanks Zijn eigen plannen uitvoeren. Maar Hij hoopt tóch dat er mensen in de gemeente zullen opstaan en de anderen aan Gods woorden herinneren… We lezen hoe Hij verder gaat: 23  Ben ik alleen een God van ver,
ben ik niet ook een God van dichtbij?
–spreekt de HEER.
24  Als iemand zich verbergt, zou Ik hem dan niet zien? –spreekt de HEER. 
Ben ik niet overal, in de hemel en op aarde? –spreekt de HEER.
25  Ik heb gehoord wat voor leugens die profeten in Mijn Naam verkondigen. Ze roepen: Een droom!
Ik heb een droom gehad!”
26  Hoe lang nog zullen die leugenachtige profeten, die zichzelf een rad voor ogen draaien, doorgaan? 27  Hoe lang nog zijn ze eropuit om met de dromen die ze elkaar vertellen Mijn volk Mijn Naam te laten vergeten, zoals hun voorouders Mijn Naam door Baäl zijn vergeten? 28  Een profeet die droomt, vertelt niet meer dan een droom, maar wie Mijn woorden kent, geeft Mijn woorden betrouwbaar weer. Wat heeft stro met graan gemeen? –spreekt de HEER. (Wij zouden zeggen: zie je het verschil niet tussen kaf en koren?) 29  Is Mijn woord niet als een vuur, als een hamer die een rots verbrijzelt? –spreekt de HEER.
Psalm 136: 1, 2, 3, 4, 13

Looft Hem die de hemel schiep,
Zijn verstand is grondloos diep.

Hij bereidde zee en land.
Eeuwig houdt Zijn liefde stand.

Zon en maan en sterren gaan
koninklijk hun vaste baan.
God regeert bij dag en nacht,
Zijn genade blijft van kracht.

Aan den God des hemels zij
eer en dank en heerschappij,
want Zijn goedertierenheid
zal bestaan in eeuwigheid.

Evangelielezing: Lucas 12: 49 – 56
In het eerdere stuk van dit hoofdstuk gaat het over waakzaam zijn, op je hoede, alert. Gaat het over actief leven, met het oog op God. We lezen in Lucas 12:49 en verder hoe Jezus tegen de discipelen zegt: (NBV) 49 Ik ben gekomen om op aarde een vuur te ontsteken, en wat zou Ik graag willen dat het al brandde! 50  Ik moet een doop ondergaan, en Ik word hevig gekweld zolang die niet volbracht is. 51  Denken jullie dat Ik gekomen ben om vrede te brengen op aarde? Geenszins, zeg Ik jullie, Ik kom verdeeldheid brengen. 52  Vanaf heden zullen vijf in één huis verdeeld zijn: drie tegen twee en twee tegen drie. 53  De vader zal tegenover zijn zoon staan en de zoon tegenover zijn vader, de moeder tegenover haar dochter en de dochter tegenover haar moeder, de schoonmoeder tegenover haar schoondochter en de schoondochter tegenover haar schoonmoeder.’ 54   Tegen de menigte zei Hij: ‘Wanneer jullie een wolk zien opkomen in het Westen, zeggen jullie meteen dat er regen op komst is, en dat is ook zo. 55  En wanneer jullie merken dat de wind uit het Zuiden komt, zeggen jullie dat er hitte op komst is, en dat is ook zo. 56  Huichelaars! De aanblik van de aarde en de hemel kunnen jullie duiden, hoe kan het dan dat jullie deze tijd niet kunnen duiden?

