quinquagesima  of Esto mihi

Wees mij tot een beschuttende rots,
tot een sterke vesting om mij te redden,
omwille van Uw naam zult Gij mij leiden
Psalm 31: 3b,c,4b

Jesaja 15: 2

 

2. Men gaat op naar de tempel, en Dibon op de hoogten (breekt uit) in rouwbeklag over Nebo (hoogte), en over Meedba (wateren van rust) in Moab jàmmert men het uit..... Bij ieder is het hoofd kaal, en iedere kin is van baard ontdaan. 

Rouw kent zijn rituelen, en dat is goed: anders zou je met rampen en verdriet helemaal niet om kunnen gaan. Het hoofd kaal scheren, je trots (als man, dan): je baard er af, je kleden in grove jute, in een zak....
as op je hoofd: allemaal tekenen voor je omgeving dat je even iets ànders aan je hoofd hebt dan het gewone leven...

Voor héél Moab geldt dit nu.... alle steden in dit gebied worden genoemd..... Het leed dat ze - onverschillig voor de ander - over de Israëlieten hebben gebracht, overkomt hen nu. Het gewone leven omgekeerd. 
Zo gaat het, als God opkomt voor Zijn volk.  

    God trad voor ons in 't krijt. Uw volk, HEER, is verblijd.
Hoor, Sions dochters zingen van uwe rechtsgedingen.
O Koning van 't heelal, die eeuwig heersen zal,
hoog boven godenmacht verheft Gij U en lacht.
Wij juichen om hun val.
Gij die God liefhebt, haat - hetgeen Hem tegenstaat.
Hij heeft Zijn hart ontsloten - voor al Zijn gunstgenoten.
Hij redt  u uit de hand -van die u overmant;
uw leven is bewaard - bij Hem die heerst op aard:  
de Heer strijdt aan uw kant.

(klik op de muziek om die te horen)