Voor eerdere diensten klik hier:

Zondag 11 na Trinitatis 11-8-2013 Lutherse kerk te Leerdam 17 uur

Organist: Ina Mostert

Wij zijn hier aanwezig in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.  
Amen

Onze Hulp is in de Naam van de Heer              
die hemel en aarde gemaakt heeft.

Heer, vergeef ons al wat wij misdeden
en laat ons weer in vrede leven.
Amen

Zo lief had God deze wereld, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt, en eeuwig leven hebben mag!

In Gods liefde mogen wij ook aanbevelen onze broeders, die de Heer heeft thuis gehaald:
Teunis Adrianus van der Zwan 
en
Andreas Jakob Theisen.
Staande willen wij hen gedenken, en tweemaal zingen: lied NL 961: niemand leeft voor zichzelf, niemand sterft voor zichzelf.
 

(Gaat u zitten)

Introïtus:

De Antifoon voor deze zondag luidt:
Gij zijt ontzagwekkend, o God, in Uw heiligdom.
Israëls God! Hij geeft kracht en moed aan Zijn volk, gezegend zij God!
En de psalm luidt:
68:2 Staat God op, Zijn vijanden stuiven uiteen, 
wie Hem haten vluchten voor Zijn Aanschijn.
68:4 Rechtvaardigen zullen zich verheugen, zij juichen voor Gods Aanschijn, – zij zijn verrukt van vreugde.
68:20 Gezegend de Heer,
dag aan dag, draagt Hij onze lasten, 
de God van onze bevrijding!
Nogmaals de Antifoon:  |
Gij zijt ontzagwekkend, o God, in Uw heiligdom.
Israëls God! Hij geeft kracht en moed aan Zijn volk, gezegend zij God!




Laten we de Heer aanroepen om ontferming met de nood van deze wereld, - die is groot -
wij denken o.a. aan vluchtelingen, slachtoffers van bomaanslagen en het verkeer,
maar laten wij dan juist ook Zijn Naam prijzen,
omdat er aan Zijn barmhartigheid geen einde komt!

Zondagsgebed
Heer God, U laat ons Uw macht zien in vergeving en ontferming… Wij bidden U dat wij Uw barmhartigheid ook zelf mogen ervaren, en dat wij steeds weer onze toevlucht tot U nemen, vol vertrouwen op Uw beloften, voor nu en het eeuwige leven, door Jezus Christus, onze Heer.
Amen.

Lezing Oude Testament: Jesaja 65: 17-25.

Een mooie belofte die ook óns aangaat…

17. “Waarachtig! Let op Mij! Ik ben bezig een nieuwe hemel te scheppen en een nieuwe aarde, wat vroeger was, daar aan wordt niet meer gedacht, het komt niet meer op in het hart.
18. Want jubelen zullen ze en dansen, voor altijd en immer, zij die Ik schep.... Waarachtig! Let op Mij! Ik ben al bezig Jeruzalem te scheppen: één en al dans.... zijn volk is al aan het jubelen!
19. Ik zal dansen om Jeruzalem, en jubelen over Mijn volk....  En nooit meer wordt daarin (Jeruzalem) het geluid van huilen gehoord, of het geluid van hulpgeroep.....
20. Nooit zal daar een zuigeling maar enkele dagen worden, of zal een volwassene diens dagen niet vol maken....  Integendeel: een knaap sterft er als honderdjarige, en zelfs wie zondigt, wordt er pas als 100-jarige vervloekt!
21. Als ze huizen bouwen zullen ze er ook wonen, en als ze wijngaarden aanleggen, zullen ze ook eten van de  vruchten er van.
22. Ze zullen niet bouwen, en een ander die er wonen zal....  ze zullen niet planten, en een ander die er van eten zal.... want de levensduur van Mijn volk zal zijn als de levensduur van bomen, en het werk dat uit hun handen komt zullen Mijn uitverkorenen zélf verslijten...
23. Ze zwoegen niet vergeefs, ze krijgen niet tot hun ontzetting kinderen, waarachtig: nageslacht der gezegenden van de Aanwezige zijn ze, en hun nakomelingen met hen.

24. Wat zal er gebeuren: voordat ze roepen geef Ik al antwoord, terwijl ze nog aan het spreken zijn verhoor Ik ze al.
25. Wolf en lammetje, ze grazen eendrachtig, ja, de leeuw eet stro als het rund, maar de slang stof in plaats van  voedsel, maar ze zullen geen kwaad doen en ze zullen niets bederven op Mijn Heilige berg  heeft de Aanwezige gezegd.