Preek

GENADE ZIJ U EN VREDE VAN GOD ONZE VADER EN VAN JEZUS CHRISTUS, ONZE HEER, DOOR DE HEILIGE GEEST.
Lieve Gemeente,
Misschien hebt u wel eens gekeken naar de kerkdiensten van uit de Cristal Cathedral, met ds. Robert Schuller, bekend als Hour of Power? Ik moest daar spontaan aan denken, toen ik de profetie van Jeremia las. De hele beweging van Hour of Power rust, behalve op de sympathieke figuur van ds. Schuller, vooral op de boodschap dat God van iedereen houdt, en dat we, als we maar de goede keuzes maken, allemaal gelukkig, gezond en rijk kunnen zijn. In alle bescheidenheid natuurlijk, en in dienst van het koninkrijk…
Het klinkt allemaal erg mooi, en heel Amerikaans, en bijna bijbels, het klopt allemaal, maar het geeft me toch een beetje een àl te glad gevoel. Alsof God helemaal niet zegt dat Zijn Woord vuur is, en aankomt als een hamer op een rots. O ja, in al onze nuchterheid willen wij ook graag dromen, en komen we vaak naar de kerk om gerustgesteld te worden, om er weer tegen te kunnen, in deze onrustige, verwarrende samenleving, waarin het dikwijls zo moeilijk om goed en kwaad te onderscheiden, en waarin de glijdende schaal van wat nét nog kan, of volgens ons zou moeten kunnen, maakt dat we langzaam wegzakken in een moeras waar we op eigen kracht niet meer uitkomen. Wie wel eens echt diep in de ellende heeft gezeten, wéét dat we geen krachtfiguren zijn, (dàt denken we als alles in orde is om ons heen), en dat die power toch vooral van buitenaf moet komen, van God. Pas als het vuur geraasd heeft in ons leven, en het kaf is verbrand, of in de vertaling van de NBV: het stro, dan blijft er voedzaam graan over, en als het koren geroosterd wordt, is het alleen nog maar voedzamer en beter te verteren
Wij mensen, ook wij theologen en voorgangers, zeggen soms vriendelijke dingen, we spreken woorden van zegen en troost, waar we harde woorden zouden moeten spreken, om elkaar wakker te schudden. Om elkaar te herinneren aan God die heiligheid van ons vraagt, en geen aanpassing aan deze wereld. Geen inburgering in het koninkrijk van Gods tegenstander.
Nou ja, overdrijf je nu niet een beetje? hoor ik sommigen van u denken…
Dat kreeg Jeremia ook te horen. Die kreeg een hoop ellende over zich heen, omdat hij zich niet aanpaste, en niet zei wat de koning en het hof, en ook het volk, welgevallig was. Hij zei de woorden van God, zoals ze tot hem kwamen. En hij zal heel wat keren hebben moeten slikken, voordat hij zijn mond open deed, dat geef ik u op een briefje! En toch! Hij koos er voor God te dienen, en niet zichzelf, en niet de koning of het hof of het volk Hij ging de zware weg die Jezus ook ging. De weg van de gehoorzaamheid. Gehoorzaamheid aan het woord, aan de wil van God. En die weg is lang niet altijd makkelijk, of prettig.
Ook Jezus Zelf spreekt er over dat Hij het moeilijk heeft, hevig gekweld wordt zelfs, zolang Hij Zijn levensweg niet heeft volbracht. Hij is gekomen om vuur te brengen, maar voordat het branden kan, moet Hij een doop ondergaan. En doop is ondergaan in de dood, en dan weer opstaan in het licht van God. Voor ons is dat symboliek, omdat Jezus die weg al voor ons is gegaan… Op het kruis. En het woord symboliek betekent niet: doen alsof, zoals vaak wordt gedacht, maar het betekent letterlijk dat twee werkelijkheden samenvallen. In feite bedoel ik dus dat de kruisiging van Jezus ook in ons bestaan plaats moet vinden. Het is niet iets buiten ons, maar het is ten diepste met ons bestaan verweven. God is niet ver weg, Jezus is niet ver weg. Zijn dood en verrijzenis zijn onopgeefbaar met ons leven verbonden, zoals we hier zitten. Daarom vieren we zondag aan zondag Zijn opstanding.
Maar vergis u niet: ook ons kan het overkomen dat de weg van de gehoorzaamheid kan voeren naar de dood. Denk maar aan de mensen van de Zuid-Koreaanse zendingsgemeente, die in de handen van de Taliban gevallen zijn, en in de gevangenis voor hun ontvoerders bidden. Dat klinkt heldhaftig, maar het is met zijn allen in een stinkend hok, zonder voldoende water en voedsel, zonder sanitair en wat al niet. En soms uit de cel gehaald worden, en wachten tot de klap valt. Of niet. Blijf dan maar eens bidden voor de mensen die je martelen. Blijf dan maar eens vertrouwen. En toch
En néé! Ik kan niet zeggen: het valt wel mee.
Gods woord vandaag lijkt in niets op de geruststellende woorden van de dromende profeten in Jeremia’s tijd. Het lijkt in niets op de glamour van de gezonde, weldoorvoede en gelukkige mensen in de Cristal Cathedral. Jezus zegt: Ik ben geen vrede komen brengen, maar verdeeldheid. Ja, dat is schrikken. Wij hebben ons net met z’n allen in één PKN gemanoeuvreerd, omdat we ons schaamden voor onze onderlinge verdeeldheid, terwijl Jezus zegt, dat Hij die komt brengen Maar wat voor verdeeldheid is dat dan?
