Liturgie zondag 17 na Trinitatis
2005 te Gorcum in de Lutherse schuilkerk: In Abrahams schoot.

WIJ ZIJN HIER AANWEZIG IN DE NAAM VAN DE VADER EN DE ZOON EN DE HEILIGE GEEST.
Amen

ONZE HULP IS IN DE NAAM VAN DE HEER
die hemel en aarde gemaakt heeft.

HEER, WIJ HEBBEN ALS SCHAPEN GEDWAALD,
EN WIJ ZIJN IEDER ONZE EIGEN WEG GEGAAN..

WIJ KONDEN OF WILDEN DE WEG DIE DE WAARHEID IS,
EN HET LEVEN, NIET VOLGEN.....

TOCH SMEKEN WIJ U: LEID ONS WEER OP HET RECHTE PAD
VERGEEF ONS EN BLIJF ONS BIJ,
OM JEZUS CHRISTUS, ONZE HEER. AMEN


De Almachtige God schenke ons Zijn genade
AMEN


GOD HIELD ZOVEEL VAN  DEZE WERELD, DAT HIJ ZIJN ENIGE ZOON GEGEVEN HEEFT, OPDAT IEDER DIE IN HEM GELOOFT AAN HET VERDERF ONTKOMT, EN EEUWIG LEVEN HEBBEN MAG.

Ons introïtuslied deze zondag 17 na Trinitatis is psalm 116: 1, 2 en 5

O 'k heb geloofd, ik wist het wel dat Gij
nog met mij waart in 't diepst van mijn benauwen,
toen 'k in mijn angst geen mens meer kon vertrouwen
en leugen werd wat men mij troostend zei.

LATEN WE DE HEER AANROEPEN OM ONTFERMING MET DE NOOD VAN DEZE WERELD,
MAAR LATEN WIJ DAN OOK ZIJN NAAM PRIJZEN,
OMDAT ER AAN ZIJN BARMHARTIGHEID GEEN EINDE KOMT.

 

 

 


Zondagsgebed
Goede God, wij danken U, dat er door de tijden heen telkens weer mensen waren, die Uw boodschap van liefde en van omkering doorgaven.
Wil ook van ons mensen maken, die de mond vol hebben van U, en die het niet kunnen laten uit Uw liefde te leven en te loven.
Door Jezus Christus, onze Heer. Amen.

Lezing Oude Testament: Jona 3:10 – 4:11(NBV)
Jona is naar Nineve gestuurd, om de mensen daar te waarschuwen, dat hun manier van leven God ernstig mishaagt. Hij heeft er geen zin in, en loopt eerst weg, maar als hij dan toch gedwongen wordt, doet hij zijn werk maar half. En toch wordt zijn boodschap, Gods boodschap, opgepikt en serieus genomen. Er wordt een vasten afgekondigd, en de mensen zitten in zak en as…
We lezen:
10  Toen God zag dat zij inderdaad anders begonnen te leven, kwam hij terug op wat hij gedreigd had hun aan te doen, en hij deed het niet.
4:1  Dit wekte grote ergernis bij Jona en hij werd kwaad.
2  Hij bad tot de HEER: ‘Ach HEER, heb ik het niet gezegd toen ik nog thuis was? Daarom wilde ik naar Tarsis vluchten. Ik wist het wel: U bent een God die genadig is en liefdevol, geduldig en trouw, en tot vergeving bereid.
3  Laat mij maar sterven, HEER: ik ben liever dood dan dat ik zo verder moet leven.’
4  Maar de HEER zei:
‘Is het terecht dat je zo kwaad bent?’
5  Nadat Jona Nineve had verlaten, was hij aan de oostkant van de stad gaan zitten. Hij had er een hut gemaakt om in de schaduw af te wachten wat er met de stad zou gebeuren.
6  Nu liet God, de HEER, een wonderboom opschieten om Jona schaduw boven zijn hoofd te geven en zijn ergernis te verdrijven. Jona was opgetogen over de plant.
7  Maar de volgende morgen, bij het aanbreken van de dag, liet God de plant door een worm aanvreten, zodat hij verdorde.
8  En toen de zon opkwam, liet God een verzengende wind uit het oosten waaien; de zon brandde zo op Jona’s hoofd dat hij door de hitte werd bevangen. Hij bad om te mogen sterven: ‘Ik ben liever dood dan dat ik zo verder moet leven.’
9  Maar God zei tegen Jona: ‘Is het terecht dat je zo kwaad bent over die plant?’ Jona antwoordde:
‘Ik ben verschrikkelijk kwaad, en terecht!’
10  Toen zei de HEER: ‘Als jij al verdriet hebt om die wonderboom, waar jij geen enkele moeite voor hebt hoeven doen en die jij niet hebt laten groeien, een plant die in één nacht opkwam en in één nacht verging,
11  zou Ik dan geen verdriet hebben om Nineve, die grote stad, waar meer dan honderdtwintigduizend mensen wonen die het verschil tussen links en rechts niet eens kennen, en dan nog al die dieren?’

