lutherse kerk Heusden zondag exaudi 8 mei 2005 in de Lutherse kerk te Heusden

Organist: Hans van Rossum.


Wij zijn hier aanwezig in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Amen
Onze hulp is in de naam van de Heer
die hemel en aarde gemaakt heeft. Amen
Gebed om vergeving: Heer, wij hebben als schapen gedwaald,
en wij zijn ieder onze eigen weg gegaan.
Wij konden of wilden de Weg die de Waarheid is,
en het Leven, niet volgen.....

Toch smeken wij u: leid ons weer op het rechte pad
vergeef ons en blijf ons bij,
om Jezus Christus, onze Heer. Amen

De Almachtige God schenke ons Zijn genade Amen

God hield zoveel van deze wereld, dat Hij Zijn enige Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft aan het verderf ontkomt, en eeuwig leven hebben mag.


Ons introïtuslied op deze zondag in het spanningsveld tussen Hemelvaart en Pinksteren, zondag Exaudi (en dat betekent: Hoor mij, Heer, als ik tot U roep) is uit psalm 27: 1, 4 en 7



4. Zoals U eenmaal mijn geroep verhoorde,
spreek zo weer tot uw mens en geef die licht.
Mijn hart zegt stil de liefelijke woorden
die U eens zeide: ,,Zoek mijn aangezicht''.
Uw aangezicht, ik wil het zoeken, Heer!
Verberg het niet, beproef mij niet te zeer!
Ik hoop op ‘t heil dat U voor mij bewaart,
ik smacht naar 't uur dat U Zich openbaart!

7. O als ik niet met opgeheven hoofde
Zijn heil van dag tot dag verwachten mocht!
O als ik van Zijn goedheid niet geloofde,
dat Hij te vinden is voor wie Hem zocht!
Wees dapper, hart, houd altijd goede moed!
Hij is getrouw, de bron van alle goed!
Wacht op den Heer, die u in zwakheid schraagt,
wacht op den Heer en houd u onversaagd.

Laten we de Heer aanroepen om ontferming met de nood van deze wereld,
Maar laten wij dan ook Zijn naam prijzen,
omdat er aan Zijn barmhartigheid geen einde komt.

Zondagsgebed Goede God, die ons niet als wezen achterliet, maar van ons houdt, behoedt en beschermt,
U danken we voor Jezus Christus onze Heer,
in en door de Heilige Geest.
Amen.

Lezing Oude Testament Exodus 34: 5 – 7
Mozes gaat na de toestand met het gouden kalf en het breken van de stenen bladen met de leefregels opnieuw de berg op… om nieuwe te halen…  
5 De Aanwezige daalde neer in de wolk, en die hield daar bij hem (Mozes) stil, en hij noemde de Aanwezige luid bij de Naam.

6 De Aanwezige kwam naar hem toe, vlak voor hem, en zei luid: ‘Ik Ben Er! Ik Ben Er!
Een God die
liefdevol is en genadig, geduldig, trouw en waarachtig,
die liefdevol de wacht houdt over duizenden, die
wangedrag, overtreding en zonde vergeeft, maar zeker niet ongestraft laat het wangedrag van de ouders dat doorwerkt in de kinderen en kleinkinderen, en ook in de derde en het vierde generatie.’
We zingen over deze goede God Gezang 426: 1 – 3

Als een vogel, die zijn tere     jongen met de vleugels dekt,
zo houdt over mij de Here      Zijn beschuttende arm gestrekt.
Alles wendt Hij mij ten goede, Hij is bij mij nacht en dag,
ja, van voor ik 't licht nog zag,  ben ik veilig in Zijn hoede.
Alle dingen hebben tijd,          maar Gods liefde eeuwigheid.

In het duister van de tijden    ben ik nooit alleen geweest,
want God gaf mij ten geleide  op mijn wegen woord en Geest.
Ja, de Heer doet mij geloven, Hij ontstak in mij het licht
van het innerlijk gezicht, -      dat zal dood noch duivel doven.
Alle dingen hebben tijd,          maar Gods liefde eeuwigheid.