Als het er op aankomt, wordt er in de bijbel altijd al onderscheid gemaakt. Onderscheid tussen mensen die wel en die niet luisteren naar Gods wil, en daar al dan niet hun leven op afstemmen. De schapen en de bokken worden gescheiden. Worden verdeeld. Zelfs binnen het gezin, zegt Jezus, de meerderheid tegen de minderheid, en de minderheid tegen de meerderheid. Goed is tegen kwaad en kwaad is tegen goed. Er valt niet te sjoemelen.
Alle sociale verhoudingen worden verstoord, als we ons moeten blootgeven en op de kern van ons bestaan worden bevraagd over de kwestie hóé serieus we Gods woord nemen. Want daar gaat het om!
Er wordt heel wat verdoezeld en geaccepteerd in onze samenleving, opdat de verhoudingen maar niet verstoord worden. Opdat er vrede mag zijn in het gezin, in de familie. Dan zeg je maar niet wat je op het hart ligt. Dan zeg je maar niet dat je het erg vindt, dat de kleinkinderen niet gedoopt zijn, dat de ouders ver van God zijn weg gedwaald, mede omdat ze partners hebben gezocht die hen niet steunen en stimuleren op de weg naar God. Omdat ze het soms zelf al niet meer belangrijk vinden. Zelf die weg al kwijt waren, en het verlangen die te vinden… Ach, vul het zelf maar inieder gezin, iedere familie heeft wel dingen waar niet over gesproken wordt.
We vinden het vaak gênant om te zeggen: ik doe dit wèl en dat juist niet, omdat ik denk dat God dat zo wil. Als we het dan in elk geval maar doen, of laten. Als we ons maar niet laten meeslepen met de waan van de dag, met de mode van de tijd, met de regels die anderen ons opleggen, en waarin we ons als Christen niet thuis kunnen en mogen voelen.
Daarom moeten we waakzaam zijn en alert, zegt Jezus.
Hij had makkelijk praten, is mijn eerste opwelling. Maar dat had Hij nu juist niet. Hij moet een vuur aansteken. Daarvoor is Hij gekomen. Het vuur van de Heilige Geest. De Geest die pas na Zijn smartelijke dood en na Zijn verrijzenis kan komen. Het is díe Geest die ons telkens weer scherp wil laten zien wat goed is en wat verkeerd is. Zodat we het kaf van het koren kunnen scheiden. De Geest kan een pijnlijk vuur zijn, dat in ons leven dingen wegbrandt, als wij dat vragen, die levensgevaarlijk voor ons geloof zijn. En zo komt er verdeeldheid. Dat kan niet anders. Je houdt van God, of je geeft niet om Hem.
Als je wél om Hem geeft, blijkt dat uit je daden. Pijnlijk maar waar. Dan moeten we een heleboel kaf en stro, waar je niets aan hebt, wegdoen uit ons leven.
Dat geldt voor U, dat geldt voor mij. Net zo goed.
Als de Geest aan het werk gaat in ons leven, dan moet er veel rommel verdwijnen, voordat er weer helderheid komt, ook voor onszelf. Vaak weten we het allemaal zo precies niet meer. Soms is dat ook wel lekker makkelijk. Maar de bijbel laat zien dat het leven niet makkelijk is. Het komt niet allemaal vanzelf goed.
We moeten kiezen, we moeten zelf aan de slag gaan.
We kunnen wel vragen of God het huis van ons leven schoon wil maken, en dat is nuttig en goed, maar dan moeten we op zijn minst ons best doen om het ook schoon te houden. Mét Gods hulp.  Door de gaven van de Heilige Geest, waar we altijd om mogen vragen. En door het Woord van God, dat we in een klein bijbeltje bij ons kunnen dragen, in onze hand, op ons hart. In ons hoofd, zodat we met heel onze inzet, heel ons vermogen, heel ons verstand Gods woord waar kunnen maken. Jezus heeft het ons voorgedaan.
Houd van God met al wat in je is, met heel je power, houd van jezelf als van een bemind schepsel van God, en houd van de ander als van jezelf. Meer regels zijn er niet. Maar die openen een wereld van mogelijkheden. Een wereld van liefde en respect.
En als we zo met elkaar omgaan, dan zal de strijd tussen goed en kwaad nog steeds pijnlijk zijn, maar dan wordt die in de eerste plaats in onszelf gestreden, en niet tussen mensen. Omdat we bidden voor wie het niet met ons eens is. Omdat we liefde genoeg hebben voor wie niet lief kan hebben. Want God houdt van ieder van ons. En Hij schenkt Zijn Geest vol vuur en wijsheid, vol liefde en energie, aan ieder van ons, aan ieder die daarom vraagt, en blijft vragen. Zodat we elkaar steeds blijven herinneren aan Gods goedheid, aan Zijn oproep dat we heilig moeten leven, gericht op Hem, en in gehoorzaamheid aan Zijn woord. Dat we er voor elkaar zijn, in goede en slechte tijden. In de Naam van de Vader en de Zoon, en de Heilige Geest.