Gradualepsalm: psalm 89: 1, 3 en 4.

Uw macht bezingen, HEER, de engelen in koor.
Het loflied van uw trouw weerklinkt de hemel door.
Geen enkel schepsel, HEER, hoe hoog in 't licht gezeten,
hoe bovenaards in glans, kan met uw macht zich meten.
Ja Gij zijt zo geducht, dat al de hemelingen
in eerbied en ontzag uw grote troon omringen.

Wie is van al wat leeft, o God, aan U gelijk ?
Met trouw zijt Gij omgord, grootmachtig is uw rijk.
De overmoed der zee, haar trots kunt Gij vertreden,
de golven en de wind brengt uw bevel tot vrede.
Wat ooit aan vijandschap de kop heeft opgestoken
is door uw sterke arm geslagen en gebroken.

Epistel: Hebreeën 11: 1 - 10.

Een overbekend gedeelte… maar tóch ook nu nog van levensbelang. Het gaat over het geloof dat redt…

1. Geloof is de basis van de dingen waar op gehoopt wordt, de proef op de som van dingen die niet gezien worden.
2. Daarin (ook) legden de vóórgangers getuigenis af.
3. In geloof zijn we in staat een verband te leggen tussen de eeuwen en het woord van God, zo dat wat zichtbaar geworden is niet uit waarneembare dingen ontstaan is.

4. In geloof bracht Abel God betere dingen als offer dan Kain, daardoor werd er van hem getuigd dat hij een rechtvaardige was, omdat God, in de gaven, voor hem getuigde, en door dat (geloof) spreekt hij - in zijn sterven - nog altijd.

5. In geloof werd Henoch naar een andere wereld gebracht, zodat hij de dood niet onder ogen hoefde te zien, en hij werd niet meer gevonden, omdat God hem naar een andere wereld had gebracht.
         Want als reden voor het feit dat hij naar een andere wereld gebracht werd getuigde men van hem: dat hij God beviel. (Hij was Gode aangenaam.)
6. Maar zonder geloof is het onmogelijk (God) te bevallen..... want degeen die God nadert (om te offeren) behoort te geloven dat Hij er is, ja, er is een beloning voor hen die Hem zoeken.

7. In geloof heeft Noach, door God op de hoogte gesteld van wat er nog niet te voorzien was, godvrezend en vroom, de ark gebouwd - tot heil van zijn huis (d.w.z. van zijn familie) - (in een geloof) waardoor hij de wereld veroordeelde, en in bezit kwam van de gerechtigheid op grond van geloof.

8. In geloof gaf Abraham gehoor aan de oproep er op uit te trekken, naar een plaats die hij later in bezit zou krijgen, en hij trok er op uit, zonder te weten waarheen hij ging.

9. In geloof zwierf hij rond op het land der belofte, in tenten wonend, als een vreemdeling, net als Izaäk en Jacob, die samen met hem erfgenamen van de zelfde belofte waren,
10. want hij keek uit naar de stad die fundamenten heeft, waarvan God de maker en de architect is.

Psalmwoord: Halleluja, Loof de Heer, roep luid Zijn Naam, maak Zijn daden bekend onder de volken! (psalm 105:1). HALLELUJA!

Ons loflied is NL 306 = TussenTijds 89
U zingt de recht-gedrukte delen. Ina speelt het even voor:

En wie het lied kent zingt natuurlijk alles mee.


Het Heilig Evangelie staat geschreven bij: Lucas 12: 32 - 40.

Jezus wilde laten zien dat we ons leven niet moeten ophangen aan geld en goed, maar open moeten staan voor God en Gods goedheid. Hij laat dat ook zien in de bekende tekst van de lelies op het veld en van de raven van de hemel, die ook van de hand in de tand leven, maar door God worden gevoed. In dàt licht gaat Hij verder en zegt:

32. Wees niet bang, jullie, kleine kudde, want jullie Vader heeft het een goed idee gevonden aan jullie het Koninkrijk te geven.

33. Verkoop jullie bezittingen, en geef ze weg, als aalmoes.... Maak voor jezelf beurzen die hun koopkracht niet verliezen, een niet te stelen schat in de hemel, waar geen dief bij kan komen en geen mot iets waardeloos maakt.
34. Want waar jullie schat is, daar is nu eenmaal jullie hart.