Dit is het eind van het verhaal over Gods dienaar tegen wil en dank: Jona. Wij zingen over het dienen en volgen van God: gezang 442 helemaal. Zo past het bij ons…

Valt de weg ons lang,         zijn wij klein en bang,
sterk ons, Heer, om zonder klagen
achter U ons kruis te dragen.
Waar Gij voor ons tradt, is het rechte pad.

Krimpt ons angstig hart   onder eigen smart,
moet het met de ander lijden,
Jezus, geef ons kracht tot beide.
Wees Gij zelf het licht  dat ons troost en richt.

In de woestenij,         Heer, blijf ons nabij
met uw troost en met uw zegen
tot aan 't eind van onze wegen.
Leid ons op uw tijd         in uw heerlijkheid.

Epistel: Filippenzen 1: 21 – 27

Paulus schrijft de gemeente in Filippi dat hij eigenlijk het liefst zou sterven en bij Christus zijn, maar dat hij voor hén hoopt dat hij nog maar wat zal leven, zodat hij nuttig voor ze kan wezen.
Hij schrijft verder:

21  Want voor mij is leven Christus en sterven winst.
22  Als ik blijf leven, kan ik vruchtbaar werk doen, maar toch weet ik niet wat ik moet kiezen.
23  Ik word naar twee kanten getrokken: enerzijds verlang ik ernaar te sterven en bij Christus te zijn, want dat is het allerbeste;
24  anderzijds is het omwille van u beter dat ik blijf leven.
25  Omdat ik hiervan overtuigd ben, weet ik dat ik inderdaad voor u behouden zal blijven, zodat uw geloof groter en vreugdevoller wordt.
26  Wanneer ik bij u terugkeer, hebt u des te meer reden om u op Christus Jezus te laten voorstaan.
27  Leef in overeenstemming met het evangelie van Christus, zodat ik kan horen, of straks zelf kan zien, dat u één van geest bent en samen voor het geloof in het evangelie strijdt.

De psalmist roept ons op: Jullie, die de Heer respecteren, vertrouw op de Heer! Hun hulp is Hij, en hun schild. HALLELUJA

We zingen gezang 245, dat is misschien niet zo bekend, dus als Nico (of Henny) het even voorspeelt…


Geest van de Vader en de Zoon,
vuur van hun heiligheid,
verzeng ons niet, maar brand ons schoon
van ongerechtigheid.

Adem van leven in het woord,
wek hen die niet verstaan:
de stomme spreekt, de dove hoort,
Gij doet het lied ontstaan.

