Allerzielen
2 november

 

Marcus 12: 27

 

27. Hij is niet een God van doden, maar van levenden ! 

 

In alle pijn en moeite en verdriet, wanneer wij iemand moeten loslaten die ons dierbaar is, wanneer de dood toeslaat, lang gevreesd of onverwacht, is er die ene troost: God is een God van levenden.
Voor Hem leven zij, die wij als dood ervaren.

Wanneer dat geheimzinnige, dat leven en dood van elkaar scheidt, uit ons lichaam is verdwenen, wanneer ons wezen niet meer is waar het was, niet meer reageert zoals het dat altijd deed, dan is God daar, met zoveel méér mogelijkheden, dan we ons, als mens, ooit hebben kunnen denken.
Dan is daar vervulling en troost, rijkdom en ópbloeien tot de mens die je had mogen en moeten wezen. Dan is daar het Licht, dat alle duisternis en dood wégvaagt, op een manier, waar we in ons leven op aarde maar nauwelijks iets van vermoeden.
Er is dat stralende leven, dat diep wezenlijke bestaan, de innige verbondenheid met Gods Liefde, waar we op aarde maar een vaag voorgevoel van hadden...

Zo zet de dood geen punt achter het leven, maar een komma.
Want het werkelijke leven gaat dan beginnen.

Zo zijn de zielen van de mensen waar we van houden en hielden op een hoger plan getild, tot hun volkomen volmaaktheid gebracht, en hun liefde zal als een warme mantel om ons heen zijn, zolang we dat nodig hebben.
Want God is een God van levenden!

 

Als God ons thuis brengt uit onze ballingschap 
dat zal een droom zijn. Als God ons thuis brengt 
uit onze ballingschap, dat zal een droom zijn.
(Klik op de muziek om die te horen...)