35. Jullie lendenen moeten omgord zijn, en de lampen brandend,
36. ja, jullie moeten zijn als mensen die in gespannen afwachting zijn van hun Heer, wachtend, wanneer Hij het grote feest verlaat, zodat ze Hem, wanneer Hij komt, direct open kunnen doen.
37. Wat zijn die knechten goed af, die de Heer, wanneer Hij komt, op hun post zal aantreffen! Waarachtig, Ik zeg jullie, dat Hij zich omgorden zal en hèn plaats laat nemen aan tafel en ze de hele rij langs bedienen zal.
38. Ook als Hij komen mocht om middernacht of om drie uur ‘s nachts, als Hij ze dan zó zou vinden, wat zijn ze dàn goed af!

39. Dit moeten jullie goed begrijpen: als een heer des huizes wist op welk moment de dief komt, zou hij het niet toelaten dat er een gat in de muur van zijn huis gemaakt werd.
40. Ook jullie moeten klaar staan, omdat de Mensenzoon komt op een moment dat jullie ‘t niet vermoeden.
Zalig die het Woord van God horen en er gehoor aan geven!



Credo
In antwoord op Gods Woord willen wij ons geloof belijden door samen te zingen: NL 665 (= gez 101)



2. Looft Hem, die van de Geest ontving
voor altijd Zijn rechtvaardiging,
De Geest, die Hem herleven doet
in mensen, menslijk vlees en bloed.

3. Hij die, ontheven hemelhoog,
te stralend voor het menslijk oog,
aan de engelen verschenen is
in 't licht van Zijn verrijzenis.

4. Hij is aanwezig in het woord,
dat wordt gepredikt en gehoord
in heel de wereld en geloofd,
en dat ons zegent hoofd voor hoofd.

5. Om Christus' wil zijn wij verblijd,
die inging in Gods heerlijkheid
en voor Gods ogen, stralend schoon
is wat wij zullen zijn, - de Zoon.


Preek

Genade zij u en vrede van God onze Vader en van Jezus Christus, onze Heer, door de Heilige Geest.

Lieve mensen, kunnen jullie het je voorstellen dat God in de hemel jubelt en danst om Zijn nieuwe schepping? Dat Hij niet stil kan zitten van blijdschap om de nieuwe mogelijkheden die Hij voor ons aan het bedenken en aan het maken is?

Dat wil toch wat zeggen!
Dat betekent dat het voor Hem van heel groot belang is hoe het met ons gaat.
Met alle mensen, en ook met ons, met u, met mij.

Het zal je maar gezegd worden!

En het ís ons gezegd, door Jesaja, en die heeft het weer direct van Gods Geest.
Hij mag er het volk van God, dat het na de ballingschap niet zo heel makkelijk heeft, dat weet u wel, mee troosten.
En hij mag ons er mee troosten, als wij verdrietig en verbijsterd zijn en niet meer weten hoe het verder moet, of als wij ons afvragen wat er van deze wereld terecht moet komen.

Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.
Je zou het dolgraag willen geloven.
Ja, bij begrafenissen wordt daar veel over gepreekt. Het is een mooie, troostende gedachte.

Maar… wij hebben altijd gehoord dat wij later samen bij God in de hemel zullen zijn… mét Jezus, en met alle mensen die ons zijn voorgegaan, en die in God geloofden.
Onze ouders, onze geliefden, onze broeders Teunis en Andreas, we zullen ze daar weer zien…
Daar gaan wij van uit.

Maar hier lezen wij dat God een nieuwe hemel en een nieuwe aarde gaat maken, en dan is het natuurlijk de bedoeling dat Gods volk daar woont. Hoe zít dat? Jesaja zegt dat God daar al mee bezig is, en dus is Hij er al zo goed als mee klaar.
Hij heeft het al bedacht, en Hij hoeft het nog maar uit te spreken, en het ís er.
Misschien ís het er al, en zien wij het alleen nog maar niet.
Er is zoveel dat wij niet weten