Het Heilig Evangelie staat geschreven bij: Mattheüs 20: 1 – 16
Dit stuk staat in het verlengde van de kindertjes die bij Jezus worden gebracht, om door Hem gezegend te worden, en van de rijke jongeman, waar iedereen tegenop keek, maar die niet vrij genoeg was van zijn bezit om de hemel in te komen… dan zeggen de leerlingen: wij hebben alles voor U opgegeven… en Jezus zegt: De eersten zullen de laatsten zijn, en omgekeerd.
Met andere woorden: de minst belangrijken hier zijn bij God het meest belangrijk, en omgekeerd.
Hij illustreert dat dan met de volgende gelijkenis:
1  Het is met het koninkrijk van de hemel als met een landheer die er bij het ochtendgloren op uittrok om dagloners voor zijn wijngaard te zoeken.
2  Nadat hij met de arbeiders een dagloon van een denarie overeengekomen was, stuurde hij hen naar zijn wijngaard.
3  Drie uur later trok hij er opnieuw op uit, en toen hij anderen werkloos op het marktplein zag staan,
4  zei hij ook tegen hen: “Gaan jullie ook maar naar de wijngaard, de betaling zal rechtvaardig zijn.”
5  En ze gingen erheen. Rond het middaguur ging hij er nogmaals op uit, en drie uur later weer, en handelde als tevoren.
6  Toen hij tegen het elfde uur van de dag nog eens op weg ging, trof hij een groepje dat er nog steeds stond. Hij vroeg hun: “Waarom staan jullie hier de hele dag zonder werk?”
7  “Niemand wilde ons in dienst nemen, ”antwoordden ze. Hij zei hun: “Gaan jullie ook maar naar de wijngaard.”
8  Toen de avond gevallen was, zei de heer van de wijngaard tegen zijn rentmeester: “Roep de arbeiders bij je en betaal hun het loon uit. Begin daarbij met de laatsten en eindig met de eersten.”
9  En zij die er vanaf het elfde uur waren, kwamen naar voren en kregen ieder een denarie.
10  En toen zij die als eersten waren gekomen naar voren stapten, dachten ze dat zij wel meer zouden krijgen. Maar ook zij kregen ieder die ene denarie.
11  Toen ze die in handen hadden, gingen ze bij de landheer hun beklag doen:
12  “Die laatsten hebben één uur gewerkt en u behandelt hen zoals u ons behandelt, terwijl wij het onder de brandende zon de hele dag hebben volgehouden.”
13  Hij gaf een van hen ten antwoord: “Beste man,
ik behandel je toch niet onrechtvaardig? Je hebt toch ingestemd met het loon van één denarie?
14  Neem dan aan wat je toekomt en ga. Ik wil aan die laatsten nu eenmaal hetzelfde betalen als aan jou.
15  Of mag ik met mijn geld niet doen wat ik wil?
Zet het kwaad bloed dat ik goed ben?”
16  Zo zullen de laatsten de eersten zijn en de eersten de laatsten.’
ZALIG DIE HET WOORD VAN GOD HOREN
EN ER GEHOOR AAN GEVEN


IN ANTWOORD OP GODS WOORD WILLEN WIJ ONS GELOOF BELIJDEN:
Wij belijden ons geloof samen met de eerste getuigen van Jezus Christus:
Met Johannes de Doper: Zie hier het lam Gods dat de zonden der wereld wegdraagt...
Met Andreas: We hebben de Messias gevonden.
Met Nathanaël:  Meester, U bent de Zoon van God, de koning van Israël...
Met de Samaritanen: Wij weten dat Hij werkelijk de redder der wereld is...
Met Petrus: U bent de Christus, de Zoon van de levende God....
Met Martha: U bent de Christus, de Zoon van God, die in de wereld komt...
Met Thomas: Mijn Heer en Mijn God... Amen.
Preek

GENADE
ZIJ U EN VREDE VAN GOD ONZE VADER EN VAN JEZUS CHRISTUS, ONZE HEER,
DOOR DE HEILIGE GEEST.