Epistellezing: Handelingen 1: 1 – 11
Dat is in feite een vervolg op het Evangelie van Lucas, en gaat verder waar het Evangelie stopt.
Hij legt een zekere Theofilus, waarvan de naam al aangeeft dat deze man van God houdt, uit hoe het allemaal echt gegaan is met Jezus. Er zijn zóveel verhalen in omloop… maar dit is echt.
 
1 In mijn eerste boek, Theofilus, (schrijft Lucas) heb ik de daden en het onderricht van Jezus beschreven,
2  vanaf het begin tot aan de dag waarop hij in de hemel werd opgenomen, nadat hij de apostelen die hij door de Heilige Geest had uitgekozen, had gezegd wat hun opdracht was.
3 Na Zijn lijden en dood heeft Hij hun herhaaldelijk bewezen dat Hij leefde; gedurende veertig dagen is Hij in hun midden verschenen en sprak Hij met hen over het koninkrijk van God.
4 Toen Hij eens bij hen was, droeg Hij hun op: ‘Ga niet weg uit Jeruzalem, maar blijf daar wachten tot de belofte van de Vader, waarover jullie van Mij hebben gehoord, in vervulling zal gaan.
5  Johannes doopte met water, maar binnenkort worden jullie gedoopt met de Heilige Geest.’
6 Zij die bijeengekomen waren, vroegen Hem:
‘Heer, gaat U dan binnen afzienbare tijd het koningschap over Israël herstellen?’
7  Hij antwoordde: ‘Het is niet jullie zaak om te weten wat de Vader in Zijn macht heeft vastgesteld over de tijd en het ogenblik waarop deze gebeurtenissen zullen plaatsvinden.
8  Maar wanneer de Heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en van Mij getuigen in Jeruzalem,
in heel Judea en Samaria,
tot aan de uiteinden van de aarde.’
9  Toen Hij dit gezegd had, werd Hij voor hun ogen omhoog geheven en opgenomen in een wolk, zodat ze Hem niet meer zagen.
10  Terwijl Hij zo van hen wegging en zij nog steeds naar de hemel staarden, stonden er opeens twee mannen in witte gewaden bij hen.
11  Ze zeiden: ‘Galileeërs, wat staan jullie naar de hemel te kijken? Jezus, die uit jullie midden in de hemel is opgenomen, zal op dezelfde wijze terugkomen als jullie Hem naar de hemel hebben zien gaan.’

De schrijver van de psalm wíst het al: Hij dichtte: God heerst als koning over de volkeren, God zetelt op Zijn heilige troon!        HALLELUJA!
 

Ook wij kijken naar de hemel, en zoeken Hem. Laten we zingen: Gezang 170: 1, 2 en 6

2.Arts aller zielen, 't is genoeg, als Gij ons neemt in uw hoede.
Heel toch de wond, die 't leven sloeg, laat ons niet hooploos verbloeden. 
Spreek slechts één woord, één woord met macht,
dan krijgt ons leven nieuwe kracht. Spreek, dan keert alles ten goede.

6 Koning, verheugd geloven wij wat uw getuigen verkonden:
slechts onder uwe heerschappij heeft ons hart vrede gevonden.
Daarom zoekt U elk mensenkind; zoek, Herder, mij, opdat ik vind;
anders zo ga ik te gronde.