Geleerden zoeken bijv. naar donkere materie, en ze weten niet eens precies wat dat is, maar er moet iets zijn dat ze niet kennen, want hun rekensommetjes kloppen niet. Grappig, vind ik dat... (Niet alleen als theoloog, maar vooral als bioloog!) 
Heel misschien is de ontbrekende factor wel die nieuwe hemel en die nieuwe aarde, waar zij niet naar zoeken, maar die God op zijn minst allang voor ogen staat. We weten het niet, maar het zou kunnen.
Wij hoeven ook niet alles te weten.
Maar die nieuwe hemel en die nieuwe aarde, die komen er. Schoon en fris en nieuw. Hoe dan ook.
Daar mogen wij op vertrouwen, dat mogen wij geloven

Geloven is genoeg.
Ja… geloven

Jaren geleden, ik denk in 1976 of 1977, ging mijn man op reis naar Mexico, waar een goede vriend van ons woont, en hij kwam vol verhalen terug.
Hij was onder andere naar een kerkdienst geweest, (het was nog voor de liturgische vernieuwing hier,) en hij vertelde enthousiast dat de gemeente bij elk onderdeel van de geloofsbelijdenis zei: Sí, lo creo.
Ja, dat geloof ik. Ze spreken daar Spaans.
Onze oudste dochter Parel had ook net Spaanse les op school, zij dacht even na, en toen haar vader maar doorging over dat Credo, zei zij, toen hij weer wilde zeggen: Sí, lo creo, iets anders, namelijk: Creo que sí
En dat betekent zoveel als: ik geloof van wel… je zou gelijk kunnen hebben!
J

In het Nederlands zit er heel veel ruimte om het begrip geloven heen.
Je kunt in sprookjes geloven, je kunt geloven dat er niet meer is dan wat je ogen zien, je kunt geloven wat je zelf verzint
Je kunt ook geloven wat een ander je vertelt, omdat je die persoon betrouwbaar vindt, en je kunt vast en zeker geloven wat je van binnen zeker weet, maar wat je niet uit kunt leggen, omdat je het (nog) niet kunt laten zien.

(Ik weet wel zeker dat God bestaat, soms spreekt Hij tegen mij, maar ik heb geen bandopname...)

Dat is dus een geloven dat groter is en verder reikt dan ons verstand en dan onze ogen, oren en tastzin kunnen bewijzen.

Het is het geloven dat alles te maken heeft met vertrouwen. Het bijbelse woord voor geloven is hetzelfde als vertrouwen.
Als je iemand echt vertrouwt, dan geef je soms het stuur uit handen, en dat kan behoorlijk eng zijn.
Dat doe je alleen in heel goede relaties.
Bijvoorbeeld in de relatie tussen geliefden, tussen vrienden en vriendinnen, tussen leraar en leerling, en tussen God en de gelovige mens.

Dat soort vertrouwen vinden we bij Abraham, die een stem hoorde, en die als een soort aanstaande verloren zoon wegging uit het ouderlijk huis in het Ur der Chaldeeën, een grote en rijke stad, voor die tijd, heel ver weg, woestijnen ver, van de plek waar hij terecht zou komen… En dat allemaal alleen omdat Iemand tegen hem sprak. Iemand die hij niet zag!

In onze maatschappij loop je de kans om in de isoleercel terecht te komen, als je zegt: 'God sprak tot mij vanmorgen'. Helemaal als God je dan uitnodigt om al je zekerheden achter te laten, en je blindelings samen met Hem in het avontuur te storten. Abraham deed dat.  'Dan spoor je niet', zegt men hier en nu.

En Henoch, die liep met molentjes. Want hij wandelde met God. Hij leefde met God. Alsof ze samen woonden. Nu ja, ik ben geen Henoch, maar ik loop ook regelmatig tegen de Heer te praten over van alles en nog wat. Toch geloof ik niet dat ik gestoord ben. U mag daar anders over denken, maar dan zàt u hier niet, neem ik aan.

Geloof kan veel verschillende kanten hebben, maar hier vraagt geloof wel van je, dat je vertrouwt op God.
En dat je dan in de verre en nabije toekomst dingen durft te zien, die een ander daar niet ziet.
Zoals Noach. Die zag de bui niet hangen, maar bouwde tóch de ark. Ik bedoel maar…

Hoe staat het ook al weer in de brief aan de Hebreeën, aan God eigen volk dus, die wij straks lazen?
Geloof is de basis van de dingen waar op gehoopt wordt, de proef op de som van dingen die niet gezien worden. (2x)
Voordat je hopen kunt op een toekomst, op een mooie toekomst, moet je geloof hebben. Geloof in God; moet je er van overtuigd zijn dat Hij bestaat.