Amen.

Orgelspel

Dienst van de Gaven

Mag ik u vragen, voor zover u daartoe in staat bent, op te staan van uw zitplaats? Ik heb de droeve plicht u mee te delen dat op woensdag 22 augustus jongstleden plotseling op 37 jarige leeftijd is overleden: Christian Hendrik Adriaan van Ginkel.
Christian is de zoon van Gerrit en Marijonne van Ginkel-Kleiberg, tot voor kort woonachtig in Soesterberg, en broer van Robin en Kelly. Hijzelf woonde met zijn levenspartner Michiel van den Born op de Plesmanstraat.
Op maandagavond 27 augustus a.s. is er van 19.00 - 19.30 uur gelegenheid tot condoleren en afscheid nemen hier in de Vredeskerk.
Dinsdagmiddag 28 augustus vindt om 13.00 crematieplechtigheid plaats in Den en Rust in Bilthoven. Ds. Renske Zandstra zal daarbij voorgaan.

Na afloop is er gelegenheid elkaar daar te ontmoeten.   …… Ik zou u willen verzoeken samen, staande en biddend te zingen gezang 273: 1 en 4

Waarheen zal de mens zich keren,  die, staand voor uw aangezicht,
uwe liefde moet ontberen  bij het eindelijk gericht?

Heer, zo Gij niet wordt bewogen  door het breken van zijn stem,
door de droefheid in zijn ogen,  is bij niemand heil voor hem.


In verbondenheid met wie ons zijn voorgegaan belijden we ons geloof, als u dat volhoudt nog steeds staande.
U vindt de tekst op het papier dat u hebt gekregen.
Geloofsbelijdenis.

Wij geloven in God - Schepper van hemel en aarde. Heer over alle machten

Die om ons van alle macht heeft afgezien
en in Jezus de prijs heeft betaald voor onze overtredingen.
Die in eenvoud tot ons kwam,
en werd verraden en vermoord - gekruisigd...

maar Hij overwon de dood!

Na drie dagen opgestaan ten leven
verscheen Hij aan vriend en vijand;

weer in Zijn hemels rijk terug zond Hij Zijn Geest
die ieder mens bezielen wil tot leven in de Heer.

Tot  een geméénschap van heiligen,
door een doop, door vergeving van zonden,
tot leven in  der eeuwigheid.  Amen

Voorbeden (gemeente de schuingedrukte stukken) Lieve God, wij bidden U voor deze wereld.
En wij bidden voor onszelf, als Uw mensen, als Uw gemeente. Wij bidden U ernstig dat U ons Uw Geest wilt schenken, en Haar gaven, opdat het vuur van Uw liefde in ons brandt, en ons doet onderscheiden tussen goed en kwaad, tussen U en de vijand.
Wij bidden U om Christian voor Michiel van den Born en voor de familie Van Ginkel in hun verlies, en voor allen die aan de dood of het leven iemand moesten verliezen die hun dierbaar was.
Ook voor de zieken in deze gemeente willen we bidden:
....
En voor onszelf, op de weg naar U toe, op de weg die Jezus en Jeremia gingen, de weg die vele mensen voor ons gingen, bidden we: Heer, maak ons een bode van Uw vrede:
waar haat heerst:         laat mij liefde brengen,
waar krenking is:         vergeving,

waar tweedracht is: verzoening.
Waar twijfel is:         geloof,
waar wanhoop is:     hoop,

waar droefheid is:          vreugde,
waar duisternis is: Uw licht.

Want als wij geven worden wij rijk,
als wij onszelf vergeten vinden wij de vrede.
Als wij vergeven verkrijgen wij de vergiffenis,
als wij sterven verwerven wij de eeuwige opstanding.                  
Geef vrede, Heer!

                                  - Stilte voor persoonlijk gebed
- 

Gezongen Onze Vader.

Afkondigingen door de ouderling van dienst
Collecte Tijdens de collecte is er orgelspel
Slotzang: Gezang 330            (staande)

En of een mens al diep verloren  en ver van U verzworven is, Gij noemt zijn naam, hij is herboren,  vernieuwd door uw getuigenis. Uw woord, dat spreekt in alle talen,  heeft uit het graf ons opgericht. doet ons in vrijheid ademhalen  en leven voor uw aangezicht.
Gemeente, aan wier aardse handen  dit hemels woord is toevertrouwd, o draag het voort naar alle landen,  vermenigvuldigd duizendvoud. Een stem zegt: roep! Wat zoudt gij roemen op mensengunst of -heerlijkheid? 't Verwaait als gras en weidebloemen. Gods woord bestaat in eeuwigheid! Zegen De Heer van dood en leven, de Moeder vol barmhartigheid, schenkt ons allen overvloedig genade en liefde, om Christus’ sterven en opstanding. In Zijn dood sterft onze dood, in Zijn Geest mogen wij verder leven, nu en altijd. Amen.

Gevolgd door een gezongen Amen door de gemeente.

acme-web-design.info
acme-web-design.info