Lieve mensen,

Die Jona is een wat vreemde figuur in de bijbel.
We vinden hem onder de profeten, maar hij wilde helemaal geen profeet wezen, hij was er waarschijnlijk niet voor opgeleid, en hij was niet geinteresseerd.
En op een dag komt tóch zomaar het woord van God tot hem, en hij wordt op pad gestuurd naar Ninevé, de hoofdstad van Assyrië, en een schrikbeeld voor de volken van het Midden-Oosten.
Meer dan Moskou dat was voor ons in de Koude Oorlog.
U kent het verhaal: Jona heeft er geen zin in en gaat de andere kant op, maar de Aanwezige, zijn en onze God, vist hem uit het diepe water op, en laat hem door een grote vis op het strand uitspugen, zodat hij wel naar Ninevé móét gaan.
Ninevé is groot, wel drie dagreizen in doorsnee, maar Jona vindt het wel genoeg als hij één dagreis, een kilometer of 10, 15, de stad in trekt, en daar zijn boodschap brengt.
Daarna trekt hij zich snel terug. Maar een en ander komt de koning toch ter ore, en die kondigt een algemene boete- en vastentijd af, en men moet anders gaan leven.
Dit heeft Jona absoluut niet verwacht – of gewild.
Hij is naar de rand van de stad getrokken om zich daar te verkneukelen in de ondergang van de vijand. Maar nee, de Aanwezige, de God van Israel, en van de hele wereld, gooit weer eens roet in het eten.
Hij hàd het kunnen weten: God is goed en genadig, zelfs voor de vijand, dat zul je altijd zien.
Kennelijk is God een Wezen van een geheel andere orde, voor Jona, en niet Iemand wiens wegen navolging verdienen. Integendeel.
Dat Ninevé God ter harte kon gaan… onvoorstelbaar, maar kennelijk het geval, dat betekent voor Jona niet, dat dit voor hem ook een optie zou zijn…
Tja.
Als je dan kijkt naar de houding van de schrijver van de brief aan de gemeente in Filippi, dan staat die wel dwars op Jona's insteek.
Díe kiest tegen zijn eigen diepste verlangen in voor de dienst aan de naaste.
Bij Christus te zijn is natuurlijk het allermooiste dat je kan overkomen, en hij verlangt er naar uit de grond van zijn hart, maar dat moet dan nog maar even wachten. Hij kan nog van dienst zijn.
Dit is een houding die we ook kennen van de boddhisatva’s, de verlosten uit het boeddhisme, die hun verlossing uit het bestaan uitstellen om de lijdende mensheid te helpen.
Alles wat mensen aanprijzen in andere godsdiensten, vind je in het Christendom ook.
;-)

En je hoeft om in deze houding te stappen niet je hele leven een brave borst geweest te zijn, je kunt altijd instappen.
Paulus was eerst bekend als Saulus, een grote vervolger van de Heer en Diens leerlingen.
Maar hij is omgekeerd, hij is bekeerd, zoals de Ninevieten zich bekeerden, en anders gingen leven. Zoals wij dat kunnen.
Het is er nooit te vroeg en nooit te laat voor.

Ik weet niet of er computeraars onder u zijn, die het werk van FLYlady kennen. Klik maar eens op flylady.net.
Daar worden mensen, die problemen hebben met het huishouden, en met het in orde brengen van hun werk in het algemeen, geholpen met adviezen. Heel nuttig.
Maar een van de steeds terugkomende zinnen is: je bent niet te laat, je kunt altijd instappen.
Er is niets mis met je.
En dat geeft een stuk rust en vrijheid.

Dat zelfde doet Jezus in Zijn gelijkenis van de werkers in de wijngaard.
Het gaat niet om sociale rechten, om ongelijke, of àl te gelijke betaling, om meer of minder zijn, maar om het feit dat alle mensen voor God even belangrijk zijn, even speciaal.
Zij, die Hem al lang kennen, en heel hun leven voor Hem gewerkt hebben, hebben al die tijd het voorrecht al gehad Hem in hun leven te kennen en te ontmoeten. Een voorrecht, waaruit vanzelf het diepe verlangen moet voortkomen om nog méér voor Hem te doen.
Dat hebben zij, die pas veel later met Hem in aanraking gekomen zijn, allemaal gemist.
Die rust, die zekerheid, dat aan het eind van de dag de voldoening er zal zijn. Het dagelijks brood naar lichaam en ziel, het vertrouwen, de liefde.

Wie dat kennen, zijn bevoorrecht.
En van ons wordt dan ook niet de houding van Jona verwacht, maar die van Paulus: namelijk dat we dit willen delen met mensen om ons heen.
Dat we iets uitstralen van die rust, van die liefde van God die ons draagt en voortdrijft.
Dat we er over spreken in woorden en daden.