En dat is dan de basis waarop je dingen doet en plannen maakt.
Dat is een fundament waarop je bouwen kunt.

En wat je dan bouwt wordt je door niemand meer afgenomen. Van wat je plant zul je de vruchten plukken, in die wereld die God voor ons heeft weggelegd. Een wereld die voor ons herkenbaar is.

Dat wordt straks niet: je eindeloos met een harpje op de wolken zitten te vervelen, maar wel zinnig werk doen, iets waar je goed in bent.
Dingen waar je de gaven voor hebt. Dat is leuk!
Een échte wereld, met een heel ander tijdsbesef. Maar wel zoals de wereld was bedoeld. 
Een wereld waar God Zijn tenten opslaat. Waar Hij woont.
Een wereld waar God, als het Hem zo uitkomt, bij ons komt zitten, om een beetje met ons te praten.
Dat staat in dat àndere verhaal van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, waar God alles in allen zal zijn, en het Licht Zelve. In Openbaring staat dat.

Wat ik nu zei, dat zijn maar woorden, en die schieten tekort, omdat God nu eenmaal zoveel meer is dan wij kunnen bedenken… Dat geeft niet.
Bij God is àlles anders… en meer.

Hij is niet te koop, maar Hij is te geef, en onvoorstelbaar kostbaar.
Daarom zegt Jezus ook: je kunt net zo goed alles wat je hebt verkopen en aan de armen geven, want je hebt er in relatie tot God niets aan.

Als je niets hebt, dan ben je rijk, want dan leef je van Gods goedheid. Dan moet je rondkomen met het vertrouwen dat God je zal voeden en kleden.
Net als de raven en de lelies van het veld.
Of wat voor bloemen dan ook.
Is het probleem van onze maatschappij niet dat wij allemaal, of de meesten van ons, heel hard werken voor dat beetje méér dan wat God geeft?
Voor de luxe? Als we dat eens minder deden?

Maar… dan moeten we het ook wel van Hem verwachten, dan moeten we vol vertrouwen klaar staan voor Hem, ieder uur van de dag.

Kunnen we dan nooit meer slapen? vroeg een kind ooit op de zondagschool…
Nee, natuurlijk niet, we zijn maar mensen.
Het gaat om heel andere dingen.

Maar wij moeten wel waakzaam zijn, en uitkijken naar God, plus uitkijken voor de dief van onze ziel.
Van God en ziel geldt dat je die zo kwijt kunt zijn.
Ongemerkt. Sluipend haast.
Als je erg druk bezig bent met van alles en nog wat, kan het gebeuren dat er gedachten bij je binnen komen die niet deugen.
Die stelen je ziel weg bij God.

En als je heel erg druk bezig bent met zorgen voor en zorgen hebben over, dan kan het gebeuren, dat je geen tijd meer hebt voor God.
Dan lees je zomaar niet meer dat dagelijkse hoofdstuk in de bijbel, en je vergeet God te loven en te danken, je zíngt niet eens meer onder het aardappel schillen of het schoenen poetsen.

Jezus waarschuwt ons daar voor.
De duivel is als een dief in de nacht, en als je weet wanneer die komt, dan zorg je wel dat die niet binnenkomt. Dan is alles op slot en er zit geen zwakke plek in de schutting. Net zo goed als je een sterk wachtwoord bedenkt voor je computer, en een virusscanner installeert. Dan kan er geen kwaad van buiten naar binnen. Maar het blijft zaak óp te letten.

Dat betekent wel dat je bewust moet leven.
Het betekent dat je alert moet zijn op wat er om je heen gebeurt, en dat je zelf moet nadenken bij je keuzes in wat je denkt en doet.
Als je maar een beetje aanlummelt, dan komen er makkelijk zwakke plekken in je verdediging, en wat erger is: dan ben je er niet klaar voor, als de Heer je roept naar dat Land waar Hij een plek voor je heeft.
Dat Land waar alles mooier en kleurrijker is, omdat God er Zelf het licht is, omdat Jezus daar rondloopt, als een Lam, dat wij kunnen aanraken.