Het Heilig Evangelie staat geschreven bij Johannes, hoofdstuk 14: 15 – 18 Dit is het laatste deel van de rede over de laatste dingen, zoals we die vinden bij Johannes, op de avond van het Laatste Avondmaal.… De Heer zegt daar: 15. Als jullie van Me houden zullen jullie Mijn geboden strict in acht nemen.
16. En Ik zal de Vader vragen dat Hij jullie ook een andere Helper zal geven, opdat die in eeuwigheid met jullie zij:
17 de Geest van Waarheid, die de wereld niet ontvangen kan, want die heeft er geen oog voor, en geen begrip… maar jullie hebben er begrip voor,  want Ze blijft bij jullie en zal (altijd) in jullie wezen.
18. Ik zal jullie niet in de steek laten als wezen,
Ik kom (weer) naar jullie toe.
En we zien hoe de Heer dit waarmaakt als we lezen uit Handelingen 2: 1 – 11

 Veertig dagen na het Paasfeest is de Heer ten hemel gevaren. En dan is het wachten. De leerlingen weten niet precies waarop ze wachten, wanneer het komt en hoe. Dus komen ze bij elkaar om het grote feest van hun volk te vieren: het Pinksterfeest of Wekenfeest. De dag waarop de oogst wordt gevierd van de vrucht van het land, zoals Pasen de oogst is van de jonge dieren, maar terwijl met Pasen de uittocht uit Egypte wordt meebeleefd, is het Pinksterfeest ook verbonden met de wetgeving op de Sinaï. waar we íets van lazen in onze eerste lezing.
1. En toen uiteindelijk de dag aanbrak van het Pinksterfeest waren ze allemaal bij elkaar op een en dezelfde plek.
2. En onverwacht kwam er uit de hemel een lawaai zoals van een geweldige zwiepende windvlaag, en dat vulde heel het huis waar ze aanzaten
3. en er werden door hen tongen gezien die zich van elkaar afsplitsten als of ze van vuur waren, en (die) zich op ieder van hen apart neerlieten.
4. en ze werden allemaal vervuld van een Heilige Geest en ze begonnen in verschillende tongval te spreken zoals de Geest het ze ingaf zich te uiten.
5. Nu waren er in Jeruzalem Joden gehuisvest, vrome mannen, uit alle volkeren die er maar onder de hemel zijn.
6. Toen dit geluid zich voordeed liep de menigte te hoop en stond perplex, omdat ze hen elk in de (hun) eigen spraak hoorden praten.
7. Ze waren verbijsterd en zeiden verwonderd: Kijk nu toch eens, alle mensen die daar spreken zijn toch Gallileeërs?
8. Maar hoe kunnen wij ze dan horen ieder in onze spraak waarin we groot geworden zijn? 9. Parthen en Meden en Elamieten en mensen die in Mesopothamië wonen, in Judea en Cappadocië, in Pontus en Klein-Azië,
10. in Frygië en Pamfylië, in Egypte en de streken van Libië richting Cyrene, en degenen die in Rome thuis zijn?
11. Want Joden en bekeerlingen, Cretensers en Arabieren, we horen ze in onze eigen tongval spreken over Gods grote daden!
  Zalig die het woord van God horen - en er gehoor aan geven

In antwoord op Gods woord willen wij ons geloof belijden:

Ik geloof in God.
Schepper van hemel en aarde.
Oneindig hoog verheven.
Vol liefde voor gewone mensen.
Daarom wil Hij ons een Vader zijn,
een Moeder, vol zorg en genade.
Daarom wil Hij ons een broeder zijn,
in Jezus, die mens werd als wij.
Geroepen om de goede boodschap te brengen
van Gods liefde voor ons allen.
Opdat wij Hem daarin volgen.
Gekruisigd is Hij, daarin droeg Hij onze schuld.
Gestorven is Hij, en begraven.
Maar opgestaan als eerste der mensen,
tot leven in eeuwigheid.
Zijn Geest wil in en bij ons zijn.
Ons de weg wijzen die we mogen volgen: Jezus.
De weg naar God en naar elkaar.
In doop en genade, licht en vergeving
zijn wij zo met elkaar verbonden,
in de hoop op leven dat komt en dat blijft:
in Gods liefde, waar geen einde aan komt.
Amen.