Dat betekent: keuzes maken.
Nu, en iedere dag van ons leven.
We kunnen elke dag instappen, en solliciteren bij de poort van de wijngaard. We hoeven niet eens te wachten tot de Heer langs komt om te kijken waar we blijven.

Wist u trouwens dat in de Middeleeuwen mensen hun doop vaak uitstelden tot vlak voor hun dood?
Natuurlijk kwam de dood wel eens onverwacht, en dan had je dikke pech, maar de gedachte was, dat als je gedoopt was, dan was je van al je zonden verlost en vrijgesproken, en als je dan meteen dood ging, had je geen kans meer die staat van genade aan te tasten door te zondigen, en je zou dan zeker meteen naar de hemel gaan.

Nu, over zulke werkers van het 11de uur had de Heer het zeker niet. Dit waren werkers van het 12de uur, als u mij toestaat.
Je kunt niet leven zonder risico’s, maar dat hoeft ook niet.
Voor alle werkers is het loon het zelfde: Gods eindeloze liefde. Genade en goedheid, barmhartigheid en liefde. Leven in eeuwigheid.

Er staat nergens dat de werkers binnen de wijngaard nooit fouten maken.
Maar ze werken wel.
De een valt het zwaarder dan de ander, maar het is niet zonder moeite. Dat mogen we aannemen.
En dat is niet erg, want wat we zonder moeite verwerven, gaat ons vaak niet zo erg aan het hart. Tenzij het een cadeau is van een dierbaar iemand.

Dit is dus weer een van die dagen, een van die momenten in ons leven, waarop God ons een spiegel voorhoudt. Willen we een Jona zijn?
Dat kost niet veel moeite. In het dagelijks leven zijn we misschien al erg geneigd daar op te lijken.
We zijn er niet dol op, om te getuigen van God in onze werk- en leefomgeving.
Of willen we werken in Gods dienst, en Jezus volgen, zoals Paulus dat deed, en zoals generaties christenen na hem en voor ons?
We mogen het zeggen. We mogen kiezen.
Het is nooit te laat om mee te doen.
Maar we mogen het niet uitstellen.
De tijd kan vandaag nog om zijn.
De Heer kan vanmiddag nog komen… ;-))
Je weet het maar nooit.

Een ding weten we zeker: we staan er niet en nooit alleen voor.
Jezus’ Geest van ontferming is ook vandaag actief. De Heilige Geest begeleidt ons, en geeft ons de woorden in de mond die spreken van genade en ontferming, die vertellen over een God die genadig is en liefdevol, geduldig en trouw, en tot vergeving bereid.
Laten we dan leven in overeenstemming met het Evangelie van Christus, zodat iedereen kan zien, dat we één van Geest zijn, en samen voor het geloof in het Evangelie strijden.
In de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Amen

Muziek

ALLES WAT WIJ HEBBEN , HEBBEN WIJ VAN GOD GEKREGEN,
OM  DOOR  TE GEVEN, OM MET VELEN TE DELEN
     EN ER ZO VAN TE GENIETEN.

OOK NU EN HIER KUNNEN WE GESTALTE GEVEN AAN DAT DELEN:   IN DE COLLECTE
Na het gebed over de gaven zingen wij: gezang 480: 1, 2 en 5

Collecte

Gebed over de gaven
Lieve God, U geeft U zelf aan ons.
Wij bieden U ons eigen leven aan.
Neem het, zoals U ons geld aanneemt.
Dat het dienstig mag zijn voor U.
In de Geest van Jezus - die ons voorging.
Amen.



Gezang 480: 1, 2 en 5

Uw wijsheid en uw welbehagen
bepalen 's mensen levensdagen
en wijzen hem zijn woonplaats aan.
Hij is ten prooi aan duizend vrezen,
toch mag hij vrij en veilig wezen
en heersen over het bestaan.
 
O God, wij bouwen als ontheemden,
wij wonen en wij blijven vreemden,
bestemd voor hoger burgerrecht.
Wil ons, o Koning der getijden,
een woning in de stad bereiden
waar Gij het fundament van legt.