Dat is een liefelijke gedachte, en het is beter dan een droom of een televisieprogramma, het is Gods eigen werkelijkheid voor U en mij.
Wij hoeven het maar te geloven, er op te vertrouwen. GodZelf maakt het waar. Hij ís al begonnen, en als je goed kijkt, dan zie je het.
Overal waar mensen goed en aardig zijn voor elkaar in Gods Naam, om Gods wil. In liefde.
God is ontzagwekkend, in Zijn heiligdom.
Israëls God! Onze God.
Hij geeft kracht en moed aan Zijn volk, aan ons allen. Gezegend zij God! Ere wie Ere toekomt!
Amen.

Muziek


God heeft Zichzelf in Jezus aan ons gegeven.
Wij kunnen Hem ons eigen leven aanbieden.
En natuurlijk het geld dat Hij ons heeft geleend, om in Zijn dienst te gebruiken.
In de geest van Jezus - die ons voorging.
Daarom is er nu de collecte, en heel deze week zijn er mensen waar wij goede dingen voor kunnen doen. Dingen die bij God passen.
Na het gebed over de gaven zingen wij: NL 792
En nu nodig ik u uit voor de Collecte

Gebed over de gaven
Heer God, wat wij hebben verdiend, wat wij hebben gekregen, het is uit Uw genade.
Daarom kunt U er over beschikken, zoals U kunt beschikken over onze tijd, liefde en aandacht.
Wijs ons in dit alles de weg en zegen het.
Om Jezus’ wil… Amen.

Lied NL792


2. O God, die al Uw liefde hecht
aan wie van liefde leeft,
omvat de trouw hier toegezegd.
Dat Gij Uw zegen op ons legt
Uw vrede aan ons geeft!

3. Verlaat niet wat Uw hand begon,
o God, ontbreek ons niet!
Straal in ons leven als de zon,
Gij, van de liefde zelf de bron,
de adem van ons lied!

4. Laat zonneklaar te lezen zijn
Uw beeld, in ons geprent!
Gij komt en schenkt de beste wijn
waar wij elkaar tot zegen zijn,
tot liefde voorbestemd.

Voorbeden:
Laten we danken en bidden:
Goede God, wij danken U dat U plezier in ons wilt hebben, dat U niet ver en hoog bent, maar dat U jubelt en danst van plezier om de nieuwe Schepping. Wij kunnen haast niet wachten die te zien!
Open ons, door Uw Geest, de ogen voor Uw werkelijkheid, en sterk ons vertrouwen, ons zeker weten van wat het oog niet ziet en het oor niet hoort.
Laten wij de Heer bidden:
Heer ontferm U.

Liefdevolle God, wij danken U dat U in ons gelooft.
Dat wij door het geloof dat U in de mensheid hebt in Jezus zijn behouden. Wat een liefde!
Wek ook onze liefde in ons hart, herschep ons hart, herijk ons denken, maak ons waakzaam en alert, liefdevol en teder, opdat onze wereld lijkt op de Uwe.
Laten wij de Heer bidden:
Heer ontferm U.

Barmhartige God, wij danken U voor het leven van onze broeders die U hebt thuis gehaald, sommigen kenden hen goed, anderen wat minder, maar ze hoorden bij ons, en wij zullen ze missen.
Wij bidden U voor hun naaste familie:
Harm, Joke en de kinderen en kleinkinderen... 
en voor ons als gemeente.
Doe hén ontwaken in die nieuwe werkelijkheid waar U op hen wacht, en waar wij elkaar eens weer zullen ontmoeten, in U.

Ook voor Roel van End bidden wij, die zo ziek is. 
Laten wij de Heer bidden:
Heer ontferm U.

In de stilte van dit moment leggen wij ons hart voor U open, en delen wij onze nood en onze vreugde met U….

Samen met onze Heer bidden wij vol eerbied:

Onze Vader, die in de hemelen zijt,
Uw Naam worde geheiligd.
Uw Rijk kome
Uw Wil geschiede, gelijk in de hemel, alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden,
gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren;
en leid ons niet in verzoeking
maar verlos ons van het kwade!


Slotlied NL793: 1 Bron van liefde, licht en leven…

Na de zegen, zingen we, i.p.v. het ‘Amen’ 793:2


Zegen:
De Heer van dood en leven,
de Moeder vol barmhartigheid,
schenkt ons allen overvloedig genade en liefde,
om Christus’ sterven en opstanding.
In Zijn dood sterft onze dood,
in Zijn Geest mogen wij verder leven,
nu en altijd.
Zo zijn wij dan gezegende mensen,
in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Amen.

Door de gemeente beaamd met: NL793 :2

De kaarsen worden gedoofd.