Kinderen:
Kom eens hier! Donderdag was het bevrijdingsdag, maar weet je wat het ook voor een dag was? Toen was het ook Hemelvaartsfeest.
Mama heeft jullie met Pasen verteld over de Heer Jezus, die was doodgemaakt, maar die door God weer levend werd.
Op Hemelvaartsdag ging Hij terug naar de Hemel, naar God Zelf.
Jezus was klaar met Zijn werk, en het is daar nog véél fijner dan hier.
Hij zei tegen Zijn vrienden: ‘jullie hoeven je niet alleen te voelen, want ik stuur Iemand, die nét als ik bij God hoort, maar die nog dichter bij jullie is dan ik. Die is altijd bij jullie. Dat is de Heilige Geest van God.’ 
Hij zei ook tegen de vrienden dat ze iedereen moesten vertellen over God, en dat die zoveel van de mensen houdt, en ook van jullie, en dat die nieuwe Vriend, de Heilige Geest, ze wel zou helpen… maar toen kwam er een wolk, en opeens zagen ze Hem niet meer.
Hij was naar God, naar de Hemel.
En dan denk je: ze zullen wel huilen omdat ze hun beste Vriend kwijt zijn, maar nee hoor, ze waren blij voor Hem, en ze riepen tegen God: Dank U wel! En ze vertrouwden dat het allemaal goed kwam.
En zo zaten ze te wachten op die Heilige Geest.
Want Die had Jezus ze beloofd.
En nét op een feestdag kwam die.
Ze waren met zijn allen bij elkaar, en hoorden een lawaai alsof het héél hard waaide, en toen zagen ze iets geks.
Ze zagen iets dat wapperde en waaide, en het bewoog alsof het vlammen in de kachel waren.
Het was geen vuur, maar het bewoog net zo.
En opeens voelden ze zich zo blij en zo vrolijk, dat ze allemaal vanzelf begonnen te praten over God, en wat die allemaal voor geweldige dingen heeft gedaan. Dat Hij de zon én de wolken heeft gemaakt, die regen brengen, en drinkwater, en de lieveheersbeestjes, en de vogels die zo mooi zingen… En er gebeurde van àlles. En ze voelden zich nooit meer alleen.
En ze wisten: dit is de heilige Geest die Jezus heeft beloofd… Ze zagen niemand, maar ze wisten het gewoon.
Nu zeg je misschien: hoe kan dat, iets dat je niet kunt zien, en toch gebeurt er iets…
Wat ís die Heilige Geest nou…
Ik zal proberen het een beetje uit te leggen.
Cathy, kijk, wat is dit?
Een kaars.
Wat gebeurt er als ik er tegen blaas?
wappert
Heb ik er tegen geduwd?
Nee… En tóch heb ik er iets mee gedaan.

Amber, kom jij eens.
Blaas eens heel hard tegen deze slierten… (er hingen rode en gouden sliertjes in het middenpad)
Jullie mogen ook blazen.
Maar niet aanzitten met je handen.
Nu bewegen ze.
Kijk – zo gaat dat ook met de Heilige Geest.
Dat is God die heel dicht bij is.
Die kun je niet zien, maar die doet wel van alles. Die kan jou horen, en tegen je praten,
die kan wonderen doen, en die kan je blij maken. Want God wil graag dat je blij bent.
Je kunt niets zien, maar als je goed oplet, en als je vraagt of Ze er ook bij jou wil zijn, dan zul je het soms toch merken.
En zó is God, zo is Jezus, heel dicht bij ons.
Ook bij jou.
Om je blij te maken. Juist als je bang of boos bent. En daarom vieren we volgende week het Pinksterfeest. Dat is de verjaardag van de Geest.
En omdat ik het fijn vind er over te vertellen, en ik dat al een hele tijd mag doen, is het voor mij vandaag een beetje extra feest.
Ga nu maar weer zitten, en ga er maar een mooie tekening van maken, terwijl ik nog wat dingen vertel aan de grote mensen.