Laten we danken en bidden:
Lieve God, wij danken U, dat U ons telkens weer roept en lokt tot Uw dienst.
Dat we telkens weer mogen komen, mogen mee doen, telkens weer mogen instappen.
Dat U niet moe van ons wordt, maar bezig blijft ons te inspireren, aan te moedigen, lief te hebben.
Wij smeken U: ga daar mee door, open onze oren, onze handen, onze harten voor Uw zaak, voor onze medemensen, en voor heel deze wereld.
Ook voor de mensen, die wij als onze vijanden zien, maar waarvan U zegt: ze kennen het verschil tussen links en rechts, tussen verdediging en aanval niet eens. Tussen goed en kwaad…
Dat we zo het thema van deze Vredeszondag: 'samen verder' kunnen beléven!
Schenk ons Uw liefde, zodat we met Uw ogen naar hen kijken, en bevrijd ons zo van de angst voor de ander.
Lieve God, wij bidden U voor al die mensen, die niet in staat zijn Uw liefde te leren kennen, Uw oordeel te vernemen, Uw genade te beamen, doordat er geen mensen gevonden worden die hen er over vertellen.
Voorzover dat op ons pad komt, wil ons moed geven, wijsheid en inzicht. Dan komen de woorden van Uw Geest vanzelf.
Waar we tekort schieten hierin, vragen we om vergeving, en wij bidden om een dubbel deel van liefde, voor hen die daardoor moeten lijden.
Dat wij ons nooit meer of beter voelen dan een ander, Heer, schenk ons die genade.
En wees op die manier ook bij allen die macht en verantwoordelijkheid hebben in deze wereld.
Voor de overheden van stad en land, kerk en gemeente.
Bij U vergeleken zijn wij allen niet meer dan een vleugje stof, en voor U zijn wij allen bijzondere mensen, waar U veel van houdt.
Laten we daar aan mogen denken, als onze naaste ons irriteert, als wij met onszelf niet kunnen leven, als de wereld ons te veel wordt.
Voor alle zieken willen wij U bidden. Voor

En wij smeken U: geef ons allen de kracht en de moed, de inspiratie en de hoop om verder te gaan op de weg van Hem die ons leerde bidden:

Onze Vader in de hemel,
laat Uw Naam geheiligd worden,
laat Uw Koninkrijk toch komen
en Uw Wil worden gedaan
op aarde zó als in de hemel.
Geef ons steeds weer het brood
dat wij dagelijks behoeven.
Vergeef ons onze schuld,
zoals ook wij vergeven
wie ons iets schuldig was. 
En breng ons in beproeving niet,
maar red ons uit de greep
van alle kwaad.

Ons slotlied is gezang 481: 1-3. Na de zegen, zingen we, in plaats van het ‘Amen’  gezang 481:4


Maak ons volbrengers van dat woord,
getuigen van uw vrede,
dan gaat wie aarzelt met ons voort,
wie afdwaalt met ons mede.
Laat ons getrouw de weg begaan
tot allen die ons verre staan
en laat ons zonder vrezen     de minste willen wezen.

Leer ons het goddelijk beleid    der liefde te beamen,
opdat wij niet door onze strijd
uw goede trouw beschamen.
Leg ons de woorden in de mond
die weer herstellen uw verbond.
Spreek zelf door onze daden  van vrede en genade.


Zegen:
Gods zegen draagt ons door dood en doop heen naar het leven in eeuwigheid.
Gods Geest geeft ons de woorden van eeuwig leven in de mond, en de moed in ons hart om die te spreken.
Gods geliefde Zoon gaat aan onze zij, wanneer we hier vandaan gaan.
Zo zijn we dan gezegende mensen,
in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Amen

Gezang 481:4
Wij danken U, o liefde groot,
dat Christus is gekomen.
Wij hebben in zijn stervensnood
uw diepste woord vernomen.
Nog klinkt dat woord; het spreekt met macht
en het wordt overal volbracht
waar liefde wordt gegeven,
wij uit uw liefde leven.