Preek
GENADE ZIJ U EN VREDE VAN GOD ONZE VADER EN VAN JEZUS CHRISTUS, ONZE HEER,
DOOR DE HEILIGE GEEST.


Lieve mensen, mensen van God,

We zeggen wel eens Als Pasen en Pinksteren op één dag vallen. Vandaag doen we het maar met Hemelvaart en Pinksteren in één viering, ook al hebben sommigen van jullie afgelopen donderdag in alle vroegte al een heel bijzondere Hagepreek gehoord.

Hemelvaart noemde Ton vorig jaar in een preek een scharnier in de geschiedenis.
Zoals kerstfeest een scharnier is.
De geschiedenis van deze wereld is voor en na zo’n moment wezenlijk anders.
Tussen Kerst en Hemelvaart was God in Jezus tastbaar aanwezig in onze wereld. Als je geluk had kon je Hem tegenkomen. Horen. Aanraken.
Aangeraakt wórden.
Als je pech had, hoorde en wist je er niets van.
Na Hemelvaart is er alleen de belofte.
Maar wonderlijk genoeg geeft die belofte op zich al de leerlingen van Jezus voldoende moed om verder te gaan.
Ze vertrouwen dat God die belofte houdt.
Als ze hun blik hebben losgemaakt van de hemel waarin hun geliefde Vriend is verdwenen, als de engelen hen herinnerd hebben aan de belofte dat Jezus terugkomt, gaan ze aan het werk.
Het eerste dat ze doen is – lezen we in de bijbel – eendrachtig volharden in gebed. En het getal van 12 weer volmaken, zoals past bij de twaalf stammen van Israël. Want ondanks het verraad van Judas is het heil voor het hele volk bedoeld, en vandaaruit voor de hele wereld.
Het heil: dat is Gods Aanwezigheid in ons leven.
En dat we dat mogen weten, en soms ervaren.
We zien in onze lezingen een ontwikkeling van de geschiedenis.
In het Oude Testament spreekt God tot een enkele bevoorrechte, die een boodschap kreeg, een visioen, een opdracht
Later is Hij er in Jezus om naast ons te gaan. En na Pinksteren gaat het nog veel verder.
Daarnaast is nog een ontwikkeling te zien:  wat begon bij een brandende struik bij de Horeb, waar de God van Abraham Zijn ware aard blootlegde in Zijn Naam: Ik ben er, wat verder ging, toen Mozes voor de tweede keer de 10 leefregels ging halen op de Sinaï, waarbij de Heer Zich nog meer bloot gaf, en van Zichzelf zei:
een God die liefdevol is en genadig, geduldig, trouw en waarachtig,
die liefdevol de wacht houdt over duizenden, die
wangedrag, overtreding en zonde vergeeft, wat handen en voeten kreeg in Jezus, wiens Naam betekent: God redt, dat krijgt voor ons geweldige vergezichten, wanneer diezelfde Jezus vanuit óns bestaan in de hemel wordt opgenomen, en er zo onze ambassadeur wordt. Onze hogepriester, zegt Paulus. En de beweging van Gods openbaringen naar ons toe krijgt een onverwacht hoogtepunt bij de uitstorting van Zijn Geest, Zijn wezen, Zijn nabije liefde, op het Pinksterfeest.

God is niet meer afstandelijk. Hij is niet meer alleen voor ons of achter ons, om ons te beschermen, zoals Hij het volk beschermde in de woestijn, met de wolkkolom van Zijn Aanwezigheid. God is niet meer alleen een broeder, een zuster, die met ons mee gaat door het leven, zoals Jezus deed met Zijn leerlingen, vrienden en vriendinnen, maar God is vlees van ons vlees geworden, bloed van ons bloed, doorademt ons, spreekt in ons hart, in ons gevoel, in ons verstand, en is de meest nabije Geliefde die we ons denken kunnen, die we ons wensen kunnen.
God, de schepper van hemel en aarde, van alles wat bestaat, is in Zijn liefde voor ieder van ons hier, wie we ook zijn, wat we er ook van denken nooit verder van ons verwijderd, dan een ademtocht, niet verder dan onze aandacht.

Dat is de boodschap van Pinksteren, die ik alvast mag brengen, vandaag (volgende week is hier geen dienst). Die zwiepende windvlaag die heel het huis vulde, zoals we hoorden in de lezing, herinnert ons aan de inwijding van de oorspronkelijke Tempel door koning Salomo. Daar hoorde je ook een gewèldig geluid, toen de Heer Zijn intrek nam.
Nu neemt de Heilige Zijn intrek in een nieuwe tempel: in ons midden. Hij woont waar mensen over Zijn goede daden spreken, daaruit leven, en ook goede daden doen.
Hij is niet ver van ons. Wij zijn niet ver van Hem.
Dat is de goede boodschap, het evangelie, voor ieder van ons vandaag.
Toen ik 25 jaar geleden voor het eerst inviel voor Ton, die dubbel geboekt was, en dat niet kon oplossen, zei hij: ‘het belangrijkste in een kerkdienst is dat je het Evangelie brengt. En als het kán ook iets nieuws’. En in dat verband zijn er nóg twee mensen waar ik veel aan te danken heb: de ene was een lieve dame die niet lang daarna bij mijn tweede dienst, in Nijmegen was dat, tegen me zei: ‘ik vond het zo prettig dat ik alles begreep: U gebruikte helemaal geen moeilijke woorden’.
En de organist, mijnheer Van Baardewijk, zei tegen me: je hebt een goede spreekstem, maar dat zingen is afgrijselijk, en daar gaan we iets aan doen. Dat is een vorm van practisch Christendom waar je iets aan hebt. ;-)
Hoewel er om gezondheidsredenen de laatste vijf jaar nauwelijks meer gelegenheid was voor lessen, heeft U veel aan hem te danken, dat kunnen mijn kinderen beamen.
En lest best is er de Geest, die me geleerd heeft Haar te vertrouwen bij het maken van de preek, en van de liturgie. Als het niet Haar werk is, dan vertrouw ik het zelf niet. Maar als Zij de vrije hand krijgt, en ik Haar typiste wil zijn, bij wijze van spreken, dan wordt de dienst een eenheid, dan zijn de woorden groter dan ikzelf, en dan leer ik er nog het meeste van.
Je ontdekt dingen waar je anders over heen leest, en zo komt het dat ik nog even terug wil komen op die tekst uit Exodus die we lazen.
Daar spreekt God, die eerst tot twee maal toe Zijn Naam bevestigt die Hij Mozes heeft gegeven om door te geven: Ik Ben. Ik Ben er.
Hij is aanwezig. Hij is Aanwezige bij uitstek.
En die dan van zichzelf zegt:
een God die liefdevol is en genadig, geduldig, trouw en waarachtig,
die liefdevol de wacht houdt over duizenden, die
wangedrag, overtreding en zonde vergeeft… Mooi. Daar kunnen we opgelucht bij achterover leunen. Maar er volgt nóg iets.
Want Hij pikt niet
álles. Hij laat niet ongestraft het wangedrag dat van vader op zoon, van moeder op dochter op kleindochter en verder het leven besmet.
Wat Hij ons vergeeft, vergeeft Hij ons
persoonlijk, als het ons persoonlijk leven betreft. Als het gaat tussen Hem en ons.
Maar als wij het leven bedreigen van hen die
na ons komen: door onze manier van denken, die we doorgeven, van leven, van consumeren, roken, drinken, ruziën, dàt accepteert Hij niet.
Dat geldt natuurlijk ook als onze manier van leven onze kinderen en kindskinderen afleiden van God…
De
Vaderen lazen deze zin anders: ze vertaalden heel onlogisch: Hij laat niemand ongestraft, en wreekt het wangedrag, de zonde,  van de vader aan de kinderen en kleinkinderen tot het derde en vierde geslacht.
Het is een wrede en
onlogische vertaling.
Ik ben er ook van overtuigd dat het geen goede vertaling is, al is het wel een technisch correcte mogelijkheid...
Ga er maar vanuit dat God wel degelijk bereid is onze
misdaden, stommiteiten, lafheid, luiheid en andere vormen van wangedrag, te vergeven.
Daarom ís
Jezus ook gekomen.
Daarom ís Zijn Naam
God redt.
De Heer accepteert het alleen níet als we de
toekomst van Zijn goede schepping verknoeien. Als we risico’s nemen met het leven van onze kinderen. Zijn kinderen!
Daarvoor heeft Hij hen èn
ons veel te lief.
Aan ons de keus.
Ons beeld van God heeft zich in de loop van de tijd ontwikkeld van de Vervaarlijke, Grote, Verheven Heer, die Hij ook is, naar de God die voor ons uitgaat, die naast ons staat, dat komt al dichterbij, maar met Pinksteren is Hij een God aan de binnenkant van ons bestaan geworden.
Hij is niet daar, ver weg – niet hoog boven ons, niet gescheiden van ons in ruimte en tijd. Hij is
zo met ons bestaan verweven, dat we Hem in ons zelf kunnen ervaren. Hij in ons, en wij in Hem. Wonderlijk.
Ik heb zelf geleerd blind te varen op de
betrouwbaarheid en trouw van de Heer. Daar het ik ruime aanleiding voor gehad in het leven. En U vindt dat terug op de voorkant van de liturgie in die drie Hebreeuwse letters, ֵאֶםת(trouw, betrouwbaarheid) die ook nog eens de eerste, middelste en laatste letter van het alfabet zijn. Ik kan dat van begin tot eind, van Alfa tot Omega, alleen in de Geest van Jezus. De Geest van God. De Liefde Zelf.
En ik
hoop en bid dat voor u allemaal hetzelfde mag gelden. Nu of later.
Amen.


Muziek
Edy zingt: Dank sei Dir, Herr

Dank sei Dir, Herr,                         
       Dank zij U, Heer,
du hast dein Volk mit dir geführt,           U hebt Uw volk met U mee gevoerd,
dein ist nun das Land.                           U behoort nu het land.

Eh'diese Feinde uns auch bedroh'n,       Eer deze vijanden ons ook bedreigden
deine Hand schützte uns;                      heeft ons Uw hand beschut;
in deiner Gnade gabst du uns Heil. 
        in Uw genade gaf U ons heil.

Dank sei Dir, Herr,                            
     Dank zij U, Heer.
du hast dein Volk mit dir geführt,           U hebt Uw volk met U mee gevoerd,
dein ist nun das Land.                           U behoort nu het land.

Dank sei Dir, Herr,                            
     Dank zij U, Heer.
du hast dein Volk mit dir geführt,           U hebt Uw volk met U mee gevoerd,
in deiner Gnade gabst du uns Heil.        in Uw genade gaf U ons heil.

De wereld is wijd en Gods goedheid is groot
vanuit ons aandeel mogen wij helpen en delen,
nu in de collecte, straks weer anders
na het gebed over de gaven zingen wij: .Kom, Geest van God. Maar nu eerst de Collecte
Gebed over de gaven Heer God, wat wij hebben verdiend, wat wij hebben gekregen, is uit Uw genade.
Daarom kunt U er over beschikken, zoals U kunt beschikken over onze tijd, liefde en aandacht.
Wijs ons de weg. Om Jezus’ wil.
Amen.

Lied: Kom, Geest van God, vernieuw Uw kerk…

Koningen in Gods koninkrijk   zoeken wij driftig ons gelijk,
breken kapot het ene brood,  delend wat liefde ooit omsloot.

Kom, goede Geest, vernieuw ons hart,  zie hoe het is verscheurd, 
verward
beadem ons, heel onze wond,        kus onze zieke ziel gezond!

Heer in de hemel, geef gehoor,      geef voor de aarde ons een oor –
dat wij tezamen, groot en klein,     Uw handen en Uw voeten zijn;

dat onze mond Uw woord verhaalt,  dat onze tong Uw trouw vertaalt,
één volk, één vuur, één meesterwerk – kom, Geest van God, vernieuw  Uw kerk! (André F. Troost.)

Laten we danken en bidden:
Lieve God, wij danken U, dat U zo dicht bij ons wilt zijn. Maar vaak merken we er niets van, ook al zouden we het best graag willen.
Daarom vragen we U: wees ons in Uw Geest allemaal zeer nabij, ons, maar ook degenen die we hier vandaag zo missen. U kent ze, stuk voor stuk bij name…
Laat ons allemaal Uw Liefde ervaren.
Van U, maar ook in elkaar, zodat we Uw getuigen zijn in ons gewone doen en laten.

Wij danken U voor deze gemeente, waar zoveel goeds is te vinden. Wij danken U voor de jarigen, zoals Wil,  Barbro, Herma, Christianne...  en in het bijzonder voor Rianda, dat U haar kracht en herstel in overvloed geeft. 
Ook voor onze zieken bidden we. 

Voor.....


Wij bidden U voor deze wereld, waar zoveel kinderen de slachtoffers zijn van gedachten en gewoonten, van verlangens en angsten, die maken dat zij het kind van onze rekening zijn.
Voor alle vluchtelingen en kindsoldaten, voor alle misbruikte en ontrechte mensen willen we U bidden. Voor alles die deze mooie wereld ten gronde richten.
Ongewild maken wij daar zelf zovaak deel van uit.
Open ons allen de ogen en de harten door Uw Heilige Geest, en maak ons gezond naar lichaam en ziel, blije mensen, zoals we horen te zijn.
Mensen die U van harte kunnen aanbidden en zeggen, zoals U Zoon ons leerde:

Onze Vader, die in de hemel zijt,
Uw Naam worde geheiligd
Uw Rijk kome
Uw wil geschiede, op aarde zoals in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood
En vergeef ons onze schulden,
Zoals wij aan anderen hun schuld vergeven
En leid ons niet in verzoeking
Maar verlos ons van het kwade
 

Een van de mooiste liederen uit het liedboek is  gezang 223. Daarvan zingen we vers 1, 2 en 7

Gods goedheid is te groot       voor het geluk alleen,
zij gaat in alle nood door heel het leven heen.

Al gij die God bemint      en op zijn goedheid wacht,
de oogst ruist in de wind als psalmen in de nacht.

252525252525252525252525252522552525

Toen waren daar opeens lieve woorden, en een ongedacht mooi cadeau: de nieuwste uitgave van het Griekse testament + de Latijnse vertaling (Ze hadden Ton geraadpleegd)...

En bovendien een charmant lied. Jammer genoeg is de opname daarvan verloren gegaan. Door mijn eigen schuld en door het ondoorzichtige programma van Sony. 

Maar het ging zo:

252525252525252525252525252522552525

Laten we opstaan, en met ons hart biddend meezingen met het lied dat voor ons gezongen wordt en dat om zegen vraagt. (gezang 383:7)

Na de zegen, zingen we, in plaats van het ‘Amen’ gezang 477

Zegen:
De gemeenschap met God,
met alle heiligen en met elkaar
vervulle Uw harten en gedachten,
Uw doen en laten,
Uw bidden en danken.
Van nu aan tot in alle eeuwigheid. In de Naam van de Vader,
en de Zoon
en de Heilige Geest.
Amen.


Gezang 477

Daarna gingen we koffie drinken met de gemeente, 
waarna we met de kinderen en zussen nog een pannekoek
gebruikten....